CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-67 RV Bijlage 7 Bijlagenboek

Commissie Ruimte 30 november 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Wederikdreef21.964 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3







%HVWHPPLQJVSODQ:HGHULNGUHHIWH1XHQHQ Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Bijlagenboek 







 

%HVWHPPLQJVSODQ:HGHULNGUHHIWH1XHQHQ Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Bijlagenboek 

5DSSRUWQXPPHU 

3

,052LGHQWLILFDWLHQXPPHU 

1/,052%31XHQ:HGHULNGUHHI&

'DWXP 

MXOL

2SGUDFKWJHYHU 

+HOSW(ONDQGHU

3URMHFWWHDP%52 

-5760Y'Q-YG$



%52 +RRIGYHVWLJLQJ %RVVFKHZHJ :9%R[WHO 7   (LQIR#EURQO



Wederikdreef te Nuenen

Inhoudsopgave

Bijlagen bij T oelichting

3

Bijlage 1

Watertoets en infiltratieonderzoek

4

Bijlage 2

Boominventarisatie

23

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

29

Bijlage 4

Bodemonderzoek

76

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

141

Bijlage 6

Aerius-berekening

178

Bijlage 7

Parkeerdrukmeting

194

Bijlage 8

Aanmeldingsnotitie m.e.r.

211



%HVWHPPLQJVSODQ:HGHULNGUHHIWH1XHQHQ RQWZHUS

Bijlagen bij T oelichting



%HVWHPPLQJVSODQ:HGHULNGUHHIWH1XHQHQ RQWZHUS 



Bijlage 1 Watertoets en infiltratieonderzoek



%HVWHPPLQJVSODQ:HGHULNGUHHIWH1XHQHQ RQWZHUS

Waterparagraaf Wederikdreef 2, Nuenen

DATUM

2 december 2019

KENMERK

17777-OD-1218755

CONTACTPERSOON

ing. O. Duisters

TELEFOONNUMMER +31 (0)412 – 65 50 58 BIJLAGE

ONDERWERP

waterparagraaf

Ruimtelijke

onderbouwing

Inleiding Doel van de waterparagraaf is de component water in een zo vroeg mogelijk stadium te adresseren in het besluitvormingsproces van ruimtelijke plannen. De paragraaf beschrijft de huidige watersituatie in het plangebied. Daarnaast legt het vast aan welke watereisen ontwikkelingen, binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan, moeten voldoen. Het doet dit door ruimtelijke plannen onder meer te toetsen aan " hydrologisch neutraal" conform landelijk en lokaal waterbeleid. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder c, van het Besluit ruimtelijke ordening.

Beleid Nationaal waterbeleid In de afgelopen decennia heeft Nederland meerdere keren te kampen gehad met wateroverlast. Dit heeft geresulteerd in een omslag in het waterbeleid en het denken over water. Het kabinet heeft in december 2000 voor het Waterbeleid 21e eeuw drie uitgangspunten opgesteld, te weten anticiperen in plaats van reageren, niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van vasthouden-bergen-afvoeren en meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen. Belangrijk onderdeel in het waterbeleid is de watertoets. Nieuwe plannen en projecten moeten worden getoetst aan de effecten op veiligheid, wateroverlast en verdroging. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen.

Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss T +31 (0) 412 65 50 58 F +31 (0) 412 65 29 98 E info@nipamilieu.nl I www.nipamilieu.nl IBAN: NL 44 RABO 0121505537 Kamer van Koophandel 16.07.74.86 Pagina 1 van 9

Het Waterbeleid 21e eeuw richt zich derhalve primair op het voorkomen van wateroverlast door overstroming vanwege veel neerslag in een korte tijd. Hieruit volgen richtlijnen voor de ruimtelijke inrichting van het gebied om wateroverlast tegen te gaan en de mogelijke technische maatregelen die kunnen worden ingezet, ingedeeld in de voorkeursvolgorde van vasthouden, bergen en afvoeren. De doelstelling van deze maatregelen is een afvoer te krijgen die niet groter is dan de landbouwkundige afvoer.

Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Een belangrijke verandering na het in werking treden van de Waterwet is de onderverdeling in het bevoegde gezag met betrekking tot directe en indirecte lozingen. Alle indirecte lozingen vallen onder het Wabo bevoegde gezag (gemeente en provincie). Alle directe lozingen vallen onder het bevoegde gezag voor de Waterwet (waterschappen voor de regionale wateren en Rijkswaterstaat voor de Rijkswateren). De directe lozingen vallen onder de Waterwet (Wtw). De indirecte lozingen zijn opgegaan in de Wet milieubeheer (Wm) en vallen inmiddels onder de omgevingsvergunning (Wabo).

Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is onder andere verwoord in het ‘Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021’ (verder: PMWP). Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Het plan vormt de strategische basis voor het Brabantse waterbeleid en waterbeheer, voor de korte en lange termijn. Het Waterplan houdt rekening met duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het is een breed gedragen beleidsplan, omdat het tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met veel belanghebbende (water)partijen in Brabant.

Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss T +31 (0) 412 65 50 58 E info@nipamilieu.nl I www.nipamilieu.nl watertoets wederikdreef 2 te nuenen nipa.docx - Pagina 2 van 9

Beleid waterschap (De Dommel) Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap De Dommel. Het waterbeleid van Waterschap De Dommel is neergelegd in het waterbeheerplan 2016-2021 'Waardevol water - samen meer waarde geven aan water' en is gebaseerd op Europese, nationale en provinciale regelgeving. Het waterbeheerplan is een strategisch document, afgestemd op de Europese Kaderrichtlijn Water, het Stroomgebiedsbeheerplan Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal Waterplan. Hierin staan de doelen en de wijze om deze te behalen weergegeven. De belangrijkste uitdagingen voor de komende planperiode zijn de volgende: 

Voldoende water voor landbouw en natuur: gestreefd wordt naar voldoende water voor alle functies. Niet te veel en niet te weinig. Verdroging is een probleem voor zowel landbouw als natuur. De focus lag al op de aanpak van verdroging van natuurgebieden, maar wordt nu verbreed omdat ook de landbouw in toenemende mate kampt met verdroging. Dit vraagt om een integrale aanpak. Juist door de samenhang binnen een gebied als uitgangspunt te nemen en met alle stakeholders naar oplossingen te zoeken.

Kringloopdenken: het kringloopdenken wint steeds meer terrein in de maatschappij, ook op watergebied. Duurzaam ontwikkelen is van belang: voldoende en schoon water voor nu en later door op een andere manier met het water om te gaan. Van lineair naar circulair. Schoon regenwater niet meer op het riool, grondstoffen halen uit het afvalwater, slootmaaisel gebruiken als organische stof voor de aangrenzende landerijen en gezuiverd afvalwater van bedrijven als aanvulling van het grond- en oppervlakte water. Dit is een nieuwe manier van werken.

Wateroverlast en hittestress: steeds vaker zien we foto's in de media van straten die blank staan na een hevige stortbui. Een direct gevolg van de klimatologische omstandigheden en steeds verdergaande verstening. Perioden van te veel (en te weinig) water doen zich steeds vaker voor. In de stedelijke omgeving is er voor plotselinge wateroverlast alleen een uitweg via het riool. Zoveel water kan het riool niet aan, waardoor straten en pleinen onder water komen te staan en riolen overstorten op het oppervlaktewater. Tegelijkertijd hebben steden in toenemende mate te kampen met hittestress. Op zomerse dagen wordt het zo warm dat mensen hier last van krijgen in hun functioneren. De gemeente gaat over de riolering en de inrichting van de leefomgeving. Het waterschap over de zuivering van het rioolwater. Gemeente en waterschap moeten op zoek naar de beste oplossing voor de watervraagstukken in de bebouwde omgeving. De vraag is hoe stedelijke inrichting en water met elkaar verbonden kunnen worden. Dat biedt volop kansen; water als inspiratiebron voor stedelijke vernieuwingen een hoogwaardige leefomgeving.

Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss T +31 (0) 412 65 50 58 E info@nipamilieu.nl I www.nipamilieu.nl watertoets wederikdreef 2 te nuenen nipa.docx - Pagina 3 van 9

Steeds meer ongewenste stoffen komen in het water zoals medicijnen: van elk medicijn dat we inslikken komt een deel in het riool terecht. Omdat we steeds meer medicijnen tot ons nemen, is hierdoor een potentiële bedreiging voor de waterkwaliteit ontstaan. Het waterschap is belast met de zuivering van het rioolwater, maar het medicijnvrij maken van rioolwater vergt vergaande technische aanpassingen en miljoeneninvesteringen. Het probleem bij de bron aanpakken betekent dat ook partijen als de farmaceutische industrie, verzorgingstehuizen en apothekers aan zet zijn. Dit is een voorbeeld van hoe het waterschap ook met andere partners zoekt naar duurzame oplossingen. Dit geldt ook voor andere ongewenste stoffen in het water, zoals gewas- en beschermingsmiddelen en nieuwe stoffen zoals microplastics en nanodeeltjes.

Vergroten waterbewustzijn: het waterbewustzijn in Nederland is laag (volgens het OESOrapport van maart 2014 'Water governance in the Netherlands: fit for the future'). Het is van belang dat gebruikers zich bewust zijn van de waarden van het water en de inspanningen die hiervoor nodig zijn. Dit begint in de eigen leefomgeving.

De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord- Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. In de keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: 

het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of;

de toename van het verhard oppervlak maximaal 2000 m² is, of;

de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak;

de toename van het verhard oppervlak tussen 2000 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel

Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06.

Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften:

Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss T +31 (0) 412 65 50 58 E info@nipamilieu.nl I www.nipamilieu.nl watertoets wederikdreef 2 te nuenen nipa.docx - Pagina 4 van 9

de bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen;

de afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben;

daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen.

Beleid gemeente Waterplan Nuenen Het waterbeleid van de gemeente Nuenen c.a. is vastgelegd in het Waterplan Nuenen middels een aantal basisprincipes : 

zo weinig mogelijk waterverontreiniging;

op natuurlijke wijze reinigen voordat het de beken en rivieren in stroomt als er toch waterverontreiniging voorkomt;

beken behoeden voor te grote toestroom van neerslag in korte tijd. Dit betekent dat binnen en in de directe nabijheid van de stad en de dorpen het (regen)water moet worden geïnfiltreerd en tijdelijk worden geborgen (vasthouden), uiteraard zonder te zorgen voor overlast of schade.

Uitgangspunt in het huidige beleid van gemeente is dat planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam integraal waterbeheer.

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) In het gemeentelijk rioleringsplan 2019 – 2023 is vastgelegd dat, om wateroverlast te voorkomen, aan de volgende zaken aandacht wordt geschonken: 

Bij nieuwbouw klimaatbestendig ontwerpen: bij de dimensionering van de riolering wordt gerekend met extremere buien. Daarnaast wordt ingezet op voldoende ruimte voor water en zo mogelijk zorgen dat het regenwater bij overbelasting van het rioolstelsel over het maaiveld kan afstromen naar oppervlaktewater en nergens kelders of laaggelegen woningen en winkels kan instromen. Vloerpeilen van woningen en bedrijven liggen voldoende hoog boven het peil van de weg.

Aanleg van regenwaterstructuren op het moment dat in het bestaande stelsel de riolering vervangen moet worden. Kan dit niet, dan wordt ingezet op het vervangen van buizen in bestaande rioolstelsels door grotere diameters om zwaardere buien beter op te vangen. Bij be-

Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss T +31 (0) 412 65 50 58 E info@nipamilieu.nl I www.nipamilieu.nl watertoets wederikdreef 2 te nuenen nipa.docx - Pagina 5 van 9

staande stelsels dienen knelpunten, waar nu al water-op-straat of wateroverlast optreedt bij hevige buien, te worden aangepakt. Bij voorkeur door het regenwater over het maaiveld naar lager gelegen delen te leiden waar het water geen schade aanricht.

De aanvoer van afstromend hemelwater van percelen naar het gemeentelijke riool is groter wanneer tuinen volledig bestraat zijn. Door groen op eigen terrein kan water worden vastgehouden (sponswerking van de ondergrond) en wordt het gemeentelijke riool minder belast. Door voorlichting en communicatie wil de gemeente het afkoppelen van verhard oppervlak bij particulieren stimuleren en ook de steeds verdergaande verharding van tuinen tegengaan. Doorgaan met het afkoppelen van verhard oppervlak van gemengde rioolstelsels om zo de belasting van het rioolstelsel door zwaardere buien op te heffen, is ook een goed alternatief. Voorwaarde is wel dat de afkoppelsystemen klimaatbestendig worden ontworpen en niet zelf voor overbelasting en overlast zorgen.

Bij nieuwbouw mag het hemelwater niet worden aangesloten op het vuilwaterstelsel.

De gemeente Nuenen zorgt voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, wanneer dit doelmatig is en het niet redelijkerwijs verwacht kan worden dat de initiatiefnemer het hemelwater zelf verwerkt. De doelmatigheid en de redelijkheid is afhankelijk van: 

de ligging in stedelijk dan wel landelijk gebied;

de mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater;

de grootte van de percelen;

de aanwezigheid van een regenwaterriool op straat;

de nabijheid van oppervlaktewater.

Infiltratie van hemelwater in de bodem wordt verondersteld mogelijk te zijn als de bodem voldoende doorlaatbaar is (>1 m/d) en de grondwaterstand voldoende laag is ( > 1,2 m – mv). Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. In principe dient er 60 mm retentie gerealiseerd te worden (600 m³ per hectare verhard oppervlak). Als hemelwater op eigen terrein verwerkt wordt ligt hier geen zorgtaak voor de gemeente. Als decentrale voorzieningen niet doelmatig zijn en bodeminfiltratie en/of lozing op oppervlaktewater niet mogelijk is, dan ontvangt en verwerkt de gemeente het afstromende hemelwater. In dit geval wordt een bedrag in rekening gebracht per m³ die niet op eigen terrein geborgen kan worden. De hoogte van de bijdrage bedraagt momenteel € 200 euro per m³.

Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss T +31 (0) 412 65 50 58 E info@nipamilieu.nl I www.nipamilieu.nl watertoets wederikdreef 2 te nuenen nipa.docx - Pagina 6 van 9

Beschrijving huidig en toekomstig watersysteem plangebied

Bestaande situatie, verhardingen In de huidige situatie is het plangebied reeds gedeeltelijk verhard. De totale verharding beslaat 2.104 m².

In de direct nabijheid van het plangebied zijn geen watergangen gelegen. Het plangebied is verder niet gelegen in een gebied dat is aangewezen als boringsvrije zone, reserveringsgebied waterberging of ecologische verbindingszone.

Nieuwe situatie, verhardingen Er is sprake van vervangende nieuwbouw waardoor het verhard dak- en/ of terreinoppervlak nauwelijks toeneemt. De toename van de verharding bedraagt 383 m². Hierbij wordt opgemerkt dat 838 m² van de verharding met graskeien (halfverharding) zal worden ingericht Het totaal afvoerend verhard oppervlak van de percelen is geschat op 100% van de overdekte ruimte + 40% van de overige verharding. De rest (plantsoen) zal niet afwateren op het aangrenzende groen).

Teneinde te voldoen aan het principe van hydrologisch neutraal bouwen zijn mitigerende maatregelen noodzakelijk.

Grondwater De gemiddelde hoogste grondwaterstand is niet terug te vinden op de wateratlas van Brabant. Ook in het DINO-loket zijn in de directe omgeving geen bruikbare waarden geregistreerd. De grondwater-

Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss T +31 (0) 412 65 50 58 E info@nipamilieu.nl I www.nipamilieu.nl watertoets wederikdreef 2 te nuenen nipa.docx - Pagina 7 van 9

stand die tijdens het bodemonderzoek is gemeten op de locatie, bedraagt 3,7 m-mv. Uit het onderzoek is tevens gebleken dat van 2,4 tot 5,2 m-mv een zandige leemlaag aanwezig is. Vooralsnog mag er van uitgegaan worden dat de GHG niet hoger zal liggen dan 2,0 m-mv.

Toekomstig watersysteem Het hemelwater en vuilwater wordt gescheiden ingezameld. Conform beleid van gemeente en waterschap de Dommel moet een waterberging gemaakt worden met een grootte van 60mm t.o.v. de toename verhard oppervlak. Omdat de gemeente ervan uitgaat dat de locatie eerst leeg wordt gemaakt en dat alle nieuwbouw als toename moet worden gezien, resulteert dit in een waterberging opgave van 108,5 m³.

Het afstromend hemelwater van de paden wordt in eerste instantie opgevangen in het omliggende plantsoen. Gelet op de goede doorlatendheid van de bodem (rapport NIPA, kenmerk 17777-JvdS1218725, d.d. 22 november 2019) zal dit niet tot problemen leiden.

De grote groenvakken met volgroeide bomen die aan de randen van het plangebied zijn gelegen, zijn niet geschikt om te verlagen voor waterbergingsdoeleinden omdat dit de boomwortels zou beschadigen. Hier worden dus geen wadi’s gemaakt.

Hemelwater afkomstig van de bebouwing wordt in eerste instantie opgevangen in een bergings- en infiltratievoorziening ter plaatse van het parkeerterrein. Deze voorziening heeft een oppervlakkige overloop op openbaar terrein. a)

Indien de voorziening als grindbak wordt uitgevoerd, waarbij grind met een porievolume van 30% wordt gebruikt, dan zou de volledige parkeerplaats van 40 cm grind moeten worden voorzien in plaats van grasstenen. Wel moeten er dan stabilisatierasters gelegd worden om spoorvorming tegen te gaan.

Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss T +31 (0) 412 65 50 58 E info@nipamilieu.nl I www.nipamilieu.nl watertoets wederikdreef 2 te nuenen nipa.docx - Pagina 8 van 9

b)

Indien de voorziening met infiltratiekratten wordt uitgevoerd dan zou, bij een gronddekking van tenminste 60 cm, 140 cm hoogte kunnen worden bereikt. Er zijn infiltratiekratten in de handel met afmetingen 0,4 x 0,4 x 1,2 (netto inhoud 152 liter). Van deze kratten zou je er 670 nodig hebben, hetgeen overeenkomt met een grondbeslag van 107 m².

Uiteraard dienen beide systemen voorzien te worden van de goede straatkolken met zandvang en bladafscheiders in de standleidingen.

Afvalwater Het vuilwater wordt aangesloten op de bestaande riolering in Nuenen. Deze heeft voldoende capaciteit voor het verwerken van het vuilwater van de extra woningen.

Vervuiling zal worden voorkomen door het gebruik van duurzame materialen en productiewijzen voor te schrijven. Dit wordt getoetst bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen.

Vooroverleg waterschap en gemeente Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Er vindt vooroverleg plaats met het Waterschap. De resultaten ervan worden in de plantoelichting beschreven.

Conclusie Het geven van een invulling van het watersysteem op de initiatieflocatie is mogelijk, maar tegen relatief hoge kosten. Het heeft de voorkeur van de initiatiefnemer om in het vervolgtraject in overleg met de gemeente te bepalen of aangesloten kan worden op een bij de gemeente in beheer zijnde voorziening. Uiteraard zal hiervoor dan de vereiste financiële bijdrage worden geleverd. Indien bovenstaande niet mogelijk is zal nadere dimensionering en civieltechnische uitwerking van een waterssysteem, in overleg met de gemeente en het waterschap, plaatsvinden.

Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss T +31 (0) 412 65 50 58 E info@nipamilieu.nl I www.nipamilieu.nl watertoets wederikdreef 2 te nuenen nipa.docx - Pagina 9 van 9

DATUM

22 november 2019

KENMERK

17777-JvdS-1218725

CONTACTPERSOON

ir. J.B.P. van der Stroom

TELEFOONNUMMER +31 (0)412 – 65 50 58

BIJLAGE

Aan Helpt Elkander Woningstichting,

overzichtstekening

T.a.v. de heer B. Laké,

boorprofielbeschrijvingen

Postbus 48,

k-waardebepaling ONDERWERP

infiltratie-onderzoek

5670 AA Nuenen.

Geachte heer Laké,

Hierbij doe ik u de resultaten toekomen van het infiltratie-onderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van de Wederikdreef 2 te Nuenen.

Rondom het bedrijfspand is op twee plaatsen de doorlatendheid van de onverzadigde bodem (van maaiveld tot 1,0 meter -mv) bepaald met behulp van de “omgekeerde boorgatmethode” (inversed auger hole method) ofwel Porchet-testen (Pt1 en Pt2). Hiervoor is een onverbuisd boorgat verscheidene malen met water gevuld, totdat de grond rond het boorgat verzadigd is met water en de infiltratiesnelheid nagenoeg constant is. Vervolgens is de snelheid waarmee het peil in het boorgat daalt gemeten. Hieruit is de doorlatendheid (k-waarde) afgeleid. De metingen zijn op 22 oktober 2019 uitgevoerd.

De grondwaterstand ter plaatse bedraagt circa 3,7 meter -mv. Een beschrijving van de opgeboorde grond ter plaatse is weergegeven op de boorstaten welke zijn bijgevoegd. De boorprofielbeschrijvingen zijn opgenomen in de bijlagen van deze briefrapportage. Onder de tegelverharding is de bodem tot minimaal het diepste punt van de boringen, circa 1,0 meter -mv, opgebouwd uit matig fijn, siltig zand. De toplaag ter plaatse Pt2 bevat meer humus dan bij Pt1. Bij geen van de bodemlagen is een verdachte en/ of afwijkende geur waargenomen.

Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss T +31 (0) 412 65 50 58 F +31 (0) 412 65 29 98 E info@nipamilieu.nl I www.nipamilieu.nl IBAN: NL 44 RABO 0121505537 Kamer van Koophandel 16.07.74.86 Pagina 1 van 2

Pt 1 0

50

t egel, m aaiveld edelm an, t egel zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, bruin, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, bruin, zwak roest , edelm an

100

t ype g r on d b or in g dat um 2 2 -1 0 -2 0 1 9 boorm eest er V in ce n t Bu r g e r s

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, m at ig roest , edelm an, filt er geplaat st en m et ing gest art ! Porchet t est 1(t raject van 5-105cm m v! )Hooghoudt filt er gebruikt !

0 -5 -40

-75

-105

m eet punt Pt 1 17623498

m eet punt Pt 1 17623499

m eet punt Pt 1, laag 5-40 17623501

m eet punt Pt 1, laag 5-40 17623502

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

V b o+ k -w a a r d e W e d e r ik d r e e f 2 N u e n e n 17777 2 2 -1 1 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 1 va n 4

m eet punt Pt 1, laag 40-75 17623503

m eet punt Pt 1, laag 75-105 17623504

Pt 2 0

50

100

t ype g r on d b or in g dat um 2 2 -1 0 -2 0 1 9 boorm eest er V in ce n t Bu r g e r s

gras, m aaiveld zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, roest bruin, m at ig plant en, m at ig wort els, zwak roest , edelm an, nabij eikenbom en geplaat st ! zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker wit , oranje, m at ig roest , edelm an, filt er geplaat st en m et ing gest art ! Porchet t est 2(t raject van 0-100cm m v! )Hooghoudt filt er gebruikt !

0

-70

-100

m eet punt Pt 2, laag 0-70 17623505

m eet punt Pt 2, laag 0-70 17623506

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

V b o+ k -w a a r d e W e d e r ik d r e e f 2 N u e n e n 17777 2 2 -1 1 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 2 va n 4

m eet punt Pt 2, laag 70-100 17623507

m eet punt Pt 2, laag 70-100 17623508

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

V b o+ k -w a a r d e W e d e r ik d r e e f 2 N u e n e n 17777 2 2 -1 1 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 3 va n 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN ISTEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

Grind, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

Zand, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

Leem , silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

Klei, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

Veen, hum eus (V,h) Slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = phot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Locatie Wederiksdreef 2 Nuenen Projectnr. 17777 Gw-stand 340 cm-mv Boringnr Locatie 1 Veldw. Vincent Burgers Datum 22-10-19 Weer regenachtig, circa 13 graden Boorgat 105 cm-mv diameter 8 cm Tijdstip 0:00 0:01 0:02 0:03 0:04 0:05 0:06 0:07 0:08 0:09 0:10 0:11 0:12 0:13 0:14 0:15 0:16 0:17 0:18 0:19 0:20 0:21 0:22

Tijdstip 10:00 10:01 10:02 10:03 10:04 10:05 10:06 10:07 10:08 10:09 10:10 10:11 10:12 10:13 10:14 10:15 10:16 10:17 10:18 10:19 10:20 10:21 10:22

waterstand 0,0 -11,4 -18,3 -24,4 -29,7 -34,4 -39,5 -44,4 -49,0 -53,1 -57,0 -60,4 -63,6 -66,4 -69,6 -72,4 -75,5 -78,4 -80,6 -83,4 -86,0 -89,1 -91,1

k=

3,34

m/d

h 91,10 79,70 72,80 66,70 61,40 56,70 51,60 46,70 42,10 38,00 34,10 30,70 27,50 24,70 21,50 18,70 15,60 12,70 10,50 7,70 5,10 2,00 0,00

dt 0,00 60,00 120,00 180,00 240,00 300,00 360,00 420,00 480,00 540,00 600,00 660,00 720,00 780,00 840,00 900,00 960,00 1020,00 1080,00 1140,00 1200,00 1260,00 1320,00

log (h+r/2) 1,97 1,91 1,87 1,84 1,80 1,77 1,73 1,69 1,64 1,60 1,56 1,51 1,47 1,43 1,37 1,32 1,25 1,17 1,10 0,99 0,85 0,60 0,30

tana -0,0009 -0,0006 -0,0006 -0,0006 -0,0006 -0,0007 -0,0007 -0,0007 -0,0007 -0,0007 -0,0007 -0,0007 -0,0007 -0,0009 -0,0009 -0,0012 -0,0013 -0,0012 -0,0018 -0,0023 -0,0042 -0,0050

log (h+r/2) 2,50 log (h+r/2)

2,00 1,50

PT1

1,00 0,50 0,00 0

500

1000 tijd (s)

1500

Lineair (PT1)

Locatie Wederiksdreef 2 Nuenen Projectnr. 17777 Gw-stand 340 cm-mv Boringnr Locatie 2 Veldw. Vincent Burgers Datum 22-10-19 Weer regenachtig, circa 13 graden Boorgat 100 cm-mv diameter 8 cm Tijdstip 0:00 0:01 0:02 0:03 0:04 0:05 0:06 0:07 0:08 0:09 0:10 0:11 0:12 0:13 0:14 0:15 0:16 0:17 0:18 0:19 0:20 0:21

Tijdstip 11:30 11:31 11:32 11:33 11:34 11:35 11:36 11:37 11:38 11:39 11:40 11:41 11:42 11:43 11:44 11:45 11:46 11:47 11:48 11:49 11:50 11:51

waterstand -1,0 -14,4 -24,4 -31,4 -38,1 -44,4 -50,0 -55,4 -60,1 -64,5 -68,0 -70,5 -73,0 -76,2 -78,4 -80,5 -82,5 -84,5 -86,5 -89,0 -91,4 -93,2

k=

3,57

m/d

h 92,20 78,80 68,80 61,80 55,10 48,80 43,20 37,80 33,10 28,70 25,20 22,70 20,20 17,00 14,80 12,70 10,70 8,70 6,70 4,20 1,80 0,00

dt 0,00 60,00 120,00 180,00 240,00 300,00 360,00 420,00 480,00 540,00 600,00 660,00 720,00 780,00 840,00 900,00 960,00 1020,00 1080,00 1140,00 1200,00 1260,00

log (h+r/2) 1,97 1,91 1,85 1,80 1,76 1,71 1,66 1,60 1,55 1,49 1,43 1,39 1,35 1,28 1,23 1,17 1,10 1,03 0,94 0,79 0,58 0,30

tana -0,0011 -0,0010 -0,0008 -0,0008 -0,0008 -0,0008 -0,0009 -0,0009 -0,0010 -0,0009 -0,0007 -0,0008 -0,0011 -0,0009 -0,0010 -0,0011 -0,0012 -0,0015 -0,0025 -0,0035 -0,0046

log (h+r/2) 2,50 log (h+r/2)

2,00 1,50

PT1

1,00 0,50 0,00 0

500

1000 tijd (s)

1500

Lineair (PT1)

Bijlage 2 Boominventarisatie



%HVWHPPLQJVSODQ:HGHULNGUHHIWH1XHQHQ RQWZHUS 



Project: Boominventarisatie Wederikdreef, Nuenen Opdrachtgever: BRO Inspecteur: W.A. van den Broek Inspectiedatum: 26-9-2019 Opleverdatum: 27-9-2019

Boomnr. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18

Boomsoort (Wetenschappelijk) Castanea sativa Acer pseudoplatanus Acer pseudoplatanus Acer pseudoplatanus Acer pseudoplatanus Acer pseudoplatanus Prunus avium Prunus avium Prunus avium Prunus avium Prunus avium Quercus robur Quercus robur Quercus rubra Fraxinus excelsior Acer pseudoplatanus 'Atropurpureum' Acer pseudoplatanus 'Atropurpureum' Sorbus aucuparia

Boomsoort (Nederlands) Tamme kastanje Gewone esdoorn Gewone esdoorn Gewone esdoorn Gewone esdoorn Gewone esdoorn Zoete kers Zoete kers Zoete kers Zoete kers Zoete kers Zomereik Zomereik Amerikaanse eik Gewone es Gewone esdoorn Gewone esdoorn Gewone lijsterbes

Stamdiameter Hoogte-klasse Stamdiameter-klasse Veldmeting (cm) 12-15 40-50 43 12-15 40-50 43 15-18 40-50 47 15-18 40-50 53 15-18 50-60 51 15-18 50-60 51 6-9 30-40 34 6-9 60-70 61 6-9 60-70 60 6-9 40-50 44 6-9 30-40 31 15-18 40-50 42 15-18 50-60 53 18-24 60-70 70 12-15 20-30 30 15-18 50-60 52 15-18 50-60 51 12-15 20-30 27

Theoretische Stabiliteitskluit afgerond (m) 1,7 1,7 1,9 2,1 2,0 2,0 1,4 2,4 2,4 1,8 1,2 1,7 2,1 2,8 1,2 2,1 2,0 1,1

Kroondiameter (m) 11 10 11 11 12 9 8 11 10 8 8 10 16 18 6 12 12 9

Standplaats Plantsoen Verharding Plantsoen Verharding Plantsoen Tuin Plantsoen Plantsoen Plantsoen Plantsoen Plantsoen Plantsoen Grasveld (extensief) Grasveld (extensief) Plantsoen Plantsoen Plantsoen Plantsoen

Conditie Goed Matig Redelijk Goed Goed Redelijk Redelijk Goed Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Slecht Goed Goed Matig

Toekomstverwachting >15 jaar 10-15 jaar >15 jaar >15 jaar >15 jaar >15 jaar 5-10 jaar 5-10 jaar 5-10 jaar 5-10 jaar 5-10 jaar >15 jaar >15 jaar >15 jaar 5-10 jaar >15 jaar >15 jaar 10-15 jaar

Gebreken kroon

Zwaar dood hout/Verwaarloosd onderhoud Zwaar dood hout/Verwaarloosd onderhoud Topsterfte/afsterven kroondelen

Gebreken stam

Gebreken wortel

Maatregel

Urgentie

Snoeien Snoeien Snoeien

Binnen 1 jaar Binnen 1 jaar Binnen 1 jaar

Status VTA Boom zonder noemenswaardige gebreken Boom zonder noemenswaardige gebreken Boom zonder noemenswaardige gebreken Boom zonder noemenswaardige gebreken Boom zonder noemenswaardige gebreken Boom zonder noemenswaardige gebreken Boom zonder noemenswaardige gebreken Boom zonder noemenswaardige gebreken Boom zonder noemenswaardige gebreken Boom zonder noemenswaardige gebreken Boom zonder noemenswaardige gebreken Boom zonder noemenswaardige gebreken Risicoboom Risicoboom Risicoboom Boom zonder noemenswaardige gebreken Boom zonder noemenswaardige gebreken Boom zonder noemenswaardige gebreken

VTA Interval Over 3 jaar Over 3 jaar Over 3 jaar Over 3 jaar Over 3 jaar Over 3 jaar Over 3 jaar Over 3 jaar Over 3 jaar Over 3 jaar Over 3 jaar Over 3 jaar Over 3 jaar Over 1 jaar Over 1 jaar Over 3 jaar Over 3 jaar Over 3 jaar

Status Waardevol/Monu mentaal Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status Geen Status

Kroonbeeld Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom Niet vrij uitgroeiende boom

Kwaliteit Normaal Laag Normaal Normaal Hoog Hoog Laag Hoog Hoog Normaal Laag Normaal Hoog Hoog Laag Hoog Hoog Laag

Opmerking

Geadviseerd wordt de boom na snoei, terugzetten naar boom zonder noemenswaardige gebreken en in de reguliere inspectie cyclus op te nemen Geadviseerd wordt de boom na snoei, terugzetten naar boom zonder noemenswaardige gebreken en in de reguliere inspectie cyclus op te nemen Geadviseerd wordt de boom na snoei, terugzetten naar attentieboom. jaarlijks VTA uitvoeren. Vermoedelijk essentaksterfte.

Bomen Wederikdreef Boomsoort Acer pseudoplatanus Acer pseudoplatanus 'Atropurpureum' Castanea sativa Fraxinus excelsior Prunus avium Quercus robur Quercus rubra Sorbus aucuparia

Kadaster pand wegvakken annotatie kadastralegrens bebouwing

0

5

10

15 m

Boominventarisatie Wederikdreef Nuenen Themakaart: Kroonprojecties Kaartprojectie: Rijksdriehoekstelsel Opdrachtgever: BRO, Tegelen Formaat: A3 Schaal: 1:500

Bomen Wederikdreef Kwaliteit Hoog Laag Normaal

Projecties Kroonprojectie

Kadaster pand wegvakken annotatie kadastralegrens bebouwing

0

5

10

15 m

Boominventarisatie Wederikdreef Nuenen Themakaart: Kroonprojecties Kaartprojectie: Rijksdriehoekstelsel Opdrachtgever: BRO, Tegelen Formaat: A3 Schaal: 1:500

Bomen Wederikdreef Kwaliteit Hoog Laag Normaal

Projecties Theoretische Stabiliteitskluit Kroonprojectie

Kadaster pand wegvakken annotatie kadastralegrens bebouwing

0

5

10

15 m

Boominventarisatie Wederikdreef Nuenen Themakaart: Boom Kwaliteit Overzicht Kaartprojectie: Rijksdriehoekstelsel Opdrachtgever: BRO, Tegelen Formaat: A3 Schaal: 1:500

Bomen Wederikdreef Kwaliteit Hoog Laag Normaal

Projecties Theoretische Stabiliteitskluit

Kadaster pand wegvakken annotatie kadastralegrens bebouwing

0

5

10

15 m

Boominventarisatie Wederikdreef Nuenen Themakaart: Theoretische Stabiliteitskluit Kaartprojectie: Rijksdriehoekstelsel Opdrachtgever: BRO, Tegelen Formaat: A3 Schaal: 1:500

Bijlage 3 Quickscan flora en fauna



%HVWHPPLQJVSODQ:HGHULNGUHHIWH1XHQHQ RQWZHUS 



QUICKSCAN FLORA EN FAUNA WEDERIKDREEF 2 TE NUENEN

Rapportage quickscan flora en fauna Wederikdreef 2 te Nuenen Opdrachtgever

Woningstichting Helpt Elkander Postbus 48 5670 AA Nuenen

Rapportnummer Versienummer

10264.001 D1

Status

Eindrapportage

Datum

1 oktober 2019

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

F. Boonk, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

N. Janssen, MSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 3

3

ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 4

4

OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING ..................................................... 5 4.1 4.2 4.3 4.4

5

AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN .................................. 8 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

6

Vogels ............................................................................................................................... 8 Vleermuizen ...................................................................................................................... 9 Overige zoogdieren ........................................................................................................ 10 Reptielen, amfibieën en vissen....................................................................................... 11 Ongewervelden............................................................................................................... 11 Vaatplanten..................................................................................................................... 12

TOETSING AAN SOORTENBESCHERMING ......................................................................... 13 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

7

Zorgplicht .......................................................................................................................... 5 Soortenbescherming ........................................................................................................ 5 Gebiedenbescherming ..................................................................................................... 6 Houtopstanden ................................................................................................................. 7

Broedvogels .................................................................................................................... 13 Vleermuizen .................................................................................................................... 13 Steenmarter .................................................................................................................... 14 Eekhoorn ........................................................................................................................ 14 Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën .................................................... 14 Overige soort(groep)en .................................................................................................. 14

TOETSING AAN GEBIEDENBESCHERMING ........................................................................ 15 7.1 7.2

Natura 2000 .................................................................................................................... 15 Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................... 16

8

HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................. 17

9

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ....................................................................................... 18

Bijlage 1 Bijlage 2

toelichting verbodsbepalingen Wet natuurbescherming verklarende woordenlijst 10264.001

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Woningstichting Helpt Elkander opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna aan de Wederikdreef 2 te Nuenen. De quickscan flora en fauna is uitgevoerd in het kader van sloop en woningbouw en heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. In dat kader verklaart Econsultancy ten behoeve van de onderzoekslocatie niet eerder betrokken te zijn geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek.

Rapport 10264.001 versie D1

Pagina 1 van 19

2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 4.065 m²) ligt aan de Wederikdreef 2 in de kern van Nuenen. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 166.031, Y = 386.583.

Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie is bebouwd met een laagbouw en enkele aanbouwen met een tijdelijk karakter. De bebouwing deed voorheen dienst als middelbare school, maar staat ten tijde van het veldbezoek leeg. De rest van de locatie bestaat uit een plein met enkele ruigtesoorten, omringd met een groenstrook bestaande uit berken, esdoorn en amerikaanse eik met ondergroei. De omgeving kenmerkt zich als woonwijk. In figuur 2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.

Rapport 10264.001 versie D1

Pagina 2 van 19

Figuur 2. Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.

Figuur 3. Vooraanzicht bebouwing.

Figuur 4. Overzicht plein met links tijdelijk gebouw.

Figuur 5. Laagbouw met lage begroeiing.

Figuur 6. Tijdelijke bebouwing.

Figuur 7. Overzicht op ruigte van terrein.

Figuur 8. Hoge begroeiing langs de bebouwing met vuurdoorn.

2.2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens de huidige bebouwing te slopen en nieuwbouwwoningen te realiseren.

Rapport 10264.001 versie D1

Pagina 3 van 19

3

ONDERZOEKSMETHODIEK

Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een veldbezoek en een bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Het veldbezoek is afgelegd op 2 september 2019. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant opgevraagd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

Rapport 10264.001 versie D1

Pagina 4 van 19

4

OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING

Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Er wordt een globale toelichting gegeven ten aanzien van potentiële overtredingen van de Wet natuurbescherming bij de meest voorkomende soorten en soortgroepen. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving. De Wet natuurbescherming is gericht op:   

het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies; het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.

De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij soortenbescherming ligt grotendeels bij de provincies. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. 4.1

Zorgplicht

Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. In bijlage 1 wordt dit artikel nader toegelicht. 4.2

Soortenbescherming

Bij een quickscan flora en fauna wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten;   

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).

In bijlage 1 worden deze artikelen nader toegelicht.

Rapport 10264.001 versie D1

Pagina 5 van 19

4.3

Gebiedenbescherming

Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. 4.3.1

Natura 2000

Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000).

Het is krachtens de Wet natuurbescherming verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. 4.3.2

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit:     

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk,

Rapport 10264.001 versie D1

Pagina 6 van 19

genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. 4.4

Houtopstanden

De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. In bijlage 1 (tabel V) worden de regels nader toegelicht. Wanneer houtopstanden geveld worden, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Op basis van deze melding wordt door de provincie beoordeeld of de voorgenomen velling aanvaardbaar is in het kader van natuur- en landschapswaarden. Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Indien bij de voorgenomen ontwikkeling herplantplicht geldt, maar niet voldaan kan worden aan de herplantplicht op de projectlocatie zelf, dan dient een ontheffing aangevraagd te worden met betrekking tot de herplantplicht bij de desbetreffende provincie.

De provincie toetst vervolgens of voldaan wordt aan de bij de provinciale verordening gestelde regels voor herbeplanting op andere perceelsgronden. Deze regels hebben onder andere betrekking op de kwaliteit, oppervlakte en locatie van de andere grond en de natuurwaarde van de te vellen houtopstand. Tevens kan ontheffing verleend worden van herplantplicht ter plaatse, indien gewerkt wordt via een door het ministerie goedgekeurde gedragscode die gebruikt mag worden door een van de betrokken partijen voor een wijze van vellen en een wijze van herplanten.

Rapport 10264.001 versie D1

Pagina 7 van 19

5

AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN

Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat / verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. In hoofdstuk 6 wordt beschreven welke juridische implicaties dit voor het project heeft. 5.1 5.1.1

Vogels Broedvogels (nesten jaarrond beschermd)

Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen de bebouwde kom kunnen dit zijn: huismus, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, buizerd, ooievaar, roek en slechtvalk. Van deze soorten kan de slechtvalk op voorhand worden uitgesloten. Deze soort broedt enkel op hoge stenige bebouwing, zoals kantoorgebouwen, torens en fabrieksschoorstenen. Buizerd en havik De gegevens van de NDFF laten zien dat er op 200 meter afstand van de onderzoekslocatie een waarneming is gedaan van een buizerd en op circa 600 meter afstand een waarneming van de havik. Op de onderzoekslocatie zelf zijn geen sporen van een eventueel individu aangetroffen. Daarnaast zijn er geen nesten aangetroffen die duiden op een broedgeval van de buizerd of havik. Negatieve effecten van de beoogde ontwikkeling ten opzichte van de buizerd of havik zijn daarmee uit te sluiten. Huismus en gierzwaluw Volgens de gegevens van de NDFF zijn er op een afstand van 50 meter waarnemingen gedaan van huismussen en gierzwaluwen. De aanwezige bebouwing vormt, door de afwezigheid van openingen zoals scheuren of ruimten onder dakpannen die toegang verlenen tot ruimte tussen het dak en het dakbeschot, echter geen potentiële nestplaatsen voor de huismus en gierzwaluw.

Een broedgeval en daarmee negatieve effecten in relatie tot de beoogde ontwikkelingen zijn uit te sluiten. Grote gele kwikstaart Volgens de gegevens van de NDFF zijn er waarnemingen gedaan van de grote gele kwikstaart op circa 100 meter afstand van de onderzoekslocatie. De grote gele kwikstaart prefereert stromende wateren waar hij nestelt en foerageert. Dergelijk water is op de onderzoekslocatie niet aanwezig, derhalve is een broedgeval van de grote gele kwikstaart uit te sluiten. Ooievaar Gegevens van de NDFF tonen aan dat er op een afstand van 500 meter afstand van de onderzoekslocatie waarnemingen zijn gedaan van ooievaars. De ooievaar maakt grote nesten op palen of bebouwing. Dergelijke nesten zijn niet aangetroffen en daarmee is een broedgeval van de ooievaar uitgesloten. Roek Volgens gegevens van de NDFF zijn er waarnemingen van de roek gedaan op circa 40 meter afstand van de onderzoekslocatie. De roek broedt in kolonies in hoge bomen, welke relatief makkelijk te her-

Rapport 10264.001 versie D1

Pagina 8 van 19

kennen zijn. Een dergelijke kolonie is op de onderzoekslocatie niet aangetroffen en zodoende is een broedgeval uitgesloten. 5.1.2

Overige broedvogels

De beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals de merel, roodborst, winterkoning en houtduif. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn te voorkomen (zie hoofdstuk 6). De broedvogels waarvan het nest in uitzonderlijke gevallen eveneens jaarrond is beschermd, zijn voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en mezen, of makers van grote nesten, zoals ekster en zwarte kraai. Dergelijke nesten en holen zijn op de onderzoekslocatie niet aangetroffen en daarmee kan het voorkomen van deze soorten ook worden uitgesloten. 5.2

Vleermuizen

Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF is de onderzoekslocatie gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, meervleermuis, bosvleermuis en watervleermuis. Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie De bebouwing op de onderzoekslocatie is in principe geschikt als verblijfplaats voor vleermuissoorten zoals de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. De aanwezigheid van open stootvoegen en ruimten achter regenpijpen verlenen toegang tot de spouwmuren (figuur 9 en 10). Tevens kunnen vleermuizen onder de daktrim kruipen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen kan niet worden uitgesloten (zie hoofdstuk 6). De aanwezige bomen op de onderzoekslocatie zijn onderzocht op holtes, spleten en/of loshangend schors, welke kunnen dienen als potentiële vaste rust- en verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Dit is niet aangetroffen en daarmee zijn verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen uit te sluiten.

Figuur 9. Ruimte achter regenpijp waar vleermuizen achter kunnen kruipen voor toegang tot de spouwmuur.

Rapport 10264.001 versie D1

Figuur 10. Open stootvoegen die toegang kunnen verlenen tot de spouwmuur.

Pagina 9 van 19

Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie Naast de onderzoekslocatie bevinden zich woonhuizen. Eventuele verblijfplaatsen hierin ondervinden door de afstand tot de onderzoekslocatie en de aard van de ingreep, geen hinder van de ingreep op de onderzoekslocatie. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie is, gelet op het aanwezige habitat, minimaal geschikt voor in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, in de directe omgeving is meer gelijkwaardig foerageerhabitat aanwezig, zoals openbaar groen en tuinen. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Door de herinrichting van de onderzoekslocatie worden geen vliegroutes verstoord, vooropgesteld dat de bomen in de omgeving die als potentiële vliegroute kunnen fungeren, gehandhaafd blijven bij de herbestemming van de onderzoekslocatie (zie hoofdstuk 6). 5.3

Overige zoogdieren

Alle zoogdieren in Nederland zijn beschermd. Voor sommige algemeen voorkomende soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Op deze wijze is er onderscheid te maken in streng beschermde en minder streng beschermde soorten. Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en Broekhuizen et. al. (2016) ligt de onderzoekslocatie binnen het verspreidingsgebied van de volgende streng beschermde grondgebonden zoogdieren: eekhoorn, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel. Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er prooiresten aangetroffen die kunnen duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie door een steenmarter. Het is op basis van het veldbezoek niet uit te sluiten dat de steenmarter een vaste rust- of verblijfplaats in de bebouwing heeft. Daarbij maakt het perceel mogelijk onderdeel uit van het functionele leefgebied (zie hoofdstuk 6). Hermelijn, wezel en bunzing De hermelijn, wezel en bunzing maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen, maar ook houtwallen, steenhopen en ruimtes onder boomwortels als vaste rust- en verblijfplaats.

Dergelijke ruimten en holen zijn op de onderzoekslocatie beperkt aanwezig. Tevens is de locatie midden in een woonwijk gelegen en zeer versteend. Vanwege de minimale geschiktheid van het habitat in combinatie met de geïsoleerde ligging kan het voorkomen en verstoring van desbetreffende soorten redelijkerwijs worden uitgesloten. Eekhoorn De gegevens van de NDFF tonen de aanwezigheid van de eekhoorn in nabijheid van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie vormt minimaal geschikt habitat voor de eekhoorn. De hoge bomen en begroeiing op de onderzoekslocatie konden door het aanwezige bladerdek niet goed worden onder-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10799217/1