CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-59 RV Bijlage 1 Tekst gewijzigde GR MRE 2021

Commissie Algemene Zaken 14 oktober 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Wijziging in gemeenschappelijke regeling MRE17.312 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING METROPOOLREGIO EINDHOVEN 2021

De gemeenteraden en de colleges van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre, ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd

In aanmerking nemende dat, •

• •

• • • • • •

De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in ZuidoostBrabant hun onderlinge samenwerking vastgelegd hebben in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 (gewijzigd in november 2017 in verband met het schrappen van taken op het gebied van de Centrale leerlingen registratie); de samenwerking gericht is op het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de regio, om op die manier het vestigings- en verblijfsklimaat voor onze inwoners en bedrijven te stimuleren. de voorgestane wijze van samenwerken in de regio om een bestuurlijk arrangement vraagt dat enerzijds snel aangepast kan worden aan de inhoud van de samenwerking c.q.

de regionale opgaven waar de gemeenten voor staan en anderzijds recht doet aan de eisen van democratische legitimatie; om die reden in de gemeenschappelijke regeling van de Metropoolregio Eindhoven een hoofdstuk is opgenomen over het instellen van overlegorganen, dat nader wordt uitgewerkt in een door het algemeen bestuur van de Metropoolregio Eindhoven vast te stellen statuut; de raden en de colleges hun onderlinge samenwerking in 2017 hebben geëvalueerd; op basis van de evaluatie een Samenwerkingsakkoord 2019-2022 is opgesteld; het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 als uitgangspunt dient voor een aangepaste werkwijze van samenwerken binnen de contouren van het eerder ingestelde openbaar lichaam; met het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling de uitgangspunten van de aangepaste werkwijze juridisch worden verankerd waarbij tevens een actualisatie van het takenpakket van de Metropoolregio wordt doorgevoerd. De aangepaste werkwijze nader wordt uitgewerkt in een nieuw statuut Overlegorganen Metropoolregio Eindhoven, dat als zodanig een onverbrekelijk geheel vormt met deze gemeenschappelijke regeling.

Besluiten: De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 te wijzigen zodat deze komt te luiden als volgt:

1

HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Begripsbepalingen Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. b. Regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. c. Metropoolregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze gemeenschappelijke regeling. d. Gemeenten: de raden en colleges van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. e. Colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. f. Raden: de gemeenteraden van de gemeenten. g. Bestuurscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet. h. regionale agenda: het periodiek vast te stellen strategische beleidsdocument dat de inhoud van de samenwerking bepaalt. i. Thema: de in de regionale agenda door de gemeenten benoemde maatschappelijke thema’s waarop structureel wordt samengewerkt. j. Regionale opgave: de beleidsinspanningen die gemeenten in het kader van de regeling leveren met het oog op het bereiken van de doelstellingen op de thema’s van de regionale agenda.

Openbaar lichaam Artikel 2 1. 2. 3. 4. 5.

Er is een openbaar lichaam, genaamd: ‘Metropoolregio Eindhoven’. Het is gevestigd te Eindhoven. Onderdelen van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam kunnen in de verschillende deelnemende gemeenten gehuisvest zijn. Het bestuur van de Metropoolregio bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. De bestuursorganen laten zich in hun taakuitoefening bijstaan door commissies van advies en andere overlegorganen. Samenstelling en werkwijze van deze overlegorganen is geregeld in een onderliggend statuut.

2

HOOFDSTUK 2

BELANGEN, DOEL, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Belangen en Doelen Artikel 3 1. De regeling is getroffen met het oog op het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de regio, om op die manier het vestigings- en verblijfsklimaat voor onze inwoners en bedrijven te stimuleren. Daartoe organiseert de Metropoolregio een adequate vorm van samenwerking tussen gemeenten onderling en tussen overheid en maatschappelijke partners ter behartiging van de gezamenlijke belangen op de thema’s zoals nader uitgewerkt in een regionale agenda. 2. Als voortzetting van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven behartigt de Metropoolregio tevens het belang van de gemeenten bij een zorgvuldig beheer van de taken van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven, zoals die na datum van inwerkingtreding van deze wijziging van de regeling nog bestaan. 3. Zolang het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (hierna: het RHCe) deel blijft uitmaken van de Metropoolregio, treffen de raden en colleges deze regeling eveneens met het oog op het behartigen van de gemeentelijke belangen op het gebied van cultuurhistorie en erfgoedbeheer.

Taken Artikel 4 1. Ter bereiking van het doel waartoe zij is opgericht, richt de Metropoolregio zich op de navolgende taken: a. Het opstellen van een regionale agenda. b. Het organiseren van de inzet van gemeenten op de thema’s van de regionale agenda. c. Het gezamenlijk optrekken van gemeenten, op de thema’s van de regionale agenda , naar provincie, rijksoverheid, Europese en internationale instellingen, -bedrijven en overheden. d. Het inzetten van regionale investerings- en stimuleringsfondsen binnen de thema’s van de regionale agenda. 2. De taken die bij de belangenbehartiging als bedoeld in artikel 3, tweede lid, horen, luiden als volgt: a. Het beheer van de fondsen en voorzieningen, verkregen uit de verkoop van de NV RAZOB ter dekking van de verplichtingen ten aanzien van de eindafwerking en de nazorg van de stortplaats en de ontwikkeling van het Landgoed Gulbergen alsmede het optreden als grondeigenaar van het landgoed dat uit het beheer voortvloeit. b. Optreden als contractspartij namens de gemeenten, in de rechtsverhouding tussen de Vereniging van Contractanten, Afvalsturing Brabant en Attero N.V. c.q. de rechtsopvolgers, inzake de verwerking van restafval en GFT-afval, alsmede het beheren van dat contract. 3. De taken die bij de belangenbehartiging als bedoeld in artikel 3, derde lid, horen, luiden als volgt: a.

Het initiëren en stimuleren van en participeren in initiatieven op het gebied van cultuurhistorie en erfgoedbeheer. b. De zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden welke krachtens de Archiefwet 1995 naar de archiefbewaarplaats(en) van de Metropoolregio zijn overgebracht. c. Het toezicht op de niet-overgebrachte archiefbescheiden van de gemeenten en de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. d. Het adviseren van de gemeenten en de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op het gebied van de inrichting van de documentaire informatiehuishouding. 4. Het bepaalde in lid 3, is niet van toepassing op de gemeente Gemert-Bakel.

3

Bevoegdheden Artikel 5 1.

2.

3.

4.

Onverminderd de rechtstreeks door de wet aan haar toegekende bevoegdheden, is het bestuur van de Metropoolregio ter uitoefening van haar taken, genoemd in artikel 4, eerste lid, bevoegd: a. Algemeen verbindende voorschriften te geven omtrent: het instellen en beheren van regionale investerings- en stimuleringsfondsen; de eigen organisatie en bedrijfsvoering. b. Een regionale agenda vast te stellen. c. Het oprichten van onderscheidenlijk deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daarvan, onverminderd het bepaalde in artikel 31a van de wet. d. Een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen vast te stellen en te wijzigen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke regeling. e. Met één of meer gemeenten samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met betrekking tot ondersteunende dienstverlening. De bevoegdheden die het bestuur van de Metropoolregio heeft ter uitoefening van de taken als bedoeld in artikel 4, tweede lid, luiden als volgt: a. Landgoed Gulbergen: het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen als grondeigenaar van het landgoed en het doen van uitgaven uit het fonds en de voorzieningen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a. b.

Vereniging van contractanten: het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, genoemd in de onderliggende overeenkomst met de gemeenten en afvalorganisaties. De bevoegdheden van het bestuur behorende bij de taken als bedoeld in artikel 4, derde lid, zijn; a. Het vaststellen van een verordening als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Archiefwet 1995 voor de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van alle bestuursorganen van de gemeenten die naar de regionale archiefbewaarplaats(en) zijn overgebracht. b. Het aanwijzen van de gemeentelijke archiefbewaarplaats(en) als bedoeld in artikel 31 van de Archiefwet 1995. Aan deze bevoegdheid wordt uitvoering gegeven door het aanwijzen van één of meer regionale archiefbewaarplaatsen. c. Het benoemen, schorsen en ontslaan van een gemeentearchivaris als bedoeld in artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995, in de persoon van een streekarchivaris. d. Het vaststellen van een verordening als bedoeld in de Archiefwet, met betrekking tot het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de gemeenten door de streekarchivaris. Onder het toezicht valt ook het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van gemeenschappelijke organen en/of de organen van openbare lichamen, voor zover dat toezicht door een voorziening of het ontbreken daarvan bij een deelnemende gemeente berust. e.

Het heffen van rechten ter zake van het genot van door of vanwege het RHCe geleverde diensten aan particulieren. Het bepaalde in het derde lid, is niet van toepassing op de gemeente Gemert-Bakel.

4

HOOFDSTUK 3

NADERE UITWERKING TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Regionale agenda Artikel 6 1. Het algemeen bestuur stelt na aanvang van een nieuwe bestuursperiode een regionale agenda vast voor een periode van vier jaren, waarin wordt vastgelegd: - het gezamenlijke toekomstbeeld van de regio; - de thema’s waarop wordt samengewerkt alsmede de van het toekomstbeeld afgeleide strategie op de thema’s; - de regionale opgaven die op de thema’s in gezamenlijkheid worden opgepakt en door de gemeenten worden uitgevoerd; 2. De regionale agenda werkt in zoverre door in het beleid van gemeenten dat zij richtinggevend is bij het maken van bindende afspraken tussen de betrokken gemeenten over de thema’s onderscheidenlijk de regionale opgaven, via bijvoorbeeld convenanten, uitvoeringsarrangementen of businesscases. 3. De regionale agenda is voorts richtinggevend bij het bovenregionaal positioneren van de regio door de bestuursorganen van de Metropoolregio. 4. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de regionale agenda en de daarop gebaseerde voortgangsrapportages ligt bij de gemeenten. Voor zover bindende afspraken worden gemaakt, worden die vastgelegd in convenanten of beleidsovereenkomsten. De Metropoolregio heeft geen bevoegdheden aangaande de uitvoering van de regionale opgaven die uit de regionale agenda voortkomen, anders dan in de regeling genoemd. Uitvoering van de Regionale opgaven is een verantwoordelijkheid van de gemeenten.

De Metropoolregio is niet bevoegd hierover rechtens bindende besluiten te nemen, behoudens expliciet overeengekomen afspraken over het uitvoeren van bestuursbevoegdheden tussen de colleges.

Regionaal Stimuleringsfonds Artikel 7 1. Het Regionaal stimuleringsfonds strekt tot cofinanciering van projecten die bijdragen aan de economische structuurversterking van de regio en die passen binnen de kaders van de regionale agenda. 2. Het Regionaal stimuleringsfonds kan behalve als projectfinanciering in voorkomende gevallen ook ingezet worden als programmafinanciering. 3. Het algemeen bestuur stelt voor de wijze van verdeling van de beschikbare middelen voorschriften op. 4. Het regionale stimuleringsfonds wordt gevoed door een verplichte gemeentelijke bijdrage op basis van het inwonertal van de gemeenten en door eventuele bijdragen van derde partijen. Artikel 1van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 5. De bijdrage wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting voor het daaropvolgende begrotingsjaar vastgesteld door de algemeen bestuur. 6. Het bedrag per inwoner is voor iedere gemeente gelijk.

5

HOOFDSTUK 4

BESTUURSORGANEN

Organen Artikel 8 Het openbaar lichaam kent de volgende organen: a. b. c. d.

het algemeen bestuur; het dagelijks bestuur; de voorzitter; de door het bestuur ingestelde bestuurscommissies en commissies van advies.

HOOFDSTUK 5

HET ALGEMEEN BESTUUR

Samenstelling Artikel 9 1. De raden van de deelnemende gemeenten wijzen ieder één lid van het algemeen bestuur aan. De raad van de gemeente Eindhoven en van de gemeente Helmond wijzen voorts hun burgemeester aan als lid van het algemeen bestuur. Bovendien wijst de raad van de gemeente wiens lid door het algemeen bestuur wordt aangewezen als lid van het dagelijks bestuur ook een tweede lid aan. 2. De raden wijzen voor ieder lid van het algemeen bestuur een plaatsvervangend lid aan. Waar in dit artikel wordt gesproken over leden worden daarmee tevens de plaatsvervangende leden bedoeld. 3. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een zittingsduur van 4 jaar en treden af op de dag waarop in het kader van een nieuwe zittingsperiode de raad een besluit neemt tot aanwijzing van de leden en plaatsvervangend leden van het algemeen bestuur. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 4. Wanneer het lidmaatschap van de raad of het college van burgemeester en wethouders eindigt, eindigt ook het lidmaatschap van het algemeen bestuur. 5. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door mededeling aan het algemeen bestuur en aan de raad die het lid heeft aangewezen. 6. Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst de daartoe bevoegde raad zo spoedig mogelijk een nieuw (plaatsvervangend) lid aan. 7.

Een lid van het algemeen bestuur dat op basis van het vijfde lid van dit artikel zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen. 8. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen. 9. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één der gemeenten dan wel door of vanwege het bestuur van de Metropoolregio aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld zij die in dienst van één der gemeenten dan wel van de Metropoolregio op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.

6

Werkwijze Artikel 10 1.

2. 3.

4. 5.

6.

Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement, en de daarin aangebrachte wijzigingen, worden aan de raden gezonden. De artikelen 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 32 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan niet bij of krachtens de wet is afgeweken. Het reglement van orde bevat bepalingen over de mogelijkheid van digitaal vergaderen. Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar. Vergaderingen kunnen ingelast worden wanneer de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig acht, of wanneer tenminste een vijfde gedeelte van de leden van het algemeen bestuur, onder opgave van redenen, dit schriftelijk verzoekt. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer ten minste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden hierom verzoeken en het algemeen bestuur hiertoe besluit of de voorzitter dit nodig acht. In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting; b. de vaststelling van de jaarrekening; c. de vaststelling en actualisering van de regionale agenda; d. de vaststelling van het liquidatieplan; e. het verlenen van ontslag aan een lid van het dagelijks bestuur; f.

de vaststelling of wijziging van gemeenschappelijke regelingen tussen de Metropoolregio en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke regeling, waarbij het algemeen bestuur deelnemer is; g. de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan. Derden kunnen worden uitgenodigd aan de beraadslagingen van het algemeen bestuur deel te nemen.

Taken en bevoegdheden Artikel 11 De taken en bevoegdheden die de Metropoolregio bij of krachtens de wet en deze regeling toegekend heeft gekregen, berusten bij het algemeen bestuur tenzij bij wet of in deze regeling anders is bepaald.

Besluitvorming Artikel 12 1. Bij het nemen van besluiten heeft ieder lid van het algemeen bestuur in de vergadering twee stemmen. 2. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, hebben de leden, aangewezen door de raden van Eindhoven en Helmond en door de raad van de gemeente die een extra lid mag aanwijzen op grond van het bepaalde in artikel 9, eerste lid, laatste volzin, ieder één stem. 3. De besluitvorming vindt met uitzondering van het bepaalde in het vierde lid plaats bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. 4. Voor het tot stand komen van een beslissing over vaststelling van de begroting, begrotingswijzigingen, jaarrekening en regionale agenda is een gekwalificeerde meerderheid vereist van drie/vierde van hen die een stem uitbrengen.

7

5. Het algemeen bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het totale aantal stemgerechtigde leden van het algemeen bestuur aanwezig is. 6. Jaarlijks wordt een vergaderschema vastgesteld van de data waarop begroting en rekening worden behandeld. 7. Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in het vijfde lid niet aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te vinden. 8. Het algemeen bestuur kan bij toepassing van het zevende lid over alle onderwerpen met uitzondering van de begroting, een begrotingswijziging, jaarrekening en de regionale agenda, beraadslagen en besluiten nemen ongeacht het aantal aanwezige leden.

Geheimhouding Artikel 13 Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur haar opheft.

8

HOOFDSTUK 6

HET DAGELIJKS BESTUUR

Samenstelling Artikel 14 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit: a. De voorzitter, zijnde de burgemeester van Eindhoven. b. De vicevoorzitter, zijnde de burgemeester van Helmond. c. Ten minste één uit het algemeen bestuur afkomstige lid, dat door het algemeen bestuur is aangewezen om zitting te nemen in het dagelijks bestuur. 2. Verdere uit het algemeen bestuur afkomstige leden die door het algemeen bestuur kunnen worden aangewezen om zitting te nemen in het dagelijks bestuur. 3. bij samenstelling van het dagelijks bestuur wordt gestreefd naar zo veel mogelijk regionale spreiding (De Peel, De Kempen, het Stedelijk Gebied Eindhoven en de A2-gemeenten).

Zittingsduur Artikel 15 1. Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van elke zittingsperiode de 3 leden van het dagelijks bestuur aan, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c. 2. Eventuele overige leden van het dagelijks bestuur kunnen door het algemeen bestuur worden aangewezen in iedere andere vergadering dan die bedoeld in het eerste lid van dit artikel. 3. De leden van het dagelijks bestuur treden als lid van dat bestuur af op de dag, waarop de zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 4. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt, wijst het algemeen bestuur, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel, een nieuw lid aan.

Werkwijze Artikel 16 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter oordeelt of tenminste twee leden de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 2. De artikelen 53, 54 en 56 tot en met 59, van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt gezonden. 4. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelen de leden van het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden, onverminderd het bepaalde in artikel 33c van de wet.

9

Taken en Bevoegdheden Artikel 17 1. Het dagelijks bestuur is in elk geval belast met: a. het voeren van het dagelijks bestuur van de Metropoolregio, voor zover niet bij of krachtens de wet of deze regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. een voortdurend toezicht op al wat de Metropoolregio aangaat, waaronder in het bijzonder het bewaken van de regionale strategie op thema’s die zijn genoemd in de vigerende regionale agenda en het borgen van de kwaliteit van de samenwerking; c. het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en, voor zover van toepassing, ter beslissing zal worden voorgelegd; d. het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; e. het voorstaan van de belangen van de Metropoolregio bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor de Metropoolregio van belang is; f. de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de Metropoolregio; g. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; h. het houden van toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de gemeenten en de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van de gemeenten die naar de regionale archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 2. Het dagelijks bestuur is bij zijn taakuitoefening in elk geval bevoegd: a.

regels vast te stellen over de organisatie en bedrijfsvoering van de Metropoolregio, met uitzondering van het statuut, als bedoeld in artikel 2, vijfde lid juncto artikel 21, derde lid van deze regeling; b. ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan, voor zover die bevoegdheid niet is voorbehouden aan het algemeen bestuur; c. het benoemen, schorsen, ontslaan van de streekarchivaris; d. privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, waaronder met een of meer gemeenten samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met betrekking tot ondersteunende dienstverlening op contractbasis voor taken waarmee het bestuur van de Metropoolregio belast is. e. een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen vast te stellen en te wijzigen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke regeling, voor zover het collegebevoegdheden betreft; f. rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop verrichten, tenzij het algemeen bestuur voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit. 3.

Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, met uitzondering van: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. het vaststellen van de regionale agenda; d. het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften; e. het oprichten van of deelnemen in een stichting, maatschap, vennootschap, coöperatie en vereniging dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan; f. het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur/secretaris; g. het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing; h. het vaststellen van het statuut als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, juncto artikel 21, derde lid van deze regeling. 4. Voor zover de privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder d, verandering brengen in eigendomsrechten van registergoederen alsmede verandering brengen in beperkte rechten daarop, behoeven zij uitdrukkelijk de voorafgaande instemming van het algemeen bestuur. Uitgezonderd van die instemming zijn rechtshandelingen ten aanzien van beperkte rechten die worden gevestigd, overgedragen of waarvan afstand wordt gedaan ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen.

10

Geheimhouding Artikel 18 1. Het dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het dagelijks bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens de vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het dagelijks bestuur haar opheft. 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het dagelijks bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel het algemeen bestuur haar opheft.

HOOFDSTUK 7

VOORZITTER

Aanwijzing Artikel 19 1. De burgemeester van Eindhoven is de voorzitter van de Metropoolregio. 2. Bij verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen door de vicevoorzitter of bij verhindering of ontstentenis van de vicevoorzitter door de tweede vicevoorzitter. 3. Het bepaalde in artikel 15, derde lid en vierde lid, is op de voorzitter van overeenkomstige toepassing.

Rol en Taken Artikel 20 1 2 3 4 5

De voorzitter is het nationale en internationale boegbeeld van de regio. In het kader van deze taak brengt de voorzitter de regionale agenda in op (inter)nationale en regionale podia. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De voorzitter draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken. Alle stukken, die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend. De voorzitter vertegenwoordigt de Metropoolregio in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging aan de vicevoorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dan wel, met instemming van het dagelijks bestuur, een andere gemachtigde opdragen. In rechtsgedingen tussen de Metropoolregio en de gemeente, waarvan de voorzitter lid van het bestuur is, wordt de voorzitter vervangen door de vicevoorzitter.

11

HOOFDSTUK 8

OVERLEGORGANEN, BESTUURSCOMMISSIES, ADVIESCOMMISSIES

Overlegorganen Artikel 21 1. 2. 3.

Het algemeen bestuur kan overlegorganen instellen. Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de raden in ieder geval een Raadstafel21 in. Werkwijze en samenstelling van overlegorganen worden geregeld in een statuut.

Bestuurscommissies Artikel 22 1. 2.

Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, onverminderd het bepaalde in artikel 25 van de wet. Een lid van het dagelijks bestuur is voorzitter van een commissie als bedoeld in het eerste lid.

Commissies van advies Artikel 23 1. 2.

Het algemeen bestuur kan besluiten commissies van advies in te stellen, onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de wet. De instelling van commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter, geschiedt door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk van de voorzitter, onverminderd het bepaalde in artikel 24, derde lid, van de wet.

HOOFDSTUK 9

VOORHANGPROCEDURE, REGIONALE BIJEENKOMST

De raden Artikel 24 1.

Het algemeen bestuur maakt van de bevoegdheid tot vaststellen van de regionale agenda en van de bevoegdheden als neergelegd in artikel 5 eerst lid, onder c en d, geen gebruik dan nadat de raden een ontwerp besluit of een voornemen tot vaststelling is toegezonden en zij gedurende een periode van ten minste twee maanden in de gelegenheid zijn gesteld wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het algemeen bestuur.

12

2.

3. 4. 5.

Het algemeen bestuur kan besluiten andere dossiers dan die genoemd in het eerste lid, te onderwerpen aan dezelfde voorhangprocedure als bedoeld in het eerste lid. Daartoe behoort in ieder geval: a. een voorstel inzake het instellen van een commissie als bedoeld in artikel 22 van de regeling; b. een voorstel voor een liquidatieplan in verband met een voorgenomen opheffing van de regeling. Het dagelijks bestuur maakt in zijn uiteindelijke voorstel aan het algemeen bestuur over de onderwerpen, genoemd in het eerste en tweede lid, melding van de ontvangen reacties en zijn visie daarop. Het algemeen bestuur stuurt voorstellen die betrekking hebben op een wijziging van de regeling toe aan de raden door tussenkomst van de colleges, waarbij de raden ten minste twee maanden voor besluitvorming wordt geboden. Het algemeen bestuur maakt geen gebruik van de mogelijkheden om de raden een reactie te vragen als bedoeld in het tweede lid indien naar het oordeel van algemeen bestuur om redenen van spoed eerdere besluitvorming noodzakelijk is.

De colleges Artikel 25 Het dagelijks bestuur maakt van de bevoegdheid neergelegd in artikel 5, eerste lid, onder d, voor zover het een collegeregeling betreft, geen gebruik dan nadat de colleges een ontwerpbesluit is toegezonden en zij gedurende een periode van ten minste twee maanden in de gelegenheid zijn gesteld wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur.

Regionale bijeenkomst Artikel 26 Het dagelijks bestuur organiseert twee keer per jaar een bijeenkomst voor college- en raadsleden, waarin de ontwikkeling van de regio centraal staat. Aan de orde komen onder meer de regionale opgaven voor de komende periode en de resultaten van de afgelopen periode.

HOOFDSTUK 10

INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN TERUGROEPING

Dagelijks bestuur / algemeen bestuur Artikel 27 1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 2. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Het algemeen bestuur regelt van welke besluiten van het dagelijks bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur. Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen bepalen waarin met ter inzage legging kan worden volstaan. Het dagelijks bestuur laat de kennisgeving of ter inzage legging achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang.

13

4. Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, ontslag verlenen.

Metropoolregio / raden Artikel 28 1. Het bestuur van de Metropoolregio verstrekt schriftelijk aan de colleges en de raden de door een of meer leden van die colleges en raden gevraagde inlichtingen zo spoedig mogelijk, voor zover dat niet strijdig is met het openbaar belang. 2. De inlichtingen worden in ieder geval binnen twee maanden schriftelijk verstrekt en wel door het dagelijks bestuur, tenzij de inlichtingen uitdrukkelijk van het algemeen bestuur of de voorzitter worden verlangd.

Lid algemeen bestuur / raden Artikel 29 1. Het lid van het algemeen bestuur is aan de raad die dit lid heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem of haar in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 2. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raad die hem of haar heeft aangewezen de door een of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van die raad of schriftelijk verstrekt. 3. De raad kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur, indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. 4. Het reglement van orde van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid.

HOOFDSTUK 11

PERSONEEL EN ORGANISATIE

Ambtelijke organisatie Artikel 30 1. 2.

3. 4.

De Metropoolregio heeft ter ondersteuning van de bestuurlijke samenwerking in de regio een eigen ambtelijke organisatie, aan het hoofd waarvan de directeur staat. De ambtelijke organisatie van de Metropoolregio: a. ondersteunt de gemeenten door vanuit het overheidsdomein de samenwerking te realiseren die noodzakelijk is om als regio krachtig innovatief te zijn en te blijven; b. ondersteunt de gemeenten bij de thema’s van de regionale agenda; c. verbindt partijen in hun gezamenlijke belangen om regionale ambities waar te maken. De ambtelijke organisatie van de Metropoolregio kan daarnaast op contractbasis van gemeenten tijdelijke opdrachten uitvoeren die passen binnen de regionale agenda. Deze opdrachten worden bekostigd door de opdrachtgevers. Het dagelijks bestuur regelt de organisatie en de werkwijze van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio.

14

Directeur / secretaris Artikel 31 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Het algemeen bestuur beslist over benoeming, schorsing en ontslag van de directeur. De directeur bekleedt tevens de functie van secretaris. Waar in deze regeling verder gesproken wordt van directeur, wordt daarmee tevens de functie van secretaris bedoeld. Voor een benoeming wordt door het dagelijks bestuur een aanbeveling gedaan. De directeur is voor het dagelijks bestuur ambtelijk opdrachtnemer en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken door de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio. De directeur wordt formeel aangestuurd door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur bij diens verhindering of ontstentenis. Het dagelijks bestuur kan in spoedeisende gevallen tot schorsing overgaan. Het dagelijks bestuur doet van een besluit als bedoeld in het vorige lid onmiddellijk mededeling aan het algemeen bestuur. Het besluit tot schorsing vervalt wanneer het algemeen bestuur het niet in zijn eerstvolgende vergadering bekrachtigt. Op de directeur en diens plaatsvervanger(s) is artikel 102 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Taak Artikel 32 1. 2. 3. 4.

De directeur is het hoofd van de ambtelijke organisatie en geeft daaraan leiding en sturing. De directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatieontwikkeling, innovatie en de bedrijfsvoering van het ambtelijk apparaat. De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de advies- en overlegorganen bij de uitoefening van hun taak terzijde. De directeur krijgt de opdracht om regionale verbindingen te leggen en het regionale systeem van samenwerken te optimaliseren. De directeur is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur aanwezig. De directeur pleegt structureel overleg met de strategische adviseurs, dan wel gemeentesecretarissen van de gemeenten in het belang van het functioneren van de Metropoolregio en het voorbereiden van bijeenkomsten.

Rechtspositie Artikel 33 Het dagelijks bestuur besluit over de benoeming, de schorsing en het ontslag van de overige ambtenaren en ander personeel. Artikel 34 1. 2.

Het dagelijks bestuur stelt voor het personeel van het openbaar lichaam de arbeidsvoorwaarden vast conform de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO). Het dagelijks bestuur beslist over de toepassing van eventuele overige arbeidsvoorwaarden.

15

HOOFDSTUK 12

FINANCIËLE BEPALINGEN

Vergoedingen Artikel 35 1. 2. 3.

Het algemeen bestuur kan alleen voor zijn leden, de leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter bij verordening een tegemoetkoming in de kosten vaststellen. Deze verordening bevat regels omtrent de hoogte en de toekenning van de tegemoetkoming in de kosten. De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten, mede rekening houdende met de tegemoetkoming in de kosten welke de bestuurder ontvangt uit hoofde van diens lidmaatschap van een van de deelnemende gemeenten. Ten aanzien van de werkzaamheden en de kosten van de leden van de commissies, ingesteld met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, is het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Kadernota en voorlopige jaarrekening Artikel 36 Het dagelijks bestuur zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Begroting Artikel 37 1. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerp begroting op van het openbaar lichaam overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 2. De ontwerp begroting geeft inzicht in de kosten en de te ontvangen inwonerbijdrage van de deelnemende gemeenten. 3. Voor de berekening van de in het tweede lid bedoelde inwonerbijdrage wordt uitgegaan van de berekeningsmethodiek zoals vastgelegd in de Beleidsnotitie kaders P&C-documenten of een document dat eventueel in de plaats treedt van de beleidsnotitie. 4. De ontwerpbegroting en -begrotingswijzigingen worden minimaal acht weken voordat deze worden vastgesteld door het algemeen bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. 5. Nadat de begroting is vastgesteld door het algemeen bestuur, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting met de daarbij horende zienswijzen, aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting vóór 1 augustus van het jaar voorafgaand aan dat jaar waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 7.

Besluiten tot wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen. 8. In afwijking van het bepaalde in het vierde lid vermelde, kunnen begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdragen of tot een afwijking van de bestuurlijk

16

vastgestelde uitgangspunten van financieel beleid, direct worden vastgesteld door het algemeen bestuur.

Voorschotbetaling Artikel 38 De deelnemende gemeenten betalen jaarlijks voor 1 februari en voor 1 augustus van het betreffende jaar telkens de helft van de verschuldigde bijdrage. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke rente verschuldigd.

Jaarrekening Artikel 39 1. 2. 3.

Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de ontwerpjaarrekening met een jaarverslag van het voorgaande jaar op. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast vóór de datum genoemd in de Beleidsnotitie kaders P&C-documenten of een document dat daarvoor in de plaats treedt. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt op, toe aan gedeputeerde staten en de raden.

Financiële gegoedheid Artikel 40 1.

De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat de Metropoolregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het dagelijks bestuur blijkt dat één van de gemeenten weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het dagelijks bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.

Financiële voorschriften Artikel 41 1.

2.

Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Deze verordening als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval regels over: a. waardering en afschrijving van activa; b. algemene doelstellingen en te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie, alsmede de administratieve organisatie van de financieringsfunctie, daaronder begrepen taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening.

17

3. 4. 5. 6. 7. 8.

Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. Het algemeen bestuur wijst de accountant aan die belast wordt met de controle op de in artikel 40 genoemde jaarrekening. De accountant zendt de accountantsverklaring en een accountantsverslag aan het algemeen bestuur. De verordeningen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden na vaststelling gezonden aan gedeputeerde staten en aan de colleges van de gemeenten. De Metropoolregio verzekert zich tenminste tegen: a. burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen; b. wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade. Als de verzekering een voor rekening van de Metropoolregio komende schade niet dekt wordt deze gedragen door de Metropoolregio.

HOOFDSTUK 13

ARCHIEF

Archiefbescheiden Artikel 42 1. 2. 3. 4.

5.

Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de Metropoolregio. Dit overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen archiefverordening, die aan gedeputeerde staten moet worden medegedeeld. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de Metropoolregio is belast de in artikel 5, derde lid, onder c, bedoelde archivaris van de regionale bewaarplaats. Bij opheffing van de regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Archiefwet 1995. De overeenkomstig artikel 5 van de Archiefwet 1995 voor de gemeente Eindhoven ontworpen en vastgestelde selectielijst(en) zijn van overeenkomstige toepassing op de Metropoolregio. De Metropoolregio blijft bevoegd om overeenkomstig artikel 5 van de Archiefwet 1995 nieuwe en/of aanvullende selectielijsten te (doen) ontwerpen en te laten vaststellen. De bepalingen bij en krachtens de Archiefwet 1995 gesteld voor gemeenten, zijn van overeenkomstige toepassing op de Metropoolregio, tenzij in dit hoofdstuk daarin anders is voorzien.

Waar in die bepalingen gesproken wordt over de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, wordt daarvoor respectievelijk in de plaats gesteld de Metropoolregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 43 Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de Metropoolregio is aangewezen de regionale archiefbewaarplaats, aangewezen overeenkomstig artikel 5, derde lid, sub b, van deze regeling. Artikel 44 Zodra het wetsvoorstel tot vervanging van de Archiefwet 1995 door de Archiefwet 2021 tot wet is verheven, worden verwijzingen naar de Archiefwet 1995 geacht te zijn gedaan naar overeenkomstige bepalingen van de Archiefwet 2021.

18

HOOFDSTUK 14

TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

Toetreding Artikel 45 1. 2. 3. 4. 5.

Toetreding van een raad en college van een gemeente kan plaatsvinden bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van de raad en college van die gemeente. De colleges en raden van de gemeenten dienen in te stemmen met de toetreding van een gemeentebestuur tot deze regeling middels een gezamenlijk besluit tot wijziging van de regeling. Het algemeen bestuur kan aan de toetreding nadere voorwaarden verbinden. De toetreding gaat in met ingang van de datum, genoemd in het gezamenlijke besluit, bedoeld in het tweede lid. De gemeenteraad van de toegetreden gemeente gaat zo spoedig mogelijk over tot het aanwijzen van (plaatsvervangende) leden in het algemeen bestuur.

Uittreding Artikel 46 1. 2. 3.

De raad of het college van een gemeente kan uittreden uit de regeling door toezending aan het algemeen bestuur van daartoe strekkende besluiten. Het algemeen bestuur regelt na overleg met het betrokken bestuursorgaan, de financiële verplichtingen, alsmede de overige gevolgen van de uittreding. De uittreding kan niet eerder plaatsvinden dan op 1 januari van het jaar volgend op dat waarin de door uittreding noodzakelijke wijziging van de gemeenschappelijke regeling in werking is getreden.

Wijziging of opheffing Artikel 47 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Een voorstel tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door de raden van ten minste twee gemeenten. De regeling wordt gewijzigd indien de colleges en raden van de deelnemende gemeenten daartoe eensluidend besluiten. Een besluit tot opheffing van deze regeling wordt niet genomen voordat de betreffende bestuursorganen van de gemeenten daarmee hebben ingestemd. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden van de gemeenten gedurende twee maanden hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de Metropoolregio. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. Het bestuur van de Metropoolregio blijft ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.

19

HOOFDSTUK 15

GESCHILLENBESLECHTING

Geschillen Artikel 48 Geschillen omtrent de toepassing van de regeling, in de ruimste zin, tussen besturen van de gemeenten of tussen besturen van een of meer gemeenten en het bestuur van de Metropoolregio worden, overeenkomstig artikel 28 van de Wgr, beslist door gedeputeerde staten.

Klachten Artikel 49 Voor de behandeling van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt door het algemeen bestuur een voorziening getroffen.

HOOFDSTUK 16

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Inwerkingtreding Artikel 50 1. 2. 3.

De regeling is een voortzetting van de regeling Metropoolregio Eindhoven 2015. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt op 1 januari 2022 in werking, onverminderd het bepaalde in artikel 26, derde lid, van de wet. Het college van de gemeente Eindhoven draagt zorg voor tijdige bekendmaking van de regeling in alle gemeenten in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad

Citeertitel Artikel 51 Deze regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2021’.

20

TOELICHTING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING METROPOOLREGIO EINDHOVEN 2021 Algemeen Onze regio kent een lange traditie van regionale samenwerking. In 1993 ontstond het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE) uit de samenvoeging van het Gewest Helmond en de regio Eindhoven-Kempenland. Het SRE vervulde mede Wgr-plus taken die op 1 januari 2015 door wetswijziging vervielen. Vooruitlopend op deze wetswijziging werd in de vergadering van de SRE Regioraad van 13 december 2012 de basis gelegd voor een transformatie van een van wetswege opgelegde samenwerking met eigen bevoegdheden, naar een netwerksamenwerking. In de SRE Regioraad van 19 februari 2014 werd het tweede deel van het Transformatieplan SRE vastgesteld. De formele vertaling hiervan kreeg vorm in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015, als wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Regio Eindhoven 2005. In november 2017 is de regeling gewijzigd in verband met de overdracht van taken op het gebied van de Centrale leerlingen registratie naar de GGD. Door de Regioraad SRE is bij de vaststelling van het Transformatieplan ervoor gekozen een aantal taken over te dragen aan gemeenten en subregio’s. Tevens gingen na de wetswijziging plus-taken op het gebied van mobiliteit over naar de provincie.

Taken welke niet overgedragen konden worden bleven op juridische, financiële en organisatorische gronden onder beheer van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven, in juridische opzicht de voortzetting van het SRE. De samenwerking in de nieuwe opzet is conform afspraak in 2017 geëvalueerd. Die evaluatie en aansluitend het Updateproces (2018) vormden de basis voor het Samenwerkingsakkoord 2019-2022, vastgesteld door het Algemeen Bestuur Metropoolregio Eindhoven op 27 maart 2019. In het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 – tevens de Regionale Agenda voor die periode- is de missie van de samenwerking binnen de Metropoolregio Eindhoven opgenomen. Er is gekozen voor focus op thema’s die invulling geven aan de missie, mede gelet op het totale samenwerkingslandschap in Zuidoost Brabant en het voorkomen van dubbel werk. Daarnaast bevat het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 afspraken over de vormgeving van de samenwerking en de governance.

Zoals ook de overweging was bij de transformatie van SRE naar MRE is besloten is vast te houden aan het behouden van de zelfstandige juridische entiteit, omdat dit het voordeel biedt dat het kan fungeren als gezamenlijk bestuursorgaan en betaalautoriteit (overheidsbijdrage aan Brainport Development en het stimuleren van de regionale economie door het Stimuleringsfonds).Verder is de kaderstellende en controlerende rol van de raden bij een Gemeenschappelijke Regeling wettelijk geregeld. Tenslotte draagt dit bij aan de externe uitstraling van onze samenwerking en regio. Besloten is vast te houden aan een “gemeenschappelijk openbaar lichaam” (Wet gemeenschappelijke regelingen) omdat deze entiteit uitgaat van een geleed bestuur, dat wil zeggen een algemeen bestuur waarin alle deelnemende gemeenten vertegenwoordigd moeten zijn dat toeziet op het dagelijks bestuur. Voorts omdat een gemeenschappelijk openbaar lichaam de mogelijkheid biedt tot eigen personeel en vermogen. In het Samenwerkingsakkoord is opgenomen om tot en met 2020 ervaring op te doen met de vernieuwde governance en op basis daarvan in 2021 een gewijzigde gemeenschappelijke regeling vast te stellen. Dit tevens in afwachting van meer duidelijkheid over de verhouding van de Metropoolregio Eindhoven tot Gulbergen en het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven.

Over dit laatst genoemde dienstonderdeel is door het Algemeen Bestuur in december 2020 het advies van de Bestuurscommissie RHCe overgenomen om de taken van het RHCe, zoals die uit wet- en regelgeving en uit de tekst van de gemeenschappelijke regeling voortvloeien, onverkort voort te zetten, en de huidige uitvoeringsactiviteiten, dienstverlening en werkwijzen van het RHCe te continueren. Over de bestuurlijke positionering van het RHCe is medio 2021 nog geen besluit genomen.

21

De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2021 is derhalve een gewijzigde voortzetting van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 (inclusief de wijziging in 2017), waarbij de wijzigingen voortkomen uit: - De afspraken in het Samenwerkingsakkoord 2019 – 2022 over de vormgeving van de samenwerking en de governance; - De ervaring die is opgedaan met de vernieuwde governance; - Besluiten van het Algemeen Bestuur over de verhouding van de Metropoolregio Eindhoven tot Gulbergen. Tevens zijn bepalingen over overgedragen en afgeronde taken verwijderd, en zijn bepalingen waar nodig verduidelijkt of genderneutraal geformuleerd. Kortheidshalve en vooruitlopend op de navolgende artikelsgewijze toelichting voorziet de regeling in het vaststellen van een regionale agenda na aanvang van een nieuwe bestuursperiode, voor 4 jaar. In de regionale agenda is het toekomstbeeld van de regio beschreven en de strategie op de thema’s waarop wordt samengewerkt, met de missie van de samenwerking als uitgangspunt Voor deze 4 jaarlijkse regionale agenda wordt een proces ingericht waarin de colleges en raden van de deelnemende gemeenten centraal staan en input kunnen leveren. De concept agenda wordt na vrijgave door het algemeen bestuur voor wensen en bedenkingen voorgelegd aan de raden. Formele vaststelling vindt plaats in het algemeen bestuur.

Jaarlijks wordt vanuit de regionale agenda voor elk specifiek thema een werkprogramma vastgesteld door het algemeen bestuur met daarin de concrete acties en te bereiken mijlpalen voor dat specifieke jaar. Besluitvorming in het algemeen bestuur vindt plaats op basis van de voorhangprocedure (zienswijzen). Elk van de thema’s uit de regionale agenda krijgt bestuurlijk uitvoering in een portefeuillehoudersoverleg. Alle verantwoordelijke wethouders van de 21 gemeenten hebben zitting in het portefeuillehoudersoverleg. Een portefeuillehoudersoverleg is een door het algemeen bestuur in te stellen overlegorgaan. Evenals in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 zijn de verplichte wettelijke organen (de voorzitter, het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur) in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2021 opgenomen. Dat geldt ook voor de bestuurscommissie (Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe)) en eventuele commissies van advies. Overlegorganen zijn geen formele bestuursorganen van de Metropoolregio. Hiervoor wordt door het algemeen bestuur het Statuut Overlegorganen Metropoolregio Eindhoven vastgesteld.

Mocht het in de praktijk nodig zijn wijzigingen in de werkwijze van overlegorganen door te voeren dan kan dat snel gerealiseerd worden zonder dat aan de bevoegde bestuursorganen van de deelnemende gemeenten om instemming gevraagd behoeft te worden. In 2019 is het Statuut Overlegorganen reeds in overeenstemming gebracht met de afspraken in het Samenwerkingsakkoord 2019 – 2022 over de vormgeving van de samenwerking en de governance, voor zover toen mogelijk binnen de grenzen van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015. De wijzigingen in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2021 zijn weer verwerkt in een wijziging van het Statuut. Het dagelijks bestuur heeft een taak in het borgen van de regionale lange termijn strategie. Daarom werd in het Samenwerkingsakkoord 2019 – 2022 voorzien in uitbreiding van het Dagelijks Bestuur met de voorzitters van de inhoudelijke portefeuillehoudersoverleggen. Omdat een dergelijke uitbreiding van het dagelijks bestuur toen niet mogelijk was, zijn de voorzitters van de portefeuillehoudersoverleggen benoemd als adviseur van het dagelijks bestuur. De positieve ervaring met deze manier van werken heeft ertoe geleid dat deze invulling van de governance wordt voortgezet.

Wel biedt de gewijzigde regeling nu de mogelijkheid het aantal leden van het dagelijks bestuur uit te breiden met leden afkomstig uit het algemeen bestuur. In voorkomend geval benoemt de gemeente, waaruit het lid afkomstig is, een nieuw lid van het Algemeen bestuur. In 2015 is de Raadstafel21 gevormd. De Raadstafel21 biedt een forum voor raadsleden, als een lichte (informele) en flexibele samenwerking waarin twee raadsleden per gemeente zijn vertegenwoordigd. Deze raadsleden vervullen in hun raden een ambassadeursfunctie, ze zijn de ‘voelsprieten’ van de Metropoolregio Eindhoven naar de gemeenteraden en vice versa van de 21 gemeenten. In het Samenwerkingsakkoord 2019 – 2022 is opgenomen dat de informele rol van de Raadstafel21 wordt gecontinueerd. De ervaring die is opgedaan met de Raadstafel21 heeft ertoe geleid dat in de regeling is opgenomen dat de Raadstafel21 een in te stellen overlegorgaan is. In het Statuut Overlegorganen is de rol van de Raadstafel21 nader uitgewerkt.

22

Een verwachte wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (zie volgend) kan in de toekomst aanleiding geven tot verdere aanpassingen van dit en andere onderdelen van de gemeenschappelijke regeling.

Wettelijk kader Op deze gemeenschappelijke regeling is van toepassing de Wet gemeenschappelijke regelingen. Met wijziging van de Wet in 2015 zijn een aantal duale elementen ingevoerd in de werkwijze van een gemeenschappelijke regeling, waarbij een openbaar lichaam is ingesteld. Zo heeft het dagelijks bestuur eigen bevoegdheden gekregen en heeft het algemeen bestuur ruimere bevoegdheden bij het controleren van het dagelijks bestuur bij haar taakuitoefening. Ook is de democratische legitimatie verbeterd, bijvoorbeeld door het verruimen van de reactietermijn van raden voor het kenbaar maken van een zienswijze op het ontwerp begroting van het openbaar lichaam. Op het moment van schrijven van deze gemeenschappelijke regeling is een verdere wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in procedure bij het parlement. Het wetsvoorstel met nummer 35513 strekt ertoe de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende rol van gemeenteraden bij taken die in gemeenschappelijke regelingen worden uitgevoerd te versterken. Dat gebeurt door meer ruimte te geven voor keuzes omtrent de werking van een gemeenschappelijke regeling, bijvoorbeeld door te kiezen voor een gemeenschappelijke adviescommissie of het gebruik van zienswijzen door gemeenteraden 1.

De beoogde wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn nog niet doorgevoerd in de deze gemeenschappelijke regeling. Besloten is de implementatietermijn van twee jaar te benutten om zeker te stellen dat straks alle aanpassingen meegenomen worden. Dat zal dan in samenhang gebeuren met een aanpassing van de andere drie gemeenschappelijke regelingen waaraan de 21 gemeenten in de regio allen deelnemen (GGD, Veiligheidsregio en Omgevingsdienst). Overigens voldoet de huidige regeling al voor een groot gedeelte aan de nieuwe en voorziene bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De democratische legitimatie van besluiten door de Metropoolregio is een vooraanstaand aspect van de samenwerking. Dit blijkt ook nu weer met de keuze om de Raadstafel21 op te nemen in de gemeenschappelijke regeling als een in te stellen overlegorgaan. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de rol en positie van de lokale raden ten opzichte van de Metropoolregio. Democratische legitimatie De gemeenschappelijke regeling van de Metropoolregio is een gemengde regeling. Hierin worden op beperkte schaal raads- en collegebevoegdheden belegd. Deze bevoegdheden moeten op grond van de wet helder worden omschreven in de gemeenschappelijke regeling.

Deels is dat relevant voor de gang van zaken in het rechtsverkeer, deels is dat ook van belang voor de democratische verantwoording aan de raden van de deelnemende gemeenten. De Metropoolregio Eindhoven is aan te merken als een vorm van verlengd lokaal bestuur. Beslissingsmacht over uitvoering van de regionale agenda ligt bij de gemeenten. De eigenstandige bevoegdheden van de Metropoolregio als de plaats waar strategie wordt ontwikkeld, blijven beperkt tot het vaststellen van de regionale agenda, begroting, werkprogramma’s, jaarrekening en het stellen van algemeen verbindende voorschriften inzake het beheer van investeringsen stimuleringsfondsen en de eigen organisatie en bedrijfsvoering. In het voorgestane besturingsmodel ligt het accent bij de strategische samenwerking op de kaderstelling door de gemeenteraden. Door hun betrokkenheid bij de voorbereiding en het bekrachtigen van de regionale agenda voordat deze door het algemeen bestuur wordt vastgesteld is de inhoudelijke betrokkenheid bij en finale besluitvorming door de gemeenteraden gewaarborgd. Datzelfde geldt voor de vaststelling van het werkprogramma dat jaarlijks aan de gemeenteraad voor het kenbaar maken van een zienswijze wordt aangeboden. Concrete uitvoering van de regionale agenda is zoals gezegd een 1 Memorie van Toelichting bij wetsvoorstel tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10593879/2