CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-59 RV Bijlage 1 Tekst gewijzigde GR MRE 2021

Gemeenteraad 4 november 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven17.312 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

enige andere wetten in verband met de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen.

23

zaak van de gemeenten gezamenlijk en wordt zo nodig geregeld via af te sluiten convenanten of soortgelijke uitvoeringsarrangementen. De Metropoolregio is belast met de registratie van de uitvoering van de door de gemeenten gemaakte afspraken zoals omschreven in de regionale agenda en eventuele uitvoeringsarrangementen. Het is de bedoeling dat de voortgang van de werkzaamheden door de colleges actief ter hand genomen en gemonitord wordt door het dagelijks bestuur, zodat deze zo nodig bijgestuurd kunnen worden. De colleges van burgemeester en wethouders kunnen daarover periodiek aan hun gemeenteraden rapporteren De Wet gemeenschappelijke regelingen kent een expliciete regeling van verantwoording, inlichtingenplicht en ontslagmogelijkheid. Die regeling heeft in de eerste plaats betrekking op de verhouding dagelijks bestuur en algemeen bestuur, maar daarnaast ook op het lid van het algemeen bestuur naar de eigen gemeenteraad. Daarnaast is het college van burgemeester en wethouders zowel individueel als ook gezamenlijk op grond van de Gemeentewet verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad voor het gevoerde bestuur (zie artikel 169 Gemeentewet). De gemeenteraad bestaat uit de gekozen volksvertegenwoordigers, die door hun verkiezing democratisch gelegitimeerd zijn.

Zo kan een raad gebruik maken van het enquêterecht ex artikel 155a Gemeentewet ten aanzien van de eigen bestuurders. De gemeentelijke rekenkamer(commissie) kan onderzoek doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid bij de Metropoolregio (artikel 184 Gemeentewet). In financieel opzicht zijn de gemeenteraden in positie omdat zij jaarlijks hun zienswijze kenbaar kunnen maken over de ontwerp-begroting. Door toezending van de jaarrekening van het openbaar lichaam wordt achteraf verantwoording afgelegd. Eerder is dat intern gebeurd bij de aanbieding van de jaarrekening door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam. Ten slotte wordt opgemerkt dat indien een tussentijdse begrotingswijziging nodig is, die leidt tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdrage, de raden van de deelnemende gemeenten wederom in de gelegenheid zijn zich daarover uit te spreken en hun zienswijze kenbaar te maken. Het aangaan van een gemeenschappelijke regeling leidt tot een bestuurlijk complexe situatie. Hiervoor is aangegeven dat er voor de gemeenteraden als democratisch gekozen volksvertegenwoordiging wel degelijk juridische mogelijkheden aanwezig zijn om betrokken te blijven bij het functioneren van gemeenschappelijke regelingen en om de door hen aangewezen leden van het algemeen bestuur verantwoording te blijven vragen.

Wel is het zo dat het aangaan van een samenwerking met andere gemeenten binnen een openbaar lichaam leidt tot gezamenlijk genomen besluiten waarbij de invloed van individuele gemeenteraden afneemt. Rode draad is en blijft ook naar de toekomst toe de zorg voor het goed blijven onderhouden van een tijdige adequate informatievoorziening naar de raden van de deelnemende gemeenten.

24

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING Artikel 2

Openbaar lichaam

De Metropoolregio Eindhoven - evenals haar voorganger het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven - bezit als openbaar lichaam rechtspersoonlijkheid. Deze status wordt in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2021 gecontinueerd. De Metropoolregio Eindhoven kan hierdoor zelfstandig aan het rechtsverkeer deelnemen en optreden als betaalautoriteit. In het vijfde lid wordt gemeld dat de verschillende overlegorganen geregeld zullen worden in een statuut. Die keuze is gemaakt enerzijds om veel bestuurlijke drukte te vermijden en anderzijds om slagvaardig te kunnen opereren bij noodzakelijk geachte wijzigingen in de overlegstructuur. Voor de Raadstafel21 is in die zin een uitzondering gemaakt dat dit overlegorgaan expliciet genoemd is in de gemeenschappelijke regeling. Het bestaan als zodanig van dit beraad als intermediair tussen de bestuursorganen van de Metropoolregio en de raden van de gemeenten is daarmee verzekerd. Artikel 3

Belangen en Doelen

De Wet gemeenschappelijke regelingen verplicht een of meer belangen te benoemen (artikel 1, eerste lid en artikel 10, eerste lid van de Wgr). Deze moeten helder zijn omschreven omdat een open taakstelling wettelijk niet is toegestaan (gesloten huishouding). De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven benoemt verschillende te behartigen belangen. De belangen die de Metropoolregio primair dient, zijn opgenomen in artikel 3, eerste tot en met derde lid. Verschil met de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 daarbij is dat de thema’s waarop wordt samengewerkt niet langer expliciet worden genoemd. In plaats daarvan wordt verwezen naar de regionale agenda. In die regionale agenda bepalen de gemeenten de thema’s van de samenwerking, passend bij het oogmerk van de samenwerking zoals omschreven in artikel 3, 1e lid. Die thema’s kunnen wisselen. Het bevordert enerzijds de flexibiliteit om te kunnen inspelen op maatschappelijke behoeften terwijl anderzijds voldaan wordt aan het wettelijke uitgangspunt dat de gemeenten de huishouding van het samenwerkingsverband bepalen.

De Metropoolregio is met de wijziging van deze gemeenschappelijke regeling niet langer in staat (tijdelijke) thema’s op zich te nemen voor een deel van de gemeenten die niet zijn opgenomen in de regionale agenda Bij dit alles is het van belang een goed onderscheid te maken tussen thema’s van de samenwerking en de regionale opgaven. Het oppakken van de regionale opgaven binnen de thema’s wordt geregeld via het werkprogramma. Hoewel gemeenten via voorhangprocedures en de overlegorganen een grote mate invloed hebben op de samenstelling van het werkprogramma, ligt de finale besluitvorming daarover bij de Metropoolregio. De in artikel 3, tweede en derde lid, genoemde belangen, vloeien voort uit het functioneren van het voormalige Samenwerkingsverband Regio Eindhoven en duren al dan niet tijdelijk voort na het inwerkingtreden van deze gewijzigde gemeenschappelijke regeling.

Artikel 4

Taken

De in artikel 4, eerste lid, benoemde taken zijn gericht op het tot stand brengen van de regionale strategie op de thema’s. De thema’s worden uitgewerkt in de regionale agenda (thans genoemd het samenwerkingsakkoord, zie hierna) . De eigenlijke taken van de Metropoolregio derhalve. In de omschrijving van de taken komt voorts tot uitdrukking dat de Metropoolregio een faciliterende organisatie is ten behoeve van de deelnemende gemeenten. Om de strategische opgaven van de Metropoolregio vorm te kunnen geven is inzet van het regionale investerings- en stimuleringsfonds cruciaal gebleken. Dat vraagt om een adequaat beheer en verantwoording, ook naar andere overheden. Een bijzondere taak van de Metropoolregio op het gebied van regionale stimulering betreft de bestuurlijke deelname aan de Stichting Brainport, het aandeelhouderschap in Brainport Development

25

NV en het verstrekken van de jaarlijkse subsidie (“basisfinanciering”) aan Brainport Development NV. In de ontstaansgeschiedenis van Brainport Development vormde het Stimuleringsfonds oorspronkelijk een van de financieringsbronnen, geleidelijk is dit overgegaan naar een separaat in de begroting opgenomen bijdrage. Voor de financiering int de Metropoolregio via de begroting separaat de bijdragen van de gemeenten. De Metropoolregio Eindhoven fungeert voor de financierende overheden als enige subsidiënt van Brainport Development NV. Daarmee wordt de administratieve last laag gehouden. De Metropoolregio Eindhoven sluit telkens voor een periode van 4 jaar met Brainport Development een uitvoeringsovereenkomst. Artikel 4, derde lid, heeft betrekking op de taken van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (afgekort: RHCe). Naast uitvoeren van de wettelijke taken op het gebied van archiefzorg heeft het RHCe ook een taak op het vlak van bewaren en toegankelijk maken van het cultureel erfgoed van de regio. Er is voorafgaand aan het opstellen van de Gemeenschappelijke regeling 2015 een bestuurlijke discussie geweest over het bedrijfsmatig functioneren. Die is op 19 februari 2014 afgesloten met de vaststelling van een geactualiseerd bedrijfsplan 2014-2017 door het algemeen bestuur van het SRE. De verdeling van de kosten over de deelnemende gemeenten is vereenvoudigd.

De kosten worden verdeeld op basis van óf inwoneraantal óf strekkende meters archief. Het toezicht op de taakuitoefening is sinds 2015 belegd bij de bestuurscommissie RHCe. De vraag is gesteld of het beheer van het RHCe nog wel thuis hoort binnen de Metropoolregio Eindhoven. Vooralsnog wordt deze beheertaak gehandhaafd binnen deze gemeenschappelijke regeling. In 2018 is voor de bedrijfsvoering een verbetertraject doorlopen. Vervolgens is in samenspraak met de 20 deelnemende gemeenten (inclusief een voorhangprocedure) naar taakscenario’s voor de toekomst gekeken. Op 16 december 2020 heeft het Algemeen Bestuur MRE op verzoek van de BC RHCe het volgende besloten: - De taken van het RHCe, zoals die uit wet- en regelgeving en uit de tekst van de gemeenschappelijke regeling voortvloeien, onverkort voort te zetten, - De huidige uitvoeringsactiviteiten, dienstverlening en werkwijzen van het RHCe te continueren, - De advisering aan gemeenten te intensiveren (met name informatica en archivistiek), - Met zusterinstelling(en) samen te werken ten voordele van dienstverlening aan gemeenten, instellingen en burgers (o.m. functionaliteit en toepassingsgebieden van het e-depot). Over de bestuurlijke positionering van het RHCe is medio 2021 nog geen besluit genomen. De toekomst zal moeten uitwijzen of andere bestuurlijke opties voor het onderbrengen van deze overheidstaak de voorkeur verdienen.

Het dagelijks bestuur van de Metropoolregio Eindhoven zal in samenspraak met de bestuurscommissie RHCe daarover rapporteren aan het algemeen bestuur. Artikel 5

Bevoegdheden

Het openbaar lichaam is de meest vergaande vorm van samenwerking waaraan in beginsel alle gemeentelijke bevoegdheden kunnen worden overgedragen waaronder de verordenende bevoegdheid van de gemeenteraad. Bij het redigeren van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven is hiervan een bescheiden gebruik gemaakt. De over te dragen verordenende bevoegdheid van de Metropoolregio is beperkt tot het beheer en instellen van regionale investerings- en stimuleringsfondsen. Die fondsen dienen betrekking te hebben op één van de thema’s waarop samengewerkt wordt. Het overdragen van verordende bevoegdheden heeft te maken met het wettelijk vereiste dat de te verstrekken uitkeringen(subsidies of renteloze leningen uit genoemde fondsen) gebaseerd moeten zijn op een wettelijke grondslag. Naast deze overgedragen bevoegdheid, behoeft de organisatie een zelfstandige verordenende bevoegdheid ten behoeve van de eigen organisatie en bedrijfsvoering (bijvoorbeeld Statuut Overlegorganen, Archiefverordening, Verordening Bestuurscommissie Regionaal Historisch Centrum Eindhoven). De Metropoolregio Eindhoven heeft met uitzondering van het Stimuleringsfonds en het optreden voor de financierende overheden als enige subsidiënt van Brainport Development NV geen bevoegdheden ten aanzien van de uitvoering van de regionale opgaven.

Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk om dat gezamenlijk en al dan niet in samenwerking met het bedrijfsleven en onderwijs te regelen. Daarvoor zullen door de bestuurlijke trekkers allianties gesmeed moeten worden via de overlegorganen van de

26

Metropoolregio. Dat is pas anders als de deelnemende gemeenten de Metropoolregio machtigen namens hen gezamenlijke afspraken te maken. De bevoegdheid van het bestuur om zelfstandig deel te nemen aan andere gemeenschappelijke regelingen vloeit voort uit de wens om slagvaardig te kunnen opereren. Middels de in hoofdstuk 9 opgenomen voorhangprocedure is de terugkoppeling naar respectievelijk de colleges en raden van de deelnemende gemeenten vooraf verzekerd. De bevoegdheden ten aanzien van de beheertaken en het RHCe komen overeen met de huidige afspraken. Per beheertaak zijn die uitgesplitst. De overdracht van bevoegdheden door gemeenten aan de Metropoolregio op het gebied van respectievelijk de zorg voor, het beheer van en het toezicht op de archiefbescheiden, brengt met zich mee dat zij dienaangaande geen voorschriften kunnen stellen. Zo zijn zij niet bevoegd zelf een gemeentelijke archiefbewaarplaats voor de over te brengen archiefbescheiden aan te wijzen en is ook de benoeming van de archivaris overgedragen aan de Metropoolregio. In specifieke gemeenschappelijke regelingen, zoals Dommelvallei en de A2, kan hiervan niet worden afgeweken, nu een bevoegdheid maar eenmaal kan worden overgedragen.

Deze regel leidt dan in zoverre weer tot de uitzondering, dat in geval aan een openbaar lichaam bevoegdheden worden gedelegeerd of het haar eigen bevoegdheden betreft, de onderliggende gemeenschappelijke regeling een voorziening dient te bevatten over de zorg en het beheer van de eigen archiefbescheiden, waarbij kan worden afgeweken van de regeling over het RHCe. Tot slot verdient het opmerking dat op het moment van schrijven van deze gewijzigde gemeenschappelijke regeling een wetsvoorstel aanhangig is om de Archiefwet 1995 te vervangen door een nieuwe archiefwet. Artikel 6

Regionale agenda

De regionale agenda bevat de toekomstvisie en de strategie van de gemeenten in de regio Eindhoven op de thema’s. De regionale agenda is de spreekwoordelijke stip aan de horizon voor de gemeenten. De regionale agenda biedt een lange termijn perspectief en een programma met een doorkijk van 4 jaar. Met het vaststellen van het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 is voor het laatst een regionale agenda vastgesteld. Omwille van een uniforme begripsomschrijving zal in het vervolg gesproken worden over een regionale agenda en dus niet over een samenwerkingsakkoord.. De regionale agenda wordt iedere bestuursperiode opnieuw vastgesteld door het algemeen bestuur nadat alle gemeenten zich daarover uitgesproken hebben. Mocht een nieuwe regionale agenda tot verschuiving leiden in de thema’s waarop wordt samengewerkt, dan zal gemeenten gevraagd worden daarover een expliciet besluit te nemen. Dit met het oog op het bepaalde in artikel; 10, derde lid, van de Wgr. Anders dan bij de thema’s worden de regionale opgaven, dus de beleidsinspanningen die de diverse partijen leveren met het oog op het bereiken van de doelstellingen op de thema’s van de regionale agenda, ieder jaar opnieuw vastgesteld door het algemeen bestuur van de Metropoolregio. Dat zijn de werkprogramma’s. Uiteraard gaat aan die vaststelling een voorhangprocedure vooraf.

Het stelt de gemeenten in staat de gewenste adaptiviteit een kenmerkend onderdeel van de samenwerking te laten zijn. Randvoorwaarde binnen adaptiviteit is en blijft dat elke keuze meerwaarde moet hebben om met de 21 gemeenten gezamenlijk op te pakken, urgent is, niet op een andere schaal belegd kan worden of door een andere organisatie opgepakt kan worden en ,tot slot, van toegevoegde waarde moet zijn voor het grotere doel: het handhaven en uitbouwen van het unieke economische profiel 2. Het vaststellen van de werkprogramma’s volgt enkele maanden na vaststelling van de begroting voor het betreffende jaar, vooraf of kort na aanvang van het betreffende jaar. Door de koppeling aan de begroting van de Metropoolregio Eindhoven zijn de raden van de gemeenten in de gelegenheid ook over de voorgestelde beleidsinspanningen op de thema’s van de regionale agenda hun opvattingen kenbaar te maken aan het algemeen bestuur. Uitgangspunt is dat de regionale agenda door de deelnemende gemeenten wordt aangemerkt als het strategisch beleidsdocument voor de door de gemeenten gezamenlijk op te pakken regionale thema’s 2 Pagina’s 7 en 27 van het Samenwerkingsakkoord 2019-2022

27

en de daarop gebaseerde opgaven. Met behoud van eigen bevoegdheden conformeren de bevoegde organen van de gemeenten zich aan de algemene doelstelling van de samenwerking: het realiseren van de opgaven in de Regionale agenda ter versterking van de internationale concurrentiepositie van de regio. Op die manier kunnen gemeenten elkaar aanspreken op het maken van elkaar bindende afspraken. Door op deze manier samen te werken, ondersteund door de Metropoolregio, kan meer bestuurskracht gegenereerd worden. Dat maakt het ook mogelijk de regio Eindhoven landelijk sterker te positioneren als de Brainport van Nederland. Gemeenten zijn de dragende pijlers van de Metropoolregio. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de regionale agenda en de daarop gebaseerde jaarlijkse werkprogramma’s. Afspraken hierover kunnen desgewenst vastgelegd worden in convenanten of beleidsovereenkomsten met daarbij behorende financiële arrangementen. Deze financiële afspraken worden niet opgenomen in de begroting van de Metropoolregio Eindhoven doch in de begrotingen van de betrokken gemeenten. Artikel 7

Regionaal Stimuleringsfonds / Investeringsfondsen

Binnen de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Regio Eindhoven was formeel geborgd het Stimuleringsfonds. Bij de voortzetting van voornoemd samenwerkingsverband in de Metropoolregio Eindhoven is besloten dit fonds en de voeding ervan te handhaven. Ook de Metropoolregio Eindhoven wil een bijdrage leveren aan de economische structuurversterking van de regio. Regionale middelen worden ingezet voor cofinanciering. Dat wil zeggen dat ook andere partijen (Europa, Rijk, Provincie, gemeenten, private partners) een bijdrage leveren aan samenwerkingsprojecten met een aantoonbaar regionaal economisch effect. De afgelopen jaren heeft dit vorm gekregen middels een bijdrage uit het provinciale programma Economie & Innovatie, die jaarlijks aan de middelen van het Stimuleringsfonds is toegevoegd. De middelen worden met name ingezet op projecten die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen van de regionale agenda. Daarmee wordt het structuurversterkende karakter van het Stimuleringsfonds geborgd. Het algemeen bestuur stelt voor de wijze van verdeling van de beschikbare middelen voorschriften op. Daarnaast is er in het verleden vanuit het programma Gebiedsgerichte Economische Ontwikkeling, de op individuele MKB-ers gerichte SRE Adviesregeling ontstaan. Deze SAR heeft tot doel om vernieuwende bedrijfsmatige activiteiten te stimuleren.

De regeling richt zich op structurele bedrijfsmatige activiteiten in de vrijetijdseconomie en/of plattelandseconomie. Daarbij gaat het met name om die MKB bedrijven te ondersteunen, die in én voor de doelregio een toegevoegde waarde leveren. Tot de plattelandseconomie worden ook die activiteiten in het stedelijk gebied gerekend, die een duidelijke relatie en daardoor meerwaarde hebben respectievelijk met en voor het landelijk gebied. De SAR is vormgegeven als subregeling onder het Stimuleringsfonds. In de nadere uitwerking is gekozen voor de volgende uitgangspunten: a. De besluiten van het algemeen bestuur tot vaststelling van de gemeentelijke basisbijdrage zijn gebonden aan het vereiste van een gekwalificeerde meerderheid van het aantal aanwezige stemmen (via de begroting). Uitgangspunt daarbij is met name het creëren van een zo breed mogelijk draagvlak. b. Bij voorstellen aan het algemeen bestuur over de vaststelling van de inwonerbijdrage en bij het verleggen van accenten in de besteding, laat het dagelijks bestuur zich adviseren door een overleg van portefeuillehouders. c. De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van het regionale ambitieniveau. Dit ambitieniveau dient te zijn aangegeven in de regionale agenda.

Het algemeen bestuur van de Metropoolregio stelt een verordening op die de werkwijze regelt voor de subsidieverlening ten laste van het Stimuleringsfonds en de daaronder ressorterende subfondsen. In die subsidieverordening kan het dagelijks bestuur bevoegd worden verklaard nadere regels vast te stellen. Bij de bestedingen uit het Stimuleringsfonds laat het dagelijks bestuur zich adviseren door een adviesgroep bestaande uit vertegenwoordigers van regiogemeenten, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Verantwoording achteraf vindt plaats in het algemeen bestuur door de voorzitter van de adviesgroep. De voorzitter brengt het gevoelen van het algemeen bestuur vervolgens weer in bij de adviesgroep van het Stimuleringsfonds.

28

Artikel 8

Bestuursorganen

In dit artikel worden de formele bestuursorganen van het openbaar lichaam vermeld. Zij representeren de ‘government’ van de Metropoolregio. Daarvan moet worden onderscheiden de ‘governance’ van de samenwerking. Met dat Engelstalige begrip wordt de wijze van samenwerken aangeduid langs meer informele lijnen. Die governance kan flexibel worden ingericht al naar gelang de inhoud van de voorliggende maatschappelijke opgaven. In het verleden heeft op deze wijze een regionaal platform gefunctioneerd. Verder waren er bestuurlijke ‘werkplaatsen’ en ‘gesprekstafels’ actief waarin de thema’s en regionale opgaven nader werden verkend en nader uitgewerkt. Deze zogenaamde overlegorganen zijn inmiddels vervangen door een overleg van portefeuillehouders per thema en de Raadstafel21.Ook de halfjaarlijkse regionale bijeenkomst van collegeleden en raadsleden verdient hier vermelding. Mocht in de werkwijze en samenstelling van deze overlegorganen in de toekomst verandering optreden, dan kan dat relatief eenvoudig geregeld worden via het Statuut Overlegorganen van de Metropoolregio Eindhoven. Op deze wijze wordt uitdrukking gegeven aan het principe om bij de samenwerking het primaat bij gemeenten te leggen, flexibel te zijn en te werken in wisselende coalities.

Vanwege de kaderstellende en controlerende rol van de raden bij de samenwerking is ervoor gekozen de Raadstafel21 in de gemeenschappelijke regeling op te nemen als een in te stellen overlegorgaan. Verwezen wordt naar de toelichting op artikel 21. Artikel 9

Samenstelling van het algemeen bestuur

In lid 1 is aangegeven, dat de leden van het algemeen bestuur door de raden van de gemeenten kunnen worden aangewezen: uit hun midden en uit burgemeester en wethouders. Dit vloeit voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Raadsleden kunnen bij een gemengde regeling waarbij raads- en collegebevoegdheden worden ingebracht niet uitgesloten worden van het lidmaatschap van het algemeen of dagelijks bestuur. Bij het opstellen van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 is uitgangspunt geweest dat de colleges van burgemeester en wethouders een centrale rol vervullen als het gaat om beleidsontwikkeling op het niveau van de Metropoolregio. Dat komt ook tot uiting in de centrale rol van het overleg van portefeuillehouders, waarin leden van alle colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten vertegenwoordigd zijn. Om genoemde reden wordt daarom sterk de voorkeur gegeven aan een algemeen bestuur dat is samengesteld uit leden van de colleges van burgemeester en wethouders. Door het houden van halfjaarlijkse regiobijeenkomsten voor collegeleden en raadsleden worden de raadsleden periodiek bijgepraat over de ontwikkelingen die spelen op het niveau van de metropoolregio. De gemeenteraden zijn in positie als het gaat om de oordeelsvorming over de regionale agenda en de jaarlijkse werkprogramma’s respectievelijk begroting.

Bij die gelegenheden kunnen zij hun zienswijze kenbaar maken en vervolgens ook verantwoording nemen voor de uitvoering van regionale opgaven waarbij hun gemeente betrokken is. Verder heeft ook de al eerder genoemde Raadstafel21 een centrale rol bij het in positie brengen van de raden ten aanzien van hun kaderstellende en controlerende rol. De Raadstafel21 kan beschouwd worden als intermediair tussen raden en de Metropoolregio. In de context van artikel 9 tot en met 13 wordt daarbij opgemerkt dat Raadstafel21 geen formele rol heeft in het functioneren van het algemeen bestuur. Op grond van artikel 10 lid 6 kunnen leden van de Raadstafel21 wel worden uitgenodigd om deel te nemen aan de beraadslagingen. Sinds 2015 is expliciet geregeld in de gemeenschappelijke regeling dat de burgemeester van Eindhoven wordt aangewezen als voorzitter van de Metropoolregio. Daarvoor is het nodig dat de gemeenteraad van Eindhoven haar burgemeester aanwijst als lid van het algemeen bestuur. Een zelfde regeling dient te worden getroffen voor de vicevoorzitter; de burgemeester van Helmond. Hun aanwijzing als lid van het algemeen bestuur dient dus nadrukkelijk in samenhang te worden bezien met de specifieke functie, genoemd in artikel 15 en artikel 19.

Het algemeen bestuur bestaat uit ten minste 24 leden: 18 gemeenten vaardigen één lid af, de gemeenten die een lid van het dagelijks bestuur leveren, ieder 2 leden. Het dagelijks bestuur bestaat uit ten minste 3 leden, maar kan worden uitgebreid. De stemverhoudingen zijn per gemeente gelijk. Zie hierna, artikel 12.

29

Artikel 10

Werkwijze algemeen bestuur

In artikel 22, eerste lid van de Wgr is geregeld dat het algemeen bestuur een reglement van orde vaststelt. In het reglement van orde worden minimaal regels opgenomen met betrekking tot: - vaststellen vergaderschema; - opstellen agenda, uitnodiging c.q. kennisgeving vergadering en verslaglegging; - wijze van behandeling van voorstellen en besluitvorming; - handhaving van de orde tijdens de vergadering; - besloten- c.q. openheid van vergadering. In beginsel zijn de vergaderingen openbaar. Onder voorwaarden kan besloten worden tot een besloten vergadering. De onderwerpen waarover niet in een besloten vergadering kan worden beraadslaagd of besloten, zijn limitatief opgesomd in de Wet gemeenschappelijke regelingen. De coronamaatregelen hebben in 2020 en 2021 digitaal vergaderen noodzakelijk gemaakt. Dat maakt het gewenst in het reglement van orde hier regels voor op te nemen. Artikel 11

Taken en bevoegdheden

Het algemeen bestuur is bestuurlijk opdrachtgever voor het dagelijks bestuur via de vaststelling van de regionale agenda en de jaarlijkse werkprogramma’s. Het algemeen bestuur besluit op basis van voorstellen die door het dagelijks bestuur worden voorbereid. Ook is het algemeen bestuur de strategische gesprekspartner van het dagelijks bestuur gericht op nieuwe thema’s en binnen bestaande thema’s nieuw op te pakken opgaven. Het algemeen bestuur kan suggesties meegeven aan het dagelijks bestuur voor de uitwerking hiervan. Ieder lid van het algemeen bestuur is, voor wat de samenwerking in algemene zin betreft, ambassadeur in de eigen gemeente en draagt zorg voor verbinding naar eigen raad en college. De Raadstafel21 kan het lid van het algemeen bestuur in deze rol terzijde staan. Aan het algemeen bestuur komen in formeel opzicht alle bevoegdheden toe, voor zover deze niet bij wet of delegatie aan het dagelijks bestuur zijn op- of overgedragen. Aan de mogelijkheid tot overdracht van bevoegdheden aan het dagelijks bestuur stelt de wet beperkingen. Zo kunnen de bevoegdheden tot het vaststellen van de begroting en de jaarrekening, ingevolge de Wgr niet worden overgedragen.

In de gemeenschappelijke regeling is daaraan toegevoegd dat ook de vaststelling van onder meer de regionale agenda, verordeningen en het statuut van de overlegorganen tot het exclusieve domein van het algemeen bestuur behoort. Artikel 12

Besluitvorming

In het sinds 2015 gehanteerde besturingsmodel zijn de gemeenten aan zet. Via de overlegorganen zetten zij de lijnen uit. De vertaling hiervan wordt opgenomen in de regionale agenda waarover de gemeenteraden zich uitspreken. Het wordt van belang geacht dat over de kerndocumenten begroting, begrotingswijzigingen, jaarrekening en regionale agenda breed gedragen overeenstemming bestaat. Om die reden wordt voorgesteld in zoverre te werken met een gekwalificeerde meerderheid van ¾ van hen die een stem hebben uitgebracht. Om te garanderen dat de stem van iedere gemeente even zwaar telt, is ervoor gekozen dat het afgevaardigde lid twee stemmen heeft, met uitzondering van de leden van Eindhoven, Helmond en de gemeenten die een lid van het Dagelijks Bestuur levert. De leden van deze gemeenten hebben ieder één stem. Bij elkaar opgeteld, hebben ook deze gemeenten zo twee stemmen. Bij afwezigheid van één van de leden van het Dagelijks Bestuur waardoor dit uitgangspunt in het gedrang komt ware in de geest hiervan nadere afspraken te maken. Voor het quorum voor besluitvorming is het aantal leden bepalend (eenvoudige meerderheid), voor het bepalen van de meerderheid bij stemmingen, wordt uitgegaan van het aantal uit te brengen stemmen.

Artikel 13

Geheimhouding

Bepaling is gelijk aan bepalingen uit de Gemeentewet die gelden voor raadsvergaderingen.

30

Artikel 14

Samenstelling dagelijks bestuur

In Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 is bepaald dat het dagelijks bestuur bestaat uit de regiovoorzitter en twee leden waaronder de vicevoorzitter. De burgemeesters van beide centrumsteden Eindhoven en Helmond hebben “qualitate qua” een vaste zetel in het dagelijks bestuur. Het derde (wettelijk verplichte) lid van het dagelijks bestuur wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen. In deze Gemeenschappelijke Regeling (2021) wordt de mogelijkheid geboden het dagelijks bestuur uit te breiden met andere door het algemeen bestuur uit haar midden aangewezen perso(o)n(en) om zitting te nemen in het dagelijks bestuur. De complexiteit van de in het dagelijks bestuur belegde opgaven kunnen het gewenst maken deze opgaven te beleggen bij een extra bestuurslid in plaats van bij een adviseur. Het dagelijks bestuur gaat na of daarbij aanwijzing van een 2e en daaropvolgend vicevoorzitter aan de orde is. Artikel 15

Zittingsduur

De zittingsperiode loopt parallel aan de zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur. Opgenomen is de bepaling dat de leden van het dagelijks bestuur hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. Daarmee is bestuurlijke continuïteit verzekerd. Artikel 16

Werkwijze

Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 17

Taken en bevoegdheden

Het dagelijks bestuur is bestuurlijk opdrachtnemer van de regionale agenda en heeft als primaire taak het bewaken van de realisatie van de agenda op het gebied van voortgang en integraliteit in procesmatige zin. Daarnaast heeft het dagelijks bestuur een taak in het borgen van de regionale lange termijn strategie. In het dagelijks bestuur kunnen specifieke complexe opgaven worden belegd3. Zoals op dit moment de afronding van het dossier Landgoed Gulbergen. Ook het dagelijks bestuur heeft een signaalfunctie voor “nieuwe” binnen de Metropoolregio Eindhoven op te pakken thema’s. Daarnaast geeft het dagelijks bestuur sturing aan de samenwerking in het algemeen en de regionale ondersteuningsorganisatie in het bijzonder. Tot slot is het dagelijks bestuur het externe gezicht van de samenwerking. Daarbinnen heeft de voorzitter een speciale rol. De directeur van de regionale ondersteuningsorganisatie Metropoolregio Eindhoven fungeert als secretaris van het dagelijks bestuur. In formeel opzicht verdient vermelding dat het dagelijks bestuur ook eigen, geattribueerde bevoegdheden heeft. Speciale aandacht krijgt de bevoegdheid tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Als grondeigenaar (in casu van het Landgoed Gulbergen) neemt de Metropoolregio hier een bijzondere positie in.

Vanwege het budgetrecht van het algemeen bestuur is in lid 4 bepaald dat privaatrechtelijke rechtshandelingen van het dagelijks bestuur die van invloed zijn op de eigendomssituatie (van het landgoed) en die financiële implicaties hebben, onderhevig zijn aan instemmingsrecht van het algemeen bestuur. We hebben het dan over het vervreemden van het landgoed, maar ook het (opnieuw) vestigen van een erfpacht op de grond van het landgoed. Artikel 18

Geheimhouding

Bepaling is gelijk aan bepalingen uit de Gemeentewet die gelden voor collegevergaderingen.

3 Daarbij laat het dagelijks bestuur zich indien gewenst adviseren door adviescommissies of

bestuurscommissies.

31

Artikel 19

Aanwijzing voorzitter

Expliciet in dit artikel is opgenomen dat de burgemeester van Eindhoven fungeert als voorzitter van de Metropoolregio. De Wet gemeenschappelijke regelingen maakt dit mogelijk. Ook is in de regeling opgenomen dat de burgemeester van Helmond zitting heeft in het dagelijks bestuur en in die hoedanigheid optreedt als vicevoorzitter. De voorzitter is het nationale en internationale boegbeeld van de regio. De voorzitter brengt de agenda van de regio in op (inter)nationale podia en behartigt op basis van deze agenda de belangen van de gemeenten zonder dat de voorzitter daarbij rechtens bindende besluiten neemt. Samen met de overige leden van het dagelijks bestuur is de voorzitter bovendien trekker van de regionale agenda en de internationale acquisitie. In de vertegenwoordigde taken wordt de voorzitter bijgestaan door de vicevoorzitter. Artikel 20

Taken en bevoegdheden

De positie van de voorzitter is vergelijkbaar met die van burgemeester in een gemeente. Indien het noodzakelijk is dat snelle en een doortastend gehandeld wordt ligt het voor de hand dat de voorzitter aan het algemeen bestuur een expliciet mandaat of volmacht vraagt om de Metropoolregio te binden. Op die manier kan binnen het kader van de bevoegdheden van het openbaar lichaam juridische binding verkregen worden. In juridisch opzicht kan de voorzitter geen rechtstreekse en formele binding creëren tussen externe partijen en de gemeenten. Artikel 21

Overlegorganen

Reeds bij de omzetting van de samenwerking van SRE naar MRE is ervoor gekozen de strategische opgaven en de regionale agenda te laten voorbereiden door de gemeenten bij voorkeur in samenwerking met ondernemers, onderwijs en maatschappelijke organisaties. Via het statuut van de overlegorganen kunnen daarvoor verschillende werkvormen worden ingesteld. Medio 2021 zijn dat de portefeuillehoudersoverleggen en de bestuurlijke koplopersgroepen. De Raadstafel21 functioneert ook als zodanig en is daarom ook in de wijziging van het Statuut Overlegorganen opgenomen. Ofschoon de taken, bevoegdheden en werkwijze in het Statuut Overlegorganen zijn geregeld en dus niet zijn opgenomen in de gemeenschappelijk regeling, over ieder van die overlegorganen het volgende: Elk van de benoemde thema’s uit de regionale agenda krijgt bestuurlijk uitvoering in een portefeuillehoudersoverleg. Daarnaast heeft ieder portefeuillehoudersoverleg een signaalfunctie voor “nieuwe” binnen het thema op te pakken opgaven. Alle verantwoordelijke wethouders van de 21 gemeenten hebben zitting in het portefeuillehoudersoverleg. Ieder portefeuillehoudersoverleg stelt jaarlijks een concept-deelwerkprogramma met een financiële paragraaf op. Integratie van de deelprogramma’s tot één integraal concept-werkprogramma vindt plaats in het dagelijks bestuur.

Wethouders kunnen in hun eigen raad (informeel) ophalen welke zaken er binnen hun portefeuille van belang zijn voor het werkprogramma. Ook tijdens de regionale bijeenkomst wordt dit opgehaald. Het definitieve concept-werkprogramma wordt door het dagelijks bestuur in procedure gebracht voor zienswijzen. Ieder lid van het portefeuillehoudersoverleg is daarnaast verantwoordelijk voor de lokale vertaling van de in de regionale agenda vastgelegde afspraken, (inhoudelijke) inbreng en het afleggen van verantwoording in eigen college en raad. De 21 inhoudelijke wethouders van de 21 gemeenten binnen een portefeuillehoudersoverleg formeren uit hun midden een ‘bestuurlijke koplopersgroep’, bestaande uit bestuurders die de diverse deelopgaven verder uitwerken en besluiten voorbereiden. Naast affiniteit en persoonlijke motivatie is ook gespreide herkomst over de Metropoolregio een motivatie voor de samenstelling van een bestuurlijke koplopersgroep. Per portefeuillehoudersoverleg wordt van enkele gemeenten verwacht dat zij ambtelijke capaciteit leveren voor de uitwerking van de inhoudelijke opgaven. Dit geldt bij voorkeur voor gemeenten waarvan de portefeuillehouder deelneemt aan de bestuurlijke koplopersgroep. Samen met medewerkers van de uitvoeringsorganisatie ondersteunen zij het portefeuillehoudersoverleg bij alle werkzaamheden. Externe

32

partners kunnen participeren in de koplopersgroep. In het “plenaire” portefeuillehoudersoverleg ligt het accent op de bestuurlijke discussie en (voorbereiding van) besluitvorming tussen de 21 gemeenten. Externen maken daar geen onderdeel van uit. De leden van ieder portefeuillehoudersoverleg kiezen aan het begin van iedere bestuursperiode uit hun midden een voorzitter en vicevoorzitter. De voorzitters van het portefeuillehoudersoverleg zijn inhoudelijk trekkers van het thema, in lijn met de beschreven opgaven uit deze regionale agenda en bijbehorende acties uit het werkprogramma. Op grond van de ervaring die is opgedaan met deelname van de voorzitters aan beraadslagingen aan het dagelijks bestuur als adviseur wordt deze invulling van de governance voortgezet. Dit bevordert de keuzevrijheid aan het portefeuillehoudersoverleg omdat het voorzitterschap van het inhoudelijk thema overleg niet verbonden is aan het lidmaatschap van het algemeen bestuur. In het statuut is geregeld dat de voorzitters in het algemeen bestuur verantwoording afleggen over de realisatie van de opgaven in hun werkprogramma. De leden van het portefeuillehoudersoverleg leggen ook verantwoording af in hun eigen raad. Naast de portefeuillehoudersoverleggen is voor raadsleden de Raadstafe21 van belang.

In de regeling is opgenomen dat het algemeen bestuur dit overlegorgaan in ieder geval instelt, zodat het bestaan ervan formeel is geborgd. De taken, bevoegdheden en werkwijze zijn geregeld in het Statuut Overlegorganen en komen neer op het volgende. De Raadstafel21 is ontstaan in 2015, toen het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE) werd omgevormd tot Metropoolregio Eindhoven. Betrokken raadsleden wilden de afstand tussen de Metropoolregio Eindhoven en de gemeenteraden verkleinen en de betrokkenheid van de raadsleden vergroten. Een klankbordgroep met raadsleden bedacht de Raadstafel21. De eerste Raadstafel21 bijeenkomst was op 25 november 2015. Alle gemeenteraden in de Metropoolregio benoemen in beginsel twee raadsleden in de Raadstafel21. Iedere gemeente kan ook een plaatsvervangend lid benoemen. De Raadstafel21 is het overlegplatform van raadsleden in de Metropoolregio Eindhoven. De Raadstafel21 heeft geen besluitvormende bevoegdheden, noch maakt zij in formele zin onderdeel uit van de besluitvorming in het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. Met het oog op de primaire taak van de Raadstafel21 is dit overlegorgaan gerechtigd procesvoorstellen in te dienen bij het algemeen bestuur waaruit volgt dat dit zowel gevraagd als ongevraagd kan zijn.

Informatie-uitwisseling, kennisdeling en vervullen van de ambassadeursrol naar de eigen gemeenteraad zijn de belangrijkste functies die de leden vervullen. De Raadstafel21 fungeert als: - schakel tussen gemeenteraden en Metropoolregio; - sparringpartner voor de portefeuillehoudersoverleggen, c.q. voorzitter en vicevoorzitter van het portefeuillehoudersoverleg; - de verbinder tussen bestuur en raad in hun eigen gemeente. raadstafelleden zijn adviesgevers aan de raad en de portefeuillehouders, t.b.v. het bevorderen van de informatie-uitwisseling. klankbord bij de voorbereiding van de Metropoolconferenties. De ambitie van de Raadstafel21 is het samenwerken van 21 autonome gemeenteraden samenwerken als één regio op de thema’s die voor alle 21 gemeenten van belang zijn. Als doel hanteert zij hierbij: - Het in positie brengen van gemeenteraadsleden, zodat zij hun kaderstellende en controlerende rol in de samenwerking kunnen vervullen. - Vergroten van de betrokkenheid van gemeenteraadsleden bij de regionale opgaven. Artikel 22

Bestuurscommissies

Het algemeen bestuur regelt bij verordening de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van in te stellen bestuurscommissies. Bij de regeling van de werkwijze dient ook de openbaarheid geregeld te worden. Het voorzitterschap van de eventueel in te stellen bestuurscommissies berust bij een lid van het dagelijks bestuur. Dit om zoveel mogelijk de integraliteit van het bestuur te waarborgen.

33

Inmiddels heeft het Algemeen Bestuur een verordening vastgesteld, regelend de instelling en het functioneren van de bestuurscommissie RHCe. Artikel 23

Commissies van advies

De bevoegdheid tot instelling van vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur, algemeen bestuur en de voorzitter, berust bij het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze. Het voorzitterschap van de commissies van advies berust bij leden van het dagelijks bestuur. Per 2021 zijn ingesteld de commissie van advies voor Gulbergen en de commissie van advies voor financiën die het dagelijks bestuur voorziet van adviezen over documenten in het kader van de planning en control cyclus, zoals de begroting. De gemeenschappelijke regeling biedt de mogelijkheid ook tijdelijke commissies van advies aan het dagelijks bestuur en de voorzitter in te stellen. De bevoegdheid tot regeling van de bevoegdheden en de samenstelling ligt bij het dagelijks bestuur en de voorzitter zelf. Mocht het al eerder genoemde wetsvoorstel 35513 tot wet worden verheven dan ontstaat bovendien de mogelijkheid voor gemeenten om een gemeenschappelijke commissie van advies in te stellen. Ook dat vergroot de mogelijkheden van de lokale raden om meer invloed uit te oefenen op het functioneren van de Metropoolregio. Artikel 24

Voorhangprocedure gemeenteraden

De gemeenschappelijke regeling is een gemengde regeling (college- en raadsregeling). Om de inhoudelijke betrokkenheid van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten te borgen is in het eerste lid een voorhangprocedure opgenomen met betrekking tot besluiten die de positie van de gemeenten direct raken. Daartoe behoren ingevolge de Wet gemeenschappelijke regelingen ook besluiten inzake deelneming dan wel ontbinding of beëindiging van participatie in privaatrechtelijke rechtspersonen. Ook het aangaan, wijzigen etc. van een gemeenschappelijke regeling is onderworpen aan de voorhangprocedure, althans voor zover het om een raadsregeling handelt die het algemeen bestuur aangaat. In het tweede lid is bepaald dat het algemeen bestuur kan besluiten ook andere onderwerpen voor te hangen bij de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 25

Voorhangprocedure colleges

De gemeenschappelijke regeling is een gemengde regeling (college- en raadsregeling). Om ook de inhoudelijke betrokkenheid van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten te borgen is in het eerste lid vastgelegd dat voorstellen die leiden tot een aangaan van een gemeenschappelijke collegeregeling door het dagelijks bestuur van de Metropoolregio met een ander openbaar lichaam dan wel het wijzigen van of het uitreden uit een dergelijke regeling, worden voorgelegd aan de colleges. Door uit te gaan van een reactietermijn van twee maanden kunnen de colleges van de deelnemende gemeenten, indien zij daartoe besluiten, hun eigen gemeenteraad nog raadplegen over het kenbaar gemaakte voornemen. Doordat de regionale beslissingsmacht van het dagelijks bestuur hoofdzakelijk is beperkt tot de eigen organisatie en bedrijfsvoering, is het niet nodig de voorhangprocedure voor de colleges verder uit te breiden. Artikel 26

Regionale bijeenkomst

In de gemeenschappelijke regeling is verankerd de verplichting voor het dagelijks bestuur om twee keer per jaar bijeenkomst te organiseren voor de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten om hen te informeren over actuele ontwikkelingen die betrekking hebben op de Metropoolregio. Collegeleden ontvangen tevens een uitnodiging. Doorgaans zullen dergelijke bijeenkomsten zich afspelen in de avonduren om zo rekening te houden met de werkzaamheden van raadsleden overdag. Het spreekt dat het dagelijks bestuur daarnaast gehouden is de gemeenteraden ook buiten deze twee ontmoetingsmomenten actief te informeren over relevante zaken.

34

Artikel 27

Dagelijks bestuur / algemeen bestuur

Dit artikel heeft betrekking op de interne verantwoordingsrelatie binnen het openbaar lichaam Metropoolregio Eindhoven. Het algemeen bestuur als hoogste orgaan kan aan het dagelijks bestuur inlichtingen vragen en vervolgens het dagelijks bestuur of een lid daarvan ter verantwoording roepen. Daartoe behoort sinds 2015 ook een actieve inlichtingenplicht van het dagelijks bestuur. Die invoering hangt samen met een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (artikel 19a Wgr) die op 1 januari 2015 in werking is getreden. Sluitstuk van dit artikel is de ontslagbevoegdheid van het algemeen bestuur indien een lid van het dagelijks bestuur niet meer het vertrouwen geniet van het algemeen bestuur. Artikel 28

Metropoolregio / gemeenteraden

De bestuursorganen van het openbaar lichaam verstrekken de raden van de deelnemende gemeenteraden de door hen gevraagde informatie. Primair wordt deze taak ingevuld door het dagelijks bestuur. Deze informatieplicht vloeit voort uit artikel 17 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 29

Lid algemeen bestuur / gemeenteraad

Dit artikel regelt de verantwoordingsrelatie tussen een lid van het algemeen bestuur en de gemeenteraad die hem of haar heeft aangewezen. In eerste instantie gaat het om een inlichtingenplicht. Vervolgens kan de gemeenteraad besluiten het betreffende lid, indien dit lid niet meer het vertrouwen van de gemeenteraad geniet, ontslag verlenen als lid van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Eindhoven. Met opname van dit artikel wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 16, eerste, tweede en vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 30

Ambtelijke organisatie

Ter ondersteuning van de samenwerking van de 21 gemeenten is een gezamenlijke regionale ondersteuningsorganisatie beschikbaar. Deze organisatie is op maat toegesneden en werkt samen met de gemeentelijke ambtelijke organisaties aan de bestuurlijke realisatie van de regionale agenda. Actieve ambtelijke inzet vanuit de gemeenten, samen met de ondersteuningsorganisatie, is cruciaal voor slagkracht, eigenaarschap en vertrouwen. De ambtelijke ondersteuning richt zich op: • het ondersteunen van de portefeuillehoudersoverleggen, de bestuurlijke koplopersgroepen, de Raadstafel21 (procesmatig), het dagelijks en het algemeen bestuur bij het realiseren van de opgaven zoals opgenomen in de regionale agenda; • het signaleren, verkennen en agenderen van maatschappelijke ontwikkelingen en mogelijk daaruit voortvloeiende opgaven die door de gemeenten in de Metropoolregio Eindhoven kunnen worden belegd. De regionale ondersteuningsorganisatie bestaat primair uit procesmanagers die de samenwerking van de 21 gemeenten ondersteunen, aanjagen en doorontwikkelen. Samen met hun gemeentelijke collega’s organiseren, faciliteren en begeleiden zij het regionale samenwerkingsproces in de portefeuillehoudersoverleggen, dagelijks bestuur en algemeen bestuur. Ook worden (bestuurlijke) netwerken en regionale ontmoetingsmomenten van raden en colleges georganiseerd.

De ambtelijke voorbereiding en opvolging van portefeuillehoudersoverleggen/bestuurlijke koplopergroepen vindt plaats in periodieke ambtelijke overleggen. Hierin hebben de relevante regionale procesmanagers en gemeentelijke (vak)ambtenaren zitting. De regionale procesmanagers initiëren en faciliteren deze overleggen. Voorstellen met betrekking tot de samenwerking in algemene zin worden ambtelijk voorbereid in samenspraak en overleg met de bestuursambtenaren van de 21 gemeenten. De regionale procesmanagers nemen actief deel in landelijke kennisnetwerken en ontsluiten deze voor de gemeenten. De regionale ondersteuningsorganisatie Metropoolregio Eindhoven wordt aangestuurd door het dagelijks bestuur. Actualisering van de regionale agenda kan andere accenten leggen en om andere vormen van ondersteuning vragen. Het is van belang dat de regionale

35

ondersteuningsorganisatie adaptief meebeweegt met ontwikkelingen en veranderende opgaven. Tegelijkertijd is ook van belang dat de organisatie stabiel en robuust is en in staat is om – samen met gemeenten – de verschillende bestuurlijke opdrachten uit te voeren. Artikel 31

Directeur

Er is sprake van een personele unie tussen de directeur als hoogste ambtelijke leidinggevende en het vervullen van het secretarisschap van dagelijks bestuur en algemeen bestuur. Artikel 32

Taak

De directeur is het hoofd van de ambtelijke organisatie en geeft daaraan leiding en sturing. Daarnaast is de directeur gesprekspartner voor andere directeuren, directie provincie en dergelijke en strategisch adviseurs en gemeentesecretarissen. Artikel 33

Rechtspositie

Het dagelijks bestuur besluit, behoudens ten aanzien van de secretaris/directeur over de benoeming, de schorsing en het ontslag van het personeel. Het dagelijks bestuur kan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 168, lid 1 van de Gemeentewet resp. hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht, de uitoefening van zijn bevoegdheid, zowel geheel als gedeeltelijk, mandateren aan een of meer van leden van het dagelijks bestuur c.q. mandaat verstrekken aan de regiodirecteur. Artikel 34

Toepasselijke rechtspositieregels

De Metropoolregio Eindhoven volgt qua rechtspositie van de medewerkers de CAO-SGO (samenwerkende gemeentelijke organisaties). Verder zijn lokale rechtspositieregeling van kracht. Voorbeelden zijn de werktijdenregeling, de reiskostenregeling, het beloningsbeleid, de IKB doelen, de verlofregeling. Deze zijn vastgelegd in het personeelshandboek van de Metropoolregio Eindhoven. Artikel 35

Vergoedingen

Uitgangspunt is dat zo min mogelijk bestuurskosten ten laste van het openbaar lichaam Metropoolregio Eindhoven worden gebracht. Denkbaar is dat in incidenteel gevallen een uitzondering gemaakt moet worden op deze hoofdregel. In een op te stellen verordening zal dit uitgewerkt moeten worden. In het derde lid is voorzien dat ook de leden van de bestuurscommissie RHCe onder de werking van dit artikel vallen. Artikel 36

Kadernota en voorlopige jaarrekening

De verplichting tot het opstellen van een kadernota vloeit voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 34b van deze wet schrijft voor dat het dagelijks bestuur voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten toestuurt. In de huidige praktijk wordt de kadernota in december vastgesteld en vervolgens toegezonden aan de gemeenten. De techniek van planning en control is onderhevig aan wijzigingen. Met uitzondering van wettelijk voorgeschreven termijnen en bepalingen wordt in de regeling daarom verwezen naar het ter zake vastgestelde document zodat bij wijziging van de techniek de gemeenschappelijke regeling deze wijziging niet in de weg staat of ook gewijzigd moet worden. De voorlopige jaarrekening kan in een beleidsdocument met een andere benaming ondergebracht worden. Artikel 37

Begroting

De begrotingsprocedure is, met inachtneming van artikel 34 Wgr, als volgt:

36

Het dagelijks bestuur maakt jaarlijks (bij voorkeur voor 1 april) de ontwerp-begroting op (lid 1). Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp-begroting minimaal 8 weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de gemeenteraden (lid 4). - De raden kunnen omtrent de ontwerp-begroting het dagelijks bestuur hun zienswijze doen toekomen (lid 4). - De begroting wordt bij voorkeur voor 15 juli vastgesteld door het algemeen bestuur. - Indien daartoe aanleiding bestaat worden afschriften van de vastgestelde begroting toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten (lid 5). - Het dagelijks bestuur stuurt de vastgestelde begroting voor 1 augustus toe aan gedeputeerde staten (lid 6). In dit artikel is tevens de bijdrageverplichting van de deelnemende gemeenten opgenomen. Als uniforme sleutel wordt gehanteerd een bedrag per inwoner (lid 2 en lid 3). Dit maakt dat de bijdrage per gemeente kan fluctueren naar gelang uit het aantal inwoners op de vastgestelde peildatum een stijging of daling van het aantal inwoners blijkt in vergelijking met het voorgaande jaar. De gemeenten kunnen op grond van artikel 35, lid 4 Wgr, nadat zij de vastgestelde begroting hebben ontvangen, bij Gedeputeerde Staten zo nodig hun zienswijze naar voren brengen. -

De besturen van de openbare lichamen waaraan de gemeenten van de Metropoolregio deelnemen, hebben afgesproken dat zij hun planning en control cyclus zo veel als mogelijk uniformeren. Dit vergemakkelijkt de controlerende taak van de raden. Het betreft de besturen van de Metropoolregio Eindhoven, de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, GGD Brabant Zuidoost en de Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant. De berekeningsmethodiek (inclusief de wijze van indexering) is vastgelegd in een gezamenlijk opgestelde beleidsnotitie. Begrotingswijzigingen volgen in beginsel de procedure als voorgeschreven voor de begroting. Dit artikel zondert in het achtste lid daarvan uit die begrotingswijzigingen, die geen invloed hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen alsmede blijven binnen het door het algemeen bestuur vastgestelde financiële beleid. De formele procedure daarvoor is: dagelijks bestuur – algemeen bestuur. Artikel 38

Voorschotbetaling

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Het is een continuering van het systeem zoals dat al bij het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven werd gehanteerd. Artikel 39

Rekening

Artikel 34 van de Wgr bepaalt dat de rekening uiterlijk 15 juli van het jaar, volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft, wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten. Rekening houdend met de vaststelling van de voorlopige jaarrekening voor 15 april, betekent dit dat de definitieve jaarrekening in die tussenliggende periode wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. Het is goed gebruik dat de voorlopige cijfers van het voorgaande jaar opgenomen worden als vergelijkingsmateriaal in de begroting van het komend jaar. Artikel 40

Financiële gegoedheid

Het openbaar lichaam zal bancaire relaties moeten aangaan. Deze bepaling is op verzoek van de Bank Nederlandse Gemeenten opgenomen. De bank verkrijgt hiermee de zekerheid dat het openbaar lichaam alle maatregelen zal nemen om de gemeenten aan hun verplichtingen te laten voldoen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in een circulaire uit 1999 aangedrongen op het opnemen van deze bepaling in gemeenschappelijke regelingen. Artikel 41

Financiële voorschriften

De verordenende bevoegdheid als genoemd in dit artikel wordt ontleend aan de Gemeentewet hoofdstuk XIV-artikelen 212 en 213.

37

Artikel 42

Archiefbescheiden

Het artikel handelt over de eigen archiefbescheiden van de Metropoolregio. De regionale functie van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven staat hier los van. Wel wordt in lijn met de functie van dit centrum geregeld de regioarchivaris te belasten met het toezicht op het beheer van de eigen archiefbescheiden. Artikel 43

Archiefbewaarplaats

Ook voor het aanwijzen van de bewaarplaats van de over te brengen archieven van de Metropoolregio is aangesloten bij de voortgezette regeling van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven. Met het toezicht is belast de door het dagelijks bestuur te benoemen streekarchivaris. Wettelijk kader bij deze taken is de Archiefwet 1995. Deze wet wordt mogelijk vervangen door een nieuwe Archiefwet. In verband met de onzekerheden over het exacte moment van in werking treden, is bij artikel 44 een overgangsbepaling opgenomen. Verder is besloten de beoogde wijzigingen in de opzet van archiefbeheer en-toezicht mee te nemen bij een actualisatie van de gemeenschappelijke regeling aan de hand van de bepalingen van een nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 45

Toetreding

Een gemeenschappelijke regeling dient een regeling te bevatten over toetreding en uittreding. De bepaling van de condities bij toetreding wordt bepaald door het algemeen bestuur in overleg met de toetredende gemeente. Toetreding veronderstelt wijziging van deze gemeenschappelijke regeling. Artikel 46

Uittreding

De gevolgen van uittreding en de daaraan te stellen voorwaarden worden geregeld door het algemeen bestuur. In de jurisprudentie zijn daarvoor twee methoden ontwikkeld waarop in voorkomend geval op teruggevallen kan worden. Het algemeen bestuur zal daarmee rekening hebben te houden. In verband met mogelijke veranderingen in de jurisprudentie is gekozen voor een algemene bepaling en is er niet gekozen voor een expliciete uitwerking die achterhaald kan raken. Artikel 47

Wijziging en opheffing

Gekozen is voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling alleen ingeval alle colleges en raden hierover eensluidend besluiten. Dit doet recht aan de intentie tot samenwerking. Datzelfde uitgangspunt geldt voor een opheffingsbesluit. Ook hier is unanimiteit vereist. Het vaststellen van een liquidatieplan is voorbehouden aan het algemeen bestuur en is onderworpen aan de voorhangprocedure van artikel 25. Artikel 48 en 49 Geschillen en klachtenregeling Opname van deze artikelen vloeit voort uit wettelijke verplichtingen een klachtenvoorziening in het leven te roepen over gedragingen van de bestuursorganen c.q. medewerkers van het openbaar lichaam.

Artikel 50

Inwerkingtreding

Het heeft de voorkeur een vaste datum van inwerkingtreding te noemen. Gekozen is voor de datum 1 januari 2022. Voorwaarde daarbij is wel dat de wijzigingsprocedure op dat moment in alle colleges en raden is afgerond. Is dat niet het geval, dan treedt de gemeenschappelijke regeling pas in werking op het moment dat het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven de gewijzigde regeling op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend heeft gemaakt in het door dat gemeentebestuur uitgegeven

38

gemeenteblad. Dit volgt uit artikel 26, eerste lid, van de Wgr (zoals gewijzigd door de Wet elektronische publicaties).

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10656943/1