2021-55 RV Bijlage 1 Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025
Tekst van het document
1.249
1.268
5.4 Musea
0
68
68
68
68
68
5.5 Cultureel erfgoed
22
38
41
38
38
38
4.035
1.245
1.161
1.184
1.599
1.619
2.916
67
4
4
183
183
3.1 Economische ontwikkeling
29
12
9
9
9
9
3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
3
3
3
3
3
3
3.4 Economische promotie
63
35
35
35
35
35
5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
25
7
18
18
18
18
Totaal Baten
3.035
124
68
68
248
248
Saldo (baten -/- lasten)
-1.000
-1.121
-1.093
-1.116
-1.352
-1.371
Totaal Lasten Baten 0.10 Mutaties reserves
Voorgestelde aanpassingen Onderstaand de voorgestelde budgetaanpassingen van dit programma. Bedragen zijn in € waarbij negatieve bedragen een nadeel zijn en positieve bedragen een voordeel. 7. Economie, Toerisme & Recreatie Bestaand beleid of autonome ontwikkelingen:
2022
2023
2024
2025 Toelichting
Indexering subsidie Kunstkwartier
-6.000
-6.000
-6.000
-6.000 In verband met cao-verhogingen.
Actualisatie meerjarenonderhoudsplan gebouwen: Klooster, muziekkiosken, toren
4.222
4.222
4.222
4.222 Budgettair neutraal, verschuivingen tussen programma's en dekking binnen stelpost beleidsvoornemens
Actualisatie kapitaallasten (aangepaste planning investeringen 2022-2025 en lopende investeringen 2021)
29.080 262.495
-7.744 -29.100 Lagere lasten in 2022 en 2023 houden verband met de investering in SCC Het Klooster, doordat m.n. de renovatie van het theater niet nu wordt opgepakt maar tegelijk met de overige vernieuwingsinvesteringen.
Kleine aanpassingen < € 10.000
4.320
4.320
Totaal programma 7
31.622 265.037
4.320
4.320
-5.202 -26.558
54
Programma 8. Financiën & Belastingen Portefeuillehouder(s) J. Pernot
Wat willen we bereiken? Beoogd maatschappelijk effect
Doelstellingen
Verantwoord financieel huishoudboekje is te allen tijde leidend.
1. Reëel en structureel sluitende meerjarenbegroting.
Lastenverlichting die voor álle inwoners merkbaar is (ook in de zin van goede dienstverlening, zie programma 1).
2. Verlagen OZB indien er financiële ruimte is.
Relevante beleidsnota's in dit programma Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Financiële verordening 2017
2017 e.v.
mei 2017
onbepaald
Nota reserves en voorzieningen
2019 e.v.
februari 2019
onbepaald
Nota risicomanagement en weerstandsvermogen
2015 e.v.
februari 2015
onbepaald
Nota activering, waardering en afschrijving
2006 e.v.
januari 2006
onbepaald
Belasting/legesverordeningen
jaarlijks
november 2020
november 2021
Wat gaan we daarvoor doen? Verantwoord financieel huishoudboekje is te allen tijde leidend. 1. Reëel en structureel sluitende meerjarenbegroting De begroting moet altijd structureel en reëel in evenwicht zijn. Dat is niet alleen een uitdrukkelijke eis van de raad, maar ook van onze toezichthouder, de provincie Noord-Brabant. De provincie heeft de wettelijke taak om te beoordelen of er sprake is van structureel en reëel evenwicht. Zij hanteert hierbij het landelijk vastgestelde Gemeenschappelijk Toezichtkader (GTK 2020). Structureel evenwicht betekent dat structurele lasten gedekt worden door structurele baten. De incidentele lasten mogen worden gedekt door structurele en door incidentele baten. Het GTK2020 geeft handvatten wanneer baten en lasten als incidenteel kunnen worden aangemerkt en wanneer niet. Het (meerjarige) overzicht van incidentele baten en lasten biedt inzicht in welk deel van de baten en lasten incidenteel is en welk deel structureel. Dit overzicht is opgenomen in de financiële begroting. In de algemene inleiding geven wij inzicht in het structureel begrotingssaldo door de eindcijfers uit het overzicht van incidentele baten en lasten te betrekken bij het overzicht van de (totale) baten en lasten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig en realistisch zijn.
Wij menen dat deze programmabegroting en meerjarenraming voldoet aan de eisen en wensen van de raad en onze toezichthouder. Lastenverlichting die voor álle inwoners merkbaar is (ook in de zin van goede dienstverlening, zie programma 1). 2. Verlagen OZB indien er financiële ruimte is Deze begroting is de laatste van deze bestuursperiode. We hebben er bewust voor gekozen om een beleidsarme begroting aan de raad voor te leggen. We willen ruimte laten aan het nieuwe gemeentebestuur om eigen keuzes te maken. We vinden het wel belangrijk dat de basis op orde is, zoals de expertise en capaciteit binnen de ambtelijke organisatie , en we willen onze kwetsbaarheid verminderen. Daarom hebben we in deze begroting extra middelen opgenomen, onder andere voor formatie-uitbreiding. Budgettair is er op dit moment geen ruimte voor verlaging van de onroerendezaakbelasting. Wel is de totale lastendruk in 2022 gemiddeld 2,5% lager dan in 2021 doordat we de afvalstoffenheffing gelijk kunnen houden en de rioolheffing lager wordt (voor een gemiddeld huishouden).
55
We hebben in deze afweging ook betrokken de toekomstige ontwikkelingen van het gemeentefonds, zoals de herijking. Hierover is nog niets definitief bekend. Politieke besluitvorming moet nog plaatsvinden. Er staat dus nog niets vast en daarom kunnen en hoeven we hier niet op vooruit te lopen. Conform de richtlijnen van het Rijk en de provincie staat er in deze begroting niets over herijking van het gemeentefonds. Overigens is op dit moment de verwachting dat de herijking een negatief effect zal hebben op de begrotingen van kleinere gemeenten. We hebben gemeend dat het goed is dit (potentieel) risico te benoemen in de paragraaf Weerstandsvermorgen en risicobeheersing.
Beleidsindicatoren Naam
Indicator
Gemiddelde WOZ-waarde woningen *
duizend euro
Jaarrekening 2020 331
Begroting 2021 351
Begroting 2022 375
Woonlasten meerpersoonshuishoudens *
euro
924
956
932 #
Woonlasten éénpersoonshuishoudens *
euro
717
764
745 #
Woningen in bezwaar
aantal / %
370 / 3,51
605 / 5,61
605 / 5,61
Niet-woningen in bezwaar
aantal / %
24 / 2,39
35 / 4,02
35 / 4,02
Gegronde WOZ-bezwaren woningen
aantal / %
95 / 26,03
120 / 44,61 **
120 / 44,61**
Gegronde WOZ-bezwaren niet-woningen
aantal / %
12 / 50
3 / 27,27 **
3 / 27,27 **
* verplichte indicator op grond van BBV ** voorlopige (eigen) cijfers voor belastingjaar 2021. Op 1-9-2021 was 44% van de bezwaren beoordeeld (44% van de woningen en 31% van de niet-woningen). Op 1-9-2021 zijn alleen de bezwaren van particulieren beoordeeld, de bezwaren van no cure no pay bureaus moeten nog beoordeeld worden. Omdat het percentage gegronde bezwaren bij particulieren doorgaans veel hoger ligt dan bij no cure no pay bureaus zal dit naar verwachting nog dalen naar een vergelijkbaar percentage als voorgaande jaren. # cijfers zijn afkomstig van www.waarstaatjegemeente.nl, 2022 is hier nog niet bekend. De eigen inschatting van de woonlasten in 2022 is gebaseerd op de gemiddelde lastendruk, zie paragraaf lokale heffingen.
Bijdrage verbonden partijen aan dit programma Dienst Dommelvallei In Dienst Dommelvallei worden de bedrijfsvoeringstaken uitgevoerd op terrein van financiën, belastingen en planning & control. Daarmee levert zij een bijdrage aan het opstellen van de begroting en andere P&C documenten, interne controle en rechtmatigheid en dergelijke. Transitie naar gebruiksoppervlakte In 2022 moeten we als gevolg van een wetswijziging waarderen op basis van gebruiksoppervlakte in plaats van inhoud. De totale OZB-opbrengst wijzigt hierdoor niet, maar voor een individuele aanslag kan het tot een groot verschil leiden. De verwachting is dat dit tot extra vragen en bezwaren leidt. We proberen dit effect zo klein mogelijk te maken door actieve communicatie naar belastingbetalers. Rioolheffing Met ingang van 1 januari 2022 verzorgt Dienst Dommelvallei, en niet meer Brabant Water, de aanslagen rioolheffing en zorgt voor de inning en invordering. De lagere kosten komen ten gunste van de rioolheffing.
Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en positief als er meer baten zijn dan lasten.
56
Bedragen x €1.000 Omschrijving
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
1.034
102
103
305
211
731
0.5 Treasury
70
195
157
117
76
76
0.61 OZB woningen
136
132
123
123
123
123
0.62 OZB niet-woningen
18
30
45
45
45
45
0.64 Belastingen overig
50
51
53
53
53
53
0.8 Overige baten en lasten
23
492
824
864
1.074
1.318
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
30
0
0
0
0
0
1.361
1.002
1.305
1.508
1.583
2.346
118
0
338
0
0
0
Lasten 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
Totaal Lasten Baten 0.10 Mutaties reserves 0.5 Treasury
62
197
160
120
79
79
0.61 OZB woningen
4.779
4.839
5.021
5.167
5.317
5.470
0.62 OZB niet-woningen
1.301
1.327
1.376
1.398
1.421
1.445
0.64 Belastingen overig
70
75
75
75
75
75
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
29.346
30.134
31.790
31.844
32.341
33.053
0.8 Overige baten en lasten
19
0
0
0
0
0
Totaal Baten
35.696
36.572
38.760
38.605
39.233
40.122
Saldo (baten -/- lasten)
34.336
35.570
37.455
37.098
37.650
37.776
Voorgestelde aanpassingen Onderstaand de voorgestelde budgetaanpassingen van dit programma. Bedragen zijn in € waarbij negatieve bedragen een nadeel zijn en positieve bedragen een voordeel. 8. Financiën & Belastingen Bestaand beleid of autonome ontwikkelingen:
2022
2023
2024
2025 Toelichting
Herberekening OZB
36.800
5.700
-27.400
-62.400 Bij de ozb gaan we uit van alleen inflatiecorrectie op de totale baten. Verschillen ontstaan door een lagere inflatie dan vorig jaar meerjarig doorgerekend was en een hogere (totale) WOZ-waardestijging dan vorig jaar meerjarig was doorgerekend.
Aanpassing gemeentefonds aan decembercirculaire 2020
-57.346
-10.768
-10.754
-10.735 De maartbrief 2021 had geen gevolgen voor de jaren 2022 - 2025 en leidt dus niet tot aanpassingen.
Aanpassing gemeentefonds aan meicirculaire 2021
157.220
-21.841 -122.486 -145.174 Een deel van de mutatie gemeentefonds bevat nieuwe taken of uitbreiding ervan, zodat er kosten tegenover staan. Zie hiervoor programma 3 en stelpost in dit programma, totaal € 127.000 in 2022 oplopend tot € 156.000 in 2025. Daarnaast nemen we enkele stelposten op waarvan we correcties verwachten in de septembercirculaire 2021, zie regels hieronder. Per saldo is het resultaat van de meicirculaire 2021 negatief: in 2022 € 65.000, in 2023 € 251.000, in 2024 € 362.000 en in 2025 € 397.000.
Stelpost correctie WOZwaarden meicirculaire 2021
-180.000 -180.000 -180.000 -180.000
57
Aanpassing stelpost btwcompensatiefonds aan meicirculaire 2021
85.000
85.000
85.000
85.000
Stelpost hogere algemene uitkering vanwege stijging aantal leerlingen voortgezet onderwijs
37.000
37.000
37.000
37.000 Gevolg van stijging aantal leerlingen Nuenense college. Kosten meegenomen in programma 4.
Stelpost voor nieuwe wet over transparantie, Wet Open Overheid: projectleiding, training, aanpassen systemen/koppelingen
-102.000
-115.000 -129.000 -143.000 Voorlopig is hetzelfde bedrag opgenomen als wat door het Rijk in het gemeentefonds is gestort bij de meicirculaire 2021, zie hierboven.
Stelpost prijsstijging jeugdzorg (inkoopcontract)
-100.000
-100.000 -100.000 -100.000 Met de zorgaanbieders zijn regionaal prijsafspraken gemaakt, waarbij een jaarlijkse tariefsverhoging is afgesproken. Voorlopig wordt hiermee middels een stelpost rekening gehouden.
Aanpassing stelpost inflatie op basis van meicirculaire 2021
99.054
494.058
Cao-stijging lonen bestaande formatie ten laste van stelpost inflatie
132.233
251.305 353.114 402.292 Dekking binnen stelpost (loon)inflatie voor loonstijgingen, zie ook programma 1. Per saldo is er sprake van een voordeel omdat de loonstijging lager is dan het uitgangspunt bij de vorige begroting 2021. Momenteel lopen nog cao-onderhandelingen, waarvoor we met een kleine marge rekening houden.
54.421
-44.386 Lagere inflatie dan eerder berekend. Dit is ook een effect van de lagere algemene uitkering gemeentefonds. In 2023 wordt een stelpost uit een eerdere circulaire tegengeboekt.
Indexering bijdrage MRE en RhcE tlv stelpost inflatie
4.747
4.747
4.747
4.747 Zie ook programma 1.
Indexering bijdrage VRBZO tlv stelpost inflatie / stelpost beleidsvoornemens
19.894
19.894
19.894
18.682 Zie ook programma 2.
Indexering bijdrage GGD tlv stelpost inflatie
18.611
16.095
16.417
35.056 Zie ook programma 3.
Indexering huur scholen tlv stelpost inflatie
17.445
17.445
17.445
17.445 Zie ook programma 4.
Actualisatie meerjarenonderhoudsplan gebouwen: dekking binnen stelpost beleidsvoornemens
23.506
23.506
23.506
23.506 Budgettair neutraal, verschuivingen tussen programma's en dekking binnen stelpost beleidsvoornemens
Stelpost coronakosten 2022: besteding restant reserve Rijkscompensatie coronacrisis in 2022
-222.775
Uitgangspunt is dat het Rijk de gemeenten compenseert voor de gevolgen van de coronapandemie. De ontvangen Rijksmiddelen in 2020 en 2021 zijn, voor zover niet besteed, in de bestemmingsreserve Rijksmiddelen corona gestort. We gaan ervan uit dat we het restant van deze reserve besteden in 2022. De coronagevolgen begroten we daarmee steeds budgettair neutraal.
Dekking uit reserve Rijkscompensatie coronacrisis voor kosten van uitzending en digitale archivering van commissievergaderingen 2022
40.000
Zie ook programma 1.
Dekking uit reserve Rijkscompensatie coronacrisis voor uitgestelde activiteiten NGN200 in 2022
50.000
Zie ook programma 1.
Dekking uit reserve Rijkscompensatie coronacrisis voor meerkosten toezicht en handhaving coronamaatregelen 2022
25.000
Zie ook programma 2.
Besteding restant reserve Rijkscompensatie coronacrisis in 2022
222.775
Zie stelpost coronakosten hierboven.
Kleine aanpassingen < € 10.000
12.031
12.031
12.031
58
12.031
Nog te verdelen over programma's:
2022
2023
2024
2025 Toelichting
Toerekening salariskosten aan projecten en gesloten huishoudingen (afval, riolering, grexen)
-57.924
-57.924
-57.924
-57.924
Toerekening overhead aan gesloten huishoudingen (afval, riolering, grexen)
80.274
56.361
53.880
27.903
Onbuigingen/nieuw beleid:
2022
2023
2024
2025 Toelichting
Stelpost algemene uitkering compensatie tekorten jeugdhulp
1.100.000
661.000 605.000 538.000 Zie ook nieuw beleid programma 3. Vanaf 2023 mogen we volgens Rijks- en provinciale richtlijn 75% structureel ramen.
Totaal programma 8
1.441.545 1.198.609 654.891 458.043
59
Paragrafen
60
Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen.
Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan: de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur); de Invorderingswet 1990; de Gemeentewet; diverse uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. We mogen geen uitzonderingen maken op wettelijke regels. Dit om rechtsongelijkheid voor de inwoners te voorkomen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we gemeentelijke belastingen, tarieven, heffingen en/of leges verlagen. We streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies. We hanteren het profijtbeginsel bij de overige heffingen. In overeenstemming met deze beleidsuitgangspunten stellen wij voor de tarieven voor 2022 als volgt aan te passen: Voor de OZB stellen wij voor om rekening te houden met de WOZ-waardeontwikkeling en de tarieven met de inflatiecorrectie van 1,65% te verhogen. Leges en tarieven in de tarieventabel worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 1,65%.
Het vastrecht afvalstoffenheffing en de ledigingstarieven voor gft en restafval blijven gelijk. De grondslag voor de rioolheffing verandert. Met ingang van 2022 betalen huishoudens een vast bedrag op basis van het aantal bewoners, de gebruikers van niet-woningen gaan een gestaffeld tarief betalen op basis van het waterverbruik.
Onroerendezaakbelastingen (OZB) We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen: Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt. Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt. Er is geen wettelijk maximum gesteld aan de jaarlijkse stijging van de OZB-tarieven. De tarieven voor 2022 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden zodat er sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de tariefaanpassing. Het voorstel voor vaststelling van de tarieven wordt tegelijk met de begroting aangeboden aan de raad.
De inschatting van de totale WOZ-waarde voor 2022 (voorlopige stand per 1 september 2021) ten opzichte van de werkelijke WOZ-waarde over 2021 is als volgt: Omschrijving Totale waarde woningen Totale waarde niet-woningen
61
2021
2022
3.815.000.000
4.078.000.000
352.000.000
345.000.000
De belastingcapaciteit heeft een relatie met de inkomsten die een gemeente ontvangt via het gemeentefonds. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt namelijk af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het aandeel van een gemeente in het gemeentefonds is kleiner naarmate het vermogen om belastingen te heffen groter is. Het gaat hier om de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen een voor alle gemeenten gelijk tarief. In onderstaande tabel geven we de korting op het gemeentefonds weer ten opzichte van werkelijke opbrengst. We doen dit op basis van de waarde 1-1-2021 omdat dit de laatst vastgestelde waarde is. Belastingsoort
Ons tarief
Opbrengst
Kortingstarief
3.815.500.000
0,1284%
4.899.102
OZB gebruikers niet-woningen
329.000.000
0,1866%
OZB eigenaren niet-woningen
352.000.000
0,2324%
OZB eigenaren woningen
Waarde
Korting
Saldo
0,07152%
2.728.846
2.170.256
613.914
0,08967%
295.014
318.900
818.048
0,11130%
391.776
426.272
3.415.636
2.915.428
6.331.064
De ramingen voor de baten OZB 2022 zijn als volgt: Omschrijving
2022
Eigenaren woning
5.013.500
Eigenaren niet-woning
829.800
Gebruikers niet-woning
545.800
Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten: 1. Een vast deel: hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners zoals de kosten van de milieustraat, glas-, papier- en plasticinzameling; 2. Een variabel deel: het gaat hier om het zogenaamd “de vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn rest- en gft-afval aanbiedt, hoe hoger de kosten voor deze aanbieder zijn. Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval. De tarieven van de afvalstoffenheffing worden bepaald waarbij de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. Bij het bepalen van de geraamde kosten wordt de volledige BTW over deze kosten meegenomen (artikel 229b van de Gemeentewet). We streven er kort gezegd naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen.
Voor 2022 blijven de afvalstoffenheffing en de ledigingstarieven gelijk aan 2021.
Rioolheffing Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel. De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. Bij het bepalen van de geraamde kosten mag ook de BTW over deze kosten meegenomen worden (artikel 229b van de Gemeentewet). We streven er kort gezegd naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen. Vanaf 1 januari 2022 gaat de heffingsgrondslag deels veranderen. Voor woningen is vanaf 1 januari 2020 het aantal personen van het huishouden bepalend voor de hoogte van de rioolheffing. Bij nietwoningen blijft de grondslag het waterverbruik. De raad heeft hiermee ingestemd in de vergadering van 8 juli 2021. Verder gaat Dienst Dommelvallei vanaf 1 januari 2022 de rioolheffing uitvoeren. Naast de beoogde kostenbesparing heeft dit als voordeel dat onze inwoners alle gemeentelijke belastingen op de aanslag gemeentelijke belastingen krijgen.
62
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Op grond van het BBV zijn gemeenten verplicht de berekening van tarieven van heffingen inzichtelijk te maken. De tarieven en heffingen mogen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen niet hoger zijn dan de geraamde lasten (artikel 229b Gemeentewet). Onderstaande overzichten geven aan dat afval en riolering 100% kostendekkend zijn: Dekkendheid afvalstoffenheffing
2022
Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat
700.598
Lasten overige afvalstromen
1.512.219
Kapitaallasten
40.288
Mutatie voorziening
442
Totaal kosten afval taakveld 7.3
2.253.547
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
247.995
Kwijtschelding taakveld 6.3
71.308
Straatreiniging taakveld 2.1
178.881
BTW taakveld 0.11*
371.272
Totaal toerekenbaar
869.456
Totaal lasten
3.123.003
Opbrengst afvalstoffenheffing
2.583.983
Baten milieustraat
111.100
Baten overige afvalstromen
427.920
Baten totaal (taakveld 7.3)
3.123.003
Dekkendheidpercentage afval
100%
* De BTW rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan. Dekkendheid rioolheffing
2022
Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering
758.320
Kapitaallasten
369.782
Mutatie voorziening
-139.081
Totaal kosten riolering taakveld 7.2
989.021
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
231.731
Kwijtschelding taakveld 6.3
60.000
Straatreiniging taakveld 2.1
290.964
Watertaken taakveld 5.7
123.794
BTW taakveld 0.11*
314.000
Totaal toerekenbaar
1.020.489
Totaal lasten
2.009.510
63
Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2
2.009.510
Baten totaal
2.009.510
Dekkendheidpercentage riool
100%
* De BTW rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.
Leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie, met uitzondering van de leges/tarieven die zijn vastgesteld door het Rijk en in MRE-verband. Kostendekkendheid leges Op grond van het BBV moeten gemeenten inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. Per hoofdstuk van de legesverordening is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de geraamde baten en lasten. Alleen hoofdstukken vanuit de modelverordening die zijn opgenomen in de legesverordening van Nuenen zijn opgenomen. Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast.
Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren. Onderstaande overzichten geven aan dat de leges hoogstens kostendekkend zijn. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salaris- en overheadlasten in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald. Baten
Salaris
Overhead
Lasten Percentage
Titel 1
Algemene Dienstverlening
Hoofdstuk 1
Burgerlijke stand
-36.000
29.487
29.927
1.124
59%
Hoofdstuk 2
Reisdocumenten
-174.087
78.632
79.804
35.353
90%
Hoofdstuk 3
Rijbewijzen
-107.000
62.251
63.178
45.000
63%
Hoofdstuk 4
Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen
-9.750
29.487
29.927
1.800
16%
Hoofdstuk 7
Bestuursstukken
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 8
Vastgoedinformatie
-
6.553
6.650
-
0%
Hoofdstuk 9
Overige publiekszaken
-12.750
32.764
33.252
900
19%
Hoofdstuk 10
Gemeentearchief
-
6.553
6.650
-
0%
Hoofdstuk 11
Huisvestingswet
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 12
Leegstandswet
-
6.553
6.650
-
0%
Hoofdstuk 16
Kansspelen
-
9.829
9.976
-
0%
Hoofdstuk 17
Telecommunicatie
-12.500
6.553
6.650
-
95%
Hoofdstuk 18
Verkeer en vervoer
-688
9.829
9.976
-
3%
Hoofdstuk 19
Kinderopvang
Hoofdstuk 20
Diversen Totaal titel 1
64
-
6.553
6.650
-
0%
-2.750
19.658
19.951
-
7%
-355.525 304.701
309.241
84.177
51%
De salaris- en overheadlasten in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst. Baten
Salaris
Overhead Lasten Percentage
Titel 2
Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen
Hoofdstuk 1
Begripsomschrijvingen
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 2
Principe verzoek / vooroverleg / beoordeling conceptaanvraag
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 3
Omgevingsvergunning
-784.875
335.444
340.442 163.975
93%
Hoofdstuk 4
Vermindering
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 5
Teruggaaf
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 6
Intrekking omgevingsvergunning
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 7
Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 8
Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 10
In deze titel niet benoemde beschikking
-
-
-
-
-
-784.875
335.444
340.442 163.975
93%
Totaal titel 2
De salaris- en overheadlasten in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Baten Titel 3
Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Hoofdstuk 1
Horeca
Hoofdstuk 2
Organiseren evenementen of markten
Hoofdstuk 3
Seksbedrijven
Hoofdstuk 4
Salaris
Overhead Lasten
Percentage
-8.250
6.553
6.650
-
62%
-688
9.829
9.976
-
3%
-
-
-
-
-
Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 5
Marktstandplaatsen
-
3.276
3.325
-
0%
Hoofdstuk 6
Winkeltijdenwet
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 7
ln deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
-5.500
4.103
3.614
-
0%
Totaal titel 3
-14.438
23.761
23.565
-
31%
Overige belastingen Baatbelasting Als de gemeente voorzieningen gaat aanleggen waar maar een deel van de inwoners (bijzonder) bij gebaat is kan de gemeente hen een baatbelasting opleggen. De belasting wordt ineens dan wel jaarlijks geheven gedurende maximaal 30 achtereenvolgende jaren. Momenteel is nog maar één baatbelasting van kracht. De betreffende voorziening is de aanleg van de rotonde op de Europalaan (“industrieterrein Berkenbos”). Toeristenbelasting Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet wordt toeristenbelasting geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten onder andere in hotels, pensions, vakantieonderkomens en op vaste standplaatsen. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is. Vermakelijkhedenretributie Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt vermakelijkhedenretributie geheven bij de organisatoren van evenementen waarbij entree wordt geheven. Deze retributie wordt pas geheven als meer dan 2.000 betalende bezoekers het evenement hebben bezocht. Er wordt alleen geheven als er gebruik wordt gemaakt van voorzieningen die door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand zijn gebracht. De tarieven voor 2022 blijven gelijk aan die van 2021. Marktgelden
65
Marktgelden worden geheven van degene die een standplaats inneemt (of van degene aan wie een standplaats is toegewezen) op de wekelijkse warenmarkt. Marktgelden zijn afhankelijk van het aantal strekkende meters frontlengte van de standplaats. Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven in het vastgestelde centrumgebied ten behoeve van het ondernemersfonds.
Kwijtscheldingsbeleid De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend. De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: onroerendezaakbelastingen; afvalstoffenheffing; rioolheffing.
66
Overzicht tarieven 2020
2021
2022
OZB Eigenaar Woning
0,1332%
0,1284%
0,1231%
OZB Eigenaar Niet-woning
0,2274%
0,2324%
0,2411%
OZB Gebruiker Niet-woning
0,1862%
0,1866%
0,1935%
Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)
109,92
153,60
153,60
Afvalstoffenheffing 25 liter gft-afval
0,00
0,00
0,00
Afvalstoffenheffing 80,140 of 240 liter gft-afval
1,50
2,00
2,00
Afvalstoffenheffing 25 liter restafval
2,25
2,25
2,25
Afvalstoffenheffing 80 liter restafval
7,25
7,25
7,25
Afvalstoffenheffing 140 liter restafval
13,00
13,00
13,00
Afvalstoffenheffing 240 liter restafval
21,75
21,75
21,75
Afvalstoffenheffing 30 liter ondergronds
1,35
1,60
1,60
Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds
2,75
3,25
3,25
Rioolheffing (per m³ water)
1,49
1,39
Rioolheffing 1-persoonshuishouden
75,00
Rioolheffing 2-persoonshuishouden
140,00
Rioolheffing 3-persoonshuishouden
205,00
Rioolheffing 4-persoonshuishouden
270,00
Rioolheffing 5- of meerpersoonshuishouden
330,00
Rioolheffing niet-woning 0 - 200m3
140,00
Rioolheffing niet-woning 201 - 500m3
487,00
Rioolheffing niet-woning > 500 m3
695,00
Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2021 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel
Nuenen
Eindhoven
Best
Geldrop-Mierlo
OZB Eig. woning
0,0877% 0,1284%
0,10930% 0,0895%
0,0788%
OZB Eig. niet-woning
0,1903% 0,2324%
0,30044% 0,1965%
0,1728%
OZB Gebr. niet-won.
0,1567% 0,1866%
0,22103% 0,1576%
0,1404%
Afvalstoffenheffing *) (meerpers.huishouden)
290
402
334
299
333
Rioolheffing
137
190
156
174
194
*) Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen lager. Bij de tabel hieronder, Ontwikkeling lokale lastendruk, gaan we uit van het gemiddelde aantal ledigingen in Nuenen. Ontwikkeling lokale lastendruk Jaar WOZ-waarde
2020
2021
2022
331.000
354.000
375.000
Wijziging WOZ-waarde
5,41%
6,95%
5,93%
OZB
441,-
455,-
462,-
Afvalstoffenheffing #)
224,-
272,-
272,-
Rioolheffing ##)
204,-
190,-
160,-
Totaal
869,-
917,-
894,-
Lastenontwikkeling
0,7%
5,5%
-2,5%
67
#) Uitgangspunt hierbij is het gemiddeld aantal ledigingen restafvalcontainers (8) en gftafvalcontainers (7) in Nuenen, herrekend naar alsof er alléén 140-liter containers zijn. ##) Uitgangspunt voor 2020 en 2021 is het gemiddelde waterverbruik per huishouden van 137m³. Voor 2022 is uitgegaan van het gemiddelde aantal personen per huishouden in de gemeente Nuenen: 2,3.
68
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Nuenen. Hiervoor geven we een overzicht van de risico's. Vervolgens zetten we deze af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd. Ontwikkelingen: coronavirus Met de coronacrisis is bevestigd dat een ongekende crisis realiteit kan worden. Een pandemie is in deze paragraaf al langer gekwalificeerd als risico. Daarmee moet ook in de toekomst rekening gehouden worden. Het benodigde weerstandsvermogen is niet nadelig veranderd ten opzichte van voorgaande jaren. Een belangrijke reden daarvoor is dat het Rijk heeft aangegeven dat gemeenten financieel niet de dupe mogen worden van de huidige coronacrisis.
Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico’s In de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2015 wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: De gemeenteraad wordt via planning- en controldocumenten (begroting en jaarrekening) geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1) Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, of zullen extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.
Inventarisatie van de risico’s In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde in € = kans (in percentage) x gevolg (in €) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt.
Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter. Onderstaande tabellen geven de verdeling weer van de klassen waarop de inschatting wordt gebaseerd. Tabel 1 is de verdeling van klassen naar kans, tabel 2 is de verdeling van klassen in financieel gevolg:
69
Klasse
Kans (Waarschijnlijkheid)
Klasse gemiddelde (%)
Klasse
Financieel gevolg (€)
Klasse gemiddelde (€)
1
Eén keer per 10 jaar of minder (120%)
10%
1
< 50.000
25.000
2
Eén keer per 5 à 10 jaar (21-40%)
30%
2
50.000 – 100.000
75.000
3
Eén keer per 2 à 5 jaar (41-60%)
50%
3
100.000 – 250.000
175.000
4
Eén keer per 1 à 2 jaar (61-80%)
70%
4
250.000 – 500.000
375.000
5
Eén keer per jaar of vaker (81-99%)
90%
5
> 500.000
-
Matrix (kans x gevolg top 15 risico's) Voor de bepaling van de score in de risicomatrix worden de klassescores bepaald. Onderstaand 2 tabellen. In de eerste tabel is de top 15 opgenomen. Het getal in de matrix correspondeert met het risiconummer uit de top 15. Zo is zichtbaar welk risico in het groen, oranje of rood is opgenomen. In de tweede tabel is de scoreberekening van de kans x gevolg opgenomen.
Top 15 risico's Risico 1
Kans in % Exploitatie grond
Kans in € Risicowaarde
Concrete berekening
17.300.151
Concrete berekening
900.000
Concrete berekening
425.000
Concrete berekening
187.500
Het bedrag is ten opzichte van de jaarrekening 2020 gelijk gebleven. Voor een nadere toelichting zie de risicorapportages met risicoanalyse per project. 2
Wmo en jeugd Wmo/Jeugd is een open-einde regeling. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden.
3
Op orde brengen standplaatsen woonwagens Eventuele meerkosten voor de verbetering van woonwagens kunnen voor risico komen van de gemeente.
4
Saneringskosten grond Om de standplaatsen van de woonwagens op orde te brengen dient de grond voor een deel gesaneerd te worden. Deze meerkosten zijn voor rekening en risico van de gemeente.
5
Cybercriminaliteit
50%
Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is veelvoorkomend. Er zijn verschillende vormen van cybercriminaliteit. Een onoplettende medewerker of een goed uitgevoerde vorm van cybercriminaliteit kan leiden tot problemen op financieel gebied, het verlies van productieve uren of tot grote privacyrisico’s. De kans hierop neemt toe en ook de impact wordt groter. Dit wordt onder meer veroorzaakt door het steeds complexer worden van de ICT aan de ene kant. En aan de andere kant blijkt uit een benchmark dat we onder het gemiddelde zitten qua middelen. Er zijn cyberaanvallen geweest op gemeentes, ziekenhuizen, MKB bedrijven enzovoorts.
70
375.000
187.500
6 Legesopbrengsten
70%
175.000
122.500
70%
175.000
122.500
30%
375.000
112.500
10%
1.000.000
100.000
Concrete berekening
89.100
Concrete berekening
76.593
Het risico is aanwezig dat opbrengsten leges achterblijven ten opzichte van de begroting. Het is moeilijk exact te voorspellen hoeveel aanvragen omgevingsvergunningen ingediend gaan worden, dit is ook mede afhankelijk van de economische omstandigheden. Mogelijk door corona worden veel, vooral kleinere, aanvragen ingediend waardoor de inkomsten kunnen tegenvallen. De gemeente zet in op snelle realisering van nieuwbouwwoningen. Onzeker is of deze al in 2021 vergund kunnen worden. Door de onzekerheid over de economische situatie, de ontwikkeling in de bouwwereld en de invloed van milieumaatregelen is sprake van een financieel risico. 7 Algemene uitkering gemeentefonds Via circulaires wordt de gemeente 2 maal per jaar geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. De afspraak tussen het Rijk en de gemeenten is 'samen de trap op, samen de trap af'. Indien het Rijk bezuinigt, wordt er ook minder geld in het gemeentefonds gestort. Deze schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. De besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds is aan het nieuwe kabinet. Invoering is vooralsnog voorzien per 1 januari 2023.
Op 2 februari 2020 zijn voor het eerst herverdeeleffecten per individuele gemeente zichtbaar gemaakt. Op 9 juli 2021 heeft hier een aanpassing op plaatsgevonden waarin negatieve uitschieters voor bepaalde groepen gemeenten zijn vervlakt. Ook is een nieuwe maatstaf in het sociaal domein geïntroduceerd die een betere indicatie geeft voor de gezondheid van de bevolking. Het betreft de verdeelmaatstaf die meet hoeveel inwoners gebruik maken van specialistische GGZ. Gezien alle ontwikkelingen in de gemeentelijke financiën kiezen de fondsbeheerders ervoor om de herverdeeleffecten van de herijking te maximeren op € 60,- per inwoner. Oftewel maximaal € 15,- per inwoner per jaar over een periode van vier jaar. Dit geldt zowel voor gemeenten met een negatief herverdeeleffect als voor gemeenten met een positief herverdeeleffect. De aangebrachte mutaties werken nadelig uit. Het nadelig herverdeeleffect is voor de gemeente Nuenen nu voorlopig berekend door het Rijk op afgerond € 575.000 (€ 25,per inwoner) en dat terwijl er eerst nog sprake was van een positief herverdeeleffect. 8 Planschade Door wijzigingen in bestemmingsplannen is er mogelijk een kans op planschades. 9 Crisisbeheersing Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten, die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden zowel in het fysieke als het sociale domein.
Ook kunnen crises lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn. 10 Dienst Dommelvallei De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten. 11 GGD De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Op basis van de begroting wordt financieel bijgedragen. Het onafgedekte risico, zijnde € 2.550.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente. 12 Bodemverontreiniging/-sanering
90%
75.000
67.500
30%
175.000
52.500
30%
175.000
52.500
De gemeente loopt voortdurend het risico geconfronteerd te worden met schade aan het milieu door bijvoorbeeld bodemverontreinigingen. 13 Vennootschapsbelasting De Belastingdienst heeft nog geen uitspraak gedaan over de uitgangspunten voor de Vpb-aangifte. Hierdoor kan de definitieve aangifte afwijken van de voorlopige aangifte. 14 Belastingaangifte
71
De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, Btw aangiften, opgave Btw compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid. 15 Beveiligingsincident
70%
75.000
52.500
De gemeente heeft informatiebeveiliging hoog in het vaandel staan. Toch ligt een incident op dit terrein tegenwoordig op de loer en is daarmee een reëel risico voor de gemeente. Subtotaal top 15
19.848.344
Overige risico's
336.584
Onvoorzien
250.000
Totaal
20.434.928
Totaal o.b.v zekerheidspercentage (90%)
18.391.435
Wijzigingen: Ten opzichte van de jaarrekening 2020 is de totale risicowaarde (o.b.v. zekerheidspercentage 90%) afgenomen met € 152.852. Dit komt omdat het eerder opgenomen risico rond 'Attero' verdwenen is uit de top 15. Dit ging over een contract dat gewesten met Attero hadden afgesloten over het verbranden van afval. Op basis van een rechterlijke uitspraak is dit geen risico meer voor de gemeente Nuenen. Vanwege het wegvallen van het risico rond 'Attero' is het risico rond een beveiligingsincident opgenomen in de top 15. Dit is geen nieuw risico, maar viel voorheen nèt buiten de top 15. Er hebben zich geen verdere verschuivingen binnen de top 15 voorgedaan.
Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Weerstandscapaciteit
Incidenteel
Structureel
Algemene reserve
4.370.000
-
Algemene reserve bouwgrond
12.353.000
-
Algemene reserve bouwgrond winstnemingen
9.659.000
-
pm
-
0
143.000
Stille reserve Raming onvoorziene uitgaven Onbenutte belastingcapaciteit
-
0
Totale weerstandscapaciteit
26.382.000
143.000
Weerstandsvermogen De ratio weerstandsvermogen kan worden vastgesteld door de totale weerstandscapaciteit (structureel en incidenteel) te delen door het bedrag dat in de top 15 aan risico's is opgenomen (op basis van het zekerheidspercentage van 90%). Dit leidt tot het weerstandsvermogen: 26.525.000/ 18.391.435 = 1,44 Wij concluderen hiermee dat het weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s op te vangen. In onderstaande grafiek is weergegeven wat het te verwachten verloop van de ratio weerstandsvermogen voor de komende 4 jaar is. Uitgangspunt is dat de risico's de komende jaren gelijk blijven.
72
Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geeft een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: netto schuldquote; netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; solvabiliteitsratio; grondexploitatie; structurele exploitatieruimte; belastingcapaciteit De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90
90-130
>130
Solvabiliteitsratio
>50
20-50
<20
Grondexploitatie
<20
20-35
>35
Structurele exploitatieruimte
>0
0
<0
Belastingcapaciteit
<95
95-105
>105
73
74
Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2021 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20212024. De kengetallen voor 2022-2025 zijn afkomstig uit voorliggende meerjarenbegroting. Omschrijving
Realisatie 2018
2020
2021
2022
2023
Netto schuldquote
123% 142% 117%
84%
85%
87% 113% 113%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
117% 135% 112%
79%
80%
84% 110% 110%
Solvabiliteitsratio
28%
28%
34%
35%
35%
30%
30%
Grondexploitatie
121% 137% 113%
65%
74%
66%
62%
55%
2%
1%
1%
1%
2%
Structurele exploitatieruimte
2%
Belastingcapaciteit
2019
Begroting
27% -3%
1%
2024
2025
121% 117% 112% 118% 110% 110% 110% 110%
Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting. Netto schuldquote
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).
75
Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.
76
Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen en er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld. Conclusie Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De hoogte van dit kengetal wordt voor de gemeente Nuenen beïnvloed door 2 oorzaken:
77
De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, met name Nuenen West. Daarnaast is er in 2012 geïnvesteerd in Eeneind West. Om deze investeringen te financieren is het de afgelopen jaren noodzakelijk geweest om kort- dan wel langlopende leningen aan te trekken. Het kengetal voor de begroting is lager dan de werkelijke kengetallen in de afgelopen jaarrekeningen. Dit wordt met name veroorzaakt door het, conform afspraken, ramen van de verkoop van de gronden Eeneind West. De geraamde verkoop heeft nog niet plaatsgevonden. Het kengetal neemt daarnaast af door de realisatie van geraamde verkopen in Nuenen West en Luistruik. Het oplopen van dit kengetal in de begrotingsjaren vanaf 2023 wordt mede veroorzaakt door de geraamde investeringen, waarvan de grootste zijn: - het Klooster (2022-2024); - de Hongerman (2022-2023); - MFA D'n Heuvel (2022-2023); - renovatie van de woonwagenlocaties (2022-2025); - bundelroutes w.o. Smits van Oyenlaan (2023-2025). Solvabiliteitsratio Omdat de (geraamde) reserves en voorzieningen nagenoeg ongewijzigd blijven wordt de stijging in de begrotingsjaren 2021 en 2022 veroorzaakt door het, conform afspraken, ramen van de verkoop van de gronden Eeneind West. Omdat de geraamde investeringen toenemen, laat dit kengetal vanaf 2024 een lichte daling zien in dat begrotingsjaar.
De lichte toename in de realisatie wordt veroorzaakt door de positieve resultaten in de jaarrekeningen (m.u.v. 2019) en het achterblijven van de geraamde investeringen. Grondexploitatie De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, daarom is dit kengetal hoog. De sterke afname van het kengetal ten opzichte van de laatste jaarrekening en de begrotingsjaren wordt met name veroorzaakt door het, conform afspraken, ramen van de verkoop van de gronden Eeneind-West en Nuenen-West. Structurele exploitatieruimte De resultaten van de begrotingsjaren zijn positief. Dit betekent dat alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, opgevangen worden binnen een structureel sluitende begroting. Belastingcapaciteit Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. De gemeente Nuenen heeft in het verleden, toen er negatief eigen vermogen was, besloten tot een forse verhoging van de ozb. Het kengetal neemt af omdat de afgelopen jaren ingezet is op verlaging van de belastingdruk, mits dat gezien de financiële situatie verantwoord was.
78
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Nuenen heeft een uitgestrekt buitengebied en een intensief bebouwd binnengebied met een totale oppervlakte van 3.361 ha. De gemeente is verdeeld over vier kernen: Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Eeneind. Zowel binnen als buiten de kernen vinden tal van activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Om deze activiteiten in goede banen te leiden zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, openbare verlichting, civieltechnische kunstwerken, groen, riolering, gebouwen, speeltoestellen, verkeersregelingen en ten slotte beelden en plastieken. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid en de financiële consequenties van het onderhoud van de kapitaalgoederen.
Wegen De gemeente beschikt over een uitgebreid wegennet ten behoeve van de verbinding binnen de kernen, tussen de kernen en de aansluiting op het regionale wegennet. Op dit moment bestaat dit wegennet uit ruim 228 kilometer verharde wegen. Beleid Het vastgestelde beheerplan gaat uit van cyclisch onderhoud. Bij deze systematiek wordt het onderhoud zodanig gepland dat gedurende de gehele levensduur van de verhardingen periodiek grootschalig onderhoud kan worden uitgevoerd. Financieel gezien betekende dit de eerste 10 jaar een uitgave van gemiddeld € 977.000,-. Naam
Periode
Beheerplan Wegen 2022-2026
2022-2026
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
maart 2021 begin 2026
Uitgangspunten In het rapport van de wegeninspectie wordt aangegeven wat nodig is voor onderhoud wegen in de komende vijf jaar. Bij elk nieuw rapport van de wegeninspectie wordt beoordeeld of de voorziening voor de komende vijf jaren voldoende is. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2022
2023
2024
2025
Groot onderhoud (storting voorziening)
977.000
977.000
977.000
977.000
Klein onderhoud (incl. inspectie)
173.000
173.000
214.000
173.000
1.150.000
1.150.000
1.190.000
1.150.000
Totaal
Jaarlijks wordt volgens het programma uit het beheerplan wegen het benodigd (gemiddeld) bedrag (€ 977.000,-) gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor cyclisch onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren, de werkelijke uitgaven worden ten laste van de voorziening gebracht. In 2022 is de verwachte uitgave € 372.961,-. Voor reconstructie en rehabilitatie van de wegen zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Eind 2021 resteert in de voorziening een bedrag van € 300.469,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het achterstallig onderhoud is een indicator van het CROW (uitgedrukt in kosten) en is gedefinieerd als onderhoud op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn al is overschreden, met andere woorden waarbij het onderhoud al eerder uitgevoerd had moeten worden. Jaarlijks wordt een inspectie uitgevoerd van het gehele areaal. Op basis van deze inspecties vindt (kleinschalig) onderhoud plaats, met name op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn is overschreden. Daarmee houden wij de wegen veilig en heel en voorkomen we achterstallig onderhoud. Verder worden grootschalige werkzaamheden gepland en uitgevoerd vanuit een mix van inspectiegegevens en geplande cycli.
Openbare verlichting De gemeente Nuenen heeft ruim 6.000 lichtmasten en 6.300 armaturen. De kosten voor openbare verlichting bestaan uit de jaarlijkse kosten voor elektriciteit en klein onderhoud en de kosten voor vervangingsinvesteringen.
79
Beleid Het beleid is erop gericht om tot en met 2027 de meest verouderde openbare verlichting te vervangen door energiezuinige (led)verlichting. Ook worden de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Beleidsplan Het beleidsplan Openbare verlichting is vastgesteld op 6 juli 2017. Naam
Periode
Beleidsplan OVL 2018-2027
2018-2027
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
6-7-2017 Eind 2027
Uitgangspunten Bij het streven naar een duurzame, schone en veilige openbare ruimte is het uitgangspunt dat lichtmasten gemiddeld na 40 jaar worden vervangen en armaturen na 20 jaar. In het beleidsplan OVL is opgenomen dat tot en met 2027 de verouderde armaturen en lichtmasten worden vervangen door energiezuinige (led)verlichting. Ook worden de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Hiervoor is een investering van circa € 2.420.000,- benodigd. De energiekosten en de kosten voor onderhoud dalen hierdoor. Ook heeft de gemeente de intentie om gehoor te geven aan het SER energieakkoord. In het beleidsplan openbare verlichting wordt voorgesorteerd op het toepassen van Smart Lighting. Armaturen worden daarom uitgerust met communicatie modules. Hiermee kan informatie vanuit het armatuur verkregen worden (bijvoorbeeld energieverbruik) en kan bijvoorbeeld een nieuw dimregime naar het armatuur verzonden worden. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Jaarlijks wordt voor het vervangen van de masten en de armaturen een investeringskrediet van € 242.000,- beschikbaar gesteld. Naast middelen voor de vervangingsinvesteringen wordt nog een bedrag voor regulier onderhoud, zoals remplace en masten schilderen, uitgegeven van afgerond € 113.000,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Civiele kunstwerken Met civiele kunstwerken worden bruggen, viaducten etc. bedoeld. Voor het groot onderhoud hiervan is een voorziening gevormd. Beleid In het vastgestelde beheerplan Civiele kunstwerken heeft de raad gekozen voor het onderhouden van de civiele kunstwerken op C-niveau. Bij dit niveau ligt de nadruk op veilig en heel. Enkele kunstwerken, zoals in het centrumgebied en op diverse gemeentegrenzen, worden op A-niveau onderhouden. Beleidsplan Het beheerplan Civiele kunstwerken is vastgesteld op 13 februari 2020. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Beheerplan Civiele kunstwerken
2020-2024
13 februari 2020
2024
Uitgangspunten Voor het vervangen van civiele kunstwerken bij einde levensduur zijn geen middelen beschikbaar in het onderhoudsfonds. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt hiervoor apart aan de raad om budget gevraagd. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2022
2023
2024
2025
Groot onderhoud
115.122
115.122
115.122
115.122
Klein onderhoud
20.000
20.000
40.000
20.000
Totaal
135.122
135.122
155.122
135.122
Jaarlijks wordt volgens het beleidsplan civiele kunstwerken het benodigd (gemiddeld) bedrag van € 115.122,- gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor het planmatig onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren (jaarlijks gemiddeld € 162.000,-). Voor de vervanging van civiele kunstwerken zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Eind 2021 resteert in de voorziening een bedrag van € 386.116,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Uitstel kan alleen aan de orde zijn wanneer de veiligheid niet in het geding is.
80
Groen De groenstructuur van de gemeente Nuenen wordt enerzijds bepaald door de historische en moderne wegenstructuur, anderzijds door de diverse grotere (historische) groen- en parkgebieden en waterstructuren binnen de kern. Om dit optimaal tot zijn recht te laten komen dient het groen goed beheerd te worden. De gemeente Nuenen draagt zorg voor het gemeentelijk groen. Het openbaar groen heeft een grote waarde wat betreft gezondheid, veiligheid, beleving en duurzaamheid. Samen met onze inwoners nemen we maatregelen om verzorgd en gebruiksvriendelijk openbaar groen te realiseren. Beleid Gemeentebossen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de gemeentebossen. Het bosbezit van de gemeente Nuenen is in totaal circa 65 ha groot en ligt verspreid over vijf grotere gebieden in de gemeente en enkele kleinere bospercelen in en rond het dorp Nuenen. Door middel van een beheerplan zijn het beheer en onderhoud van de gemeentebossen voor de periode 2017 – 2022 vastgelegd. Bomen De gemeente Nuenen is een groene gemeente en zal dat ook blijven. Bomen dragen in belangrijke mate bij aan een prettig leefklimaat. Het is daarom belangrijk te zorgen en blijven zorgen voor een gezond bomenbestand. Uit bijdragen van inwoners aan het Bomencafé is duidelijk geworden dat de inwoners graag bomen in de eigen omgeving hebben, maar er ook iets over te zeggen willen hebben.