2021-55 RV Bijlage 1 Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025
Tekst van het document
Zoals met ieder plan zijn ook met het uitvoeren van dit beleidsplan kosten gemoeid. Openbaar groen Centrale vraag in het Groenstructuurplan is waar groen kan verdwijnen en waar het beeldbepalend en onmisbaar is voor de groene uitstraling en prettige leefomgeving van de gemeente Nuenen. Verder is in het Groenstructuurplan aangegeven waar belangrijke structuren ontbreken. Het Groenstructuurplan is de basis voor verder beleid, beheer en planvorming. Bermen en Watergangen Bermen: binnen de gemeente Nuenen hebben we ruim 78 ha aan bermgras. Bermen bestaan uit een vegetatie van gras en kruiden. Bermen met bermgras vervullen meerdere functies zoals: verhoging van de stabiliteit van de weg; opvang van regenwater; bieden van ruimte voor bomen, kabels, leidingen, lichtmasten, bebakening, verkeersborden, uitwijkmanoeuvres en parkeren; ecologische functie voor planten, insecten en kleine zoogdieren; ontsluitingsmogelijkheden bieden aan naastliggende percelen; verfraaiing dorpsaangezicht/verbetering woon- en leefklimaat. Watergangen: het voornaamste doel is het bergen en/of afvoeren van water. Daarom is het beheer er op gericht dit mogelijk te maken. Afhankelijk van de watergang in het waterafvoerend systeem wordt regelmatig onderhoud zelfs verplicht door het Waterschap dat eenmaal per jaar een schouwronde uitvoert op het uitgevoerde werk.
Het beheer van de A-watergangen valt onder de verantwoordelijkheid van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Het beheer van de B- en Cwatergangen wordt uitgevoerd door de aangelanden, waaronder de gemeente Nuenen. Beleidsplan Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Beheerplan gemeentebossen 2017-2022 23-5-2017 (vastgesteld door college) eind 2022 Bomenbeleidsplan
2017-2031 9-2-2017
eind 2031
Groenstructuurplan
2011-2020 25-11-2010
eind 2022
Groenbeheerplan
2012-2026 12-12-2019
eind 2026
Uitgangspunten Bermen In het kader van ecologisch bermbeheer en de biodiversiteit is de maaifrequentie aangepast naar maximaal 1x tot 2x per jaar. Bij het maaien wordt het maaisel afgevoerd. Bij iedere maaibeurt blijft 20% overstaan. Om verruiging te voorkomen wordt het overstaande deel bij de volgende maaibeurt mee gemaaid, en blijft op andere delen 20% overstaan. De toetsing van goed maaibeheer van bermen en watergangen is vastgelegd in Kleurkeur van de Vlinderstichting. Door deze nieuwe standaard kunnen opdrachtgevers en aannemers zich beter voorbereiden op een insectenvriendelijk bermbeheer. In het maaibestek van bermen en watergangen zijn de richtlijnen van Kleurkeur
81
opgenomen en geeft het een garantie dat het maaibeheer gericht is op het verhogen van de ecologische kwaliteit. Watergangen Wij voeren beheer en onderhoud uit aan watergangen (sloten) met een afvoerende en een bergende functie van het oppervlaktewater binnen het stroomgebied van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Overeenkomstig de Keur oppervlaktewateren betreft dit sloten met een beperkt belang, niet zijnde in onderhoud bij de bovengenoemde waterschappen. Bossen De kwaliteit en functionaliteit van bossen die in eigendom zijn van de gemeente wordt op sobere wijze in stand gehouden van ten behoeve van de openluchtrecreatie en het milieu. Landschappelijke beplanting De landschappelijke beplanting bestaat uit lintvormige en kleinschalige landschapselementen (wegbeplantingen, houtsingels, poelen etc.). Dit alles wordt op sobere wijze in stand gehouden ten behoeve van: beeld, milieu; verbindingen tussen landschapselementen; coulissenwerking. Openbaar groen De kwaliteit en functionaliteit van de groenvoorziening wordt op sobere wijze in stand gehouden. Daarmee wordt een groene uitstraling van de gemeente voor haar eigen inwoners en gebruikers (inwoners van buiten de gemeente en toerisme) in stand gehouden. Het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau is B. De 'Parels' die als visitekaartje dienen worden op kwaliteitsniveau A onderhouden.
Bomen Nuenen is een bolwerk van bomen. De gemeente Nuenen staat ervoor om dat bolwerk te laten bestaan uit gezonde bomen waar de gemeente haar groene karakter mee behoudt, een prettig leefklimaat heeft en ook in de toekomst zal behouden. Het boombeheer gaat over nu en over later. Financieel
2022
2023
2024
2025
Bossen
10.775
10.775
10.775
10.775
Watergangen
80.880
80.880
80.880
80.880
Landschappelijke beplanting
20.765
20.765
20.765
20.765
Openbaar groen
1.366.642
1.261.642
1.263.142
1.257.642
Totaal
1.479.062
1.374.062
1.375.562
1.370.062
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Riolering De gemeentelijke riolering bestaat uit ca. 150 km vrij vervalriolering (binnen de bebouwde kommen) en ca. 60 km drukriolering (in het buitengebied). Daarnaast zijn er nog voorzieningen zoals bergbezinkbassins en gemalen. Beleid De gemeente heeft zorgplichten op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente om gaat met deze zorgplichten is vastgelegd in het beleidsplan Beleidsplan Het vigerende Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) heeft een looptijd tot en met 2023. In het vGRP staan de beleidsdoelen, geplande projecten, onderzoeken en nieuwe ontwikkelingen. Verder maakt de rioolheffingsberekening deel uit van het vGRP. Naam
Periode
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 – 2023 (vGRP)
2019-2023
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
13-12-2018
2023
Uitgangspunten De doelen vastgelegd in het vGRP zijn: Een goede inzameling en transport van stedelijk afvalwater; Inzameling, transport en / of verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover dit redelijkerwijs niet kan door particulieren; Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden, voor zover dit onder de gemeentelijke zorgplicht valt;
82
Klimaatbestendig ontwerpen. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen De jaarlijks benodigde budgetten voor groot onderhoud zijn vastgesteld in het vGRP. Wanneer in een jaar meer geld ontvangen is dan uitgegeven wordt dit bedrag gestort in de voorziening riolering. Dit geld blijft daardoor beschikbaar voor de doelen uit het GRP. Financieel
2022
2023
2024
2025
Onderhoudskosten riolering
349.014
354.249
359.563
364.956
Totaal
349.014
354.249
359.563
364.956
Eind 2021 resteert in de voorziening een bedrag van € 4.207.212,Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud wel uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Uitstel kan alleen aan de orde zijn wanneer de veiligheid niet in het geding is.
Gebouwen De gemeente heeft de nodige gebouwen in beheer. Deze zijn onder te verdelen in gebouwen voor eigen gebruik, algemene gebouwen, sociaal culturele accommodaties en sportaccommodaties. Actualisatie gebouwenbeheerplan Het bestaande beheerplan uit 2018 is in 2021 o.b.v. de eerder vastgestelde uitgangspunten t.w. conditieniveau 3 (kwaliteit onderhoudsniveau "redelijk", zoals gedefinieerd in de Nederlandse norm NEN 2767) geactualiseerd voor de jaren 2022-2031. Recent zijn de nieuwe conditiemetingen verricht en zijn de meerjarenonderhoudsplanningen geactualiseerd. Op basis van deze geactualiseerde meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) is de jaarlijkse dotatie in de voorziening onderhoud gebouwen, op basis van een uitgaventermijn van 10 jaar, vanaf 2022 vastgesteld op € 425.000,-. De voorgaande dotatie o.b.v. MJOP 2018 bedroeg € 422.634,- per jaar. De extra dotatie van € 2.366,- is bekostigd uit de structurele stelpost beheerplan gebouwen. De uitgaven voor het dagelijks onderhoud bij de gebouwen zijn ook geactualiseerd en heeft geleid tot een structurele stijging samen van € 21.140,- en kan ook worden gedekt uit de hierboven genoemde structurele stelpost. De gewijzigde bedragen zijn in deze voorliggende begroting 2022-2025 opgenomen.
Het geactualiseerde beheerplan zal ook als basis worden gebruikt om betere aansluiting te vinden op het accommodatiebeleid en de klimaatdoelstellingen. Per soort gebouw (algemeen, sport, onderwijs en sociaal-cultureel) wordt een uitwerking gemaakt met de specifieke normen en eisen voor de betreffende gebruikssoort. Strategische keuzes Voor 2022 staat geen aan- en/of verkoop van maatschappelijk vastgoed gepland. Het huidige vastgoed wordt volgens de in 2021 geactualiseerde meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) op niveau 3 onderhouden. Naam
Periode
Beheerplan gebouwen
2018-2032
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling actualisatie beheerplan
9-11-2017
2021
Uitgangspunten Voor de gebouwen die economisch eigendom zijn van de gemeente Nuenen en waarvoor de gemeente verantwoordelijk is voor het groot onderhoud, is een voorziening gevormd. Uitgangspunt voor deze voorziening is wat minimaal nodig is om de gebouwen veilig, heel en functioneel te houden op basis van sober en doelmatig onderhoud. Het uitgangspunt is conditieniveau 3. Tevens wordt bij regulier onderhoud een verduurzamingsslag gemaakt door de materialen te vervangen voor een duurzamere variant, daar waar budget het toelaat. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen (op basis van het geactualiseerde MJOP 2021) Financieel
2022
2023
2024
2025
Dotatie voorziening
425.000
Besteding uit voorziening
381.542
425.000
425.000
425.000
271.478
1.046.589
417.353
Mutatie voorziening
43.458
153.522
-621.589
7.647
Eind 2021 bedraagt de voorziening € 1.398.575,-. Achterstallig onderhoud Het benodigde onderhoud aan gebouwen wordt bepaald aan de hand van inspecties. Elk gebouw wordt om de 3 jaar geïnspecteerd. Het beheerplan gebouwen is gebaseerd op de cijfers die voortvloeien uit de inspecties. Recent zijn de gebouwen opnieuw geïnspecteerd. Dit heeft geleid tot
83
een financiële bijstelling van de dotatie aan de voorziening (zie hierboven). Er is geen achterstallig onderhoud.
Speeltoestellen De gemeente heeft verschillende speeltoestellen in de openbare ruimte staan. Deze worden beheerd volgens het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen Beleid Spelen en bewegen in de openbare ruimte 'Speelruimtebeleidsplan 2017-2020' is tot stand gekomen via co-creatie met inwoners van Nuenen. Het plan is gericht op een leeftijd voor jong tot oud en is voor iedereen. De uitgangspunten zijn verwerkt in het speelruimtebeleidsplan. Beleidsplan Naam
Periode
Vastgesteld in de raad Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Spelen en bewegen in de openbare ruimte 2017-2020
6-7-2017 onbepaald
Uitgangspunten Het nieuwe speelruimtebeleid is via co-creatie tot stand gekomen, waarbij is samengewerkt met inwoners, verenigingen en andere belanghebbenden als gelijke partners. De belangrijkste uitgangspunten van het nieuwe beleid zijn: Spelen voor alle leeftijden (jong en oud); Risicovol spelen in een natuurlijke omgeving; Gebruik maken van (aanwezige elementen in) de gehele openbare ruimte; Ontmoeten als belangrijk onderdeel van de "Centrale speelgelegenheid Nuenen"; Aansluiten bij de behoeftes van de omgeving en trends. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Voor het onderhoud aan speeltoestellen wordt 4 keer per jaar een inspectie uitgevoerd en worden de toestellen waar nodig onderhouden. Het budget voor onderhoud bedraagt jaarlijks € 41.500,-. Voor het uitvoeren van het beleid Spelen en Bewegen wordt een investeringskrediet gevraagd van € 85.000,-. Uitgangspunt om hiervoor 3 wijken via bewonersparticipatie te renoveren. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Verkeersregelingen Beleid Voor het vervangen van verkeersborden, verkeerstekens, wegmarkeringen, etc. is budget in de exploitatie beschikbaar. Uitgangspunten Verkeersborden worden vervangen wanneer ze versleten, beschadigd of verdwenen zijn. Ook worden ze één maal per jaar schoongemaakt. Het onderhoud aan wegmarkeringen vindt plaats op basis van de geconstateerde (rest-)kwaliteit. De verkeersregelinstallaties worden structureel onderhouden. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2022
2023
2024
2025
Groot en klein onderhoud verkeerslichten, -borden en wegwijzers
63.250
63.250
63.250
63.250
Totaal
63.250
63.250
63.250
63.250
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Beelden en Plastieken Beleid Kunstwerken (beelden en plastieken) Gemeente Nuenen c.a. heeft 36 beelden en plastieken in bezit. Dit betreft uitsluitend kunstwerken die reeds in het bezit zijn van de gemeente. Het cultuurbeleid is omstreeks 2010 afgeschaft vanwege financiële uitgangspunten. Sindsdien is er geen beleid voor beeldende kunst in de openbare ruimte, evenmin is er op dit moment een onafhankelijke commissie die zich met kunst bezig houdt of de gemeente hierover adviseert. Hoe om te gaan met eventueel nieuwe te ontvangen / aan te schaffen stukken zal eerst in hoofdlijnen door de raad worden vastgesteld aan de hand van een nog op te stellen beleidsstuk. Beleidsplan In 2022 wordt het nieuwe beleidsplan beelden en plastieken opgesteld.
84
Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Indien grote gebreken geconstateerd worden zal een separaat voorstel aan de raad worden voorgelegd. Financieel
2022
2023
2024
2025
Onderhoud Beelden en Plastieken
6.000
6.000
6.000
6.000
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
85
Financiering Inleiding Het opstellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Nuenen de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-.
Interne en externe ontwikkelingen Extern De ECB blijft in de komende 12 maanden een ruim monetair beleid voeren. De lange rentetarieven blijven op een zeer laag niveau. Intern Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV: Renteschema
%
Rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond
2,00%
Rente grondexploitatie
-0,06%
Rente activa
0,50%
In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV: Stap Renteschema
2022 2023 2024 2025
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen niet zijnde projectfinanciering
-100
-95
-71
1
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierde grondexploitatie
0
0
0
0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen die doorgezet zijn aan derden
46
27
8
3
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierd overig
0
0
0
0
De externe rentelasten over de verwachte nieuw aan te trekken korte en lange financiering
26
38
50
101
De externe rentebaten
-8
-8
-8
-8
-36
-37
-21
97
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
22
19
6
-28
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0
0
0
0
-46
-27
-8
-3
1 Saldo rentelasten en rentebaten
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-25
-9
-2
-31
3 Rente over eigen vermogen
0
0
0
0
3 Rente voorzieningen
68
70
71
73
4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3)
8
24
48
139
5 De aan taakvelden toegerekende rente
-302 -373 -420 -420
Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)
-295 -349 -372 -282
Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.
Financieringsbehoefte Op basis van de begroting 2022 wordt een meerjarige financieringsbehoefte opgesteld. Boekwaarde 1-1
2022
86
2023
2024
2025
Activa
53.283
59.015
76.872
81.612
Grondexploitaties
41.601
37.259
35.207
31.949
Geldleningen OG*
-76.284
-33.833
-33.364
-2.876
Reserves en voorzieningen
-47.408
-47.523
-48.104
-48.719
-28.807
14.917
30.610
61.966
* Dit is de huidige leningenportefeuille. Uit bovenstaand schema blijkt dat er vanaf 2023 € 15 miljoen gefinancierd moet worden oplopend naar € 62 miljoen in 2025. Beleidsvoornemen financiering Het beleid is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering, omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. Hierbij wordt rekening gehouden met de kasgeldlimiet. Deze bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over 3 maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Gezien de rentevisie, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de rente dit jaar laag blijft en komende jaren licht kan gaan oplopen, kan voorlopig aan deze strategie worden vastgehouden. Zodra de rentevisie wijzigt en uitgaat van een stijgende rente op korte termijn, kan de overweging gemaakt worden om een groter deel van de financieringsbehoefte te financieren met langlopende leningen.
Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Stap
Omschrijving
2022
Bepalen toegestane kasgeldlimiet
1
Omvang begrotingstotaal
56.137
Percentage regeling
8,50%
Toegestane kasgeldlimiet
4.772
Vlottende korte schuld
2
Opgenomen gelden < 1 jaar
4.000
Schuld in rekening courant
0
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
6
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
0
Totaal vlottende korte schuld
4.006
Vlottende middelen Contante gelden in kas
1
Tegoeden in rekening courant
2.299
Overige uitstaande gelden < 1 jaar
0
3
Totaal vlottende middelen
2.300
4
Totaal netto vlottende schuld (2-3)
1.706
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4)
3.066
Voor 2022 wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de bovengrens van de kasgeldlimiet. Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder).
87
Stap
Omschrijving
1
Renteherzieningen
2022
2023
2024
2025
0
0
0
0
2 3 (1+2)
Aflossingen
42.451
469
30.488
59
Renterisico
42.451
469
30.488
59
4
Begrotingstotaal
56.137
55.760
56.630
57.609
5
Percentage regeling
20%
20%
20%
20%
6 (4 x 5)
Renterisiconorm
11.227
11.152
11.326
11.522
7
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)
-31.223
10.683
-19.162
11.463
Voor 2023 en 2025 is er ruimte om langlopende leningen af te sluiten, voor de jaren 2022 en 2024 is er een geprognosticeerde overschrijding volgens de renterisiconorm. Overschrijding ontstaat doordat in deze jaren er aflossingen worden gedaan op leningen waarbij pas op het einde van de looptijd het volledige bedrag wordt afgelost. Voor het jaar 2022 zijn dit aflossingen van € 13,5 miljoen en € 25 miljoen. Voor het jaar 2024 is dit een aflossing van € 30 miljoen.
Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit: Opgenomen langlopende leningen Leningverstrekker
Looptijd Van
rente oorspronkelijk 1-1-2022 31-12-2022 t/m
BNG
2012 2022
3,17%
13.500
13.500
0
NWB
2015 2027
1,21%
220
114
96
Prov NB
2017 2027
0,00%
2.321
2.113
2.113
BNG
2019 2024 -0,32%
30.000
30.000
30.000
BNG
2021 2022 -0,49%
25.000
25.000
0
BNG
2005 2022
3,95%
Totaal
3.500
3.500
0
74.541
74.227
32.208
Opgenomen langlopende leningen tbv woningbouw Omschrijving
Looptijd Van
rente oorspronkelijk 1-1-2022 31-12-2022 t/m
BNG
1991 2041
3,93%
1.180
824
785
BNG
2004 2024
4,59%
5.800
1.233
840
6.980
2.057
1.625
Totaal
88
Bedrijfsvoering Inleiding Het doel van de bedrijfsvoering is het zo goed mogelijk ondersteunen en uitvoeren van de programma’s. Concreet gaat het om een goede dienstverlening aan de inwoners en het gemeentebestuur door: een efficiënt werkende organisatie; een zorgvuldig besluitvormingsproces; een gestructureerde planning en beheersing van de beleidsuitvoering; waar mogelijk op een verantwoorde manier benutten van ICT-mogelijkheden; gemotiveerd en gekwalificeerd personeel. Coronavirus Op dit moment is het coronavirus nog steeds van invloed op onze werkzaamheden. Voor onze medewerkers geldt dat zij de richtlijnen hanteren om de verspreiding van het coronavirus zo veel mogelijk te beperken. Er wordt nog voornamelijk vanuit huis gewerkt. Als dat vanwege systeemeisen, privacyrichtlijnen of privé-omstandigheden niet kan, wordt op kantoor gewerkt, waar natuurlijk ook de corona-richtlijnen in acht worden genomen. Er is een actueel calamiteitenplan. Daarnaast is inzichtelijk gemaakt welke processen cruciaal zijn voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en hoe te handelen als er een stijging in het ziekteverzuim van medewerkers ontstaat.
Personeel en organisatie Organisatieontwikkeling Na de beschrijving van de missie en visie van de ambtelijke organisatie is met het ontwikkelprogramma Nuenen ontwikkelt Door (NOD) een volgende stap gezet in de doorontwikkeling van de organisatie. Het ontwikkelprogramma geeft aan hoe de ambtelijke organisatie vorm gegeven gaat worden zowel vanuit cultuur (eigenaarschap en resultaatgerichtheid) als structuur. Doordat we willen aansluiten bij de leefwereld van de samenleving is het van belang dat er een ontschotting plaatsvindt in de organisatie inrichting. We willen integrale beleidsvorming bevorderen door maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkeling bijeen te brengen. Het proces om te komen tot deze andere organisatiestructuur is gestart. Het zal in 2022 behulpzaam zijn bij de integrale aanpak van vraagstukken. Strategisch HRM-beleid Het strategisch HRM-plan zetten we in om (middel-)lange termijn ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van de organisaties te vertalen naar een gezamenlijk HRM–instrumentarium met ruimte voor couleur locale. Het huidige HRM plan wordt herijkt in het strategisch HRM plan 2022 2025. Hybride werken De gedwongen massale overstap naar thuiswerken heeft geleid tot nieuwe inzichten over werken en verandert de betekenis en functie van het kantoor, zoals we kennen van voor de coronacrisis.
Wetende dat de huidige situatie op korte termijn niet voorbij zal zijn en juist zal transformeren naar een "nieuw normaal" hebben we ons de vraag gesteld: wat doen we op de lange termijn, voorbij de coronacrisis? Daarom verdiepen we ons in de vraag hoe en waar we in de toekomst werken. De verdieping zal leiden tot een nieuwe perspectief op werken waarvan zowel thuiswerken als op kantoor werken deel uitmaakt.
e-HRM De verdere doorontwikkeling van de digitale HR-service is een permanent proces. Vanaf 1 januari 2022 werken we vanuit een e-HRM systeem waardoor HR-gerelateerde managementinformatie op elk moment geautomatiseerd beschikbaar is (Management Self Service). Medewerkers maken gebruik van de Employee Self Service waarbij ze op elk moment online toegang hebben tot hun eigen gegevens. P&O-processen worden gedigitaliseerd en P-dossiers digitaal opgeslagen.
Informatievoorziening Op basis van het nieuw in 2021 opgestelde Informatiebeleid Dommelvallei 2021-2025 werken we aan de digitale transformatie. Speerpunten in het nieuwe informatiebeleid zijn: digitaal voor en met de burger;
89
slimme inzet van data; veilig en vertrouwd; basis op orde. In samenwerking met de Dommelvallei-partners vertalen we deze speerpunten naar een projectportfolio en een informatieplan per domein. Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) Per 1 juli 2022 is de Omgevingswet van kracht. Op dat moment zijn de meeste essentiële componenten van het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) in gebruik genomen. Naar verwachting zal er nog een aantal jaren doorgewerkt worden aan de ontwikkeling van het stelsel. Digitale duurzaamheid Digitale duurzaamheid is het aandachtsgebied dat zich richt op het in de tijd gezien toegankelijk en bruikbaar houden van digitale informatie. Systemen voor burgerzaken, het sociaal domein en vergunningen-toezicht-handhaving (VTH-systeem) koppelen we aan het zaaksysteem om archiefwaardige documenten op te slaan in dit centrale digitale archief. In 2022 ronden we het project digitaliseren van permanent te bewaren analoge bouw- en milieuvergunningen af. De analoge documenten worden onder strikte voorwaarden gedigitaliseerd en daarmee vervangen door duurzame, digitale exemplaren. Werkplekvoorzieningen Het thuiswerken wordt structureler van aard. En digitalisering verhoogt de benodigde flexibiliteit van werknemers. Om dit mogelijk te maken gaan we naar 1 flexibele werkplek. We voorzien medewerkers van laptops die dit mogelijk maken.
In 2021 is deze transitie van de werkplek in gang gezet, in 2022 ronden we die af. Innoveren door datagedreven te werken en sturen Naast de focus op een goede solide basis, is er de ambitie om meer datagedreven te gaan werken en sturen. De inzet van een data-analyse draagt bij aan efficiënter en effectiever werken en sturen. Beheerorganisatie digitaal werken Door toenemende digitalisering neemt de beheerlast toe. Het is nog onduidelijk wat de beheerlast voor 2022 is. Naast het beheer van de generieke digitale kantooromgeving en het zaaksysteem vraagt het beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet extra inzet. Samen met de Dommelvalleiorganisaties onderzoeken we hoe functioneel applicatiebeheer geprofessionaliseerd kan worden en wat daar voor nodig is. Het gezamenlijk oppakken van functioneel applicatiebeheer kan de kwetsbaarheid van de drie gemeenten verkleinen en meer ruimte bieden aan (gezamenlijke) expertise op dit thema. Ondersteuning gemeenteraad Bij de start van de nieuwe raadsperiode in 2022 wordt van gemeenten verwacht een pakket aan digitale voorzieningen aan raad-, commissie- en burgercommissieleden aan te bieden. Dit is het gevolg van het in 2019 van kracht geworden Rechtpositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In 2021 brengen we in beeld welke informatie- en communicatiemiddelen en welke ondersteuning nodig is en welke kosten daar aan verbonden zijn.
Informatiebeveiliging en Privacy 1. Basis op orde Veiligheid eerst De gemeente Nuenen wil de informatiebeveiliging en gegevensbescherming van de organisatie naar een hoger niveau brengen. Medio 2020 is daarvoor vanuit Dienst Dommelvallei het programma BIO Top10 opgestart. De Chief Information Security Officer (CISO) en Functionarissen Gegevensbescherming (FG’s) zien erop toe dat de invoering van de BIO Top10 maatregelen opgepakt is. Kwetsbaarheids-/penetratietesten Met het uitvoeren van kwetsbaarheids-/penetratietesten gaan we na hoe goed onze gemeentelijke informatiesystemen en gegevens beschermd zijn tegen aanvallen. Het geeft ons een diepgaand en compleet overzicht van het beveiligingsniveau van onze manier van werken en de gemeentelijke ICTinfrastructuur.
90
Inrichting risicomanagement Risicomanagement is een cyclisch, iteratief en terugkerend proces. Want dreigingen veranderen, doelstellingen veranderen, de omgeving verandert en wetgeving verandert. Door risicomanagement cyclisch in te richten anticiperen en sturen we op veranderingen (de PDCA-cyclus). Hiervoor maken we gebruik van een Information Security Management System (ISMS) en een Privacy Management System (PMS). CISO en FG’s rapporteren over hun bevindingen. Zij sluiten daarvoor aan bij de P&C-cyclus van de organisatie. Zaakgericht werken We slaan in ons zaaksysteem veel en gevoelige gegevens op. We vinden het belangrijk om die goed te beveiligen. Daarvoor nemen we zowel technische als organisatorische maatregelen. De CISO controleert continu op toepassing van multifactorauthenticatie. Om de privacy van onze inwoners te waarborgen, richten we het zaaksysteem zo in dat medewerkers alleen die gegevens kunnen raadplegen die zij nodig hebben voor hun taak. De FG’s zien toe op een juiste inrichting en gaan steekproefsgewijs controleren of medewerkers geen oneigenlijk gebruik van de gegevens kunnen maken. Verwerkers- en samenwerkingsovereenkomsten In 2021 zijn we begonnen met de geplande inhaalslag voor het afsluiten van verwerkersovereenkomsten met onze verwerkers. De FG’s blijven ook in 2022 sturen op het vastleggen van afspraken met onze samenwerkingspartners.
Verwerkingenregister In het verwerkingenregister staan alle verwerkingsactiviteiten die onder de verantwoordelijkheid van een organisatie plaatsvinden. Dit register bevat onder andere de verwerkingsdoeleinden, de categorieën van persoonsgegevens die we verwerken, wie de betrokkenen daarbij zijn, wie de gegevens mag ontvangen en hoe lang we de gegevens mogen bewaren. Iedere organisatie is verplicht om een eigen register bij en actueel te houden. De FG’s sporen de leidinggevenden hiertoe aan en toetsen de volledigheid. 2. Bedrijfscontinuïteit Bedrijfscontinuïteitsplan We stellen in 2021 een bedrijfscontinuïteitsplan op waarin de volgende 3 onderwerpen worden uitgewerkt: Inhoudelijk en technisch: We stellen vast welke processen in welke volgorde en op welke wijze kunnen doorgaan bij uitval of niet-beschikbaarheid van systemen. Hiervoor analyseren en bepalen we oplossingsrichtingen. Privacy: Als (persoons)gegevens die de gemeenten in beheer hebben in verkeerde handen vallen zijn de mogelijke gevolgen voor inwoners, ondernemers en medewerkers bijna niet te overzien. De impact op de betrokkenen moet vastgesteld worden en oplossingen moeten worden bepaald. Ook om aansprakelijkheidsstellingen van getroffenen of boetes van de privacytoezichthouder te voorkomen. Communicatie: Vanuit de gedachte dat transparante en open communicatie over het incident positieve effecten kan hebben.
Openheid heeft als gevolg dat de berichtgeving gebaseerd kan worden op feiten en minder op speculaties. Werken in de Cloud We werken steeds meer in de Cloud. De risico's mitigeren we op 3 fronten: Veilige inrichting van de omgeving. Aandacht wordt gegeven om de juiste maatregelen te nemen bij de inrichting van de Cloud en bij de keuzes in de licenties. Ook komt er aandacht voor de keuze voor de juiste back-up strategie en het versleuteling van de gegevens. Beschermen van de gegevens door er voor te zorgen dat alleen de bevoegden toegang hebben door de autorisatieprocessen hierop aan te passen en periodieke controles op autorisaties uit te voeren. Beschermen van de toegang tot de gegevens door te zorgen dat alleen toegestane apparaten toegang krijgen en dat technisch af te dwingen. Crisisbeheersing Met de toegenomen dreigingen van buitenaf is een goede crisisbeheersing onontbeerlijk. Immers de risico’s met betrekking tot de bedrijfscontinuïteit nemen toe omdat digitale processen steeds meer de standaard worden. Verantwoordelijkheid en rollen duidelijk beleggen bij het bestrijden van een crisis is belangrijk. Vanaf 2021 testen we en verbeteren we gestructureerd de crisisorganisatie.
91
Bewustwording De veiligheid die we met de technische middelen kunnen bereiken is begrensd. Het menselijk gedrag speelt een doorslaggevende rol in het realiseren van de veiligheid van informatie in de praktijk. Bewustwording is en blijft voor informatiebeveiliging en gegevensbescherming daarom essentieel. We maken medewerkers bewust van de risico’s van het werken met (persoons)gegevens en we maken risicomanagement expliciet onderdeel van de besluitvorming. In 2021 is de werkgroep Privacy en Informatieveiligheid gestart met een grote Dommelvallei brede bewustwordingscampagne. Deze campagne omvat 4 fasen: de ontwerpfase, de ontwikkelfase, de implementatiefase en de evaluatie- en onderhoudsfase. We verwachten in 2022 de laatste fase te doorlopen. In deze fase beoordelen en evalueren we de behaalde resultaten en voeren we, waar dat nodig is, verbeteringen door. Bewustwording is een cyclisch proces.
Control Accountteam Control ondersteunt de gemeente via het zogenaamde accountteam. Het accountteam is op vaste momenten in de gemeente aanwezig. Er is periodiek overleg met de leidinggevenden. Via het Management Control Systeem wordt management informatie gepresenteerd aan het MT. Aanbesteding nieuwe accountant Vanaf boekjaar 2021 is Crowe Foederer de accountant. Deze accountant is uit de aanbestedingsprocedure als beste naar voren gekomen. Insteek van de aanbesteding was een accountant die het partnerschap met de organisaties en gemeenteraden aangaat. In overleg met de nieuwe accountant worden de werkzaamheden voor de controles meer op elkaar afgestemd. Hiervoor zijn in de 2e helft van 2021 gesprekken gevoerd met de nieuwe accountant en formats uitgewisseld/ontwikkeld. Rechtmatigheidsverantwoording Op het moment van schrijven is het voornemen om de rechtmatigheidsverantwoording vanaf het boekjaar 2022 in te laten gaan. De noodzakelijke wetswijziging hiervoor is nog niet vastgesteld. De colleges geven vanaf het boekjaar 2022 zelf een verantwoording af over de rechtmatigheid. De precieze invulling van deze verantwoording is op dit moment nog onduidelijk. Aan de hand van de beschikbare informatie bereiden we ons in 2021 voor, zodat de colleges een rechtmatigheidsverantwoording kunnen afgeven bij de jaarrekening 2022.
We werken verder aan het hiervoor ontwikkelde In Control Framework. De nieuwe accountant en data-analyses spelen hierbij een grote rol. Data-analyses De verbijzonderde interne controle is altijd in ontwikkeling. Samen met de nieuwe accountant wordt gekeken naar de verdere inzet van data-analyses. Deze kunnen we, zoals nu in een aantal gevallen ook al wordt gedaan, inzetten om gegevensgerichte interne controlewerkzaamheden te verrichten. Data-analyses zetten we ook in om risico’s in het proces op te sporen zodat de controle nog slimmer en efficiënter wordt.
Huisvesting De huisvesting van de ambtelijke organisatie en het bestuur is momenteel als volgt: Jan van Schijnveltlaan/Papenvoort (hoofdvestiging) Pastoorsmast (buitenwerf) Berg en Aardappeleterssteegje (Centrum Maatschappelijke Deelname) Naast de eigen organisatie zijn in het gemeentehuis ook de bibliotheek en de politie gehuisvest.
92
Kengetallen (peildatum 1-7-2021) Verdeling man/vrouw en fulltime/parttime
Fulltime
Parttime
Totaal
Mannen
38
7
45
Vrouwen
23
36
59
Totaal
61
43
104
Verhouding man / vrouw 2021: 48% / 52% Verhouding man / vrouw in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2020: 46 % / 54 % Formatie
Factor
Directie en Staf
fte
1-7-2021 1,83
Afd. Samenleving
fte
25,59
Afd. Ontwikkeling en handhaving
fte
36,32
Afd. Openbare werken
fte
31,57
Totale formatie
fte
95,31
Gemiddelde leeftijd Gemiddelde leeftijd
2021
2020
Mannen
47,9
51,6
Vrouwen
46,8
45,6
Totaal
47,1
48,3
Gemiddelde leeftijd landelijk binnen gemeenten in 2020: 48,1 jaar
Ziekteverzuim (exclusief zwangerschapsverlof) Ziekteverzuim (1 januari tot 1 juli)
2021
2020
Verzuimpercentage
4,7
7,94
Verzuimfrequentie
0,29
0,42
Ziekteverzuimpercentage in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2020: 4,3
De ambitie blijft voor 2022 om te streven naar een ziekteverzuimpercentage dat gelijk is aan of lager ligt dan het landelijk gemiddelde (1e kwartaal van 2021, 4,8%). Het is nog onduidelijk welk effect de coronamaatregelen op het ziekteverzuim hebben. In het voorjaar van 2021 is de dienstverlening van een arbodienst opnieuw aanbesteed, wat de mogelijkheid biedt om accenten in die dienstverlening te verleggen ter optimalisering van de ondersteuning bij verminderen van het ziekteverzuim.
93
Verbonden partijen Inleiding De paragraaf verbonden partijen moet inzicht geven in de relaties van de gemeente in rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én waarmee financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen zijn een manier om een bepaald beleidsvoornemen uit te voeren. Het deelnemen aan een verbonden partij komt altijd voort uit het publiek belang. Onder bestuurlijk invloed wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is, indien de verbonden partij failliet gaat of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt.
Conform artikelen 1, 5, 8, 9, 15, 26 en 36 van het BBV komen de volgende verbonden partijen aan de orde in deze paragraaf: Gemeenschappelijke regelingen: Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven; Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven; Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven; Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Helmond; Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei (DVV) te Mierlo; Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening de Dommel (WSD) te Boxtel; Gemeenschappelijke Regeling Reiniging Blink te Helmond. Vennootschappen en coöperaties: Naamloze Vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) te Den Haag; Naamloze Vennootschap Brabant Water te Den Bosch. Stichtingen en verenigingen: Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond; Stichting Bureau Inkoop- en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot.
In deze paragraaf zal in tabelvorm elke verbonden partij uitgewerkt worden aan de hand van de volgende indelingen: Doel en openbaar belang van de verbonden partij; Algemene visie op en beleidsvoornemens over inschakelen van de verbonden partij: uitgangspunten waarom en wanneer we gebruik maken van de verbonden partij; Veranderingen en ontwikkelingen van de verbonden partij; Risico’s: welke andere risico’s zijn er bij deelname; Afbreukrisico van geen deelname; Alternatieven voor geen deelname; Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging: wie zijn er betrokken bij de samenwerking; Frequentie van terugkoppeling naar de raad; Financieel belang: welke kosten horen bij de samenwerking; Vermogenspositie en resultaat boekjaar van de verbonden partij. De volgende afkortingen zijn gebruikt in de uitwerking van de verbonden partijen: DB: Dagelijks bestuur GR: Gemeenschappelijke regeling NV: Naamloze Vennootschap
Gemeenschappelijke regelingen GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven Doel en openbaar belang Per 1 januari 2015 is de Metropoolregio Eindhoven (MRE) actief. Het doel van deze strategische, bestuurlijke samenwerking is het behouden en het verstevigen van de internationale concurrentiepositie van de regio en spitst zich toe op de behartiging van de gezamenlijke belangen op de thema’s economie, mobiliteit, energietransitie en transitie landelijk gebied. Daarbij geeft MRE uitvoering aan het Stimuleringsfonds en dient als betaalautoriteit Brainport Development NV.
94
Per 1 januari 2015 maakt het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) onderdeel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven. RHCe heeft taken op het gebied van toezicht, behoud en openbaar maken van de cultuurhistorische informatie en is archiefbewaarplaats van de door onze gemeente en andere overheden in Zuidoost Brabant overgebrachte archieven. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Er zijn maatschappelijke opgaven die niet begrensd worden door gemeentegrenzen, maar juist veel verder strekken. Het is goed om deze opgaven dan ook samen met anderen op regionale schaal op te pakken, waarbij aansluiting wordt gezocht met de Nationale Brainport Agenda. Hierdoor worden (ontwikkelings)mogelijkheden beter benut. Dit leidt ook tot kostenbesparing. Daarnaast zijn wij via MRE vertegenwoordigd in de stichting Brainport en de triple helix. Deze stichting bepaalt de strategie van de ontwikkelingsorganisatie Brainport Development. Via de Regio Envelop zijn financiële middelen onder meer vanuit het Rijk beschikbaar om te investeren in nieuwe ontwikkelingen die zijn opgenomen in de Nationale Brainport Actieagenda. De gemeente brengt haar archief na verloop van tijd onder bij RHCe, voor zover deze documenten niet vernietigd (moeten) worden.
Veranderingen en ontwikkelingen MRE is na een intensief omvormingstraject op 1 januari 2015 gestart als opvolger van SRE. In 2017 is de samenwerking geëvalueerd. Naar aanleiding hiervan is de samenwerking aangepast en de nieuwe afspraken zijn vastgelegd in het Samenwerkingsakkoord 2019 - 2022. Jaarlijks wordt er een werkprogramma opgesteld. In 2022 wordt de gemeenschappelijke regeling gewijzigd, zoals is afgesproken bij het vaststellen van de het Samenwerkingsakkoord 2019 - 2022. Binnen RHCe heeft een heroriëntatie plaatsgevonden om met name de kosten te drukken. Door focus op wettelijke taken is er meer grip op de financiën en is de afstemming met de deelnemende gemeenten verbeterd. In 2020 is besloten om de huidige uitvoeringsactiviteiten, dienstverlening en werkwijzen voort te zetten, vooralsnog onder de vlag van de MRE-organisatie. In 2022 wordt onderzoek gedaan naar de bestuurlijke en organisatorische positionering van RHCe. In 2016 is MRE geadviseerd om het RHCe te ontvlechten uit MRE-organisatie, omdat de taken van RHCe geen kerntaak van MRE betreft. De voorziening Gulbergen is nog niet afgewikkeld, omdat de voormalige stortplaats officieel nog niet gesloten is en de nazorg nog niet is overgedragen aan de Provincie Noord-Brabant.
Het ziet er naar uit dat de nazorg van de stortplaats Gulbergen voorlopig niet aan de provincie wordt overgedragen in afwachting van onderzoek naar mogelijkheden om de toekomstige nazorgkosten te beperken. In 2020 is de erfpacht afgekocht, waardoor MRE weer volledige zeggenschap heeft over de gronden in het gebied. Dit maakt de weg vrij om nieuwe plannen te ontwikkelen voor Gulbergen en op zoek te gaan naar een marktpartij die deze plannen verder wil ontwikkelen en uitvoeren. Risico's Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld door Algemeen Bestuur in juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door MRE worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de MRE-organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. De MRE-organisatie heeft over 2020 een positief rekeningresultaat van € 13.305.985 behaald, bestaande uit dienst Metropoolregio Eindhoven € 944.644 positief, RHCe € 586.112 positief en Gulbergen € 11.775.229 (als gevolg van vrijvallen voorziening in verband met afkoop erfpacht).
Afbreukrisico van geen deelname Het risico is dat de gemeente zich buiten sluit als zij niet deelneemt aan MRE. MRE is een belangenbehartiger van de regio en weet ook middelen bij anderen (veelal via cofinanciering) los te krijgen. Alternatieven voor geen deelname Naast MRE zijn er allerlei andere vormen van (gemeentelijke) samenwerking mogelijk. Zo werken de gemeenten Eindhoven, Helmond, Son en Breugel, Geldrop-Mierlo, Waalre, Veldhoven, Best, Oirschot en Nuenen op subregionaal vlak samen binnen Stedelijke Gebied Eindhoven. De agenda's van de beide samenwerkingsverbanden worden op elkaar afgestemd, zodat er geen sprake is van een overlap. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant, zijnde de gemeenten: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel,
95
Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. Algemeen bestuur: M. Houben (burgemeester), plv. lid: J. Tesser (raadslid) Raadstafel21: B. van Stiphout en H. Kranen (beide raadsleden) Portefeuillehoudersoverleg Economie: J. Pernot (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit: C. van Brakel (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Transitie landelijk gebied: C. van Brakel (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Energietransitie: J. Pernot (wethouder) Commissie van Advies voor Financiën: J. Pernot (wethouder) Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks bij begroting (zienswijzeprocedure) en jaarrekening (ter kennisneming). Daarnaast worden van relevante zaken voor de raad mededelingen gedaan door het college in commissievergaderingen. GR Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven Doel en openbaar belang De omgevingsdienst is ingesteld om voor de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en daarmee als uitvoeringsdienst van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan het realiseren en borgen van de door de gemeente aangegeven kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De ODZOB heeft een relatie met de partners in de GR en andere opdrachtgevers die wordt gekenmerkt door: bereikbaarheid, beschikbaarheid, snelheid en betrouwbaarheid waar het gaat om de levering van diensten en producten, de beantwoording van vragen en het voldoen aan verzoeken over de fysieke leefomgeving. Wettelijk moeten zogenaamde basismilieutaken waarvoor de gemeente het gevoegd gezag is uitgevoerd worden door de omgevingsdienst. Nuenen heeft ervoor gekozen alle milieutaken (basis- en verzoektaken) door de Omgevingsdienst uit te laten voeren. Veranderingen en ontwikkelingen ODZOB streeft er naar om in de toekomst voor alle deelnemers de brede WABO- of omgevingstaken te gaan uitvoeren. Nuenen beschouwd de ODZOB op dit moment als uitvoeringsdienst voor de milieutaken en ziet vooralsnog geen meerwaarde voor de uitvoering van de “brede” Wabo- of omgevingstaken door de ODZOB. De omgevingsdienst ontwikkelt regionaal uitvoeringsbeleid voor diverse (basis)milieutaken. Het regionaal operationeel kader (ROK) handhaving en toezicht en vergunningverlening is in 2019 vastgesteld. In 2020 is de opzet en uitvoering daarvan regiobreed uitgerold. Regionaal en provinciaal worden daarmee dezelfde kaders en uitgangspunten gehanteerd voor de uitvoering van deze werkzaamheden.
Gezamenlijk uitvoeringsbeleid voor bodemtoezicht is voorbereid. Met de Omgevingswet gaat een deel van de bodembevoegdheden van de provincie over naar de gemeente. Deze overdacht van taken is in 2021 deels uitgevoerd en wordt in 2022 naar verwachting afgerond. Bij het behandelen van de begroting 2022 van de Odzob is de verwachting uitgesproken dat de overdracht van de bodemtaken geen financiële gevolgen voor de gemeente zal hebben Risico's De omzet van de ODZOB is structureel hoger dan geraamd waardoor met name door verzoekstaken een positief resultaat is gerealiseerd. Het gemeentelijk werkprogramma is slechts een klein onderdeel van het totale uitvoeringsprogramma. Invloed is daardoor slechts beperkt. Afbreukrisico van geen deelname Deelname voor wat betreft het basistakenpakket is wettelijk verplicht. Dit geldt niet voor de verzoektaken. ODZOB is er echter op ingericht om ook de uitvoering van verzoektaken voor haar rekening te nemen. Indien dit niet gebeurt is het financieel risico als gevolg daarvan voor de deelnemers van de GR. In 2021 is gebleken dat de ODZOB een positief resultaat heeft gedraaid met het huidige takenpakket. Van uitbreiding hiervan hoeft dan ook geen sprake te zijn.
Een deel van deze inkomsten wordt gebruikt voor de in de invoering van de Omgevingswet en het opbouwen van een financiële reserve, conform regionale afspraken Alternatieven voor geen deelname Zoals gezegd is de deelname voor wat betreft het basistakenpakket wettelijk verplicht. Andere vormen van samenwerking worden soms gezocht voor specifieke taken die bij de ODZOB niet aanwezig zijn. Hiervoor wordt een beroep gedaan op andere regiogemeenten of adviesbureaus. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant.
96
Algemeen bestuur: lid: C. van Brakel (wethouder). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks tweemaal (begroting, jaarrekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. GR Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven Doel en openbaar belang Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) behartigt de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van: brandweerzorg, ambulancezorg, geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, rampenbestrijding en crisisbeheersing en de gemeenschappelijke meldkamer, door: • Adequaat te reageren op spoedeisende hulpvragen van burgers, instellingen en bedrijven; • Het organiseren en coördineren van geneeskundige hulpverlening in de regio; • Het voorkomen en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en/of ongevallen bij brand en alles wat hiermee verband houdt. Ook het aanschaffen en onderhouden van gemeenschappelijk materieel en de coördinatie van de werkzaamheden op dit gebied behoort tot de taak van VRBZO; • Het - samen met GGD BZO - organiseren, coördineren en uitvoeren van ambulancezorg, de bijbehorende procesregistratie en het bevorderen van adequate opname van zieken en ongevalsslachtoffers in ziekenhuizen of andere instellingen voor intramurale zorg; • Het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Omdat veiligheidsrisico’s zich niet houden aan gemeentegrenzen én omdat veiligheid een complexe zaak is, is inde Wet veiligheidsregio’s (Wvr) bepaald dat de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant de verantwoordelijkheid voor veiligheid onderbrengen bij VRBZO. Hierdoor werken de gemeenten op regionale schaal aan een veilige leefomgeving voor mensen die er wonen en verblijven, professionele hulp verlenen als het nodig is, waarborgen creëren voor fysieke veiligheid en voorbereidingen treffen voor rampenbestrijding en crisisbeheersing. Veranderingen en ontwikkelingen COVID-19: Corona zette in 2020 en 2021 de hele wereld op z’n kop. Het betekende voor VRBZO een onverwachte uitdaging. Vanaf maart 2020 ging de crisisorganisatie 7 dagen per week aan de slag, samen met heel veel partners: gemeenten, GGD, Defensie, OM, Politie, Marchaussee. Na een korte adempauze in de zomerperiode 2020 kwam de tweede golf met eind 2020 en 1e halfjaar 2021 nog strengere maatregelen. Vanaf 1 december 2020 werd gewerkt met als grondslag de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 (Twm). Hoewel de veiligheidsregio en de voorzitter een andere rol kregen, is een groot deel van de processen in stand gehouden voor coördinatie en uniformiteit in de regio. Tot 1 juli 2021 zijn alle veiligheidsregio's opgeschaald gebleven.
Afhankelijk van de ontwikkelingen heeft de coronacrisis ook nog invloed op de werkzaamheden van VRBZO in 2022. Leerpunten uit de evaluaties van de coronacrisis én de evaluatie van de Wet veiligheidsregio's worden meegenomen in de herijking van het Regionaal Crisisplan 2022. In maart 2021 heeft het AB de Visie 2025 VRBZO vastgesteld. VRBZO gaat de komende jaren op basis van uitvoeringsplannen aan de slag met de in de visie vastgestelde speerpunten en thema's: Samen voor veilig, Weerbare samenleving en Toekomstbestendige organisatie. De invoering van de Wnra zorgt waarschijnlijk voor verhoging van de loonkosten voor vrijwilligers. Gelijke werkzaamheden moeten gelijk beloond worden. Om vrijwilligheid voor de brandweer te behouden is het nodig dat onderscheid gemaakt kan worden tussen beroeps- en vrijwillige brandweer. De landelijke Denktank Taakdifferentiatie stelt een oplossingsrichting voor die bestaat uit vier bouwstenen. De nadere uitwerking hiervan vindt vanaf het 2e halfjaar 2021 en in 2022 plaats. Functioneel Leeftijdsontslag (FLO): Medewerkers van de parate dienst van de brandweer die voor 2006 in dienst waren hebben recht op de overgangsregeling FLO. Deze overgangsregeling is de afgelopen jaren enkele malen herzien. Individuele veiligheidsregio’s hebben geen eigen beleidsvrijheid met betrekking tot deze regeling.
Onderhandelingen vinden plaats op landelijk niveau vanuit de brandweerkamer van VNG. VRBZO heeft een voorziening FLO ingesteld en geeft in de begroting aan welk deel van de gemeentelijke bijdragen bestemd is voor FLO. Voor de begroting 2022 is dat € 1.330.000 (prijspeil 2020). Risico's Eind 2019 is de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen 2020 - 2023 vastgesteld. De risico's van de organisatie zijn in de beleidsnota gebundeld tot drie onderwerpen waaraan een
97
risicobedrag voor het weerstandsvermogen is gekoppeld: - risico's in algemene bedrijfsvoering € 500.000-1.000.000 - risico's model brandweerzorg € 500.000-1.000.000 - risico grootschalige ramp/crisis € 500.000-1.000.000 - totaal benodigd weerstandsvermogen € 1.500.000-3.000.000 Het is niet reëel dat bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen. Tevens is de impact van een ernstig incident en de majeure wijzigingen in model brandweerzorg (nog) lastig te kwantificeren. Daarom houdt VRBZO rekening met een totaal risicobedrag van € 2,0 miljoen. Het weerstandsvermogen bedraagt € 2,0 miljoen en hoeft derhalve niet te worden aangepast. Afbreukrisico van geen deelname Deelname is een wettelijke plicht (Wgr, Wvr). Alternatieven voor geen deelname Geen alternatieven. Deelname door 21 gemeenten in de regio Zuidoost Brabant. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Algemeen bestuur: lid: M.J. Houben (burgemeester). Dagelijks bestuur: lid: M.J. Houben (burgemeester). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks tweemaal (begroting, rekening) en halfjaarlijks (1e en 2e samenvatting van de bestuursrapportage); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen over beleid en strategische keuzes binnen de Veiligheidsregio.
De deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling waarborgen de betaling van rente en aflossing van de geldleningen die de Veiligheidsregio heeft gesloten, onder goedkeuring van gedeputeerde staten en volgens regels die het algemeen bestuur heeft vastgesteld. De waarborg geldt naar evenredigheid van het aantal inwoners van iedere gemeente van het betreffende kalenderjaar en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten die de wet aan borgen toelaat. GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Helmond Doel en openbaar belang In stand houden van de GGD om daarmee de gezondheid van de bevolking en preventie van ziekten te bevorderen, alsmede snelle interventies op het gebied van gezondheid te verzorgen. Gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemende gemeenten en uitvoering van de wettelijke gemeentelijke taken op het gebied van de (openbare) gezondheid(szorg). Financiering o.b.v. bijdrage deelnemende gemeenten, bijdragen ziektekostenverzekeraars, ambulancehulpverlening en bijdragen particulieren. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De gemeente kan profiteren van de professionele kennis en voorzieningen welke de GGD bezit en door de gemeente niet zelfstandig in stand gehouden kunnen worden.
Tevens wordt door de samenwerking met de regiogemeenten een schaalgrootte bereikt die een efficiënte en effectieve aanpak mogelijk maakt tegen zo laag mogelijke kosten. Een positieve bijdrage aan de gezondheid van de inwoners van onze gemeente en uitvoering van tal van wettelijke taken. Naast de uitvoering van de wettelijke taken maken we als gemeente dankbaar gebruik van de diensten van het lokaal team gezondheidsondersteuning. Medewerkers uit dit team ondersteunen de gemeente onder meer bij projecten op het gebied van alcohol- en drugspreventie en het activiteitenprogramma van de werkgroep mantelzorg en Nuenen dementievriendelijke gemeente. Tot slot levert de GGD ook waardevolle lokale onderzoeksgegevens (onder meer uit de gezondheidsmonitoren). Deze onderzoeksresultaten zetten wij in als beleidsindicatoren. Veranderingen en ontwikkelingen Op 17 september 2019 heeft het college kennis genomen van de uitwerking van de bestuursopdracht die in 2018 aan de GGD is gegeven. Belangrijkste onderdelen van de uitwerking zijn de integratie van Jeugdgezondheidszorg (JGZ) voor 0-4 jarigen binnen de GGD en het verbeteren van de organisatie en bedrijfsvoering van de GGD. Ten behoeve van de integratie van de JGZ heeft een financieel boekenonderzoek plaatsgevonden.
Op basis van de resultaten uit dit onderzoek heeft het Algemeen Bestuur van de GGD besloten akkoord te gaan met de integratie en verder te gaan met de uitvoering van de bestuursopdracht. Het Algemeen Bestuur van de GGD legt dit ter besluitvorming voor bij de colleges van burgemeester en wethouders en de raden van de 21 deelnemende gemeenten.
98
Risico's De financiële voordelen van de integratie van de jgz 0-4 jaar bij de GGD zijn niet voor 100%. Het boekenonderzoek verwijst naar aandachtspunten die gepaard kunnen gaan met de integratie van JGZ 0 – 4 in de GGD. Die aandachtspunten en kansen hebben betrekking op: De locaties van waaruit JGZ 0 -18 in de toekomst gaat werken. Uitgangspunt is dat de bestaande consultatiebureaus gecontinueerd worden. Tegelijkertijd biedt de integratie 0-4/418 kansen om efficiencyslagen te maken. De mogelijkheden voor efficiencywinst in de overheadsfeer. De ICT ondersteuning waarmee de JGZ 0 -18 in de toekomst gaat werken. De arbeidsvoorwaarden (cao en pensioenvoorziening) die in de toekomst gaan gelden voor het personeel dat overkomt vanuit Zuidzorg en Zorgboog. De toekomstige financieringsgrondslag voor JGZ 0 – 18. De doorlopende contracten aan JGZ gebonden die Zuidzorg en Zorgboog nu met derden hebben afgesloten (met name wat betreft huisvesting en ICT). Afbreukrisico van geen deelname Geen behartiging van onze belangen op dit gebied en niet kunnen voldoen aan wettelijke verplichtingen waaronder het in stand houden van een GGD. Alternatieven voor geen deelname Het zoeken naar andere instanties die uitvoering kunnen geven aan onze wettelijke taken op het gebied van openbare gezondheidszorg.
Volledig afzien van geen deelname is geen reële optie i.v.m.de in de Wet Publieke Gezondheid opgenomen eis dat de gemeente een GGD in stand moet houden. De volgende gemeenten behoren tot het werkgebied van de GGD Brabant Zuidoost: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, HeezeLeende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. In dit gebied wonen ca. 750.000 mensen. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Algemeen bestuur: lid: R. Stultiëns (wethouder). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Er vindt in ieder geval terugkoppeling plaats bij de vaststelling van de begroting en wijzigingen daarvan en verder incidenteel als onze vertegenwoordiger bij de GGD dit wenselijk acht. GR Dienst Dommelvallei te Mierlo Doel en openbaar belang Dienst Dommelvallei is het samenwerkingsverband van de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a. en Son en Breugel. In deze dienst zijn de bedrijfsvoeringstaken financiën, belastingen, personeel & organisatie, informatievoorziening en planning & control voor de drie gemeenten ondergebracht. Daarnaast hebben de gemeenten Son en Breugel en Nuenen c.a. de taken met betrekking tot werk en inkomen (sociale zaken en Participatiewet) en dienstverlening in deze dienst ondergebracht.
Daarnaast voert deze dienst ondersteunende activiteiten (administratie en applicaties) uit met betrekking tot zorg en welzijn (Wmo) en jeugd. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Bij de vorming van Dienst Dommelvallei is aangegeven dat de dienst moet leiden tot: meer kwaliteit, minder kwetsbaarheid, minder kosten en goed werkgeverschap. Veranderingen en ontwikkelingen In het kader van de doorontwikkeling van de dienst heeft in 2021 een strategisch sessie plaatsgevonden onder leiding van een externe adviseur. Hierin zijn enkele kansrijke ideeën om te komen tot innovatie en efficiencyvoordelen naar voren gekomen. Ideeën ten aanzien van professionalisering functioneel beheer en het verbreden van platformen worden nader uitgewerkt. Onderzocht wordt of deze ideeën leiden tot schaal- en efficiencyvoordelen. Daarnaast heeft de gemeente Geldrop-Mierlo aangegeven dat het niet langer meer wenselijk is om de dienst te huisvesten in het centrum van Mierlo. Deze locatie is in beeld voor herontwikkeling om tot komen een aantrekkelijk centrum in Mierlo. In 2022 wordt dan ook onderzocht waar de medewerkers van dienst in de toekomst gehuisvest kunnen worden. Wellicht dat de gemeentehuizen van Geldrop-Mierlo, Son en Breugel en Nuenen hiervoor een oplossing bieden.