2021-40 Raadsvoorstel Rioolheffing (incl. bijlage)
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Datum raadsvergadering: Datum B&W-besluit: Afdeling:
8 juli 2021 1 juni 2021 FIN-Belastingen NU
Behandelend ambtenaar:
Bart van Meurs
Portefeuillehouder:
J. Pernot
Zaaknummer:
214398
Onderwerp Raadsvoorstel nieuwe grondslag rioolheffing Nuenen Beslispunten 1. In te stemmen met het wijzigen van de grondslag rioolheffing per 1 januari 2022. Inleiding Voor de inning van de rioolheffing is een overeenkomst afgesloten met Brabant Water. De huidige heffingsgrondslag is gebaseerd op daadwerkelijk waterverbruik. Het aflopen van deze overeenkomst met Brabant Water geeft ons de kans om te kijken naar betere en goedkopere grondslagen voor de rioolheffing. De gemeente heeft zorgplichten op het gebied van vuilwater, hemelwater en grondwater. Kosten die de gemeente hiervoor maakt, zijn opgenomen in de berekening voor de hoogte van de rioolheffing. De zorgplichten zijn ook mede uitgangspunt bij de voorgestelde wijziging van de grondslag. Wat willen we bereiken Een goed uitlegbare en uitvoerbare rioolheffing. Daarbij willen we in de heffing recht doen aan het verdelen van de kosten die voortkomen uit alle zorgplichten. Ten slotte willen we de kosten voor het innen (de perceptiekosten) beperken. Argumenten 1.1 De heffing wijzigt voor zowel woningen als voor niet-woningen a. Woningen Voor woningen wordt als grondslag voorgesteld het aantal personen in een huishouden. Als peildatum geldt hiervoor het aantal bewoners op 1 januari.
Bij afname van het aantal bewoners, bijvoorbeeld door overlijden of verhuizing, volgt een vermindering voor het aantal volle maanden van het betreffende jaar. Bij toename van het aantal bewoners wordt geen verhoging van de heffing doorgevoerd.
214398 Pagina 1 van 7
b. Niet-woningen Voor niet-woningen kan niet gewerkt worden met dezelfde grondslag als voor woningen. Daarom blijft hiervoor de huidige grondslag gelden, behoudens dat er een staffeling van het waterverbruik wordt ingevoerd. In bijlage 1 wordt een cijfermatig beeld gegeven van de huidige grondslag van de rioolheffing en van de nieuwe grondslag. 1.2 De grondslag is duidelijk te beargumenteren richting inwoners Heffing op basis van grootte van huishouden is maar voor één uitleg vatbaar, omdat iedereen ingeschreven moet staan in de BRP. 1.3 Een grondslag op basis van daadwerkelijk waterverbruik is passend voor niet-woningen Bij niet-woningen zijn de verschillen in waterverbruik veel groter. Ook kan het waterverbruik veel hoger zijn dat het waterverbruik van woningen. Om kosten daadwerkelijk aan grootverbruikers toe te rekenen is voor niet-woningen een heffing op basis van waterverbruik passend. 1.4 De wijziging is kosten neutraal, de totale opbrengst en daarmee ook de totale kosten voor inwoners neemt niet toe. (Zie Kanttekeningen en Alternatieven 1.1) voor gevolgen op individueel niveau) Het wijzigen van de grondslag voor de rioolheffing brengt geen extra kosten met zich mee. Er is een afname van de kosten door het wegvallen van het contract met Brabant Water.
In de begroting van de rioolheffing is er al rekening mee gehouden dat Dienst Dommelvallei de uitvoering van de rioolheffing overneemt per 1 januari 2022. 1.5 De opbrengst van de rioolheffing wordt beter voorspelbaar Het begrote aantal huishoudens zal in de praktijk procentueel gezien weinig afwijken van het daadwerkelijke aantal. De totale opbrengst is daardoor goed voorspelbaar. In de huidige situatie is dit niet het geval, we hebben in de afgelopen jaren meerdere keren gezien dat door een droge zomer de opbrengsten fors hoger waren dan geraamd. Dit betekent dat inwoners en bedrijven meer betaald hebben dan dat nodig was. Overigens wordt een teveel ontvangen bedrag in de voorziening riolering gestort waardoor er in de toekomst minder geheven hoeft te worden. 1.6 Inwoners bij wie op dit moment geen rioolheffing in rekening wordt gebracht, worden ook in de heffing betrokken. a. doorverbindingen Op dit moment worden alleen adressen waar een watermeter staat, aangeslagen voor rioolheffing. In appartementencomplexen zie je vaak dat er één centrale watermeter is en de appartementen geen eigen watermeter hebben, dit noemen we doorverbindingen. In de huidige situatie wordt vaak de vereniging van eigenaren aangeslagen, die vervolgens de kosten doorberekenen aan de bewoners van de appartementen.
In de nieuwe heffing wordt de vereniging van eigenaren niet aangeslagen maar worden de appartementen zelf in de heffing betrokken. Voor de bewoners lijkt er dan een verhoging van de gemeentelijke lasten te zijn. Echter zal er aan de andere kant ook een verlaging van de servicekosten optreden.
Pagina 2 van 7
214398
b. Aansluitingseis vervalt. 1 In 2022 vervalt de aansluitingseis. Het in eigendom hebben of gebruik maken van een perceel is voldoende om in de heffing te worden betrokken. De zorgplichten voor de rioolheffing zijn breder dan alleen het afvoeren van afvalwater. De afvoer van afvalwater is niet bekend daarom wordt gekeken naar de hoeveelheid aangevoerd water, maar deze koppeling is niet altijd terecht (bijvoorbeeld bij het sproeien van de tuin). Ook is er geen link met de kosten voor de zorgplichten in de openbare ruimte.
1.7 De heffing wordt op hetzelfde aanslagbiljet geheven als de overige gemeentelijke heffingen. Het cluster belastingen van Dienst Dommelvallei gaat de heffing per 2022 uitvoeren. De rioolheffing wordt dan tegelijk met de overige gemeentelijke heffingen zoals bijvoorbeeld de OZB en afvalstoffenheffing opgelegd op één aanslagbiljet. Inwoners weten hierdoor precies waar ze aan toe zijn met betrekking tot de hoogte van het bedrag dat ze aan gemeentelijke belastingen betalen. 1.8 Er is voor de rioolheffing geen sprake meer van naheffing. Op dit moment brengt Brabant Water een voorschot in rekening en wordt jaarlijks in november de definitieve afrekening opgemaakt waarbij de mogelijkheid bestaat dat er te weinig voorschot is betaald en er een naheffing volgt. Met de nu voorgestelde systematiek is dat verleden tijd. Kanttekeningen en alternatieven 1.1 De hoogte van de heffing wijzigt voor iedereen. Voor iedereen wijzigt de hoogte van de heffing, dit kan zowel in positieve als negatieve zin zijn. In de huidige situatie betaalt men per m³ water. Dat wordt een vast bedrag in de nieuwe situatie. De totale opbrengst blijft wel gelijk. 1.2 Andere grondslagen voor de rioolheffing zijn ook mogelijk. In het voortraject van dit raadsvoorstel zijn ook andere opties voor grondslagen bekeken. Zo is er gekeken naar een staffeling op basis van waterverbruik voor woningen.
Hier is echter niet voor gekozen om de volgende redenen: 2 Inwoners worden in een staffel ingedeeld op basis van waterverbruik. Hierdoor kan het zijn dat iemand die net de staffelgrens over gaat een veel hoger bedrag in rekening gebracht krijgt. Dit achten we onwenselijk en moeilijk uitlegbaar. Ook zien bewoners vaak pas bij de afrekening wat hun verbruik is. Tussentijds bijsturen om toch in de lagere staffel te vallen is daardoor moeilijk. 3 De eerste staffel start met 0 m3 water. Inwoners zonder watermeter of verbruik vallen in die staffel en krijgen daardoor een aanslag. Dit kan onbegrip opleveren. 4 De zorgplichten voor de rioolheffing zijn breder dan alleen het afvoeren van afvalwater. De afvoer van afvalwater is niet bekend daarom wordt gekeken naar de hoeveelheid aangevoerd water, maar deze koppeling is niet altijd terecht (bijvoorbeeld bij het sproeien van de tuin). Ook is er geen link met de kosten voor de zorgplichten in de openbare ruimte. 1.3 Duurzaamheid wordt niet gestimuleerd. Doordat er een vast bedrag in rekening gebracht wordt is er vanuit de rioolheffing geen stimulans om minder water te verbruiken. Het is ook gebleken, dat een heffing op basis van waterverbruik geen of slechts een zeer geringe stimulans is om het waterverbruik daadwerkelijk te verminderen.
Pagina 3 van 7
214398
Aan duurzaamheidsdoelstellingen wordt vanuit riolering via andere wegen bijgedragen. Voorbeelden zijn afkoppelsubsidies en aanpassingen in de openbare ruimte.
Wat gaan we daarvoor doen Randvoorwaarden De heffing en inning van de overige gemeentelijke belastingen wordt reeds uitgevoerd door het cluster belastingen van Dienst Dommelvallei. Daarnaast voeren zij nu ook werkzaamheden uit voor de rioolheffing, bijvoorbeeld de afhandeling bezwaarschriften. Er zijn daarom geen personele consequenties. Planning In november wordt de verordening rioolheffing, met daarin de nieuwe tarieven, aangeboden aan de raad ter vaststelling. Na vaststelling van deze verordening wordt deze in december gepubliceerd op overheid.nl zodat deze rechtsgeldig is per 1 januari 2022. Communicatie In december wordt een publicatie in de gemeenteberichten en op de gemeentelijke website geplaatst met informatie over de nieuwe rioolheffing. Daarnaast wordt er in de bijsluiter van de aanslag gemeentelijke belastingen aandacht besteed aan de wijziging. Wat mag het kosten In de zomer van 2021 wordt voor riolering de begroting opgesteld. In deze begroting is het uitgangspunt dat de totale opbrengst voor de rioolheffing ongeveer gelijk moet blijven. Zoals eerder gemeld is al rekening gehouden met verlaging van de inningskosten (perceptiekosten). Evaluatie Evaluatie van de rioolheffing vindt plaats in het begrotingsproces halverwege 2022. Als daaruit blijkt dat veranderingen noodzakelijk zijn per 2023 komen wij bij u terug.
Bijlagen Bijlage 1: Cijfermatig beeld nieuwe grondslag
Burgemeester en wethouders van Nuenen, de secretaris,
de burgemeester,
drs. M. Arents
M.J. Houben MBA
Pagina 4 van 7
214398
Onderwerp: Nieuwe grondslag rioolheffing 2022
De raad van de gemeente Nuenen c.a.; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van gelet op de desbetreffende bepalingen in de Gemeentewet;
BESLUIT:
1. In te stemmen met het wijzigen van de grondslag rioolheffing per 1 januari 2022.
Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 8 juli 2021
DE RAAD VOORNOEMD, de griffier,
de voorzitter,
M.C.P. Laurenssen Msc
M.J. Houben MBA
Pagina 5 van 7
214398
Bijlage 1: Cijfermatig beeld nieuwe grondslag
De cijfers in deze bijlage zijn gebaseerd op de tarieven die in 2021 gelden voor de rioolheffing. De berekeningen zijn slechts een indicatie zodat u een beeld krijgt hoe de heffing eruit gaat zien. De werkelijke tarieven worden in de zomer berekend en in november vastgesteld. Deze kunnen afwijken van onderstaande gegevens.
Huidige grondslag Heffing vindt plaats met als grondslag daadwerkelijk waterverbruik met een tarief van € 1,39 per m³ water.
Voorgestelde nieuwe grondslag Woningen Heffing vindt plaats met als grondslag grootte van huishouden. Voor de berekening van de tarieven gaan we eenmalig uit van het landelijk gemiddelde waterverbruik per huishouden (zie afbeelding hieronder).
Bovenstaande verbruikshoeveelheden keer het huidige tarief van € 1,39 geeft de volgende tarieven. Bij deze tarieven vindt afronding plaats op € 5,00 naar boven. 1-persoons huishouden 2-persoons huishouden 3-persoons huishouden 4-persoons huishouden 5 of meer-persoons huishouden
€ 75,00 € 140,00 € 205,00 € 270,00 € 330,00
Pagina 6 van 7
214398
Niet-woningen Heffing vindt plaats met als grondslag daadwerkelijk waterverbruik verwerkt in staffels. De bedragen zijn gebaseerd op het gemiddelde van de staffel te nemen en te vermenigvuldigen met 1,39. Vervolgens is dit afgerond. bij een waterverbruik van 0 tot en met 200 m3 € 140,00 bij een waterverbruik van 201 m3 tot en met 500 m3 € 487,00 bij een waterverbruik van meer dan 500 m³ voor elke volle eenheid van 500m³ of gedeelte daarvan € 695,00
Pagina 7 van 7
214398