2021-38 RV Bijlage 2 - Bodemkwaliteitskaart
Tekst van het document
Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Organisatie
Telefoon
Projectnummer
Lievense Milieu B.V.
+31 (0)88 910 20 00
SOB012248
Adres
Datum
Documentnummer
Ringwade 41 3439 LM Nieuwegein
3 december 2020
SOB012248.RAP001
Colofon Contactpersonen gemeente Nuenen c.a. Dhr. P. van Bergen (Gemeente Nuenen c.a. en Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) Dhr. P. Maas (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) Contactpersonen Lievense Milieu B.V. | WSP Dhr. J.S. Spronk Mevr. K.C.W. Reezigt-Struijk
Autorisatie Projectnummer
Documentnummer
Status
SOB009404
SOB009404.RAP001
Definitief
Opgesteld door
Functie
Datum
Jeroen Spronk
Senior adviseur
03.12.2020
Collegiale toets door
Functie
Datum
Karin Reezigt-Struijk
Adviseur
03.12.2020
SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
Paraaf
Paraaf
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling
1 1 1
2
Bodemfunctieklassenkaart
2
3
Bodemkwaliteitskaart 3.1 Stap1: Opstellen programma van eisen 3.2 Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden 3.3 Stap3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking 3.3.1 Selecteren beschikbare gegevens 3.3.2 Het samenvoegen van punt- en mengmonsters 3.3.3 Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet 3.3.4 Het opsporen van uitbijters 3.4 Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (1/2) 3.4.1 Aantal en spreiding meetgegevens 3.4.2 Splitsen van deelgebieden 3.5 Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie 3.6 Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (2/2) 3.7 Vaststellen definitieve deelgebieden 3.8 Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones 3.9 Stap 8: Bodemkwaliteitskaart 3.9.1 Inleiding 3.9.2 Kaart met uitgesloten locaties en gebieden 3.9.3 Ontgravingskaart 3.9.4 Toepassingskaart 3.10 Evaluatie eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart 3.11 Bijzondere omstandigheden
4 4 5 5 5 5 6 6 6 6 7 7 7 8 8 9 9 10 10 11 12 13
4
Grondwaterkwaliteitskaart 4.1 Gegevensverzameling en verwerking 4.1.1 Gegevensverzameling 4.1.2 Gegevensverwerking 4.2 Indeling in bijzondere gebieden 4.3 Maken grondwaterkwaliteitskaart 4.4 Signaalwaarden
14 14 14 14 15 15 16
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 5.1 Bodemkwaliteitskaart 5.2 Grondwaterkwaliteitskaart
18 18 22
6
Bronvermeldingen
23
SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
Overzicht bijlagen Bijlage 1 - Begrippenlijst Bijlage 2 - Selectie dataset Bijlage 3 - Specificatie uitbijters Bijlage 4 - Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) Bijlage 5 - Statistische parameters grondwaterkwaliteit
Overzicht kaartbijlagen Kaartbijlage 1 ̶ Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlagen 2 ̶ Ligging bodemkwaliteitszones Kaartbijlagen 3 ̶ Ontgravingskaarten Kaartbijlagen 4 ̶ Toepassingskaarten (generiek kader Besluit) Kaartbijlagen 5 ̶ Grondwaterkwaliteitskaarten
SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie valt onder de regelgeving van het Besluit bodemkwaliteit[1] (hierna ‘het Besluit’). Hiervoor heeft de gemeente Nuenen c.a. in 2015 een bodemkwaliteitskaart[2] opgesteld en bestuurlijk vastgesteld. Omdat de bodemkwaliteitskaart ongeveer 5 jaar oud is en in de Regeling bodemkwaliteit[3] (artikel 4.3.5; hierna ‘de Regeling’) is aangegeven dat een bodemkwaliteitskaart formeel gezien niet ouder dan 5 jaar mag zijn, wil de gemeente de bodemkwaliteitskaart evalueren. In deze rapportage staat beschreven volgens welke werkwijze de bodemkwaliteitskaart is geëvalueerd en wat de resultaten zijn. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1. 1.2
Doelstelling
Het doel van de evaluatie van de bodemkwaliteitskaart is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit van de gemeente. De achterliggende doelstelling is de wens van de gemeente om met de bodemkwaliteitskaart gebruik te kunnen blijven maken van de mogelijkheden die het Besluit biedt: • als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet); • bij het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en baggerspecie op en in de landbodem; • om het gemeentelijke grondstromenbeleid te optimaliseren. • als bewijsmiddel bij klein grondverzet.
1 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001
2
Bodemfunctieklassenkaart
Op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1) wordt de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' weergegeven. De bodemfunctieklassenkaart wordt gebruikt voor: • het mede bepalen van de kwaliteitseisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen (zie ook § 3.9.4 en bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’); • het vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming[4]. In tabel 2.1 is de indeling van gebruiksvormen gegeven die in de bodemfunctieklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ vallen. Tabel 2.1 Indeling gebruiksvormen in bodemfunctieklassen Bodemfunctieklasse
Gebruiksvorm • Alle verharde wegen en bijbehorende (onverharde) bermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de verharding). • De spoorzone (spoorgebonden gronden). • Industriële bedrijven binnen en buiten de bebouwde kom (voor zover aangewezen in het
Industrie
bestemmingsplan). • Parkeerterreinen (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan). • Geluidswal en strook langs de A270. • Zone van 10 meter langs het Wilhelminakanaal (kanaalzone), voor zover deze niet tot het oppervlaktewaterlichaam behoort. • Huidige en toekomstige woonwijken. • Alle (agrarische) bouwblokken met de functie wonen in het buitengebied (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan).
Wonen
• Woningen gelegen op industrieterreinen (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan). • Recreatieterreinen gelegen in of aangrenzend aan de bebouwde kommen. • Alle campings en woonwagenlocaties. • Landbouw- en natuurgebieden;
Landbouw/natuur
• Volkstuinen en moestuinen; • Recreatieterreinen in het buitengebied en intensief (gebruikte) grond. • Provinciale beschermingsgebieden zoals Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland.
2 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur 2.1): • de erfgrens of; • de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; • de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; • als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.
Figuur 2.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).
3 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
3
Bodemkwaliteitskaart
De eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart is geëvalueerd volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten[5]. Er is gewerkt volgens het in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht. Het is conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten noodzakelijk dat de hieronder benoemde stappen in de bodemkwaliteitskaart terugkomen. Stap 1: Opstellen programma van eisen. Stap 2: Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken. Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensbewerking. Stap 4: Indelen bodembeheergebied in deelgebieden. Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied. Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie. Stap 7: Vaststellen bodemkwaliteitszones. Stap 8: Bodemkwaliteitskaart (kaart uitgesloten locaties/gebieden, ontgravingskaart en toepassingskaart). 3.1
Stap1: Opstellen programma van eisen
Voor deze bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld: • Het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het grondgebied van de gemeente Nuenen c.a.. • De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de landbodem van het beheergebied voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte. • De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: o (Voormalige) stortplaatsen. o (Voormalige) saneringslocaties. o Locaties waar bodemverontreiniging boven de interventiewaarde is aangetoond. o Locaties waar potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden of vinden. o Locaties waar brand is geweest. o Locaties waar bij calamiteiten mogelijk bodemvreemde stoffen op of in de bodem zijn gelekt. o Locaties die zijn opgehoogd met materiaal van onbekende aard en/of samenstelling. o Rijkswegen, provinciale en spoorwegen inclusief de onverharde bermen. o Gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen inclusief de onverharde wegbermen. o Defensieterreinen. o (Voormalige) zinkassenwegen. o Opritten aansluitend op (voormalige) zinkassenerven. o Waterbodems (ander bevoegd gezag; Rijkswaterstaat -rijkswateren- of het Waterschap De Dommel -overige wateren-) met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling[6].
4 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
•
•
3.2
o De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. o Ook het grondwater maakt geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen arseen, barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente Nuenen c.a. (d.d. 19 februari 2020) waarin zij haar bodemgegevens registreert en beheert. Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden
De basis van deze bodemkwaliteitskaart is het identificeren van deelgebieden met onderscheidende gebiedskenmerken. De verwachting is dat de kwaliteit tussen deelgebieden kan verschillen als gevolg van de verschillende gebiedskenmerken. Op basis van de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, het huidig gebruik en de verwachte bodemkwaliteit zijn de deelgebieden gedefinieerd. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Voor deze bodemkwaliteitskaart is in overleg met de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en de gemeente Nuenen c.a. uitgegaan van de bodemkwaliteitszones zoals die in de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart zijn gedefinieerd. Er is een indeling gemaakt voor de bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) en de ondergrond (traject vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte). De volgende deelgebieden zijn onderscheiden: 1. Kernen Eeneind, Gerwen, Nederwetten en Nuenen (boven- en ondergrond). 2. Buitengebied (boven- en ondergrond). 3.3
Stap3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking
3.3.1 Selecteren beschikbare gegevens De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente Nuenen c.a. (d.d. 19 februari 2020) waarin zij haar bodemgegevens registreert en beheert. In bijlage 2 staat een overzicht van de selecties die zijn uitgevoerd om tot een representatieve dataset voor deze bodemkwaliteitskaart te komen. 3.3.2 Het samenvoegen van punt- en mengmonsters De dataset voor deze bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens[7]. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van
5 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen. 3.3.3 Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen.
3.3.4 Het opsporen van uitbijters Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door lokale bronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd. Voor de extreme gehalten is nagegaan of deze tot een lokale bron, type- of meetfout zijn te herleiden. In die situaties zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters. 3.4
Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (1/2)
3.4.1 Aantal en spreiding meetgegevens De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied: • Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar. • De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied: o Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar. o Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar.
6 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
3.4.2 Splitsen van deelgebieden Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van Lievense bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen en minerale olie een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. Uit de controle op de variatiecoëfficiënten is gebleken dat bij deelgebieden van het bebouwde gebied (bovengrond en ondergrond) PAK en in de bovengrond ook PCB sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. Deze hoge variatiecoëfficiënten worden in de bovengrond veroorzaakt door relatief veel hogere waarden in de oude kern van Nuenen. Om deze reden is het deelgebied van de bovengrond ‘Kernen Eeneind, Gerwen, Nederwetten en Nuenen’ gesplitst in: • Oude kern Nuenen. • Kernen Eeneind, Gerwen, Nederwetten en overige kern Nuenen. Na het afsplitsen van de oude kern van Nuenen blijkt dat het nieuwe deelgebied in de bovengrond ‘Oude kern Nuenen’ niet voldoet aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (aantal).
Er zijn te weinig meetgegevens aanwezig voor de stoffen arseen, barium, chroom, kobalt, molybdeen, PCB. Om deze reden is stap 6 uitgevoerd (zie § 3.5). 3.5
Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie
Om aanvullende meetgegevens te verzamelen voor het deelgebied ‘Oude kern Nuenen’ waardoor wordt voldaan aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, is een bodemonderzoek[8] uitgevoerd. De aanvullende meetgegevens zijn voorbewerkt (zie § 3.3.3 en § 3.3.4 van deze bijlage). Hierbij zijn 2 meetgegevens als uitbijter geïdentificeerd en verwijderd uit de dataset voor de bodemkwaliteitskaart. De overige meetgegevens zijn toegevoegd aan de dataset van deze bodemkwaliteitskaart. 3.6
Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (2/2)
Na het uitvoeren van “Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie” (zie § 3.5) voldoen alle (nietaaneengesloten) deelgebieden aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens (zie § 3.4.1).
7 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
3.7
Vaststellen definitieve deelgebieden
Zoals in § 3.6 is gesteld, voldoen de (niet-aaneengesloten) deelgebieden aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens. De deelgebieden worden daarom definitief vastgesteld.
De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeente. Voor de bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) en de ondergrond (traject vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) zijn de volgende bodemkwaliteitszones onderscheiden (zie ook de kaartbijlagen 2): Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) • B1. Oude kern Nuenen • B2. Kernen Eeneind, Gerwen, Nederwetten en overige kern Nuenen • B3. Buitengebied Ondergrond (traject vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte) • O1. Kernen Eeneind, Gerwen, Nederwetten en Nuenen • O2. Buitengebied 3.8
Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones
De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (zie bijlage 4, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden, AW2000), Wonen of Industrie. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie ook § 3.9.3 en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden. In de gemeente Nuenen c.a. komt deze situatie niet voor. In tabel 3.2 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In bijlage 4 zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven.
De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 3.9.4).
8 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt in deze bodemkwaliteitskaart niet voor. Heterogeniteit Naast de percentielwaarden en variatiecoëfficiënt is ook de heterogeniteit van de meetgegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage 1. Alleen in de bodemkwaliteitszone ‘B1. Oude kern Nuenen’ is sprake van sterke heterogeniteit voor koper en minerale olie (zie tabel 3.1). Een overzicht van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staat in bijlage 4 (kolom 'Heterogeniteit'). Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone kleiner. Voor koper en minerale olie zijn in de bodemkwaliteitszone ‘B1. Oude kern Nuenen’ voldoende meetgegevens aanwezig om het gemiddelde gehalte (en dus de kwaliteit) goed te beschrijven. Tabel 3.1 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag Bodemkwaliteitszone
Bodemkwaliteitsklasse (obv gemiddelde)
Kwaliteitsbepalende stof
Sterke heterogeniteit [aantal meetgegevens]
Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Oude kern Nuenen B2. Kernen Eeneind, Gerwen, Nederwetten en overige kern Nuenen B3. Buitengebied
Cadmium, lood, zink,
Koper [39], minerale
PCB, PAK
olie [39]
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
-
Wonen
Ondergrond (traject vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte) O1. Kernen Eeneind, Gerwen, Nederwetten en Nuenen O2. Buitengebied
3.9
Stap 8: Bodemkwaliteitskaart
3.9.1 Inleiding De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart. 3. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten.
9 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
3.9.2 Kaart met uitgesloten locaties en gebieden In § 3.1 zijn de locaties aangegeven die zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. De volgende uitgesloten locaties en gebieden zijn afgebeeld op de kaartbijlagen: • (Voormalige) stortplaatsen. • Rijkswegen, provinciale en spoorwegen inclusief de onverharde bermen. • Gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen inclusief de onverharde wegbermen. • (Voormalige) zinkassenwegen. • Waterbodems (ander bevoegd gezag; Rijkswaterstaat of het Waterschap De Dommel) met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling. De ligging van de onderstaande uitgesloten locaties en gebieden zijn, soms vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied, niet op de kaarten weergegeven: • (Voormalige) saneringslocaties. • Locaties waar bodemverontreiniging boven de interventiewaarde is aangetoond. • Locaties waar potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden of vinden. • Locaties waar brand is geweest. • Locaties waar bij calamiteiten mogelijk bodemvreemde stoffen op of in de bodem zijn gelekt. • Locaties die zijn opgehoogd met materiaal van onbekende aard en/of samenstelling. • Defensieterreinen. • Opritten aansluitend op (voormalige) zinkassenerven. • De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld.
• Ook het grondwater maakt geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart. Voor vragen over deze locaties kan contact opgenomen worden met de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (bodemloket@odzob.nl, tel: 088-3690369) en de gemeente Nuenen c.a. (tel:. 040-2631631, of het contactformulier (zie https://www.nuenen.nl/contact). Deze bodemkwaliteitskaart mag op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die wordt ontgraven vanuit deze gebieden. Ook mag deze bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. 3.9.3 Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor de bodemkwaliteitskaart niet uitgesloten locatie/gebied. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken.
10 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie bijlage 4, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (zie ook § 3.8). De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. In tabel 3.2 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in kaartbijlage 3. De kleuren in tabel 3.2 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen. Tabel 3.2 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone Bodemkwaliteitszone
Verwachte ontgravingsklasse (obv gemiddelde)
Kwaliteitsbepalende stof
95P > I-waarde
Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Oude kern Nuenen B2. Kernen Eeneind, Gerwen, Nederwetten en overige kern Nuenen B3. Buitengebied
Wonen
Cadmium, lood, zink, PCB, PAK
-
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
-
Ondergrond (traject vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte) O1. Kernen Eeneind, Gerwen, Nederwetten en Nuenen O2. Buitengebied
3.9.4 Toepassingskaart De toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. In tabel 3.3 is de toepassingseis volgens het generieke kader van het Besluit per bodemkwaliteitszone aangegeven. Op kaartbijlage 4 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 3.3 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en kaartbijlagen 4 (toepassingskaarten).
11 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
Tabel 3.3 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform het generieke kader van het Besluit Bodemkwaliteitszone
Bodemfunctie
Bodemkwaliteitsklasse (obv gemiddelde)
Toepassingseis (generiek kader Besluit)
Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Oude kern Nuenen
Wonen
B2. Kernen Eeneind, Gerwen,
Industrie
Nederwetten en overige kern Nuenen
Wonen
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie B3. Buitengebied
Wonen Landbouw/natuur
Ondergrond (traject vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte) O1. Kernen Eeneind, Gerwen,
Industrie
Nederwetten en Nuenen
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie O2. Buitengebied
Wonen Landbouw/natuur
3.10
Evaluatie eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart
De eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart is op een aantal onderdelen gewijzigd: • De bodemfunctieklassenkaart is op enkele punten gewijzigd waarmee de bodemfuncties ‘Wonen’ en ‘Industrie’ beter worden weergegeven. • De namen van de bodemkwaliteitszones zijn beter omschreven. • Op basis van de vastgestelde bodemkwaliteit is een nieuwe bodemkwaliteitszone in de bovengrond onderscheiden; ‘B1. Oude kern Nuenen’. • Voor het grondwater zijn voor 11 zware metalen gemeentelijke kwaliteitskaarten gemaakt. In hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan. De kwaliteit van de overige bodemkwaliteitszones in de boven- en ondergrond is niet gewijzigd. Het onderscheiden van de nieuwe bodemkwaliteitszone in de bovengrond ‘B1. Oude kern Nuenen’ met de te verwachten ontgravingskwaliteit ‘Wonen’, heeft als consequentie dat grond vanuit deze bodemkwaliteitszone niet meer zonder partijkeuring in het overige deel van de gemeente Nuenen c.a. kan worden hergebruikt.
12 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
3.11
Bijzondere omstandigheden
De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van bodemverontreiniging verdachte locaties, locaties met lokale verontreinigingen, gesaneerde locaties of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Op deze locaties wordt een afwijkende (slechtere) bodemkwaliteit dan in de omgeving verwacht. Daarom moet voorafgaand aan het grondverzet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. Ook door de provincie aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden restricties zijn ten aanzien van het gronden baggerverzet. Voorbeelden hiervan zijn gebieden met archeologische, cultuurhistorische, of aardkundige waarden, Natura2000-gebieden of gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS): https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/bodematlas.
13 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
4
Grondwaterkwaliteitskaart
Naast inzicht in de bodemkwaliteit is ook inzicht verkregen in de grondwaterkwaliteit en is een grondwaterkwaliteitskaart opgesteld. De grondwaterkwaliteitskaarten worden gebruikt voor een apart traject naar beleid voor grondwater en vallen niet onder de nota bodembeheer. Voor de grondwaterkwaliteitskaarten is een aantal technische stappen uitgevoerd: • Verzamelen en selecteren digitale gegevens van de gemeenten. • Indeling in bijzondere gebieden. • Voorbewerken dataset. • Opstellen kaarten. 4.1
Gegevensverzameling en verwerking
4.1.1 Gegevensverzameling De grondwaterkwaliteitskaart is gebaseerd op de gegevens van 11 zware metalen1 die afkomstig zijn uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente (zie § 3.1). Verder zijn de volgende digitale bestanden gebruikt: • Contouren van bodemgebruikskaart, specifiek van gebieden met agrarische functie waar kans is op beregening van gewassen en/of drenking van vee met lokaal grondwater (CBS)[9]. • Contouren van drinkwaterwingebieden. • Contouren van de bebouwde kombegrenzing (bron: CBS). De volgende selecties zijn uitgevoerd om de grondwatergegevens te selecteren: • Er is geen geval van bodemverontreiniging aanwezig op basis van een grondwaterverontreiniging met één of meer zware metalen. • Alle beschikbare meetgegevens vanaf 1 januari 2000 zijn gebruikt. • Alleen ondiepe grondwatermonsters zijn geselecteerd. Alleen meetgegevens in het dieptetraject van 0 tot 5 meter zijn geselecteerd. Het dieptetraject van een grondwatermonster is gebaseerd op het gemiddelde van de begin- en einddiepte van een grondwatermonster. • Alleen stoffen met minimaal 20 analyseresultaten zijn gebruikt. 4.1.2 Gegevensverwerking Omdat er geen voorschriften zijn voor het maken van grondwaterkwaliteitskaarten is voor een deel dezelfde werkwijze gevolgd als bij de bodemkwaliteitskaart.
Voor de onderbouwing van de gemeentelijke grondwaterkwaliteit zijn representatieve meetgegevens uit het bodeminformatiesysteem geselecteerd op basis van de volgende criteria: • Bij grondwateranalyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur wordt gemeten. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze gegevens wel waardevolle informatie voor de grondwaterkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten 1 Arseen, barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink.
14 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
• •
4.2
gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen Extreme hoge waarden (potentiële uitbijters) zijn niet verwijderd. Als er meerdere grondwateranalyses op hetzelfde coördinaat beschikbaar zijn, dan is de maximaal gemeten concentratie aan een stof meegenomen in de berekening. Indeling in bijzondere gebieden
Met de grondwaterkwaliteitskaart kan worden onderzocht of het grondwater wordt gebruikt in gebieden met een gevoelige gebruiksfunctie. Met de grondwaterkwaliteitskaart kan worden ingeschat of door het gebruik van het (ondiepe) grondwater negatieve effecten kunnen ontstaan. Om deze inschatting te maken zijn gebieden met een gevoelige gebruiksfunctie onderscheiden: • Agrarische gebieden waar sprake kan zijn van beregening van (consumptie)gewassen of van veedrenking. • Drinkwaterwingebieden (deze komen in de gemeente Nuenen c.a. niet voor). De agrarische gebieden zijn in kaart gebracht met behulp van de bodemgebruikskaart en de contouren van de bebouwde kom van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Hierop zijn alle gebruiksfuncties geselecteerd die vallen binnen de hoofdcategorie ‘Agrarisch terrein’. Dit is inclusief de functie glastuinbouw, omdat het ook daar mogelijk kan zijn dat voor beregening van (consumptie)gewassen gebruikt gemaakt wordt van lokaal grondwater. De gebieden met een gevoelige gebruiksfunctie zijn op de kaarten gearceerd weergegeven. Met de kaart kan op basis van de globale kwaliteit van het (ondiepe) grondwater (tot 5,0 meter diepte) een uitspraak worden gedaan over mogelijke negatieve effecten door het gebruik van (ondiep) grondwater. De kaart is echter slechts een eerste stap in het proces van uitwerken van grondwaterbeleid. 4.3
Maken grondwaterkwaliteitskaart
De geselecteerde gegevens zijn per stof (11 zware metalen 2) getoetst aan de streef-, (voormalige) tussen- en interventiewaarde. De concentraties zijn op een kaart weergegeven. Hierbij is met interpolatiemethode ‘IDW’ het tussenliggende gebied ingekleurd. ‘IDW’ is een vorm van interpolatie waarbij een bepaalde weging wordt toegepast op basis van afstand tot de meetpunten. De resulterende kaarten zijn op de kaartbijlagen 5 opgenomen. Bij de grondwaterkwaliteitskaart van zink is een bijzonder donutvormig beeld te zien bij de kern van Gerwen. Dit is veroorzaakt door de interpolatietechniek van ‘IDW’. Dit is ook de oorzaak dat enkele ‘vlekken’ met overschrijdingen van tussen- en interventiewaarden relatief groot zijn. Anderzijds worden de grotere ‘vlekken’ met overschrijdingen van tussen- en interventiewaarden veroorzaakt door de lage dichtheid van peilbuizen in een gebied.
2 Arseen, barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink.
15 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
De gegevens over risicogrenswaarden voor agrarisch gebruik, drinkwater en de mens zijn bij de kaartbijlagen 5 als een tabel weergegeven. Deze zijn overgenomen uit het rapport ‘Omgaan met regionaal verhoogde concentraties van zware metalen in het grondwater in NoordBrabant’[10] en het drinkwaterbesluit[11] en het RIVM rapport “Technical evaluation of the Intervention Values forSoil/sediment and Groundwater” [12]. Op deze wijze kan met de grondwaterkwaliteitskaart een eerste indruk worden verkregen van gebieden waar mogelijk sprake is van overschrijding van deze risicogrenswaarde en of hier ook een gevoelige gebruiksfunctie aanwezig is. 4.4
Signaalwaarden
Op basis van de grondwaterkwaliteitskaart heeft de gemeente Nuenen c.a. (zie bijlage 5 en de kaartbijlagen 5) voor de zware metalen barium cadmium, nikkel en zink signaalwaarden vastgesteld, waarmee beoordeeld kan worden of gemeten grondwaterconcentraties bij bodemonderzoek aansluiten bij de natuurlijke achtergrondkwaliteit van het grondwater op een locatie. Er is geen onderscheid gemaakt in zones. In de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming[13] wordt aanbevolen om gebruik te maken van de 98-percentielwaarde (P98) als signaalwaarde. Uit tabel 4.1 blijkt dat de P98-waarden voor geen van de stoffen hoger is dan de risicowaarden voor beregening van gewassen en veedrenking. Uitzondering hierop vormt nikkel. Als het voornemen bestaat grondwater te gebruiken voor beregening van gewassen of veedrenking, of als dit al de situatie is, wordt geadviseerd het grondwater te (laten) onderzoeken. Voor arseen, cadmium, lood en nikkel zijn de P98-waarden hoger dan de grenswaarde voor drinkwater (humaan risico). In de gemeente Nuenen c.a. komt echter geen waterwin- en grondwater-beschermingsgebied voor, maar wel een deel van de boringvrije zone van het waterwingebied Lieshout. Deze boringvrije zone is gedefinieerd om de in de ondergrond gelegen aaneengesloten slecht doorlatende laag boven het waterwingebied te beschermen.
De signaalwaarden die boven de risicogrens voor drinkwater zijn in het ondiepe freatische grondwater zijn vastgesteld, vormen door de slecht doorlatende laag in de ondergrond geen risico’s voor de drinkwaterwinning.
16 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
Tabel 4.1 Signaalwaarden grondwater: 90-percentielwaarden zware metalen ten opzichte van verschillende risicogrenswaarden
Stoffen
Aantal
Sign. waarde
Normen Wet bodembescherming (in µg/l)
98P
Streefwaarde (S)
(S+I)/2 (vml. Tussenwaarde)
Risicogrenswaarden (in µg/l)
Interventiewaarde (I)
Drinkwater
Humaan risico
Beregening
Veedrenking
Arseen
359
24,0
10,0
35,0
60,0
10,0
320,0
50,0
100,0
Barium
119
450,0
50,0
337,5
625,0
n.v.t.
3740,0 niet bekend
niet bekend
Cadmium
494
6,1
0,4
3,2
6,0
5,0
11,0
10,0
10,0
Chroom
360
10,9
1,0
15,5
30,0
50,0
574,0
100,0
1000,0
Kobalt
119
16,6
20,0
60,0
100,0
n.v.t.
361,0 niet bekend
niet bekend
Koper
495
43,0
15,0
45,0
75,0
2000,0
Kwik
489
0,15
0,1
0,2
0,3
Lood
493
43,6
15,0
45,0
Molybdeen
118
9,8
5,0
Nikkel
502
219,8
Zink
510
1.700,0
4060,0
200,0
500,0
1,0
28,0 niet bekend
10,0
75,0
10,0
17,0
50,0
100,0
152,5
300,0
n.v.t.
32500,0 niet bekend
niet bekend
15,0
45,0
75,0
20,0
735,0
200,0
100,0
65,0
432,5
800,0
3000,0
17700,0
2000,0
24000,0
17 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Voor de gemeente Nuenen c.a. is een bodemfunctieklassenkaart, een bodemkwaliteitskaart en grondwaterkwaliteitskaarten opgesteld. Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' weergegeven. Op de ontgravingskaart wordt de te verwachten diffuse milieuhygiënische ontgravingskwaliteit van de gemeente weergegeven. Op de toepassingskaart is weergegeven aan welke kwaliteit de toe te passen grond of gerijpte baggerspecie moet voldoen. Met de grondwaterkwaliteitskaarten wordt een beeld verkregen van de grondwaterkwaliteit. De grondwaterkwaliteitskaart kan worden gebruikt als één van de bronnen om signaalwaarden of terugsaneerwaarden te definiëren. 5.1
Bodemkwaliteitskaart
Op basis van gebruikshistorie, huidig bodemgebruik en bodemkwaliteit zijn in totaal 5 bodemkwaliteitszones onderscheiden. Er zijn 3 bodemkwaliteitszones in bovengrond en 2 bodemkwaliteitszone in de ondergrond onderscheiden (zie de kaartbijlagen 2). De volgende uitgesloten locaties en gebieden zijn afgebeeld op de kaartbijlagen: • (Voormalige) stortplaatsen. • Rijkswegen, provinciale en spoorwegen inclusief de onverharde bermen. • Gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen inclusief de onverharde wegbermen. • (Voormalige) zinkassenwegen. • Waterbodems (ander bevoegd gezag; Rijkswaterstaat of het Waterschap De Dommel) met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling. De ligging van de onderstaande uitgesloten locaties en gebieden zijn, soms vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied, niet op de kaarten weergegeven: • (Voormalige) saneringslocaties. • Locaties waar bodemverontreiniging boven de interventiewaarde is aangetoond. • Locaties waar potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden of vinden. • Locaties waar brand is geweest. • Locaties waar bij calamiteiten mogelijk bodemvreemde stoffen op of in de bodem zijn gelekt. • Locaties die zijn opgehoogd met materiaal van onbekende aard en/of samenstelling. • Defensieterreinen. • Opritten aansluitend op (voormalige) zinkassenerven.
• De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. • Ook het grondwater maakt geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart.
18 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
Voor vragen over deze locaties kan contact opgenomen worden met de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (bodemloket@odzob.nl, tel: 088-3690369) en de gemeente Nuenen c.a. (tel:. 040-2631631, of het contactformulier (zie https://www.nuenen.nl/contact). In tabel 5.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en dieptetrajecten een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen. Alle bodemkwaliteitszones zijn vastgesteld voor de stoffen arseen, barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Op de ontgravingskaart (zie de kaartbijlagen 3) zijn de te verwachten kwaliteitsklassen weergegeven van de onderscheiden bodemkwaliteitszones. Op de toepassingskaart (zie de kaartbijlagen 4) zijn de toepassingseisen weergegeven die gelden voor de onderscheiden dieptetrajecten in een gebied als een partij grond wordt toegepast en gebruik wordt gemaakt van het generieke toetsingskader van het Besluit. In tabel 5.2 is de grondstromenmatrix weergegeven waarin de mogelijkheden voor grondverzet inzichtelijk zijn gemaakt als gebruik wordt gemaakt van het generieke kader van het Besluit.
De gemeente is voor haar eigen gemeentelijke grondgebied het bevoegd gezag voor het Besluit bij de toepassing van grond en gerijpte baggerspecie op of in de landbodem. Het vaststellen van de generieke bodemkwaliteitskaart kan beschouwd worden als een besluit van algemene strekking en wel een algemeen verbindend voorschrift (avv). Desgewenst kan, voor een breder draagvlaak, de bodemkwaliteitskaart door het college van burgemeester en wethouders worden vastgesteld. Dan is de procedure uit de Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4 (Art. 3:10), van toepassing. Vanwege het sinds 8 juli 2019 in werking getreden (tijdelijk) handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie[14], maakt de gemeente gebruik van de bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer PFAS van de deelnemende gemeenten in NoordBrabant[15]. De gehalten aan PFAS-verbindingen liggen onder de maximale toepassingswaarden voor de bodemfunctie Landbouw/natuur. Evaluatie eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart De eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart is op een aantal onderdelen gewijzigd: • De bodemfunctieklassenkaart is op enkele punten gewijzigd waarmee de bodemfuncties ‘Wonen’ en ‘Industrie’ beter worden weergegeven. • De namen van de bodemkwaliteitszones zijn beter omschreven. • Op basis van de vastgestelde bodemkwaliteit is een nieuwe bodemkwaliteitszone in de bovengrond onderscheiden; ‘B1.
Oude kern Nuenen’. • Voor het grondwater zijn voor 11 zware metalen gemeentelijke kwaliteitskaarten gemaakt. In § 5.2 wordt hier nader op ingegaan.
19 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
De kwaliteit van de overige bodemkwaliteitszones in de boven- en ondergrond is niet gewijzigd. Het onderscheiden van de nieuwe bodemkwaliteitszone in de bovengrond ‘B1. Oude kern Nuenen’ met de te verwachten ontgravingskwaliteit ‘Wonen’, heeft als consequentie dat grond vanuit deze bodemkwaliteitszone niet meer zonder partijkeuring in het overige deel van de gemeente Nuenen c.a. kan worden hergebruikt. Tabel 5.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij voorkomende functies conform het generiek kader Besluit Bodemkwaliteits-zone
Bodemfunctie
Verwachte ontgravingsklasse (obv gemiddelde)
Toepassingseis (generiek kader Besluit)
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Oude kern Nuenen
Wonen
B2. Kernen Eeneind, Gerwen,
Industrie
Nederwetten en overige kern Nuenen
Wonen Industrie
B3. Buitengebied
Wonen Landbouw/natuur
Ondergrond (traject vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte) O1. Kernen Eeneind, Gerwen,
Industrie
Nederwetten en Nuenen
Wonen Industrie
O2. Buitengebied
Wonen Landbouw/natuur
20 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
Toepassingslocatie
O2. Buitengebied
Uitgesloten gebied
Landbouw/natuur
Onbekend
B3. Buitengebied Landbouw/natuur
O1. Kernen Eeneind, Gerwen, Nederwetten en Nuenen
B2. Kernen Eeneind, Gerwen, Nederwetten en overige kern Nuenen Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
B1. Oude kern Nuenen Wonen
Ondergrond 0,5-2,0 m-mv
Bovengrond 0-0,5 m-mv Verwachte ontgravingskwaliteit
Tabel 5.2 Mogelijkheden grondverzet generiek kader van het Besluit
Toepassingseis
Bovengrond 0-0,5 m-mv B1. Oude kern Nuenen
Wonen
B2. Kernen Eeneind, Gerwen, Nederwetten en overige kern Nuenen
Landbouw/natuur
B3. Buitengebied
Landbouw/natuur
Ondergrond 0,5-2,0 m-mv O1. Kernen Eeneind, Gerwen, Nederwetten en Nuenen
Landbouw/natuur
O2. Buitengebied
Landbouw/natuur
Uitgesloten gebied
Onbekend
Toepasbaar, mits de ontgravingslocatie én toepassingslocatie (ontvangende bodemlaag) onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitskaart Niet toepasbaar, tenzij na onderzoek en toetsing door het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit Voorafgaand aan het grondverzet moet de ontvangende bodem en/of de toe te passen grond worden onderzocht conform de eisen van het Besluit bodemkwaliteit. Afhankelijk van de resultaten kan het grondverzet plaatsvinden.
21 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
5.2
Grondwaterkwaliteitskaart
De grondwaterkwaliteitskaart voor 11 zware metalen3 is weergegeven in bijlage 5 en op de kaartbijlagen 5. Op basis van de grondwaterkwaliteitskaart heeft de gemeente Nuenen c.a. voor de zware metalen barium cadmium, nikkel en zink signaalwaarden vastgesteld. De signaalwaarde is gebaseerd op de 98-percentielwaarde van de beschikbare analyseresultaten (zie ook de kolom ‘98P’ in bijlage 5). Met de signaalwaarde kan beoordeeld worden of gemeten grondwaterconcentraties bij bodemonderzoek aansluiten bij de natuurlijke achtergrondkwaliteit van het grondwater op een locatie. De signaalwaarden zijn voor geen van de stoffen hoger dan de risicowaarden voor beregening van gewassen en veedrenking. Uitzondering hierop vormt nikkel. Als het voornemen bestaat grondwater te gebruiken voor beregening van gewassen of veedrenking, of als dit al de situatie is, wordt geadviseerd het grondwater te (laten) onderzoeken. Voor arseen, cadmium, lood en nikkel zijn de signaalwaarden hoger dan de grenswaarde voor drinkwater (humaan risico). In de gemeente Nuenen c.a. komt echter geen waterwin- en grondwater-beschermingsgebied voor, maar wel een deel van de boringvrije zone van het waterwingebied Lieshout. Deze boringvrije zone is gedefinieerd om de in de ondergrond gelegen aaneengesloten slecht doorlatende laag boven het waterwingebied te beschermen.
De signaalwaarden die boven de risicogrens voor drinkwater zijn in het ondiepe freatische grondwater zijn vastgesteld, vormen door de slecht doorlatende laag in de ondergrond geen risico’s voor de drinkwaterwinning.
3 Arseen, barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink.
22 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
6
Bronvermeldingen
[1] [2]
Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad, nr. 469, 3 december 2007. Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen C.A., projectnummer 223606, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, 6 mei 2015. Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. Wet bodembescherming, publicatie Staatsblad, nummer 404, 1986 en latere wijzigingen. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen. Waterregeling, publicatie Staatscourant nr. 19353, 17 december 2009 en latere wijzigingen. Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998. Bodemonderzoek centrum Nuenen, documentkenmerk 2005/185/HL-01, versie 0, Tritium Advies B.V., 14 juli 2020. Contouren van bodemgebruikskaart zie: http://download.cbs.nl/geoviewer/index.html?config=config-bodemgebruik-2008.xml Omgaan met regionaal verhoogde concentraties van zware metalen in het grondwater in Noord-Brabant, Werkgroep Zware metalen, Platform bodembeheer Brabant, 1 november 2011: https://www.brabant.nl//media/A9D63748D7FE4C63B40F134092FE5038.pdf. Drinkwaterbesluit, publicatie Staatsblad nr. 293, 21 juni 2011 en latere wijzigingen.
Technical evaluation of the Intervention Values for Soil/sediment and Groundwater Human and ecotoxicological risk assessment and derivation of risk limits for soil, aquatic sediment and groundwater, rapportnummer 711701023, RIVM, februari 2001. NRB 2012, Nederlandse Richtlijn Bodembescherming Bodem+, Agentschap NL, maart 2012. Tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK-2019/131399, 8 juli 2019; aangepast op 29 november 2019 en op 1 juli 2020. Bodemkwaliteitskaart PFAS voor de deelnemende gemeenten in Noord-Brabant, kenmerk: 0462683.100, Anteagroup, 28 oktober 2020. Nota bodembeheer PFAS voor de deelnemende gemeenten in Noord-Brabant, kenmerk: 0462683.100, Anteagroup, 28 oktober 2020.
[3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10]
[11] [12]
[13] [14]
[15]
.
23 / 23 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001 — 3 december 2020
Overzicht bijlagen Bijlage 1 Begrippenlijst Bijlage 2 Selectie dataset Bijlage 3 Specificatie uitbijters Bijlage 4 Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) Bijlage 5 Statistische parameters grondwaterkwaliteit
SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001
Bijlage 1 Begrippenlijst Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.
Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%). Bodembeheergebied Een aaneengesloten, door het bestuursorgaan (bijvoorbeeld een gemeente, waterschap of Rijkswaterstaat) afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer beheerders. Bodemfunctieklassenkaart Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’. Onder het laatstgenoemde gebruik vallen landbouw en natuur.
Bijlage 1 – 1/10 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001
Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. 3. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen). Bodemkwaliteitsklasse In het Besluit bodemkwaliteit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: • Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden – AW2000). • Klasse Wonen. • Klasse Industrie. Bij de toetsingsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeente is het basispakket van toepassing. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage).
Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen. Aantal gemeten stoffen
Aantal toegestane overschrijdingen
1-6
0
Basispakket (7-15)
2
16 – 26
3
27 – 36
4
37 – 48
5
Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): • Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. • De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit').
Bijlage 1 – 2/10 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001
Klasse Wonen: • Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. • De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse Industrie: • Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie. Bodemkwaliteitszone Een deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’. Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone.
Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld. Deelgebied Deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het bodembeheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten deelgebieden’.
Bijlage 1 – 3/10 - SOB012248 — Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuenen c.a. — SOB012248.RAP001
Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).
Aantal w aarne m inge n
Frequentieverdeling
140 120
50-perc gemiddelde
100 80
95-perc
60 40 20 0
Gehalten (mg/kg)
Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit bodemkwaliteit definieert grond als volgt: ‘Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.’ Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico.