CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-37 RV Bijlage - Beleidsplan Bibliotheek Dommeldal 2021-2024

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Beleidsplan Bibliotheek Dommeldal 2021-202413.745 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HOOFD EN HART

Beleidsplan Bibliotheek Dommeldal 2021-2024.

1

Inhoudsopgave Deel 1: HOOFD EN HART. Inleiding

3

De visie van Bibliotheek Dommeldal.

3

Maatschappelijke opgave 1: Geletterde samenleving.

5

Programmalijn A: Bestrijden laaggeletterdheid.

5

Definitie en analyse.

5

Strategie en structuur.

5

Programmalijn B: Leesoffensief 0-100 jaar.

6

Definitie en analyse.

6

Strategie en structuur.

7

Maatschappelijke opgave 2: Participatie in informatiesamenleving.

8

Programmalijn C: Iedereen digitaal vaardig.

8

Definitie en analyse.

8

Strategie en structuur.

8

Programmalijn D: Democratisch digitaal burgerschap.

9

Definitie en analyse.

9

Strategie en structuur.

9

Maatschappelijke opgave 3: Leven lang ontwikkelen.

10

Programmalijn E: Een leven lang op maat kennis opdoen.

10

Definitie en analyse.

10

Strategie en structuur.

10

Verlaging van de drempel naar de Bibliotheek.

11

Naschrift

12

Deel 2: HANDEN EN VOETEN.

13

2

Inleiding. De Bibliotheek in Nederland heeft zichzelf heruitgevonden. Zo kenschetste Minister van OCW Jet Bussemaker begin 2017 in de Tweede Kamer de revival van de branche die ook in de bibliotheken in onze dorpen voelbaar is. Dit plan laat u zien hoe Bibliotheek Dommeldal de komende vier jaren verder wil bouwen aan de Bibliotheek van nu. Laat het oude beeld van een statische Bibliotheek los en plaats de Bibliotheek in het perspectief van deze tijd. Dit beleidsplan vertelt u graag meer over onze visie op het maatschappelijk belang van de Bibliotheek anno nu.

De bibliotheek is de motor van een vaardige en menselijke samenleving. De Bibliotheek is van alle tijden en van ons allemaal. Een plek waar iedereen welkom is en waar je ‘samen jezelf kunt zijn’. Of je nu wilt lezen voor je plezier of wilt leren, voor inspiratie, een vraag of een ontmoeting komt, het mag allemaal. Het is een (online) plek waar je antwoorden vindt en waar je jezelf kunt ontwikkelen. Dit maakt de Bibliotheek een onmisbare motor van een vaardige en menselijke samenleving. Als bibliotheken leveren we een wezenlijke bijdrage aan onze welzijn en welvaart. Het is onze ambitie dat we er – samen met onze partners – voor zorgen dat iedereen taalvaardig is, digitaal mee kan komen en de kans heeft zich een leven lang te ontwikkelen. Dat iedereen toegang heeft tot de informatiemaatschappij en er zijn weg in kan vinden. Dat iedereen kan kennismaken met literatuur, kunst en cultuur. En dat minder mensen eenzaam zijn. In iedere gemeente sluiten we hiervoor aan bij de lokale context, lokale netwerken en lokale behoeften. We werken nauw samen met overheden, scholen, culturele en maatschappelijke organisaties. Elke bibliotheek heeft zo een eigen lokale kleur, maar opereert vanuit dezelfde intentie en met dezelfde belangrijke pijlers.

Een solide basis en een sterk stelsel. Dat de snelle veranderingen in onze maatschappij leiden tot een veranderende rol van bibliotheken is achtergrond en reden geweest voor een nieuwe bibliotheekwet. De WSOB is sinds 2015 van kracht en omschrijft het doel van Bibliotheken glashelder als “het bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling en verbetering van de maatschappe-lijke kansen van het publiek”. De bibliotheek voert daartoe de volgende vijf wettelijke functies uit: A. B. C. D. E.

Ter beschikking stellen van kennis en informatie; Bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie; Bevorderen van lezen en het laten kennis maken met literatuur; Organiseren van ontmoeting en debat; Laten kennis maken met kunst en cultuur.

De WSOB organiseert het stelsel van Bibliotheken in drie lagen, met een duidelijke taakverdeling. Bovenaan staat Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, gefinancierd door het departement van OCW. Zij is verantwoordelijk voor de digitale bibliotheek met haar grote systemen (E-book en luisterboeken platform, Interbibliothecair leenverkeer). Provincies financieren POI’s (Provinciale Ondersteuningsinstellingen, in Brabant is dat Cubiss): zij ondersteunen de Bibliotheken in hun provincie en faciliteren kennisdeling en innovatie. Zo’n 140 organisaties van lokale Bibliotheken zijn de brede basis van het stelsel; zij zijn in direct contact met de burgers en passen hun uitvoering van de maatschappelijke opgaves in de lokale context in. Bibliotheek Dommeldal is de Bibliotheekorganisatie van de gemeentes Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a., Son en Breugel en Heeze-Leende, een samenhangend gebied van bijna 100.000 inwoners.

De visie van Bibliotheek Dommeldal. Uit de vijf wettelijke functies van de bibliotheek volgen de vijf domeinen waarin de bibliotheek haar activiteiten ontplooit. Dat zijn taal en taalverwerving, lezen en leesbevordering, mediavaardigheid en mediawijsheid, betrouwbare informatie en vrijheid van informatie, ontmoeting en debat. De activiteiten van de bibliotheek strekken zich uit én beperken zich tot deze domeinen. De bibliotheek heeft geen commerciële maar maatschappelijke opgaves. Bibliotheek Dommeldal wordt door vier gemeentes gesubsidieerd en positioneert zich bij hen als instrument tot uitvoering van beleid. Daarom zoekt zij actief verbinding met die gemeentelijke beleidsterreinen waarop haar domeinen relevant zijn. Haar doel is dat elke beleidsambtenaar de bibliotheek en haar toepassingsmogelijkheden tussen de oren krijgt en benut. Dat betekent in haar visie ook, dat de

3

gemeentes omgekeerd ook de bibliotheek betrekken bij alle activiteiten vanuit het beleid die op het terrein van haar vijf domeinen liggen, om zo impact en effect te maximaliseren. De bibliotheek is in het verleden overmatig geassocieerd geraakt met één van haar belangrijkste en meest zichtbare activiteiten; het uitlenen van boeken. Het waaróm daarvan bleef vaak buiten beeld maar is via de WSOB weer helder voor het voetlicht gebracht. De oneliner ‘van collectie naar connectie’ geeft kernachtig weer dat boeken en collectioneren geen doel op zich zijn, maar wel absolute randvoorwaarde om de functies en doelen van de bibliotheek te realiseren: een actuele en zich vernieuwende collectie op conventionele en digitale dragers is onmisbaar om de vijf wettelijke functies op de vijf domeinen van de bibliotheek uit te voeren. De bibliotheekvestigingen ontwikkelen zich in onze dorpen steeds meer tot een echte ‘third place’, een plek waar inwoners zich thuis voelen en naast huis en werk van nature binnen lopen om zich te verpozen, elkaar te ontmoeten en iets nuttigs te doen. Bibliotheek Dommeldal streeft er dan ook naar om in de centra van de gemeenschappen gevestigd te zijn. Het is uit onderzoek bekend dat centra daardoor bovendien aan aantrekkelijkheid winnen en andere functies daarvan profiteren.

Voor de periode 2021-2024 legt Bibliotheek Dommeldal de focus op de drie grote maatschappelijk opgaven uit het in oktober 2020 door landelijke koepels (VOB, VNG, IPO, OCW, KB, SPN) gesloten Bibliotheekconvenant 2020-2023: 1. Geletterde samenleving - Bevorderen van geletterdheid en leesplezier. 2. Participatie in informatiesamenleving – Digitale inclusie en digitaal burgerschap. 3. Leven lang ontwikkelen – basisvaardigheden en blijvende inzetbaarheid. De Bibliotheek vertaalt de maatschappelijke opgaven in vijf programmalijnen: A. B. C. D. E.

Bestrijden van laaggeletterdheid. Leesoffensief 0-100 jaar. Iedereen digitaal vaardig. Democratisch digitaal burgerschap. Een leven lang op maat kennis opdoen.

De aanpak binnen deze programmalijnen heeft de volgende kenmerken: • •

De verschillende producten die de programmalijn vormen staan niet (meer) relatief los van elkaar maar worden met elkaar in verband gebracht en samenhangend georganiseerd als doorlopende leerlijn. De bibliotheek groepeert daarbij initiatieven van haarzelf en van haar partners rond het programma, vormt en structureert de netwerken en vormt ketens die effect en impact maximaliseren.

De vijf pijlers van de dienstverlening van de bibliotheek: 1.

De bibliotheek is een laagdrempelige, veilige en waardevrije verblijfs- en sociale ontmoetingsplek die toegankelijk is voor iedereen. De bibliotheek inspireert en elke bezoeker voelt zich welkom en persoonlijk gezien.

2.

De bibliotheek ondersteunt bij en biedt activiteiten voor een ‘leven lang ontwikkelen’: basisvaardigheden en vaardigheden die bijdragen aan blijvende inzetbaarheid.

3.

De bibliotheek is een essentiële partner bij het stimuleren van leesplezier, het bestrijden van laaggeletterdheid en het opdoen van digitale vaardigheden.

4.

De bibliotheek is een informatiepunt voor vragen over de (digitale) overheid.

5.

De bibliotheek biedt een fysieke én online collectie voor jeugd en volwassenen.

4

Maatschappelijke opgave 1: Geletterde samenleving – Bevorderen geletterdheid en leesplezier. Programmalijn A: Bestrijden van laaggeletterdheid Het lijkt een contradictie, dat in onze samenleving, met kwalitatief goed onderwijs en hoge opleidingsniveaus, iets als laaggeletterdheid kan voorkomen. Toch is dat het geval bij zo’n 2,5 miljoen Nederlanders, waarvan minstens de helft autochtoon, en het probleem neem zelfs in omvang toe. Definitie en analyse. Laaggeletterdheid is een gebrek aan basisvaardigheid dat zich uit in moeite met lezen en het begrijpen van geschreven teksten, moeite met schrijven, met rekenen en met digitale vaardigheden. Trends als digitalisering en individualisering maken de problematiek scherper en manifester. Immers, zonder taal is een toetsenbord niet te bedienen en is wat op een scherm staat betekenisloos. Sociale vangnetten digitaliseren en (gemeentelijke) hulploketten ook, waardoor maskerade-strategieën niet meer werken. Mensen vallen daardoor buiten de boot. Het onvoldoende taalniveau maakt het moeilijk om in het verdere leven op basisniveau te participeren en veroorzaakt een gebrekkig niveau van andere vaardigheden (lezen, schrijven, rekenen, digitale -, financiële - sociale & juridische -, gezondheidsvaardigheden) en ligt daarmee vaak aan de basis van allerlei andere problematiek (slechte gezondheid, werkloosheid, schulden).

Bestrijding van laaggeletterdheid is dan ook een belangrijke incentive om vervolgproblematiek (en dito kosten) te voorkomen.

Oorzaken voor het ontstaan van laaggeletterdheid: 1.

2. 3. 4. 5.

Traditionele laaggeletterdheid (NT1) ontstaat bij burgers die hun schoolcarrière (te) vroeg hebben afgebroken, bv. omdat men (in agrarische milieus of wegens noodzakelijk kostwinnerschap) vroeg moest gaan werken, of vanwege trauma’s op school (slecht presteren of pesten), of door dyslexie e.d. Laaggeletterdheid bestaat ook bij nieuwe Nederlanders, voor wie de taal nieuw en vreemd is (NT2). Inburgeraars maken in hun verplicht traject kennis het Nederlands. Voor veel Europese arbeidsmigranten geldt dat niet: hun taalbeheersing blijft vaak oppervlakkig. Ook ná een formeel inburgeringstraject blijkt beheersing van het Nederlands nog vaak op een te laag niveau te (blijven) liggen om goed in de samenleving te kunnen participeren (NT 1,5). Een nieuwe en verontrustende ontwikkeling is, dat een flink percentage van de leerlingen het basisonderwijs verlaat met een taalniveau, dat hen feitelijk tot laaggeletterden bestempelt (24% van de 15-jarigen). Een laag niveau van basisvaardigheden kan ontstaan doordat één partner in een relatie alles uitvoert: als die wegvalt ontstaat dan mogelijk een problematische situatie. Deze correleert vaak met leeftijd, sociaal isolement en eenzaamheid.

Laaggeletterdheid bestáát in Son en Breugel, Nuenen, Geldrop-Mierlo en Heeze-Leende. In 2016 heeft Cubiss een sociologische verkenning gedaan naar het voorkomen van laaggeletterdheid (en de andere basisvaardigheden) in de werkgebieden van bibliotheken in Noord-Brabant. Die verkenning had niet de vorm van een enquête: schaamte staat erkenning in de weg en de correlatie met isolement is aanzienlijk. Uit wetenschappelijk onderzoek is bekend dat de mate van geletterdheid op een voorspelbare manier samenhangt met demografische en sociaaleconomische kenmerken. Denk bijvoorbeeld aan opleidingsniveau, leeftijd, arbeidsmarktstatus, geslacht, opleidingsrichting, beroepsprestige en land van herkomst. Omdat gemeenten, wijken en (dorps) kernen van elkaar verschillen wat betreft demografie en sociaaleconomische structuur, komt laaggeletterdheid in bepaalde (deel)gebieden vaker voor. Voor Bibliotheek Dommeldal werd in het werkgebied een percentage van 5-8% waarschijnlijk bevonden. In alle gemeentes komen de bovengenoemde kenmerken in meerdere of mindere mate voor. Alle gemeentes kennen landelijke buitengebieden en soms zelfs een aantal wijken met een relatief hoger percentage directe risicofactoren. Gemeentes met hogere percentages, vaak hoger opgeleide, ouderen, scoren idem hoger op risico’s als eenzaamheid en alleen overblijvende partners.

Strategie en structuur.

5

Vanouds bevat de collectie van bibliotheken materialen voor (uitlening aan) laaggeletterden. Als methodiek heeft dat in de huidige tijd zijn effectiviteit verloren. Met name laaggeletterden NT1 melden zich niet uit zichzelf voor een taaltraject; schaamte staat dat in de weg. Daarom komt de bibliotheek in actie en organiseert in elke vestiging een Taalhuis. Dat is een fysieke plek én een doelmatig en gestructureerd samenwerkend netwerk van: 1. Organisaties waar laaggeletterdheid kan worden gedetecteerd als oorzaak van andere problematiek (CMD, LEV, Anna-ziekenhuis, huisartsen, werkgevers, gebiedsregisseurs); zij worden getraind in ‘Herkennen en doorverwijzen’. 2. Het Taalhuis in de Bibliotheek, waar opgeleide vrijwilligers onder aansturing van een Taalhuiscoördinator het sociaal delicate proces van intake, analyse en doorverwijzing uitvoeren, met instrumentarium en materialen / literatuur; 3. Organisaties die een oplossing op maat kunnen bieden (Taalcafé, taalmaatjes, taalcursussen bij ROC). Het netwerk organiseert ook camouflage activiteiten. Bij deze methode worden gebeurtenissen georganiseerd waar, onder een andere noemer, laagtaalvaardigheid aan de oppervlakte komt. Dat is een voorwaarde om vervolgstappen te kunnen zetten.

Het netwerk is bestuurlijk geborgd in stuurgroepen, nu nog lokaal maar in de loop van de planperiode regionaal (op het niveau van de beide arbeidsmarktregio’s i.c. Eindhoven en Helmond) en in kerngroep op gemeentelijk niveau onder voorzitterschap van de Taalhuiscoördinator.

De maatschappelijke rol van de Bibliotheek haakt aan op de volgende, door de diverse gemeenteraden vastgestelde, beleidsstukken: Geldrop-Mierlo: Persoonlijk, Dichtbij en Verbonden – Een visie en strategie voor het Sociaal Domein (2020). Heeze-Leende: Samen komen we verder. Beleidsnota Sociaal Domein 2020-2023. Nuenen: Transformatiebeleid Sociaal Domein 2020-2023. Son en Breugel: Kader Sociaal Domein (2017) Geldrop-Mierlo: De Kracht van Cultuur. Leren, beleven en samen doen. Cultuurbeleidsplan 2018-2021. Son en Breugel: Nota Cultuurbeleid (2017). Heeze-Leende: De Nieuwe Bibliotheek Heeze-Leende: visie op de toekomst (2016).

Programmalijn B: Leesoffensief 0-100 jaar. Tien jaar geleden werd gedacht dat vervanging van fysieke boeken en tijdschriften door E-books en E-magazines dé trend in het lezen zou worden en het voortbestaan van boekhandels en bibliotheken zou bedreigen. Niets bleek minder waar. Het aandeel verkoop E-books is gestabiliseerd op (maar) 8% (2019) en bibliotheken hebben ’n E-book platform met zo’n 28.000 titels, dat bij Bibliotheek Dommeldal goed is voor 5% van het aantal uitleningen (2019). Het echte maatschappelijke probleem is dat het lezen zélf onder druk staat. Definitie en analyse We merken het allemaal: langere teksten lezen we hooguit nog voor het werk. Verder lezen we langzaamaan steeds minder en wát we lezen is vaak korter en vluchtiger. De concentratie om langere teksten te verwerken en te begrijpen neemt daardoor af en ook de basale leesvaardigheid komt in het geding, omdat die niet onderhouden wordt. Iemands woordenschat kan in de loop van zijn of haar leven daadwerkelijk afnemen! Illustratief en schokkend waren eind 2019 de uitkomsten van het driejaarlijkse internationale Pisa onderwijsonderzoek. De leesvaardigheid van middelbare scholieren van 15 jaar is sinds 2015 in hoog tempo achteruit gegaan en de Nederlandse ranking is in drie jaar gedaald van de 17 e naar de 26ste plaats op de wereldranglijst.

Een nulmeting bij een andere Brabantse Bibliotheek bevestigt dat nu al vanaf 10 jaar de aandacht en positieve waardering van scholieren voor het lezen naar beneden duikelt. Zeker is, dat de situatie rond het lezen zó slecht aan het worden is, dat maatschappij en participatie daar last van krijgen. Een aantal maatschappelijke organisaties, verenigd in De Leescoalitie, hebben dan ook dringend opgeroepen tot een ambitieus Leesoffensief en de bibliotheek neemt daarin het voortouw. Bibliotheek Dommeldal definieert het Leesoffensief als

6

urgent voor álle leeftijdsgroepen, waarbij elke doelgroep een eigen benadering met eigen middelen vergt. Strategie en structuur. Bibliotheek Dommeldal wil in de periode 2021-2024 een structurele samenwerking opzetten met de gemeentes en alle organisaties VVE, BO en VO en met hen samenwerken om taal & taalverwerving en lezen & leesplezier planmatig te bevorderen. •

Doelgroep 0-4 jaar. De strategie is om de jongste kinderen zo vroeg mogelijk in aanraking te brengen met (voor)lezen en (prenten)boeken met dito gevolg voor de ontwikkeling van taalvaardigheid. De gezinsaanpak is daarbij de meest effectieve en impactrijke methodiek. Immers, in de eerste 1000 dagen van het leven wordt het fundament gelegd voor de latere taalvaardigheid: dat gaat niet vanzelf maar moet worden gestimuleerd door de mensen in de omgeving van het kind (met name de ouders). Net als bij andere sociale problematiek heeft laaggeletterdheid de neiging van generatie op generatie doorgegeven te worden: laagtaalvaardige ouders zullen hun kinderen niet veel met lezen en (het belang van) geletterdheid in aanraking brengen of zelfs de ontwikkeling belemmeren, waardoor de problematiek ‘overerft’. Het programma van de Bibliotheek heeft als doel die cyclus te doorbreken en werkt dus ook preventief op het ontstaan van laaggeletterdheid.

•

Doelgroep basisonderwijs. Alle basisscholen in het werkgebied hebben een bestaande, meer of minder omvangrijke (klant)relatie met Bibliotheek Dommeldal op het gebied van leesbevordering. Zij nemen in meer of mindere mate kant en klare programma’s leesbevordering en wisselcollecties uit een breed aanbod af. Bibliotheek Dommeldal gaat die relatie intensiveren en neemt het initiatief tot vier lokale Leescoalities BO. Dat is een planmatige samenwerking tussen de bibliotheek, de gemeente, onderwijskoepels van scholen én de scholen zelf én de leerlingen zelf. Leesconsulenten van de Bibliotheek werken samen met de scholen in het opstellen én uitvoeren van een school-breed Leesplan, op maat en passend bij de onderwijsinstelling en voorzien van concrete, meetbare doelen en resultaatafspraken en die ook monitoren. Het Leesplan zal zó gestructureerd moeten zijn dat de bibliotheek de scholen hélpt en ontzorgt en niet extra belast. Doel is om het lezen een duidelijke plek en blijvend positief imago te geven. Ouderparticipatie is daarbij nadrukkelijk een onderwerp, om het lezen ook thuis een rol te (blijven) geven. De voorgestelde aanpak is op meerdere fronten integraal. De leesbevordering-programma’s worden, meer dan nu, met elkaar in een doorlopend verband gebracht. Lezen is niet alleen iets voor het vak Nederlands maar is een basisvaardigheid voor meerdere vakken (bv.

Kunst & Cultuur en Mens & Maatschappij): lezen kan daarom breder binnen het curriculum gepositioneerd worden. De methodiek is om tijdens schooltijd expliciete en exclusieve leestijden op te nemen, voor projecten en voor diep lezen en de leerlingen zelf uitdrukkelijk te betrekken bij de selectie van teksten. De eerste strategie is om nadruk te leggen op leesplezier: de bibliotheek is een kampioen van leesplezier en dit is (meer dan leesdwang) één van dé sterkste middelen om het lezen te bevorderen, de leesmotivatie te vergroten en aldus de leesvaardigheid te versterken. Want wie lezen leuk vindt, leest vanzelf vaker en oefent de leesvaardigheid gaandeweg. De tweede strategie is om in te zetten op een combinatie van analoog en digitaal lezen. Onderzoek leert dat lezen van papier en geconcentreerd lezen (‘diep lezen’) de werking van het geheugen bevordert en positieve effecten heeft op de ontwikkeling van functies als concentratie, voorstellings- en inlevingsvermogen, analyse, inzicht en deductie, creativiteit en zelfstandigheid. Digitaal lezen is sneller, korter en vluchtiger en spreekt minder hersenfuncties aan, maar past weer bij beter bij bv. het snel opzoeken van informatie.

•

Doelgroep vervolgonderwijs. De 15-jarigen van het PISA onderzoek maken deel uit van de doelgroep 12-18 jaar, die voor de bibliotheek één van de moeilijkst bereikbare is. Vanuit marktdenken werd daaraan in het verleden minder prioriteit gegeven (“te veel inspanning voor te weinig resultaat”), maar feit is inmiddels dat een onaanvaardbaar groot deel (24%) van deze groep feitelijk laaggeletterd is. De grootste daling doet zich voor bij VMBO-leerlingen en leerlingen met lager opgeleide ouders. Dit noopt tot urgente actie. De bibliotheek sluit met de twee middelbare scholen in onze dorpen (Plein College in Nuenen en Strabrecht College in Geldrop) een Leescoalitie VO. De scholen verschillen van elkaar (VMBO dan wel MAVO/HAVO/VWO) maar hebben allebei een bestaande

7

positieve houding voor taal- en leescultuur, waar de bibliotheek eerder al projectmatig op is aangesloten. Het akkoord resulteert in een gestructureerd Leesplan met concrete afspraken en doelen, waarbij de bibliotheek, de school, de leerlingen en de ouders stakeholders zijn en een structureel partnerschap vormen. Er gloort wel perspectief: in de generatie Z is onderscheidend gedrag weer iets positiefs en heeft kennisverwerving een goed imago. Bibliotheek Dommeldal maakt zich aanvullend in haar vestigingen als ‘third place’ een aantrekkelijke locatie voor het maken van huiswerk en voor georganiseerde huiswerkbegeleiding. Doel is om het negatieve aureool dat rond lezen hangt te doorbreken en de dalende leestrend om te keren. •

Doelgroep volwassenen. Volwassenen hebben de naam (goed) te kunnen lezen (tenzij zij laagtaalvaardig zijn). Toch hoeven we ons over de afname van de leesfrequentie en daarmee van het onderhoud van leesvaardigheid geen illusies te maken: u zult zich als lezer van dit stuk zelf realiseren hoe veel en hoe vaak u nog langere teksten (dieplezen, boeken) leest en hoe dat in de afgelopen jaren veranderd is, lees achteruit gegaan. Als jongeren jonge ouders worden, keren zij vaak vanwege de opvoeding van hun kinderen de blik weer op de bibliotheek. Die gebruikt de gezinsaanpak en de focus op de ontwikkeling van het kind om ook de ouders weer tot (intenser) lezen te stimuleren. Zodra hun kinderen zelfstandig worden en zeker zodra volwassenen hun werkcarrière afsluiten, start in potentie een tweede autonome leescarrière, omdat de doelgroep meer tijd krijgt om met plezier te lezen en om zich te verdiepen. Dat is het moment voor de bibliotheek om hen te interesseren en verrassen. De uitdaging is om hun aandacht te bestendigen en het onderhoud van leesvaardigheid tot op de hoogste leeftijd vast te houden. Als de doelgroep ouder wordt en leesproblemen gaat ervaren is er een doorlopende lijn van instrumenten beschikbaar om daar assistentie bij te bieden en het mogelijk te maken de leesvaardigheid te blijven onderhouden. .

Maatschappelijke opgave 2: Participatie in informatiesamenleving – Digitale inclusie en digitaal burgerschap. Programmalijn C: Iedereen digitaal vaardig. Zowel de officiële als de privé contacten die de samenleving vormen, digitaliseren in een razend tempo. De corona crisis heeft dat proces nog eens versneld. Om te kunnen participeren in de informatiesamenleving is het noodzakelijk dat burgers digitaal geletterd zijn. Digitale inclusie van in principe álle burgers is dan ook het doel dat dit programma naderbij wil brengen. Definitie en analyse. Digitaal geletterde burgers zijn in staat op eigen kracht te functioneren in een samenleving waarin digitale technologie en media een belangrijke plaats hebben. Digitale geletterdheid is het samenspel van ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid, informatievaardigheden en computational thinking. Deze programmalijn gaat over de eerste twee daarvan: -

Bij ICT-basisvaardigheden gaat het om de bediening van digitale dragers als computers, tablets en smartphones.

-

Mediawijsheid is de competentie om met digitale dragers, internet en social media actief en bewust deel te nemen aan de informatiesamenleving (begrip, gebruik, communicatie, strategie).

-

Terzijde: de samenleving mag dan nog zo digitaliseren, zonder taalbeheersing, lees- en schrijfvaardigheid valt geen tablet, telefoon of toetsenbord te bedienen en kan geen informatie van een scherm het brein bereiken. Digitale geletterdheid vóóronderstelt taal-, lees- en schrijfvaardigheid en hier ligt een sterk verband met de vorige programmalijnen.

Minstens 4 miljoen burgers zijn in Nederland anno 2021 zo weinig digitaal geletterd dat zij niet in staat zijn mee te doen in de samenleving (dat is bijna 25% en dat zijn in onze dorpen zo’n 22.500 personen!). Dit heeft gevolgen voor werkgelegenheid, voor sociaal functioneren en welzijn (eenzaamheid), voor gezondheid en voor de contacten tussen E-overheid en burger. De overheid streeft naar digitale inclusie om een tweedeling in de samenleving te voorkomen en minder vaardige groepen aan te sluiten: bibliotheken zijn daarbij belangrijk instrument en bondgenoot.

8

Strategie en structuur. Om minder digitaal geletterde burgers daarbij te helpen biedt de bibliotheek een doorlopende lijn van activiteiten. -

Een laagdrempelige vraagbaak: de burger kan met vragen over de belangrijkste verschijningsvormen van de digitale Overheid in de Bibliotheek terecht. Er zijn een aantal hulpstructuren beschikbaar waar burgers terecht kunnen als zij dat, wat vanuit de overheid op hen af komt, niet begrijpen, of niet kunnen duiden, of als zij zelf niet over de digitale infrastructuur beschikken om daaraan gevolg te kunnen geven. Er zijn immers geen loketten meer waar de burger met deze vragen terecht kan en de Bibliotheek voorziet in deze lacune vanuit haar informatieve en laagdrempelige rol. De strategie is om zo burgers, die zich voor deze service melden, met inachtneming van de privacy te helpen maar ook het aanbod tot scholing te doen, zodat zij vaardig worden op dit terrein.

-

De Bibliotheek biedt laagdrempelige scholing om burgers mee te nemen in het verwerven van ICT-basisvaardigheden om zo digitaal geletterd te kunnen worden. De strategie is dat het aanbod georganiseerd is als doorlopende lijn met sterke sociale elementen, om de burger zo ver mogelijk in de competentieverwerving mee te kunnen nemen. Blended learning, oftewel een combinatie van een cursus met zelfstudie is daarbij een gebruikte methodiek.

-

Wie zich verder wil bekwamen kan terecht bij Computer Cafés, korte sessies over één onderwerp, zoals digitale beveiliging of fotobewerking. Grondiger kennis kan worden opgedaan bij de langere cursussen van Seniorweb: die organisatie is present en gevestigd binnen de muren van de Bibliotheek, in de vestigingen in Nuenen en Mierlo. In al deze lessituaties speelt het sociale aspect een grote rol, om de drempel te verlagen en de opname van lesstof te bevorderen.

Programmalijn D: Democratisch digitaal burgerschap. Digitale geletterdheid is meer dan het beschikken over ICT-basisvaardigheden en mediawijsheid. Dat wat gevonden wordt met die vaardigheden verdient verdergaande beoordeling en bewerking om positief bij te dragen een democratisch digitaal burgerschap. Definitie en analyse. In deze programmalijn gaat het om informatievaardigheden en computational thinking: -

Informatievaardigheden zijn competenties om informatie uit (digitale) bronnen kritisch te zoeken, vinden, beoordelen en verwerken. Computational thinking is de vaardigheid om een probleem of zoekvraag dusdanig in delen op te splitsen dat die met inzet van digitale tools kunnen worden opgelost.

Strategie en structuur. Vanuit haar rol op het gebied van betrouwbare informatie en de vrijheid van meningsuiting ziet de Bibliotheek een taak in het scholen van burgers in informatievaardigheden. Voor het democratisch functioneren van de maatschappij is het cruciaal dat burgers de informatie op internet kunnen wegen en duiden en zich bewust worden van het verschil tussen nieuws en fakenews en tussen maatschappijvisies en complottheorieën. De eerste strategie is het openlijk informeren van burgers over deze processen en hun uitwerking. Vanuit haar debatfunctie wil de Bibliotheek bevorderen dat burgers hun proces van meningsvorming verbreden tot buiten de eigen bubble op social media, met discussie en opiniëring. De tweede strategie is dan het structureel organiseren van openbaar publiek debat. Hier ligt een verbinding met de gemeente als beleidsvormer en met de politiek als democratisch besluitvormend orgaan voor de hand. De vier aspecten die samen de digitale geletterdheid vormen zijn ook onderdeel van de zgn. 21st century skills, dat zijn in totaal elf competenties, waar leerlingen les in krijgen om succesvol te kunnen zijn in de maatschappij van de toekomst.

De Bibliotheek ondersteunt het basisonderwijs in het aanreiken van lesprogramma’s, met name op het terrein van mediawijsheid, informatievaardigheden en computational thinking, die de competenties neerzetten als een positieve kracht om de wereld om ons heen zelf mede vorm te geven.

9

21st century skills -

-

Kritisch denken Probleem oplossen Informatievaardigheden Mediawijsheid Samenwerken Zelfregulering

-

-

Creatief denken Computational thinking ICT-basisvaardigheden Communiceren Sociale & culturele vaardigheden

Maatschappelijke opgave 3: Leven lang ontwikkelen – basisvaardigheden en blijvende inzetbaarheid. Programmalijn E: Een leven lang op maat kennis opdoen. De maatschappij verandert altijd en bij voortduring, door uiteenlopende processen als industrialisatie, emancipatie, urbanisatie, digitalisering of door een pandemie. Op dit moment is digitalisering de verandering met de meeste maatschappelijke impact. Definitie en analyse. De ontwikkeling van de maatschappij zorgt ervoor dat elke burger zijn leven lang veranderende basisvaardigheden onder de knie moet krijgen om te kunnen (blijven) participeren en duurzaam inzetbaar te zijn. Wat in de jeugd en op school geleerd is, is altijd onvoldoende om er een even lang genoeg aan te hebben: basisvaardigheden moeten worden onderhouden en geactualiseerd en kennis moet worden uitgewisseld. Dat geldt nog eens extra voor digitale vaardigheden, die onderhevig zijn aan snelle technische ontwikkelingen. Ook de corona crisis zal binnen de planperiode waarschijnlijk tot grotere noodzaak voor bij- en omscholing leiden. Strategie en structuur. De Bibliotheek is daarvoor de juiste partner omdat zij als representant van de non-formele en informele educatie doorgaat waar de formele educatie stopt.

De Bibliotheek is een plek waar mensen zich in alle vrijheid zelf oriënteren op de wereld vanuit het perspectief van hun eigen talenten om zich vervolgens verder te ontwikkelen. Dat faciliteert de Bibliotheek passief met het beschikbaar stellen van haar collecties (digitaal en fysiek), voor informele educatie door raadpleging en uitlening. Speciale aandacht is er voor de wettelijke taken op het gebied van literatuur en kunst & cultuur. In de huidige samenleving werken actieve vormen van informatieoverdracht vaak beter dan passieve vormen. Een strategie van de Bibliotheek is dan ook om activiteitenprogramma’s nonformele educatie op te zetten, van kindercolleges, lezingen, workshops en cursussen tot spreekuren. Binnen deze programma’s heeft de wettelijke functie ‘kennismaken met kunst en literatuur’ een belangrijke plaats. Literatuureducatie (Literair Café Dommeldal en Week van de Poëzie) en cultuureducatie (Kunstzaal Dommeldal en Cultuurloper Son & Breugel) krijgen daarbij aandacht. De bibliotheek levert vanuit deze taak input voor de educatieve activiteiten van de diverse Cultuurlopers in de vier gemeentes. Omdat kennis overal verspreidt is, wil de Bibliotheek ook kennis ontsluiten die in de hoofden van mensen zit. Online biedt de Bibliotheek een breed aanbod (160) aan landelijk door haar branche ingekochte professionele cursussen aan.

De volgende tekst, een inleiding op het boek ‘The New Librarianship’ van de Amerikaanse bibliotheekdenker David Lankes, geeft een idee van veranderingen voor de organisatie van de bibliotheek: Bibliotheken bestaan al millennia, maar de wereld verandert. Vandaag de dag vindt de bibliotheek een nieuwe solide basis in een steeds meer gefragmenteerde (en steeds meer digitale) informatieomgeving. Wat is het bibliotheekvak als het losser komt te staan van catalogisering, boeken, gebouwen en commissies? Met ‘The Atlas of New Librarianship’ biedt R. David Lankes een reisgids door een nieuwe landschap voor de beoefenaars van het vak. Hij beschrijft een nieuw bibliotheekwezen dat niet gebaseerd is op boeken en artefacten, maar op kennis en leren. En hij stelt bibliothecarissen een nieuwe missie voor: de samenleving verbeteren door het creëren van kennis in de lokale gemeenschappen te vergemakkelijken. De visie voor een nieuw bibliothecaris moet verder gaan dan het eenvoudigweg bedenken van toepassingen in de bibliotheek

10

voor informatietechnologie en internet. Lankes herijkt het bibliotheekwezen en de bibliotheekpraktijk met het fundamentele idee dat kennis wordt gecreëerd door middel van het gesprek (cocreatie). Nieuwe bibliothecarissen benaderen hun werk als facilitator van gesprekken; ze proberen de gesprekken van hun gemeenschappen te verrijken, vast te leggen, op te slaan en te verspreiden. Deze doorontwikkelde vorm van bibliotheekmedewerker heet ‘community librarian’ (in Bibliotheek Dommeldal: Kennismaker). In het boek geeft de schrijver zowel theorie als praktijkvoorbeelden om bibliotheekmedewerkers op een nieuw spoor te zetten en hij roept op tot actie.

Een tweede strategische keuze is dat de Bibliotheek voor onze inwoners toegangspoort en vraagbaak wil worden van het brede aanbod non-formele educatie. Zodat burgers met een leervraag straks bij het spreekuur van haar informatieconsulent en de documentatie van haar Leerhuis terecht kunnen. Ze legt daarom relaties met andere aanbieders met een non-formeel educatief aanbod. Bibliotheek Dommeldal biedt zelf bovendien een uitgebreid en divers programma van digitale cursussen aan, dat door de branche centraal bij professionele aanbieders is ingekocht en zeer divers is. Via blended learning wil Bibliotheek Dommeldal dit aanbod methodisch verbinden met de actieve programma’s (bv. lezingen) en zo het gebruik en vooral het effect ervan versterken. Doel van het programma Leven Lang Ontwikkelen is ook om vanuit de domeinen van de bibliotheek in te spelen op ontwikkelsituaties die zich in de loop van het leven kunnen voordoen. Het programma Walk&Talk richt zich op werkzoekenden of burgers die op zoek zijn naar een carrièreswitch. Zij vormen een studie- en zelfhulpgroep waarbij de Bibliotheek vanuit haar domeinen een programma organiseert, zoals solliciteren (taal en schrijven), vacatures vinden op internet (informatie, digitale inclusie en digitaal burgerschap) en (om)scholing (een leven lang ontwikkelen). Het Geheugenhuis richt zich op licht dementerenden en hun mantelzorgers.

Aan de achterkant is het een netwerk waarin organisaties rond dementie en de Bibliotheek samenwerken. Aan de voorkant is het een plek in de bibliotheek, met een informatieve collectie en informatieve activiteiten. De collectie omvat informatie over dementie maar ook boeken, tijdschriften, voorwerpen en koffers over vroeger, bedoeld voor reminiscentie (het stimuleren van het geheugen van dementerenden). Een bijpassende programmering is bedoeld om de kennis van mantelzorgers over (aspecten van) dementie te vergroten en praktische tools aan te bieden. Het is de bedoeling om de komende jaren in de programmering zaken rond het geheugen op te nemen die breder gsn dan dementie alleen. Bibliotheek Dommeldal staat verder open voor het huisvesten en ondersteunen van publieke initiatieven vanuit onze dorpen die passen binnen haar domeinen. Verlaging van de drempel naar de bibliotheek. Alle verenigingen en stichtingen merken het: het ‘lidmaatschap’ als bindend middel is aan erosie onderhevig. Dat geldt ook voor de bibliotheek: het massale volkslidmaatschap van vroeger blijft getalsmatig heel langzaam dalen terwijl anderzijds het aantal mensen dat de Bibliotheek met activiteiten bereikt gestaag stijgt.

Dit is allereerst een marketing vraagstuk: de Bibliotheek zet erop in om haar bibliotheekkaart aan te passen en als toegangsmiddel voor al haar activiteiten te gaan gebruiken - en niet alleen (of voornamelijk) voor het leenverkeer, zoals nu. Zo krijgt de kaart een breder nut en aantrekkelijkheid terwijl de Bibliotheek haar gebruikers en hun trends weer beter in beeld krijgt. Verder lijkt het nauwelijks een economisch vraagstuk: de prijs-kwaliteit verhouding van een abonnement is alleszins gunstig en ook de jaarprijs in absolute zin, behalve voor minima, niet te hoog. Kortingsacties alleen sorteren dan ook nauwelijks effect (meer). Conclusie is dat de vorm van de band tussen Bibliotheek en inwoner vooral een maatschappelijk vraagstuk is. De Bibliotheek zet daarom in op twee sporen: op modernisering en diversifiëring van haar bibliotheekkaart en op het aangaan van andere vormen van verbinding dan door lidmaatschap alleen, te weten door community vorming rond haar domeinen en thema’s. Dat vergt dat de activiteiten meer dan voorheen als community onderhoudende reeksen geprogrammeerd worden. Bibliotheek Dommeldal is daartoe met acht naburige bibliotheken in de agglomeratie met ondersteuning vanuit de Brainport Regiodeal een project gestart (2020-2023), dat gaat leiden tot een voorstel voor een basispas.

Die basispas is bedoeld voor alle inwoners en heeft, in de huidige visie, een beperkt aantal mogelijkheden en is modulair uit te breiden met diverse services van de bibliotheek, naar keuze van de inwoner. Financiering en fiscaliteit zijn daarbij relevante aspecten. De verwachting is dat tegen het eind van de komende beleidsperiode een voorstel voor een basispas zal worden gedaan. Naschrift.

11

Dit beleidsplan is er hopelijk in geslaagd om u als lezer het beeld te geven waar de Bibliotheek van nu voor staat en wat zij de komende jaren voor onze dorpen betekent. Bibliotheken hebben hun aloude label een nieuwe relevantie en actuele maatschappelijk-educatieve lading kunnen geven en dat is al een aantal jaren aan de gang. Toch is de continuïteit groter dan de trendbreuk: altijd al leenden Bibliotheken niet ‘zomaar’ boeken uit en was ‘de verbetering van de kansen van het publiek’, in welke zinsnede dan ook, het motief. Wel was, in de ogen van velen, de Bibliotheek overmatig geassocieerd geraakt met haar (toen) belangrijkste product, het uitlenen van boeken. Andere tijden vragen om een andere benadering van dezelfde problemen. Dezelfde problemen die zelf ook inmiddels geactualiseerd kunnen zijn en daardoor groter of urgenter zijn geworden. Collectie, tegenwoordig fysiek én digitaal, is nog steeds het fundament waarop alle inspanningen worden gebouwd, maar als middel en niet als doel. Tot nu toe was dit beleidsplan ‘Hoofd en Hart’ een abstract verhaal van de maatschappelijke uitdagingen voor de jaren 2021-2024 op het terrein van de domeinen van de bibliotheek. En van de antwoorden die de bibliotheek daarop, in sterker verbinding met de gemeentelijke beleidsdoelen, voor de komende vier jaar geeft. In het volgende deel geeft het plan daar ‘Handen en Voeten’ aan.

Het concretiseert welke zorgvuldig op elkaar afgestemde en doorlopende lijnen inhoudelijke activiteiten de Bibliotheek als antwoord op de drie opgaves formuleert. Het is vooral bedoeld om het verhaal van ‘Hoofd en Hart’ te verhelderen. Ook hier is sprake van een grote mate van continuïteit omdat veel lijnen de afgelopen jaren al ingezet zijn. Vanuit het plan gaan natuurlijk impulsen uit op de organisatie en de processen binnen de bibliotheek en op de mensen die er werken. Om een discussie zuiver op inhoud te voeren wordt het verhaal van dit beleidsplan niet vermengd met bedrijfsmiddelen zoals budget, formatie, gebouwen en systemen: de aanname is vooralsnog dat de bibliotheek binnen deze bestaande marges kan blijven veranderen. Er liggen urgente opgaves en de bibliotheek is daarbij een betrouwbare partner van de gemeentes voor de uitvoering van gemeentelijk beleid; en dat is een constante waar we met z’n allen in onze dorpen trots op mogen zijn! Bibliotheek Dommeldal. Maart 2021

12

HANDEN EN VOETEN

Inhoudsopgave

13

Deel 2: HANDEN EN VOETEN. Maatschappelijke opgave 1: Geletterde samenleving.

15

Programmalijn A: Bestrijden laaggeletterdheid.

15

Programmalijn B: Leesoffensief 0-100 jaar. VVE.

16

Programmalijn B: Leesoffensief 0-100 jaar. Onderwijs.

18

Programmalijn B: Leesoffensief 0-100 jaar. Volwassenen.

20

Programmalijn B: Leesoffensief 0-100 jaar. Leesproblematiek.

22

Maatschappelijke opgave 2: Participatie in informatiesamenleving.

23

Programmalijn C: Iedereen digitaal vaardig.

23

Programmalijn D: Democratisch digitaal burgerschap.

27

Maatschappelijke opgave 3: Leven lang ontwikkelen.

27

Programmalijn E: Een leven lang op maat kennis opdoen.

27

Maatschappelijke opgave 1: Geletterde samenleving - Bevorderen van geletterdheid en leesplezier. Programmalijn A: bestrijding laaggeletterdheid.

14

Product

Wat is het?

Wat willen we bereiken?

Maatschappelijke Collectie

Collectie voor gebruik in het kader van Taalhuis en Taalcafé

Taalhuis en Taalcafé de basis materialen bieden voor hun activiteiten ter bestrijding van laaggeletterdheid.

Taalvaardigheid

Waar staan we nu?

Doelgroep: Doorlopende lijn bestrijding laaggeletterdheid.

Sinds 2019 is een apart budget onderdeel voor maatschappelijke collectie gedefinieerd. Het budget 2020 is door corona niet uitgegeven en wordt meegenomen naar latere jaren.

Product

Wat is het?

Wat willen we bereiken?

Taalhuis

Aan de voorkant is een Taalhuis een fysieke plek in de bibliotheek waar laagtaalvaardigen terecht kunnen voor taalontwikkeling en digitale vaardigheden.

In de komende beleidsperiode willen we ook een Taalhuis vestigen in Nuenen. In Heeze-Leende heeft een zgn. parapluproject alle taalinitiatieven in kaart en in lijn gebracht; in Son en Breugel wordt zo’n project in 2021 afgerond. Dat willen we ook in Geldrop-Mierlo en Nuenen gaan doen. We willen zo de netwerken goed in stelling brengen en ook uitbreiden (o.a. door te onderzoeken of ook scholen en VVE instellingen een toeleider kunnen zijn). We kunnen partnerorganisaties en vrijwilligers door opleiding maximaal voorbereiden op operationalisering - na corona. Doelen stellen is moeilijk maar we streven naar 75 – 150 intakes per jaar die resulteren in 50 informele taal trajecten en 50 deelnemers aan lokale taalklassen.

Welke impact willen we hebben?

Taalvaardigheid Digitale vaardigheden Doelgroep: Laagtaalvaardige volwassenen

Aan de achterkant is het Taalhuis een netwerk van een reeks partner organisaties, zoals bv.CMD, LEV, artsen & ziekenhuis en werkgevers (als bron) Bibliotheek Dommeldal (als intermediair) en Taalcafé, ROC en taal therapeuten (als oplossers), die samenwerken om laagtaalvaardigheid te signaleren, met mensen in gesprek te gaan en die naar een passende oplossing te geleiden. Bronorganisaties worden getraind in ‘Herkennen en Doorverwijzen’. In het Taalhuis bemensen getrainde vrijwilligers een vast inloopspreekuur en regelen gesprek, intake en duiding. Voor dit alles zijn landelijke trainingen en instrumentarium beschikbaar. Het Taalhuis organiseert vervolgens een oplossing op maat of verwijst door naar een formeel leertraject. Er is grote aandacht voor de delicate kant van de materie en warme overdracht.

Zie Taalhuis en Taalcafé.

We willen na corona in elke gemeente per jaar minstens 2 camouflage activiteiten op wijk niveau organiseren om laagtaalvaardigen te bereiken. Verder willen we jaarlijks een kennisdeling en inspiratie bijeenkomst organiseren voor alle betrokken partners en vrijwilligers, met inschakeling van de Brabantse Taalhelden (ervaringsdeskundigen). Welke impact willen we hebben?

In samenwerking met de partners organiseert het Taalhuis zgn. camouflage-activiteiten waar, onder een andere noemer, taal aan de orde komt en lage taalvaardigheid aan de oppervlakte komt. Waar staan we nu? Er bestaat een Taalhuis in Son & Breugel, Geldrop-Mierlo en HeezeLeende. Onder leiding van twee Taalhuis coördinatoren zijn netwerken gevormd, gestroomlijnd en opgeleid, zijn groepen vrijwilligers gevormd en opgeleid en de eerste voorzichtige resultaten geboekt. Partner organisaties werken op operationeel niveau samen in lokale kerngroepen, die bestuurlijk geborgd zijn in lokale stuurgroepen (inclusief wethouders). Corona is op de (externe) activiteiten in 2020 van grote invloed geweest. Product

Wat is het?

Doelstelling is om het bestaan van laaggeletterdheid onder volwassenen in onze dorpen eind 2024 met een kwart te hebben gereduceerd. We houden daarom in 2021 een nulmeting onder signalerende organisaties, registreren het bereik en de impact van het Taalhuis en de vervolgtrajecten en doen medio 2024 een effectmeting onder signalerende organisaties. Zo houden we tussentijds vinger aan de pols. Onze ultieme doel is uiteindelijk het zo goed als volledig uitbannen van het fenomeen laaggeletterdheid onder volwassenen in onze dorpen.

Wat willen we bereiken?

15

Taalcafé Taalvaardigheid Vrijheid van informatie Doelgroep: NT2 en NT1,5

Het Taalcafé is een samenwerking tussen Bibliotheek en welzijnsorganisatie met een link naar het Taalhuis. Het richt zich op anderstaligen, die wekelijk in de Bibliotheek terecht kunnen om de Nederlandse taal te oefenen door met native speakers een gesprek te voeren of een taalspel te doen. Ook individuele begeleiding door een taalcoach of groepsgewijs oefenen van de taal is mogelijk. Bezoekers leren op speelse wijze in een sociaal stimulerende omgeving (waar zij ook hun kinderen mee kunnen nemen) de praktijk van Nederlands taalgebruik. Tevens maken zij kennis met de (andere) maatschappelijke functies van een Bibliotheek in de Nederlandse samenleving (vrijheid van informatie, digitale inclusie, democratisch burgerschap).

We bereiken in Geldrop en Mierlo al veel anderstaligen dus we willen de Taalcafés daar continueren. In Son & Breugel, Nuenen en HeezeLeende bestaan taalgroepen die geïsoleerd opereren of huisvesting zoeken. We willen de bestaande initiatieven ondersteunen door hen te verbinden met de Bibliotheek en onze Taalhuizen. We willen daarin samen optrekken met LEV en CORDAID en de link leggen met het gemeentelijk beleid i.h.k.v. de nieuwe Wet Inburgering. Welke impact willen we hebben? De ambitie is om alle nieuwe Nederlanders die voor een inburgeringsexamen geslaagd zijn in onze dorpen te helpen en bewegen hun taalvaardigheid verder te ontwikkelen en hun inburgering non-formeel te bevorderen.

Waar staan we nu? In Geldrop-Mierlo zijn twee Taalcafés, op maandagmiddag 14.30 – 16.30 in de Bibliotheek in Geldrop en op zaterdagochtend 11.00 – 12.30 in de Bibliotheek in Mierlo. Op vrijdag wordt in 2 groepen Nederlands geoefend in vestiging Geldrop. Voor individuele begeleiding door taalcoaches is de bibliotheek de plek om samen af te spreken.

Maatschappelijke opgave 1: Geletterde samenleving - Bevorderen van geletterdheid en leesplezier. Programmalijn B: Leesoffensief 0-100 jaar. VVE. Product

Wat is het?

Wat willen we bereiken?

Collectie VVE

Deelcollectie eerste leesboekjes en prentenboeken 0-4 jaar bestemd voor voorleesactiviteiten of zelfstandig lezen.

De doelgroep en de programma’s VVE basismaterialen bieden voor (voor)lezen t.b.v. ontwikkeling taalen leesvaardigheid.

Taalvaardigheid Leesvaardigheid

Waar staan we nu? Doelgroep: 0-4 jr en hun verzorgers

Welke impact willen we hebben? De deelcollecties maken sinds jaar en dag integraal onderdeel uit van de collectie van de bibliotheek.

Zie de programma’s Boekstart, VoorleesExpress, Boekjes & Babbels en Oudercafé.

Product

Wat is het?

Wat willen we bereiken?

Boekstart

In het programma Boekstart werken gemeentes, de bibliotheek en de GGD’s samen. Ouders worden uitgenodigd het Boekstartkoffertje op te halen in de bibliotheek. Met de materialen die daarin zitten, worden ouders gestimuleerd om voor te gaan lezen en bewust gemaakt van hun eigen rol in de taalontwikkeling van hun kind.

We willen bereiken dat de deelname van de jongste kinderen stijgt van 20% naar 40%. De Boekstartcoach speelt daarin een positieve rol en daarom willen we dat programma continueren en zo mogelijk intensiveren. We willen de jonge ouders verbinden met de andere programma’s VVE (Voorleesexpress, Boekjes & Babbels, Oudercafé en desnoods Taalhuis). We willen het programma Boekstart in de Kinderopvang ook in alle gemeentes uitrollen en in zo in alle

Taalvaardigheid Bewustwording Doelgroep: baby’s & ouders Boekstartcoach Taalnetwerk Bewustwording Gezinsaanpak

De BoekStartcoach is een medewerker van de bibliotheek en een netwerker, die getraind is om laagtaalvaardige gezinnen met jonge kinderen gericht te bereiken. De BoekStartcoach werkt één middag per week op het consultatiebureau en ondersteunt

16

Doelgroep: baby’s & ouders. Consultatiebureaus

jeugdarts en verpleegkundigen door met ouders uitgebreider in gesprek te gaan en gerichte voorleesondersteuning te bieden.

gemeentes van het werkgebied structureel verankeren. Welke impact willen we hebben?

Boekstart in de kinderopvang Taalvaardigheid Bewustwording Gezinsaanpak Doelgroep: baby’s & ouders. Kinderopvang organisaties.

Boekstart in de Kinderopvang is een leesbevorderingsprogramma, bedoeld om kinderen van 0-4 jaar, hun ouders en pedagogisch medewerkers intensief met boeken en lezen in aanraking te laten komen via de kinderopvang. De bibliotheek ondersteunt daar met het opzetten van een aantrekkelijke (voor)leesplek, met een collectie geschikte boekjes, met deskundigheidsbevordering van pedagogisch medewerkers, het betrekken van ouders, een voorleesplan en samenwerking in een leesbevorderingsnetwerk. Waar staan we nu? Het programma Boekstart is uitgerold in alle gemeentes. Het programma Boekstartcoach is in 2019 gestart in de vestigingen Son, Nuenen en Mierlo. De inzet is doelmatig productief: in deze periode is het ophalen van de Boekstartkoffertjes met 30% gestegen. Boekstart in de Kinderopvang is in 2019 uitgerold in de gemeentes Heeze-Leende (2019) en Geldrop-Mierlo. In elke gemeente zijn met de kinderopvang organisaties convenanten gesloten, zijn leesplekken ingericht en van collectie voorzien en medewerkers opgeleid. In 2019 heeft de gemeente Geldrop-Mierlo de organisaties kinderopvang extra gestimuleerd tot een taalprogramma samen met de Bibliotheek.

We willen dat het jonge ouders duidelijk wordt wat hun invloed op de taalontwikkeling van hun kinderen is en bereiken dat zij daar positief en met effect iets aan gaan doen. We willen daarvoor een impactmeting ontwikkelen. Graag zien we dat kinderen tenminste 15 minuten per dag worden voorgelezen en zo met lezen en boeken in aanraking komen. De Leesmonitor is in de Kinderopvang als meetinstrument beschikbaar. De ambitie is om het aantal kinderen dat met taalachterstand het basisonderwijs betreedt, aan het eind van de planperiode te hebben gereduceerd met 50%.

Product

Wat is het?

Wat willen we bereiken?

VoorleesExpress

Dit programma is een vervolg op Boekstart en is gericht op kinderen met een taalachterstand die worden aangedragen door LEV, CMD, GGD en scholen met een link naar het Taalhuis. Twintig weken lang leest een vrijwilliger thuis voor bij een gezin met kinderen van 2 tot 9 jaar. De vrijwilliger introduceert het voorleesritueel bij het gezin. De ouders krijgen handvatten om het voorlezen zelf over te nemen en kinderen op andere manieren te stimuleren in taal. De VoorleesExpress draait met vrijwilligers die zorgvuldig worden geselecteerd, gematcht, getraind en begeleid door onze projectleider, een professional van de bibliotheek.

In 2021 willen we in Geldrop-Mierlo zo’n 15 gezinnen per jaar bereiken en dat laten groeien naar 50 gezinnen per jaar in 2024. In de planperiode willen we de VoorleesExpress ook in de andere gemeentes van het werkgebied uitrollen.

Taalvaardigheid Gezinsaanpak Doelgroep: 0-11 jaar & ouders

Waar staan we nu? In het voorjaar van 2021 wordt het project en de organisatie ervan in de gemeente GeldropMierlo opgezet, met financiële ondersteuning van Nutsfonds, VSB-fonds en Oranjefonds. De analyse is dat er jaarlijks ongeveer 125 geïndiceerde gezinnen voor begeleiding in aanmerking komen.

Product

Wat is het?

Welke impact willen we hebben? We willen dat ouders zich bewust worden van hun cruciale invloed op de ontwikkeling taalvaardigheid van hun kind en daar actief mee aan de slag gaan door voorlezen een vaste plek in de gezins-dynamiek te geven We willen daarmee de taalontwikkeling van jonge kinderen in gezinnen met laag taalvaardige ouders structureel bevorderen. De ambitie is om het aantal kinderen dat met taalachterstand het onderwijs betreedt, aan het eind van de planperiode te hebben gereduceerd met 50%. Wat willen we bereiken?

17

Boekjes en babbels Taalvaardigheid Deskundigheid GezInsaanpak Doelgroep: 0-4 jaar & verzorgers

Dit is een vervolg op de programma’s Boekstart en VoorleesExpress. In een serie bijeenkoms-ten (1x per maand), voor (groot)ouders en hun (klein)kind samen, wordt aan de hand van een thema voorgelezen uit een prentenboek; (groot)ouders gaan met elkaar in gesprek bij een kopje koffie of thee. Dit sociale aspect werkt sterk bevorderend op adaptatie van de boodschap.

We willen het programma vast in alle vestigingen van de Bibliotheek organiseren. We willen daarmee in 2024 zo’n 25% van de verzorgers van jongste kinderen bereiken en hun vaardigheden in het opvoeden op het gebied van taal en lezen vergroten. We organiseren doorstroming vanuit de programma’s Boekstart /VoorleesExpress.

Waar staan we nu? Welke impact willen we hebben? Het programma is tot nu toe georganiseerd in de vestigingen Mierlo, vanwege corona 3 keer in digitale vorm. Er ligt een uitgebreide fysieke programmering klaar.

Ouders worden zich bewust van hun invloed op de ontwikkeling van taalvaardigheid van hun kind en gaan daar actief mee aan de slag. Ook wisselen zij ervaringen uit en worden zo (des)kundiger. Een impactmeting is in voorbereiding.

Product

Wat is het?

Wat willen we bereiken?

Oudercafé

Het Oudercafé is een samenwerking tussen de Bibliotheek en de welzijnsorganisatie met een link met het Taalhuis. Het is een vervolg op de programma’s Boekstart, VoorleesExpress en Boekjes & Babbels en richt zich op ouders en opvoeders met schoolgaande kinderen. Men wisselt regelmatig op een sociale en vertrouwde manier ervaringen uit over de begeleiding van de kinderen door gesprekken over opvoedkundige thema’s. De Bibliotheek beschikt over relevantie literatuur. Taalvaardigheid en leesvaardigheid zijn daar belangrijk onderwerpen, zowel die van de kinderen als van de ouders; doorverwijzing naar Taalhuis is dan een optie.

We willen ouders en opvoeders via een zelfhulp methodiek en het uitwisselen van ervaringen zich informeel laten scholen, met aandacht voor taal en lezen. We willen het programma in alle vestigingen van de Bibliotheek organiseren en zo’n 10% van de verzorgers bereiken en betrekken. Ook willen we doorstroming organiseren vanuit het programma Boekjes & Babbels.

Ondersteuning opvoeding Taalvaardigheid Leesvaardigheid Een leven lang ontwikkelen Doelgroep: ouders schoolgaande jeugd 4-12 jr.

Waar staan we nu? In Son en Breugel wordt vanaf sinds 2019 een reeks Oudercafés georganiseerd. Grootste event was de lezing over het Puberbrein (najaar 2019). Corona is van grote invloed op de mogelijkheden van programmering geweest.

Welke impact willen we hebben? Ouders en verzorgers ervaren steun en hulp vanuit lotgenoten, worden daardoor betere opvoeders (met ook meer aandacht voor o.a. taal en lezen) en doen minder beroep op externe hulp.

Maatschappelijke opgave 1: Geletterde samenleving - Bevorderen van geletterdheid en leesplezier. Programmalijn B: Leesoffensief 0-100 jaar. Onderwijs. Product

Wat is het?

Wat willen we bereiken?

Materialen leesbevordering projecten, wisselcollecties, collectie-advies.

Een reeks leesbevordering projecten met de bijbehorende materialen voor gebruik in de klas. Collecties volgens thema voor tijdelijk gebruik binnen de scholen. Advies over samenstelling en sanering van collecties voor mediatheken en dBos.

Adequate materialen verschaffen voor actieve ondersteuning van leesbevordering en leesplezier in het onderwijs.

Waar staan we nu?

Zie hieronder.

Taalvaardigheid Leesvaardigheid

Welke impact willen we hebben?

Deze onderdelen behoren sinds jaar en dag tot de vaste services van de bibliotheek. Product

Wat is het?

Wat willen we bereiken?

18

Lesprogramma’s en workshops leesbevordering Wisselcollecties. Taalvaardigheid Leesvaardigheid en leesplezier. Doelgroep: jeugd 5-12 jaar Organisaties Basisonderwijs Docenten

Bibliotheek Dommeldal biedt aan het onderwijs kant en klare, concrete en van materialen voorziene leesbevorderingsprojecten aan. Alle basisscholen in het werkgebied nemen daarvan producten af, naar gelang het budget en de aandacht van docenten & directie voor lezen. De Bibliotheek levert op aanvraag thematische wisselcollecties. Waar staan we nu? Alle basisscholen in het werkgebied nemen lesprogramma’s en workshops leesbevordering van Bibliotheek Dommeldal af. Het betreft 41 wissel collecties en 85 leesprogramma’s, die geboekt kunnen worden via een online shop en inzichtelijk gestructureerd zijn naar leerdoelen.

We willen per gemeente een Leescoalitie BO sluiten en een ambitieus Leesplan maken dat het Leesoffensief definieert en vorm geeft. Het plan bevat concrete doelen en afspraken waaraan de partijen zich verbinden. De lesprogramma’s en workshops leesbevordering zijn als doorlopende lijn opgezet, en worden ondersteund door wisselcollecties en evenementen. Het lezen wordt breder verankerd binnen het curriculum. Welke impact willen we hebben? Leerlingen van het BO versterken hun taal- en leesvaardigheid en het leesplezier wordt ondersteund en blijft behouden.

Product

Wat is het?

Wat willen we bereiken?

Aansluiten mediatheek op Bibliotheek.

De Bibliotheek biedt programmatuur en diensten om de schoolmediatheek te automatiseren en verbinden met haar collecties. Zo ondersteunt zij het leesonderwijs van de school passief.

We willen aansluiting van mediatheken en vestiging van een dBos 2.0 in veel meer basisscholen in de regio bereiken. We versterken de rol van de mediatheek en dBos in de school: ze zijn niet standalone maar ingebed in een Leesplan dat het Leesoffensief vorm geeft. Dat plan relateert hen aan lesprogramma’s, wisselcollecties en leesevenementen.

De Bibliotheek op School (dBos). Taalvaardigheid Leesvaardigheid Leesplezier. Digitale geletterdheid Doelgroep: jeugd 5-12 jaar Organisaties Basisonderwijs Docenten

Met de Bibliotheek op School (dBos) werkt de bibliotheek structureel samen met de basisschool aan taalontwikkeling, leesbevordering en digitale geletterdheid van leerlingen. Op deelnemende scholen is de dBos een actuele en gevarieerde basiscollectie boeken, met een plek, openingstijden en bemensing (leerlingen en/of ouders). De Leesconsulent van de Bibliotheek ondersteunt het team docenten met het maken van een Leesplan, met cursussen op het gebied van (voor)lezen en het verzorgen van lessen voor leerlingen met leesproblemen, mediawijsheid en informatievaardigheden. De resultaten worden gemeten door de jaarlijkse dBos-monitor. Waar staan we nu? In 2020 waren 2 mediatheken aangesloten en was in 5 scholen in het werkgebied een dBos gevestigd.

Product Leesevenementen Taalvaardigheid Leesvaardigheid Leesplezier

Wat is het?

Welke impact willen we hebben? Het is uit onderzoek bekend dat een dBos positief effect heeft op taal- en leesvaardigheid van leerlingen. Die wordt dan ook versterkt en het leesplezier wordt ondersteund en blijft behouden.

Wat willen we bereiken?

Leesevenementen zijn thematische landelijke events met een hoog gamification gehalte waarbij taal, lezen, boeken en schrijvers centraal staan. Zij sluiten aan bij de doelgroep en ondersteunen het leesplezier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10216616/1