2021-36 IV Kadernota - Bijlage 2 Ambtelijke doorrekening Kadernota 2022
Tekst van het document
memo Onderwerp
: Ambtelijke doorrekening t.a.v. 5-tal wensen voor de Kadernota 2022
Van
: Marike Arents
Aan
: Raads- en burgercommissieleden
Cc
: collegeleden
Datum
: 30 maart 2021
Bijlagen
: 3
Zaaknummer
: 172219
Het college heeft op 15 maart jl. een memo van de griffier ontvangen met het verzoek om een ambtelijke “doorberekening” van enkele wensen die de raad mogelijk wil opnemen in de Kadernota 2022. De ambtelijke doorberekening is mede input voor het op te stellen initiatiefvoorstel Kadernota 2022. Gelet op de aard van het verzoek en de beperkte tijd om te reageren, is er voor gekozen om op dit moment een ambtelijke reactie te geven. In een latere fase wordt het college immers in de gelegenheid gesteld om een zienswijze over het initiatiefvoorstel kenbaar te maken bij de raad. In de memo van 15 maart 2021 worden de volgende vragen (cursieve tekst) gesteld. Onze ambtelijke reactie hebben wij direct daaronder opgenomen. Buurtregisseur De notitie wijkgerichte aanpak kan behulpzaam zijn bij het opzetten van het idee van de buurtregisseur. De notitie is niet bekend bij alle raads- en burgercommissieleden en wordt daarom opgevraagd bij het college. Ambtelijke reactie Uit navraag bij raadslid Koenen blijkt dat met de notitie bedoeld is het initiatievoorstel wijkgerichte aanpak uit november 2004 en de evaluatie van een pilot wijkgericht samenwerken, 1e fase uit december 2007. Tevens hebben wij in ons archief de notitie Wijkgericht samenwerken van juli 2006 gevonden. Deze drie documenten zijn als bijlage bij deze memo toegevoegd.
Ter overweging brengen wij graag onder uw aandacht wat er nu al gebeurt op het gebied van buurt- of wijkgericht werken. Combinatiefunctionaris Sinds 2014 werken wij met een combinatiefunctionaris. Deze functionaris heeft als taak (brede maatschappelijke) initiatieven te ondersteunen en bij elkaar te brengen. Hij begeleidt, ondersteunt en legt verbindingen tussen dergelijke maatschappelijke initiatieven met als doel het versterken, verbeteren en/of in stand houden van de leefbaarheid van onze gemeenschap. Eigen initiatief en eigen verantwoordelijkheid van de inwoners staan hierbij voorop. De inzet van de combinatiefunctionaris moet bijdragen aan het bereiken van zelfredzame en efficiënt functionerende initiatieven waardoor onze inwoners in staat worden gesteld invulling te geven aan de eigen zelfredzaamheid.
De combinatiefunctionaris is niet in dienst van de gemeente. De LEVgroep heeft de opdracht van de gemeente gekregen om inhoud te geven aan de rol van de combinatiefunctionaris. Het gaat hierbij om de volgende taken: Verbindingen leggen tussen partijen en kortdurende ondersteuning bieden, met als doel het zelfstandig laten functioneren van een bepaald initiatief. Actief samenwerken en stimuleren van georganiseerde sociale, fysieke en/of digitale netwerken van inwoners. Fungeren als centraal aanspreekpunt voor zowel bestaande als nieuwe initiatieven voortkomend uit de lokale gemeenschap. We werken daarbij buurt- en wijkgericht. Op deze wijze sluiten we gemakkelijk aan bij lokale initiatieven. Dit doen we al naar gelang de behoefte, maar ook structureler via het project Zorgzame buurten. Zorgzame buurten Binnen dit project werken gemeente, LEVgroep en Helpt Elkander samen waarbij we fysiek de wijk in trekken. In gezamenlijkheid worden initiatieven opgepikt en indien nodig ondersteund. Het doel is het versterken van de sociale cohesie van een bepaalde wijk of buurt. In ons vrijwilligersbeleid hebben we daarnaast opgenomen dat we een wijkgerichte aanpak hanteren.
Kijk op de wijk Vanuit de afdeling Openbare Werken wordt momenteel uitvoering gegeven aan het project ‘Kijk op de wijk’, waarbij we vier keer per jaar een andere wijk bezoeken en lokale knelpunten samen met inwoners proberen op te lossen. Dit project is gestart in 2015 en had als focus de knelpunten in de openbare ruimte. In de loop van de tijd zijn ook echter ook mensen vanuit bijvoorbeeld politie en jongerenwerk aangesloten, om ook met wijkbewoners te kunnen spreken over ervaren knelpunten op het gebied van overlast, (sociale) veiligheid en jeugd in de wijk Ouderenbeleid Onderzoek over dit onderwerp is nu gefragmenteerd en er is behoefte aan een overkoepeld inzicht op grond van Nuenense wensen en cijfers. De vraag aan het college is om inzicht te geven in de kosten om tot een overkoepelend onderzoek te komen zodat de raad hiervoor budget beschikbaar kan stellen in de Kadernota. Ambtelijke reactie De kosten voor een overkoepelend onderzoek bedragen naar verwachting ongeveer € 12.500. Ter overweging brengen wij het volgende onder uw aandacht. Wij kennen geen specifiek ouderenbeleid. Ons beleid is inclusief. Doelgroepenbeleid, dus beleid dat gericht is op een bepaalde doelgroep en verschillende taakvelden omvat, past minder goed in de visie op en aanpak van gemeentebrede vraagstukken.
In de beleidsvorming en de uitvoering wordt integraal gewerkt, waarbij specifieke doelgroepen worden meegenomen. Voorbeelden hiervan zijn het Programma Wonen, waarin de vraag vanuit ouderen is meegenomen of het ontwikkelen van het mantelzorgbeleid waarin we de verbinding maken tussen zorg en ondersteuning, gekoppeld aan de mogelijkheden en wensen van verschillende groepen uit de samenleving.
pagina 2 van 6 172271
Cijfers en wensen Onze gemeente kent een grote vergrijsde gemeenschap. Om de belangen van dit deel van de gemeenschap goed in beeld te hebben, voeren we periodiek overleg met de seniorenverenigingen en de Vrijwillige Ouderen Adviseurs (VOA’s). Op deze wijze ontvangen wij directe signalen en kunnen wij inspelen op de behoeften en wensen van onze senioren. We hebben tevens intensief overleg met de Adviesraad Sociaal Domein (ASD). Daarnaast ontvangen wij vanuit de GGD, het RIVM en andere instanties cijfers over onder andere onze senioren om gericht beleid te kunnen voeren dat aansluit bij de wensen en behoeften van deze doelgroep. Het rapport van professor Kardol (Hoe ‘in’ is oud?) wordt tevens gebruikt bij het ontwikkelen van beleid. Er wordt dus al veel onderzocht en gemonitord. Het maken van een overkoepelend inzicht zal dan ook voor een groot deel bestaan uit het verzamelen en bij elkaar brengen van gegevens waarover we al beschikken. Het aangegeven budget voorziet niet in een grootschalig aanvullend veldonderzoek. Mediabeleid De vraag aan het college is wat voor mediaplan er nu ligt en deze ter beschikking te stellen. Onderdeel van het plan moet zijn wie mag wat wanneer communiceren en hoe wordt daarover verantwoording afgelegd. Ambtelijke reactie ‘Dé communicatie’ vanuit de gemeente is niet in een communicatieplan te vatten.
Er bestaat dan ook geen daarvan afgeleid mediaplan waarin we beschrijven wanneer we welke media waarover opzoeken. Het cluster Communicatie heeft onlangs wel een visie op communicatie en bijbehorende ambitie op papier gezet die nog besproken wordt in het college. In de uitwerking daarvan zullen we ook de, tot nu toe vaak ongeschreven, regels en afspraken vastleggen over omgang met de media. Dat bij grotere, gevoelige onderwerpen de raad eerder geïnformeerd wordt dan de pers is één van die ongeschreven regels. Overigens beperken de afspraken zich tot het college en ambtelijk medewerkers; raadsleden en bijvoorbeeld leden van (onafhankelijke) adviesorganen zoals dorps- en wijkraden hebben een eigenstandige positie als het gaat om hun omgang met en benadering door de media. Milieumetingen Het allereerste wat aangepakt moet worden is het valideren en complementeren van de meetinstrumenten in Nuenen. Het college wordt om een reactie gevraagd wat hiervoor nodig is waardoor eventueel een budget opgenomen kan worden in de Kadernota. Uiteindelijk moet dit resulteren in een dashboard gebaseerd op echte Nuenense meetgegevens en niet op berekeningen via modellen. Amendement is in deze duidelijk. Ambtelijke reactie: De deelname aan AiREAS fase 2 is begroot op ongeveer € 8000,- per jaar vanaf 2022. De kosten voor de tijdelijke inzet van mobiele meetinstallaties zijn hierbij inbegrepen.
Deze installaties zijn per deelnemer beperkt inzetbaar voor lokale vraagstukken. Extra inzet/meer gebruik van een mobiele installatie zal extra kosten met zich meebrengen. Deze zijn nu nog niet bekend. Metingen en dashboards voor leefbaarheid kunnen een bijdrage leveren aan de bewustwording van inwoners en mede-overheden. Als het gaat om monitoring, zien wij voor lokale overheden zoals Nuenen soms een uitvoerende rol, bijvoorbeeld bij verkeerstellingen en kentekenonderzoeken. Er gebeurt op dat vlak al veel in de gemeente en de kosten hiervan zijn opgenomen in de begroting. Bij complexere onderwerpen achten wij een
pagina 3 van 6 172271
faciliterende rol beter op zijn plaats dan een koppositie in de ontwikkeling. Voor meetprotocollen, validatie, analyse en ontsluiting van gegevens zijn partners nodig in de wetenschap, techniek, innovatie en educatie. Dit kunnen wij als gemeente niet zelfstandig oppakken. Tenslotte kent monitoring ook beperkingen. Deze brengen wij hieronder nog graag even onder de aandacht. Leefbaarheidsparameters De effecten van ons menselijk handelen (verkeer, industrie, buren) dragen bij aan hinder en hebben een effect op onze gezondheid. Hierdoor valt er een grote diversiteit aan parameters te meten, alleen al voor geluid (industrie-/ wegverkeerslawaai) en luchtkwaliteit (fijnstof, ozon, roet, NOx etc.) maar ook voor de oversteekbaarheid van wegen en verkeersveiligheid. Door al die elementen te meten vergaren we veel data naar tijd en plaats. Een (rechtstreekse) relatie tussen bepaalde meetgegevens en het welzijn en gezondheid van inwoners is echter niet eenvoudig te leggen. Metingen Uw raad heeft jaarlijks middelen beschikbaar gesteld voor monitoring van verkeersaantallen. Deze middelen worden ingezet voor mechanische tellingen (ieder jaar) en kentekenonderzoeken (om het jaar). Uw raad heeft ook een impuls gegeven aan metingen van geluid en fijnstof door middelen beschikbaar te stellen.
AiREAS fase 1 heeft duidelijk gemaakt hoe groot de fluctuaties bij metingen van fijnstof zijn en hoe complex de samenhang tussen achtergrondwaarden en lokale invloeden (waaronder verkeer) is. Een koppositie brengt met zich mee dat apparatuur die gehanteerd wordt deels nog in ontwikkeling is. Binnen de eerste opdracht aan AiREAS wordt nu fase 2 uitgevoerd. Het doel hiervan is in het gebied rond Eeneind meer inzicht te krijgen tussen lokale invloeden en achtergrondwaarden. Meten versus berekenen Metingen zijn interessant om een idee te krijgen hoe groot niveaus en fluctuaties ‘real time’ zijn. Daarmee is niet gezegd dat metingen betrouwbaarder zijn dan berekeningen. Metingen zijn momentopnamen en geven vaak grote fluctuaties. Het uitvoeren van metingen (met nu nog allerlei technische onzekerheden) is slechts het vastleggen van een bepaalde parameter op een bepaald moment met ook de omstandigheden van dat moment. Denk aan windrichting en –snelheid, neerslag, luchtvochtigheid en temperatuur. Deze omstandigheden hebben directe invloed op de metingen en geven op een bepaald moment en met deze variabelen een ander beeld dan berekeningen. Meetgegevens kunnen dan ook niet gebruikt worden bij juridische onderbouwingen van (bestemmings)plannen, daar moeten we gebruik maken van berekeningen (en dat gebeurt via wetenschappelijk onderbouwde methodes).
Lokale bronnen (verkeer en industrie) hebben een beperkte invloed op luchtkwaliteit. Binnen AiREAS fase 2 lijkt het wel mogelijk om lokale kennis te vergaren. Een (meerjarige) meting en vergelijkingen tussen de stedelijke agglomeratie, omgeving vliegveld, de dorpen waaronder Nuenen en het agrarische platteland in de Kempen en de Peel geeft vergelijkingsmateriaal en inzicht in de (lucht- en geluid)kwaliteit. Er is binnen AiREAS fase 2 voorzien in een vaste meetopstelling in het buitengebied in Nuenen. Deze metingen kunnen worden aangevuld met lokale meetopstellingen bij verkeersaders in Nuenen. Met dus de aantekening dat alleen langdurige metingen, met al zijn technische beperkingen en omgevingsfactoren, een beeld kunnen geven dat getoetst en geduid kan worden in vergelijking met de berekeningen die we nu hanteren.
pagina 4 van 6 172271
Belangrijkste is misschien wel: we kunnen geen metingen doen in de toekomst. Dat is wel wat bij planvorming dient te gebeuren: het onderbouwen van de effecten in de toekomst door het voorspellen wat het effect van plannen is die nog niet uitgevoerd zijn (bestemmingsplannen en verkeersplannen). Modelberekeningen vormen een geijkt en betrouwbaar instrument, met een juridische basis. Lopende ontwikkelingen In de nabije toekomst ontstaan kansen om aan te haken bij lopende ontwikkelingen. Voorbeeld is de Staat van de Mobiliteit Brabant. Deze databank kan sinds (zeer) kort geraadpleegd worden, onder andere voor verkeerskundig onderzoek (studie Bundelroutes). Naast inzichten in de verkeersstromen zal dit later ook inzichten kunnen bieden op enkele van de genoemde parameters voor geluid en luchtkwaliteit. Specifiek voor de meting van luchtkwaliteit zijn we aangesloten bij de regionale uitrol in Zuidoost Brabant samen met AiREAS fase 2. De hierbij in te zetten meetapparatuur heeft een andere kwaliteitsstandaard dan die onder AiREAS fase 1. De technischwetenschappelijke inbedding wordt geborgd door inbreng van het RIVM, TNO, GGD, Universiteit van Utrecht, de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant en AiREAS. De duiding / uitleg van de meetresultaten wordt ook door deze organisaties verzorgd.
Ook inzet op lokale vraagstukken (De Bundelroutes) kan een plek krijgen door de inzet van mobiele meetinstallaties in overleg met inwoners van (Nuenen Zuid en) Eeneind. De uiteindelijke gemeten en/ of berekende leefbaarheidsniveaus hebben effecten op welzijn en gezondheid van inwoners. (Uiteraard zijn gezondheid en welzijn van vele andere zaken afhankelijk.) Het is denkbaar om werk te maken van de gezondheidsmonitoring, een terrein waar bijvoorbeeld GGD diensten kan verlenen. Groenonderhoud De kwaliteit van het openbaar groen staat vaker ter discussie. Er zijn ook vragen bij de aansturing van de WSD, maar of het professioneel uitbesteden de oplossing is voor de gemeente, is de vraag. Daarom wordt het college gevraagd inzicht te geven in de kosten van het onderhoud, zowel wat betreft de verschillende niveaus, naast een investering in mankracht/ aansturing van de WSD tegenover professioneel uitbesteden zodat de raad inzicht krijgt om keuzes te kunnen maken binnen de Kadernota. Ambtelijke reactie Het verschil in A-beeldkwaliteit en B-beeldkwaliteit kan inzichtelijk gemaakt worden door de kwaliteitsmeetlat CROW. Deze meetlat behoeft wel een nadere toelichting. Daarom stellen wij voor om een rondgang op de fiets met raadsleden te plannen om zodoende in de openbare ruimte de verschillende onderhoudsniveaus toe te lichten.
Op die manier kunt u een beter gevoel krijgt bij de verschillen. Deze rondgang kan gepland worden zodra de coronamaatregelen dit weer toelaten. Een berekening maken van de verschillende onderhoudsniveaus binnen de door u gewenste reactietermijn, is niet mogelijk, omdat de randvoorwaarden niet helder zijn en we deze randvoorwaarden op verschillende manieren kunnen invullen. Ter overweging brengen wij het volgende onder uw aandacht. Voor de raad is biodiversiteit een belangrijk speerpunt. Helaas gaan biodiversiteit en Abeeldkwaliteit niet goed samen. Voorbeeld: bij A-beeldkwaliteit moet vaker gemaaid worden dan bij andere beeldkwaliteiten, terwijl in het kader van biodiversiteit het juist de voorkeur heeft zo min mogelijk te maaien, zodat dieren kunnen schuilen/nestelen/broeden.
pagina 5 van 6 172271
De aannemer werkt volgens de door de raad vastgestelde beeldkwaliteit (december 2019). Eisen op het gebied van beeldkwaliteit worden omgezet naar een bestek. Daarin staat dus, om een voorbeeld te noemen, hoe vaak het gras gemaaid moet worden of hoeveel onkruid ergens mag staan. Onlangs hebben we samen met de aannemer een schouw uitgevoerd. Alle locaties die we hebben gecontroleerd, voldeden aan de vereiste beeldkwaliteit. Daaruit blijkt dat de WSD werkt volgens ons bestek. We verwachten dat er weinig prijsverschil zit tussen de huidige prijs en de prijs die we zouden moeten betalen als we het groenonderhoud op de markt zetten. De gemeente onderhoud zijn eigendommen in het buitengebied zelf.
pagina 6 van 6 172271