2021-24 RV RES Bijlage 14 - Format reactie gemeente op concept RES 1.0
Tekst van het document
Zienswijze gemeente Nuenen op concept-RES 1.0 Metropoolregio Eindhoven d.d. 3 juni 2021 Kernpunten per hoofdstuk
Zienswijze
1. Opgave en kader
Wij onderschrijven het belang van de opgaven binnen de RES om op deze wijze onze bijdrage te leveren aan de landelijke klimaatdoelstellingen.
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: - Onze RES 1.0 is een momentopname. Ze geeft aan waar we op dit moment staan op de weg naar 2030 en verder, de weg naar 2050. - We hebben niet alleen een flexibele energiestrategie nodig om in een telkens veranderende wereld, de huidige en toekomstige energiedoelstellingen te blijven behalen, maar ook een stevig samenwerkingsnetwerk.
Wij vinden het belangrijk dat we hiervoor als regio gezamenlijk optrekken, waarbij de nadruk ligt op een effectieve en efficiënte samenwerking voor het uitvoeren van de RES. Dit kan voor Nuenen zowel binnen de MRE als binnen de subregio (Stedelijk gebied Eindhoven), of intergemeentelijk. Wij zien in dat de energietransitie niet ophoudt bij de gemeentegrens, maar dat we deze opgave samen moeten realiseren. Hierbij vinden wij het van belang dat rekening wordt gehouden met de (kern)kwaliteiten per gemeente. De stap naar uitvoering moet goed worden geborgd en de resultaten en samenwerkingen moeten worden gemonitord om te toetsen welke aanpakken werken en om de voortgang te bewaken. De RES 1.0 is een momentopname, we moeten continue inspelen op de veranderende wereld om ons heen. De RES 1.0 zien wij dus niet als een afsluiting, maar een startpunt van de volgende fase in de energietransitie.
2. Thema’s RES Metropoolregio Eindhoven Kernpunten uit de Concept RES 1.0:
De Metropoolregio Eindhoven is een diverse regio waarbinnen de stad en het landelijk gebied elkaar versterken en beide profiteren van elkaars kwaliteiten en functioneren als een
-
-
-
-
-
De kracht van onze regio is de diversiteit. De stad en het landelijk gebied versterken elkaar en profiteren in hoge mate van elkaars kwaliteiten en functioneren als een geheel. Door op regionaal niveau samen te werken met onder meer Brainport Development en kennisinstellingen kunnen we de innovatie kracht in de regio benutten en versterken, bijvoorbeeld door innovatie in te zetten om in onze regio met de netschaarste om te gaan. De ambitie van de 21 samenwerkende gemeenten uit de regio Zuidoost-Brabant is dat het landelijk gebied leefbaar, toekomstbestendig en economisch vitaal blijft. We werken samen met Brainport Development en de arbeidsmarktregio’s Zuidoost-Brabant en Helmond-De Peel, om een beter beeld te krijgen van de gevolgen van de energietransitie op de regionale arbeidsmarkt. Daarnaast zorgen we ervoor dat, via het PACT Brabant en het Kennispact MBO Brabant, op provinciale schaal en met de andere Brabantse arbeidsmarktregio’s afstemming en kennisdeling plaats vindt. In de ruimtelijke afweging van kansrijke zoekgebieden is de samenhang met andere opgaven cruciaal. De Omgevingsagenda Zuidoost- Brabant faciliteert de samenwerking tussen de betrokken overheden en de realisatie van de gemaakte afspraken.
3. Samen de energieambitie realiseren Kernpunten uit de Concept RES 1.0:
geheel. Daarnaast zien we ook de verschillen als het gaat om belangen, mogelijkheden en wensen die deze diversiteit met zich meebrengt. Iedere gemeente heeft haar eigen profiel met haar eigen ambities en waarden. Als gemeente Nuenen hechten wij veel belang aan onze kernkwaliteiten uit de omgevingsvisie: dorps, gezellig, groen en rustig. Ontwikkelingen moeten passen binnen deze kernkwaliteiten. Graag zien wij dat de innovatiekracht van onze Brainport regio (nog meer) ingezet wordt in deze transitie. Belangrijk is om continu aandacht te hebben voor innovaties die ons als regio, maar zeker ook individuele gemeenten, verder kunnen helpen. Daarbij verwachten wij dat wij als samenwerkende overheden ruimte creëren in wet- en regelgeving om innovatie mogelijk te maken.
Wij onderschrijven de kernpunten over het samen realiseren van de energieambitie. Samen met 21 gemeenten, twee Waterschappen, de Provincie en Enexis Netbeheer werken we gezamenlijk toe naar de RES 1.0. Met deze partijen onderzoeken we de mogelijkheden om de energietransitie te realiseren.
-
-
-
Samen onderzoeken we de mogelijkheden om de energietransitie uit te voeren. We kijken hoe we slim gebruik kunnen maken van de inzet van regionale kennis, innovatie en vakmensen. De besluiten daarover worden lokaal genomen. Gemeenten zijn dus zelf aan zet. Daarbij realiseren wij ons dat de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente kunnen verschillen. Draagvlak en acceptatie onder omwonenden en andere inwoners en bedrijven uit de omgeving van projecten zijn daarbij van cruciaal belang. Om meer inwoners bekend te maken met de RES bekijken we in overleg met gemeenten wat nodig is om op lokaal niveau participatie te versterken. Om te garanderen dat er invulling gegeven wordt aan minimaal 50% lokaal eigenaarschap stellen we in de RES 1.0 een flexibel model dat uitgaat van de oprichting van een stichting/ontwikkelfonds per gemeente en/of project om minimaal 50% van het eigen vermogen in een project in te brengen.
De uiteindelijke besluiten over warmte, besparing en grootschalige opwek worden lokaal genomen. Als gemeente zijn we dus te allen tijde zelf aan zet, maar we moeten ons hierbij wél realiseren dat het Rijk ons als decentrale overheden de opgaven voor het opwekken van 35 TWh aan duurzame energie én de warmtetransitie opgelegd heeft. Daarnaast kunnen we de opgaven niet alleen oplossen, we hebben elkaar in de regio daar voor nodig. Voor ons als gemeente is het behouden van onze lokale ruimtelijke kwaliteit een belangrijk uitgangspunt in de RES. We koesteren hierbij onze groene, dorpse, rustige en gezellige omgeving. Daarnaast hebben wij als gemeente de positie als het Central Park van Brabant tussen de twee grote steden Eindhoven en Helmond. Dit staat op sommige vlakken op gespannen voet met de energietransitie die ervoor kan zorgen dat ons landschap en onze omgeving er de komende jaren misschien anders uit gaan zien. Daarom is participatie een belangrijk onderdeel van het tot uitvoering brengen van energiebesparings-, warmte- en opwekprojecten. Een belangrijk uitgangspunt is dus draagvlak en acceptatie bij onze inwoners, bedrijven en overige stakeholders. We moeten hierbij ook onderkennen dat samenwerken met verschillende partijen vanzelfsprekend betekent dat er concessies gedaan moeten worden.
Door belanghebbenden in een vroegtijdig stadium te betrekken creëren we draagvlak voor beslissingen en waarborgen we de kwaliteit van beslissingen. Naast de ‘ruimtelijk component’ is de ‘sociaal maatschappelijke component’ ook een belangrijk onderdeel binnen de RES. Er kan geparticipeerd worden op ‘proces’, ‘sociaal’ en ‘financieel’ vlak. Als gemeente gaan wij beleid maken voor grootschalige, duurzame energieopwekking. Hierin krijgen de verschillende vormen van participatie ook een plek. Zo ook het minimum van 50 procent lokaal eigenaarschap.
Extra aandacht vragen wij voor de uitwerking van het model voor de oprichting van een stichting/ontwikkelfonds per gemeente/sub-regio. Wij verzoeken u dit model zodanig vorm te geven dat ook niet-kapitaalkrachtige inwoners kunnen meeprofiteren van zonne- en windparken in hun omgeving.
4. Besparen – duurzame warmte – duurzame opwek
Wij onderschrijven de kernpunten over besparen, duurzame warmte, duurzame opwek en energie-infrastructuur.
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: Onze RES 1.0 is gebaseerd op de volgende elementen: • Besparing binnen de gebouwde omgeving. • Inpassen opwekking van duurzame elektriciteit op land (wind en zon). • Warmtetransitie in de gebouwde omgeving door het opstellen van lokale transitievisies warmte ondersteund door een Regionale Structuur Warmte. • Een benodigde infrastructuur voor transport en opslag van energie.
4.1 Besparen Kernpunten uit de Concept RES 1.0: - Je kunt op een aantal manieren besparing stimuleren en dat gebeurt ook al in de regio. Gemeenten kiezen zelf voor wat ze doen en via welke samenwerkingsverbanden. Daarvoor bieden we een basisinfrastructuur en additionele modules per doelgroep. - In deze Concept RES 1.0 richten we ons op de doelgroepen Wonen, Bedrijven en Maatschappelijk Vastgoed.
Wij ondersteunen het idee dat het terugdringen van de lokale en regionale energievraag de eerste stap is in de energietransitie en dat besparing daarom prominente aandacht behoeft. Het duurzaam in beweging krijgen van inwoners, instellingen en bedrijven is een uitdaging. Samenwerking en kennisuitwisseling op regionaal niveau is daarom belangrijk. ln Nuenen worden momenteel verschillende energiebesparingsprojecten uitgevoerd. Zo nemen we deel aan het nieuwe Energieloket (Energiehuis Slim Wonen), hebben we gelden vanuit de Regeling Reductie Energiegebruik Wonen (RREW) binnengehaald om huurders te stimuleren tot energiebesparing en werken we b.v. samen met partijen als Buurkracht. De voorgestelde basisinfrastructuur en de additionele modules uit de RES bieden een mooie
-
-
-
Acht ‘bespaarroutes’ voor woningeigenaren en woningbouwcorporaties geven inzicht in wat een gemeente kan doen om een bepaalde route goed te faciliteren of te organiseren. We ondersteunen bedrijven met besparen zodat ze zich op hun business kunnen richten. We willen ze ontzorgen door bijvoorbeeld Greendeals op te zetten. We zetten handhaving in bij bedrijven die niet of onvoldoende met energiebesparing aan de slag gaan. Gemeenten hebben een belangrijke (voorbeeld)rol bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Met de werkwijze ‘Samen Slimmer Duurzaam Bezig’ voorzien we door structurele samenwerking in de kennis-en capaciteitsbehoeften en behalen we zo meer resultaten, zonder extra tijdsbesteding en tegen gelijke of lagere kosten.
4.2 Duurzame warmte Kernpunten uit de Concept RES 1.0: De Metropoolregio Eindhoven kent geen overvloed aan bovenlokale warmte-bronnen. Het overschakelen op duurzame warmte betekent, afhankelijk van de toegepaste duurzame warmtebron, meestal een toename in het gebruik van elektrische (hulp)energie. Op sommige plekken in de regio komt mogelijk de warmtevraag uit volledig elektrische oplossingen (met individuele warmtepompen bijvoorbeeld), wat betekent dat de belasting op het net op deze locaties nog hoger is. Met de Regionale Structuur Warmte willen we: • De bovenlokale / regionale bronnen optimaal benutten; • Desinvesteringen voorkomen;
aanvulling op waar we in Nuenen al mee bezig zijn. Waar nodig of mogelijk werken we samen met andere gemeenten en wisselen we kennis uit. Wij zullen de inzichten uit de RES toepassen op onze communicatie en projecten. Tot slot willen wij inzetten op onze voorbeeldrol, door het realiseren van energiebesparende maatregelen in onze eigen vastgoedportefeuille.
Wij onderschrijven het belang van de regionale structuur warmte (RSW) voor de exploitatie en verdeling van duurzame warmte. Wij werken lokaal ons beleid voor de warmtetransitie uit in de transitievisie warmte. Hierin worden o.a. onze lokale, duurzame warmtebronnen verkend. Indien er zich kansen voordoen met bovenlokale warmtebronnen, dan zullen wij die benutten en samenwerken met de betreffende gemeenten (en andere stakeholders). Daarnaast ondersteunen we de uitgangspunten voor de RSW zoals het voorkomen van desinvesteringen en het laag houden van maatschappelijke kosten. Wij wisselen kennis uit met andere gemeenten uit de regio over de verschillende transitievisies warmte. De informatie uit onze lokale transitievisie warmte kan als input worden gebruikt voor nadere uitwerking van de RSW. Nuenen heeft weinig restwarmtebronnen in haar gemeente. Daarnaast blijkt uit de RSW dat onze regio geen overvloed kent aan bovenlokale warmtebronnen. Wij volgen daarom
-
-
-
• Maatschappelijke kosten laag houden en daarbij rekening houden met inwoners en bedrijven in nabijgelegen gemeenten. Om de informatie en bestuurlijke keuzes op lokaal en regionaal niveau zoveel mogelijk op elkaar aan te laten sluiten is goede afstemming nodig. We werken aan een platform waarop alle informatie is verzameld. We ontwikkelen richting RES 2.0 een methodiek waarin de maatschappelijke kosten en baten van bovenlokale warmtebronnen kunnen worden gewogen. Omdat we deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met kennisinstellingen en bedrijven.
4.3 Duurzame opwek Onderstaande kernpunten uit de concept RES 1.0 kunt u betrekken in uw reactie. Bovenal vragen we u om een reactie en om uw aandachtspunten voor de voor uw gemeente relevante zoekgebieden voor grootschalige duurzame opwekking van energie. Kernpunten uit de Concept RES 1.0: De afgelopen jaren hebben we al 0,51 TWh aan zonnedaken, -velden en windturbines gerealiseerd. Ook 0,64 TWh zonnedaken, -velden en windturbines die in voorbereiding zijn (pijplijn) rekenen we mee. Vervolgens zetten we ons maximaal in voor realisatie van ‘no regret’ maatregelen, ofwel het laaghangend fruit. Hierbij maken we gebruik van de ‘zonneladder’, die de voorkeursvolgorde weergeeft van de aanleg van zonnepanelen. Met de eerste vier stappen op de
ontwikkelingen op het gebied van zonthermie, geothermie of een innovaties als waterstof met interesse. Tot slot vragen we aandacht voor de belasting van het elektriciteitsnet wanneer veel gemeenten aan de slag gaan met elektrische oplossingen voor hun warmtevraag.
We ondersteunen de kernpunten voor grootschalige opwek en het bod van 2 TWh aan duurzame energieopwekking vanuit onze regio. Nuenen wil waar mogelijk een bijdrage leveren aan het duurzaam opwekken van energie. Wij zijn het er mee eens dat er eerst moet worden gekeken naar het realiseren van no-regret maatregelen lokaal (en in de regio). Op Nuenens grondgebied worden er in de RES geen zoekgebieden aangewezen voor grootschalige opwekking, dit betekent niet dat er op Nuenens grondgebied geen mogelijkheden zijn hiervoor. Wel hebben we besloten terughoudend om te gaan met initiatieven voor grootschalige energieopwekking die een negatieve invloed hebben op de kernkwaliteiten van Nuenen. Tot slot blijft het volgen van de zonneladder het uitgangspunt voor wanneer wij initiatieven gaan beoordelen (eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op kleine en grote daken). Er is in Nuenen nog geen vastgesteld beleid m.b.t. zonne- en windenergie, maar er zijn intussen al meerdere principeverzoeken ingediend voor het aanleggen van zonnevelden.
-
-
-
-
zonneladder verwachten we 0,28 TWh te kunnen realiseren. Met behulp van het planMER zijn de globale zoekgebieden uit de concept-RES nader afgebakend en ontstaat er inzicht in de milieu-effecten (leefomgeving, landschap en ecologie), de kansen voor koppeling aan andere thema’s (landbouw, economie, natuur en klimaat) en de mogelijke energieopbrengst van de zoekgebieden. Er lijkt voldoende potentie aanwezig ter ondersteuning van onze bijdrage van 2 TWh duurzame energie in 2030. Dat een locatie buiten het planMER valt betekent niet per se dat die locatie onmogelijk is. Gemeenten kunnen onderzoeken of (lokaal) maatwerk mogelijk is. We werken toe naar een meest haalbare selectie van zoekgebieden op basis van het planMER, de inspraak en adviezen (Cie MER en Brabant Advies) n.a.v. het planMER, de analyses van de netbeheerders en de reacties vanuit de gemeenteraden. Om het bod van 2 TWh in 2030 te verwezenlijken moet de RES vertaald worden naar beleid, regels en uitvoeringsprojecten. Het realiseren van de no-regret maatregelen heeft daarbij prioriteit; Het realiseren van grootschalige zon- en windprojecten vraagt veel voorbereidingstijd. Beide routes moeten we tegelijk bewandelen om ons doel voor 2030 te halen. Er is continue afstemming tussen netbeheerder en de lokale en regionale overheden. We stemmen de
verdeling van de beschikbare capaciteit en noodzakelijke investeringen in de toekomst regionaal af.
Om op gemeenteniveau duidelijkheid te scheppen over de mogelijkheden voor grootschalige energieopwekking en om deze verzoeken te beoordelen wordt er samen met de bewoners en andere belangrijke stakeholders beleid opgesteld. In dit beleid spelen onze kernkwaliteiten (groen, dorps, rustig en gezellig) uit de Omgevingsvisie een belangrijke rol. Daarnaast heeft Nuenen de positie als Central Park van Brabant tussen de twee grote steden Eindhoven en Helmond. Ontwikkelingen moeten passen binnen deze kernkwaliteiten en bij deze positie. Zodra Nuenen vastgesteld beleid heeft voor grootschalige energieopwekking, wordt dit gedeeld met de regio. Wij zetten voor Nuenens grondgebied in op projecten die ook na de exploitatieperiode weer kunnen worden opgeruimd, waarna de gronden eventueel voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt. We houden voor het opwekken van duurzame energie op de lange termijn de mogelijkheden open voor toekomstige technologische innovaties die landschappelijk minder grote impact hebben. Tot slot zullen wij, als er in Nuenen projecten voor grootschalige energieopwekking worden toegestaan, de afstemming zoeken met de netbeheerder en omliggende gemeenten over de beschikbare netcapaciteit.
-
Een degelijke en afgestemde uitvoeringsplanning biedt zekerheid om te komen tot nieuwe investeringen.
5. Stap voor stap naar uitvoering Kernpunten uit de Concept RES 1.0: - Naar verwachting zullen worden halverwege 2021 verschillende scenario’s voor samenwerking in de uitvoering kunnen voorgelegd aan de gemeenten, provincie en waterschappen. Om vervolgens afspraken te maken om als gezamenlijke overheden, in samenwerking met de betrokken stakeholders, slimmer en efficiënter stappen te zetten in de realisatie van de energietransitie.
Wij onderschrijven de noodzaak om samenwerkingsscenario’s uit te werken voor het uitvoeren van de RES, dit kan zowel op regionaal, subregionaal en intergemeentelijk niveau. Uiteraard zullen hierbij ook de relevante stakeholders betrokken moeten worden. Wij vinden het belangrijk dat geborgd wordt dat de regionale opgaven ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. Hiervoor is een goede voorbereiding van de uitvoeringsfase nodig, maar is het belangrijk dat er niet te lang wordt gewacht met het ondernemen van actie. Tot slot raden wij aan de knelpunten (zoals wetgeving, netcapaciteit, kosten etc.) in het tot uitvoering brengen van de RES kenbaar te maken bij het Rijk.