CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-22 RV ODZOB Bijlage 1 - Ontwerpbegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

Gemeenteraad 3 juni 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Zienswijze begroting ODZOB25.113 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wil de ODZOB aan deze basistaak invulling kunnen geven, dan dienen bij de prioritering van de collectieve taken en de opstelling van de werkprogramma’s door de deelnemers hier middelen voor gereserveerd te worden.

3.3

Uitvoering van taken

Als uitvoeringsorganisatie staat de ODZOB voor de uitvoering van de door de deelnemers verstrekte opdrachten op het gebied van de fysieke leefomgeving. Het betreffen opdrachten in de vorm van basistaken, verzoektaken en een collectief programma. Prioritering van inzet vindt plaats op basis van de uitgangspunten en inhoudelijke uitdagingen van het concernplan, de kadernota en het jaarprogramma collectief programma. Op verzoek van diverse deelnemers heeft de ODZOB, samen met de deelnemers, via het project ‘de staat van het mandaat’ inzichtelijk gemaakt op welke gebieden efficiencywinst te behalen is. Het AB heeft in 2020 ingestemd met de voorgestelde maatregelen hieromtrent die in 2021 worden geïmplementeerd. Als gevolg hiervan is in de voorliggende begroting een efficiencykorting van 2% in 2022 (in 2021 was dat al 1%) opgenomen. Verder heeft het AB in 2020 besloten om te onderzoeken op welke wijze een follow up kan worden gegeven aan de aanbevelingen van het rekenkameronderzoek over de ODZOB. Dit besluit is genomen op basis van een voorstel van 9 gemeenteraden die het rekenkameronderzoek hebben laten uitvoeren. In 2021 wordt duidelijk welke consequenties dit heeft voor de ODZOB, de deelnemers en de onderlinge samenwerking en of hiervoor een begrotingswijziging noodzakelijk is.

3.4

Programmaplan

Als uitvoeringsorganisatie staat de ODZOB voor de uitvoering van de door de deelnemers verstrekte opdrachten in de vorm van basistaken, verzoektaken en collectieve taken op het gebied van de fysieke leefomgeving. De op basis van de ontwikkelingen in hoofdstuk 3.2 benoemde aandachtsgebieden komen tot uitvoering binnen al deze taken en, voor zover mogelijk, binnen de activiteiten van het overheadpersoneel en interne projecten. Prioritering van inzet vindt plaats op basis van de uitgangspunten en inhoudelijke uitdagingen van het concernplan en de kadernota/begroting en is mede afhankelijk van de gezamenlijk met de deelnemers vast te stellen inhoud en omvang van het programma collectieve taken én de inhoud en omvang van door de deelnemers verstrekte opdrachten. Met andere woorden: de genoemde aandachtspunten kunnen alleen uitgevoerd worden indien daar voldoende middelen voor beschikbaar zijn. Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 17 van 55

In deze paragraaf wordt het programmaplan weergegeven en toegelicht. Voor een goed begrip van onderstaande tabel is het van belang in acht te nemen dat conform verantwoordingvoorschriften de kosten van de overhead in een apart programma, en de kosten van de overige programma’s exclusief overheadkosten, getoond worden. Aangezien de baten van de diverse programma’s daarentegen wel o.b.v. integraal tarief (inclusief overhead) geraamd worden, ontstaat een saldo op de diverse programma’s. Onderstaand is het programmaplan, dat is opgesteld volgens bovengenoemde uitgangspunten, weergegeven. Voor elk programma zijn de baten en lasten en het daaruit resulterende saldo weergegeven.

Programmaplan

* bedragen x 1€ Omschrijving

Baten

Lasten

Saldo

Programma Dienstverlening

21.300.803

14.874.759

6.426.044

Programma Collectieve taken

1.328.021

1.061.540

266.481

Algemene dekkingsmiddelen

50.000

0

50.000

Overhead

0

6.732.525

-6.732.525

Heffing VPB

0

10.000

-10.000

Bedrag onvoorzien

0

0

0

22.678.824

22.678.824

0

Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves Toevoeging en ont rekking reserves Mutatie reserves

0

0

0

Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves

0

0

0

22.678.824

22.678.824

0

Saldo van bat en en last en na mut at ie reserves

Elk programma wordt in dit hoofdstuk verder toegelicht.

3.4.1

Programma Dienstverlening

Het programma Dienstverlening betreft de werkzaamheden die de ODZOB verricht in het kader van verkregen opdrachten van deelnemers en niet-deelnemers. Het betreft hier opdrachten die in het kader van werkprogramma’s uitgevoerd worden, dan wel in het kader van separaat verstrekte extra opdrachten en betreft zowel basis- als verzoektaken.

Wat willen we bereiken? De ODZOB draagt bij aan een veilige en gezonde leefomgeving in Zuidoost-Brabant. Dit doen we door voor de aangesloten gemeenten en provincie en de netwerkpartners taken uit te voeren op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, en het geven van advies op het gebied van omgevingsrecht. De kwaliteit van ons werk wordt gegarandeerd door de inzet van deskundige medewerkers die betrouwbaar, proactief, oplossingsgericht en omgevingsbewust zijn.

Wat gaan we daar voor doen? De ODZOB voert werkzaamheden uit op het gebied van:

•

toezicht en handhaving (fysieke controles, administratief en informatiegestuurd (keten)toezicht en bestuurs- en strafrechtelijke handhaving);

•

milieuvergunningverlening;

•

bodem en ontgrondingen, water, archeologie;

•

welstand/ruimtelijke kwaliteit;

•

geluid, lucht, geur en externe veiligheid;

•

duurzaamheid;

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 18 van 55

•

asbesttaken;

•

bouwen;

•

ruimtelijke ordening;

•

ecologie;

•

verdere implementatie Omgevingswet.

Wat mag het kosten? De baten voor het programma Dienstverlening (basis- en verzoektaken) bestaan uit de bij de afnemers voor opdrachten in rekening te brengen bedragen. De specificatie (naar werkprogramma’s en losse opdrachten, maar ook naar de verschillende deelnemers en de niet-deelnemers) van deze bedragen is weergegeven in bijlage 1. Voor 2022 is conform het besluitvorming in het Algemeen Bestuur rekening gehouden met een bedrag van € 0,4 mln. dat bij deelnemers in rekening wordt gebracht voor werkzaamheden in het kader van de implementatie van de Omgevingswet. Tevens is rekening gehouden met het groeipad dat diverse deelnemers gekozen hebben voor de implementatie van het ROK toezicht en handhaving. Tenslotte is ook rekening gehouden met de te verwachten effecten van de gezamenlijk met de deelnemers in gang te zetten efficiency-maatregelen en invoering van de staat van mandaat. De baten en lasten voor het programma Dienstverlening zijn in de volgende tabel weergegeven: Raming van bat en en last en; Programma Dienst verlening Omschrijving

Realisatie 2020

* bedragen x 1€ Begroting 2021

Begroting 2022

Bat en1) Basistaken

7.882.959

7.126.462

6.987.200

Verzoektaken

12.879.787

14.174.341

14.313.603

Totaal baten

20.762.746

21.300.803

21.300.803

Basistaken

5.523.196

5.008.907

4.879.296

Verzoektaken

8.829.982

9.962.580

9.995.463

Totaal lasten

14.353.178

14.971.487

14.874.759

Saldo programma Dienst verlening

6.409.568

6.329.316

6.426.044

Last en

1)

De gerealiseerde baten 2020 zijn w eergegeven excl. in rekening gebrachte externe programmakosten zijnde € 797.256, -.

Voor toelichting op de baten en lasten van dit programma, zie paragraaf 4.1.2.2.

3.4.2

Programma collectieve taken

Wat willen we bereiken? Vanuit het collectieve programma gaan we samen voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. De taken worden in samenspraak met de deelnemers voor het collectief opgesteld en uitgevoerd. Het betreft taken waarvan de resultaten bijdragen aan een gezonde en veilige leefomgeving en waar een duidelijk voordeel ligt in of noodzaak is voor een gezamenlijke aanpak (schaalvoordelen, gemeentegrens overschrijdend, bundeling van expertise e.d.). Hiermee wordt standaardisatie en daarmee efficiency verkregen. Jaarlijks wordt er een werkplan met doelen en acties opgesteld. In 2017 is besloten om met ingang van begrotingsjaar 2018 de activiteiten in het kader van Samen Sterk in Brabant (SSiB), het voormalige intensiveringsbudget en Agrofood-middelen onder te brengen in het

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 19 van 55

programma collectieve taken. De huidige programmaperiode loopt door tot en met 2021. Het AB kan voor 2022 en volgende jaren besluiten tot herijking van bestaande kaders. Ook is nadere herijking van kaders en uitvoering mogelijk naar aanleiding van de bevindingen van het Rekenkameronderzoek (RKO 2020). Vooralsnog wordt uitgegaan van ongewijzigd beleid op basis van de huidige kaders. Substantiële projecten Per 2019 is het contractmanagement voor het regionaal te vormen meetnet toegevoegd aan het collectief programma. De ODZOB is voor dit meetnet namens de deelnemers partner in een consortium, verzorgt het contractmanagement, en vult jaarlijks de NSL-monitoringstool om in beeld te brengen wat de luchtkwaliteit in de regio is. In het AB van 20 november 2020 is besloten om de Brabantbrede activiteiten in het kader van SSiB ook in regio Zuidoost-Brabant voort te zetten. Hiervoor is voor de periode 2022 t/m 2024 jaarlijks € 322.200 gereserveerd. Vanaf 2022 wordt SSiB ondergebracht in een afzonderlijk sub-programma met een eigen bekostigingsstructuur, als onderdeel van de collectieve taken. Over de financiële verdeelsleutel van SSiB volgt nog nadere bestuurlijke besluitvorming in 2021.

Wat gaan we ervoor doen? •

elkaar ontmoeten en weten te verbinden, op regionale, provinciale (BPO) of landelijke schaal. Samen met de GGD, veiligheidsregio of nieuwe partijen meer kennis en ervaring opbouwen op thema’s als ketenhandhaving, gezondheid en veiligheid. De BPO-speerpunten moeten nog worden vastgesteld. Voor de hand ligt dat o.a. de transitie van de veehouderij hierbij een belangrijk thema is. Ketenhandhaving zal gericht zijn op incidenten die vanuit regulier toezicht in beeld komen;

•

de basis ondersteunen op het gebied van kwaliteit door monitoring, rapportage, het ontsluiten van geografische informatie systemen en innovatie. Onder dit principe wordt gewerkt aan een efficiënte en kwalitatieve uitvoering van de basistaken die bijdragen aan de going concern doelstelling. De projecten zijn innovatief en kennen snelle doorlooptijden. Door middel van projecten als kwaliteitscriteria, digitaal werken en het gezamenlijk met de deelnemers verkennen van mogelijkheden voor verdere efficiency en standaardisering (o.a. mandaten) wordt een impuls gegeven aan de kwaliteit van producten en diensten:

•

nieuwe ontwikkelingen volgen en van daaruit koers bepalen. Thema’s in ontwikkeling zoals de veehouderij (Agrofood), gezonde leefomgeving, ruimtelijke plannen en de Omgevingswet laten landen in een organisatie die omgevingsbewust handelt;

•

de handen uit de mouwen steken bij de dagelijkse werkzaamheden. Hiermee wordt invulling gegeven aan de meer structurele taken, zoals met een 24 uur per dag bereikbare meldkamer voor de intake en de consignatiedienst voor de afhandeling van de meldingen. Tevens valt Samen Sterk in Brabant onder deze lijn, voor een veilig, schoon en duurzaam buitengebied.

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 20 van 55

Wat mag het kosten De raming voor de lasten en baten voor de collectieve taken is in onderstaande tabel weergegeven: Raming van bat en en last en; Programma Collect ieve t aken

* bedragen x 1€

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Inzet uren

789.141

894.222

883.321

Inzet middelen

415.824

359.699

444.700

Totaal baten

1.204.965

1.253.921

1.328.021

Lasten

1.022.035

988.212

1.061.540

Totaal lasten

1.022.035

988.212

1.061.540

182.930

265.709

266.481

Omschrijving Bat en

Last en

Saldo programma Collect ieve t aken

Voor toelichting op de baten en lasten voor Programma Collectieve taken zie paragraaf 4.1.2.2. Voor het overzicht van de bijdragen van de diverse deelnemers aan de collectieve taken, zie bijlage 1.

3.4.3

Algemene dekkingsmiddelen

Onderstaand het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Deze post betreft de opbrengsten uit doorbelaste garantiesalarissen. Voor toelichting op deze cijfers zie paragraaf 4.1.2.2: Algemene dekkingsmiddelen

* bedragen x 1€ Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Baten

64.578

50.000

50.000

Lasten

nvt

nvt

nvt

64.578

50.000

50.000

Omschrijving

Saldo Algemene dekkingsmiddelen

3.4.4

De kosten van de overhead

Zoals eerder aangegeven worden sinds begrotingsjaar 2018 conform voorschrift de overheadkosten afzonderlijk begroot. Zij maken aan de lastenkant geen deel meer uit van de beleidsprogramma’s. Zo wordt meer inzicht gegeven in de totale kosten van overhead voor de gehele organisatie. Om te kunnen vaststellen welke kosten tot de overhead kunnen worden gerekend, is in het BBV een definitie van de overhead geïntroduceerd. Deze definitie luidt: “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Door deze definitie te gebruiken kan een eenduidig inzicht worden gegeven in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde beleidsprogramma’s c.q. taakvelden.

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 21 van 55

De volgende kosten worden tot de overheadkosten gerekend:

•

leidinggevenden primair proces (hiërarchisch);

•

financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie;

•

P&O / HRM;

•

inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement);

•

interne en externe communicatie (uitgezonderd klantcommunicatie);

•

juridische zaken (bedrijfsvoering, of bedrijfsvoeringstaak op afdeling);

•

bestuurszaken en bestuursondersteuning;

•

informatievoorziening en automatisering (voor zover niet direct toe te rekenen);

•

facilitaire zaken en huisvesting;

•

DIV;

•

managementondersteuning primair proces.

Door de overheadkosten separaat weer te geven en de dekking van deze kosten toe te rekenen aan de beleidsvelden die in de overige programma’s zijn weergegeven ontstaat op de post overhead een negatief saldo.

Wat mag het kosten? Overhead

* bedragen x 1€ Omschrijving

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Baten

0

0

0

Lasten

6.654.891

6.555.025

6.732.525

Saldo Overhead

-6.654.891

-6.555.025

-6.732.525

Noot: het realisatiecijfer 2020 betreft het bedrag vóór onttrekking aan de algemene reserve (wegens VTH-systeem)

In paragraaf 4.1.2.2 wordt een verdere toelichting gegeven op de ontwikkeling van de overheadkosten. Zie bijlage 2 voor een gedetailleerd overzicht m.b.t. de kosten van de overhead.

3.4.5

Heffing Vennootschapsbelasting

Sinds 2016 geldt er een vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen. Deze wetgeving is ook van toepassing op de ODZOB. De ODZOB heeft, in samenwerking met een extern adviseur, haar activiteiten geïnventariseerd. Een klein deel van de activiteiten de ODZOB valt onder de heffing van de vennootschapsbelasting.

Wat mag het kosten? Heffing VPB

* bedragen x 1€ Omschrijving

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Baten

0

0

0

Lasten

2.185

15.000

10.000

Saldo VPB

-2.185

-15.000

-10.000

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 22 van 55

3.4.6

Onvoorzien

De ODZOB beschikte de afgelopen jaren over een post onvoorzien van € 75.000,-. Eén van de maatregelen die is getroffen om het gemiddeld uurtarief voor 2022 niet te laten stijgen ten opzichte van 2021 is dat deze post is geschrapt. Onvoorzien

* bedragen x 1€ Realisatie 2020

Omschrijving

Begroting 2021

Begroting 2022

Baten

0

0

0

Lasten

0

75.000

0

Saldo Onvoorzien

0

-75.000

0

3.5

Paragrafen

In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten is opgenomen dat in de Beleidsbegroting ten minste de volgende paragrafen opgenomen dienen te worden:

•

lokale heffingen;

•

weerstandsvermogen en risicobeheersing;

•

onderhoud kapitaalgoederen;

•

financiering;

•

bedrijfsvoering;

•

verbonden partijen;

•

grondbeleid.

3.5.1

Lokale heffingen

De ODZOB is door enkele deelnemers gemandateerd om de leges te heffen. De inning vindt plaats door het bevoegd gezag, dit is de deelnemer zelf. Uitgangspunt is dat het innen van leges belegd is bij de verantwoordelijke opdrachtgever. Vandaar dat in de begroting 2022 is geen rekening gehouden met het eventueel onderbrengen van deze taken bij de ODZOB.

3.5.2 3.5.2.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding

In de Financiële Verordening Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is geregeld dat de kaders voor het financieel risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen en de gewenste weerstandscapaciteit dienen te worden vastgelegd in een nota “weerstandsvermogen en risicomanagement”. De herziene versie van deze nota is vastgesteld in de vergadering van het AB van 5 oktober 2017. In samenspraak met de GGD, Veiligheidsregio en MRE wordt dit financiële kader in 2021 naar alle waarschijnlijkheid geactualiseerd. 3.5.2.2

Weerstandsvermogen

Bufferfunctie/egalisatiefunctie In artikel 36 lid 4 van de GR is ten aanzien van een negatief resultaat het volgende bepaald: “Het AB kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 23 van 55

a. b.

af te boeken van reserves, voor zover aanwezig; en laste te brengen van de deelnemers naar rato van ieders afname (=omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.”

Dit betekent dat elke deelnemer naar proportie van zijn omzet deelneemt in bovengenoemde risico’s. In beginsel hoeft de ODZOB niet zelf te beschikken over een buffer om financiële risico’s op te vangen. Er kan immers een beroep gedaan worden op de deelnemers. Dit is evenwel vanuit praktisch oogpunt niet gewenst. Een negatief exploitatieresultaat zou steeds bij de deelnemers tot begrotingsoverschrijding dan wel begrotingswijziging met alle vertraging en verstoring van dien leiden. Om adequaat en effectief te kunnen reageren op de financiële risico’s zal de ODZOB moeten beschikken over een financiële buffer die dienst doet als een “egalisatiereserve”. Hierdoor is de ODZOB in staat om risico’s (binnen de door de deelnemers vooraf gestelde kaders) zelf op te vangen zonder dat dit leidt tot verstoring bij de deelnemers.

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de ODZOB kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is een buffer om er voor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. Conform de uitgangspunten van de nota “weerstandsvermogen en risico management”, rekent de ODZOB alleen de algemene reserve tot de weerstandscapaciteit. Met ingang van 2022 beschikt de ODZOB niet meer over een begrotingspost om niet specifiek geraamde kosten te dekken.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de ODZOB loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. De ratio tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit (op basis van geïnventariseerde risico’s) bepaalt het weerstandsvermogen van de ODZOB.

=

ℎ

Als deze ratio kleiner is dan 1, betekent dit dat de impact van de geïnventariseerde risico’s groter is dan de beschikbare weerstandscapaciteit. Het niet afgedekte deel van de risico’s zou door de deelnemers naar verhouding van hun deelname in het risico (= naar rato van ieders afname, zie bovenstaand onder het kopje “bufferfunctie/egalisatiefunctie”) meegenomen moeten worden in hun eigen risicoparagraaf. Op basis van de huidige inzichten m.b.t. de geïnventariseerde risico’s en de ontwikkeling van de algemene reserve bedraagt de ratio ultimo 2020 1,05 en ultimo 2021 0,72. Hierbij is de aanname gedaan dat de eerder geraamde onttrekkingen uit de algemene reserve ten behoeve van het programma Omgevingswet en de implementatie van het nieuwe VTH-systeem volledig (maar met een jaar vertraging) plaatsvinden.

Algemene reserve Zoals eerder in deze paragraaf werd toegelicht zal de ODZOB, om adequaat en effectief te kunnen reageren op de financiële risico’s, moeten beschikken over een financiële buffer in de vorm van een algemene reserve. Hierdoor is de ODZOB in staat om risico’s (binnen de door de deelnemers vooraf gestelde kaders) zelf op te vangen zonder dat dit leidt tot verstoring bij de deelnemers. Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 24 van 55

Het is van belang de algemene reserves van de diverse GR-en beperkt te houden en aan vaste richtlijnen te koppelen. In samenwerking met de 4 regionale GR-en is een algemene regel ontwikkeld voor het bepalen van de gewenste hoogte van de algemene reserve. Deze regel is opgenomen in de eerder genoemde en door het AB vastgestelde “Nota Weerstandvermogen en Risicomanagement ODZOB 2018”. Bij deze methodiek wordt de streefwaarde van de algemene reserve gebaseerd op het totaal van de baten in de begroting van de GR, zodat de hoogte eenvoudig te herkennen is voor de deelnemers. De volgende staffel is vastgesteld: Bepalen st reefwaarde Algemene reserve Totaal baten Van

* bedragen x 1€

Streefwaarde Algemene reserve Tot

Minimum

Maximum

0

4.999.999

150.000

300.000

5.000.000

9.999.999

300.000

600.000

10.000.000

19.999.999

600.000

1.200.000

20.000.000

29.999.999

1.200.000

1.500.000

30.000.000

39.999.999

1.500.000

2.000.000

40.000.000

59.999.999

2.000.000

2.400.000

60.000.000

79.999.999

2.400.000

3.200.000

80.000.000

99.999.999

3.200.000

4.000.000

Op basis van deze staffel en de begrote baten in deze begroting (te weten ruim € 22 mln.), bedraagt het voor de ODZOB minimaal na te streven niveau van de algemene reserve voor de ODZOB € 1,2 mln. en het maximum € 1,5 mln. De algemene reserve bedraagt ultimo 2020 ruim € 1,7 mln. maar daalt per ultimo 2021 naar een net boven de € 1,2 mln. Daarmee is de omvang van de algemene reserve weliswaar in overeenstemming met de regionale richtlijn, maar is deze onvoldoende groot om gekwantificeerde risico’s af te kunnen dekken. 3.5.2.3

Risicomanagement

Risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Hierdoor kunnen goed onderbouwde keuzes gemaakt worden met betrekking tot:

•

welke risico’s gedragen kunnen worden?

•

welke beheersmaatregelen kunnen getroffen worden?

•

welke middelen moeten, ter afdekking van risico’s, gereserveerd worden?

de wijze waarop met risico’s wordt omgegaan kent de volgende alternatieven:

•

vermijden (bijvoorbeeld: stoppen met bepaalde activiteiten);

•

beheersen (bijvoorbeeld: maatregelen treffen door processen, procedures of organisatiecultuur aan te passen);

•

overdragen (bijvoorbeeld: verzekering afsluiten of activiteit uitbesteden);

•

accepteren.

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 25 van 55

Verzekerde risico’s De ODZOB heeft een aantal risico’s overgedragen door de volgende verzekeringen af te sluiten:

•

aansprakelijkheid bedrijven (Dekking voor Personen- en zaakschade voor een bedrag van maximaal € 5 mln. per aanspraak, gelimiteerd tot € 10 mln. per verzekeringsjaar. Dekking vermogensschade maximaal € 5 mln. per aanspraak, gelimiteerd tot € 10 mln. per verzekeringsjaar;

•

goed werkgeverschap (dekking € 2,5 mln. per aanspraak);

•

rechtsbijstandstand;

•

computer- en elektronicaverzekering;

•

inboedelverzekering (inclusief huurdersbelang);

•

reconstructie administratie;

•

zakenreisverzekering;

•

autoverzekering.

Risico’s Het management van de ODZOB inventariseert jaarlijks de risico’s waaraan de ODZOB is blootgesteld. De uitkomsten van deze inventarisatie zijn opgenomen in bijlage 3. In deze tabel zijn alle risico’s opgenomen die niet binnen de normale bedrijfsvoering opgelost kunnen worden. Dit betreft alle risico’s met een score ≥ 6 en deze kennen een verwachtingswaarde van € 1,8 mln. (de risico’s met een score < 6 komen daarnaast uit op een totale verwachtingswaarde van ruim € 0,4 mln.) Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s. Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet zal het effect groter zijn dan de verwachtingswaarde. Een belangrijk risico betreft de mogelijkheid dat deelnemers gaan bezuinigen en dat dit leidt tot minder opbrengsten bij de ODZOB. Dit is voor onze deelnemers zelf te beïnvloeden. Dit specifieke risico kent een verwachtingswaarde van € 0,1 mln. De totale verwachtingswaarde komt, na correctie voor bovenstaand risico, uit op € 1,7 mln. Hier tegenover staat ultimo 2020 een algemene reserve van ruim € 1,7 mln. De verwachte omvang van de algemene reserve ultimo 2021 bedraagt € 1,2 mln.

Hierbij is de aanname gedaan dat de eerder geraamde onttrekkingen uit de algemene reserve ten behoeve van het programma Omgevingswet en de implementatie van het nieuwe VTH-systeem volledig (maar met een jaar vertraging) plaatsvinden. 3.5.2.4

Kengetallen

Volgens het BBV dient de ODZOB in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen op te nemen. Om deze kengetallen te kunnen bepalen is een geprognotiseerde balans opgesteld. Deze is opgenomen onder paragraaf 4.5.2 “Geprognotiseerde begin- en eindbalans”. De kengetallen en bijbehorende beoordeling volgen onderstaand: Kenget allen Realisat ie 2020

Raming 2021

Begrot ing 2022

Mjr 2023

Mjr 2024

Mjr 2025

Netto schuldquote

-7,2%

-4,8%

-4,3%

-4,9%

-5,5%

-4,8%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-7,2%

-4,8%

-4,3%

-4,9%

-5,5%

-4,8%

Solvabiliteitsratio

34,9%

30,2%

30,9%

31,7%

32,5%

33,4%

Structurele exploitatieruimte

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 26 van 55

Netto schuldquote Netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de ODZOB ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatief percentage geeft aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld maar een positief saldo.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Aangezien de ODZOB geen verstrekte leningen heeft, is dit kengetal gelijk aan de ongecorrigeerde versie.

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de ODZOB in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van de ODZOB bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de ODZOB heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Het percentage bedraagt op basis van de begroting nul.

Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Bij de ODZOB is geen sprake van grondexploitatie en daarmee is dit kengetal niet van toepassing.

Belasting capaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Het kengetal voor belasting capaciteit is voor de ODZOB niet van toepassing.

Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De kengetallen van de ODZOB zijn in lijn met de positie van de ODZOB als gemeenschappelijke regeling. De organisatie heeft in de eerste jaren van haar bestaan een beperkt eigen vermogen opgebouwd en is gedeeltelijk gefinancierd met vreemd vermogen. Dit komt tot uiting in de solvabiliteitsratio. Voor de toekomst wordt de uitkomst van de solvabiliteitsratio voor een belangrijk deel bepaald door het beleid ten aanzien van de opbouw van de algemene reserve. Door de algemene reserve te maximeren en de bestemmingsreserves te reguleren is indirect besloten om niet te sturen op de solvabiliteit. De structurele exploitatieruimte is een ratio die voor de ODZOB slechts beperkte informatiewaarde heeft. Dit vanwege het feit dat met de vaststelling van de DVO (dienstverleningsovereenkomst) de mogelijkheden voor deelnemers om hun verzoektaken plotseling substantieel te verlagen sterk is ingeperkt. Verder zal in de begroting steeds gewerkt moeten worden met een kostendekkend tarief, waardoor de kosten en baten in principe structureel in evenwicht zijn. Hiermee is de informatiewaarde van het genoemde kengetal (structurele exploitatieruimte) in feite beperkt.

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 27 van 55

3.5.3

Onderhoud kapitaalgoederen

De activa bestaan voornamelijk uit kantoorinvesteringen zoals inventaris, computers, software e.d. Onderhoud van software en hardware is opgenomen in de normale exploitatiebegroting. De omvang en samenstelling van de activa is van dien aard dat verder geen invulling aan deze paragraaf wordt gegeven.

3.5.4

Financiering

In deze paragraaf worden de ontwikkelingen en uitgangspunten gepresenteerd met betrekking tot kasgeldlimiet, rente, geldleningen en beleid ten aanzien van treasury. 3.5.4.1

Rentevisie

Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op de begroting van de ODZOB is geen lange termijn rentevisie opgenomen. 3.5.4.2

Rentetoerekening

In het BBV is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken inzicht moet geven in:

•

de rentelasten;

•

het renteresultaat;

•

de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten.

Om dit inzicht te verschaffen is onderstaand schema hier opgenomen: In dit schema is de aan de taakvelden toegerekende rente in mindering gebracht op de externe rentelasten die drukken op het taakveld Treasury. Aangezien er geen rentebaten voorzien worden, resulteert dit in een renteresultaat van nul. De aan taakvelden toe te rekenen rente wordt geheel aan het taakveld overhead toegerekend. Dit als gevolg van het feit dat vrijwel alle activa van de ODZOB volgens de definitie van het BBV gerelateerd zijn aan het taakveld overhead.

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 28 van 55

Rent eschema

* bedragen x 1€

a

De externe rentelast over de korte en lange financiering

b

De externe baten (idem)

1.000 0

Saldo rentelasten en rentebaten

c1 c2 c3

1.000

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0 0 0 0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

1.000

d1

Rente over eigen vermogen

0

d2

Rente over vreemd vermogen

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.000

e

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-1.000

f

Renteresultaat op taakveld Treasury

3.5.4.3

0

Kasgeldlimiet

Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) heeft de wetgever de kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote impact hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal. Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het begrotingstotaal. Dit betekent voor de ODZOB dat het saldo in 2022 maximaal € 1,86 mln. mag bedragen. Uit onderstaande tabel blijkt dat de ODZOB binnen deze norm blijft.

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 29 van 55

Kasgeldlimiet Omschrijving

* bedragen x 1 € ultimo 2020

ultimo 2021

ultimo 2022

- opgenomen gelden < 1 jaar

-

-

-

- schuld in rekening-courant

-

-

-

- door derden gestorte gelden < 1 jaar

-

-

-

834.133

834.133

834.133

- overlopende passiva

3.688.652

3.538.652

3.388.652

Totaal

4.522.785

4.372.785

4.222.785

1 Vlottende schuld

- overige schulden / overlopende passiva

2 Vlottende middelen - contante gelden in kas

-

-

-

- tegoeden rekening courant

2.640.874

2.043.306

1.769.489

- overige uitstaande tegoeden < 1 jaar

1.775.710

1.775.710

1.775.710

- overlopende activa

1.751.555

1.648.530

1.648.530

Totaal

6.168.139

5.467.546

5.193.729

3.1 Totaal netto vlottende schuld (1 -/- 2)

-1.645.354

-1.094.762

-970.944

3.2 Toegestane kasgeldlimiet

1.766.596

1.853.587

1.859.664

Ruimte (3.2 -/- 3.1)

3.411.950

2.948.349

2.830.608

Begrotingstotaal

21.543.859

22.604.724

22.678.824

Normpercentage

8,20%

8,20%

8,20%

1.766.596

1.853.587

1.859.664

3 Toets kasgeldlimiet

Berekening toegestane kasgeldlimiet

Norm

3.5.4.4

Renterisiconorm

Ter beperking van het renterisico op vaste schuld heeft de wetgever de renterisiconorm vastgesteld. De renterisiconorm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. Bij de ODZOB is in 2021 geen sprake van herfinanciering. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, blijft de ODZOB ruimschoots binnen deze norm.

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 30 van 55

Renterisiconorm Variabelen

* bedragen x 1 € 2022

2023

2024

2025

1

Renteherzieningen

0

0

0

0

2

Aflossingen

0

0

0

0

3

Renterisico (1+2)

0

0

0

0

4

Renterisiconorm

4.535.765

4.526.276

4.517.548

4.517.548

5a Ruimte onder risiconorm (4 > 3)

4.535.765

4.526.276

4.517.548

4.517.548

5b Overschrijding risiconorm (3 > 4)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Begrotingstotaal

22.678.824

22.631.381

22.587.740

22.587.740

Percentage 20%

4.535.765

4.526.276

4.517.548

4.517.548

Minimumbedrag conform regeling

2.500.000

2.500.000

2.500.000

2.500.000

Berekening renterisiconorm (4)

3.5.4.5

Leningen en kredietfaciliteiten

De ODZOB financiert haar activiteiten voor een belangrijk deel door de werkzaamheden op voorschotbasis te factureren. De ODZOB stuurt voorschotnota’s (3 maal per jaar) op basis van het werkprogramma per opdrachtgever. De collectieve taken worden eenmaal per jaar vooraf gefactureerd. Voor verzoektaken buiten het werkprogramma geldt dat deze in de regel maandelijks achteraf worden gefactureerd. Hiervoor dient de ODZOB dus zelf financiering te regelen. De ODZOB heeft daartoe een kredietfaciliteit tot maximaal € 1,8 mln. met een contractduur van één jaar, welke steeds stilzwijgend wordt verlengd. Hoe de financieringsbehoefte van de ODZOB zich ontwikkelt is enerzijds sterk afhankelijk van de mate waarin de deelnemers hun in opdracht te geven werkzaamheden vooraf in werkprogramma’s opgeven. Anderzijds is ook de betaaldiscipline van de deelnemers van invloed op de financieringsbehoefte. Tot op heden heeft de ODZOB nog geen gebruik hoeven maken van de boven genoemde kredietfaciliteit. 3.5.5

Bedrijfsvoering

3.5.5.1

Kwaliteit en ICT

Kwaliteitsvisie De ODZOB heeft het leveren van kwaliteit hoog geprioriteerd. We willen niet alleen voldoende capaciteit, maar ook voldoende kwaliteit borgen om onze doelen na te kunnen streven. Dit betekent dat we ten minste blijven voldoen aan de VTH-kwaliteitscriteria. Daarnaast schenken we aandacht aan opleiding, goede samenwerking (intern en extern), heldere opdrachtformulering, duidelijke en uniforme processen, volledige en terugvindbare gegevensregistratie en frequente monitoring op deze punten. Wat de ODZOB met kwaliteit wil bereiken wordt geformuleerd in een op te stellen visie. Vanuit deze visie volgen een aantal aandachtsgebieden, waaruit verbetersuggesties voortkomen. Ook in 2022 wordt een aantal punten opgepakt om te zorgen voor continue verbetering van onze werkzaamheden. Het ambitieniveau voor de producten wordt bepaald door de bevoegde gezagen (samen). De ODZOB levert advies over de relatie met de doelen die we voor de leefomgeving nastreven en brengt risico’s in kaart. Voor de uitvoerbaarheid moet rekening gehouden worden met uniform en efficiënt werken voor de hele regio. Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 31 van 55

De kwaliteitsregisseur bewaakt de voortgang en samenhang met andere projecten. Ook wordt er weer een collegiale toets uitgevoerd met andere omgevingsdiensten om van elkaar te leren.

Zaak- en VTH-systeem en DSO De komst van de Omgevingswet en de implementatie van een nieuw zaak- en VTH-systeem (gekoppeld aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet, DSO) zijn een kans om die kwaliteit (nog) beter in de werkprocessen te verankeren. De nieuwe werkprocessen moeten per 1 januari (bij start Omgevingswet) geïmplementeerd worden. In 2022 zullen we dus voornamelijk zorgen dat de processen onder de nieuwe wet en met het nieuwe zaaksysteem vlot lopen. De ODZOB hoopt dan eveneens een verbeterslag te bereiken in de uitwisseling van informatie (data en documenten) tussen deelnemers en de ODZOB, in zoverre dat het voldoet aan de daarvoor geldende (archief)wetgeving. Voor 2020 en 2021 staat ook gepland om meer uniforme afspraken te maken met onze deelnemers over het gebruik van zaaktypen en mandaten en mogelijk ook over gezamenlijk ICT-beheer. Hiermee kunnen we de processen van de ODZOB in 2022 ook verder vereenvoudigen en efficiënter maken. Als onderdeel van een efficiëntere aanpak streven we ernaar om in 2022 zelfstandig besluiten te publiceren op overheid.nl. Specifiek voor 2022 geldt verder dat door het uitstel van de Omgevingswet de ODZOB het oude en het nieuwe systeem tijdelijk langs elkaar gebruikt moeten worden.

Regionaal inrichtingenbestand Het regionaal inrichtingenbestand blijven we actualiseren door gebruik te maken van data-analyses en gevelcontroles. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is geen sprake meer van het begrip inrichting. We spreken van milieubelastende activiteiten. Deze zullen in 2022 als zodanig in onze systemen opgenomen worden. We registreren vanaf dat moment dus activiteiten, waarvan er meerdere binnen één locatie kunnen plaatsvinden.

Jaarrapportages/kwaliteitsmonitoring In 2019 en 2020 hebben we voor het eerst jaarrapportages opgeleverd en geëvalueerd. Deze zullen integraal onderdeel gaan uitmaken van de BIG-8 en het ROK. De jaarrapportages worden in 2022 verder uitgebreid en verbeterd. Dit doen we door onder andere de interne kwaliteitsmonitoring door te ontwikkelen. De kwaliteitsmonitoring is gericht op drie onderdelen, namelijk:

•

processen, toegespitst op doorlooptijden, wel/niet halen van wettelijke termijnen, inhoudelijke afhandeling, werkvoorraad etc.;

•

data, toegespitst op de kwaliteit van de gegevens, zoals wel/niet vastgelegd in de locatiedossiers en omgevingsdossiers, die van toepassing zijn bij een inrichting;

•

zaakdossiers, toegespitst op met name de vindbaarheid in het zaak- en VTH-systeem en de volledigheid van documenten in een zaak. Bij deze categorie vindt de beoordeling van de kwaliteit

mede vanuit de archiefeisen plaats. Met de invoering van de Omgevingswet en het nieuwe zaaksysteem gaat kwaliteitsmonitoring en de borging van de maatregelen op de informatiehuishouding onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het kwaliteitsmanagementsysteem van de ODZOB.

Het nieuwe werken en Informatiebeveiliging Alle overheidsorganisaties hebben de plicht hun informatiebeveiliging conform de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) in te richten. De ODZOB heeft hier al stappen in gezet (Beleid en uitvoeringsprogramma’s, aanwijzen CISO, Calamiteitenplan, etc.). Er moeten nog een aantal stappen gezet worden, voordat de ODZOB conform de BIO ‘in control’ is. Daarnaast is informatiebeveiliging nooit ‘af’.

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 32 van 55

Kwaadwillenden zitten immers niet stil, en vinden continu manieren uit om de informatievoorziening in gevaar te brengen. Het spreekt voor zich dat de informatiebeveiliging mee moet ontwikkelen met deze zaken en dat de ODZOB daarom in extra beveiligingstools moet gaan investeren. Ook moeten duidelijke afspraken gemaakt worden op dit gebied met al onze (keten)partners en leveranciers. Zeker daar waar het gaat om uitwisseling of gebruik van elkaars gegevens, dienen hier goede afspraken onder te liggen. Niet alleen op het gebied van privacy, maar zeker ook voor informatiebeveiliging. Informatie is voor veel organisaties, en zeker ook de ODZOB, één van de belangrijkste fundamenten, zo niet de belangrijkste. Zonder een correcte, veilige en continu beschikbare informatievoorziening komt de bedrijfsvoering van de ODZOB en (mogelijke ook ketenpartners) direct in gevaar. Het zorgdragen voor de informatievoorziening is van vitaal belang maar komt niet gratis. Zo verwachten we dat de ODZOB in de toekomst meer expertise op dit vlak nodig heeft. Vandaar dat de ODZOB ook rekening houdt met hogere kosten voor ICT-architectuur: applicatielandschap, ICT-infrastructuur, de ICT-beheerorganisatie en het data warehouse. Vandaar dat, conform besluitvorming bij de kadernota 2022, er structureel € 100.000 extra is verwerkt in de voorliggende begroting.

Daar waar gezamenlijk optrekken mogelijk is, hetzij met één van de twee andere Brabantse omgevingsdiensten, hetzij met overige gemeenschappelijke regelingen (GGD, VRBZO en MRE), zal dit zeker onderzocht worden (voorbeelden van gebieden waarop al samengewerkt wordt zijn: gezamenlijk anonimiseren van documenten, databeheer en –analyses en (regionale) afspraken over niveau van informatiebeveiliging).

Digi-toegankelijkheid Het is belangrijk dat iedereen toegang heeft tot overheidsinformatie. Daarom verplicht het ‘Besluit digitale toegankelijkheid overheid’ overheidsinstanties om inzicht te geven in hun inspanningen om bijvoorbeeld websites en apps toegankelijk te maken voor iedereen. Het besluit verplicht ook om hierover een verklaring af te leggen op de website. Een toegankelijkheidsverklaring laat zien of een organisatie ‘in control’ is. Dat betekent dat duidelijk is welke digitale informatie en diensten de organisatie aanbiedt, wat de toegankelijkheidsstatus is van ieder digitaal kanaal en welke maatregelen gepland zijn ter verbetering. De ODZOB wil niet alleen zorgen dat we voldoen aan deze wet- en regelgeving maar wil ook zorgdragen voor een stabiele werkwijze rondom dit thema en dat dit wordt geborgd en verankerd in de organisatie. Voor digitale toegankelijkheid dient daarom structureel budget te worden gereserveerd voor de borging, verankering en (onafhankelijke) toetsing.

Staat van het mandaat Naar aanleiding van het Arena rapport “De Staat van het Mandaat” heeft het bestuur van de ODZOB opdracht gegeven om de aanbevelingen uit het rapport uit te voeren. Het gaat om de praktische optimalisering van ketenprocessen en om efficiency en besparingsmogelijkheden uit te werken. In 2021 is een groot aantal verbeterpunten uitgewerkt binnen de 3 sporen:

•

werkafspraken uniformeren;

•

verlaging diversiteit keuzepalet voor de uitvoering van VTH-taken bij ODZOB in opdracht van de deelnemer;

•

verbetering van de efficiency van processen binnen de ODZOB en met de deelnemers.

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 33 van 55

De effecten hiervan zijn in de begroting vertaald in efficiencyvoordeel op de werkprogramma’s (1% 2021, 2% 2022). Insteek hierbij is dat op onderdelen in de werkprogramma’s minder uren nodig zijn om tot een vergelijkbaar eindproduct te komen. 3.5.5.2

P&O

In het Concernplan ODZOB 2019-2022 zijn twee HR-speerpunten geformuleerd:

•

Instroom – doorstroom – uitstroom: Hoe zorgt de ODZOB voor een kwalitatieve en kwantitatieve goede in-, door- en uitstroom van medewerkers zodat het potentieel optimaal kan worden benut?

•

Kenniscentrum: Hoe zorgt de ODZOB dat haar deskundigheid integraal aansluit bij de maatschappelijke vraagstukken die aan de orde zijn?

De strategische personeelsplanning vormt als onderdeel van een jaarcyclus de basis voor de verdere invulling van deze twee speerpunten. Hieruit vloeit de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voort op basis van diverse scenario’s passend bij de verschillende teams. Een van de punten waar op ingezet gaat worden is het verder professionaliseren, wat concreet betekent dat er ruimte gemaakt wordt voor strategie en innovatie, maar ook voor een sterkere inbedding van de projectorganisatie alsmede de link naar de deelnemers door accountmanagement een meer prominente rol te laten spelen. Om te komen tot een kennis-/expertisecentrum wordt er ingezet op het ontsluiten van kennis binnen de organisatie zodat kennisoverdracht makkelijk te realiseren is maar ook makkelijk terug te vinden is. Hiertoe zullen we met een leermanagementsysteem gaan werken waarbij we leerpaden kunnen creëren. Op deze manier kunnen we voorzien in de behoeften van de medewerker om verdere ontwikkeling gestalte te geven. Dit betekent dat praktijk(competentie)gericht leren cruciaal wordt en dat dit aangevuld dient te worden met de noodzakelijke trainingen. Ook zullen we inzetten op train de trainers concepten waarmee we in staat zijn om interne opleidingen/workshops te verankeren in de organisatie. Verder blijven we werken met opleidingstrajecten (zoals VIO) voor schoolverlaters en/of zij-instromers.

Dit om groei dan wel verloop het hoofd te kunnen bieden in een krappe arbeidsmarkt. Ook zal er gerichte actie zijn op vitaliteit en duurzame inzetbaarheid passend bij de levensfase van de medewerker. Gezien de inhoudelijke uitdagingen waar de ODZOB voor staat, is het organisatieontwikkelingstraject van cruciaal belang. Tonen van eigenaarschap, kwaliteits- en omgevingsbewustzijn, nauwere samenwerking tussen specialismen en het optimaal inzetten van de grote variëteit aan talenten van medewerkers zijn ook in 2022 belangrijke speerpunten binnen dit traject. De ontwikkeling naar zelforganiserende teams blijft aandacht vragen van management en medewerkers. Met deze ontwikkeling bereiden we ons voor op een toekomstbestendige uitvoeringsorganisatie. Gemiddelde bezet t ing POST

* aantal in fte's Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Dienstverband

170,2

169,2

179,0

Inhuur / payroll Totaal

48,8

36,3

219,1

205,4

25,8 204,8

3.5.5.3

Facilitair

In 2020 is er veel geïnvesteerd in het kantoorgebouw. Onder meer het klimaatsysteem is aangepast en luchtzijdig ingeregeld. Dit was zeker door Covid-19 van essentieel belang voor de gezondheid van onze medewerkers. In 2021 wordt onderzocht of de klimaatinstallatie ook waterzijdig ingeregeld moet worden Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 34 van 55

in 2022, om ervoor te zorgen dat door alle radiatoren precies de hoeveelheid water stroomt, die nodig is om de ruimte te verwarmen. Verder zullen er in het kader van het CO2-reductie plan sensoren geplaatst worden op de lijn(gang)verlichting, zodat ook deze verlichting uitschakelt bij voldoende lichtopbrengst. Verder zal in 2021 het thuiswerkbeleid vastgesteld worden. Vooralsnog is niet te voorzien wat voor impact dit heeft op de facilitaire dienstverlening in 2022. De inrichting van het kantoor maar ook de thuiswerkplek en de volume contracten zullen hierop afgestemd dienen te worden. Dit wordt nog onderzocht. De mantelovereenkomst voor de leaseauto’s loopt in 2022 af. Omdat de ODZOB samenwerking met partners belangrijk vindt en de dienstauto’s efficiënter wil inzetten, wordt hiervoor een samenwerking aangegaan met de gemeente Eindhoven, die in 2020 is gestart met een pilot ‘deelauto vervoer”. 3.5.6

Verbonden partijen

Visie op en beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen Het begrip verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin een provincie, gemeente of gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk en financieel belang heeft. De ODZOB neemt vanaf 1 januari 2018 deel in de Stichting Bizob. Aangezien de ODZOB zowel een bestuurlijk belang (niet via deelname in het bestuur, maar via vertegenwoordiging in de Vergadering van Aangeslotenen) als een financieel belang heeft, is Bizob als verbonden partij opgenomen. De ODZOB heeft op dit moment geen voornemens om deel te gaan nemen in andere partijen. Noot: deze gegevens moeten nog geactualiseerd worden Informatie betreffende verbonden partij Bizob

Wijze waarop de ODZOB een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat er mee gediend wordt De ODZOB heeft een bestuurlijk belang in Bizob door vertegenwoordiging in het overleg van aangeslotenen. Het financiële belang van de ODZOB bestaat niet uit de niet terugvorderbare inleg maar bestaat uit een afnameverplichting van een aantal dagdelen waarvoor de ODZOB een financiële vergoeding dient te verstrekken. Deze afname kan jaarlijks maximaal met 15% verlaagd worden. Als het bestuur van Bizob voorziet dat niet aan de opeisbare verplichtingen voldaan kan worden, zal het bestuur een plan opstellen en presenteren aan de vergadering van aangeslotenen. Bij een tekort (niet zijnde de situatie zoals voorgaand beschreven) kan het bestuur besluiten de dagvergoeding met terugwerkende kracht te verhogen. Het belang dat de ODZOB in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar De ODZOB heeft zich gecommitteerd aan een afnameverplichting van 126 dagen per jaar. Dit betekent een bijdrage van de ODZOB van ongeveer Є 76.000,-. Eens per twee kalenderjaren kan een verzoek tot wijziging van het aantal af te nemen dagen worden ingediend. Er zijn op het moment van opstellen van deze begroting geen voornemens of aanleiding en om de afnameverplichting aan te passen.

De verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar Deze gegevens waren niet beschikbaar bij het opstellen van deze begroting. De verwachte omvang van het financiële resultaat in het begrotingsjaar bedraagt volgens de meerjarenraming uit de begroting 2020 voor het jaar 2021 € 1.940,De verwachte omvang van het financiële resultaat in het begrotingsjaar bedraagt volgens de meerjarenraming uit de begroting 2020 voor het jaar 2021 € 1.940,De eventuele risico’s als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b van de verbonden partij voor de financiële positie van de ODZOB Deze eventuele risico’s hebben betrekking op de mogelijke aanpassing van de tarieven zoals onder a) beschreven. Indien sprake is van een tekort moet het bestuur van Bizob een plan van aanpak presenteren aan de Vergadering van Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 35 van 55

Aangeslotenen. Het tekort komt zo veel als mogelijk voor rekening van de reserve. Daarnaast kan het bestuur de aangeslotenen verzoeken om de dagvergoeding met terugwerkende kracht te verhogen (maar niet verplichten o.g.v. regelgeving omtrent stichtingen. Bij blijvend tekort zal dit leiden tot het faillissement van Bizob).

3.5.7

Grondbeleid

De paragraaf grondbeleid is niet van toepassing op de ODZOB.

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 36 van 55

4

Financiële begroting

4.1

Overzicht van baten en lasten en toelichting

4.1.1

Overzicht van baten en lasten

Overzicht van bat en en last en

* bedragen x 1€ Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

21.560.002

15.150.433

6.409.568

21.300.803

14.971.487

6.329.316

21.300.803

14.874.759

6.426.044

21.560.002

15.150.433

21.300.803

14.971.487

21.300.803

14.874.759

Programma Programma Dienstverlening Deelprogramma Opdrac hten

6.409.568

6.329.316

6.426.044

- Basistaken 1)

7.907.277

5.547.514

2.359.763

7.126.462

5.008.907

2.117.555

6.987.200

4.879.296

2.107.904

- Verzoektaken 2)

13.652.724

9.602.919

4.049.805

14.174.341

9.962.580

4.211.761

14.313.603

9.995.463

4.318.140

Programma Collectieve taken Totaal Programma's

1.204.965

1.022.035

182.930

1.253.921

988.212

265.709

1.328.021

1.061.540

266.481

22.764.967

16.172.469

6.592.498

22.554.724

15.959.699

6.595.025

22.628.824

15.936.299

6.692.525

Algemene dekkingsmiddelen

64.578

0

64.578

50.000

0

50.000

50.000

0

50.000

Overhead

0

6.654.891

-6.654.891

0

6.555.025

-6.555.025

0

6.732.525

-6.732.525

Heffing VPB

0

2.185

-2.185

0

15.000

-15.000

0

10.000

-10.000 0

Bedrag onvoo rzien Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves

0

0

0

0

75.000

-75.000

0

0

22.829.545

22.829.545

0

22.604.724

22.604.724

0

22.678.824

22.678.824

0

0

-354.143

354.143

0

0

0

0

0

0

Toevoeging en ont rekking reserves Mutatie reserves Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves

0

-354.143

354.143

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten na mutatie reserves

22.829.545

22.475.402

354.143

22.604.724

22.604.724

0

22.678.824

22.678.824

0

1)

De gerealiseerde baten 2020 zijn incl. € 24.318, - aan in rekening gebrachte externe pro jectkosten.

2)

De gerealiseerde baten 2020 zijn incl. € 772.938, - aan in rekening gebrachte externe projectkosten.

4.1.2

Toelichting op het overzicht van baten en lasten

In het overzicht van baten en lasten zijn de baten en lasten per programma weergegeven. Ook de algemene dekkingsmiddelen, overhead, heffing Vpb en onvoorzien zijn in dit overzicht opgenomen. Het overzicht resulteert in een saldo van baten en lasten vóór bestemming en na onttrekking c.q. toevoeging reserves, een saldo na bestemming. Beiden worden geraamd op nul. Onderstaand worden als eerste de algemene gronden toegelicht waarop de ramingen zijn gebaseerd. Vervolgens wordt per programma een toelichting gegeven. Indien zich aanmerkelijke verschillen voordoen tussen de verschillende boek- en begrotingsjaren, dan zullen de oorzaken hiervan nader worden toegelicht. Programma Dienstverlening wordt nader toegelicht aan de hand van de onderliggende programmadelen. 4.1.2.1

Toelichting op algemene gronden waarop ramingen zijn gebaseerd

Algemeen Baten bestaan uit de vergoeding die opdrachtgevers betalen voor de activiteiten die de ODZOB voor hen uitvoert. Deze activiteiten worden in de vorm van producten en diensten in opdracht gegeven aan de ODZOB. De baten worden geraamd door het geraamde aantal te realiseren uren te calculeren tegen de geldende product-uurtarieven. In de begroting worden de lasten op dezelfde wijze bepaald. Conform het BBV worden de lasten echter berekend exclusief de component voor overheadkosten in het tarief. Dit verklaart de saldi tussen baten en lasten die ontstaat in de diverse (deel)programma’s.

Uitgangspunten volgens Beleidsnotitie kaders P&C-documenten 4 regionale GR-en De 4 regionale GR-en hebben een beleidsnotitie kaders P&C documenten opgesteld welke door de besturen van de 4 GR-en is onderschreven. In deze notitie staan een aantal uitgangspunten t.a.v. raming van baten en lasten. Voor de ODZOB betekent dit in beginsel dat het budget voor de collectieve taken wordt geïndexeerd ten opzichte van de begroting 2021. Dit gebeurt op basis van de index voor “Loonvoet sector overheid” en de “Prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc)”, zoals gepubliceerd in de macro economische verkenningen in najaar 2020; betrekking hebbend op het jaar 2022.

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 37 van 55

Voor de ODZOB geldt de volgende weging tussen de loon- en prijsindexatie: Indexering programma Collect ieve t aken index

gewicht

gewogen

Lonen

1,5

82%

1,2

Prijzen

1,5

18%

0,3

100%

1,5

Totaal

De overige opdrachten worden per uur afgerekend op basis van het uurtarief dat mede bepaald wordt door de ontwikkeling van de lasten en de omvang van de taken. De lastenkant van de begroting wordt aangepast aan de reële ramingen. Deze uitgangspunten zijn, zoals uit onderstaande blijkt, in deze begroting toegepast.

Productencatalogus en productprijzen In een productencatalogus zijn de door de ODZOB te leveren producten en diensten omschreven. Voor elk van deze producten en diensten is bepaald welke mix van input van deskundigheid vereist is voor de realisatie hiervan. Op basis van deze mix en de bijbehorende tarieven van de medewerkers die deze deskundigheid bezitten is per product of dienst een uurtarief vastgesteld. De uurtarieven zijn all-in (personeel, personele overhead en overige exploitatiekosten). In de begroting wordt het gemiddelde van de in rekening te brengen uurtarieven bepaald. De catalogus tarieven worden hiervan afgeleid. In de realisatie wordt gemonitord of het werkelijk gerealiseerde gemiddelde overeenstemt met het geprognotiseerde gemiddelde.

Werkprogramma’s als basis In het werkprogramma bepalen de opdrachtgevers de aan de ODZOB op basis van facturering toekomende middelen. In het werkprogramma geeft een opdrachtgever aan welke producten en diensten worden afgenomen van de ODZOB. Daarnaast wordt de geplande opdrachtverlening per product of productcategorie geraamd. De raming in deze begroting is gebaseerd op de werkprogramma’s van 2021, gecorrigeerd voor de tariefswijziging zoals onderstaand toegelicht. Tevens is er rekening gehouden met de invloed van de verdere implementatie van de Omgevingswet (in totaal € 0,4 mln.), de invloed van de verdere invoering van het Regionaal Operationeel Kader (i.v.m. gefaseerde invoer van ROK TH) én eventuele incidentele posten. De verwachte baten gerelateerd aan opdrachten van deelnemers buiten de werkprogramma’s om zijn gebaseerd op de realisatie in voorgaande jaren en de verwachte invloed van de verwachte ontwikkelingen waar de ODZOB en de deelnemers in de komende jaren mee geconfronteerd worden. Daarmee lijkt de raming van baten voor begroting 2022 realistisch en haalbaar.

Vaststellen tarieven Uit de exploitatiebegroting zijn gemiddelde kosten per fte en gemiddelde uurtarieven af te leiden. De tariefontwikkeling ten opzichte van 2021 is, conform besluitvorming bij de kadernota 2022, nihil. Dit is als volgt gerealiseerd:

•

verkooptarief begroting 2021

•

stijging van loon- en inhuurkosten per declarabel uur 1,5%

€ 1,80

•

ombuigingsmaatregelen

- € 1,80

Verkooptarief begroting 2022

€ 100,30

€ 100,30

Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Z.178305/D.719527

maart 2021 pagina 38 van 55

De tariefopbouw is hieronder weergegeven. Berekening gemiddelde uurt arieven

* bedragen x 1€ Direct

Overhead

Totaal

15.936.299

6.732.525

22.668.824

0

0

0

10.000

0

10.000

15.946.299

6.732.525

22.678.824

-/- Waarvan gedekt uit externe programmakosten

444.700

0

444.700

-/- Algemene dekkingsmiddelen

50.000

0

50.000

15.451.599

6.732.525

22.184.124

221.187

221.187

221.187

69,9

30,4

100,3

1)

Lasten exclusief onvoorzien Onvoorzien Vennootschapsbelasting Totaal lasten

Kosten 2022 na dekking uit programmakosten en algemene dekkingsmiddelen Aantal declarabele uren

2)

Gemiddeld uurtarief

1)

Zie bijlage 2 "Overzicht baten en exploitatielasten" voor een nadere onderbouw ing van de lasten;

2)

Aantal directe fte's (163,84 fte) x aantal declarabele uren per directe fte (1.350 uur);

4.1.2.2

Toelichting op programma’s

Programma dienstverlening De baten en lasten van het Programma Dienstverlening bedragen in 2022 € 21,30 mln. resp. € 14,86 mln. Het verschil tussen baten en lasten wordt vrijwel geheel veroorzaakt doordat de baten tegen integraal tarief worden berekend (het tarief waartegen de opdrachten worden verrekend met de opdrachtgevers) en de lasten bepaald worden exclusief de kosten van overhead. Het programma dienstverlening bestaat uit basis- en verzoektaken die de ODZOB, al dan niet op basis van werkprogramma’s, uitvoert voor deelnemers en niet deelnemers. De raming van het programma dienstsverlening is gebaseerd op de werkprogramma’s van 2021 waarbij rekening is gehouden met tijdelijke onderdelen uit deze werkprogramma’s en de maatregelen in het kader van “staat van het mandaat". Het opdrachtvolume buiten de werkprogramma’s is geraamd op basis van de meest recente inzichten. Voor 2022 resulteert dit in een totaal voor de baten voor programma dienstverlening van € 21,30 mln. Dit sluit op totaalniveau aan op de baten uit begroting 2021 en is als volgt opgebouwd:

Afname basistaken

€ 0,14 mln.

Deze daling wordt veroorzaakt door de efficiencymaatregelen als gevolg van het project “staat van het mandaat”.

Toename verzoektaken

€ 0,14 mln.

Deze stijging wordt veroorzaakt door enerzijds een volumedaling als gevolg van “staat van het mandaat” en anderzijds een stijging in het opdrachtvolume buiten de werkprogramma’s. Er spelen nog diverse ontwikkelingen en onzekerheden die van invloed zullen zijn op de uitvoering in 2022. Zo is de uiteindelijke impact van de Omgevingswet op de opdrachtverlening nog niet bekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10098486/1