2021-18 RV Bijlage 05 Chw-bestemmingsplan ‘Herijking Nuenen-West’
Tekst van het document
5.8
Bedrijven en milieuzonering
In en rondom het plangebied vinden diverse bedrijfsmatige activiteiten plaats. Deze kunnen mogelijk invloed hebben op het woon- en leefklimaat in Nuenen West. In deze paragraaf is in kaart gebracht welke bedrijven en andere functies mogelijk van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat, en hoe groot deze invloed potentieel is. Tevens is in deze paragraaf, na het overzicht met mogelijk hinderlijke bedrijvigheid, weergegeven hoe in de ontwikkeling van Nuenen West omgegaan wordt met deze mogelijke milieuhinder.
Aanwezige bedrijven Om in beeld te krijgen welke functies in en rondom het plangebied mogelijk invloed kunnen hebben op
Toelichting (vastgesteld)
67
de ontwikkeling van de woonwijk, is op basis van vigerende bestemmingsplannen en milieuvergunningen in kaart gebracht welke bedrijven en andere functies aanwezig zijn. In de onderstaande figuur en tabel zijn de resultaten van deze inventarisatie weergegeven. Tevens is in de tabel weergegeven welke milieucategorie geldt voor deze functies, dit op basis van de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering'. Vervolgens is per functie een korte toelichting gegeven en is aangegeven op welke wijze met milieuhinderafstanden ten opzichte van de ontwikkeling wordt omgegaan.
Figuur 5.8 Ligging bedrijven en andere functies in en rondom het plangebied
Tabel 5.10 Overzicht bedrijvigheid en andere functies in en rondom het plangebied, inclusief milieucategorie. De nummers corresponderen met de kaart in figuur 5.8
68
Toelichting (vastgesteld)
In bouwveld E is basisschool Het Mooiste Blauw gerealiseerd (nr. 1 in figuur 5.8). Voor deze school is het Uitwerkingsplan 3 vastgesteld, op basis van het 'moederplan' uit 2008 (bestemmingsplan Uitbreidingsplan Nuenen West). De richtafstand van de basisschool zoals voorzien in dat uitwerkingsplan wordt door dit Chw-bestemmingsplan niet verruimd. Een basisschool kent een milieucategorie 2. Dit betekent, dat een gemiddelde richtafstand van 30 m tot een rustige woonwijk en 10 m tot 'gemengd gebied' aangehouden dient te worden. Gezien de voorziene gemengde functies op deze locatie (in bouwveld E, rondom het park), kan het gebied wellicht getypeerd worden als 'gemengd gebied'; in de ontwikkeling van het omliggende bouwveld E zal er in het kader van de omgevingsvergunningen voor woningen binnen de milieuzone een nadere analyse worden opgesteld. Verderop in deze paragraaf wordt nader ingegaan op de omgang met de hinderafstanden van 30 (of 10) meter. Naast het perceel van de school zelf, is ook het deel van het park, dat de school gaat benutten als speelterrein, meegenomen in deze inventarisatie. Dit zal openbaar gebied zijn, maar gezien de benutting vanuit de school kan vanuit dit deel ook mogelijk hinder ontstaan. Aan de Europalaan 2 ligt een tankstation, met LPG-verkoop (nr. 2). In het kader van externe veiligheid is dit tankstation reeds in paragraaf 5.6 beschouwd.
Het tankstation kent een milieucategorie 3.1. Het maatgevende aspect in de categorisering is gevaar. In paragraaf 5.6 is reeds beschouwd hoe met gevaar (externe veiligheid) van het tankstation wordt omgegaan, waarbij de PR10-6-contouren, de effectzone en het invloedsgebied zijn omschreven. Daarnaast is in het uitwerkingsplan 2 (ten behoeve van de ontwikkeling van bouwveld D) specifiek onderzoek welke akoestische effecten er zijn op nabijgelegen woningen en hoe hiermee omgegaan wordt. Middels (inmiddels gerealiseerde) geluidwerende voorzieningen wordt er bij naastgelegen woningen gezorgd voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Vanuit het tankstation dient binnen het plangebied rekening gehouden te worden met de veiligheidscontouren vanuit externe veiligheid. Ten oosten van Nuenen West ligt het bedrijventerrein Berkenbos en Pinckart (nr. 3). In het bestemmingsplan Nuenen Zuidoost (vastgesteld september 2018) zijn de bestemde milieucategorieën opgenomen. De bedrijfskavels direct langs Nuenen West kennen in het algemeen een maximale milieucategorie 2, met enkele uitzonderingen een kunststoffenverwerkingsfabriek die te classificeren is als categorie 3.1, een metaalbewerkingsbedrijf met categorie 3.2 en een schildersvakcentrum met categorie 2). Specifiek voor de bedrijfsactiviteiten aan de Spegelt 34 en 36 geldt dat als gevolg van de
Toelichting (vastgesteld)
69
uitspraak (ECLI:NL:RVS:2020:2490 van 21 oktober 2020) van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet het bestemmingsplan "Nuenen Zuidoost" geldt, maar het bestemmingsplan "Nuenen Zuid". Als gevolg van voornoemde uitspraak is het bestemmingsplan "Nuenen Zuidoost" onherroeppelijk geworden. Dit betekent dat voor Spegelt 34 op basis van de maximaal mogelijke planologische invulling uitgegaan dient te worden van categorie 2 en voor Spegelt 36 categorie 3.1 (een bouwbedrijf met een bedrijfsoppervlakte van minder dan 2.000 m2). Bij bedrijven in de zuidoosthoek, gelegen tegen de woningen aan de Opwettenseweg, is maximaal categorie 3.1 toegestaan. Overige bedrijvigheid op het bedrijventerrein is toegestaan tot en met milieucategorie 3.2. De relevante milieucategorieën zijn weergegeven in figuur 5.9. Het maatgevende milieuaspect voor de bedrijvigheid zal in het merendeel van de gevallen geluid zijn. Ten behoeve van de ontwikkeling van bouwveld D, zijn voor het uitwerkingsplan 2 en de omgevingsvergunningen reeds diverse akoestische en milieukundige onderzoeken uitgevoerd naar de relatie tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen. In de duiding van de milieuhinderzones ten behoeve van dit Chw-bestemmingsplan is uitgegaan van de hinderafstanden op basis van de toegestane milieucategorieën.
Bijlage 30 bevat een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting op nieuwe woningen in bouwveld D (grenzend aan het bedrijventerrein) als gevolg van het bedrijventerrein. Deze bijlage toont aan dat de bouw van woningen binnen de op de verbeelding aangeduide milieuzone mogelijk is als uit nader onderzoek blijkt dat dit vanuit milieuhinder te verantwoorden is. De beleidsregels die uitleg geven aan de regels over deze milieuzone stellen duidelijke eisen waar bij woningbouw in deze zone aan voldaan moet worden.
Figuur 5.9 Overzicht milieucategorieën op het bedrijventerrein
Ten zuidoosten van het plangebied, aan het Wettenseind, ligt een veldsportcomplex (nr. 4). Hier zijn een voetbal-, korfbal- en tennisvereniging gevestigd. Voor een veldsportcomplex (met verlichting) geldt een milieucategorie 3.1. Het maatgevende milieuaspect is hierbij geluid, maar ook lichthinder kan (in mindere mate) een hinderaspect vormen. Het deel van de hindercontour van het veldsportcomplex dat tot in het plangebied reikt, ligt grotendeels over bestaande en te handhaven woningen. Uit figuur 5.10 blijkt dat de hindercontour slechts voor twee kleine gedeelten van het te ontwikkelen plangebied relevant is. Navolgend in deze paragraaf en in paragraaf 5.9 wordt hier nader op ingegaan.
70
Toelichting (vastgesteld)
Aan het Wettenseind 6 is een rundveehouderij gelegen (nr. 5). Het bedrijf heeft een milieuvergunning voor in totaal 60 fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar. Op basis van de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering' kent een rundveehouderij een milieucategorie 3.2. Het maatgevende aspect is geur. De gemeente Nuenen ca. heeft een verordening geurhinder en veehouderij, waarin is bepaald dat bij meer dan 30 stuks rundvee, een vaste hinderafstand aangehouden tot geurgevoelige objecten (zoals woningen) dient te worden van minimaal 100 m binnen de bebouwde kom en minimaal 50 m buiten de bebouwde kom. Dit zijn vaste afstanden, op basis van een gemiddeld bedrijf, en komen overeen met de hinderafstanden die in de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering' zijn genoemd: 100 m voor geur en 30 m voor stof en geluid tot een rustige woonwijk.
Aan het Wettenseind 4 is volgens het bestemmingsplan Buitengebied een caravanhandel gevestigd (nr. 6). Op basis van de VNG-brochure is dit bedrijf ingeschaald in milieucategorie 2 (detailhandel in volumineuze goederen, vergelijkbaar met een bouwmarkt / tuincentrum / groothandel / handel in auto's). Dit komt overeen met een hinderafstand van 30 m tot rustige woonwijk en 10 m tot gemengd gebied. Het maatgevende aspect is geluid. De omgeving van het plangebied kent een menging van functies (de caravanhandel, maar ook een houthandel en woningen) en kan daarom gekarakteriseerd worden als een gemengd gebied. In dit Chw-bestemmingsplan is evenwel de hinderafstand op basis van een rustige woonwijk aangehouden.
Op Wettenseind 2c (nr. 7) is een houthandel en detailhandel in doe-het-zelfartikelen gevestigd (en planologisch toegestaan). Dit is geclassificeerd als milieucategorie 2 (bouwmarkt), met bijbehorende hinderafstanden van 30 m tot rustige woonwijk en 10 m tot gemengd gebied. Het maatgevende aspect is geluid. De houthandel ligt in hetzelfde gebied als de eerdergenoemde caravanhandel (Wettenseind 4) dat gekarakteriseerd kan worden als een gemengd gebied. Ook hier wordt wel 30 m aangehouden als potentieel milieubelast gebied.
Schuin achter de houthandel ligt de Opwettense Watermolen (Opwettenseweg 203, nr. 8). Hier is kleinschalige ondergeschikte detailhandel en een restaurant toegestaan. De ondergeschikte kleinschalige detailhandel kent geen milieucategorie, een restaurant heeft milieucategorie 1. Het maatgevende aspect is geluid; categorie 1 komt overeen met een hinderafstand van 10 m tot een rustige woonwijk (en geen hinderafstand tot gemengd gebied). De contouren komen niet tot in het plangebied.
Binnen het plangebied, aan de Opwettenseweg 197 (nr. 9), is conform het vigerende bestemmingsplan een voormalige detailhandelszaak in kleding toegestaan. Deze activiteit is niet wegbestemd en wordt derhalve beschouwd als een activiteit die nog steeds plaats kan vinden. Een dergelijke activiteit valt in milieucategorie 1, met een hinderafstand van 10 m tot een rustige woonwijk (en geen hinderafstand tot gemengd gebied). Het maatgevende aspect is geluid. De hindercontouren liggen binnen de bestaande (woon)kavels en over de Opwettenseweg. Er ligt geen ontwikkelgebied binnen deze hindercontouren.
Aan de Opwettenseweg 132 is een agrarisch bedrijf vergund met 30 melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar en 50 schapen ouder dan 1 jaar, inclusief lammeren tot 45 kilogram. Op basis van de Verordening geurhinder en veehouderij dient hier rekening gehouden te worden met een hindercirkel van 100 m (vergelijkbaar met milieucategorie 3.2). Er zijn plannen om op dit adres een dagbesteding en buitenschoolse opvang te realiseren. Hierover is nog geen ruimtelijk besluit genomen, waardoor de milieuhinderafstandop basis van de agrarische functie is aangehouden. Wat betreft de milieu-uitstraling zijn de plannen (ruimschoots) passend binnen de nu opgenomen milieuhinderafstand.
Aan de Opwettenseweg 126 is in de huidige situatie een tegelzettersbedrijf aanwezig. In dit Chw-bestemmingsplan worden de mogelijkheden voor de uitoefening van dit bedrijf, net als in het
Toelichting (vastgesteld)
71
bestemmingsplan "Uitbreidingsplan Nuenen West" uit 2008 beperkt tot de mogelijkheden voor aan huis verbonden beroepen/bedrijven. Alle andere bedrijfsmatige activiteiten worden, wederom net als in het bestemmingsplan uit 2008, niet positief bestemd. Omdat op dit adres alleen sprake is van de mogelijkheden voor aan huis verbonden beroepen/bedrijven zijn deze activiteiten gecategoriseerd als vallend onder milieucategorie 1 met een hinderafstand van 10 meter. Dit bedrijf grenst echter aan bestaande woningen deze bestaande woningen zijn wellicht beperkend voor de bedrijfsactiviteiten dan de nieuw te realiseren woningen. Bij nieuwe woningen binnen deze milieuzone van 10 meter moet gemotiveerd worden waarom ter plaatse van de nieuwbouwwoningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Aan de Vorsterdijk 14 is een kleinschalige horecagelegenheid gevestigd. In dit plan krijgen de exploitanten van die gelegenheid ook de mogelijkheid om een bed & breakfast uit te oefenen op deze locatie. Beide activiteiten vallen in milieucategorie 1 met een hinderafstand van 10 meter tot een rustige woonwijk. Als er woningen binnen deze hinderafstand worden gerealiseerd, dient gemotiveerd te worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Een andere bed & breakfast is gevestigd aan de Vorsterdijk 8. Ook dit is een activiteit die in miliecategorie 1 valt met een hinderafstand van 10 meter tot een rustige woonwijk. Als er woningen binnen deze hinderafstand worden gerealiseerd, dient gemotiveerd te worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Aan de Vorsterdijk 16A was een agrarisch bedrijf gevestigd. Dit bedrijf stopt om ruimte te geven aan de ontwikkeling van Nuenen West. In dit Chw-bestemmingsplan wordt het mogelijk om in de voormalige boerderij of de bijbehorende opstallen een horecagelegenheid te vestigen. Wederom is sprake van een activiteit in milieucategorie 1, met een hinderafstand van 10 meter tot een rustige woonwijk. Als er woningen binnen deze hinderafstand worden gerealiseerd, dient gemotiveerd te worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Ten noordwesten van het plangebied liggen een hoveniersbedrijf (Boord 64, nr. 16) en een nutsvoorziening (Boord ongenummerd, nr. 15). Beide bedrijven kennen een milieucategorie 3.1. De bijbehorende hinderafstanden komen niet tot in het plangebied.
Aan de Boord 37 (nr. 17) is een zalen-/congrescentrum gevestigd. Dit bedrijf kent een milieucategorie 1, waardoor rekening gehouden moet worden met een hinderafstand van 10 meter tot een rustige woonwijk.
Aan de Boord 30 (nr. 18) is een schapenhouderij op een deel van het perceel is openhaardhouthandel toegestaan. De openhaarhouthandel kent een milieucategorie 2. De schapenhouderij heeft een milieuvergunning voor het houden van maximaal 2 zoogkoeien ouder dan 2 jaar, 7 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, 50 schapen ouder dan 1 jaar (inclusief lammeren tot 45 kilogram) en 1 volwassen paard. Conform de verordening geurhinder en veehouderij van de gemeente, dient een afstand van minimaal 100 m tot geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom aangehouden te worden. Voor woningen buiten de bebouwde kom geldt een minimale afstand van 50 m. De hindercontouren liggen deels over bestaande (woon)kavels en voor een deel binnen het ontwikkelgebied. Verderop in deze paragraaf en in paragraaf 5.9 wordt hier nader op ingegaan. De openhaardhouthandel is een ondergeschikte functie ten opzichte van de schapenhouderij. De openhaardhouthandel kent een milieucategorie 2. Voor deze milieucategorie geldt een maximale hinderafstand van 30 meter tot een rustige woonwijk. De hindercirkel valt binnen de hindercirkel vanuit de Verordening geurhinder en veehouderij.
72
Toelichting (vastgesteld)
Aan de Boord 23 (nr. 19), binnen het plangebied, is een verkooppunt voor eigen agrarische producten gevestigd. In het bestemmingsplan uit 2008 is dit perceel bestemd als in te passen woonfunctie. Het verkooppunt kan worden gezien als milieucategorie 1 (detailhandel), met bijbehorende hinderafstand van 10 m tot rustige woonwijk (en 0 m tot gemengd gebied). Tevens wordt vanuit dit adres tuinaanleg aangeboden. Dit komt overeen met een hoveniersbedrijf (b.o. < 500 m²) met een milieucategorie 2 (hinderafastand 30 meter tot een rustige woonwijk) Een deel van deze hindercontour ligt binnen het ontwikkelgebied.
Op Boord 14 is een agrarisch bedrijf gevestigd (nr. 20). Er is geen veehouderij toegestaan. Dit bedrijf is dan ook geclassificeerd in de milieucategorie 2 (akkerbouw of tuinbouwbedrijf met bedrijfsgebouwen). In het algemeen leidt geluid tot de maatgevende hinderafstand, met 30 m tot rustige woonwijk en 10 m tot gemengd gebied. Tevens is op deze locatie de tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders mogelijk, voor zover deze op het bedrijf zelf werkzaam zijn. De omvang van de huisvesting is niet bekend, maar zal maximaal als milieucategorie 1 te classificeren zijn. De milieuhindercontouren komen, op basis van het totale perceel, voor een klein deel in het plangebied.
Aan de Boord 12 (nr. 21) is in het vigerende bestemmingsplan een veehouderij toegestaan. De milieuhindercirkel vanuit de veehouderij is in het verleden ten behoeve van de ontwikkeling van Nuenen West uitgekocht, mar publiekrechtelijk is de milieucirkel nog aanwezig (niet wegbestemd). Op basis van een revisievergunning uit 2011 zijn op deze locatie 5 kippen en 25 paarden toegestaan. Conform de verordening geurhinder en veehouderij van de gemeente, dient een afstand van minimaal 50 m tot geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom aangehouden te worden bij maximaal 30 paarden. Voor woningen buiten de bebouwde kom geldt een minimale afstand van 25 m. Doordat de oorspronkelijke milieuhindercirkel publiekrechtelijk nog aanwezig is, is voor dit adres een milieuhinderafstand van 100 meter aangehouden. Dit houdt in dat de milieuhindercontouren tot in het plangebied reiken en daarbij over een bestaande woning vallen.
Binnen het plangebied zijn aan de Boord 9 een kattenpensioen en een kantoor voor een hoveniersbedrijf gelegen. Beide bedrijven hebben een specifieke milieucategorie. Om die reden wordt afzonderlijk ingegaan op de gevolgen die beide bedrijven voor de ontwikkeling van Nuenen West hebben. Het kattenpension ligt aan de oostzijde van het perceel. Een dierenasiel of -pension heeft in de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering' een milieucategorie 3.2, met geluid (100 m) als maatgevend aspect. Dit geluid komt normaliter voor op het buitenterrein als er (blaffende) honden worden gehouden. Dit is hier niet het geval: het bedrijf is een kattenpension, waarbij de katten binnen worden gehouden. Er is dan ook geen sprake van geluidhinder. De gemiddelde afstand voor geur bij een dierenasiel of -pension is. Deze hindercontour van 30 m reikt tot in de delen van het plangebied waar de bouw van woningen voorzien is. Op de gevolgen van de ligging van deze hindercontour wordt verderop in deze paragraaf, alsmede in paragraaf 5.9 ingegaan. Het kantoor van het hoveniersbedrijf ligt ten westen van het kattenpension. Voor gemiddelde kantoren geldt vanuit de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering' een milieucategorie 1. In het onderhavige geval is de toegestane kantoorruimte gemaximeerd op 135 m2.
Het kantoor kan dan ook geclassificeerd worden als kleinschalig kantoor, in oppervlak en gebruik vergelijkbaar met een beroep aan huis. Voor het kantoor wordt dan ook geen milieuhinderafstand gehanteerd.
Aan de Boord 4-6 is een taxicentrale gevestigd (nr. 24). Vanuit het bestemmingsplan is bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3 (maximaal 100 m hinderafstand) mogelijk. Een taxicentrale is geclassificeerd als categorie 2, met een hinderafstand van 30 m tot rustige woonwijk en 10 m tot gemengd gebied. Deze contouren komen tot in het plangebied, maar niet tot in het ontwikkelgebied. Daarbij geldt dat deze locatie en de directe omgeving aan te merken zijn als gemengd gebied. Geluid is het maatgevende aspect. Gezien het feit dat direct rondom het bedrijf reeds bestaande woningen zijn gelegen, en nieuwe woningen binnen Nuenen West op grotere afstand staan, is er vanuit het bedrijf geen belemmering voor
Toelichting (vastgesteld)
73
woningbouwontwikkeling en voldoet de maximale planologische invulling aan een goede ruimtelijke ordening.
Tot slot is aan de Kapperdoesweg 8 het tuincentrum Coppelmans gevestigd (nr. 25). Een tuincentrum is in de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering' geclassificeerd als milieucategorie 2, waarbij geluid leidt tot de maatgevende hinderafstand van 30 m tot een rustige woonwijk of 10 m tot gemengd gebied. Op 9 februari 2017 is het bestemmingsplan 'Kapperdoes-tuincentrum' vastgesteld. Uit het akoestisch onderzoek (van 17 maart 2014, met opdrachtnummer 12989-1) dat bij dat bestemmingsplan gevoegd is blijkt te allen tijde voldaan kan worden aan de eisen zoals gesteld in het Activiteitenbesluit, mits voorzien wordt in een twee meter hoge muur tussen het tuincentrum en de woningen. Daarom en omdat het tuincentrum en omgeving aan te merken zijn als een gemengd gebied kan een richtafstand van 10 meter aangehouden worden. Deze contour ligt deels over het ontwikkelgebied van Nuenen West. Verderop in deze paragraaf en in paragraaf 5.9 wordt hier nader op ingegaan.
Milieuhindercirkels en milieubelasting vanuit de aanwezige bedrijven Vanuit de bovenstaande inventarisatie is het mogelijk om een overzicht te geven van de potentiële milieuhinder vanuit bedrijvigheid in het plangebied. In figuur 5.10 zijn de relevante hinderafstanden die zijn benoemd, vertaald op kaart. Het gaat hier om de hinderafstanden op basis van de VNG-brochure (voor 'rustige woonwijk') en de hinderafstanden op basis van de geurverordening.
Figuur 5.10 Milieuhindercirkels in en rondom het plangebied; overzicht vanuit de gemaakte inventarisatie
Uit figuur 5.10 blijkt, dat delen van het plangebied (zowel bestaande te handhaven woningen met een woonbestemming, als ontwikkelgebied met een bestemming Woongebied - 1, Woongebied - 2 of Woongebied - Uit te werken) binnen de milieucontouren van bestaande bedrijven vallen. Voor gebieden buiten de milieuhindercontouren kan worden geconcludeerd dat er vanuit bedrijvigheid geen
74
Toelichting (vastgesteld)
belemmeringen zijn voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling (uitzondering vormt externe veiligheid vanuit het tankstation, zie paragraaf 5.6).
Binnen de milieucontouren zijn gevoelige functies, zoals woningen, niet zonder meer mogelijk. Er is echter ook geen sprake van per definitie onmogelijkheden om woningen te realiseren. Dit komt, doordat de hinderafstanden zoals aangegeven in figuur 5.10, uitgaan van algemene effectafstanden voor milieuhinder. Als specifiek gekeken wordt naar de concrete hinder die vanuit een bedrijf wordt veroorzaakt, dan kan het zo zijn dat de feitelijke hinder, of de concrete hinder die planologisch maximaal mogelijk is rekening houdend met overige beperkingen voor bedrijvigheid, minder is. In deze gevallen dient specifiek onderzocht te worden welke (on)mogelijkheden er voor woningbouw zijn op concrete locaties. Dit vraagt om een onderzoek naar de concrete bedrijfsmatige mogelijkheden en bijbehorende hinder per bedrijfslocatie, maar ook om concreet inzicht in hoe welke woningen waar gepositioneerd worden en of er maatregelen genomen (kunnen) worden om hinder te verminderen. Die maatregelen kunnen zowel bij de bedrijven als bij (nieuwe) woningen genomen worden.
Voor dit Chw-bestemmingsplan is het niet mogelijk om al deze concrete situaties en (eventuele) maatwerkoplossingen al volledig in beeld te hebben. Dit heeft twee redenen: De ontwikkeling van Nuenen West kent een lange looptijd. Het kan goed zijn dat nu geïnventariseerde situatie over bijvoorbeeld 5 of 10 jaar anders is: bedrijven kunnen stoppen of andere activiteiten gaan uitvoeren en normen of rekensystematieken voor onderzoek kunnen wijzigen; Door de lange looptijd, is nu nog niet bekend waar exact welke woningen gaan komen. De exacte positionering en het ruimtelijk ontwerp wordt in de loop der tijd, met de ontwikkeling van de verschillende bouwvelden, bepaald tijdens het maken van de plannen voor de verschillende bouwvelden. Indien nodig kan dan concreet gemaakt worden hoe wordt omgegaan met eventuele milieuhinder, en welke specifieke maatregelen (indien nodig) genomen kunnen worden. Dit maakt maatwerkoplossingen bij eventuele knelpunten beter mogelijk. Met de toekomstige Omgevingswet, waarvoor dit Chw-bestemmingsplan een experiment is, wordt er meer een 'doorlegging van onderzoekslasten' voorgestaan.
Concreet betekent dit, dat bij een Chw-bestemmingsplan (in de toekomst omgevingsplan) de verantwoording op basis van onderzoek (bijvoorbeeld ten aanzien van milieu) op een globaler niveau kan worden gedaan, waarna de concrete en gedetailleerde onderzoeken bij omgevingsvergunning kunnen worden gedaan. Achtergrond van deze strategie is, dat bij omgevingsvergunning (als een initiatief concreet is) beter kan worden afgewogen wat acceptabel is en hoe eventuele maatregelen het beste genomen kunnen worden.
Conclusie Dit Chw-bestemmingsplan anticipeert al op de Omgevingswet met de status 'verbrede reikwijdte', maar er dient tegelijk nog wel voldaan te worden aan de huidige wet- en regelgeving. Met de inventarisatie van de milieuhindercirkels is concreet in beeld gebracht welke gebieden vanuit bedrijvigheid niet milieubelast zijn en waar ontwikkeling van woningen (in relatie tot bedrijfsmilieuhinder) geen knelpunt is. Indachtig de 'doorlegging van onderzoekslasten' is voor de gebieden die wél binnen milieuhindercirkels bepaald in de regels en verbeelding, dat woningen alleen gebouwd mogen worden als wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de normen voor milieuhinder. Met andere woorden: binnen de milieuhindercirkels mogen niet zonder meer woningen gebouwd worden; eerst moet worden aangetoond (bijvoorbeeld middels onderzoek) dat het concrete woninginitiatief mogelijk is, ofwel dat de woonfunctie te combineren is met eventuele bedrijfsmilieuhinder. Het kan zijn, dat deze verantwoording gemaakt wordt met behulp van specifiek onderzoek naar bijvoorbeeld geluid of geur, al dan niet in combinatie met concrete maatregelen.
Toelichting (vastgesteld)
75
Maar het kan ook zijn, dat in de toekomst wordt geconstateerd dat bijvoorbeeld een bedrijf niet meer aanwezig is – in dat geval zullen concrete afspraken gemaakt moeten worden op hoe dit ook planologisch geborgd wordt. Of er wordt een meer kwalitatieve argumentatie gemaakt. Een voorbeeld van dit laatste is de bedrijvigheid bij Wettenseind (caravanhandel, houthandel etc.). In deze paragraaf is reeds aangegeven dat op deze locatie sprake is van een 'gemengd gebied' en dat milieuhinderafstanden (niet de afstanden vanuit de geurverordening) tot woningen al verkleind kunnen worden.
Onderdeel van deze aanpak is, indachtig de Omgevingswet, een goede en duidelijke communicatie over de milieusituatie richting de omgeving (huidige en nieuwe bewoners, aanwezige bedrijven, etc.). Door de omgevingskwaliteit goed te communiceren richting (toekomstige) bewoners, omwonenden en andere belanghebbenden, is voor iedereen duidelijk wat de lokale leefomgevingskwaliteit is. Bijvoorbeeld: je woont in de buurt van een drukke weg (Europalaan), dus je zult relatief meer last hebben van wegverkeerslawaai. Of: je woont nabij een bedrijventerrein, dus er is kans dat je vanuit die bedrijven een bepaald geluidsniveau kunt ervaren. Of: je woont aan de buitenrand van het dorp, op de grens met landelijk gebied, dus je kunt wel eens geurhinder ervaren vanuit agrarische activiteiten in het buitengebied. Voorop staat, dat bij (nieuwe) woningen altijd voldaan moet worden aan de specifieke weten regelgeving en normen voor milieuhinder. Maar ook al wordt voldaan aan de normen (en dus een wettelijk toegestaan woon- en leefklimaat), dan nog kan het zo zijn dat bepaalde gebieden minder milieubelast ('rustiger') zijn dan andere gebieden. In deze communicatie en afweging speelt niet alleen bedrijfsmilieuhinder een rol, ook andere omgevingsaspecten (zoals wegverkeerslawaai) spelen hierin een rol.
Het gaat uiteindelijk om tot totale (cumulatieve) milieubelasting die je kunt ervaren en die een rol speelt in de leefomgevingskwaliteit. In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan.
5.9
Leefomgevingskwaliteit In en rondom het plangebied vinden diverse bedrijfsmatige activiteiten plaats. Deze kunnen mogelijk invloed hebben op het woon- en leefklimaat in Nuenen West. In paragraaf 5.8 is deze potentiële bedrijfsmilieuhinder al in kaart gebracht. Maar ook andere milieuaspecten, zoals wegverkeerslawaai (zie paragraaf 5.1), railverkeerslawaai, geluidhinder vanuit vliegtuigen, luchtkwaliteit (zie paragraaf 5.4) of externe veiligheid (zie paragraaf 5.6) kunnen hier een rol in spelen. Daarnaast spelen meer algemene / regionale aspecten een rol, zoals de achtergrondbelasting voor luchtkwaliteit of geur. Ten aanzien van dit laatste heeft specifiek onderzoek plaats gevonden naar de situatie in de toekomst en of wordt voldaan aan de normen (zie paragraaf 5.4). Meer in algemene zin, kan gebruik gemaakt worden van de uitgevoerde GezondheidsEffectScreening (GES) van de provincie Noord Brabant. Deze geeft op globaal niveau inzicht in 'hoe schoon' de lucht is. In de onderstaande figuur zijn de GES kaarten voor het plangebied en omgeving weergegeven voor de thema's luchtkwaliteit (stikstofdioxide, fijn stof, zeer fijn stof en geur).
76
Toelichting (vastgesteld)
Figuur 5.11 GES-scores voor geur en luchtkwaliteit (NO2, PM10, PM2,5) o.b.v. provinciale GES
De kaarten uit de provinciale GES zijn niet bedoeld om te toetsen aan exacte normen vanuit wet- en regelgeving, maar geven globaal weer wat de huidige situatie is. Uit de kaarten in figuur 5.11 blijkt, dat de luchtkwaliteit in Nuenen West als matig te beoordelen is. Dit geldt overigens voor grote delen van Brabant en meer specifiek voor de gehele regio Eindhoven. De GES score voor geur is ter plekke van het plangebied goed; dit betekent weinig kans op hinder en overlast vanuit agrarische geur. Uit de inventarisaties en de onderzoeken naar milieuaspecten (zoals verwoord in dit hoofdstuk) blijken er primair twee zaken te zijn, die de leefomgevingskwaliteit feitelijk kunnen beïnvloeden: milieuhinder vanuit bedrijvigheid (met name geluid en geur; zie paragraaf 5.8) en geluidshinder vanuit wegverkeer (zie paragraaf 5.1 en het akoestisch onderzoek in bijlage 10 van de toelichting). Bij wegverkeerslawaai is het voor de leefomgevingskwaliteit van belang om niet alleen te kijken naar de wegen die in het kader van de Wet geluidhinder onderzocht zijn, maar om ook de geluidsbelasting vanuit 30-km/u-wegen mee te nemen. Want ook al hoeven deze wegen niet getoetst te worden aan de Wet geluidhinder, er is wel sprake van een bepaalde mate van geluidsbelasting vanuit de 30-km/u-wegen.
Uiteindelijk gaat het dan ook om de geluidsbelasting die ervaren wordt, ofwel de totale gecumuleerde geluidsbelasting vanuit alle wegen tezamen. In het akoestisch onderzoek is dit in beeld gebracht; in figuur 5.12 is de cumulatieve geluidsbelasting weergegeven.
Toelichting (vastgesteld)
77
Figuur 5.12 Cumulatieve geluidsbelasting wegverkeer, op 1,5 m hoogte exclusief aftrek ex artikel 110 Wet geluidhinder
Voor de cumulatieve geluidsbelasting zijn er geen harde normen, maar er moet in het kader van goede ruimtelijke ordening wel aangetoond worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat (zie ook het akoestisch onderzoek in bijlage 10). Hierbij kunnen de genoemde geluidsklassen in figuur 5.12 op basis van de Milieu Kwaliteits Maat (De Milieu Kwaliteits Maat is gebaseerd op de classificatie conform de methode Miedema) worden vertaald in de volgende beoordeling: Geluidsbelasting < 50 dB: goed woon- en leefklimaat. Geluidsbelasting 50 – 55 dB: redelijk woon- en leefklimaat. Geluidsbelasting 55 – 60 dB: matig woon- en leefklimaat. Geluidsbelasting 60 – 65 dB: tamelijk slecht woon- en leefklimaat. Geluidsbelasting > 65 dB: slecht tot zeer slecht woon- en leefklimaat. Uit figuur 5.12 blijkt, dat met name langs de grotere wegen sprake is van meer geluidsbelasting vanuit wegverkeerslawaai. Op basis van deze figuur, kan er een indeling gemaakt worden in gebieden waar een redelijk tot goed woon- en leefklimaat is, gebieden waar een matig tot redelijk woon- en leefklimaat is en
78
Toelichting (vastgesteld)
gebieden waar woningen niet gewenst zijn. Er is, op basis van figuur 5.12, bepaald dat buiten een zone van 50 m aan beide zijden van de Europalaan en 25 m uit de hoofdinfrastructuur binnen de wijk sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Deze resultaten kunnen vervolgens weer gecombineerd worden met het inzicht in woon- en leefklimaat vanuit de bedrijven en milieuzonering (zie figuur 5.10) om op lokaal niveau een gedifferentieerd overzicht te geven van het woon- en leefklimaat. In figuur 5.13 is het integrale overzicht in leefomgevingskwaliteit, dat hieruit volgt, weergegeven. Wel is hierin een wijziging aangebracht: voorzien is dat kleinschalige wijkgerichte functies vooral een centrale plek zullen krijgen rond de kop van het park nabij de school. In dit gebied zal dan ook sprake zijn van meer 'reuring' en daarmee een minder rustige leefomgevingskwaliteit. Dit is in de kaart opgenomen met een zone van 50 meter rondom dit parkje nabij de school.
Figuur 5.13 Overzicht leefomgevingskwaliteit, op basis van bedrijvigheid en het cumulatieve wegverkeerslawaai. Naast de gebieden voor nieuwbouw zijn ook de bestaande woningen meegenomen in deze kaart.
Figuur 5.13 toont gebieden met een groene, gele en rode arcering. In de groene gebieden is sprake van een goede leefomgeving: deze gebieden zijn niet potentieel belast vanuit wegverkeerslawaai of vanuit milieuhinder door bedrijvigheid. Bij het tankstation ligt een klein rood gebied. Woningbouw is hier niet mogelijk vanwege de veiligheidsafstanden rondom dit tankstation (plaatsgebonden risicocontour). In de gele gebieden is woningbouw niet onmogelijk, maar kan de leefomgevingskwaliteit minder goed zijn dan in de groene gebieden. Dit komt doordat de gele gebieden nabij de grotere wegen of binnen de milieuhindercirkels van bedrijven liggen.
In geval van ligging nabij wegen is in dit Chw-bestemmingsplan al aangetoond dat wordt voldaan aan wet- en regelgeving en is nader onderzoek niet nodig. Wel dient op deze plekken gerealiseerd te worden, dat het wegverkeerslawaai 'meer merkbaar' is dan in gebieden verder weg gelegen van de grote wegen. Voor de gele gebieden binnen milieuhindercirkels geldt, dat nader onderzoek naar potentiële milieuhinder nodig is; alleen als er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat dan kunnen nieuwe woningen hier komen. Maar ook als op deze plekken wordt voldaan aan wet- en regelgeving, kunnen deze gebieden als meer milieubelast gezien worden: er is een grotere kans op hinder door
Toelichting (vastgesteld)
79
bijvoorbeeld geluid of geur vanuit omliggende (agrarische) bedrijven.
Binnen de wijk Nuenen West ligt het primaat uiteraard op wonen. Een grote wijk zoals Nuenen West zal in de toekomst echter ook kleinschalige andere functies vragen. In paragraaf 3.3.2 is dit reeds nader toegelicht, waarbij ook is aangegeven dat deze functies een plek moeten kunnen krijgen in gebieden waar de verwachte leefomgevingskwaliteit minder optimaal zal zijn. Dit zijn concreet de gebieden in figuur 5.13 waar sprake is van een redelijke leefomgevingskwaliteit. De kaart in figuur 5.13 biedt dan ook de basis voor het toestaan van kleinschalige andere functies, zoals opgenomen in de beleidsregel kleinschalige andere functies.
Conclusies leefomgevingskwaliteit Binnen Nuenen West is sprake van een gradatie in leefomgevingskwaliteit. Dit komt primair door de grotere wegen (geluidsbelasting) en de verspreid liggende bedrijfsmatige activiteiten (vooral kans op geluidhinder en geurhinder, in mindere mate kans op andere typen milieuhinder). Naast de planologische 'formele' verantwoording aan vigerende wet- en regelgeving en goede ruimtelijke ordening (zoals verwoord en onderzocht in dit Chw-bestemmingsplan), geldt dat in gebieden met een redelijke leefomgevingskwaliteit (de 'gele gebieden' in figuur 5.12) een grotere kans is op eventuele hinder en overlast vanuit de omgeving. In de 'groene gebieden') is de kans op overlast en hinder zeer klein.
5.10
Vormvrije m.e.r-beoordeling
In het kader van dit Chw-bestemmingsplan om de ontwikkeling van Nuenen West mogelijk te maken, dient conform de eisen zoals gesteld in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De ontwikkeling van Nuenen West behelst de activiteit D11.2 uit het Besluit m.e.r. Het gaat namelijk om “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. De vormvrije m.e.r.-beoordeling (bijlage 31) analyseert in hoeverre er sprake is van mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Als uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er sprake kan zijn van dergelijke milieugevolgen, dan kan het bevoegd gezag besluiten een m.e.r.-procedure op te starten. Als de milieugevolgen beperkt zijn of hier in het plan goed mee omgegaan kan worden, dan volstaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De beoordeling is dan afgerond en vormt een bijlage bij dit Chw-bestemmingsplan. Onderzoek De vormvrije m.e.r.-beoordeling is gebaseerd op de onderzoeken en toetsen die aan dit Chw-bestemmingsplan ten grondslag liggen. Aanvullende informatie over een bepaald onderdeel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling staat in de desbetreffende delen van het Chw-bestemmingsplan.
Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat de ontwikkeling van Nuenen West niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling kan gezien worden als een actualisatie en aanvulling van het MER dat in het kader van het Uitbreidingsplan Nuenen-West opgesteld is. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is geactualiseerd op basis van de onderzoeken die in het kader van de vaststelling van het Chw-bestemmingsplan zijn uitgevoerd (zoals wegverkeerslawaai, luchtkwaliteit en stikstofdepositie). Conclusie De ontwikkeling van Nuenen West leidt niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is geen aanleiding tot het doorlopen van een (nieuwe) m.e.r.-procedure.
80
Toelichting (vastgesteld)
Hoofdstuk 6
Juridische planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de manier waarop de ontwikkeling van Nuenen-West in een juridisch planologisch kader wordt vertaald.
Het juridisch bindende deel van het Chw-bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
6.1
Beschrijving in hoofdlijnen
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk is een begrippenlijst opgenomen (artikel 1), waarin de begrippen uit de regels nader omschreven worden. Daarnaast bevat dit hoofdstuk een artikel waarin de wijze van meten beschreven staat.
In hoofdstuk 2 zijn alle bestemmingen opgenomen die in dit Chw-bestemmingsplan voorkomen. De bestemmingen bevatten de juridisch planologische regeling die op de plaats van deze bestemming geldt. In de volgende paragraaf worden alle bestemmingen nader toegelicht.
Het derde hoofdstuk zijn algemene regels opgenomen, die voor het gehele plangebied gelden. Dit betreffen algemene bouw- en gebruiksregels en omschrijvingen van de algemene aanduidingen die op de verbeelding opgenomen zijn. Ook zijn hier bepalingen opgenomen over het afwijken van de regels van het Chw-bestemmingsplan.
Het laatste hoofdstuk bevat de regels ten aanzien van het overgangsrecht van gebouwen en het gebruik van gronden. Het laatste artikel in de regeling betreft de slotbepaling.
6.2
De bestemmingen
Het onderhavig bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:
Artikel 3 - Gemengd Deze bestemming is opgenomen voor een van de hotspots van Nuenen West. In deze bestemming zijn naast wonen diverse andere functies toegestaan. De bestemming 'Gemengd' betreft onder andere het grondgebied van de basisschool. In deze bestemming is de regeling van het uitwerkingsplan zoveel mogelijk aangehouden.
Artikel 4 – Groen Deze bestemming is gericht op het planologisch verankeren van de grote groengebieden/'groene vingers' in het plangebied. In het deel ten zuiden van de Europalaan zijn drie groengebieden ingepland. De groengebieden ten noorden van de Europalaan dienen in het op te stellen uitwerkingsplan te worden opgenomen.
Artikel 5 – Verkeer Deze bestemming betreft de reeds aangelegde wegen voor de ontsluiting van de bouwvelden A, C en D
Toelichting (vastgesteld)
81
en de wegen die gehandhaafd moeten blijven. Ook is de nieuwe hoofdinfrastructuur (de Laan van Panakkers) weergegeven.
Artikel 6 – Wonen Deze bestemming wordt opgenomen voor de te handhaven woningen en de reeds vergunde woningen. Deze regeling sluit aan op de gebruikelijke conserverende woonbestemming van de gemeente Nuenen en biedt dezelfde planologische mogelijkheden als de vigerende bestemmingsplannen, waarbij de bestaande functies conserverend zijn ingericht. Daarnaast zijn regels opgenomen die gelden bij gehele of gedeeltelijke vernieuwing of vervanging van woningen: in dat geval dienen de beleidsregels voor het gebied gevolgd te worden. De bestemming gaat uit van bestaande woningen. In de begripsbepalingen is gedefinieerd wat als een bestaande woning gezien wordt: dit zijn de woningen die op het moment van de terinzagelegging van het plan legaal in het plangebied aanwezig of vergund zijn.
Artikel 7 – Woongebied - 1 In deze bestemming worden de bouwvelden voor de nieuw te bouwen woningen uit fase 1 opgenomen.
Artikel 8 – Woongebied - 2 In deze bestemming worden de bouwvelden voor de nieuw te bouwen woningen uit fase 2 opgenomen.
Artikel 9 – Woongebied - Uit te werken In deze bestemming worden de bouwvelden voor de nieuw te bouwen woningen uit fase 3 opgenomen. Aangezien de invulling van deze fase nog onduidelijk is (uitvoering op lange termijn), wordt een uitwerkingsplicht toegepast, zodat de inrichting van het gebied beter gestuurd kan worden.
Artikel 10 – Leiding - Hoogspanningsverbinding 1 en Artikel 11 - Leiding - Hoogspanningsverbinding 2 (dubbelbestemmingen) Ten westen van het plangebied lopen twee planologische relevante leidingen. Dit zijn een hoogspanningsverbinding van 380 kilovolt (artikel 10) en een hoogspanningsverbinding van 150 kilovolt (artikel 11). De invloedsgebieden van de leidingen reiken tot net in het plangebied. Ter bescherming van het leidingbelang zijn daarom deze dubbelbestemmingen opgenomen. Bouwen ten behoeve van samenvallende bestemmingen is alleen na afwijken toegestaan. Ter bescherming van de aanwezige leidingen zijn werkzaamheden die de leidingen kunnen beschadigen of belemmeren uitsluitend via een omgevingsvergunning toegestaan.
Artikel 12 – Waarde - Archeologie hoog (dubbelbestemming) Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Om mogelijk aanwezige archeologische waarden te beschermen zijn bodemingrepen die dieper dan 30 centimeter onder maaiveld reiken en een grotere oppervlakte dan 1.000 m2 beslaan vergunningplichtig. Pas na verlening van de omgevingsvergunning, waarbij het mogelijk effect op archeologische waarden beoordeeld wordt, mogen dergelijke werkzaamheden uitgevoerd worden.
Artikel 13 – Waarde - Archeologie middelhoog Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Om mogelijk 82
Toelichting (vastgesteld)
aanwezige archeologische waarden te beschermen zijn bodemingrepen die dieper dan 30 centimeter onder maaiveld reiken en een grotere oppervlakte dan 2.500 m2 beslaan vergunningplichtig. Pas na verlening van de omgevingsvergunning, waarbij het mogelijk effect op archeologische waarden beoordeeld wordt, mogen dergelijke werkzaamheden uitgevoerd worden.
6.3
Algmene regels
Artikel 14 – Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is conform artikel 3.2.4 Bro opgenomen in het Chw-bestemmingsplan en voorkomt dat er in feite meer gebouwd kan worden dan in het Chw-bestemmingsplan beoogd wordt.
Artikel 15 – Algemene bouwregels In dit artikel is in lid 1 de standaardregeling voor bestaande maten opgenomen. Lid 2 van dit artikel gaat in op de herbouw van woningen. Omdat dit geldt voor zowel de bestemming Wonen als voor woningen in de woongebied-bestemmingen (het Chw-bestemmingsplan kent immers een looptijd van twintig jaar), is dit in een algemene regel opgenomen.
Artikel 16 – Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat in lid 16.1 tot en met lid 16.3 een voorwaardelijke verplichting die borgt dat de kwaliteitsverbetering in het Dommeldal die noodzakelijk is om de ontwikkeling van Nuenen West mogelijk te maken gerealiseerd wordt. Deze voorwaardelijke verplichting bepaalt dat uiterlijk 10 jaar na het onherroepelijk worden 75% van de kwaliteitsverbetering zoals verwoord in bijlage 6, of van een plan dat naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders gelijkwaardig is, gerealiseerd moet zijn. Hiermee wordt beoogd de realisatie van de kwaliteitsverbetering parallel te laten lopen met de ontwikkeling van de bestemmingen 'Woongebied - 1' en 'Woongebied - 2'. Gebeurt dat niet, dan is in de voorwaardelijke verplichting bepaald dat de bestemming 'Woongebied - Uit te werken' pas ontwikkeld mag worden als de volledige kwaliteitsverbetering gerealiseerd is. Als gevolg van deze voorwaardelijke verplichtingen moeten ook bepaalde instandhoudingsmaatregelen voor beschermde soorten genomen worden en in stand worden gehouden gedurende de periode zoals bepaald in artikel 17.3. Lid 16.4 bevat een voorwaardelijke verplichting die bepaalt dat woningen slechts als woning gebruikt mogen worden als noodzakelijke geluidwerende voorzieningen aangebracht zijn.
Deze bepaling zorgt ervoor dat in de delen van Nuenen West waar sprake is van een hoge geluidbelasting sprake zal zijn van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Naast de voorwaardelijke verplichtingen bevat dit artikel een lid (lid 16.5) dat bepaalt onder welke voorwaarden evenementen plaats mogen vinden. Het organiseren van evenementen wordt in principe niet toegestaan door het Chw-bestemmingsplan. Als voldaan wordt aan de voorwaarden uit lid 16.5, mogen echter wel evenementen georganiseerd worden. Het gaat dan om maximaal 5, relatief kleinschalige, evenementen zonder zelfstandige horeca en detailhandel. Een voorbeeld van een evenement dat kan passen in de bepalingen van lid 16.5 is een rommelmarkt.
Artikel 17 – Randvoorwaarden en Artikel 18 – Beleidsregels Deze drie artikelen zijn bedoeld om de algemeen geldende kaders vanuit het totale programma en de beleidsregels te duiden. In paragraaf 4.1.4 is reeds een overzicht gegeven van de opgenomen beleidsregels.
Artikel 19 – Algemene aanduidingsregels De specifieke regels voor LPG, geluid en aanduidingen vanuit de Verordening ruimte zijn in dit artikel opgenomen.
Toelichting (vastgesteld)
83
Artikel 20 – Hogere waarden wegverkeerslawaai De specifieke borging van de hogere waarden, die in het kader van de Crisis- en herstelwet in de regels gebeurt is in artikel 20 opgenomen.
Artikel 21 - Overige regels Dit artikel bevat een voorrangsbepaling die bepaalt dat in het geval een strijdigheid tussen een bestemming en een dubbelbestemming, de dubbelbestemming voorgaat. Met deze bepalingen worden concreet de hoogspanningsverbindingen nabij en de archeologische waarden in de bodem van het plangebied beschermd.
84
Toelichting (vastgesteld)
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Voor de ontwikkeling van de gronden in Nuenen West is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente Nuenen en de gebiedsontwikkelaar (BPD Ontwikkeling BV), die gronden in eigendom heeft in het plangebied. Echter, niet alle te ontwikkelen gronden in het plangebied zijn in eigendom van gemeente of BPD Ontwikkeling BV. Derhalve is, teneinde een goede invulling te geven aan kostenverhaal, tevens een exploitatieplan opgesteld. Met dit exploitatieplan is het voor de gemeente, in aanvulling op de anterieure afspraken met BPD, mogelijk om de kosten voor de ontwikkeling te verhalen.
Toelichting (vastgesteld)
85
Hoofdstuk 8 8.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Algemeen
In dit hoofdstuk worden de uitkomsten beschreven van het bestuurlijke vooroverleg (conform artikel 3.1 Bro) met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschap en met die diensten van de provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Het genoemde overleg heeft plaatsgevonden aan de hand van het ontwerpbestemmingsplan. De eventuele overlegreacties zijn in dit hoofdstuk verwoord.
8.2
Inspraak en overleg
Met de provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel heeft het vooroverleg conform artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening plaatsgevonden. Het ontwerp van het Chw-bestemmingsplan 'Herijking Nuenen West' is overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening van 25 februari 2019 tot 19 april 2019 ter inzage gelegd. De standaard termijn van zes weken is daarbij verlengd. In de publicatie van 22 februari 2019 was niet specifiek ingegaan op de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen tegen het voornemen tot wijziging van de begrenzingen (groenblauwe mantel) uit de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. De ter inzage termijn en de mogelijkheid tot het kenbaar maken van een zienswijze is voor alle stukken verlengd tot en met 19 april 2019. In deze periode kon iedereen een mondelinge of schriftelijke zienswijze indienen. In totaal zijn in deze periode 71 zienswijzen ontvangen. Vervolgens heeft het ontwerp van het Chw-bestemmingsplan opnieuw ter inzage gelegen, van 25 juli 2019 tot 5 september 2019. In deze periode zijn tien aanvullende zienswijzen en drie nieuwe zienswijzen ingediend. De tweede terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan vond plaats omdat als gevolg van een technische fout in de IMRO-dataset een aantal artikelen tijdens de eerste terinzagelegging niet geplaatst was op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Om dit te herstellen vond de bovengenoemde tweede terinzagelegging plaats. De personen die tijdens de eerste terinzagelegging een zienswijze ingediend hebben, zijn over deze tweede terinzagelegging geïnformeerd. Alle zienswijzen die tijdens beide perioden van terinzagelegging ingediend zijn, zijn samengevat en beantwoord in de 'Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Herijking Nuenen West'. Deze nota is als bijlage 32 bij deze toelichting gevoegd. Bij vaststelling van het Chw-bestemmingsplan is rekening gehouden met deze zienswijzen. Waar de zienswijzen hebben geleid tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan is beschreven in de nota van zienswijzen.
8.3
Vaststelling Chw-bestemmingsplan
Na afronding van de ontwerpfase is de gemeenteraad overgegaan tot de vaststelling van dit Chw-bestemmingsplan. Het Chw-bestemmingsplan is gewijzigd vastgesteld op 29 april 2021. Na vaststelling wordt het gewijzigd vastgestelde Chw-bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep instellen tegen het gewijzigd vastgestelde Chw-bestemmingsplan.
86
Toelichting (vastgesteld)
Eindnoot
1. Het uitgangspunt voor het nieuwe bestemmingsplan was aanvankelijk om de bouwmogelijkheid voor 1.575 nieuwe woningen conserverend over te nemen. Gelet op de ambities voor een kwalitatieve invulling van de gemeentelijke woningbehoefte is dit aantal in 2018 met 40 verhoogd. Dit bestemmingsplan maakt daarmee de bouw van in totaal 1.615 nieuwe woningen mogelijk. Dit aantal heeft als uitgangspunt voor het verkeersonderzoek gediend dat aan dit bestemmingsplan ten grondslag ligt. De bouw van 1.615 woningen is derhalve ook het uitgangspunt voor de verkeersafhankelijke onderzoeken die het verkeersonderzoek als basis gebruiken (geluidonderzoek, luchtkwaliteitsonderzoek en stikstofdepositieonderzoek). Er bestond geen noodzaak om bepaalde niet-verkeersafhankelijke onderzoeken (onder meer naar de bodemkwaliteit en externe veiligheid) te actualiseren. Het kan daardoor zo zijn dat in die onderzoeken nog het oude aantal van 1.575 woningen genoemd wordt. Dit doet niets af aan de conclusies van deze statische onderzoeken.
Toelichting (vastgesteld)
87