2021-18 RV Bijlage 05-32 - Nota van zienswijzen Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Tekst van het document
De ontwikkeling van het ene deelgebied wordt dan afhankelijk gesteld van de ontwikkeling van een ander gebied, waarmee beter gestuurd kan worden op een ordentelijke en logische ontwikkelvolgorde. Daartoe zijn in de regels van dit bestemmingsplan bepalingen over de fasering opgenomen. De mogelijkheid tot het faseren van de ontwikkeling, biedt samen met de beleidsregel 'Kwalitatief woningprogramma' ook meer houvast bij het (bij)sturen van de woningbouwopgave/het woningbouwprogramma als regionale afspraken daar aanleiding toe geven. C. In het bestemmingsplan zijn de te verlenen hogere waarden opgenomen. Het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet maakt het verder mogelijk om hogere waarden separaat, doch parallel met en op basis van dit bestemmingsplan vast te stellen. Om de ontwikkeling van Nuenen West mogelijk te maken is het verlenen van hogere waarden noodzakelijk. In de regels van dit bestemmingsplan is een overzicht opgenomen van de te verlenen hogere waarden.
30
Verkeerskundige structuur binnen de grenzen van het plangebied. In het ontwerpbestemmingsplan zoals dat in 2019 ter inzage heeft gelegen is de verkeerskundige structuur van het vastgestelde bestemmingsplan uit 2008 overgenomen. Het betreft de hoofdstructuur als onderdeel van de stedenbouwkundige structuur. Dat is inclusief het destijds in dat plan opgenomen tracé voor de Dorpslaan en inclusief de intentie om de Opwettenseweg verkeersluw of autovrij te maken. In het stedenbouwkundig verkavelingsplan (Masterplan ‘Nuenen-West=Dorps Geluk’) is daarom ook geen geluidszone opgenomen bij de Opwettenseweg. Het voorziene ondergeschikte gebruik door gemotoriseerd verkeer zorgde ervoor dat in beide plannen ook geopteerd kon worden voor een passend wegprofiel en -inrichting voor de Opwettenseweg met prioriteit voor fietsverkeer. Solitaire fietspaden kunnen hiermee voorkomen worden. Door een in zijn vergadering van 12 december 2019, bij de vaststelling van de modules Mobiliteitsbeleid, aangenomen amendement heeft de gemeenteraad aangegeven voortschrijdend inzicht te hebben over met name het open houden van de Opwettenseweg voor (doorgaand) autoverkeer. In de periode daarna zijn daarover en in breder verband over de totale ontsluiting van Nuenen-West discussies gevoerd in de raad(-scommissie), op grond van raadsinformatiebrieven en commissienotities.
De gevoeligheid en complexiteit van dit onderwerp zijn verder tot uiting gekomen in een viertal dialoogsessies met onder andere ook deelname van belanghebbenden. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in het besluit van de gemeenteraad van 10 december 2020 waarbij de voorkeur is uitgesproken voor de hoofdontsluitingsstructuur van Nuenen-West conform voorstel BP/A en verfijning van dat voorstel aan het college is opgedragen. Tevens is in die vergadering een amendement aangenomen om de in dat amendement beschreven mogelijkheid voor de ontsluiting van Nuenen-West, als volwaardig alternatief te onderzoeken en met de raad te bespreken. In de periode daarna heeft deze verfijning plaatsgevonden. Rekening houdend met de positieve punten uit alle onderzochte varianten is een nieuwe variant ontstaan, de zogenaamde variant X. Deze variant scoort het beste op stedenbouw (verbinding met Nuenen), verkeer (veiligheid en fiets) en leefbaarheid (akoestiek). Bovendien sluit deze variant aan bij de toekomstvisie op lokale en regionale structuren voor mobiliteit. Om die reden is dan ook besloten om die variant op te nemen in het vast te stellen bestemmingsplan.
31
Als gevolg van aanwezigheid van diverse bedrijfsmatige activiteiten in en rond het plangebied is sprake van milieuzoneringen. In en rondom het plangebied vinden diverse bedrijfsmatige activiteiten plaats. Deze kunnen mogelijk invloed hebben op het woon- en leefklimaat in Nuenen West. Om in beeld te krijgen welke functies in en rondom het plangebied mogelijk invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van de woonwijk, is op basis van vigerende bestemmingsplannen en de vanuit milieu vergunde/gemelde activiteiten in kaart gebracht welke bedrijven en andere functies aanwezig zijn. De uitkomst was dat delen van het plangebied (zowel bestaande te handhaven woningen met een woonbestemming, als ontwikkelgebied met een bestemming Woongebied 1, 2 of uit te werken) binnen de milieucontouren van bestaande bedrijven vallen. Voor gebieden buiten de milieuhindercontouren kan worden geconcludeerd dat er vanuit bedrijvigheid geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling. Binnen de milieucontouren zijn gevoelige functies, zoals woningen, niet zonder meer mogelijk. Er is echter ook geen sprake van per definitie onmogelijkheden om woningen te realiseren. Dit komt, doordat de hinderafstanden uitgaan van algemene effectafstanden voor milieuhinder.
Als specifiek gekeken wordt naar de concrete hinder die vanuit een bedrijf mag worden veroorzaakt, dan kan het zo zijn dat de feitelijke hinder minder is. In deze gevallen dient specifiek onderzocht te worden welke (on)mogelijkheden er voor woningbouw zijn op concrete locaties. Dit vraagt om een onderzoek naar de concrete bedrijfsmatige activiteiten en bijbehorende hinder per bedrijfslocatie, maar ook om concreet inzicht in hoe welke woningen waar gepositioneerd worden en of er maatregelen genomen (kunnen) worden om hinder te verminderen. Die maatregelen kunnen zowel bij de bedrijven als bij (nieuwe) woningen genomen worden. Tevens kunnen maatregelen tussen bedrijven en woningen worden getroffen, zoals geluidsschermen. Omdat het niet mogelijk bleek om al deze concrete situaties en (eventuele) maatwerkoplossingen al volledig in beeld te hebben voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is er bij het ontwerp voor gekozen om, indachtig de nieuwe Omgevingswet (waarbij de mogelijkheid wordt geïntroduceerd om bepaalde onderzoekslasten door te leggen), de desbetreffende milieuzone’s op de verbeelding aan te duiden met daaraan gekoppeld de verplichting dat woningen binnen die zones alleen gebouwd mogen worden als wordt aangetoond dat wordt
32
voldaan aan de normen voor milieuhinder. Op deze wijze wordt geborgd dat er ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en wordt voorkomen dat de belangen van milieubelastende activiteiten onevenredig worden geschaad. Omdat een goede en volledige afweging over eventueel te treffen maatregelen sterk afhankelijk is van de uiteindelijk in te dienen aanvragen omgevingsvergunning is er nu voor gekozen om de milieuzone’s in het vast te stellen bestemmingsplan te handhaven. Door de in het bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting kan dan bij in te dienen aanvragen omgevingsvergunning beoordeeld worden of en onder welke voorwaarden in de milieuzones kan worden gebouwd. In het als bijlage 30 bij het vast te stellen bestemmingsplan gevoegde onderzoek van Peutz bv is uiteen gezet welke mogelijkheden er zijn om te voldoen aan die normen en dus binnen de milieuzone(s) te bouwen. Voorbeelden van te treffen maatregelen zijn het plaatsen van een geluidscherm, het opleggen van maatwerkvoorschriften bij aangrenzende bedrijven of het realiseren van dove gevels bij de te bouwen woningen (of een combinatie van deze maatregelen). Als gevolg van de voorgestane ontwikkeling van Nuenen-West is de begrenzing van het stedelijk gebied gewijzigd.
Met de ontwikkeling van Nuenen-West is er sprake van een stedelijke ontwikkeling, grotendeels binnen het bestaand stedelijk gebied. Met de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen-West’ in 2008 is het gebied grotendeels reeds aangewezen als stedelijk gebied. Voor een deel van het plan is een wijziging van de begrenzingen van de structuren en aanduidingen uit de Verordening ruimte van de provincie nodig omdat de voorgenomen ontwikkeling anders strijdig is met de bepalingen uit de verordening. Onderdeel van het ontwerpbestemmingsplan is het feitelijke verzoek aan de provincie om in te stemmen met deze wijziging van de begrenzing van het stedelijk gebied. In bijlage 6 bij de toelichting van het bestemmingsplan ‘Verzoek tot wijziging begrenzingen Verordening ruimte Nuenen-West’ is het verzoek gemotiveerd en is ook aangegeven op welke wijze de daarvoor benodigde compensatie gestalte krijgt. Gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan heeft ook dat verzoek ter inzage gelegen. In drie van de ingediende zienswijzen wordt ook specifiek bezwaar gemaakt tegen deze herbegrenzing. Deze zienswijzen zijn bij het na de terinzagelegging formeel ingediende verzoek bij de provincie meegenomen. In zijn vergadering van 17 december 2019 hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant het besluit genomen tot wijziging
33
van de begrenzing van het Stedelijk gebied in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). Dit besluit is als bijlage 7 bij het vast te stellen bestemmingsplan gevoegd. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Raad van State) in de uitspraken ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RVS:2019:1604 beslist dat het Programma aanpak Stikstof (PAS) niet meer mag worden gebruikt als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot stikstoftoename in de omgeving van Natura 2000-gebieden. Het gevolg van deze uitspraken is dat de mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie per project / activiteit zelfstandig dienen te worden beschouwd en verantwoord. Voor Nuenen-West is binnen de nieuwe uitgangspunten en kaders ‘na 29 mei’, bezien of er mogelijk significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie door Nuenen West kunnen zijn. In de nabijheid van de projectlocatie liggen enkele Natura 2000-gebieden. Voor Natura 2000-gebieden geldt een beschermingsregime om aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden te voorkomen. Middels instandhoudingsdoelstellingen is dit vastgelegd. In de Wet natuurbescherming (verder Wnb) is de bescherming van deze gebieden geregeld. Het project dient daarom getoetst te worden op de mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden.
Ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Voor projecten geldt een vergunningplicht als het project een verslechterend of significant verstorend effect kan hebben op een Natura 2000-gebied. Als significante effecten niet met zekerheid kunnen worden uitgesloten, moet er op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden opgesteld. Gezien de afstand van de projectlocatie tot aan het meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden en de omvang van het project, zijn directe effecten (oppervlakteverlies en versnippering) en externe effecten (verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, licht en trillingen, optische verstoringen of verstoringen door mechanische effecten) op voorhand uit te sluiten. Mogelijke verzuring en vermesting door stikstofdepositie uit de lucht vanuit het project is zonder nader onderzoek op voorhand niet uit te sluiten. Om inzichtelijk te maken of er sprake is van stikstofdepositie die mogelijk significante negatieve effecten kan veroorzaken, is middels de Aerius Calculator berekend welke stikstofdepositie er kan zijn. Uit deze berekening blijkt dat er per saldo geen sprake is van een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jr op Natura2000 gebieden. Daarbij heeft zogenoemde interne saldering plaatsgevonden met de agrarische bedrijvigheid
34
in het plangebied die als gevolg van de woningbouwontwikkeling zal eindigen. Hiermee kan dan ook worden geconcludeerd dat de ontwikkeling en exploitatie van Nuenen West niet leidt tot mogelijke ecologische effecten als gevolg van verzuring of vermesting op Natura 2000-gebieden. In recente jurisprudentie van de Raad van State zijn twijfels geuit over het gebruik van SRMII als rekenmethode om de verspreiding van stikstofemissies als gevolg van wegverkeer te bepalen, en dan met name over de ‘afkap’ van effecten na 5 km vanaf wegvakken (zie ECLI:NL:RVS:2021:105). In de Aerius berekening voor Nuenen West wordt het wegverkeer wel met SRMII doorgerekend. Om inzicht te hebben in de mogelijke effecten van deze twijfels over de rekenmethode op de berekeningen van Nuenen West, is een tweede Aerius berekening uitgevoerd. Uit deze berekening blijkt, dat er per saldo op geen enkele plek sprake is van meer dan 0,00 mol/ha/jr aan stikstofdepositie. Dit betekent, dat er ook op de verder weg gelegen Natura 2000-gebieden geen sprake is van meer dan 0,00 mol/ha/jr aan depositie als gevolg van wegverkeer en dus ook ecologisch significante effecten (verzuring of vermesting) door wegverkeer op meer dan 5 km afstand uitgesloten kunnen worden.
De memo ‘Stikstofdepositie Nuenen-West’ waarin een en ander wordt gemotiveerd alsmede de Arius-berekening(en) zijn als bijlage 25 bij het bestemmingsplan gevoegd.
35
In onderstaande tabel wordt inhoudelijk ingegaan op de zienswijzen zoals die in voorgaande paragraaf zijn gerubriceerd en wordt ook aangegeven of en zo ja tot welke aanpassingen in het bestemmingsplan die zienswijze(n) aanleiding geven. Nr.
Inhoudelijke reactie op zienswijze
Planaanpassing
A.
Gebrek aan duidelijkheid door globaal en weinig concreet plan: Wat is status plannen. Vooraankondiging of ontwerpbestemmingsplan?. Het bestemmingsplan, exploitatieplan en beleidsregels zijn ontwerpplannen. Van de publicatie van deze plannen is op 22 februari 2019 kennis gegeven in de Staatscourant (stcrt-2019-10637) en in het Gemeenteblad (gmb-2019-42595). Tevens is in week 9 in 2019 in de lokale krant Rond de Linde kennisgegeven van deze officiële publicaties op overheid.nl. Omwille van een technische fout bij de digitale ontsluiting van (delen van) het bestemmingsplan is het ontwerpbestemmingsplan vanaf 25 juli 2019 opnieuw voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Na de ontwerpfase worden de plannen indien nodig aangepast op basis van de ingediende zienswijzen en eventuele ambtshalve wijzigingen. Vervolgens worden de plannen ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.
Geen aanpassing.
Ontwerpbestemmingsplan is zo flexibel dat daarmee rechtszekerheid wordt aangetast. Doordat beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ later eenvoudig kan worden gewijzigd wordt dit nog verder versterkt. De ontwikkeling van Nuenen West vindt, vanuit de Crisis- en herstelwet, plaats op een andere manier dan gebruikelijk. Daarbij is de gedachte dat steeds kan worden ingespeeld op de actuele vraag naar woningen. Een dergelijke ontwikkeling vraagt om een bestemmingsplan dat flexibiliteit biedt. Het bestemmingsplan Chw-Herijking Nuenen-Wet biedt meer handvatten dan een regulier bestemmingsplan om met deze flexibiliteit om te gaan.
36
Geen aanpassing.
In hoofdstuk 2 van de regels van het bestemmingsplan zijn directe en indirecte regels geformuleerd die nageleefd moeten worden bij de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk. Directe regels worden in het bestemmingsplan zelf vastgelegd. De regels over het maximum aantal woningen dat gebouwd mag worden, zijn voorbeelden van directe regels. Indirecte regels worden vastgelegd in beleidsregels. Alle relevante directe en indirecte regels moeten overigens in acht genomen worden. Het plan leidt daarmee niet tot een aantasting van de rechtszekerheid van omwonenden, alleen de vorm waarin de rechtszekerheid is gegoten is anders dan die van een ‘traditioneel’ bestemmingsplan (Uitspraak Raad van State 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2772 (Boekel), ro 16). De mogelijkheid tot het op kunnen nemen van meer flexibiliteit in het bestemmingsplan ‘ChwHerijking Nuenen West’ is een bewuste keus die door de wetgever mogelijk is gemaakt. De wetgever heeft namelijk ingestemd met de aanmelding van dit bestemmingsplan als experiment onder de Crisis- en herstelwet en het bestemmingsplan voldoet aan de eisen die de Crisis- en herstelwet stelt (zie het besluit van 20 november 2018 in Staatsblad stb-2018-438). Daarmee biedt het bestemmingsplan ‘Chw-Herijking Nuenen West’ voldoende waarborgen voor de belangen van omwonenden.
Belangrijke planregels worden ten onrechte in eenvoudig te wijzigen beleidsregels vastgelegd. Soms zelfs buiten de raad om. En hoe wordt dit geborgd? Wat als beleidsregels worden ingetrokken?. Zoals hiervoor al aangegeven worden, in de beleidsregels (indirecte) regels opgenomen waarmee Geen aanpassing. rekening moet worden gehouden bij de ontwikkeling van het plan. Vaststelling en wijziging van die regels kan plaatsvinden door college of raad. Op die manier kunnen deze regels tussentijds, als daar behoefte aan bestaat, worden gewijzigd zonder dat daarvoor een volledige bestemmingsplanprocedure dient te worden doorlopen.
37
Op wijziging van de beleidsregels zoals genoemd in lid 18.1 van de planregels zijn de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat eerst ontwerp ter inzage wordt waarop een ieder een zienswijze kan indienen waarna het college dan wel de raad de beleidsregel vaststelt. In het bestemmingsplan wordt zowel in de regels omtrent de mogelijk te maken bebouwing (artikelen 7, 8 en 9) alsook in algemene artikelen (15, 17, 18 en 19) de link gelegd met de beleidsregels. Daarbij is ook aangegeven welke procedure(s) dienen te worden gevolgd bij wijziging van de beleidsregels en wie daarbij het bevoegd gezag is. Daarmee zijn die beleidsregels gekoppeld aan de in het bestemmingsplan opgenomen regels en de uitoefening van de daarin aangegeven bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Een directe koppeling naar beleidsregels ontbreekt in de planregels. Opgemerkt dient nog dat na indiening van de zienswijzen is gebleken dat een deel van de regels van het bestemmingsplan door een technische fout ontbrak in het ontwerpbestemmingsplan dat via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl ) ter inzage gelegd is. In deze regels is onder andere bepaald wie bevoegd gezag is voor het wijzigen van de beleidsregels.
Tevens bepalen die regels dat op wijziging van alle beleidsregels die bij het bestemmingsplan horen de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zoals bedoeld in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Ook daarmee wordt aantasting van de rechtszekerheid voorkomen (Uitspraak Raad van State 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2772 (Boekel), ro 16). Ook bepalen deze regels dat toetsing aan de beleidsregels noodzakelijk is voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld de bouw van woningen. Om deze technische fout te herstellen is het ontwerpbestemmingsplan vanaf 25 juli 2019 opnieuw voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. De beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ kan uitsluitend worden
38
Geen aanpassing.
gewijzigd door de gemeenteraad, hierop wordt in het resterende deel van de beantwoording ingegaan. Ook hierop is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Bouwen op voldoende afstand van bestaande bebouwing is, anders dan wordt beschreven in beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’, niet geborgd. Door de combinatie van enerzijds de begrenzingen(en) van de woongebieden, de in het bestemmingsplan opgenomen (directe) regels en de beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ is vastgelegd dat afstand wordt bewaard tussen bestaande woningen en nieuw te bouwen woningen. Deze afstand is dus minimaal de afstand tussen de bestaande woningen en de grens van het mogelijk gemaakte aangrenzende ‘woongebied’. De wijze waarop het achterliggende woongebied daadwerkelijk ingericht gaat worden, bepaalt of deze minimale afstand incidenteel nog groter wordt.
Geen aanpassing.
Verlies van woonkwaliteit (deel) Woongenot gaat verloren. In de planvorming voor Nuenen West is zo veel mogelijk rekening gehouden met het leefklimaat van bestaande bewoners. Wel zal het gebied van karakter veranderen, van een agrarisch buitengebied naar een woonwijk. Dit heeft inherent ook tot gevolg dat een deel van het landelijk karakter langs de woonstraat van de indieners van deze zienswijze(n) verdwijnt. Overigens was de ontwikkeling van de wijk, ook in de nabijheid van de woning van betrokkenen, in het bestemmingsplan uit 2008 reeds voorzien. Daarbij is het verdwijnen van het landelijke gebied ten faveure van de ontwikkeling van de woonwijk een zorgvuldig afgewogen beleidskeuze van de gemeenteraad geweest. Met zowel de directe in het bestemmingsplan opgenomen regels alsook de indirecte in de beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ opgenomen ruimtelijke randvoorwaarden wordt de nieuwe bebouwing op een stedenbouwkundig verantwoorde wijze ingepast. Het Team Ruimtelijke Kwaliteit (met externe deskundigen) dat door het college van burgemeester en wethouders standaard om advies wordt
39
Geen aanpassing.
gevraagd bij nieuwe ontwikkelingen had en heeft daarbij samen met de supervisor steeds de rol gehad om die ruimtelijke kwaliteit te bewaken. Mochten indieners van deze zienswijze(n) toch van mening zijn dat er sprake is van aantasting van hun woongenot en dat dit een negatief effect heeft op hun vermogenspositie dan geldt dat verzocht kan worden om een tegemoetkoming in geleden planschade. Deze mogelijkheid bestaat op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en kan benut worden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Onafhankelijk onderzoek zal dan uitwijzen of dit verzoek terecht is. Voor de beoordeling van de planschade wordt een vergelijk gemaakt met wat er in het oude planologische regime (bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ van 2008) mogelijk was en wat het nieuwe planologische regime mogelijk maakt. Delen van achtertuinen worden bij te ontwikkelen plan betrokken. Is er sprake van onteigening of compensatie? Hoe worden bewoners betrokken?. Het uitgangspunt bij het maken van het bestemmingsplan is om bestaande woningen conserverend te bestemmen door middel van de bestemming ‘Wonen’. Percelen met deze bestemming worden niet in de ontwikkeling van Nuenen West betrokken.
In het bestemmingsplan is getracht om zoveel als mogelijk de bestaande woonpercelen met bijbehorende tuinen te handhaven en percelen die momenteel of in het verleden agrarisch in gebruik zijn/waren, te benutten in de ontwikkeling van Nuenen West. Op enkele plekken heeft dit geleid tot de keuze om percelen die, vergeleken met omliggende woonpercelen, erg groot of diep zijn, deels mee te nemen in de ontwikkeling van Nuenen West. Waar er een noodzaak bestaat tot de aankoop van gronden is minnelijke verwerving van die gronden het uitgangspunt. De verwerving van gronden wordt door de ontwikkelende partij(en) uitgevoerd. Bij grondverwerving is het uitgangspunt dat de rechthebbende minimaal in dezelfde vermogenspositie moet blijven. Slechts wanneer minnelijke verwerving niet mogelijk/haalbaar blijkt,
40
Geen aanpassing.
kan overgegaan worden tot onteigening. Over de verwerving van gronden worden individuele afspraken gemaakt met de rechthebbenden. Verlies privacy, rust en wooncomfort. Zoals reeds aangegeven is in de planvorming voor Nuenen West terdege rekening gehouden met het leefklimaat en woongenot van bestaande bewoners. Mocht indiener zienswijze van mening zijn dat er toch sprake is van een verlies van privacy, rust en wooncomfort dan kan hij door middel van de eerder geschetste procedure verzoeken om een tegemoetkoming in de door hem geleden planschade.
Geen aanpassing,
Bestaand parkdeel/speelweide hoek Opwettenseweg/Vorsterdijk voor buurtkinderen gaat verloren. Voorgesteld wordt om dat groene bestemming te laten behouden of de functie ‘’Plaetse’’, gemeenschappelijk gebruik (bijvoorbeeld pluktuin) te geven. Het bestaande groen ter plaatse van het parkdeel/speelweide is, anders dan in het bestemmingsplan van 2008, gelegen binnen de bestemming ‘Woongebied -1’. Daarmee is feitelijk nog geen keuze gemaakt om het ook daadwerkelijk te laten verdwijnen. Bij de planontwikkeling voor de woningbouw in de omgeving van deze plek zal nader worden bezien hoe met dit groen omgegaan wordt. Vanuit stedenbouwkundig perspectief bezien biedt dit perceel wel mogelijkheden om op een markante wijze ontwikkeld te worden. Als daarvoor wordt gekozen en de bestaande, in openbaar gebruik zijnde groenstrook verdwijnt zal in de wijk, ook in de directe omgeving van indieners zienswijze, worden voorzien in andere groengebieden en speelvoorzieningen waar buurtkinderen gebruik van kunnen maken. Hoe is gekomen tot typering ‘redelijke leefomgevingskwaliteit’ (figuur B3.1 Omgevingskwaliteit, ontwerp beleidsregels) voor woningen Opwettenseweg en omgeving.
41
Geen aanpassing.
In paragraaf 5.9 van het ontwerpbestemmingsplan is toegelicht dat op basis van de onderzoeken en inventarisaties die ten grondslag liggen aan het bestemmingsplan blijkt dat er twee zaken zijn die de leefomgevingskwaliteit sterk beïnvloeden. De eerste is milieuhinder vanuit bedrijvigheid (in het bijzonder geluid en geur). De tweede is geluidhinder als gevolg van wegverkeer. Uit paragraaf 5.9 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat er in de onderzochte periode tot 2030 ter plaatste van de Opwettenseweg sprake is van een relatief hoge geluidbelasting als gevolg van wegverkeer. Op basis van die geluidbelasting is bepaald dat tot 25 meter buiten de weg sprake is van een redelijk woon- en leefklimaat als gevolg van wegverkeersgeluid. Ten aanzien van dit geluidaspect wordt hier overigens een worstcasebenadering toegepast want deze analyse gaat uit van het wegverkeer op de Opwettenseweg. Als de Opwettenseweg autoluw/autovrij gemaakt wordt, dan heeft dit een positief effect op de leefomgevingskwaliteit.
Geen aanpassing.
Kruispunt Wettenseind/Opwettenseweg/Vorsterdijk behoeft aandacht vanuit veiligheid. Specifiek voor het gebied nabij de kruising Vorsterdijk /Opwettenseweg /Wettenseind geldt dat er niet alleen sprake is van geluidhinder als gevolg van wegverkeer maar dat er ook sprake is van milieuhinder als gevolg van bedrijvigheid die rondom deze kruising gevestigd is (zie ook paragraaf 5.8 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan). De eventuele milieuhinder die deze bedrijvigheid kan/mag veroorzaken zorgt er ook voor dat de leefomgevingskwaliteit als ‘redelijk’ gekenmerkt wordt. In het masterplan ‘Nuenen West = Dorps Geluk’ zijn het Wettenseind en de Vorsterdijk voorzien als zogenoemde ‘landelijke linten’. Linten zijn verkeersluw en met name bedoeld voor gebruik door de fietser. De fietser is de hoofdgebruiker van het lint. Automobilisten die hun
Geen aanpassing. Wel is in/bij het vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in
bestemming aan het lint hebben gelden als medegebruikers van het lint. In het masterplan is voorzien in een profiel voor het lint. In het vast te stellen bestemmingsplan is er voor gekozen om de
het masterplan opgenomen.
42
Opwettenseweg autoluw te maken. Dat betekent dat na realisatie van deze ambitie het kruispunt Wettenseind/Opwettenseweg/Vorsterdijk primair bedoeld is voor fietsers. Incidenteel zal ook bestemmingsverkeer gebruik maken van dit kruispunt. Het beperken van de vervoersbewegingen voor gemotoriseerd verkeer op dit kruispunt komt de verkeersveiligheid ten goede. Verkeersafhandeling en infrastructuur: Plannen voor ontsluiting binnen en rondom plan zijn vaag en onduidelijk. Dient (met name ook voor Opwettenseweg) concreet uitgewerkt te worden in samenspraak met bewoners. In het ontwerpbestemmingsplan zoals dat in 2019 ter inzage heeft gelegen is de verkeerskundige structuur van het vastgestelde bestemmingsplan uit 2008 overgenomen. Dat is inclusief het destijds in dat plan opgenomen tracé voor de Dorpslaan en inclusief de intentie om de Opwettenseweg verkeersluw of autovrij te maken. In het stedenbouwkundig verkavelingsplan (Masterplan ‘NuenenWest=Dorps Geluk’) is daarom ook geen geluidszone opgenomen bij de Opwettenseweg en is voor wat betreft de toekomstige inrichting van die weg ook geopteerd voor een bij een dergelijke weg passende inrichting.
Door een in zijn vergadering van 12 december 2019, bij de vaststelling van de modules Mobiliteitsbeleid, aangenomen amendement heeft de gemeenteraad aangegeven voortschrijdend inzicht te hebben over met name het open houden van de Opwettenseweg voor (doorgaand) autoverkeer. In de periode daarna zijn daarover en in breder verband over de totale ontsluiting van Nuenen-West discussies gevoerd in de raad(scommissie), op grond van raadsinformatiebrieven en commissienotities. De gevoeligheid en complexiteit van dit onderwerp zijn verder tot uiting gekomen in een viertal dialoogsessies met onder andere ook deelname van belanghebbenden.
43
Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.
Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in het besluit van de gemeenteraad van 10 december 2020 waarbij de voorkeur is uitgesproken voor de hoofdontsluitingsstructuur van Nuenen-West conform voorstel BP/A en verfijning van dat voorstel aan het college is opgedragen. Tevens is in die vergadering een amendement aangenomen om de in dat amendement beschreven mogelijkheid voor de ontsluiting van Nuenen-West, als volwaardig alternatief te onderzoeken en met de raad te bespreken. In de periode daarna heeft deze verfijning plaatsgevonden. Rekening houdend met de positieve punten uit alle onderzochte varianten is een nieuwe variant ontstaan. Belangrijkste kenmerken van die variant zijn: - Gemotoriseerd verkeer van Nuenen-West tussen de Europalaan en de Opwettenseweg (fase 1) wordt ontsloten via de Europalaan. Het zuidelijke deel (fase 2) wordt aangesloten op Wettenseind. - Doorgaand autoverkeer op de Laan door de Panakkers- Wettenseind wordt voorkomen (garandeert dus een rustige schoolomgeving en -routes) omdat de Laan door de Panakkers onderbroken wordt bij de Opwettenseweg. - Er ontstaat een verkeersluwe Opwettenseweg met uitstekende randvoorwaarden voor gebruik als intensieve fietsroute. Het sportpark blijft veilig bereikbaar en het Dommeldal wordt “recreatief” ontsloten.
Deze zogenaamde variant X scoort daardoor het beste op stedenbouw (verbinding met Nuenen), verkeer (veiligheid en fiets) en leefbaarheid (akoestiek). Bovendien sluit deze variant aan bij de toekomstvisie op lokale en regionale structuren voor mobiliteit. Om die reden is dan ook besloten om die variant op te nemen in het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan.
44
In samenspraak met belanghebbenden zal t.z.t. gekeken worden naar de technische uitwerking en realisatie conform hetgeen bepaald is in dit bestemmingsplan. Met betrekking tot de afwikkeling van verkeer buiten de plangrenzen is het goed te vermelden dat de gemeente Nuenen c.a. en provincie-Noord Brabant een studie Leefbaarheid en bereikbaarheid Bundelroutes Nuenen uitvoeren. Daarin komen maatregelen ter verbetering van de bereikbaarheid aan de orde, ook voor de A270. Weinig aandacht voor daadwerkelijke inrichting van straten. Wat wordt bedoeld met ‘autoluw’ maken van Opwettenseweg? Concrete uitwerking met profielen en indeling van wegen is vereist. De profielen van de verschillende wegen (waaronder de landelijke linten) zijn opgenomen in het masterplan. Deze profielen vormen de leidraad bij de inrichting van de wegen in het plangebied. Met autoluw maken wordt bedoeld dat een weg geen doorgaande route vormt en een beperkte functie heeft voor de ontsluiting van enkele aangelegen woningen en functies. Op dergelijke wegen wordt een rustig verkeersbeeld voorzien, wat betekent dat de maximum snelheid beperkt is en fietsers gelden als hoofdgebruiker van de weg. De inrichting als fietsstraat is hierdoor mogelijk. Gebruik van dergelijke autoluwe wegen door automobilisten is sterk ondergeschikt aan het gebruik door fietsers.
In het bestemmingsplan uit 2008 is reeds opgenomen dat de Opwettenseweg autoluw of autovrij gemaakt moet worden en doorgaand (sluip)verkeer onmogelijk gemaakt wordt. In het nu vast te stellen gewijzigde bestemmingsplan wordt die ambitie bevestigd. Het exacte gebruik, de nadere inrichting van de weg en de eventuele aanvullende verkeersmaatregelen vallen buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Bij de concrete uitwerking van de plannen voor dit gebied (inclusief de wegen) zal dat nader worden vormgegeven. Voor het afsuiten van een weg dient overigens (door
45
Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.
het college van burgemeester en wethouders) te zijnder tijd een verkeersbesluit genomen te worden. Tegen een dergelijk besluit kan bezwaar en (hoger) beroep ingediend worden. Toename van verkeersaanbod zal extra gevaarlijke verkeerssituaties opleveren. Wat wordt daaraan gedaan? De toename van de verkeersintensiteiten is reeds beschouwd in het ontwerpbestemmingsplan (paragraaf 3.2.1) en nogmaals aan de hand van de uiteindelijk gekozen ontsluitingsstructuur in het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan. Zie daarvoor de bij dit bestemmingsplan behorende bijlagen. Daaruit blijkt dat de ontwikkeling van Nuenen West zorgt voor een beperkte toename van de verkeersdrukte op wegen waar in de toekomst ook zonder ontwikkeling van Nuenen West problemen met de doorstroming verwacht worden: A270, Smits van Oyenlaan en Europalaan. Gebiedsontsluitingswegen, waaronder de Geldropsedijk zijn ingericht om de berekende hoeveelheden verkeer af te wikkelen, zonder substantiële verslechtering van de verkeersveiligheid. De ontsluiting van Nuenen West is afgestemd op het aantal verkeersbewegingen dat de nieuwe woonwijk gaat veroorzaken. Wijkvreemd verkeer wordt zoveel mogelijk geweerd uit de nieuwe woonwijk. Dit komt de verkeersveiligheid ook ten goede.
De Opwettenseweg wordt in het gemeentelijke beleid aangemerkt als meest onveilige route (op grond van een objectieve weging van tellingen, metingen, klachten en ongevallen, Module verkeersveiligheid). Het autoluw maken van de Opwettenseweg zal bijdragen aan een verbetering van de verkeersveiligheid ter plaatse. In het gemeentelijke mobiliteitsbeleid (o.a. Mobiliteitsvisie, modules Fietsverkeer en Verkeersveiligheid) verdient de Opwettenseweg de hoogste prioriteit. Het met dit bestemmingsplan beoogde karakter van de Opwettenseweg past in dit streven. Momenteel als parkeerterrein in gebruik zijnd naastgelegen perceel wordt bij planvorming betrokken. Hoe wordt dat gecompenseerd? Is terugkeer openbaar vervoer hiervoor een optie?.
46
Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.
Bedoeld parkeerterrein is in het ontwerp Chw-bestemmingsplan ‘Herijking Nuenen West’ bestemd als ‘Woongebied -1’. Binnen deze bestemming zijn ook parkeer- en groenvoorzieningen toegestaan. Het behoud van het parkeerterrein is daarmee niet uitgesloten. Bij de planvorming voor de nieuw te bouwen woningen in het plangebied wordt bepaald hoe omgegaan moet worden met de parkeerbehoefte en waar parkeerruimte gerealiseerd wordt. Daarbij zal niet alleen rekening gehouden moeten worden met de parkeerbehoefte als gevolg van de nieuw te bouwen woningen maar ook met die van de bestaande woningen. Overigens kunnen en zullen bestaande en nieuw te bouwen woningen deels voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein. Voor wat betreft het openbaar vervoer geldt dat een aansluiting op het zogenoemde Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) reeds gerealiseerd is aan de Europalaan (zie ook paragraaf 4.4 van het masterplan ‘Nuenen West = Dorps Geluk)’. Er is vooralsnog niet voorzien in het (her)invoeren van een OV-route over de Opwettenseweg. Aangezien deze route reeds tientallen jaren niet gebruikt wordt voor openbaar vervoer en bussen bij voorkeur woonstraten mijden, lijkt dit herinvoeren van een reguliere busverbinding niet aannemelijk. Bovendien past dat ook niet bij de keuze voor een autoluwe Opwettenseweg. Besluitvorming hierover valt bovendien buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan.
Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd. Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.
Toename verkeer zal meer licht-, lucht-, gebieds- en geluidsvervuiling veroorzaken. Zoals reeds aangegeven is in de planvorming voor Nuenen West terdege rekening gehouden met het leefklimaat en woongenot van bestaande bewoners. Uit de onderzoeken die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen blijkt dat de toename van verkeer nergens leidt tot overschrijding van de wettelijke normen voor de genoemde typen vervuiling. Dit betekent niet dat de voorgenomen ontwikkeling per definitie niet meer overlast of verslechtering van het leefklimaat zal veroorzaken; de wettelijke normen voor het woon- en leefklimaat worden echter in acht gehouden en
47
Geen aanpassing.
nergens overschreden. Mochten indieners zienswijze van mening zijn dat er toch sprake is van een verlies van privacy, rust en wooncomfort dan kunnen zij door middel van de eerder geschetste procedure verzoeken om een tegemoetkoming in de door hen geleden planschade. Hoe wordt voorkomen dat bouwverkeer schade aan bestaande bebouwing gaat veroorzaken. Zien graag plan waarin bestaande situatie wordt vastgelegd. In verband met mogelijk optredende schade door bouwverkeer is het zo dat aannemers verzekerd zijn voor schade die ontstaat tijdens sloop- en bouwwerkzaamheden (CAR-verzekering). In het kader van die verzekering zal vaak (afhankelijk van de verzekering) voorafgaand aan de werkzaamheden een opnamerapport (schouwrapport) van de opstallen rondom de locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden opgesteld worden. Eventuele schade die wordt geclaimd naar aanleiding van deze werkzaamheden wordt bekeken in relatie tot deze opnamerapporten. Verder is het goed om te weten dat Nuenen West wordt gefaseerd en over meerdere jaren ontwikkeld. Dat betekent niet dat er al die jaren sprake is van hinder als gevolg van bijvoorbeeld bouwverkeer, geluid en/of stof. Het plangebied is groot. Hinder is plaatselijk en overschrijdt in de meeste gevallen de grenzen van het plangebied niet.
Op voorhand wordt niet verwacht dat de realisatie van de nieuwe woonwijk tot een dusdanige hinder leidt dat de nieuwe bestemmingen niet in redelijkheid toegekend kunnen worden.
Geen aanpassing.
Aan Opwettenseweg zijn karakteristieke bomen aanwezig die het verdienen om behouden te worden. In de verdere planvorming wordt onderzocht welke bomen aan de Opwettenseweg behouden kunnen blijven. Bestaande bomen, zeker als deze waardevol zijn, worden zoveel als mogelijk behouden. Toch kan het voorkomen, dat de kosten voor het behouden van een boom niet opwegen tegen de waarde van die boom. Voor de kap van bomen kan een kapvergunning nodig zijn waarin
48
Geen aanpassing.
een herplantplicht opgelegd kan worden. In het bijzonder wordt ook gewezen op een boom die op een privéperceel staat. Ten aanzien van dergelijke bomen geldt in het algemeen dat bomen op privépercelen niet gekapt zullen worden in het kader van de ontwikkeling van Nuenen West. In plan is een weg voorzien die loodrecht uitkomt op karakteristieke huizen aan de Opwettenseweg. Verzocht wordt om deze weg te verplaatsen. Het exacte tracé van de meeste wegen, uitgezonderd de wijkontsluitingswegen, wordt pas definitief bepaald bij de concrete planvorming voor de bouw van de woningen die door deze weg ontsloten gaan worden. In het masterplan ‘Nuenen West = Dorps Geluk’ is bedoelde ontsluiting op de Opwettenseweg overigens voorzien als een woonpad/ontsluiting van een woonerf. Dat houdt in dat de verkeersintensiteit relatief laag wordt en de infrastructuur overwegend gebruikt wordt door langzaam verkeer. Verder geldt dat het uitgangspunt is om infrastructuur zo in te passen dat hinder voor de omgeving afwezig blijft/geminimaliseerd wordt en dat infrastructuur zo ingepast wordt dat aantasting van eventuele karakteristieke elementen uitblijft/zo veel mogelijk beperkt wordt.
Geen aanpassing.
Algemeen: Wat zijn kaders bij bevoegdheid voor college om de begrenzing van het bestemmingsplan te wijzigen/aan te passen? De begrenzing van het bestemmingsplan bestaat uit de grens van het plangebied (de grens van de nieuwe woonwijk). Het wijzigen van de grens van het plangebied is een wijziging van het bestemmingsplan. Dergelijke wijzigingen kunnen uitsluitend door de gemeenteraad vastgesteld worden. Op dergelijke wijzigingen is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zoals bedoeld in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing, wat betekent dat het besluit eerst als ontwerpbesluit zes weken ter visie gelegd moet worden, gedurende welke periode zienswijzen
49
Geen aanpassing.
ingediend kunnen worden. De begrenzing van het bestemmingsplan kan dus niet door het college aangepast worden. Voor zover het gaat om afwijkingsmogelijkheden die het college heeft; deze zijn specifiek benoemd in de regels van het bestemmingsplan, inclusief maximale afwijkingen en afwegingskader. Het toepassen van deze ‘binnenplanse afwijkingsmogelijkheden’ gebeurt bij verlening van een omgevingsvergunning. Tegen een omgevingsvergunning staat ook bezwaar en (hoger) beroep open voor belanghebbenden. Hoe neemt gemeente verantwoordelijkheid voor vernietigen natuur en biodiversiteit. De ontwikkeling van Nuenen West is zo gepland dat zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met bestaande natuur en biodiversiteit. Realisering van Nuenen West betekent echter wel degelijk een (zo beperkt mogelijke) aantasting van natuur en biodiversiteit. Die aantasting wordt echter gecompenseerd door een investering te doen in de kwaliteit van het Dommeldal. De wijze waarop deze investering plaatsvindt, is beschreven in de rapportage ‘Invulling voorwaardelijke verplichting Dommelpark in bestemmingsplan Herijking Nuenen-West’‘ (bijlage 3 bij de regels van het bestemmingsplan). Naleving van de maatregelen die in deze rapportage beschreven zijn wordt afgedwongen door de regels van het bestemmingsplan.
Specifiek voor beschermde planten- en diersoorten in het plangebied geldt dat de ontwikkeling van Nuenen West verloopt op basis van een soortenmanagementplan. Dit soortenmanagementplan is bij het bestemmingsplan gevoegd en is bedoeld om het proces van de gefaseerde ontwikkeling van Nuenen West ecologisch te begeleiden. Naleving van het soortenmanagementplan wordt afgedwongen door de beleidsregels bij het bestemmingsplan. In de genoemde beleidsregels is verder bepaald welke landschappelijke waarden in het plangebied gehandhaafd worden en dat nieuwe bebouwing waar mogelijk met toepassing van het principe
50
Geen aanpassing.
‘natuur inclusief bouwen’ gerealiseerd wordt. De beleidsregels bepalen, op basis van een onderliggend rapport, ook hoe het watersysteem van Nuenen West gerealiseerd moet worden. Naleving van de genoemde beleidsregels wordt afgedwongen via de regels van het bestemmingsplan. Wat zijn consequenties (waardedaling) van het plan voor bestaande woningen. Indien indieners zienswijze van mening zijn dat sprake is van aantasting van hun woongenot en dat dit een negatief effect heeft op hun vermogenspositie bestaat de mogelijkheid om op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening een verzoek om tegemoetkoming in de planschade in te dienen zodra het bestemmingsplan onherroepelijk is. Onafhankelijk onderzoek zal uitwijzen of dit verzoek terecht is. Voor de beoordeling van de planschade wordt een vergelijk gemaakt met wat er in het oude planologische regime bestemmingsplan (‘Uitbreidingsplan Nuenen West’ van 2008) mogelijk was en wat het nieuwe planologische regime mogelijk maakt. B.
Aanvullend wordt geïnformeerd naar mogelijkheid om deel van kavel Opwettenseweg 104 (eigendom gemeente) over te nemen. Is door gemeente in eerdere contacten toegezegd. Van gemeentewege kan worden ingestemd met de verkoop van een deel van het perceel Opwettenseweg 104. Hierover zal met betrokkene contact worden opgenomen. Deze verkoop heeft overigens geen gevolgen voor het bestemmingsplan omdat zowel de kavel van betrokkene alsook de te verkopen strook binnen de bestemming ‘wonen’ valt.
C.
Geen aanpassing.
Aanvullend wordt nog gevraagd wat de exacte status is met betrekking tot de Wvg. Verder wordt gevraagd op welke termijn gesprekken over evt. verwerving te verwachten zijn.
51
Geen aanpassing.
Het voorkeursrecht op grond van de Wet voorkeursrecht gemeente gold op het merendeel van de percelen binnen het plangebied Nuenen West. Per maart 2019 is het voorkeursrecht vervallen. Dit betekent dat er geen eerste aanbiedingsplicht aan de gemeente meer geldt. Bij eventuele verkoop en/of ontwikkeling van gronden binnen de te ontwikkelen bestemmingen dient wel rekening gehouden te worden met kostenverhaal conform het exploitatieplan. Met betrekking tot verwerving van gronden is het verder zo dat de gemeente geen gronden verwerft voor de ontwikkeling van Nuenen-West. Eventuele verwerving is dus een zaak tussen de ontwikkelaar en de grondeigenaar. D.
Geen aanpassing.
Bouwen tot een hoogte van 14 meter is niet passend in het straatbeeld van de Opwettenseweg. Onduidelijk is overigens ook of die maximale bouwhoogte ook is toegestaan aan de Opwettenseweg. Die wordt elders weer aangeduid als gebied met ‘landelijk wonen’ waar mag worden gebouwd in 1-2 lagen. De regels van het bestemmingsplan bepalen dat de maximale bouwhoogte 14 meter mag zijn. In de beleidsregels is bepaald dat de nieuwe bebouwing maximaal 1-2 bouwlagen met een kap krijgt waarbij geldt dat minimaal 20% van de bebouwing moet bestaan uit bebouwing met 1 of 1,5 bouwlaag met kap. Op die manier wordt aangesloten bij de karakteristiek van de bestaande bebouwing. Dit is een bewuste stedenbouwkundige keuze geweest, om meer variatie en een geleidelijke overgang in de wijk te brengen. Met andere woorden, de bouwhoogte van de nieuwe woningen is gemaximeerd op 14 meter. Binnen die eis moet de nieuwe bebouwing ontworpen worden. Dat betekent dat het mogelijk is om bijvoorbeeld 1 bouwlaag van 7 meter hoog te maken, de maximale hoogte van 14 meter wordt dan niet volledig benut. Evengoed is het mogelijk om in die 14 meter twee bouwlagen met kap te maken zodat de maximale hoogte van 14 meter (grotendeels) benut wordt. Tussenvormen zijn ook mogelijk, mits voldaan wordt aan de maximale hoogtebepalingen uit de regels en de randvoorwaarden uit de beleidsregels.
52
Geen aanpassing.
Het oorspronkelijke plan van groen langs Vorsterdijk is vrijwel geheel verdwenen. Hoe wordt het kenmerkend groen in het plan behouden? De huidige bestemmingslegging betekent inderdaad dat de groenbestemming die in 2008 langs de Geen aanpassing. Vorsterdijk voorzien was wijzigt in een bestemming waarin de bouw van woningen mogelijk is. De nieuwe plannen voorzien nu in groene lobben die vanaf het landelijk gebied tot in de woonwijk reiken om zo beide gebieden met elkaar te verweven. Of op de desbetreffende gronden woningen gebouwd gaan worden, zal duidelijk worden tijdens de verdere planvorming voor deze gronden. De nieuwe bestemming maakt behoud van het bestaande groen niet op voorhand onmogelijk. In zijn algemeenheid is het goed om te weten dat met het Chw-bestemmingsplan ‘Herijking Nuenen West’ nagestreefd wordt om enerzijds aan de vraag naar woningen in Nuenen te voldoen en anderzijds daarbij ook oog te hebben en houden voor groen. Zo worden waardevolle groenelementen langs de westrand (Opwettenseweg/Wettenseind) beschermd met de beleidsregels. Tevens vindt een landschappelijke impuls plaats door de realisatie van nieuw landschap en nieuwe natuur in het gebied tussen Vorsterdijk / Wettenseind en de Kleine Dommel. E.
Bebouwingsdichtheid voor gronden gelegen achter woning Opwettenseweg 114 is niet goed gemotiveerd. De regels van het bestemmingsplan bepalen dat de maximale bouwhoogte 14 meter mag zijn. In de beleidsregels is daarnaast bepaald dat de nieuwe bebouwing maximaal 1-2 bouwlagen met een kap krijgt waarbij geldt dat minimaal 20% van de bebouwing moet bestaan uit bebouwing met 1-1,5 bouwlaag met kap. Op die manier wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de karakteristiek van de bestaande bebouwing. Ten aanzien van de woningdichtheid is er sprake van een wijziging van het voorgestelde planologische regime (18-24 woningen/hectare) ten opzichte van het regime zoals opgenomen in het bestemmingsplan uit 2008 (11 woningen/hectare). Dit is een bewuste
53
Geen aanpassing.
stedenbouwkundige keuze geweest waarbij ook het Team Ruimtelijke Kwaliteit samen met de supervisor betrokken is geweest. Daardoor ontstaat ook de mogelijkheid om meer variatie en een geleidelijke overgang in de wijk tot stand te brengen. Bestaande groen achter woningen aan de Opwettenseweg wordt in het bestemmingsplan niet beschermd. Opname van (delen van het) bestaand groen in de bestemming ‘Woongebied – 1’ betekent niet per definitie dat dat groen komt te verdwijnen, immers binnen die bestemming is ook plaats voor groenelementen. Bij de daadwerkelijke planvorming voor de woningbouw in de omgeving van het bestaand groen wordt concreet bezien hoe met dit groen omgegaan wordt.
Geen aanpassing,
Koppeling met beleidsregels is niet goed omschreven. Er staat niet dat een aanvraag om omgevingsvergunning moet voldoen aan de beleidsregels. In hoofdstuk 2 van de regels van het bestemmingsplan zijn directe en indirecte regels geformuleerd die nageleefd moeten worden bij de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk. Directe regels worden in het bestemmingsplan zelf vastgelegd. De regels over het maximum aantal woningen dat gebouwd mag worden zijn voorbeelden van directe regels. In de artikelen 7.2.5 en 8.2.6 van de regels van het bestemmingsplan is nadrukkelijk opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van gebouwen slechts wordt verleend indien voldaan wordt aan een aantal in de beleidsregels ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ opgenomen ruimtelijke en stedenbouwkundige uitgangspunten. Verder is in artikel 19.3 van de regels vastgelegd dat bij de beslissing op aanvragen omgevingsvergunning toetsing plaatsvindt aan de beleidsregels. Daarmee wordt feitelijk ook vastgelegd dat aan die beleidsregels moet worden voldaan.
54
Geen aanpassing.
Vaststelling en wijziging van de beleidsregels kan plaatsvinden door college of raad. Op die manier kunnen deze regels tussentijds, als daar behoefte aan bestaat, worden gewijzigd zonder dat daarvoor een volledige bestemmingsplanprocedure dient te worden doorlopen. Op wijziging van de beleidsregels zoals genoemd in lid 19.1 van de planregels zijn de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat eerst ontwerp ter inzage wordt waarop een ieder een zienswijze kan indienen waarna het college dan wel de raad de beleidsregel vaststelt. In het bestemmingsplan wordt zowel in de regels omtrent de mogelijk te maken bebouwing (artikelen 7, 8 en 9) alsook in algemene artikelen (16, 17, 18 en 19) de link gelegd met de beleidsregels. Daarbij is ook aangegeven welke procedure(s) dient(en) te worden gevolgd bij wijziging van de beleidsregels en wie daarbij het bevoegd gezag is. Daarmee zijn die beleidsregels gekoppeld aan de in het bestemmingsplan opgenomen regels. Opgemerkt dient nog dat na indiening van de zienswijzen is gebleken dat een deel van de regels van het bestemmingsplan door een technische fout ontbrak in het ontwerpbestemmingsplan dat via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl ) ter inzage gelegd is.
In deze regels is onder andere bepaald wie bevoegd gezag is voor het wijzigen van de beleidsregels. Tevens bepalen die regels dat op wijziging van alle beleidsregels die bij het bestemmingsplan horen de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zoals bedoeld in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Ook bepalen deze regels dat toetsing aan de beleidsregels noodzakelijk is voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld de bouw van woningen. Om deze technische fout te herstellen is het ontwerpbestemmingsplan vanaf 25 juli 2019 opnieuw voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Beleidsregels kunnen worden herzien. Hierdoor is er geen enkele rechtszekerheid, daarnaast staat tegen een wijziging van de beleidsregels geen rechtsmiddel open.
55
De beleidsregels kunnen inderdaad herzien worden. Bij de beleidsregels ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ is de gemeenteraad daartoe het bevoegd gezag. Bij de andere beleidsregels is dat het college van burgemeester en wethouders.Op wijziging van de beleidsregels zoals genoemd in lid 19.1 van de planregels zijn de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat eerst een ontwerp ter inzage wordt gelegd waarop een ieder een zienswijze kan indienen waarna het college dan wel de raad de beleidsregel vaststelt. Overigens kan de rechtmatigheid van de (gewijzigde) beleidsregels in de procedures tegen de te verlenen omgevingsvergunning bij wijze van exceptieve toets aan de rechter worden voorgelegd. F.
Geen aanpassing.
Aanvullend wordt nog opgemerkt dat in nieuwe plannen de Opwettenseweg niet langer is aangeduid als lintweg met nadelige gevolgen voor bebouwingsdichtheden. Hiertegen wordt bezwaar gemaakt. Het plan voor Nuenen West voorziet in een geleidelijke overgang tussen de relatief intensief bebouwde kern van Nuenen (met een hoge bebouwingsdichtheid) en het landelijk gebied (met een relatief lage bebouwingsdichtheid). Het plan voorziet tevens in een nieuwe centrale ontsluiting van Nuenen West (de Laan door de Panakkers/Dorpslaan). Hiërarchisch gezien wordt deze Laan door de Panakkers/Dorpslaan belangrijker dan de Opwettenseweg (die autoluw gemaakt wordt). De Laan door de Panakkers/Dorpslaan wordt tevens de grens tussen het gebied met een hogere dichtheid aan de oostkant (grenzend aan de kern van Nuenen) en het landelijk gebied aan de westkant (grenzend aan het landelijk gebied). In de beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ is dit principe verder vertaald naar regels waar de nieuwe bebouwing aan moet voldoen. Daarmee wordt een goede inpassing van de nieuwe bebouwing tussen de bestaande bebouwing bewerkstelligd. De regels van het bestemmingsplan dwingen naleving van de beleidsregels af.
56
Geen aanpassing.
Langs de Opwettenseweg zijn drie bebouwingsdichtheden voorzien: linten met een dichtheid van 1020 woningen per hectare, landelijk wonen met een dichtheid van 18-24 woningen per hectare en dorps wonen met een dichtheid van 30-35 woningen. De grens tussen het landelijk wonen en het centrum dorps wonen wordt gevormd door de Laan door de Panakkers. In het bestemmingsplan uit 2008 vormde deze laan de grens tussen centrum dorps wonen met een dichtheid van 26-34 woningen per hectare en landelijk dorps wonen met een dichtheid van 10-11 woningen per hectare. Per saldo neemt de bebouwingsdichtheid langs de Opwettenseweg toe. Het wijzigen van de dichtheid is een bewuste stedenbouwkundige keus geweest om meer variatie en geleidelijke overgangen in de wijk aan te brengen. De exacte uitwerking van de overgang in dichtheden wordt op termijn nader vormgegeven bij de planvorming voor de woningbouw in dit gedeelte van het plangebied. G.
Aanvullend wordt nog voorgesteld om aan achterzijde woningen Opwettenseweg een hof en/of parkeerplaatsen te realiseren. Indiener zienswijze wijst op een perceel aan de Opwettenseweg dat in de huidige situatie gebruikt wordt als parkeerterrein. Het desbetreffend perceel is in het ontwerpbestemmingsplan ‘Herijking Nuenen West’ bestemd als ‘Woongebied -1’. Binnen deze bestemming zijn ook parkeer- en groenvoorzieningen toegestaan. Het behoud van het parkeerterrein is daarmee mogelijk. Bij de planvorming voor de nieuw te bouwen woningen in het plangebied wordt bepaald hoe omgegaan moet worden met de parkeerbehoefte en waar parkeerruimte gerealiseerd wordt. Het voorstel voor een parkeerhof wordt daar indien mogelijk bij betrokken. Aanvullend wordt nog voorgesteld om de Opwettenseweg alleen toegankelijk te maken voor aanwonenden en/of andere aansluiting op N270 realiseren.
57
Geen aanpassing.
Het eerste deel van standpunt sluit aan bij de aan het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan ten grondslag liggende keuze keuze om de Opwettenseweg autoluw te maken. In ieder geval wordt de weg daarmee primair bedoeld voor de fietser. Automobilisten die hun bestemming aan de Opwettenseweg hebben gelden als medegebruiker. Een extra aansluiting op de N270 is niet voorzien en niet aan de orde. Uit onderzoek naar varianten is gebleken dat varianten met een afgesloten Opwettenseweg, zonder aansluiting op de A270 het beste voldoen op het gebied van leefbaarheid en verkeersveiligheid. De beschreven hoofdstructuur is verkeerskundig onderbouwd in het als bijlage 4 bij het bestemmingsplan gevoegde rapport ‘Onderzoek ontsluiting Nuenen-West’. Nader onderzoek naar verbetering van de bereikbaarheid kan in breder verband desalniettemin verricht worden in het kader van de studie Leefbaarheid en bereikbaarheid Bundelroutes. Een aansluiting op de A270 is alleen kansrijk als deze onderdeel wordt van een pakket dat bijdraagt aan leefbaarheid en bereikbaarheid Nuenen-breed. Een dergelijke suggestie valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. H.
Geen aanpassing. Wel is in/bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan de interne ontsluitingsstructuur vastgelegd Tevens is de juiste weergaven in het masterplan opgenomen.
Bedrijf gevestigd aan de Opwettenseweg 126 wordt feitelijk wegbestemd omdat het bedrijfsmatige deel van het perceel bij te ontwikkelen gebied wordt betrokken. Is geen goede ruimtelijke ordening. In het kader van het bestemmingsplan wordt het perceel aan de Opwettenseweg 126 deels bestemd tot ‘Wonen’ en deels (deel van het achtererf) tot ‘Woongebied - 1’. Op grond van de bij de bestemming ‘Wonen’ behorende regels is een aan huis verbonden beroep/bedrijf toelaatbaar. Een kleinschalig tegelzetbedrijf zou op grond van die regels mogelijkerwijs toegestaan kunnen worden. Voorwaarden daarbij zijn dan wel dat het een aan het wonen ondergeschikt bedrijf moet zijn terwijl het bovendien ook zal moeten zijn gevestigd binnen de bestemming ‘Wonen’. In de huidige situatie is dat niet het geval, immers een belangrijk en omvangrijk onderdeel van het bedrijf is de buitenopslag op het achterste deel van het perceel.
58
Geen aanpassing.
Overigens wijkt het nieuwe bestemmingsplan niet af van het bestemmingsplan uit 2008. Net als in dat bestemmingsplan wordt in het huidige bestemmingsplan het uitgangspunt gehanteerd dat behoudens aan huis verbonden beroepen/bedrijven, bedrijfsmatige activiteiten in beginsel niet positief bestemd worden om belemmeringen voor de ontwikkeling van Nuenen West weg te nemen. De destijds door de eigenaar ingediende zienswijze ongegrond verklaard. Daarbij is aangegeven dat bij de uitwerking van dat plan zou worden beoordeeld op welke wijze aan kleinschalige bedrijfsactiviteiten invulling kon worden gegeven, mits dit te verenigen zou zijn met de voorziene woningbouw. Zoals hiervoor al aangegeven is die mogelijkheid in het nu voorliggende plan ook opgenomen. Opgemerkt dient daarbij nog te worden dat anders dan door de indiener van de zienswijze wordt gesteld bij de gemeente geen informatie (vergunning danwel toestemming) bekend is dat van gemeentewege medewerking is verleend aan de vestiging van het op het perceel aanwezige bedrijf. Op verzoek van de gemeente heeft de indiener van de zienswijze daar ook geen bewijsmateriaal voor kunnen overleggen. Toegankelijkheid perceel is niet langer mogelijk vanaf Vorsterdijk. In de huidige situatie is een oprit aanwezig die de Vorsterdijk verbindt met de achterkant van het desbetreffend perceel.
Deze oprit is in het ontwerpbestemmingsplan onderdeel van de bestemming ‘Woongebied – 1’. Die bestemming sluit een dergelijke oprit niet uit. Het is echter denkbaar dat de oprit alsnog vervalt of verplaatst wordt, dit zal worden bepaald zodra ontwikkeling van woningbouw ter plaatse aan de orde is. De eventuele locatie en vormgeving van deze oprit is overigens een uitvoeringsaspect. Er zal ook in de toekomstige situatie sprake blijven van de ontsluiting aan de achterkant van het perceel. Aspecten geluid en luchtkwaliteit zijn onvoldoende beoordeeld.