2021-18 RV Bijlage 05-23 - Activiteitenplan ontheffing Wet natuurbescherming
Tekst van het document
Activiteitenplan: Nuenen West Fase 1 Ontheffingsaanvraag soortenbescherming Wet natuurbescherming
projectnummer 0411948 definitief revisie 00 22 december 2020
Activiteitenplan: Nuenen West Fase 1 Ontheffingsaanvraag soortenbescherming Wet natuurbescherming
projectnummer 0411948 definitief revisie 00 22 december 2020
Auteurs S.C.H.J. van Eijk A.M. Posthumus
Opdrachtgever BPD Ontwikkeling BV Kronehoefstraat 72 5622 AC EINDHOVEN
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
datum vrijgave
beschrijving revisie 00 definitief
goedkeuring L.J.G. Koks
vrijgave G. La Rose
Inhoudsopgave
Blz.
1
Algemene gegevens
1
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.5.1 1.6 1.7 1.8
Aanvrager Contactpersoon / adviseur Naam van de door u voorgenomen activiteit(en)/ontwikkeling(en) Locatie van de door u voorgenomen activiteit(en)/ontwikkeling(en) Beschrijving van de door u voorgenomen activiteit(en)/ontwikkeling(en): Relatie met de verbodsbepalingen Periode waarbinnen de activiteiten plaatsvinden: Werken volgens een gedragscode: Eerder verleende ontheffing of omgevingsvergunning inclusief vvgb voor soorten:
1 1 1 1 2 4 4 4 4
2
Aanwezige beschermde soorten
5
2.1
Soorten
5
3
Soorten en verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming
10
3.1 3.2
Voor welke soorten wordt een ontheffing aangevraagd? Ecologische inventarisatie
10 10
4
Belangen en doel
11
4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1 4.3.2
Eekhoorn Op grond van welk wettelijk belang wordt een ontheffing aangevraagd? Motivering wettelijk belang(en) in relatie tot de activiteit Kerkuil Op grond van welk wettelijk belang wordt een ontheffing aangevraagd? Motivering wettelijk belang(en) in relatie tot de activiteit Gewone dwergvleermuis Op grond van welk wettelijk belang wordt een ontheffing aangevraagd? Motivering wettelijk belang(en) in relatie tot de activiteit
11 11 11 11 11 11 12 12 12
5
Andere bevredigende oplossingen (alternatieven)
13
5.1 5.2 5.3
Alternatieve locaties Alternatieve inrichtingsplannen. Alternatieve werkwijze / planning
13 13 14
6
Mitigatie
16
6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.2
Eekhoorn Ophangen nestkasten Gefaseerd ontmantelen (Realisatie nieuw) leefgebied in groene parken en tuinen Realisatie nieuw leefgebied in het Dommeldal Kerkuil
16 16 16 17 17 19
6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.3 6.3.1 6.3.2 6.3.3
Kerkuilentil Voorkómen verstoring tijdens aanlegfase Nieuwleefgebied in parken en in het Dommeldal Gewone dwergvleermuis Realiseren van tijdelijke verblijfplaatsen met behoud van functionaliteit Realiseren van permanente verblijfplaatsen in bebouwing Ongeschikt maken huidige verblijfplaats & werken buiten de kwetsbare periode
20 21 22 22 23 23 24
7
(Gunstige) staat van instandhouding van de betreffende soorten
25
7.1 7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.1.4 7.1.5 7.2 7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4 7.2.5 7.3 7.3.1 7.3.2 7.3.3 7.3.4 7.3.5
Eekhoorn Huidige staat van instandhouding Functies plangebied Populatie omgeving Effecten door voornemen Conclusie: geen afbreuk van SvI Kerkuil Huidige staat van instandhouding Functies plangebied Populatie omgeving Effecten door voornemen Conclusie: geen afbreuk van SvI Gewone dwergvleermuis Huidige staat van instandhouding Functies plangebied Populatie omgeving Effecten door voornemen Conclusie: geen afbreuk van SvI
25 25 25 25 26 26 27 27 27 27 28 28 28 28 29 29 30 30
8
Literatuur
31
1
Algemene gegevens
1.1
Aanvrager Aanvrager: BPD Ontwikkeling BV Naam voorletters(s): t.a.v. dhr. D. Horsten Adres (straat, huisnummer, postcode en plaats): Kronehoefstraat 72 5622 AC EINDHOVEN Telefoonnummer: 040 265 98 59 Berichtenbox naam: BSN-nummer: E-mailadres: d.horsten@bpd.nl Bedrijf / organisatie (indien aan de orde): BPD Ontwikkeling BV KvK-nummer: 08013158
1.2
Contactpersoon / adviseur Naam en adres (straat, huisnummer, postcode en plaats): L.J.G. Koks Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout Postbus 40 4900 AA Oosterhout Telefoonnummer: 06 20 54 49 39 E-mailadres: luc.koks@anteagroup.com
1.3
Naam van de door u voorgenomen activiteit(en)/ontwikkeling(en) Woningbouw Nuenen West, fase 1.
1.4
Locatie van de door u voorgenomen activiteit(en)/ontwikkeling(en) Naam en adres (straat, huisnummer, postcode, plaats en gemeente) / omschrijving locatie (indien locatie niet gekoppeld is aan een huisadres): De geplande woningbouwlocatie ligt in de gemeente Nuenen. De locatie is geografisch globaal gelegen tussen de bebouwde kom van Nuenen (oostkant), het Dommeldal / de weg Vorsterdijk (westkant), de Europalaan (noordkant) en de Opwettenseweg (zuidkant). De locatie van de woonwijk is weergeven op Figuur 1.1.
Figuur 1.1. Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: Globespotter, 2019.
1.5
Beschrijving van de door u voorgenomen activiteit(en)/ontwikkeling(en): Geef hieronder een gedetailleerde beschrijving van de voorgenomen activiteit(en)/ ontwikkelingen. In het plangebied wordt in de komende jaren een woonwijk gerealiseerd. De opzet van deze woonwijk is globaal weergegeven op de bestemmingsplankaart in Figuur 1.2. De totale wijk Nuenen West wordt in de komende twintig jaar ontwikkeld. Bestaande gebouwen en de omliggende tuinen in het plangebied blijven grotendeels behouden. De agrarische percelen en een aantal verruigde percelen / bosschages worden omgevormd tot woongebied. De komende jaren wordt de woonwijk vanuit de Europalaan naar het zuiden toe ontwikkeld. Dit sluit aan bij reeds ontwikkelde delen van de wijk. Pas in een later stadium wordt de woonwijk aan de noordkant van de Europalaan ontwikkeld. Voorliggende ontheffingsaanvraag richt zich op het deel van de woonwijk dat de komende vijf jaar ontwikkeld wordt (Fase 1).
Figuur 1.2. Uitsnede bestemmingsplankaart Nuenen West (Chw Nuenen West, ontwerp, 13-02-2019). Rode contour betreft Fase 1.
1.5.1
Relatie met de verbodsbepalingen In het plangebied zijn de eekhoorn, kerkuil en gewone dwergvleermuis aangetroffen die middels respectievelijk Artikel 3.10, Artikel 3.1 en Artikel 3.5 beschermd zijn. Bij het realiseren van het voornemen worden vast rust- en verblijfplaatsen (eekhoorn en gewone dwergvleermuis) vernietigd en (mogelijk) nestplaatsen (kerkuil) permanent verstoord hetgeen conform voorgenoemde artikelen niet is toegestaan.
1.6
Periode waarbinnen de activiteiten plaatsvinden: Vul hieronder de periode in waarbinnen de activiteit(en) of ontwikkeling en bijbehorende handelingen worden uitgevoerd: Startdatum: 1 december 2020 Einddatum: 30 november 2025 Vul hieronder de periode in waarbinnen u een ontheffing nodig heeft: Startdatum: 1 december 2020 Einddatum: 30 november 2025 Wijkt deze periode af van de onder 1.6 aangegeven periode van activiteiten/ontwikkeling? Nee.
1.7
Werken volgens een gedragscode: Worden er werkzaamheden uitgevoerd overeenkomstig een door de Staatssecretaris van EZ vastgestelde gedragscode? Nee
1.8
Eerder verleende ontheffing of omgevingsvergunning inclusief vvgb voor soorten: Is er eerder een ontheffing of toestemming verleend door RVO of een ander overheidsorgaan voor dezelfde werkzaamheden of activiteiten? Nee.
2
Aanwezige beschermde soorten Geef hieronder aan welke beschermde soorten aanwezig zijn binnen de invloedssfeer van de activiteit(en) waarvoor u de ontheffing aanvraagt:
2.1
Soorten Beschrijf samengevat de resultaten van de ecologische inventarisatie Soort(en) | Nederlandse en wetenschappelijke naam: Op basis van de ecologische inventarisaties blijkt dat in het plangebied de eekhoorn (Sciurus vulgaris) voor komt. Naar schatting gaat het om 4-6 verschillende eekhoorns die in het plangebied wonen. Daarnaast is een jaarrond beschermd nest van de kerkuil (Tyto alba) aanwezig. Tevens is er een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis (één individu) aanwezig in het plangebied. Uit de basisinventarisatie uit 2019 (Antea Group, 2019) blijkt dat mogelijk nog meer soorten in het plangebied voor kunnen komen. Voorliggende ontheffingsaanvraag wordt vooruitlopend op nieuwe resultaten van de onderzoeken ingediend. Dit met het oog op de gewenste kap van een aantal bosschages eind 2020 / begin 2021. Indien bij de inventarisatie van 2020 toch nog beschermde soorten worden aangetroffen dan zal dit middels een aanvullende ontheffingsaanvraag kenbaar worden gemaakt.
Functie(s) van het plangebied voor de soort(en): Eekhoorn In het plangebied zijn negen nesten van de eekhoorn aanwezig. De bosschages in het plangebied vormen het leefgebied van de soort. Er zijn veel plaatsen met beukenhagen waardoor veel voedsel aanwezig is.
Figuur 2.1. Waargenomen eekhoornnesten 12-12-2019.
Figuur 2.2. Eekhoornnesten in het plangebied (12-12-2019).
Kerkuil In het plangebied is een nest van de kerkuil aanwezig. Daarnaast vormt het plangebied de functionele leefomgeving horende bij dit nest. De locatie en een impressie van de nestlocatie zijn opgenomen in respectievelijk Figuur 2.3. en Figuur 2.4.
Figuur 2.3. Nest kerkuil (gele stip) in het plangebied.
Figuur 2.4. Nestlocatie kerkuil.
Gewone dwergvleermuis In het plangebied is een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aanwezig. Het betreft een verblijfplaats van één individu in de garage bij de Opwettenseweg nr 102. De locatie en een impressie van de locatie zijn opgenomen in respectievelijk Figuur 2.5 en Figuur 2.6.
Figuur 2.5. Zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis (gele stip) in het plangebied.
Figuur 2.6. Impressie van de locatie van de zomerverblijfplaats.
3
Soorten en verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming
3.1
Voor welke soorten wordt een ontheffing aangevraagd? Soort en verbodsbepaling Eekhoorn De ontheffing wordt aangevraagd voor het vernietigen van nesten en bijbehorend essentieel leefgebied van de eekhoorn (Sciurus vulgaris) verwoord in Artikel 3.10, eerste lid, b als vaste voorplantings- of rustplaatsen beschadigen of vernielen. Kerkuil De ontheffing wordt aangevraagd voor het vernietigen van essentieel leefgebied van de kerkuil (Tyto Alba) verwoord in Artikel 3.1 vierde lid: opzettelijk verstoren van vogels. Hierbij wordt opgemerkt dat het nest zelf niet wordt vernietigd; mogelijk dat het nest in functie kan blijven. Voor het geval het nest zijn functionaliteit verliest wordt ontheffing aangevraagd en wordt compensatie aangeboden. Gewone dwergvleermuis De ontheffing wordt aangevraagd voor het verstoren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en het vernietigen van een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis verwoord in Artikel 3.5, tweede lid als opzettelijk verstoren en Artikel 3.5, vierde lid als voortplantingsplaatsen of rustplaatsen beschadigen of te vernielen.
3.2
Ecologische inventarisatie Bovenstaand heeft u aangegeven voor welke soorten mogelijk een verbodsbepaling wordt overtreden. Geef hieronder een verantwoording van het onderzoek dat naar de effectbepaling van de activiteit is gedaan. Wie heeft de inventarisatie uitgevoerd? Naam adviesbureau of deskundige: Ir. Sjoerd van Eijk van Antea Group BV. Heeft deze persoon voor de aangevraagde werkzaamheden in combinatie met de betreffende soorten aantoonbare kennis en ervaring op het gebied van soortspecifieke ecologie? Ja. Wanneer heeft de inventarisatie plaatsgevonden? Het plangebied van Nuenen West wordt al jaren gemonitord om het voor komen van beschermde soorten in de gaten te houden. De laatste inventarisaties hebben plaatsgevonden op 26-09-2019 en in de winter van 2019 en het voorjaar van 2020 (Antea Group, 2020).
4
Belangen en doel
4.1
Eekhoorn
4.1.1
Op grond van welk wettelijk belang wordt een ontheffing aangevraagd? De ontheffing voor de eekhoorn wordt aangevraagd op basis van het belang: “ruimtelijke inrichting en ontwikkeling”.
4.1.2
Motivering wettelijk belang(en) in relatie tot de activiteit Motiveer waarom de activiteit(en) de/het wettelijke belang(en) dient/dienen, zoals dit is aangegeven bij 4.1.1: Het plangebied maakt deel uit van de ontwikkeling van de woonwijk Nuenen West. Het gebied waar een ontheffing voor wordt aangevraagd betreft fase 1 van deze ontwikkeling. In het plangebied wordt reeds enkele jaren gebouwd aan de woonwijk. Bij deze ontwikkeling is tot nu toe geen leefgebied van de eekhoorn “geraakt”. Bij de ontwikkeling van het vervolg van de woonwijk worden wel nesten en leefgebied van de soort geraakt.
4.2
Kerkuil
4.2.1
Op grond van welk wettelijk belang wordt een ontheffing aangevraagd? Belangen in het kader van de Vogelrichtlijn zijn niet van toepassing op onderliggend project. Er is immers geen sprake van een bedreiging van de volksgezondheid of de openbare veiligheid, flora en fauna of veiligheid van het luchtverkeer, die door de uitvoering van de werkzaamheden wordt weggenomen. De plannen hebben echter geen wezenlijke invloed op de kerkuil door de mitigerende maatregelen die voor de soort genomen worden. De noodzaak voor een belang vanuit de Vogelrichtlijn om het project te kunnen uitvoeren is derhalve niet aan de orde.
4.2.2
Motivering wettelijk belang(en) in relatie tot de activiteit Motiveer waarom de activiteit(en) de/het wettelijke belang(en) dient/dienen, zoals dit is aangegeven bij 4.2.1: Het plangebied maakt deel uit van de ontwikkeling van de woonwijk Nuenen West. Het gebied waar een ontheffing voor wordt aangevraagd betreft fase 1 van deze ontwikkeling. In het plangebied wordt reeds enkele jaren gebouwd aan de woonwijk. De opdrachtgever is zich bewust van het feit dat voor vogels alleen een ontheffing verleend kan worden middels belangen genoemd in de Vogelrichtlijn. De in deze aanvraag aangedragen belangen ‘dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wenselijk gunstige effecten’ en ‘de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling’ zijn niet genoemd in de Vogelrichtlijn. Echter, deze belangen, genoemd in artikel 2, derde lid, aanhef en onder e en j, van het Vrijstellingsbesluit kunnen bij deze aanvraag wel aan een ontheffingsverlening ten grondslag liggen. Er is immers geen sprake van verstoring van wezenlijke invloed.
Doordat er geen sprake is van verstoring met een wezenlijke invloed zijn de belangen uit de Vogelrichtlijn niet van toepassing op het voorliggende project. Voor de kerkuil zijn tijdig voldoende (mitigerende) maatregelen genomen. Daarnaast blijft mogelijk de huidige verblijfplaats voor de soort functioneren, waardoor de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats niet wordt aangetast en gegarandeerd is. De werkzaamheden, die nodig zijn voor de uitvoering van het project, worden ook uitgevoerd in het kader van belang ‘ruimtelijk inrichting of ontwikkeling’. Een ontheffing kan verleend worden ten behoeve van dit belang, mits geen benutting of economisch gewin plaatsvindt en zorgvuldig wordt gehandeld. Van benutting of economisch gewin van kerkuil is hier geen sprake. Door het realiseren van het project treden er geen permanent negatieve effecten op ten aanzien van de aanwezige populatie van de kerkuil.
4.3
Gewone dwergvleermuis
4.3.1
Op grond van welk wettelijk belang wordt een ontheffing aangevraagd? De ontheffing voor de gewone dwergvleermuis wordt aangevraagd op basis van het belang: “van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten”.
4.3.2
Motivering wettelijk belang(en) in relatie tot de activiteit Motiveer waarom de activiteit(en) de/het wettelijke belang(en) dient/dienen, zoals dit is aangegeven bij 4.2.1: De woningnood in Nederland is hoog, zo ook in de regio Eindhoven. De onderhavige locatie van de te slopen schuur maakt deel van een integraal stedebouwkundig plan. Naast voorzien in de woningbehoefte in de regio draagt de ontwikkeling van woningbouw tevens bij aan het energiezuiniger wonen, dat als een algehele doelstelling geldt voor gasloos wonen. Tevens zullen de nieuwbouwwoningen duurzamer zijn, bijvoorbeeld in de mate van isolatie, dan de huidige (gedateerde) bebouwing wat een positief effect heeft op het milieu. De sloop van de schuur is onderdeel van de ontwikkeling van woningen in Nuenen West. Zoals eerder vermeld in dit activiteitenplan zijn voor het bouwen van voldoende woningen in de regio Eindhoven in maart 2005 afspraken vastgelegd. Daarnaast wordt de ontwikkeling van Nuenen West specifiek genoemd in de structuurvisie van Nuenen (Gemeente Nuenen, 2015) en de ligging en vormgeving op hoofdlijnen van de woonwijk is planologisch verankerd in het ontwerp Chwbestemmingsplan Nuenen West 2019. Het betreft een weloverwogen plan waarin na afstemming met de gemeente een balans is gevonden tussen de voorgenomen ontwikkeling en consequenties voor de omgeving, o.a. de natuur.
Afwijken van het plan door (in dit geval) de schuur te laten staan maakt dat het project economisch lastig haalbaar wordt. Om de gefaseerde bebouwing van het plangebied mogelijk te maken, worden er tevens gefaseerd gronden verworven. Dit is tevens aan de orde bij de schuur waarin de verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is aangetroffen. De schuur is reeds niet meer actief in gebruik, waardoor er een reële kans is op het in verval raken van het pand als deze niet tijdig worden gesloopt. Dit kan gevolgen hebben voor de veiligheid voor de overige omwonenden. Met het oog op een veilige, opgeruimde en geordende situatie in de omgeving is het zeer wenselijk om de bebouwing te slopen.
5
Andere bevredigende oplossingen (alternatieven)
5.1
Alternatieve locaties Welke alternatieve locaties heeft u voor uw project overwogen waardoor uw werkzaamheden geen of minder schadelijke effecten hebben voor de soort? Onderbouw waarom deze alternatieve locaties niet mogelijk zijn: De ontwikkeling van de woningen in Nuenen West is gebaseerd op regionale afspraken uit het verleden. Voor het bouwen van voldoende woningen in de regio Eindhoven zijn in maart 2005 afspraken vastgelegd in het convenant Stedelijk Gebied Eindhoven, ook wel het BOR-convenant genoemd (BOR staat voor Bestuurlijk Overleg Randgemeenten). Het convenant is ondertekend door de besturen van de gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen c.a., Son en Breugel, Veldhoven en Waalre. Later zijn de woningbouwafspraken overgenomen door het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE). Bij de locatiekeuze is middels een m.e.r. procedure een integrale afweging gemaakt voor de exacte locatie van de woonwijk. De ontwikkeling van Nuenen West wordt specifiek genoemd in de structuurvisie van Nuenen (Gemeente Nuenen, 2015). In de visie wordt gesproken van een eigentijdse dorpse stedenbouw met speciale aandacht voor de inrichting van het beekdal van de Dommel. De ligging en vormgeving op hoofdlijnen van de woonwijk is planologisch verankerd in het ontwerp Chw-bestemmingsplan Nuenen West 2019.
5.2
Alternatieve inrichtingsplannen. Welke alternatieve inrichtingsplannen heeft u voor uw project overwogen waardoor uw werkzaamheden geen of minder schadelijke effecten hebben voor de soort? Onderbouw waarom deze alternatieve inrichtingsplannen niet mogelijk zijn: M.b.t. de eekhoorn De populatie eekhoorns in het plangebied bevindt zich in losse snippers bos in een agrarisch landschap. De populatie in het plangebied ligt geïsoleerd ten opzichte van grotere bossen in de omgeving. Bij de realisatie van de woonwijk is gekeken naar het integreren van groene stukken in de wijk. Om tot een efficiënte verkaveling te komen is ervoor gekozen om twee groene parken in fase 1 van het project aan te leggen. Deze groene gebieden moeten de natuur uit het Dommeldal de woonwijk in halen. Het sec handhaven van de bestaande bosgebiedjes in de toekomstige woonwijk zorgt voor het isoleren van de eekhoorns tussen intensieve bebouwing, waardoor een niet leefbare situatie voor de soort over blijft. Mede daarom is er voor gekozen om naast het creëren van de groene parken binnen Nuenen-West ook het gebied ten westen van het plangebied een natuurlijke en landschappelijke kwaliteitsimpuls te geven. De vormgeving hiervan is beschreven in hoofdstuk 6. M.b.t. de kerkuil Door de ontwikkeling van de woonwijk wordt de huidige nestlocatie van de soort ingebouwd door nieuwbouw.
De kerkuil komt ook voor in stedelijke gebieden, dus zou de nestlocatie in principe kunnen blijven functioneren in de toekomstige situatie. Groene rustige gebieden die worden gevormd door bestaande tuinen in het plangebied tussen de nestlocatie en het Dommeldal zorgen er voor dat er een natuurlijke verbinding voor de soort van zijn nestlocatie naar het foerageergebied blijft bestaan. M.b.t. de gewone dwergvleermuis
De bestaande schuur past niet binnen het stedenbouwkundig ontwerp van de wijk en kan daarom niet worden gehandhaafd. De verblijfplaats die in het geding is betreft een niet-zeldzame soort en een niet-kwetsbare functie. De verblijfplaats wordt in de nieuwe situatie van de nieuwbouw op een duurzame wijze ingebouwd met een permanente voorziening voor de gewone dwergvleermuis.
5.3
Alternatieve werkwijze / planning Welke alternatieve werkwijze/planning heeft u voor uw project overwogen waardoor uw werkzaamheden geen of minder schadelijke effecten hebben voor de soort? Onderbouw waarom deze alternatieve werkwijzen niet mogelijk zijn: M.b.t. de eekhoorn Bij het bouwrijp maken van het gebied is gekozen voor het stapsgewijs ontmantelen van de geschikte biotopen voor de eekhoorn. In eerste instantie worden de bosschages gekapt waar geen nesten van de eekhoorn aanwezig zijn. Dit vindt plaats na afronding van het broedseizoen 2020. Daarnaast worden de groene parken in het plangebied aantrekkelijker gemaakt door: • Het planten van bomen (eik, beuk, paardenkastanje, en els); • Het planten van vruchtdragende struiken (hazelaar); • Het ophangen van nestkasten voor eekhoorns. In tweede instantie worden aan het einde van 2020 de bosschages gekapt waar nesten van eekhoorns aanwezig zijn. Daarbij wordt gewerkt van het oosten naar het westen zodat de dieren niet onnodig naar de nog te kappen bosschages vluchten. Voordat deze stap wordt genomen wordt ook een corridor tussen het plangebied en het Dommeldal ingericht met voor eekhoorns geschikt biotoop (zie Hoofdstuk 7). Op deze manier kunnen eekhoorns desgewenst richting het Dommeldal trekken.
Daarmee ontstaat naast het geschikte biotoop in het plangebied en net daarbuiten ook een corridor naar een groter leefgebied in het Dommeldal. M.b.t. de kerkuil De nestlocatie van de kerkuil wordt bij de ontwikkeling van de woonwijk jaarlijks gemonitord. Indien de locatie in gebruik is door de uil mogen tijdens het broedseizoen geen verstorende werkzaamheden plaatsvinden binnen een straal van vijftig meter van het nest. Deze werkwijze wordt nader uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol voor de voorgenomen realisatiefase van de werkzaamheden rondom de huidige nestlocatie. Gezien de ligging van de huidige nestlocatie, en het feit dat de locatie zelf niet wordt aangetast, wordt geprobeerd het nest ook in de toekomst te behouden. M.b.t de gewone dwergvleermuis De werkwijze van de sloop wordt aangepast aan de aanwezigheid van de verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Dat wil zeggen dat de bestaande verblijfplaats voorafgaand aan de sloop, na het aanbieden van ruim voldoende alternatieven, eerst ongeschikt gemaakt wordt voordat begonnen wordt met de sloop. Dit zal plaatsvinden na de gewenningsperiode van drie maanden na de plaatsing van de alternatieve tijdelijke verblijfplaatsen (na 21 oktober 2020) en voor de winterrust periode (richtdatum 1 november, afhankelijk van klimatologische omstandigheden).
Het ongeschikt maken plaatsvinden na de winterrustperiode (richtdatum 1 april 2021, tevens afhankelijk van klimatologische omstandigheden). Vóór aanvang van het ongeschikt maken vindt ecologische begeleiding plaats. Er zal enkele dagen voorafgaand aan het ongeschikt maken, gemonitord worden of er vleermuizen aanwezig zijn in het
gebouw. Voor de verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis geldt dat het ongeschikt maken gebaseerd is op het verstoren van het microklimaat door het creëren van tocht. Dit zal ter plaatse ook gebeuren. Ook kunnen de invliegopeningen, nadat de dieren zijn uitgevlogen, overdadig verlicht worden met bijvoorbeeld bouwlampen. Deze verlichting wordt dan pas aangezet als er zekerheid is dat de aanwezige vleermuizen vertrokken zijn en de dieren nog niet teruggekeerd zijn. Tevens kunnen er mogelijk ‘exclusion flaps’ worden gebruikt. Het ongeschikt maken van de vleermuisverblijfplaats gebeurt minimaal drie dagen (met avondtemperaturen van minimaal tien graden Celsius) voorafgaand aan het moment waarop de sloop begint. Beoogd is om de werkzaamheden zo snel mogelijk na het verlaten van de verblijfplaatsen uit te voeren. Wanneer de ecologische begeleider ter plaatse aangeeft dat het gebouw vrij is van vleermuizen, wordt gestart met het strippen van het gebouw (onder begeleiding). Er zullen voorzichtig openingen in de spouwmuren aangebracht worden. Er wordt ten alle tijden in de gaten gehouden of er tijdens het ongeschikt maken van de gebouwen, geen vleermuizen aanwezig zijn. Wanneer dat wel het geval is, wordt direct gestopt met het werk en wordt gewacht tot de dieren vanzelf het gebouw verlaten hebben.
Door het opvolgen van bovenstaande werkwijze worden eventuele effecten op de gewone dwergvleermuis tot een minimum beperkt. Een andere werkwijze leidt niet tot minder schade aan de soort.
6
Mitigatie Beschrijf per soort welke maatregelen worden getroffen, die de effecten van het initiatief op de soort verzachten of voorkomen. Maak hierbij onderscheid tussen maatregelen die bewezen effectief zijn en maatregelen waarvan niet met 100% zekerheid vast staat dat deze effectief zijn.
6.1
Eekhoorn Om het effect op eekhoorns in het plangebied tot een minimum te beperken wordt een aantal mitigerende maatregelen genomen. Het gaat om: • • • •
Het ophangen van nestkasten; Gefaseerd ontmantelen; Realisatie van nieuw leefgebied in de groene parken; Realisatie van nieuw leefgebied naar en in het Dommeldal.
De locaties van deze maatregelen zijn weergegeven op de kaart aan het einde van deze paragraaf.
6.1.1
Ophangen nestkasten In het groene park (noordelijke park) waar op dit moment al veel bomen aanwezig zijn worden zes nestkasten voor eekhoorns opgehangen. Deze nestkasten zorgen er voor dat eekhoorns op een plek die in de toekomstige situatie gehandhaafd blijft beschutting wordt aangeboden. In dit deel van het plangebied is in de huidige situatie zeer veel voedsel aanwezig door de grote aantallen beuken(-hagen) die hier staan. Daarnaast worden kasten geplaatst in enkele oude eikenbomen aan de zuidwestzijde van de Vorsterdijk, nabij de locatie waar ook nieuw eekhoornbiotoop richting het Dommeldal wordt aangelegd. Een voorbeeld van een eekhoornkast is weergegeven op Figuur 6.1. De kasten worden aangeboden in het najaar / winter van 2020.
Figuur 6.1. Voorbeeld nestkast eekhoorn (Vivarapro).
6.1.2
Gefaseerd ontmantelen De eekhoorns komen voor in bosjes in het plangebied die relatief geïsoleerd liggen ten opzichte van grote natuurlijke eenheden. Alternatief leefgebied voor de eekhoorns is daardoor moeilijker te bereiken. Daarom worden de bosjes gefaseerd ontmanteld. In eerste instantie worden de bosjes gekapt waar binnen een straal van 20 meter geen nesten van eekhoorns aanwezig zijn. Daardoor
worden de nestlocaties van de eekhoorn minder aantrekkelijk en worden eekhoorns gestimuleerd om zelf aantrekkelijkere plekken op te zoeken. De bosjes worden gekapt ná het broedseizoen 2020. In twee instantie worden ook de bosjes met de nesten van de eekhoorns gekapt. Dit wordt gedaan buiten de kwetsbare periode (voorplantingsperiode en vorst) van de soort. De kap vindt plaats tussen augustus en december van 2020 in een periode dat het niet vriest. De kap wordt uitgevoerd van oost naar west, waardoor eekhoorns niet onnodig verjaagd worden naar bosjes die ook nog gekapt worden.
6.1.3
(Realisatie nieuw) leefgebied in groene parken en tuinen Om er voor te zorgen dat de eekhoorns een plek hebben om naar toe te gaan wordt bestaand groen in de groene parken behouden. Met name het noordelijk gelegen groene park biedt zeer geschikt biotoop door de grote hoeveelheid oude beukenhagen die er staan. In dit park worden op enkele plekken nieuwe bomen aangeplant (zomereik, paardenkastanje). Daarnaast worden ook hazelaars aangeplant. In de zuidelijk park worden de (enkele) bomen die er staan behouden. Daarnaast worden er in groepjes bomen aangeplant (zomereik, paardenkastanje, zwarte els) met bomenrijen die de groepjes met elkaar verbinden. Ook worden hazelaars aangeplant. Beide parken vormen hiermee samen met de tuinen van een aantal particulieren geschikt leefgebied voor de eekhoorn aan de rand van het plangebied van Nuenen West.
6.1.4
Realisatie nieuw leefgebied in het Dommeldal Naast het behouden en realiseren van leefgebied voor de eekhoorn in het plangebied wordt ook buiten het plangebied gestreefd naar natuurlijke ontwikkeling. In het kader van de planontwikkeling van Nuenen West zijn afspraken gemaakt over de landschappelijke ontwikkeling van het Dommeldal en zijn de bijbehorende financiële middelen beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn in de breedte voor de natuurlijke en landschappelijke ontwikkeling van het Dommeldal ten westen van het plangebied. De eekhoorn kan meeliften op deze ontwikkeling. Vooruitlopend op de gehele inrichting van het Dommeldal wordt een eerste fase (Zie Figuur 6.2 en 6.3) ingericht voor de soort. Deze inrichting moet er voor zorgen dat een uitwisseling van de populatie eekhoorns in het plangebied met de eekhoorns in het Dommeldal mogelijk wordt. De realisatie van dit deel wordt voorzien voor eind 2020. De inrichting bestaat uit het aanplanten van lijnvormige structuren van met name struikvormende vruchtdragende soorten zoals de hazelaar, aangevuld met bomen zoals zomereik en zwarte els.
Figuur 6.2. Impressie inrichting Dommeldal (Plan en project, 2018). Met daarop de eerste fase van de realisatie (gele contour)
Figuur 6.3. Locaties huidige nesten van de eekhoorn en locaties mitigerende maatregelen.
6.2
Kerkuil Om het effect op de kerkuil in het plangebied tot een minimum te beperken wordt een aantal mitigerende maatregelen genomen. Het gaat om: • • • •
Het creëren van nieuwe nestlocaties door middel van kerkuiltillen; Voorkómen van verstoring tijdens aanlegfase; Realisatie van nieuw leefgebied in de groene parken; Realisatie van nieuw leefgebied in het Dommeldal.
6.2.1
Kerkuilentil •
•
• •
Ter vervanging van de nestlocatie van de kerkuil wordt een kerkuilentil van duurzaam materiaal gebouwd. Deze maatregel is gebaseerd op de richtlijnen uit het kennisdocument Kerkuil (BIJ12, versie 1.0, juli 2017). De til biedt voldoende veiligheid tegen predatoren. Een impressie van de kerkuil til is weergegeven in Figuur 6.4; De kerkuilentil worden binnen een straal van 200 meter van de huidige nestlocatie gerealiseerd. Zodoende kan de locatie snel ontdekt worden door de soort. Zie Figuur 6.5 voor de locatie; De kerkuilentil zal uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de start van de werkzaamheden rond de bestaande nestlocatie worden gerealiseerd; Rondom de kerkuilentil wordt bestaande hoog opgaande vegetatie behouden.
Figuur 6.4. Schetsontwerp te plaatsen kerkuilentil
Figuur 6.5. Locaties van het huidige nest van de kerkuil en de nieuwe kerkuiltillen, waarvan vooralsnog één locatie optioneel.
6.2.2
Voorkómen verstoring tijdens aanlegfase Het is mogelijk dat de soort de nestlocatie blijft gebruiken ondanks de aanleg van de woonwijk. Van een broedgeval kan sprake zijn in de periode februari – december. Soms is zelfs sprake van een tweede broedgeval (BIJ12, 2017a). Om verstoring van een actueel broedgeval te voorkomen moet aan een aantal voorwaarden voldaan worden: • Er mogen geen verstorende werkzaamheden worden uitgevoerd direct grenzend aan de nestlocatie. Hiervoor wordt een straal van 50 meter aangehouden. (zie Figuur 6.6.); • Niet verstorende werkzaamheden mogen binnen deze zone worden uitgevoerd tussen zonsopkomst en zonsondergang;
•
De nestlocatie mag niet verlicht worden.
Figuur 6.6. Straal van 50 meter rond de nestlocatie van de kerkuil.
6.2.3
Nieuwleefgebied in parken en in het Dommeldal Net zoals beschreven bij de eekhoorn wordt de omgeving rond de nieuwe woonwijk natuurlijk ingericht. De parken in de wijk krijgen een natuurlijk karakter. Het behoud van de parken is geborgd in het bestemmingsplan Nuenen-West. Daarnaast wordt de natuurlijke kwaliteit van het Dommeldal verbeterd. Zo ontstaan een kwalitatief beter leefgebied voor de kerkuil.
6.3
Gewone dwergvleermuis Om het effect op de gewone dwergvleermuis in het plangebied tot een minimum te beperken wordt een aantal mitigerende maatregelen genomen. Het gaat om: • • • •
Het realiseren van tijdelijke verblijfplaatsen en de functionaliteit ervan in stand houden; Het realiseren van permanente verblijfplaatsen in bebouwing; Ongeschikt maken van de huidige verblijfplaats; Werken buiten de kwetsbare periode;
De locaties van deze maatregelen zijn (indien relevant) weergegeven op de kaart aan het einde van deze paragraaf.
6.3.1
Realiseren van tijdelijke verblijfplaatsen met behoud van functionaliteit Voor elk aan te tasten of te verwijderen verblijfplaats moeten volgens het Kennisdocument van de gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017b) meerdere alternatieve verblijfplaatsen aangeboden worden. Er verblijft in het plangebied één individu van de gewone dwergvleermuis. De bebouwing heeft jaarrond een functie als zomerverblijfplaats en eventueel als winterverblijf (niet zijnde massa winterverblijfplaats (BIJ12, 2017b)). Op 21 juli 2020 zijn alternatieve verblijfplaatsen aangeboden in de directe nabijheid (< 200 m) van de te slopen schuur. In totaal zijn vier kasten aangeboden. Deze kasten zijn in tweetallen aangebracht op een paal. De palen met kasten zijn zo geplaatst dat de kasten op minimaal 3 meter hoogte hangen en er sprake is van een vrije uitvliegruimte, vrij van kunstlicht en verstoring en buitne het bereik van predatoren (BIJ12, 2017b). In Figuur 6.7 is op een kaart aangegeven waar de kasten zijn opgehangen. In de onderhavige locatie is het niet mogelijk om op korte afstand vervangende voorzieningen in de vorm van kasten aan gebouwen te plaatsen. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt de functionaliteit van de kasten in stand gehouden door geen steigers, doeken, folie etc. voor in-en uitvliegopeningen te plaatsen of de kasten met kunstmatig licht te beschijnen.
Figuur 6.7. Locatie va gebouw met te verwijderen verblijfplaats (gele stip) en locaties van de tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen (rode stippen).
6.3.2
Realiseren van permanente verblijfplaatsen in bebouwing In de toekomstige bebouwing worden permanente verblijfplaatsen gerealiseerd. Het betreft vier ingemetselde vleermuiskasten. De locaties zijn op dit moment nog niet bekend, maar zullen
voldoen aan de voorwaarden genoemd in het Kennisdocument van de gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017b).
6.3.3
Ongeschikt maken huidige verblijfplaats & werken buiten de kwetsbare periode Voor de verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis geldt dat het ongeschikt maken gebaseerd is op het verstoren van het microklimaat door het creëren van tocht of het overmatig belichten van de ingang. Dit zal ter plaatse ook gebeuren. Ook kunnen de invliegopeningen, nadat de dieren zijn uitgevlogen, overdadig verlicht worden met bijvoorbeeld bouwlampen. Deze verlichting wordt dan pas aangezet als er zekerheid is dat de aanwezige vleermuizen vertrokken zijn en de dieren nog niet teruggekeerd zijn. Rond middernacht is dan waarschijnlijk het meest veilige moment om de verlichting aan te zetten. Tevens kunnen er mogelijk ‘exclusion flaps’ worden gebruikt. Het ongeschikt maken van de vleermuisverblijfplaats gebeurt minimaal drie dagen (met avondtemperaturen van minimaal tien graden Celsius) voorafgaand aan het moment waarop de sloop begint. Beoogd is om de werkzaamheden zo snel mogelijk na het verlaten van de verblijfplaatsen uit te voeren. Als tijdens de uiteindelijke werkzaamheden toch vleermuizen worden aangetroffen, worden de werkzaamheden onmiddellijk stopgezet en wordt direct een vleermuisdeskundige ingeschakeld. Gewacht wordt totdat de vleermuizen uit zichzelf zijn vertrokken. In geen geval worden ze gevangen en verplaatst.
Direct voorafgaand aan de sloop wordt gecontroleerd of vleermuizen daadwerkelijk niet meer aanwezig zijn. Het ongeschikt maken zal plaatsvinden na de gewenningsperiode van drie maanden na de plaatsing van de alternatieve tijdelijke verblijfplaatsen (na 21 oktober 2020) en voor de winterrust periode (richtdatum 1 november, afhankelijk van klimatologische omstandigheden). Indien de klimatologische omstandigheden het toelaten, zal de verblijfplaats nog in 2020 ongeschikt worden gemaakt onder ecologische begeleiding. Indien dit klimatologisch niet meer mogelijk is, zal het ongeschikt maken plaatsvinden na de winterrustperiode (richtdatum 1 april, tevens afhankelijk van klimatologische omstandigheden).
7
(Gunstige) staat van instandhouding van de betreffende soorten Motiveer hieronder per soort op welke wijze wordt voldaan aan genoemde voorwaarde. Soorten (habitatrichtlijn, Bonn, Bern en andere beschermde soorten); Onderbouwing dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebieden in een gunstige staat van instandhouding laten voortbestaan.
7.1
Eekhoorn De eekhoorn is een soort die staat vermeld op Bijlage A van artikel 3.10.
7.1.1
Huidige staat van instandhouding De huidige staat van instandhouding wordt beschreven als ‘stabiel’ of ‘toegenomen’. Er zit een aantal dips in de aantallen van enkele jaren geleden als gevolg van sterfte door virussen. Op dit moment lijkt het prima met de soort te gaan (Zoogdiervereniging, verspreidingsatlas NDFF).
7.1.2
Functies plangebied Het plangebied vormt voor een deel volwaardig leefgebied, waarbij naast bosschages met nesten ook veel vruchtbomen aanwezig zijn die met hun vruchten zorgen voor voedsel voor de eekhoorn. In het plangebied staan bijvoorbeeld veel beukenhagen. De agrarische percelen in het plangebied vormen geen geschikt leefgebied voor de soort.
7.1.3
Populatie omgeving Uit NDFF komen vele waarnemingen uit de omgeving van het plangebied. Uit het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend in NDFF. Dit terwijl uit onderzoek (Antea Group, 2020) blijkt dat al jaren sprake is van enkele exemplaren van de soort in het plangebied. Op basis van NDFF blijkt dat twee kernen zijn te onderscheiden in de populatie van de eekhoorn rond het plangebied. Deze kernen worden gevormd door het bosgebied in het Dommeldal ten westen van het plangebied en aan de oostkant de groene woonwijk in de zuidkant van Nuenen. Ook zijn er diverse waarnemingen van eekhoorns uit de bebouwde kom van Eindhoven. Zie Figuur 7.1.
Figuur 7.1. Waarnemingen eekhoorn rond het plangebied in de periode 2015-2020 (NDFF, 2020).
7.1.4
Effecten door voornemen Door de realisatie van de woonwijk wordt een deel van het plangebied ongeschikt voor de eekhoorn. Er blijft een aantal plaatsen in het plangebied geschikt voor de soort. Dit gaat om de bestaande tuinen aan de westrand van het plangebied. Daarnaast worden ook de groene parken ingericht voor de soort. Daarnaast worden in percelen aan de rand van het Dommeldal, grenzend aan de Vorsterdijk, landschapselementen aangelegd die geschikt nieuw leefgebied voor de soort vormen. Deze vormen tevens de verbinding naar het leefgebied in het Dommeldal.
7.1.5
Conclusie: geen afbreuk van SvI Door het gefaseerd ontmantelen van het leefgebied van de eekhoorn in het plangebied en het stapsgewijs aanbieden van nieuw leefgebied buiten het plangebied blijft voldoende leefgebied voor de soort aanwezig. Door het aanbieden van nestkasten wordt tijdelijk schuilgelegenheid geboden. Daarnaast wordt de huidige geïsoleerde populatie fysiek verbonden door landschapselementen met de populatie die in het Dommeldal zit. Tot slot is de eekhoorn een flexibele soort die veel in stedelijk gebied voor komt. Dit alles zorgt er voor dat er door de maatregelen geen afbreuk wordt gedaan aan de staat van instandhouding van de soort in de omgeving van het plangebied.
7.2
Kerkuil De kerkuil is een soort die staat op lijst van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest, beschermd middels Artikel 3.1. van de Wet natuurbescherming als categorie 4-soort in de lijst van jaarrond beschermde nesten. .
7.2.1
Huidige staat van instandhouding De staat van Instandhouding van de kerkuil als broedvogel in Nederland wordt beoordeeld als gunstig (SOVON).
Figuur 7.1. Beoordeling staat van instandhouding op landelijke schaal (SOVON).
7.2.2
Functies plangebied In het plangebied is een nest van de soort aanwezig. Daarnaast maakt het plangebied onderdeel uit van het functioneel leefgebied van deze soort. Naar verwachting maakt ook het Dommeldal onderdeel uit van het leefgebied van het paartje dat gebruik maakt van het nest.
7.2.3
Populatie omgeving Kerkuilen leven territoriaal. In Nederland is een territorium vaak tussen de 60 tot 1.200 hectare groot. De grootte is afhankelijk van de kwaliteit van het gebied voor de kerkuil. De populatie heeft in potentie een groot herstelvermogen. Het herstel is vooral afhankelijk van een goede voedselsituatie (topjaren van muizen) en van het ontbreken van winters met sneeuwdekken van meer dan 15 centimeter dik of met extreme vorst (BIJ12, 2017a). In de NDFF is te zien dat er in de omgeving een aantal kerkuilen is waargenomen (zie Figuur 7.2; NDFF 2010-2020). Uit het verslag van de uilenwerkgroep van het Brabants Landschap blijkt dat in de omgeving ten noorden en ten zuiden van het plangebied succesvolle broedgevallen van de soort zijn geweest in 2019 (Brabants Landschap, 2019).
Figuur 7.2. Waarnemingen kerkuil rond het plangebied in de periode 2010-2020 (NDFF, 2020).
7.2.4
Effecten door voornemen Door de voorgenomen ontwikkeling van de woonwijk wordt de nestlocatie fysiek niet geraakt. De nestlocatie wordt echter wel omsloten door de nieuwe woonwijk. Daarnaast verdwijnt een deel van het foerageergebied van de soort doordat landbouw en natuurlijke gebieden worden omgevormd naar stedelijk gebied. Het is echter niet uit te sluiten dat de nestlocatie tijdens de aanlegfase en in de toekomstige situatie kan blijven functioneren voor de soort.
7.2.5
Conclusie: geen afbreuk van SvI Mogelijk blijft de huidige nestlocatie functioneren voor de soort. Mocht dit niet zo zijn dan worden in het huidige territorium van het paartje twee nieuwe nestlocaties aangeboden. Vooralsnog wordt volstaan met het aanbieden van één nieuwe nestlocatie. Het verlies van oppervlakte foerageergebied wordt gemitigeerd door de natuurlijke kwaliteitsimpuls in het Dommeldal en de inrichting van de parken in het plangebied. Dit alles zorgt er voor dat er door de maatregelen geen afbreuk wordt gedaan van de staat van instandhouding van de soort in de omgeving van het plangebied.
7.3
Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is een soort die wordt vermeld in de Habitatrichtlijn (artikel 3.5).
7.3.1
Huidige staat van instandhouding De gewone dwergvleermuis is de meest algemene Nederlandse vleermuissoort. Hij kan vrijwel overal in Nederland aangetroffen worden. Voorwaarde voor een goede lokale staat van
instandhouding is dat voldoende geschikte verblijfplaatsen in combinatie met geschikt foerageergebied aanwezig zijn. In de omgeving van het plangebied, zijn gebouwen aanwezig waar vleermuizen in verwacht worden. Zoals blijkt uit waarnemingen van de NDFF (zie Figuur 7.3) wordt de soort veelvuldig waargenomen in de omgeving van het plangebied. De verblijfplaats in het plangebied en de verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied en het daarin en daarbuiten gelegen foerageergebied (buitengebied) zijn via verschillende vliegroutes langs watergangen en bestaande wegen met laanbeplanting met elkaar verbonden. Foerageergebied is voldoende aanwezig. Op basis van de aanwezigheid van geschikt leefgebied in de omgeving van het plangebied (met voldoende groenvoorzieningen in de omgeving om te foerageren) kan worden aangenomen dat de lokale staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis gunstig is.
7.3.2
Functies plangebied Het plangebied vormt deels functioneel leefgebied voor de gewone dwergvleermuis. Op basis van het uitgevoerde onderzoek speelt het vooral een rol als foerageergebied, alhoewel waarnemingen van de soort hierin ontbreken (NDFF, zie ook Figuur 7.3). Voornamelijk insectenrijke, (deels) beschutte delen (niet zijnde agrarische percelen) van het plangebied zijn geschikt foerageergebied.
7.3.3
Populatie omgeving Uit NDFF komen vele waarnemingen uit de omgeving van het plangebied. Uit het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend in NDFF. Op basis van NDFF blijkt dat er voornamelijk waarnemingen bekend zijn in het bosgebied in het Dommeldal ten westen van het plangebied. Gezien de habitat waarin deze waarnemingen zijn gedaan betreffen dit hoogstwaarschijnlijk foeragerende individuen die verblijfplaatsen in gebouwen in de omgeving van dit foerageergebied hebben. Daarnaast is er nog een cluster aan waarnemingen in de wijk Oud- Tongelre (Eindhoven) ten zuiden van het plangebied en zijn verspreid waarnemingen bekend in Nuenen aan de oostzijde van het plangebied. Zie Figuur 7.3.
Figuur 7.3. Waarnemingen gewone dwergvleermuis rond het plangebied in de periode 2010-2020 (NDFF, 2020).
7.3.4
Effecten door voornemen De gewone dwergvleermuis gebonden aan bebouwing. Als gevolg van het voornemen verdwijnt er één zomerverblijfplaats die voor de sloop ongeschikt is gemaakt. De soort kan tijdelijk uitwijken naar de tijdelijke vleermuiskasten op korte afstand van de huidige verblijfplaats. Door de realisatie van de woonwijk ontstaan, naast de realisatie van vier ingemetselde vleermuiskasten, nieuwe potentiële verblijfplaatsen voor de soort in de vorm van bijvoorbeeld daklijsten en nok- en kantpannen. Foerageergebied vindt de soort in de bestaande tuinen aan de westrand van het plangebied en de nieuw te ontwikkelen tuinen en groene parken. De soort lift tevens (deels) mee op de aanleg van nieuw leefgebied van de eekhoorn. In de toekomstige zullen lijnvormige structuren aanwezig zijn die kunnen fungeren als vliegroute. Alle elementen die noodzakelijk zijn voor een functionele leefomgeving van de gewone dwergvleermuis blijven in de toekomst aanwezig.
7.3.5
Conclusie: geen afbreuk van SvI Door het aanbieden en creëren van alternatieve verblijfplaatsen, het behoud en de realisatie van geschikt foerageergebied met lijnvormige structuren blijft voldoende leefgebied voor de soort aanwezig. Bovengenoemde zorgt er voor dat er door de maatregelen geen afbreuk wordt gedaan aan de staat van instandhouding van de soort in de omgeving van het plangebied.
8
Literatuur Antea group, 2019. Natuurtoets. Nuenen West. Toetsing Wet natuurbescherming en NNN. Antea group, in prep. Nader onderzoek beschermde soorten Nuenen West. BIJ12, 2017a. Kennisdocument kerkuil. BIJ12, 2017b. Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Brabants Landschap, 2019. Jaarverslag uilenbescherming, 2019. Gemeente Nuenen, 2015. Structuurvisie Nuenen, wijziging 2015. Gemeente Nuenen, 2019. Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West. Plan en project, 2018. Wijziging begrenzingen Verordening ruimte voor Nuenen West. Provincie Noord Brabant, 2019. Interim omgevingsverordening provincie Noord Brabant.
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. 06 205 44 939 E. luc.koks@anteagroup.com
www.anteagroup.nl
Copyright © 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.