2021-18 RV Bijlage 05-17 - Natuurtoets 2017
Tekst van het document
Natuurtoets Nuenen West Toetsing soortenbescherming Wet natuurbescherming
projectnummer 411948 definitief revisie 00 25 oktober 2017
Inhoudsopgave
Blz.
Advies
1
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
3 4 5 6
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
7
2.1 2.2 2.3 2.4
Algemeen Soorten van de Vogelrichtlijn Soorten van de Habitatrichtlijn Andere soorten
7 7 8 8
3
Methodiek
9
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoeken Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
9 9 9 11
4
Resultaten
12
4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3
Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten
12 12 13 18
5
Toetsing effect beschermde soorten
20
5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2
Vogels Effecten op vogels Uitvoerbaarheid vanuit vogels Zoogdieren Effecten vanuit zoogdieren Uitvoerbaarheid vanuit zoogdieren
20 20 21 21 21 22
6
Bronnen
23
Bijlage Bijlage I: Wettelijk kader Bijlage II: locaties af te breken gebouwen
Bijlage III: locaties lokroep steenuil Bijlage IV: locaties cameravallen Bijlage V: vliegroutes vleermuizen
Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) Bron: Globespotter, 2016.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Advies Nuenen West BV is voornemens om ten in het plangebied van Nuenen West de komende jaren woningen ter realiseren. De gemeente Nuenen is voornemens het bestemmingsplan vast te stellen. Dit plan maakt de ontwikkeling mogelijk van woningen in het plangebied mogelijk Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets.
Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met verschillende terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn in het plangebied: Vogels – kerkuil, buizerd en huismus; Zoogdieren – eekhoorn, steenmarter, hermelijn en vleermuizen; Algemene broedvogels (nestplaatsen). In Tabel 1 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.
Algemene broedvogels
Essentieel leefgebied in plangebied?
Is er sprake van een overtreding?
Is een ontheffing noodzakelijk
Is het plan uitvoerbaar?
Nee
Nee, bij niet verstoren broedgeval
Nee
Ja
Kerkuil
Ja
Ja
Ja
Ja
Buizerd
Ja
Mogelijk
Mogelijk
Ja
Huismus
Ja
Mogelijk
Mogelijk*
Ja
Eekhoorn
Ja
Ja
Ja
Ja
Vleermuizen
Nee
Nee
Mogelijk*
Ja
Steenmarter, hermelijn
Ja
Ja
Ja
Ja
*De soorten vormen geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Bij renovatie van woningen moet echter onderzoek gedaan worden naar het voor komen van huismussen en vleermuizen in deze gebouwen. Voor het verwijderen van nesten / verblijfplaatsen van deze soorten is een ontheffing nodig.
Blad 1 van 38
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Nest eekhoorn Waarneming huismus Nest kerkuil Verblijfplaats kerkuil Nest buizerd Nest bosuil Nest steenuil Hermelijn Steenmarter (doodgereden) Kleine marterachtige (vermoedelijk hermelijn) Vliegroutes vleermuizen (zie bijlage V) Figuur 0.1. Waarnemingen soorten
Blad 2 van 38
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Nuenen West BV is voornemens om tussen Nuenen en Eindhoven woningen te realiseren. Voor de woningbouwlocatie Nuenen-West is gezien de ontwikkelingen in de woningmarkt een herijkt stedenbouwkundig plan opgesteld. Dit plan past niet geheel binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen-West’ uit 2008. Daarnaast is dit bestemmingsplan in 2018 ook toe aan de verplichte actualisatie. Om deze redenen wordt een nieuw bestemmingsplan voor de woningbouwlocatie opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Globespotter
1.2
Planvoornemen In het plangebied wordt in de komende jaren een woonwijk gerealiseerd. De opzet van deze woonwijk is globaal weergegeven op Figuur 1.2. De wijk wordt in de komende twintig jaar ontwikkeld. Bestaande gebouwen en de omliggende tuinen in het plangebied blijven grotendeels behouden. De in de komende jaren af te breken gebouwen zijn weergegeven in bijlage II. De agrarische percelen en een aantal verruigde percelen worden omgevormd tot woongebied. De komende jaren wordt de woonwijk vanuit de Europalaan naar het zuiden toe ontwikkeld. Dit sluit aan bij reeds ontwikkelde delen van de wijk. Pas in een later stadium wordt de woonwijk aan de noordkant van de Europalaan ontwikkeld.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Figuur 1.2. Schets planvoornemen (Nuenen West BV, 17 januari 2017).
1.3
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en het bepalen of het plan uitvoervaar is.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning. De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
1.4
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten in (de omgeving van) het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming. De gebiedsbescherming die ook deel uit maakt van de Wet natuurbescherming wordt uitgewerkt in separate rapportages.
2.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In voorliggende Natuurtoets wordt niet ingegaan op de Boswet. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Tijdens een bijeenkomst van het Netwerk Groene Bureau d.d.
16 december 2016 is aangegeven dat drie provincies (Utrecht, Overijssel en Gelderland) de geldende “Aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten” (LNV, 2009) aanhouden en blijven hanteren in de Wet natuurbescherming. De verwachting is dat ook overige provincies deze beschermingsstatus aanhouden. De lijst wordt begin 2017 door de provincies geëvalueerd en waar nodig aangepast. Bij voorliggende toetsing is uitgegaan dat de lijst gehanteerd blijft en dat de nesten een jaarrond beschermde status houden.
2.2
Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding (zie artikel 3.1 in tekstkader in de Bijlage).
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
2.3
Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden (zie ook tabel E in de bijlage).
2.4
Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel C en D van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt.
De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage voor een uitgebreide toelichting.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
3
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.
3.1
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2. 3.
3.2
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. Eventueel aanvullende soortonderzoeken.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het planeffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. ‘Andere’ beschermde soorten die zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel C en D in de Bijlage) zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt het voorliggende plan. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door rekening te houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten, wordt voldoende aan de zorgplicht voldaan en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd. Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, wordt de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd.
Hierbij wordt nagegaan of er in de periode 2012-2017 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Daarnaast worden indien relevant ook regionale bronnen, atlassen, gebruikt. Deze atlassen maken veelal gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie wordt een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen.
3.3
Terreinbezoeken Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemd bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op onderstaande dagen zijn een terreinbezoeken uitgevoerd door een of meer deskundig ecologen van Antea Group en Faunaconsult. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet belopen. Afhankelijk van het onderzoek is gebruik gemaakt van verschillende onderzoekstechnieken en hulpmiddelen, zoals een batdetector, RAVON visnet en geluidsapparatuur. Tabel 3.1. Overzicht onderzoeksdata, omstandigheden en soorten.
Datum 28-02-2017 7-03-2017 30-03-2017 3-04-2017 11-04-2017 11-05-2017
Tijd 17:30 – 20:45 9:00 – 11:45 20:00 – 21:45 8:45 – 11:45 9:00 – 10:45 18:45 – 23:15
16-05-2017 19-06-2017 17-08-2017 7-09-2017
Avond Avond Ochtend Avond
Weer 4 C°, licht bewolkt, windkracht 2 4 C°, licht bewolkt, windkracht 2 14 C°, licht bewolkt, windkracht 2 13 C°, bewolkt, windkracht 2 10 C°, bewolkt, windkracht 3 20 C°, begin bewolkt regenachtig, daarna droog. Windkracht 2. 22 C°, droog. Windkracht 0 21 C°, droog. Windkracht 0 16 C°, droog. Windkracht 0 15 C°, droog. Windkracht 0
Soort Uilen Alles, specifiek buizerd en amfibieën Uilen Alles, specifiek buizerd en amfibieën Alles, specifiek huismus Amfibieën, huismus, uilen. Vleermuizen, uilen Vleermuizen, uilen Vleermuizen Vleermuizen, uilen
Onderzoek cameravallen Naast terreinbezoeken is met behulp van cameravallen onderzoek gedaan naar het voorkomen van kleine marterachtigen in het gebied. Gedurende vier perioden (van in totaal 62 nachten) werden er telkens 2 fotovallen geplaatst (Reconyx Hyperfire HC 600, met default instellingen, waarbij per ‘trigger’ 3 foto’s worden gemaakt). Daarbij werd vóór de fotovallen en in een route van enkele meters er naar toe aas uit gelegd (schelvislever in eigen olie). Om een soort van grote mostela (dat is een lokkist om kleine marterachtigen in te kunnen fotograferen, zoals beschreven op http://stichtingkleinemarters.nl/mostela/) te creëren, werd er op locatie 1 (zie bijlage III) lokaal gevonden plaatmateriaal rondom de fotoval geplaatst (deels zichtbaar in figuren 4 en 5). Tabel 2 geeft de omstandigheden rondom het fotovallenonderzoek weer. Vleermuisonderzoek Het voorkomen van vleermuizen in het plangebied is onderzocht met behulp van een heterodyne vleermuisdetector (Petterson D100). Van lastig te determineren soorten zijn met behulp van een time-expansion detector/recorder (Tranquility 3) geluidsopnamen gemaakt, waarvan vervolgens het sonogram op de computer is geanalyseerd.
Ten aanzien van de in Bijlage II weergegeven te slopen bebouwing werden de duur van het onderzoek, het startmoment en het aantal onderzoeksronden bepaald aan de hand van het vleermuisprotocol (Netwerk Groene Bureau’s, 2017), waarbij werd aangenomen dat er mogelijk zomer-, paar-, winter en/of kraamverblijven van laatvlieger, gewone dwergvleermuis of ruige dwergvleermuis aanwezig waren.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Voorafgaand en aansluitend op het bovengenoemde onderzoek werd in de rest van het onderzoeksgebied nagegaan of er belangrijke vliegroutes of foerageergebieden en zomerverblijven aanwezig waren.
3.4
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van de terreinbezoeken kan worden bepaald wat de effecten van de plannen op beschermde soorten zijn en kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
4
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek).
4.1
Beschermde soorten
4.1.1
Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen. Dit betreft de beschermde soorten genoemd in de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de niet-vrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming: De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht waargenomen beschermde soorten (Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 ) en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest aangegeven met een ‘X’, in de directe omgeving van het plangebied (NDFF, 2012-2017).
Soortgroep Vogels met een jaarrond beschermd nest
Soort
HR
A/B
Buizerd Huismus Gierzwaluw Ransuil Steenuil
Kerkuil Havik Sperwer Steenmarter Zoogdieren Eekhoorn Das Hermelijn Bunzing Wezel Vleermuizen* x Beekprik x Vissen Geen waarnemingen Reptielen Alpenwatersalamander Amfibieën Kamsalamander x Iepenpage Insecten - Dagvlinders Geen waarnemingen Insecten - Kevers Geen waarnemingen Insecten - Libellen Grote leeuwenklauw Planten Kartuizer Anjer *Vleermuizen: rosse vleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, watervleermuis.
x x x x x x
x x
x x
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.
4.1.2
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Vogels Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het projectgebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Het gaat om de buizerd, huismus, gierzwaluw, ransuil, steenuil, kerkuil, havik en sperwer. Naar een aantal soorten is specifiek onderzoek uitgevoerd om de aanwezigheid van nesten aan te tonen dan wel uit te sluiten. Havik en sperwer Tijdens de terreinbezoeken is gezocht naar horsten en nesten van de havik en de sperwer. Los van een plukplaats aan de rand van het plangebied zijn geen aanwijzingen gevonden dat een van beide soorten in het plangebied een nestlocatie heeft. Het jachtgebied van beide soorten is zeer uitgestrekt. De plukplaats geeft aan dat één van beide soorten in het plangebied voor komt, maar op basis van de onderzoeken kan worden uitgesloten dat de sperwer of de havik een nest in het plangebied hebben.
Steenuil, ransuil en kerkuil Uit de bureaustudie blijkt dat in de omgeving van het plangebied de kerkuil, steenuil en ransuil zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied. De aanwezigheid van (nesten van) steenuilen en kerkuilen in het plangebied is door ons nader onderzocht conform richtlijnen uit het kennisdocument steenuil (BIJ12, 2017) en het kennisdocument kerkuil (BIJ12, 2017), voor de ransuil zijn geen specifieke richtlijnen beschikbaar. Door ons is een aantal terreinbezoeken uitgevoerd (zie Tabel 3.1). Tijdens deze bezoeken is gezocht naar uilen door zichtwaarnemingen, waarneming van uitwerpselen en braakballen, waarneming door geluid en voor de steenuil het afspelen van geluidsopnamen van de roep van een uil om terugroepen uit te lokken (voor de steenuil). De locaties waar de geluiden zijn afgespeeld zijn weergegeven in bijlage III. Tijdens de eerste avond zijn geen waarnemingen van uilen gedaan. Ook is niet gereageerd op de met geluidsapparatuur afgespeelde lokroep van de steenuil. Tijdens de tweede avond zijn ook geen waarnemingen van uilen gedaan. Ook is niet gereageerd op de met geluidsapparatuur afgespeelde lokroep van de steenuil. Uit gesprekken met bewoners blijkt dat net ten noorden van het plangebied steenuilen voor komen. Ook zijn daar de laatste jaren jongen geboren.
Op basis van de gegevens en de terreinbezoeken is uit te sluiten dat de steenuil in het plangebied een nest heeft. Bij Dubbestraat 5 is een broedgeval van de kerkuil vastgesteld. Tijdens het veldbezoek van 11-052017 is de kerkuil waargenomen. Deze vloog naar de nestkast om zijn jongen te voeren. Tevens zijn de jongen van de kerkuilen gehoord in de kast. Dit broedgeval wordt mondeling bevestigd
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
door de bewoner van de woning aan Dubbestraat 5. Het betreft een broedgeval dat al vele jaren op die locatie aanwezig is.
Figuur 4.1. Nestlocatie kerkuil in het plangebied.
In de schuur bij de woning aan de Vorsterdijk 14 is een uilengat aanwezig. De nestkast achter dit gat wordt reeds enkele jaren gebruikt door een bosuil. Ook dit jaar (2017) is een broedgeval van deze uilensoort aanwezig (mondelinge mededeling bewoner). In de woning aan Dubbestraat nr. 46 zijn twee uilengaten aanwezig. De bosuil gebruikt de zolders achter deze gaten als verblijfplaats. Op deze locaties zijn geen nesten van uilen aanwezig. In het noorden van het plangebied op de woning aan Dubbestraat 2 is een kerkuil waargenomen tijdens het bezoek van 7 september 2017. Bewoners gaven bij navraag aan dat er geen nest van de uil in de omgeving bekend was. Vermoedelijk betreft het de uil, of een jong, horend bij de broedlocatie bij Dubbestraat 5. Bij de gebouwen aan de Opwettenseweg 132 is een verblijfplaats voor de kerkuil aanwezig. Hier is geen sprake van een nestlocatie (Staro, 2016). Vermoedelijk betreft het een verblijfplaats van dezelfde uil als de uil van de broedlocatie bij Dubbestraat 5. In het plangebied zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een broedlocatie van de ransuil. Buizerd In het plangebied is in 2016 een paartje buizerds waargenomen (Antea group, 2016). De broedlocatie van dit paartje is onbekend.
Om de mogelijke aanwezigheid van een broedlocatie in het plangebied te onderzoeken is onderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen uit het kennisdocument buizerd (BIJ12, 2017). Op 7-03-2017 is in het noorden van het plangebied een paartje buizerds waargenomen bij een horst (zie Figuur 4.2). In het zuiden van het plangebied is een exemplaar van de buizerd waargenomen. Hier is echter geen nest aangetroffen. Uit de volgende terreinbezoeken (zie Tabel 3.1) blijkt dat de horst aan de noordkant van het plangebied wordt gebruikt als broedlocatie van de buizerds. Deze locatie is daarmee een jaarrond beschermd nest. In de rest van het plangebied of de directe zijn geen broedgevallen van de buizerd aangetroffen.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Figuur 4.2. Nest buizerd in het plangebied.
Huismus en gierzwaluw In het gehele plangebied zijn rond bebouwing huismussen aanwezig. Locaties waar huismussen zijn waargenomen zijn weergegeven op Figuur 0.1. In de af te breken schuren/gebouwen zijn geen nesten van huismussen aanwezig (zie Bijlage II). De nesten van huismussen bevinden zich in gebouwen die blijven staan (zie Figuur 4.3). Beplanting in de directe omgeving van gebouwen is van groot belang voor het functioneren van de nesten.
Figuur 4.3. Huismussen op het dak van Vorsterdijk 16
Gierzwaluwen zijn vogels die met name in gebouwen binnen de bebouwde kom nestelen. Tijdens de verschillende terreinbezoeken zijn geen gierzwaluwen in het plangebied waargenomen. Het is daarmee uit te sluiten dat nestlocaties van gierzwaluwen in het plangebied aanwezig zijn. Naast de jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 t/m 4 zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Er zijn in het plangebied geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. Naast de vogelsoorten met de jaarrond beschermde nesten broeden ook algemene broedvogels in het plangebied.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Zoogdieren Vleermuizen De noordelijk gelegen te slopen gebouwen (zie Bijlage II) zijn ongeschikt voor vleermuizen door het ontbreken van geschikte ruimtes in deze veelal metalen gebouwen. De zuidelijk gelegen te slopen gebouwen zijn conform vleermuisprotocol 2017 onderzocht. In de te slopen bebouwing bevinden zich geen vleermuisverblijven. In het onderzoeksgebied werd slechts één vleermuissoort waargenomen; de gewone dwergvleermuis. Van deze soort werd een aantal vaste vliegroutes en foerageergebieden waargenomen (zie Bijlage V). De belangrijkste vaste vliegroute bestaat uit de dubbele rij zomereiken naast de Bakertse Landweg. Hier vlogen op 19 juni 2017 en op 7 september 2017 respectievelijk 15 en 30 gewone dwergvleermuizen in westelijke richting. De zomereiken naast de Bakertse Landweg fungeren tevens als een belangrijk foerageergebied (3-7 jagende dieren). Hermelijn, wezel en bunzing Tijdens het cameravallenonderzoek werden geen kleine marterachtigen waargenomen, ondanks het feit dat de cameravallen in totaal 62 nachten (124 valnachten) in het veld stonden en (samen) 1495 maal ‘getriggerd’ werden (dit leverde 4485 foto’s op). In onderzochte braakballen werden geen kleine marterachtigen aangetroffen (maar wel spitsmuizen en woelmuizen). Ook werden er geen marteruitwerpselen gevonden.
Uit interviews met een aantal bewoners blijkt echter een aantal betrouwbare waarnemingen van hermelijnen te zijn gedaan. De bewoonster van Dubbestraat 46 geeft aan in het verleden marterachtigen in de tuin te hebben gezien. De locaties van de waarnemingen zijn weergeven in Figuur 0.1 in het advieshoofdstuk voor aan deze rapportage. Uit het fotovallenonderzoek blijkt wel dat er voor een soort als de hermelijn voldoende prooidieren (o.a. bruine ratten) aanwezig zijn. Het lijkt er op dat het onderzoeksgebied leefgebied is van de hermelijn, maar dat er slechts sprake is van een lage dichtheid. Er zijn geen aanwijzingen dat de wezel en de bunzing in het plangebied voorkomen. Das In de omgeving van het plangebied zijn dassenburchten aanwezig. De dichtst bij zijnde burcht ligt op meer dan 400 meter afstand van het plangebied. De burchten maken onderdeel uit van een groter netwerk van burchten in de omgeving van Nuenen (bron: gemeente Nuenen, mail Arie Ras). De das wordt sporadisch in het plangebied waargenomen (mondelinge mededeling bewoonster gebied). De das is ook een keer waargenomen met de tijdens het onderzoek opgestelde cameravallen. In Figuur 4.4. is de ligging van de burchten in de omgeving weergegeven.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Figuur 4.4. Locatie dassenburchten ten opzichte van het plangebied van Nuenen West (bron: gemeente Nuenen, mail Arie Ras)
Steenmarter De steenmarter komt voor in het plangebied. Er is een waarneming van een dood exemplaar uit 2014 bekend op de Vorsterdijk, vlak bij de Europalaan (NDFF, 2017). Er zijn geen locaties bekend van vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soort in het plangebied. Bij de gebouwen die gesloopt worden zijn geen (sporen van) steenmarters waargenomen. Het is aannemelijk dat het plangebied in gebruik is als foerageergebied voor de soort. Eekhoorn In het plangebied zijn tijdens eerdere veldbezoeken twee exemplaren van de eekhoorn waargenomen (Antea group, 2016). Tijdens de veldbezoeken is een nest van de eekhoorn in het plangebied waargenomen. Waarschijnlijk zijn er meerdere nesten in de dichtbegroeide naaldbomen aanwezig. De locatie van het bekende nest is weergegeven in Figuur 0.1 aan het begin van deze rapportage. Reptielen Op basis van de bureaustudie blijkt dat de levendbarende hagedis in de omgeving van het plangebied is waargenomen. In het plangebied is de soort tijdens de vele terreinbezoeken van de afgelopen jaren niet waargenomen. Een groot deel van het plangebied is agrarisch in gebruik. Tussen deze agrarische percelen ligt af en toe een snipper met potentieel geschikt leefgebied voor de soort. Het agrarisch gebruik zorgt er voor dat het gehele plangebied ongeschikt is. Potentieel geschikte gebieden liggen namelijk geïsoleerd ten opzichte van gebieden waar de
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
hagedis voor komt. Deze gebieden liggen ten noord oosten van de kern van Nuenen. Kolonisatie van het plangebied is zeer onwaarschijnlijk. Dit overwegende kan worden uitgesloten dat de levendbarende hagedis, of andere reptielen voor komen in het plangebied. Amfibieën Op basis van de bureaustudie blijkt dat de kamsalamander en de alpenwatersalamander in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. De aanwezigheid van de alpenwatersalamander en kamsalamander in het plangebied is onderzocht conform richtlijnen uit het kennisdocument kamsalamander (BIJ12, 2017). Door ons is een aantal terreinbezoeken uitgevoerd (zie Tabel 4.3). Tijdens deze bezoeken is gezocht naar exemplaren, larven en eitjes. Wateren zijn bemonsterd met een RAVON visnet. Tijdens verschillende terreinbezoeken is gericht gezocht naar amfibieën in de verschillende wateren in het plangebied. Alleen de gewone pad en de bruine kikker zijn waargenomen. In het water centraal in het plangebied zijn veel larven van de gewone pad en de bruine kikker aangetroffen. Zwaarder beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Op basis van de informatie en de onderzoeken is uit te sluiten dat zwaarder beschermde amfibieën in het plangebied voor komen. Vissen De beekprik is een beschermde vissoort die is waargenomen in de omgeving van het plangebied.
De beekprik is een soort die voor komt in stromende heldere beekjes met een zeer goede waterkwaliteit. In het plangebied zijn dergelijk beekjes niet aanwezig. Ook is er geen geschikt biotoop aanwezig voor overige zwaarder beschermde vissoorten. Het kan daarmee worden uitgesloten dat zwaarder beschermde vissoorten in het plangebied voor komen. Vlinders, Libellen en overige soortgroepen Uit de bureaustudie komen los van de iepenpage geen zwaarder beschermde vlinders, libellen en soorten uit overige soortgroepen. De iepenpage is met name veel waargenomen ten zuidwesten van het plangebied. De soort heeft iepen nodig. In het plangebied staan geen iepen. Het plangebied is daarmee ongeschikt voor deze soort. Het plangebied is ook ongeschikt voor andere soorten uit deze soortengroepen. Soorten uit deze soortgroepen zijn zeer biotoop kritisch. Het kan daarmee worden uitgesloten dat zwaarder beschermde soorten uit deze soortgroepen in het plangebied voor komen. Flora Uit de bureaustudie blijkt dat de in de omgeving van het plangebied de grote leeuwenklauw en de kartuizer anjer zijn waargenomen. Binnen het plangebied zijn geen zwaarder beschermde planten waargenomen. Het biotoop is voor grote delen ook maar beperkt geschikt voor soorten die uit de bureaustudie komen. Het plangebied is grotendeels landbouwkundig in gebruik, of is tot voor kort in gebruikt geweest voor de landbouw.
De delen waar dit niet het geval is zijn tijdens de verschillende terreinbezoeken onderzocht op het voor komen van beschermde planten. Er zijn geen exemplaren van zwaarder beschermde planten waargenomen. Het kan daarmee worden uitgesloten dat beschermde plantensoorten in het plangebied voor komen.
4.1.3
Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.7 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Tabel 4.7: Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.
Soortgroep
Beschermingsregime
Aanwezigheid
Vogels
Beschermd tijdens het broedseizoen
Ja
Kerkuil
Jaarrond beschermd nest
Ja
Nestlocatie
Buizerd
Jaarrond beschermd nest
Ja
Nestlocatie
Huismus
Jaarrond beschermd nest
Ja
Mogelijke nestlocaties in te renoveren woningen.
Vleermuizen
Artikel 3.5
Ja
Mogelijk verblijfplaatsen in te renoveren woningen
Das
Artikel 3.10, onderdeel A
Ja
Komt sporadisch in het plangebied, geen burcht in gebied.
Ja
Komt voor in het plangebied. Waarschijnlijk zijn er vaste rust en verblijfplaatsen
Hermelijn
Artikel 3.10, onderdeel A
Toelichting
Steenmarter
Artikel 3.10, onderdeel A
Ja
Komt voor in het plangebied. Waarschijnlijk zijn er vaste rust en verblijfplaatsen
Eekhoorn
Artikel 3.10, onderdeel A
Ja
Nest
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
5
Toetsing effect beschermde soorten
5.1
Vogels
5.1.1
Effecten op vogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli1)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze (en wanneer de soorten uit artikel 3.5 kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied) zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie). Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog.
Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot nadat het nest niet meer in gebruik is. In het plangebied en de omgeving zijn jaarrond beschermde nesten van de kerkuil, steenuil, buizerd en huismussen aanwezig. Kerkuil Van de kerkuil is een nestlocatie aanwezig in het plangebied. Dit is een jaarrond beschermd nest. Door de ontwikkeling van de woonwijk gaat in de toekomstige situatie de functionaliteit van de nestlocatie naar alle waarschijnlijkheid verloren. De nestlocatie wordt in de toekomstige situatie namelijk omgeven door een grote schil aan woningen. Voor het mogen aantasten van de functionaliteit van het nest is een ontheffing in het kader van de Natuurbeschermingswet nodig. Steenuil Net ten noorden van het plangebied is een nestlocatie van een steenuil aanwezig. Deze nestlocatie ligt op ongeveer 125 meter van het plangebied af. Tussen het nest en de toekomstige woonwijk ligt bestaande bebouwing en groen. Dit schermt de nestlocatie af van invloeden vanuit de nieuwe woonwijk. Het plangebied in de omgeving van de nestlocatie is op dit moment maar beperkt geschikt als leefgebied voor de steenuil. In de omgeving van het nest, buiten het plangebied is veel geschikt biotoop aanwezig.
Door de planontwikkeling veranderen de omstandigheden rond het nest zo goed als niet. Het nest kan blijven functioneren. De ontwikkeling heeft daarmee geen effect op het nest van de steenuil.
1
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Buizerd In het noorden van het plangebied is een jaarrond beschermd nest van de buizerd aanwezig. Door de ontwikkeling van de plannen verdwijnt de nestlocatie uiteindelijk. Om een jaarrond beschermd nest te mogen verwijderen is een ontheffing nodig. De planontwikkeling in het deel van het plangebied waar het nest zich bevindt is echter pas over een heel aantal jaren. Buizerds maken gebruik van verschillende nesten in verschillende jaren. Het is daarmee goed mogelijk dat de buizerd in de komende jaren andere locaties gaat gebruiken. Geadviseerd wordt om jaarlijks onder andere de buizerd in het plangebied te volgen en indien nodig tijdig een ontheffing aan te vragen voor deze soort Huismussen Op verschillende locaties in het plangebied komt de huismus voor. Nesten van de huismus zijn jaarrond beschermd. De nesten zijn aanwezig in woningen die bij de ontwikkeling van Nuenen West behouden blijven. Daarmee heeft het plan geen effect op de nesten zelf. De directe omgeving van de nesten is ook beschermd. Het gaat dan om hoog opgaande (wintergroene) beplanting. Het is nog onduidelijk hoe de exacte invulling van het plan op kavelniveau er uit gaat zien. Mogelijk verdwijnt essentieel groen, waardoor de nestlocatie ongeschikt wordt. Daarnaast moet een aantal woningen waar huismussen voor komen wellicht gerenoveerd worden, waarbij nesten mogelijk worden aangetast.
Bij het aantasten van nesten is een ontheffing nodig. Geadviseerd wordt om in het jaar voor de concrete renovatie van de woningen en de bijbehorende kavels een onderzoek te doen naar het voor komen van de huismus in de betreffende woning. Op basis van deze uitkomst kan dan het effect bepaald worden. Vervolgens kan door middel van mitigerende maatregelen en het aanvragen van een ontheffing de uitvoering van de plannen mogelijk gemaakt worden.
5.1.2
Uitvoerbaarheid vanuit vogels Door het actueel houden van natuurgegevens, het voorkomen van het verstoren van broedgevallen, het eventueel nemen van mitigerende maatregelen al dan niet in combinatie met een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming zorgt er voor dat het plan zoals dat nu voor ligt uitvoerbaar is.
5.2
Zoogdieren
5.2.1
Effecten vanuit zoogdieren Vleermuizen In de te slopen gebouwen (geel omcirkeld in Figuur 0.1) zijn geen vleermuisverblijven aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling en sloop van de gebouwen heeft geen effect op verblijven van vleermuizen. Andere gebouwen in het plangebied kunnen vleermuisverblijven bevatten. Deze woningen zijn niet onderzocht conform het vleermuisprotocol omdat de voorgenomen woningbouwontwikkeling geen effect heeft op deze verblijven. De mogelijke verblijven kunnen immers blijven functioneren na de ontwikkeling van de woonwijk. Voor de bestaande woningen geldt net als bij huismussen dat op het moment dat de woningen gerenoveerd gaan worden het noodzakelijk is om een vleermuisonderzoek bij deze woningen uit te voeren. Door de renovatie kunnen namelijk vleermuisverblijven geschaad worden.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
De vliegroutes die in het plangebied aanwezig zijn kunnen door de geplande woningbouwontwikkeling deels niet meer functioneren. De vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd op het moment dat ze essentieel zijn voor het functioneren van een verblijfplaats. De vliegroutes die in het plangebied zijn niet essentieel voor het functioneren van een verblijfplaats. In de omgeving zijn vervangende vliegroutes en foerageergebied beschikbaar. De routes zijn daarmee niet wettelijk beschermd. Er is daarmee geen wettelijke belemmering voor het uitvoeren vna de plannen vanuit de vliegroutes van veermuizen. Het verdient echter wel de aanbeveling om met name de route / bomenrij langs de Bakertse Landweg te behouden. Das In het plangebied komt de das sporadisch voor. In het plangebied zijn geen burchten aanwezig. De dichtsbijzinde burcht ligt op meer dan 400 meter van het plangebied af. Rond de burchten blijft na de onwikkeling van Nuenen west voldoende foerageergebied voor de das over. Ook belemmert de ontwikkeling van Nuenen-West de onderlinge bereikbaarheid van de burchten maar zeer beperkt. Gesteld kan worden dat het effect van de ontwikkeling van Nuenen-West op de das te verwaarlozen is. Hermelijn en steenmarter De hermelijn en de steenmarter gebruiken het plangebied als foerageergebied.
Gezien het schaalniveau van het plangebied is het aannemelijk dat in het plangebied verblijfplaatsen aanwezig zijn. Beide soorten zijn beschermd volgens artikel 3.10 (onderdeel A) uit de Wet natuurbescherming. Met name de verblijfplaatsen zijn daarbij beschermd. Door de planontwikkeling verdwijnt een deel van het leefgebied en wellicht ook een of meerdere verblijfplaatsen. Om dit te kunnen doen is een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming nodig. Eekhoorn In het plangebied komt de eekhoorn voor. Ook zijn in het plangebied nesten aangetroffen. De eekhoorn is beschermd volgens artikel 3.10 (onderdeel A) uit de Wet natuurbescherming. Door de ontwikkeling van Nuenen West wordt het huidige leefgebied van de eekhoorn voor het grootste deel ongeschikt voor de soort. Ook worden een of meerdere nesten vernietigd. Om dit te kunnen doen is een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming nodig.
5.2.2
Uitvoerbaarheid vanuit zoogdieren Door het actueel houden van natuurgegevens, het voor komen van het verstoren van broedgevallen, het eventueel nemen van mitigerende maatregelen al dan niet in combinatie met een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming zorgt er voor dat het plan zoals dat nu voor ligt uitvoerbaar is.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
6
Bronnen Antea group, 2016. Natuurtoets. Nuenen West bouwvlak C en D. BIJ12, 2017. Kennisdocument buizerd. BIJ12, 2017. Kennisdocument das. BIJ12, 2017. Kennisdocument steenuil. BIJ12, 2017. Kennisdocument kerkuil. BIJ12, 2017. Kennisdocument kamsalamander. Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. & Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS Nederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie), 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna Deel 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Netwerk Groene Bureau’s, 2017. Vleermuisprotocol 2017. Staro, 2016. Quickscan flora en fauna. Opwettenseweg 132 te Nuenen.
Overig: NDFF www.zoogdieratlas.nl www.ravon.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl www.naturalis.nl www.telmee.nl www.vlindernet.nl www.libellennet.nl
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Bijlage
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Bijlage I: Wettelijk kader Soortbescherming Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.
Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.
Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze Bijlage voor de vogelsoorten en Tabel B van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten niet zijnde vogels). Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel C en D van deze Bijlage.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Tabel A. Vogels die vallen onder artikel 3.5 (Bern bijlage II, Bonn bijlage I) én in Nederland broeden. Info tabel: Ingekorte lijst vogelsoorten Conventie van Bern bijlage II. Deze lijst is ingekort door alleen die vogels op te nemen die volgens de Atlas van de Nederlandse Broedvogels (Nederlandse Fauna serie deel 5 uit 2002) en de Avifauna van Limburg (uit 2006) in Nederland broeden. Dwaalgasten en overwinteraars zijn uit de lijst verwijderd. Appelvink Baardman Beflijster Bergeend Bergfluiter Bijeneter Blauwborst Blauwe kiekendief Boerenzwaluw Bontbekplevier Bonte strandloper Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boompieper Boomvalk Bosrietzanger Bosruiter Bosuil Braamsluiper Brandgans Bruine kiekendief Buizerd Casarca Cetti's zanger Draaihals Duinpieper Dwergmeeuw Dwergstern Engelse kwikstaart Europese kanarie Fitis Fluiter Geelgors Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Geoorde fuut Glanskop Goudhaan Grasmus Graspieper Graszanger Grauwe kiekendief Grauwe klauwier Grauwe vliegenvanger Griel Groene specht Groenling
Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Grote karekiet Grote stern Grote zilverreiger Havik Heggenmus Hop Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Klapekster Klein waterhoen Kleine barmsijs Kleine bonte specht Kleine karekiet Kleine plevier Kleine zilverreiger Kleinst waterhoen Kluut Kneu Koereiger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Kraanvogel Krekelzanger Kruisbek Kuifmees Kwak Kwartelkoning Lepelaar Matkop Middelste bonte specht Nachtegaal Nachtzwaluw Noordse stern Oehoe Oeverloper Oeverpieper Oeverzwaluw Ooievaar Orpheusspotvogel Paapje Pestvogel Pimpelmees Poelruiter Porseleinhoen
Purperreiger Putter Ransuil Rietgors Rietzanger Rode wouw Roerdomp Roodborst Roodborsttapuit Roodhalsfuut Rouwkwikstaart Sijs Slangenarend Slechtvalk Smelleken Snor Sperwer Spotvogel Sprinkhaanzanger Steenuil Steltkluut Strandplevier Taigaboomkruiper Tapuit Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Velduil Visarend Visdief Vuurgoudhaan Wespendief Wielewaal Winterkoning Witbandkruisbek Witte kwikstaart Witwangstern Woudaap Zeearend Zwarte mees Zwarte ooievaar Zwarte roodstaart Zwarte specht Zwarte stern Zwarte wouw Zwartkop Zwartkopmeeuw
Tabel B. Soorten (niet zijnde vogels) die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Natuurtoets Soortgroep
Nederlandse naam
Nuenen West projectnummer 411948 boomkikker 25 oktober 2017 revisie 00 geelbuikvuurpad Nuenen West B.V.
Amfibieën
Insecten-dagvlinders
Insecten-haften Insecten-kevers
Insecten-libellen
Insecten-nachtvlinders
Reptielen
Sporenplanten-bladmossen Sporenplanten-varens Vissen Weekdieren
Zaadplanten
heikikker kamsalamander knoflookpad rugstreeppad vroedmeesterpad poelkikker moerasparelmoervlinder apollovlinder boszandoog donker pimpernelblauwtje grote vuurvlinder pimpernelblauwtje tijmblauwtje zilverstreephooibeestje oeveraas brede geelrandwaterroofkever gestreepte waterroofkever juchtleerkever vermiljoenkever mercuurwaterjuffer bronslibel gaffellibel gevlekte witsnuitlibel groene glazenmaker noordse winterjuffer oostelijke witsnuitlibel rivierrombout sierlijke witsnuitlibel teunisbloempijlstaart dikkopschildpad kemp's zeeschildpad lederschildpad soepschildpad gladde slang muurhagedis zandhagedis geel schorpioenmos tonghaarmuts kleine vlotvaren steur houting bataafse stroommossel platte schijfhoren liggende raket drijvende waterweegbree groenknolorchis kruipend moerasscherm zomerschroeforchis
Soortgroep
Zoogdieren-landzoogdieren
Zoogdieren-vleermuizen
Zoogdieren-zeezoogdieren
Zoogdieren-zeezoogdieren
Nederlandse naam hamster otter bever hazelmuis lynx noordse woelmuis wilde kat wolf baardvleermuis bechsteins vleermuis bosvleermuis brandts vleermuis franjestaart gewone grootoorvleermuis grijze grootoorvleermuis grote hoefijzerneus grote rosse vleermuis ingekorven vleermuis kleine dwergvleermuis kleine hoefijzerneus laatvlieger meervleermuis mopsvleermuis noordse vleermuis rosse vleermuis ruige dwergvleermuis tweekleurige vleermuis vale vleermuis watervleermuis gewone dwergvleermuis walrus bultrug gewone vinvis bruinvis dwergpotvis gestreepte dolfijn gewone dolfijn gewone spitsdolfijn grijze dolfijn kleine zwaardwalvis narwal orka tuimelaar witflankdolfijn witsnuitdolfijn noordse vinvis potvis butskop dwergvinvis griend spitsdolfijn van gray witte dolfijn
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve NoordBrabant, vrijgesteld. Soorten met een asterisk (***) zijn alleen in Limburg - voor een deel van het jaar - vrijgesteld. Zoogdieren Aardmuis* Boommarter Bosmuis* Bunzing** Damhert Das Dwergmuis* Dwergspitsmuis* Edelhert Eekhoorn*** Egel* Eikelmuis Gewone bosspitsmuis* Gewone zeehond Grote bosmuis Grijze zeehond Haas* Hermelijn** Huisspitsmuis* Konijn* Molmuis Ondergrondse woelmuis* Ree* Rosse woelmuis* Steenmarter*** Tweekleurige bosspitsmuis* Veldmuis* Veldspitsmuis Vos*
Waterspitsmuis Wezel** Wild zwijn Woelrat* Amfibieën Alpenwatersalamander Bruine kikker* Gewone pad* Kleine watersalamander* Meerkikker* Middelste groene kikker* Vinpootsalamander Vuursalamander Reptielen Adder Hazelworm*** Levendbarende hagedis*** Ringslang Vissen Beekdonderpad Beekprik Elrits Europese rivierkreeft Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal Dagvlinders Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Bruin dikkopje Bruine eikenpage
Donker pimpernelblauwtje Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder Grote vos Grote vuurvlinder Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Pimpernelblauwtje Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Libellen Beekkrombout Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel Speerwaterjuffer Kevers Vliegend hert
Tabel D. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c Planten Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge
.
Groene nachtorchis Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk
Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 25 oktober 2017 revisie 00 Nuenen West B.V.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 § 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. § 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. § 3.3. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a.