2021-18 RV Bijlage 05-11 - Advies Archeologische Monumentenzorg
Tekst van het document
Advies Archeologische Monumentenzorg 2017 - nr. 166 Quickscan archeologie Nuenen-West
Datum:
27-11-2017
Project:
Nuenen-West, gemeente Nuenen
Van:
Omgevingsdienst Zuidoos-Brabant Mevr. drs. Ria Berkvens Regionaal archeoloog Tel. 088-3690638 E-mail: R.Berkvens@odzob.nl
1. Inleiding De gemeente Nuenen is bezig met de herijking van het bestemmingsplan Nuenen-West uit 2008, die het mogelijk maakt om de destijds voorziene woningbouwontwikkeling in het plangebied (die voor een deel reeds is gerealiseerd) verder te ontwikkelen. Omdat echter de woonwensen en daarmee de inzichten voor het ontwerp van het gebied zijn veranderd, is het nodig om het bestemmingsplan te herzien. Daarvoor is het ook noodzakelijk om een actueel inzicht te krijgen in de archeologische verwachtingen van het plangebied. De gemeente Nuenen heeft daarom de ODZOB gevraagd een actualisatie van de archeologische beleidskaart voor het gebied Nuenen-West op te stellen, dat gebruikt kan worden als onderlegger voor het nieuwe bestemmingsplan.
Figuur 1: Omtrek van het plangebied Nuenen-West.
Hieronder volgt een inventarisatie van de archeologische verwachtingen en waarden in het plangebied Nuenen-West aan de hand van de eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken in het gebied in
1
combinatie met de archeologische verwachtingen- en waardenkaart van de gemeente Nuenen.1 Op basis van deze inventarisatie wordt een waardering gegeven met daaraan gekoppeld een advies ten aanzien van de archeologie in de verdere planvorming.
Figuur 2: Het plangebied Nuenen-West op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart van de gemeente Nuenen uit 2009.
2. Samenvatting van de eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken Binnen het plangebied Nuenen-West zijn diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd, van bureauen booronderzoek tot en met opgravingen toe. Archeologische bureau- en booronderzoeken
In 2006 is er een eerste bureauonderzoek voor het gebied uitgevoerd: H. Oude Rengerink & L. van der Meij, 2006: Bureauonderzoek Nuenen-West, gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten (Oranjewoud Archeologisch Rapport 2006/53). Uit dit bureauonderzoek blijkt dat het plangebied bestaat uit een gevarieerd dekzandlandschap met diverse hoge dekzandkoppen, lager gelegen dekzandvlakten en beekdalen van de Dommel en Kleine Dommel. In het grootste deel van het plangebied wordt het dekzand afgedekt door een dik pakket hoge zwarte enkeerdgrond. In het plangebied zijn diverse archeologische monumenten en archeologische vindplaatsen aanwezig. Het betreft vindplaatsen uit de Steentijd/Brons- en IJzertijd/Romeinse Tijd/Middeleeuwen, waaronder een tweetal archeologische monumenten. Monumentnr. 2288 ligt aan de oostelijke oever van de Dommel en is gedateerd tussen de IJzertijd en de Romeinse tijd. Het gaat om een omvangrijk terrein dat ligt op de grote dekzandrug ten zuidwesten van Boord. Uit meerdere vondstmeldingen blijkt dat het gaat om een nederzettingsterrein dat dateert uit de IJzertijd of Romeinse tijd. Ten noordoosten hiervan ligt het kleinere terrein
1 Erfgoedkaart gemeente Geldrop-Mierlo, SRE Milieudienst 2012.
2
monumentnr. 2289, dat is gedateerd in de Late Middeleeuwen. Ook hier lijkt het te gaan om een nederzettingsterrein waar zich vermoedelijk een middeleeuws erf heeft bevonden. Op basis van het bureauonderzoek verdelen de onderzoekers het plangebied in drie zones te weten zones met een hoge, een middelhoge en een lage verwachting. De gebieden met een hoge verwachting zijn de hoger gelegen gebieden met een dikke enkeerd, waar resten uit het neolithicum tot en met de late middeleeuwen mogen worden verwacht. Voor de gebieden met een middelhoge trefkans geldt dat deze de overgang vormen tussen de hoog gewaardeerde zones en de laag gewaardeerde zones. Er is in deze gebieden meestal een lage enkeerd of een veldpodzol aanwezig en op basis van waarnemingen geldt met name een verwachting voor de late middeleeuwen. De als laag gewaardeerde gebieden zijn de van oorsprong lage delen van het landschap en kenmerken zich door de aanwezigheid van beekeerd- en/of veengronden. Op basis van het bureauonderzoek is verder vastgesteld dat delen van het plangebied ontgrond zijn. Dit is gebaseerd op gegevens van de provincie Noord-Brabant, waaruit blijkt dat met name ten zuiden van de Europalaan meerdere ontgrondingvergunningen zijn afgegeven. Op basis van het geomorfologisch kaartbeeld heeft men tevens geconcludeerd dat delen van de dekzandrug ten oosten en noordoosten van Opwetten zijn afgegraven.
Figuur 3: Overzicht van de verschillende uitgevoerde archeologische onderzoeken in plangebied Nuenen-West (nrs. verwijzen naar tekst hieronder).
In 2007 is vervolgens een archeologisch booronderzoek uitgevoerd in plangebied Nuenen-West: L.C. Nijdam, 2007: Nuenen-West (gem. Nuenen, Gerwen en Nederwetten). Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek (ADC Archeoprojecten Rapport). Bij het
3
veldonderzoek zijn 431 boringen verdeeld over het plangebied gezet met een Edelmanboor met een boorkop van 7 cm tot een gemiddelde diepte van 1,2 m onder maaiveld. Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat ten noorden van de Dubbestraat en een gedeelte ten oosten van de Dubbestraat het oorspronkelijke reliëf nog redelijk aanwezig is. Dit gebied bestaat uit dekzandruggen met hiertussen een natuurlijke laagte. Op de dekzandruggen bestaat de bodemopbouw uit A-C profielen waarbij de onderkant van de A-horizont in veel boringen een vermenging van de C-horizont vertoond. Hieruit is geconcludeerd dat sprake is van een verstoord bodemprofiel als gevolg van egalisatie en diepploegen. Over het algemeen kan van de dekzandruggen gesteld worden dat in verspreid liggende kleine gebiedjes nog delen van de bodem een “intact” A-C profiel aanwezig is. In het van oorsprong laaggelegen gebied is, onder de ophooglagen, de bodem over het algemeen intact. Echter dit is van nature een ongeschikt gebied voor nederzettingen en de verwachting voor het voorkomen van archeologische resten is hier daarom laag. In de zuid- en oostzijde van het gebied zijn grote delen de bodem afgegraven. Hierbij is de toplaag verwijderd, de top van de C-horiont afgegraven en vervolgens is de vruchtbare toplaag teruggebracht. Hierdoor is de archeologie verdwenen.
Slechts langs de randen van de afgravingen lijken hier en daar nog intacte A-C profielen aanwezig. Hiervoor geldt derhalve hetzelfde als voor de dekzandruggen. Ook hier is sprake van een versnippering van eventuele archeologische resten, waardoor de kans om behoudenswaardige resten aan te treffen zeer klein is. Voor het plangebied Nuenen-West is naar aanleiding van vooronderzoek door het ADC een archeologische verwachtingskaart (zie fig. 4) opgesteld waarop archeologisch kansrijke en –arme zones zijn aangegeven.
Figuur 4: Archeologische verwachtingenkaart van het plangebied Nuenen-West opgesteld op basis van de bureauen booronderzoeken 2006-2007 (bron rapport ADC)
In 2008 heeft de SRE Milieudienst op verzoek van de gemeente Nuenen het booronderzoek van ADC Archeoprojecten beoordeeld (Advies Archeologische Monumentenzorg: concept selectiebesluit archeologie gemeente Nuenen d.d. 27-11-2008). Hierbij werd geadviseerd om niet alleen nader archeologisch onderzoek te verrichten in de door ADC voor vervolg geselecteerde gebieden (zie fig. 4), maar ook de gebieden met een redelijk intacte bodem met een hoge of middelhoge archeologische
4
verwachting (dat zijn alle bruine, gele, oranje en groene gebieden in fig. 4). Aftopping van het dekzand betekent namelijk niet op voorhand dat de verwachting laag is. De kans op archeologische resten is hier onverminderd groot door de aanwezigheid van een esdek in combinatie met de reeds bekende archeologische vindplaatsen in de directe omgeving van het plangebied. Proefsleuvenonderzoek en opgraving Dubbestraat In 2010 is in opdracht van de gemeente Nuenen in een deel van het plangebied Nuenen-West fase 1 een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uitgevoerd: P.G.H. Weterings, 2010: Nuenen, Nuenen-West fase 1. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (BAAC rapport A 09.0376). De door BAAC bv onderzochte zuidelijke zone beslaat ruim 60 hectare, waarvan circa 20 hectare in zekere mate onverstoord is. Het onderzochte terrein wordt aan de westzijde begrensd door de Vorsterdijk en aan de zuid- en oostzijde door de Dubbestraat. Locatie 1 is gelegen aan Dubbestraat 10 en is middels drie proefsleuven onderzocht. Locatie 2 is gelegen op het perceel van een fruitkwekerij aan de Vorsterdijk en is door middel van vijf proefsleuven onderzocht. In beide locaties werden grote zones bodemverstoringen aangetroffen, waarschijnlijk veroorzaakt door ontginning, zandwinning en/of egalisatie. Toch konden ook grondsporen worden blootgelegd.
In locatie 1 bestaan deze uit paalsporen en greppels, mogelijk van een boerderijerf uit de volle middeleeuwen. Locatie 2 bevat sporen die op basis van hun kleur en homogene vulling mogelijk als Romeins of prehistorisch kunnen worden aangeduid. In laatstgenoemde locatie is mogelijk ook een spieker aangetroffen, maar het aantal sporen dat hier is blootgelegd, doet vermoeden dat zich nog een structuur in deze zone bevindt. Omdat in zowel locatie 1 als locatie 2 een vindplaats is aangetroffen, werd door BAAC geadviseerd beide locaties aan een nader onderzoek te onderwerpen.
Figuur 5: Overzicht van het onderzoeksgebied (links) en de ligging van de proefsleuven in 2010 (uit rapport BAAC). In de rode cirkels zijn de te behouden gebied (locatie 1 ligt in het zuiden) aangeduid.
In haar beoordeling van het onderzoek van BAAC heeft SRE Milieudienst (Advies archeologische monumentenzorg 5-11-2010) ingestemd met het opgraven van de vindplaats op locatie 1, maar niet met
5
het behoud van de vindplaats op locatie 2. Het gaat hier om een grotendeels verstoorde vindplaats waarvan het karakter en de datering niet duidelijk of zeker is, en waarbij de archeologische waarde van één (ijzertijd)erf laag is. In 2012 heeft BAAC vervolgens een opgraving uitgevoerd van de vindplaats op locatie 1: M. Tump, 2012: Nuenen Dubbestraat 10; Plangebied Nuenen- West, fase 1, Opgraving (Baac rapport A-11.0016). Uit de opgraving kwam naar voren dat de ondergrond bestaat uit een 40-50 centimeter dikke A-horizont (bouwvoor), die vrijwel overal tot in het dekzand verploegd is. Het lijkt erop dat het bovenste deel van het dekzand door ploegen is opgenomen in de bouwvoor. Bij de opgraving zijn sporen aangetrofen van twee grafstructuren, waarschijnlijk de rand van een grafveld uit de late ijzertijd. Op grond van de aanwezigheid van menselijk botmateriaal, dat met de C14 methode gedateerd kon worden, kon één van de structuren gedateerd worden in de late ijzertijd. Een tweede vindplaats bestaat uit structuren en sporen die behoren tot een erf uit de volle middeleeuwen (1050-1200 n.Chr). Het gaat o.a. om een woonhuis, hooimijt, twee waterputten en (mest)kuilen.
Uit het botanisch onderzoek kwam naar voren dat ten tijde van het functioneren van het boerenerf de natuurlijke omgeving bestond uit een open (heide) landschap met hier en daar bomen, akker- en graslanden en natte broeklanden. In de nabijheid van het erf werd rogge geproduceerd. Er zijn aanwijzingen gevonden voor de consumptie van gewone peer en braam, hazelnoten en het gebruik van keukenkruiden, roos, slaapbol en mosterdzaad. Daarnaast zijn perceelsgreppels en -sloten maar ook moesbedden uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd aangetroffen.
Figuur 6: Alle sporenkaart van de opgraving ingekleurd op structuur (rapport BAAC)
In het noordoosten van het plangebied Nuenen-West werd in 2017 door RAAP een proefsleuvenonderzoek met gedeeltelijke doorstart naar een opgraving uitgevoerd in verband met de geplande bouw van tuincentrum Coppelmans.2 Alleen in het noorden werden hier oude akkerdekken aangetroffen, terwijl de rest van het plangebied bestond uit een bouwvoor, een geroerd overgangspakket en het onderliggende dekzand. De vermenging is waarschijnlijk ontstaan door 2 RAAP-Evaluatie- en selectierapport plangebied Kapperdoesweg te Nuenen, gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten.
Archeologisch vooronderzoek: een proefsleuvenonderzoek met doorstart naar een opgraving, auteur: G. Hensen, d.d. 26 juni 2017.
6
landbouwactiviteiten (ploeg- en spitsporen) en zandafgravingen. In het zuiden en middendeel van het plangebied bestaan de aangetroffen sporen vooral uit spitsporen en zandwinningskuilen. In het noorden van het plangebied is bij de uitbreiding van de proefsleuf een huisplattegrond aangetroffen waarschijnlijk daterend uit de late IJzertijd-vroeg-Romeinse tijd.
Figuur 7: Allesporenkaart proefsleuvenonderzoek Kapperdoes door RAAP in 2017 (bron evaluatierapport RAAP)
Naast bovenstaande onderzoeken die zich binnen het plangebied van Nuenen-West hebben afgespeeld is ter plaatse van de Europalaan ook nog archeologisch onderzoek verricht in het kader van de herinrichting van deze weg in 2015-2016. Het archeologisch bureau- en booronderzoek3 had al aangetoond dat er voor een groot deel van het plangebied een middelhoge archeologisch verwachting gold. Omdat proefsleuvenonderzoek vanwege het gebruik van het plangebied als openbare weg niet mogelijk was, is er een archeologische begeleiding uitgevoerd in combinatie met de graafwerkzaamheden. Bij dit onderzoek werden echter geen archeologische sporen of vondsten
3 Nuenen. Plangebied Hoogwaardig Openbaar Vervoer fase 2. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
(BAAC Rapport V-14.0135), auteurs P. Weterings & K.H.J. Pepers, oktober 2014.
7
aangetroffen.4 Het westelijke deel van het plangebied van Sterrenlaan tot voorbij de Panakkers, is grotendeels verstoord door eerdere graafwerkzaamheden, mogelijk door aanleg van de weg. In het uiterste oosten van het plangebied is waarschijnlijk nog een intacte bodem met oude akkerlaag aanwezig. Hieronder kunnen nog ongestoorde archeologische resten aanwezig zijn. 3. Advies vervolg Uit bovenstaande uitgevoerde archeologische onderzoeken wordt duidelijk dat er voor het plangebied Nuenen-West een deels hoge (deels historische kern) en deels middelhoge archeologische verwachting geldt. In onderstaande geactualiseerde verwachtingenkaart zijn alle uitgevoerde archeologische onderzoeken verwerkt. De kaart is als volgt opgebouwd: Hoge verwachting – historische kern: dit zijn de voorheen als archeologisch waardevol aangeduide gebieden die zijn gebaseerd op de historische bebouwing die in 1832 in het gebied aanwezig was en die vermoedelijk al in oorsprong terugaat tot de late middeleeuwen. Hoge verwachting: dit zijn enerzijde de gebieden met een hoge verwachting gerelateerd aan dekzandruggen zoals eerder was opgenomen op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart van Nuenen uit 2009. Deze zones zijn aangevuld met de gebieden die door het ADC met boringen zijn onderzocht en waarbij het dekzand nog redelijk tot goed intact was.
Uit de uitgevoerde proefsleuvenonderzoeken van BAAC en RAAP blijkt dat ondanks de aanwezige agrarische grondbewerkingen er nog wel archeologische resten aanwezig zijn. Alleen door middel van proefsleuvenonderzoek is echter vast te stellen wat de fysieke en inhoudelijke kwaliteit is van de mogelijk aanwezige resten in deze zones. Middelhoge verwachting: dit zijn enerzijde de gebieden met een middelhoge verwachting gerelateerd aan de lagere delen in het landschap (vlakten en dalen) zoals eerder was opgenomen op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart van Nuenen uit 2009. Deze zones zijn aangevuld met de laaggelegen gebieden die door het ADC met boringen zijn aangetoond. Gebieden zonder archeologische verwachting: hierin zijn enerzijds de gebieden opgenomen die archeologisch zijn opgegraven en die archeologisch zijn onderzocht middels proefsleuven of boringen en daarna zijn vrijgegeven. Deze zones zijn verder aangevuld met gebieden die reeds zijn verstoord als gevolg van nieuwbouw of door ontgronding. De archeologische resten zullen naar verwachting in het grootste deel van het plangebied vanaf 50 cm onder maaiveld, direct onder de zwarte bouwvoor aanwezig zijn. Het gaat daarbij vooral om sporen van (paal)kuilen, greppels en vondsten van aardewerk, natuursteen en in mindere mate metaal.
Wij adviseren om daar waar grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm in gebieden met een hoge en middelhoge archeologische verwachting zullen worden uitgevoerd, een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Indien hierbij archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze veilig gesteld te worden door mogelijke planaanpassing en als dat niet mogelijk door het opgraven van de aanwezige archeologische resten.
4 Archeologische begeleiding bij de aanleg van een wegtracé aan de Europalaan te Nuenen (Zuidnederlandse Archeologische
Notities), auteur M. van Haasteren, januari 2017.
8
Figuur 8: De geactualiseerde verwachtingenkaart van het plangebied Nuenen-West. 9