CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-18 RV Bijlage 01 Geannonimiseerde nota van zienswijzen

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West29.242 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota van Zienswijzen Chw-Bestemmingsplan Herijking NuenenWest Behoort bij het besluit van de gemeenteraad van 29 april 2021. B&W Commissie Ruimte Raad

: 23 maart 2021 : 13 april 2021 : 29 april 2021

Corsa nummer

: 2019.10232

1

Inhoud 1.

Inleiding ..................................................................................................................... 3

2.

Vaststelling bestemmingsplan, beleidsregels, exploitatieplan en masterplan .................. 3

3.

Ingediende zienswijzen ................................................................................................ 4

a.

Zienswijzen ...................................................................................................................................................................... 4

b.

Ontvankelijkheid .............................................................................................................................................................. 8

c.

Hoorzittingen.................................................................................................................................................................... 8

d.

Behandeling zienswijzen ................................................................................................................................................... 8

e.

Inhoudelijke reactie op zienswijzen .................................................................................................................................. 27

4.

Aanpassingen naar aanleiding van zienswijzen ........................................................... 164

5.

Ambtshalve aanpassingen .......................................................................................... 167

Bijlagen ........................................................................................................................... 178 Bijlage 1: Notitie De Lorijn raadgevers o.g. ‘Reactie naar aanleiding van de ingediende zienswijzen op de inbrengwaarde Nuenen West’ van 29 januari 2021 ................................................................................................................................................... 1788

2

1.

Inleiding

Het ontwerp voor het Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen-West, de ontwerpbeleidsregels bestemmingsplan Herijking Nuenen-West, het ontwerpexploitatieplan Nuenen-West en het ontwerpmasterplan ‘Nuenen-West=Dorps Geluk’ gemeente Nuenen ca. hebben van 25 februari tot 19 april 2019 voor een ieder ter inzage gelegen. De standaard termijn van zes weken is daarbij verlengd. In verband met een technische fout in de IMRO-dataset waardoor een aantal artikelen niet geplaatst zijn op www.ruimtelijkeplannen.nl zijn de plannen, uitgezonderd het ontwerpexploitatieplan, van 25 juli tot 5 september 2019 opnieuw ter inzage gelegd. Indieners van een zienswijzen tijdens de eerste terinzagelegging zijn over de nieuwe terinzagelegging schriftelijk geïnformeerd. Binnen de periode(n) van de terinzagelegging konden zienswijzen worden ingediend. Er zijn gedurende de eerste periode van terinzagelegging 71 schriftelijke zienswijzen ingekomen. Binnen de periode van de hernieuwde terinzagelegging vanaf 25 juli 2019 zijn er nog 10 aanvullende en 3 nieuwe zienswijzen ingediend. Er zijn geen mondelinge zienswijzen ingediend.

2.

Vaststelling masterplan

bestemmingsplan,

beleidsregels,

exploitatieplan

en

Deze ‘Nota van zienswijzen’ maakt deel uit van het besluit tot vaststelling van het Chw-bestemmingsplan, de beleidsregels, het exploitatieplan en het masterplan.

3

3.

Ingediende zienswijzen a. Zienswijzen

Er zijn tijdens deze periode(n) in totaal 74 schriftelijke zienswijzen ingediend. In onderstaande tabel zijn de ingediende zienswijzen opgenomen waarbij de aanvullingen en de in de tweede periode van terinzagelegging ingediende nieuwe zienswijzen zijn meegenomen. Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.

Zienswijze F.A.B. Raaijmakers & H.A.E. Raaijmakers - van der Linden, Opwettenseweg 197 M.A.J. van Rooij, Vorsterdijk 6 B. de Maat, Opwettenseweg 106 Familie Schouten-Mutsaerts, Boord 40 Aanvulling Achmea Rechtsbijstand namens NJM van de Klundert, Opwettenseweg 128 Karolus Venlo Holding B.V., Boord 39 Familie Claes, Wettenseind 10 Parochie Heilig Kruis, Park 55 (betreft Opwettenseweg ongenummerd) Familie Estourgie-Bot & Familie Eijkman, Wettenseind 11 Aanvulling Boskamp & Willems advocaten namens 7 bewoners Krommenakker en 1 Wettenseind. Veilig Verkeer Nederland & Fietsersbond Nuenen Tennet TSO B.V. Achmea Rechtsbijstand namens H. Paling, Opwettenseweg 114 Aanvulling Familie Mol, Wettenseind 9 VJAH. Scheepers, HAGM Scheepers & AHNM Scheepers, betreft Dubbestraat 6 & Dubbestraat 4a Aanvulling

4

Ingekomen 26-mrt-2019 28-mrt-2019 1-apr-2019 31-mrt-2019 30-aug-2019 2-apr-2019 2-apr-2019 3-apr-2019 4-apr-2019 3-apr-2019 3-sep-2019 5-apr-2019 8-apr-2019 8-apr-2019 13-aug-2019 8-apr-2019 8-apr-2019 15-aug-2019

Registratie 201906054 201906345 201906576 201906608 201916030 201906679 201906759 201909463 201906886 201906970 201916270 201907065 201907081 201907085 201915125 201907087 201907090 201915332

Nr. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39.

Zienswijze Goorts & Coppens namens M. van den Berk, Opwettenseweg 126 C.M.P. Pas, Spegelt 50 M. van Nistelrooij & A. Verbeek, Opwettenseweg 120 R. & F. van Eyk, Boord 41 T. Jansen, Opwettenseweg 116 M. Jungheim, Pieterveld 20 M. Verstappen, Pieterveld 22 G. Wagner, Pieterveld 6 D. van Nieuwkerke, Pieterveld 24 S. v.d. Biggelaar, Pieterveld 30 A. Rosenberg, Pieterveld 28 Studio Hystrix Erwin Kamphuis, Spegelt 52A B. Wagner, Pieterveld 2 E. van Nieuwkerke & L. Castle, Pieterveld 26 M. Rosenberg, Pieterveld 14 N. Weekers & M. Dankers, Pieterveld 10 D. Rosenberg & Knehans, Pieterveld 12 M. Wagner, Pieterveld 4 A. Rosenberg, Pieterveld 16 M. Rosenberg, Pieterveld 8 J. v.d. Pol, Pieterveld 18 Joy Notten & May Scheres, Opwettenseweg 118 Samenwerkingsverband Van der Meulen, Spegelt 33-35 Jolanda van der Dungen & Bart Boeringa, Spegelt 62 G. den Butter, Krommenakker 17

Ingekomen 9-apr-2019 8-apr-2019 9-apr-2019 10-apr-2019 12-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 15-apr-2019 16-apr-2019 16-apr-2019 15-apr-2019

5

Registratie 201907206 201907211 201907394 201907442 201907585 201907772 201907773 201907774 201907775 201907776 201907777 201907778 201907779 201907780 201907781 201907782 201907783 201907784 201907785 201907786 201907787 201907831 201907860 201907862 201907867

Nr.

49.

Zienswijze Aanvulling Boskamp & Willems advocaten namens 7 bewoners Krommenakker en 1 Wettenseind A. Stellink & MJ Stellink-van Doorn, Opwettenseweg 193 Aanvulling JML Cunnen, Krommenakker 21 Aanvulling Boskamp & Willems advocaten namens 7 bewoners Krommenakker en 1 Wettenseind Stein Keuken, Spegelt 18 PSN Metaalbewerking HJM Neggers, Spegelt 50 Familie F. Spaas, Bakertse Landweg 3 Rens & Stanley Broeders VOF Broeders, Spegelt 70-72 P.S.N. en familie NAS, H. Neggers & C. Pas, Spegelt 50 PJ Hut, L. van den Brekel & E. Nicolasen, Krommenakker 19 Aanvulling Boskamp & Willems advocaten namens 7 bewoners Krommenakker en 1 Wettenseind PJLM Bartholomeus, Krommenakker 18 Aanvulling Boskamp & Willems advocaten namens 7 bewoners Krommenakker en 1 Wettenseind Leon van Santvoort, Krommenakker 30

Ingekomen 4-sep-2019 15-apr-2019 23-aug-2019 15-apr-2019 4-sep-2019 17-apr-2019 17-apr-2019 17-apr-2019 16-apr-2019 16-apr-2019 16-apr-2019 4-sep-2019 17-apr-2019 4-sep-2019 16-apr-2019

50.

Aanvullingen Achmea Rechtsbijstand namens PJ Strijbos, Boord 23

15-aug-2019 18-apr-2019

Arag Rechtsbijstand namens A. Raaijmakers en Raaijmakers Hoeve, Boord 25 Aanvulling Weebers Vastgoed Advocaten namens Hurks bouw & vastgoedontwikkeling Aanvulling Intrekking AE de Graaf-Pronk & FA de Graaf, Krommenakker 15

18-apr-2019 4-sep-2019 18-apr-2019 4-sep-2019 22-jan-2020 17-apr-2019

40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48.

51. 52.

53.

6

Registratie 201916270 201907868 201915757 201907870 201916270 201907970 201907972 201907975 201907979 201907980 201907981 201916270 201907982 201916270 201907985 2019.15329 & 2019.15758 201907996 2019.08084 & 2019.08092 201916266 201908085 201916269 201908086

Nr. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60. 61. 62. 63.

64. 65. 66. 67. 68. 69. 70. 71. 72.

Zienswijze Aanvulling Boskamp & Willems advocaten namens 7 bewoners Krommenakker en 1 Wettenseind DAS namens LAJ Koppe & TCM Peeters, Opwettenseweg 112 Erven Rustige, betreft perceel naast/achter Boord 41 Anja Bouman & Maurice Gerritsen, Opwettenseweg 108 LA Architecten Ingenieurs namens PAMA Saris, Boord 29 Inventas, JHA van Grinsven, Spegelt 74 Presize Pattern Services, JWGH van Grinsven-van Heeswijk, Spegelt 74 Murray en fam. J. van Wetten, Spegelt 52 Aanvulling Autobedrijf Bovers en Van Bussel, R. Bovers, betreft Spegelt 35 Familie van der Wijst, Wettenseind 5 Provincie Noord-Brabant Aanvulling

Ingekomen 4-sep-2019 17-apr-2019 17-apr-2019 17-apr-2019 17-apr-2019 17-apr-2019 17-apr-2019 16-apr-2019 4-sep-2019 17-apr-2019 16-apr-2019 17-apr-2019 28-aug-2019

HRG van den Nieuwenhof, Krommenakker 13 Aanvulling Boskamp & Willems advocaten namens 7 bewoners Krommenakker en 1 Wettenseind Boskamp & Willems Advocatern namens fam. van Grotel, Vorsterdijk 16A JHA van Grinsven & JWGH van Grinsven-van Heeswijk, Spegelt 74-76 Inge van Grinsven, Spegelt 74-76 VJ Brenninkmeijer, Krommenakker 16 Aanvulling Boskamp & Willems advocaten namens 7 bewoners Krommenakker en 1 Wettenseind COR Coppelmans Ontstoppingen en Reinigingen BV, Spegelt 26-28 AROM namens BA de Groof, Spegelt 36A AROM namens AG Schiebroek, Dubbestraat 5 N. Vereecken, Het Kempke 17

18-apr-2019 4-sep-2019 18-apr-2019 18-apr-2019 18-apr-2019 19-apr-2019 4-sep-2019 19-apr-2019 2-mei-2019 2-mei-2019 23-aug-2019

7

Registratie 201916270 201908087 201908091 201908095 201908096 201908097 201908098 201908111 201916342 201908112 201908119 201908154 201915998 2019.08184 & 2019.08219 201916270 201908188 201908189 201908190 201908212 201916270 201908213 201908214 201908215 201915759

Nr. 73.

Zienswijze C. Kauffeld, inzake Boord 9

74.

Belangenvereniging Nuenen Groen

Ingekomen 27-aug-2019 3-sep-2019

Registratie 201915818 2019.16309 & 2019.16308

b. Ontvankelijkheid De schriftelijke zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn binnengekomen en in zoverre ontvankelijk. c. Hoorzittingen Voorafgaand aan het opstellen van deze nota hebben geen hoorzittingen plaatsgevonden. d. Behandeling zienswijzen In onderstaande tabel zijn de ingediende zienswijzen per thema/deelgebied opgenomen met daarbij aangegeven door wie die zienswijze(n) is/zijn ingediend. De aanvullend ingediende zienswijzen en de in de tweede periode van terinzagelegging ingediende zienswijzen zijn hierin verwerkt.

Nr. A.

Inhoud zienswijze Gebrek aan duidelijkheid door globaal en weinig concreet plan:

Ingediend door Aanwonenden Opwettenseweg: zienswijzen nrs. 1, 3, 5, 12, 15, 17, 19, 36, 40, 54, 56

Wat is status plannen. Vooraankondiging of ontwerpbestemmingsplan?;

8

Nr.

Inhoud zienswijze Ontwerpbestemmingsplan is zo flexibel dat daarmee rechtszekerheid wordt aangetast. Doordat beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ later eenvoudig kan worden gewijzigd wordt dit nog verder versterkt; Belangrijke planregels worden ten onrechte in eenvoudig te wijzigen beleidsregels vastgelegd, zonder dat belanghebbenden rechtsmiddelen hebben om daar tegen op te komen. Soms zelfs buiten de raad om. En hoe wordt dit geborgd? Wat als beleidsregels worden ingetrokken?; Een directe koppeling naar beleidsregels ontbreekt in de planregels; Bouwen op voldoende afstand van bestaande bebouwing is, anders dan wordt beschreven in beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’, niet geborgd. Verlies van woonkwaliteit: (deel) woongenot gaat verloren; Delen van achtertuinen worden bij te ontwikkelen plan betrokken. Is er sprake van onteigening of compensatie? Hoe worden bewoners betrokken?; Verlies privacy, rust en wooncomfort; Bestaand parkdeel/speelweide hoek Opwettenseweg/Vorsterdijk voor buurtkinderen gaat verloren.

Voorgesteld wordt om dat groene bestemming te laten behouden of de functie ‘’Plaetse’’, gemeenschappelijk gebruik (bijvoorbeeld pluktuin) te geven; Hoe is gekomen tot typering ‘redelijke leefomgevingskwaliteit’ (figuur B3.1 Omgevingskwaliteit, ontwerp beleidsregels) voor woningen Opwettenseweg en omgeving; Kruispunt Wettenseind/Opwettenseweg/Vorsterdijk behoeft aandacht vanuit veiligheid. Verkeersafhandeling en infrastructuur: Plannen voor ontsluiting binnen en rondom plan zijn vaag en onduidelijk. Dient (met name ook voor Opwettensweg) concreet uitgewerkt te worden in samenspraak met bewoners; Weinig aandacht voor daadwerkelijke inrichting van straten. Wat wordt bedoeld met ‘autoluw’ maken van Opwettenseweg? Concrete uitwerking met profielen en indeling van wegen is vereist; Toename van verkeersaanbod zal extra gevaarlijke verkeerssituaties opleveren. Wat wordt daaraan gedaan?;

9

Ingediend door

Nr.

B. C. D.

Inhoud zienswijze Hoe wordt aansluiting Opwettenseweg-Wolvendijk N270 vormgegeven?; Momenteel bij bewoners Opwettenseweg als parkeerterrein in gebruik zijnd naastgelegen braakliggend perceel (kad. 1725, eigendom kerk) wordt bij planvorming betrokken. Hoe wordt dat gecompenseerd? Is terugkeer openbaar vervoer hiervoor een optie?; Toename verkeer zal meer licht-, lucht-, gebieds- en geluidsvervuiling veroorzaken; Hoe wordt voorkomen dat bouwverkeer schade aan bestaande bebouwing gaat veroorzaken. Zien graag een plan waarin bestaande situatie wordt vastgelegd; Aan Opwettenseweg zijn karakteristieke bomen aanwezig die het verdienen om behouden te worden; In plan is een weg voorzien die loodrecht uitkomt op karakteristieke huizen aan de Opwettenseweg. Verzocht wordt om deze weg te verplaatsen. Algemeen: Wat zijn kaders bij bevoegdheid voor college om de begrenzing van het bestemmingsplan te wijzigen/aan te passen?; Hoe neemt gemeente verantwoordelijkheid voor vernietigen natuur en biodiversiteit; Wat zijn consequenties (waardedalling) van het plan voor de waarde van bestaande woningen. Aanvullend wordt geïnformeerd naar mogelijkheid om deel van kavel Opwettenseweg 104 (eigendom gemeente) over te nemen. Is door gemeente in eerdere contacten toegezegd. Aanvullend wordt nog gevraagd wat de exacte status is met betrekking tot de WVG.

Verder wordt gevraagd op welke termijn gesprekken over evt. verwerving te verwachten zijn. Aanvullend wordt nog gesteld: Bouwen tot een hoogte van 14 meter is niet passend in het straatbeeld van de Opwettenseweg en strookt ook niet met beleidsregels waarin het gebied is aangemerkt als ‘landelijk wonen’. Onduidelijk is overigens ook of die maximale bouwhoogte ook is toegestaan aan de Opwettenseweg. Die wordt elders weer aangeduid als gebied met ‘landelijk wonen’ waar mag worden gebouwd in 1-2 lagen; Het oorspronkelijke plan van groen langs Vorsterdijk is vrijwel geheel verdwenen. Hoe wordt het kenmerkend groen in het plan behouden?.

10

Ingediend door

Zienswijze nr. 3 Zienswijze nr. 56 Zienswijze nr. 54

Nr. E.

F. G.

H.

I.

Inhoud zienswijze Aanvullend wordt nog gesteld: 1. Bebouwingsdichtheid voor gronden gelegen achter woning Opwettenseweg 114 is niet goed gemotiveerd. Wijkt ook af van huidige plan; 2. Bestaande groen achter woningen aan de Opwettenseweg wordt in het bestemmingsplan niet beschermd; 3. Koppeling met beleidsregels is niet goed omschreven. Er staat niet dat een aanvraag om omgevingsvergunning moet voldoen aan de beleidsregels; 4. De beleidsregels kunnen worden herzien. Hierdoor is er geen enkele rechtszekerheid, daarnaast staat tegen een wijziging van de beleidsregels geen rechtsmiddel open. Aanvullend wordt nog opgemerkt dat in nieuwe plannen de Opwettenseweg niet langer is aangeduid als lintweg met nadelige gevolgen voor bebouwingsdichtheden. Hiertegen wordt bezwaar gemaakt. Aanvullend wordt nog voorgesteld om: aan achterzijde woningen Opwettenseweg een hof en/of parkeerplaatsen te realiseren; Opwettenseweg alleen toegankelijk te maken voor aanwonenden en/of andere aansluiting op N270 realiseren. Bedrijf gevestigd aan de Opwettenseweg 126 wordt feitelijk wegbestemd omdat het bedrijfsmatige deel van het perceel bij te ontwikkelen gebied wordt betrokken.

Is geen goede ruimtelijke ordening; Toegankelijkheid bedrijfs- en woonperceel is niet langer mogelijk vanaf Vorsterdijk; Aspecten geluid en luchtkwaliteit zijn onvoldoende beoordeeld; Ten onrechte is op perceel van indiener zienswijze de dubbelbestemming ‘archeologische waarden’ gelegd. Rekening houdend met reeds lange tijd plaatsvindende gebruik (en ook rekening houdend met bestaande jurisprudentie) is het niet aannemelijk dat er sprake is/kan zijn van archeologische waarden. Er is ook sprake van strijd tussen toelichting bestemmingsplan en de planregels.

Ingediend door Zienswijze nr. 12

Zienswijze nr. 19 Zienswijze nr. 17

Zienswijze nr. 15

Voorgestelde wijziging begrenzing stedelijk gebied betekent dat grasveld naast woning aan de Opwettenseweg 128 veranderd Zienswijze nr. 5 van een groenbestemming naar een woonbestemming (met mogelijkheden voor één of meerdere woningen met evt. kleinschalige andere functies). Daarmee is geen sprake van goede ruimtelijke ordening; Gevreesd wordt voor waardedaling woning.

11

Nr. J.

K.

L.

Inhoud zienswijze Ingediend door Toegestane bouwhoogte in woongebied 2 van 14 meter is in omgeving van Opwettenseweg 193 niet wenselijk. Een Zienswijze nr. 40 onderscheid in deelgebieden zou voor de hand liggen; Bebouwingsdichtheid is niet goed gemotiveerd; Realisering plannen betekent verlies van woonkwaliteit; Achter perceel Opwettenseweg 193 is in plan van 2010 wadi voorzien. In de nieuwe plannen komt dit niet terug. Hoe wordt dan voorzien in voldoende afvoer van (overvloedige) regenval?; Koppeling met beleidsregels is niet goed omschreven. Er staat niet dat een aanvraag om omgevingsvergunning moet voldoen aan de beleidsregels; De beleidsregels kunnen worden herzien. Hierdoor is er geen enkele rechtszekerheid, daarnaast staat tegen een wijziging van de beleidsregels geen rechtsmiddel open. Maken bezwaar tegen op grond van exploitatieplan verschuldigde exploitatiebijdrage van perceel van Parochie aan de Zienswijze nr. 8 Opwettenseweg. Vanwege ligging aan Opwettenseweg en aanwezigheid voorzieningen zou geen bijdrage aan de ontwikkeling- en bouwrijpmaak kosten van het plangebied verschuldigd behoeven te zijn. Maken ook bezwaar tegen de wijziging van de bestemming van perceel D 1725 in het ontwerp-Masterplan. 1.

Wegenstructuur in ontwerpbestemmingsplan wijkt af van hetgeen tijdens informatiebijeenkomst is gepresenteerd;

2. Uitwerking gebied ten zuiden van Opwettenseweg is niet volledig uitgewerkt; 3. Verkeersontsluiting is niet uitgekristalliseerd waardoor onduidelijk is hoe plangebied aan de zuidzijde verder zal worden ontsloten; 4. Onduidelijk is hoe beoogde wegenstructuur in Nuenen-West zich verhoudt tot omringende gebieden; 5. Gesproken wordt over afsluiten danwel autoluw maken van Opwettenseweg maar er wordt geen alternatief geboden; 6. In het plan wordt een aansluiting voorzien op de rotonde bij het Pieterveld terwijl deze rotonde daarop niet is voorzien. Wat zijn de gevolgen hiervan voor EMK. Verkeer op Geldropsedijk zal hierdoor vastlopen. Wat betekent dit voor afrit viaduct Geldopsedijk/A270?;

12

Aanwonenden Wettenseind : zienswijzen nr’s: 7, 9 (zie ook onder T), 13 en 62

Nr.

M.

N.

Inhoud zienswijze 7. Voorgestelde bouwdichtheid en bouwhoogte nabij kenmerkende boerderijen aan het Wetteseind passen niet bij die boerderijen. Waarom wordt hier voor een andere (meer stedelijke) ‘invlechting’ gekozen dan bij Vorsterdijk?; 8. Leefklimaat bestaande bewoners wordt geruïneerd. Verzocht wordt om alle onderzoeken hieromtrent te ontvangen; 9. Is rekening gehouden met waardedaling van bestaande woningen?; 10. Hoe wordt fietsveiligheid gegarandeerd op Wettenseind, Opwettenseweg en van en naar sportvelden; 11. Verkeersdrukte zal toenemen. Hoe is hier bij ontsluiting Nuenen-West op geanticipeerd?; 12. Voorgesteld wordt om dit deel van Nuenen-West te ontsluiten op de A270 tussen de Opwettenseweg en het Wettenseind. Aanvullend hierop wordt nog het volgende gesteld: 1. In het exploitatieplan wordt een deel van het perceel Wettenseind 9 bij de planvorming betrokken terwijl volgens het projectontwikkelaarsplan het huisperceel intact zou blijven. Verzocht wordt om te bevestigen dat dat ook zo is; 2. Volgens de plannen lijkt er een extra pad gepland te zijn aan de voorzijde/in de voortuin van het pand Wettenseind 9. Lijkt vergissing. Graag bevestiging daarvan; 3. Volgens het exploitatieplan treden er geen veranderingen op voor de boerderijpercelen Wettenseind 7, 9 en 11.

In de projectplannen wordt echter voorgesteld om ten zuiden van het perceel Wettenweind 9 een woonpad te realiseren. Aangenomen wordt dat er conform exploitatieplan geen woonpad komt. Graag bevestigen;

Ingediend door

Zienswijze nr. 13

4. Ten westen van huisperceel is een weg gepland. Vanwege impact (geluid, fijnstof) niet aanvaardbaar; 5. Aangenomen wordt dat achter huisperceel een vloeiende overgang zal ontstaan van de aanwezige landelijke omgeving naar het meer stadse karakter. 1. Indiener zienswijze is eigenaar van gronden aan het Wettenseind. Op grond van het huidige bestemmingsplan heeft een Eigenaar Wettenseind groot deel van die gronden de bestemming ‘woongebied II – uit te werken’. Met het voorliggende ontwerpbestemmingsplan kadastrale nummers F krijgen deze gronden, zonder motivering, grotendeels de bestemming ‘groen’; 2847 en 3857: zienswijze nr. 52 2. Vanwege versnipperde karakter van het bestemmingsplan is het voor indiener zienswijze onmogelijk om een marktconforme rendabele ontwikkeling te realiseren. Deze versnippering maakt het ook onmogelijk om te

13

Nr.

Inhoud zienswijze kunnen bepalen wat en hoeveel mag worden gebouwd op gronden indiener zienswijze. Dit betekent dat sprake is van een zeer rechtsonzekere positie voor de bruikbaarheid van gronden; 3. Toegestane dichtheden en bandbreedtes van woningbouwprogramma (inclusief eis tot realisatie van sociale woningbouw) alsook de aanwijzing van groene bestemmingen worden gewijzigd met nieuwe plan(nen). Daardoor worden ontwikkelingsmogelijkheden indiener zienswijze beperkt; 4. Noodzaak voor vaststelling van exploitatieplan is voor indiener zienswijze niet duidelijk. Is toch al geregeld middels grond- en opstalexploitatie met BPD. De grond- en opstalexploitatie wordt immers geheel door en voor rekening van BPD gevoerd, waarvoor BPD met de gemeente en indiener zienswijze al een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten; 5. Indiener zienswijze beschikt voor zijn grond over een woonconcept dat snel en marktconform kan worden ontwikkeld. Gevraagd wordt aan de raad om met dit plan rekening te houden. Zie diverse door indiener zienswijze benoemde uitspraken van de Raad van State; 6. De motivering omtrent het (niet) toepassen van de Ladder voor duurzame verstedelijking kan indiener zienswijze niet volgen en is volgens indiener zienswijze ook niet houdbaar, m.a.w. er is wel degelijk sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die onvoldoende wordt gemotiveerd; 7.

De in het plan opgenomen fasering is willekeuring en rechtsonzeker en verhinderd dat voortvarend tot ontwikkeling van zijn plan kan worden gekomen. Doordat ook de verplichting wordt opgenomen om een bepaald programma te realiseren is het voor indiener zienswijze volstrekt onduidelijk wanneer en hoe gronden in ontwikkeling kunnen worden gebracht; 8. Vanwege hiervoor bedoelde onzekerheid is het maar de vraag of de uitvoerbaarheid van het plan binnen de planperiode voldoende is gemotiveerd; 9. Uit het exploitatieplan kan niet worden afgeleid dat met BPD een anterieure overeenkomst is afgesloten. Zakelijke inhoud is ook niet gepubliceerd; 10. Omtrent te verlenen hogere waarden bestaat onduidelijkheid (o.a. verkeerde verwijzing). Ook verbeelding is hierover onduidelijk (niet is af te leiden voor welke woningen ontheffing geldt). Verder is de te realiseren geluidluwe gevel nergens geborgd in de regels; 11. De in het ontwerpmasterplan gemaakte keuzes (aanwijzing groenstructuren, keuze voor bebouwingsdichtheden) zijn onvoldoende gemotiveerd en maken dat voor indiener zienswijze geen marktconforme kavels zijn te ontwikkelen;

14

Ingediend door

Nr.

Inhoud zienswijze 12. Omdat taxatierapporten nog niet inhoudelijk ter visie zijn gelegd is het onmogelijk om de gehanteerde inbrengwaarden bij het exploitatieplan te beoordelen. Indiener van de zienswijze heeft twijfels bij de gehanteerde uitgangspunten en ziet daarvoor graag een nadere motivatie; 13. Indiener van de zienswijze heeft twijfels bij de gehanteerde uitgangspunten voor de complexwaarde berekening en ziet daarvoor graag een nadere motivatie: a. Het bedrag en percentage planonzekerheid en de opslag voor fase 2 en 3 zijn niet nader onderbouwd; b. Bij de complexwaarde berekening is de plankostenscan geïndexeerd met 2%, dit sluit niet aan bij de regels van de plankostenscan; c. De onderbouwing van de sloopkosten ontbreekt en de raming is extreem hoog; d. De afkoop van de milieuvergunningen is niet nader onderbouwd; 14. Indiener zienswijze is van oordeel dat geen functionele of ruimtelijke samenhang tussen het deel ten zuiden van de Europlaan en het deel ten noorden daarvan is aangetoond; 15. In het exploitatieplan ontbreekt een onafhankelijk advies inzake de marktconforme grondprijs. Als gevolg daarvan is sprake van een onjuiste en onzorgvuldige voorbereiding; 16. Indiener zienswijze is van oordeel dat uitvoering van het exploitatieplan planschade oplevert en zal daartoe een claim indienen; 17.

Opname van verplichting tot realisatie sociale woningbouw in het bestemmingsplan levert belemmering op om gronden rendabel te exploiteren. Dit ook omdat nergens in het bestemmingsplan duidelijk wordt gemaakt waar het in het exploitatieplan opgenomen aantal van 78 sociale woningen dienen te worden gerealiseerd. Beleidsregel wijkt (qua voorgeschreven aantal) ook af van exploitatieplan; 18. Voorgesteld wordt bestemmingsplan (en de overige plannen voor zover nodig) voor percelen indiener zienswijze gewijzigd vast te stellen door rechtstreekse bestemming ‘woongebied’ voor diens eigendommen op te nemen, het aantal m2 bestemming ‘groen’ terug te brengen naar het in het geldende plan opgenomen aantal en duidelijk te maken waar sociale woningbouw dient te worden gerealiseerd.

15

Ingediend door

Nr. O.

Inhoud zienswijze Plannen zijn onduidelijk over de zuidelijke aansluiting van de nieuwe woonwijk. Gevreesd wordt voor mogelijk ontsluiting over de EMK voetbalvelden. Daardoor zal zowel aan de voor- en achterzijde van de woningen aan Het Pieterveld sprake worden van een onacceptabele toename van geluidshinder, toename van verkeersdrukte en onveilige woonsituatie. Tegen een dergelijke ontsluiting wordt dan ook bezwaar aangetekend.

P.

1. In de planontwikkeling is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van gevestigde ondernemers op bedrijventerrein De Spegelt. Mogelijkheden mogen niet worden ingeperkt conform het onherroepelijke bestemmingsplan Nuenen-Zuidoost;

Ingediend door Aanwonenden Pieterveld: zienswijzen nrs. 20, 21, 22, 23, 24, 25, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35 Bedrijven aan de Spegelt: zienswijzen nrs. 16, 26, 37, 38, 42, 43, 45, 46, 58, 59, 69, 61, 66, 67, 69 en 70

2. Bezwaar wordt gemaakt tegen het voornemen om binnen de milieuzonering van de bestaande bedrijven op de Spegelt toch woningen te bouwen. De richtlijn van 30 meter uit de VNG publicatie dient aangehouden te worden; 3. Niet ingestemd wordt met maatregelen om af te wijken van afstandsnorm van de 30 meter norm uit VNG publicatie; 4. Bouwhoogte van bedrijfsgebouwen (8 meter) op bedrijventerrein dient ongewijzigd te blijven; 5. Bezwaar wordt gemaakt tegen het verlies van de afschermende groenstrook rondom het bedrijventerrein. Verzocht wordt om deze strook (van 8 meter) weer terug te brengen; 6. In de beleidsregels wordt aangegeven dat transformatie van gronden uitsluitend is toegestaan als die niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van aanwezige landschappelijke waarden. Om die reden zou Bakertse Landweg intact moeten blijven en zeker geen doorgaande weg moeten worden; Q. R.

7. Door toenemende verharding in Nuenen-West zal mogelijk wateroverlast ontstaan voor lager gelegen bedrijventerrein. Aanvullend wordt nog gepleit om geen cocos achtige afscherming te plaatsen tussen bedrijventerrein en nieuwe woonwijk en Zienswijze nr. 38 wordt gewezen op waardevermindering van het pand. Aanvullend wordt nog het volgende opgemerkt: Zienswijze nr. 60 · overwogen wordt om een planschadeclaim in te dienen; · bezwaar wordt gemaakt tegen evt. plaatsing van containers naast pand Spegelt 52; · er wordt vanuit gegaan dat de gevestigde belangen voor het perceel a/d Spegelt 52 in stand zullen blijven;

16

Nr.

S.

T.

Inhoud zienswijze · gewezen wordt op aanwezigheid van eekhoorns, egels, muizen en padden. Wordt hiermee voldoende rekening gehouden?. Aanvullend wordt nog gevraagd om tussen de Bakertse Landweg en de nog te bouwen woningen in Nuenen-West een minimale afstand van 30 meter van perceelsgrens Spegelt 74 aan te houden en daar ook geen rijwoningen (in sociale sfeer) van 2 of meer lagen te realiseren.

Ingediend door

1. Gewezen wordt op de gebrekkige communicatie met buurtbewoners Krommenakker. Twijfels bestaan over juistheid gevolgde procedure. Er is bijvoorbeeld niet gepubliceerd in Rond de Linde;

Aanwonenden Krommenakker en Het Kempke: zienswijzen nrs. 39, 41, 47, 48, 49, 53, 64, 68, en in aanvulling 72 en aanwonende Wettenseind: zienswijze nr. 9

2. Noodzaak van toepassing Crisis- en herstelwet wordt betwijfeld; 3. Bij planontwikkeling wordt (qua toegestane bouwhoogte en bebouwingsdichtheden) onvoldoende rekening gehouden met het bestaande karakter wijk Krommenakker. Een geleidelijke overgang zou meer voor de hand liggen. Dus met behoud van de aanwezige parkachtige afsluiting van de bestaande wijk. Bouwhoogte van 14 meter in gebied grenzend aan Poelakkerpad in combinatie met hoge bebouwingsdichtheid aldaar zorgt er voor dat niet wordt aangesloten bij bestaande woningen. Beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’ is te globaal om te borgen dat hier passende woningen worden gebouwd. Voorgesteld wordt om dit gebied te typeren als ‘landelijk wonen’; 4. Een deel van de bestaande wijk Keizershof is ten onrechte opgenomen in het bestemmingsplan. Als gevolg daarvan zal een belangrijke groene, parkachtige zone op onacceptabele wijze aangetast worden. Gevraagd wordt om garantie dat de nieuwe plannen achter de (bestaande) greppel zullen blijven (ook i.v.m. afvoercapaciteit regenwater). Planregels en/of beleidsregels bieden geen garantie dat geen wateroverlast zal optreden; 5. Bezwaar wordt gemaakt tegen bebouwing in hogere dichtheden grenzend aan de woningen Krommenakker 11-19 en het Kempke 12-14 met een abrupte overgang van bestaande naar nieuwe woningen;

17

Zienswijze nr. 58

Nr.

Inhoud zienswijze Ingediend door 6. Geëist wordt dat een redelijke strook (zoals aangegeven in zienswijze) grenzend aan de bestaande wijk zal worden bebouwd met vrijstaande woningen die zowel qua verkaveling als te realiseren bebouwing wordt afgestemd op de bestaande wijk. Vast te leggen in een convenant met recht op inspraak voor bewoners van aangrenzende woningen EN dat vóór vaststelling van het bestemmingsplan; 7. Wegenstructuur in ontwerpbestemmingsplan wijkt af van hetgeen tijdens informatiebijeenkomst is gepresenteerd; 8. Bezwaar wordt gemaakt tegen de functie en ligging van de ontsluitingsweg zoals weergegeven in het ontwerpbestemmingsplan, omdat: · Deze te dicht is gelegen op de bestaande woonwijk met alle gevolgen van dien voor het woon- en leefklimaat voor woningen ter hoogte van Krommenakker 11-21, 16, 18 en Wettenseind 11; · Door projectontwikkelaar wordt gesteld dat zij een andere ontsluiting voor ogen hebben; · De bestaande wegenstructuur waarop deze ontsluiting aantakt daar totaal niet op berekend is; · Als gevolg van het beoogde autoluw maken van de Opwettenseweg deze route nog meer verkeer zal aantrekken; · Onduidelijk is hoe deze weg buiten het plangebied gaat aantakken; 9.

Vanwege uitstellen van definitieve keuzes over de Dorpslaan kunnen indieners van de zienswijzen in een latere procedure worden verweten dat zij zich hebben geconformeerd aan de aanleg van de Dorpslaan, zoals voorzien in het ontwerpbestemmingsplan. De Dorpslaan wordt ingericht als een 30 km/uur weg, maar dat zegt weinig of niets over de intensiteit van het gebruik van de weg. Ondanks de inrichting als een 30 km/uur weg kan die route voor het sluipverkeer nog steeds veel aantrekkelijker zijn dan de (beperkt aanwezige ) alternatieve routes; 10. Logischere plek voor ontsluitingsweg voor zuidelijke deel is tussen Wetteneind 7 en 9; 11. Gevraagd wordt om een cumulatieve calculatie van de geluidsbelasting en stikstofdioxide en fijnstofwaarden op basis van het `Worst case` scenario bij realisering van de aangegeven ontsluiting van het zuidelijke deel (inclusief aansluiting op de A270); 12. Wat is de verklaring voor de aangegeven geluidsoverlast rond het bestaande Poelakkerpad ter hoogte van percelen Krommenakker 19 en Het Kempke 14-12;

18

Nr.

Inhoud zienswijze Ingediend door 13. Onduidelijk is of het Poelakkerspad met o.a oude eikenbomen zal worden gehandhaafd. Tegen verdwijnen daarvan wordt bezwaar gemaakt. Het verloren gaan van het karakteristieke Poelakkerpad, met beeldbepalende eiken leidt tot waardevermindering van Wettenseind 11; 14. Uitwerking gebied ten zuiden van Opwettenseweg is niet volledig uitgewerkt; 15. In rapport Kuiper van januari 2019 wordt een ontsluiting met een knik achter Wettenseind 11 en 13 gepresenteerd. Wat is status van dat rapport?; 16. Uit berekeningen bij het bestemmingsplan blijkt dat voor woningen Krommenakker 13-19 sprake is van een slecht tot zeer slecht woonklimaat (> 68dB). Voor bestaande woonwijk met een huidige belasting van < 53 dB onacceptabel; 17. Hoe kan worden gesproken van een autoluwe Opwettenseweg als er geen totaalbeeld is van het ontsluitingsplan; 18. Opwettenseweg dient in huidige opzet gehandhaafd te blijven, dus niet autoluw maken zolang er geen uitsluitsel is over oplossing verkeersproblematiek in Eindhoven; 19. In het plan wordt een aansluiting voorzien op de rotonde bij het Pieterveld terwijl deze rotonde daarop niet is voorzien. Logisch gevolg is doortrekken van ontsluiting via EMK velden met alle ongewenste gevolgen daarvan voor de omgeving; 20. Er is een algemeen gebrek aan visie ten aanzien van het totaalbeeld van de ontsluiting van Nuenen in breder verband.

Lokale oplossingen zijn nog steeds niet gevonden terwijl ook nog geen zicht is op de regionale oplos-sing(en). Ontsluiting via Wettenseind, waar in het ontwerpbestemmingsplan vanuit wordt gegaan, is vooralsnog onacceptabel; 21. Voor de ontsluiting van het zuidelijke deel van het gebied zijn blijkens het beleidsstuk Mobiliteit ook andere alternatieven; 22. Er is slechts in grove mate onderzocht wat de milieugevolgen van het plan voor de omgeving zijn. Specifieke studies ontbreken. Bijbehorende vormvrije mer-beoordeling is ondeugdelijk. Zolang geen duidelijkheid bestaat over het traject van de ontsluitingsweg kunnen de optredende milieueffecten onvoldoende worden beoordeeld; 23. Betwijfeld wordt of voldoende is gekeken naar stikstofuitstoot (Natura 2000 gebieden) en of de Laddertoets voor duurzame verstedelijking correct is doorlopen. Hoe verhoudt de ontwikkeling van Nuenen-West (en de extra te verwachten verkeersintensiteiten) zich met de uitspraken van 29 mei 2019 en later door de Raad van State inzake de uitstoot van stikstof? 24. Ontwikkeling van Nuenen-West betekent opheffing van volkstuinen;

19

Nr.

U. V.

Inhoud zienswijze 25. Diverse documenten sluiten niet op elkaar aan (bijvoorbeeld figuur 27 bijlage 1 en figuur 5.1 van de toelichting);

Ingediend door

26. Het plan leidt tot rechtsonzekerheid door gebruik van erg globale planregels in combinatie met globale beleidsregels; 27. Provinciale instemming met gewijzigde artikelen ontbreekt; 28. Faseringsregeling maakt het mogelijk dat in fase 2 (bij Poelakkerpad) wordt begonnen met bouwen voordat alle) woningen in fase 1 ten noorden van Dorpslaan zijn gerealiseerd. Is geen goede ruimtelijke ordening. Deel van achtertuin wordt in het nieuwe plan onderdeel van het te ontwikkelen nieuwe woongebied. Verzocht wordt om het Zienswijze nr. 2 volledige perceel van indiener zienswijze buiten het te ontwikkelen gebied te laten vallen. 1. Uit de voorliggende plannen blijkt onvoldoende of percelen van indiener zienswijze aan de Vorsterdijk 16a geheel binnen Zienswijze nr. 65 de bestemming ‘woongebied-1’ liggen. Als dat niet het geval is wordt verzocht om dat alsnog te doen; 2. Met indiener zienswijze is in het kader van een grondtransactie met de gemeente afgesproken dat voor een drietal door appellant verkregen bouwkavels geen exploitatiebijdrage is verschuldigd. Gevraagd wordt of daarmee in het exploitatieplan rekening is gehouden; 3. Het huisperceel van indiener zienswijze is als ‘wonen’ bestemd met de aanduiding maximaal 2 woningen. Omdat er al twee woningen aanwezig zijn er daardoor geen mogelijkheden voor een extra woningen terwijl die ruimte er wel is.

Verzocht wordt om het huisperceel ook de bestemming ‘woongebied 1’ te geven en indien nodig daarop ook het exploitatieplan aan te passen.

W.

1. Een deel van de kavel aan Boord 23 wordt in het bestemmingsplan bestemd voor herontwikkeling. Gevraagd wordt om de huiskavel onaangetast te laten. Dit geldt ook voor buren; 2. Er is geen duidelijkheid over concrete invulling van gebied waarin perceel van indiener zienswijze is gelegen. Waar komt bijvoorbeeld sociale woningbouw?; 3. Doorlooptijd van het plan is te lang; 4. Ondanks het feit dat plannen nog onduidelijk zijn kan invulling leiden tot aantasting van woongenot van indiener zienswijze. Gevraagd wordt om bij invulling rekening te houden met bestaande waarden van de landelijke omgeving. Daarin past bijvoorbeeld bouwen in 4 lagen niet; 5.

Nieuwe plan leidt mogelijk tot toename van verkeersdrukte op Boord;

20

Zienswijze nr. 50

Nr.

Inhoud zienswijze Ingediend door 6. Bezwaar wordt gemaakt tegen zeer lage taxatiewaarden voor gronden van indiener zienswijze: · De gronden van betrokkene vallen in fase 3, deze komen pas over 15 tot 18 jaar aan bod, gezien de afspraken in de regio over de bouw van 27.000 woningen is een periode van het hele plan van 20 jaar niet reëel; · Bijzondere geschiktheid van perceel (gelegen aan de Europalaan) is niet meegenomen in taxatie; · De woningdichtheid op de gronden van betrokkene is hoger doordat gestapelde bouw mogelijk is, de referentie grondprijzen uit het taxatierapport hebben betrekking op een lagere dichtheid; · De gronden zijn niet vergelijkbaar met plannen in Veghel, Mierlo of Waalre; · In het verleden is bij eerdere onderhandelingen een veel hogere prijs geboden; 7. De in het exploitatieplan gevraagde exploitatiebijdrage is te hoog; 8. Indieners zienswijze vragen om duidelijkheid wat de uiteindelijke exploitatiebijdrage gaat zijn, dit is niet bekend doordat onduidelijk is hoe het een en ander eruit komt te zien op haar gronden; 9. Bij bepalen van exploitatiekosten voor fase 3 dienen (evt.) tekorten in fase 1 en 2 buiten beschouwing gelaten te worden; 10. In verband met transparante besluitvorming over de prijsvorming dient indiener zienswijze de beschikking te hebben over relevante stukken in verband met verwerving van gronden.

Deze zijn via WOB opgevraagd maar (nog) niet ter beschikking gesteld; 11. Een deel van de kavel wordt in het bestemmingsplan bestemd voor herontwikkeling. Gevraagd wordt om de huiskavel van indiener zienswijze onaangetast te laten; 12. Volgens het plan is realisatie beoogd in de periode van 2030-2035. In de media gaan echter berichten over extra woningbouw in de regio. Wat betekent dat voor de beoogde fasering?; 13. Het bestemmingsplan heeft in algemene zin en in het bijzonder voor het gebied waarin perceel van indiener zienswijze is gelegen nog veel onduidelijkheden in zich. Dat strookt niet met de in het exploitatieplan aangegeven richting. Waar komt bijvoorbeeld sociale woningbouw?; 14. Gronden indiener zienswijze dienen door een onafhankelijke taxateur getaxeerd te worden; 15. Uit stukken blijkt dat exploitatieplan voor aanpassing vatbaar is. Indiener zienswijze wil daarvan steeds op hoogte gehouden worden.

21

Nr. X.

Inhoud zienswijze Ingediend door 1. Bezwaar wordt gemaakt tegen de mogelijkheid om in het gebied ´wonen - uit te werken´, waarin percelen van indiener Zienswijze nr. 51 zienswijze aan het Boord 25 zijn gelegen, bebouwing in 4 lagen te realiseren. Dergelijke hoge gebouwen hebben grote impact op woongenot en privacy; 2. Indiener zienswijze verkeert door de gekozen fasering nog lange tijd in onzekerheid. Gevraagd word dan ook om (meer) duidelijkheid over de plannen. Dit ook in relatie tot het exploitatieplan; 3. Indiener zienswijze behoudt zich het recht voor om voor gronden die eigendom van hem zijn zelf te bepalen of die voor zelfverwezenlijking in aanmerking komen; 4. Rekening houdend met onduidelijkheid van zo veel factoren in het bestemmingsplan (waaronder de borging van de bouwregels voor gronden in fase 3) is het feitelijk onmogelijk om goede gesprekken te voeren over verkoop gronden; 5. De in het kader van het exploitatieplan ingebrachte waarde is veel te laag. Enkele jaren geleden heeft indiener zienswijze een aanmerkelijk hoger aanbod gehad. Waarin zit dit verschil?; 6. Indiener zienswijze plaatst vraagtekens bij termijn waarop fase 3 zal worden gerealiseerd. Gelet op afspraken in de regio verwacht indiener zienswijze dat dat veel eerder zal gebeuren; 7.

De in het exploitatieplan vastgestelde exploitatiebijdrage is exorbitant hoog en is volstrekt onvoldoende gemotiveerd. Verzocht wordt om een duidelijkere en leesbaardere toelichting op te nemen over de hoogte van de exploitatiebijdrage; 8. Indiener zienswijze heeft kennis genomen van het feit dat gemeente afspraken heeft gemaakt met BPD over een aanzienlijk lager verschuldigde exploitatiebijdrage. Is strijdig met gelijkheidsbeginsel. Verzocht wordt om openheid van zaken hierover;

Y.

9. Indiener zienswijze heeft begrepen dat uitwerking van het plan voor zijn kavel(s) mogelijk nog 15 tot 18 jaar kan duren. Rekening houdend met onzekerheid die dat met zich meebrengt wordt verzocht om die periode in te korten. Bezwaar wordt gemaakt tegen opsplitsing van het perceel Boord 29 waardoor een deel van het perceel in het nog te Zienswijze nr. 57 ontwikkelen gebied valt. Gevraagd wordt om de grens van de bestaande huiskavel te leggen op een afstand van 10 meter van de bestaande woning.

22

Nr. Z.

Inhoud zienswijze Deel van het perceel achter ‘Boordhuys’ is betrokken bij het te ontwikkelen woongebied. Omdat dat perceel in gebruik is als parkeervoorziening bij het bedrijf van indiener zienswijze is dat niet aanvaardbaar en wordt voorgesteld het bestemmingsplan en het exploitatieplan hierop aan te passen. Er heeft ook geen afstemming met de eigenaar plaatsgevonden over het betrekken van het eigendom in de exploitatie.

Ingediend door Zienswijze nr. 6

AA.

1. In het voorliggende plan is een uitweg voorzien op het Boord. Dit is gelet op de al bestaande hoge verkeersdruk op het Boord niet wenselijk (zie enquête Boord, zomer 2018 door de gemeente). Verzocht wordt om dit deel van het plan te ontsluiten via de Europalaan;

Zienswijze nr. 4

BB. CC.

DD.

2. Verwachting wordt uitgesproken dat niet wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van stikstofdepositie. 1. Maken bezwaar tegen opname van een deel van huisperceel Boord 41 in het te ontwikkelen deel van het plan; 2. Maken bezwaar tegen het realiseren van extra woning(en) tussen panden Boord 41 en 43. 1. Gevraagd wordt om op deel van perceel van indieners zienswijze aan het Boord 41 dat direct is gelegen aan het Boord (directe) bouwmogelijkheden toe te staan; 2. Op het plan is de Crisis- en herstelwet (o.a. om tot een sneller proces te komen) van toepassing verklaard. Gevraagd wordt om in lijn daarmee in ieder geval één directe bouwtitel op het perceel van indieners zienswijze op te nemen in het plan. In het vigerende bestemmingsplan is op het perceel van indieners zienswijze een weg gepland;

Zienswijze nr.18 Zienswijze nr. 55

3. In het nu voorliggende plan is geen weg meer opgenomen maar in bijlagen wordt die weg weer wel getoond. Indieners zienswijze pleiten om dat alsnog (en zo specifiek mogelijk) te doen zodat daarmee meer rechtszekerheid ontstaat; 4. De taxatiewaarde voor de voorstrook van het eigendom van indieners zienswijze is onduidelijk en wijkt ook af van in opdracht van hen opgestelde taxatierapporten. 1. In het ontwerpexploitatieplan staat dat de gemeente beoogt de gronden (minnelijk of door onteigening) te verwerven. In Zienswijze nr. 14 gesprekken met indiener zienswijze is uitgesproken dat gemeente daarin geen rol heeft maar dat BPD daar verantwoordelijk voor is; 2. Indieners zienswijze zijn vooraf niet actief geïnformeerd over de taxatie inbrengwaarden en vragen zich ook af of en welke gegevens gemeente heeft gedeeld met BPD en wie verder nog gegevens heeft verkregen van de gemeente; 3. Verzocht wordt om gegevens over (eigendommen) indieners zienswijze uit taxatierapport te halen;

23

Nr.

EE.

Inhoud zienswijze 4. In het ontwerpexploitatieplan zijn delen van eigendommen van indieners zienswijze betrokken. Verzocht wordt om die percelen buiten het exploitatieplan te laten; 5. In het ontwerpexploitatieplan wordt gesproken over publiekrechtelijke beperkingen voor gronden van indieners zienswijze. Dit terwijl het voorkeursrecht is vervallen. Wat betekent dit? Heeft het vervallen van de WVG gevolgen voor het exploitatieplan?; 6. Hoe zijn (gedifferentieerde) bedragen van de taxatie inbrengwaarden in exploitatieplan tot stand gekomen? Hoe zijn de bedragen € 70,- en € 270,- tot stand gekomen?; 7. Wat is invloed van de Woningdeal regio Eindhoven op de fasering van bouwplannen en deelplannen?; 8. Toestaan van meer dan 2 bouwlagen past niet in gebied van Nuenen-West. Verzocht wordt om aan te sluiten bij de huidige bouwontwikkelingen. 1. In het nieuwe ontwerpbestemmingsplan is het gebied aan de overzijde van het perceel van indiener zienswijze aan de Dubbestraat 5 ten opzichte van het huidige bestemmingsplan van ‘groen’ omgezet in ‘woongebied 1’. Daarmee wordt afbreuk gedaan aan de eerder uitgesproken ambitie(s) met betrekking tot de groene kwaliteit van het gebied. Betekent ook verslechterde leef- en omgevingskwaliteit. Is ook onvoldoende gemotiveerd;

Ingediend door

Zienswijze nr. 71

2. In het huidige bestemmingsplan is aangegeven dat de Dubbestraat als zijnde een lint met cultuurhistorische waarde, niet geschikt is voor ontsluiting van de wijk. Het nieuwe plan maakt het aannemelijk dat dat wel zal gaan gebeuren (inclusief parkeren langs de weg);

FF.

3. Vorenstaande zal leiden tot aantasting woongenot van indiener zienswijze; 4. In ambtelijk overleg van indiener zienswijze met gemeente is namens gemeente gesproken over aan alternatieve inrichting nabij diens perceel. Krijgt dit overleg nog vervolg?; 5. Eerder is een elftal bomen aan de Dubbbestraat illegaal gekapt. Volgens de wet zouden deze teruggeplant moeten worden. Dit zou gecombineerd kunnen worden met het onder 4 aangehaalde alternatief. 1. De met de herijking voorgestelde hoge(re) bebouwing en hogere bebouwingsdichtheid dragen niet bij aan de in het oorspronkelijk plan van 2008 beoogde dorpse uitstraling; 2. Het toestaan van een school op een recent aangewezen plek is strijdig met het beeldkwaliteitsplan van 2008 en leidt tot een verslechtering van woon- en leefklimaat alsmede flora en fauna;

24

Zienswijze nr. 44

Nr.

GG.

HH.

II.

Inhoud zienswijze 3. Bezwaar wordt gemaakt tegen toepassing van Crisis- en herstelwet en daarmee meer vrijheden voor gemeente en ontwikkelaar. Noodzaak van inzet van deze wet is nergens aangetoond; 4. Als bestemmingsplan toch wordt vastgesteld wordt gevraagd om (her)bevestiging dat uitspraken van Raad van State in eerdere procedure gewaarborgd blijven in het herijkte plan (zie uitspraak RvS). 1. De voorgestelde speelplaats voor kinderen van de in het plangebied voorziene school in een openbaar groengebied is verkeersonveilig. Voorgesteld wordt om speelplein op terrein school te realiseren of anders aan de westzijde (middels bijvoorbeeld de aanleg van een cul du sac) doorgaand verkeer onmogelijk te maken;

Ingediend door

Zienswijze nr. 10

2. Voorgesteld wordt om verder onderzoek te verrichten naar optimalisatie van brengen en halen van kinderen bij de school; 3. Geadviseerd wordt om vanaf Bakertse Landweg een tijdelijke voorziening voor schoolgaande kinderen (fietsers) te realiseren en aandacht wordt gevraagd voor oversteek Opwettenseweg; 4. Ingestemd wordt met voornemen om Opwettenseweg autoluw te maken en de toegezegde studie over ontsluiting van Nuenen-West. In het plan wordt melding gemaakt van aanwezigheid ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Het gaat echter om Zienswijze nr. 11 bovengrondse leidingen. Verzocht wordt om dit aan te passen. Verder wordt verzocht om een beschermende regeling aan de regels toe te voegen voor de leidingstroken. Verzoekt om in het kader van vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Bro binnen de gemeentelijke procedure opgenomen te worden. 1. In de plantoelichting is niet onderbouwd hoe aan de aanbevelingen van het coördinatieteam Wonen SGE wordt voldaan. Zienswijze nr. 63 Plan voldoet om die reden niet aan artikel 4.3 van de Verordening Ruimte van de provincie. 2. De uitvoering en instandhoudingsverplichting van het landschapsplan dient middels voorwaardelijke (gebruiks)bepalingen zeker gesteld te worden. Zonder een concrete uitwerking van de genoemde percentages (50% en 70%) kan indiener dit onderdeel niet beoordelen; 3.

Geadviseerd wordt om de Aerius-berekening aan de hand van de nieuwe methode uit te voeren. Als daaruit blijkt dat sprake is van toename van stikstofdepositie in het bestemmingsplan, dan een onderbouwing inzake uitvoerbaarheid in relatie tot Wet Natuurbescherming opnemen.

25

Nr. JJ.

Inhoud zienswijze 1. De wijze waarop het kattenpension/hoveniersbedrijf wordt ingepast komt niet overeen met hetgeen daarover in de uitwerkingsregels van het geldende bestemmingsplan is opgenomen. Mogelijkheden van het bedrijf worden beperkt ten opzichte van huidige bestemmingsplan. Verzoek tot aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan dusdanig dat hiermee wordt voldaan aan de verwachtingen die reeds zijn gewekt bij vaststelling van het geldende bestemmingsplan;

Ingediend door Zienswijze nr. 73

2. Opname van maximale bvo van 165 m2 betekent beperking van ontwikkelingsmogelijkheden kattenpension. Verzoek tot schrappen van de oppervlakte eis in artikel 6.1. onder b van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan; 3. De in het ontwerpplan opgenomen koppeling van het kattenpension met de bestemming ‘wonen’ komt niet overeen met de feitelijke situatie. Kattenpension is bovendien ook niet gekoppeld aan het hoveniersbedrijf. Verzocht wordt om functies wonen, kattenpension en hoveniersbedrijf van elkaar los te koppelen; 4. Functie ‘kattenpension’ komt niet voor op functielijst bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. Zou ‘Maatschappelijk’ met aanduiding Dip (dierenpension) moeten zijn; 5. In het plan is uitgegaan van een milieuzone van 10 meter. Daarbij is onvoldoende rekening gehouden met de aanwezigheid van het kattenpension. Tevens is uitgegaan van een gedateerd advies van 3 maart 2010 (projectnr. 484973). Verzocht wordt om zeker te stellen dat het gevestigde bedrijf zijn activiteiten kan blijven uitoefenen; 6. In het plan wordt de afweging over de aanvaardbaarheid van woningen nabij het kattenpension doorgeschoven naar de fase van de vergunningverlening. Verzocht wordt om de afweging over de aanvaardbaarheid van de woningen in het kader van dit bestemmingsplan al te doen;

KK.

7. Als de gronden bestemd tot ‘milieuzone’ in een toekomstig uitwerkingsplan de bestemming ‘wonen’ krijgen betekent dat een beperking van de bedrijfsvoering van het kattenpension. Verzocht wordt om het bestemmingsplan daarop aan te passen; 8. Bij de planvoorbereiding is indiener zienswijze ten onrechte en in strijd met uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet niet betrokken. Verzocht wordt om vanuit het oogpunt van participatie het volgende alsnog mee te wegen; 9. Voorgesteld wordt om in directe nabijheid van het kattenpension een park (zonder speelvoorzieningen bij het bedrijf) in een bestemming ‘groen’ te realiseren, zodat de voor het bedrijf zo noodzakelijke rust kan worden geborgd. 1. In het plan ontbreekt een (andere) overweging over de aansluiting van de nieuwe wijk richting A270. Bezwaar wordt Zienswijze nr. 74 gemaakt tegen het ontbreken daarvan;

26

Nr.

Inhoud zienswijze 2. Bezwaar wordt gemaakt tegen ontsluiting van Nuenen-West op de Geldropsedijk alsmede het openstellen van de busbanen A270; 3. Voor de toekomstige functie van de Opwettenseweg denkt indiener dat het mogelijk is het langzaam verkeer van het gemotoriseerd verkeer te scheiden, hierdoor kan huidige functie gehandhaafd blijven. Pas als uit gedegen onderzoek blijkt dat de Opwettenseweg hier niet aan kan voldoen, opteert indiener voor een rechtstreekse aansluiting op de A270. Dit volgens een van de varianten voor de ontsluiting van Nuenen West gepresenteerd in de Mobiliteitswerkgroep;

Ingediend door

4. Bezwaar wordt gemaakt tegen het schrappen van de Opwettenseweg als doorgaande ontsluitingsroute voor autoverkeer naar Eindhoven; 5. Bezwaar wordt gemaakt tegen het op voorhand toestaan van een hogere geluidsbelasting dan 48 dB; 6. Bij herijking van Nuenen-West wordt (op gebied van verkeer, luchtkwaliteit) onvoldoende rekening gehouden met negatieve effecten voor aanpalende bestaande woonwijken. Gebruikte verkeersintensiteiten kloppen ook niet (meer). e. Inhoudelijke reactie op zienswijzen Voordat inhoudelijk op de zienswijzen wordt ingegaan willen we op deze plaats nog wel aandacht vragen voor het volgende. Chw-Bestemmingsplan Herijking Nuenen-West is een zogenaamd Crisis- en herstelwet bestemmingsplan. Het bestemmingsplan Nuenen West betreft een omvangrijk woningbouwprogramma, waarvan een groot gedeelte nog uitgewerkt moet worden. De verwachte looptijd van het project is langer dan de gebruikelijke planperiode voor een bestemmingsplan van 10 jaar. Vanwege deze lange doorlooptijd heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen het plan als experiment aangemeld onder de Crisisen herstelwet. De Crisis- en herstelwet (in samenhang met artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet) biedt een aantal experimenteermogelijkheden. Voor dit bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van onderstaande mogelijkheden:

27

A. Er zijn open normen en beleidsregels opgesteld. Met deze open normen en beleidsregels kan met het bestemmingsplan gedurende de totale looptijd van het bestemmingsplan beter ingespeeld worden op actuele ontwikkelingen. Concreet gaat het daarbij om de volgende beleidsregels: •

Beleidsregel 'stedenbouwkundige kwaliteit' Een van de aanleidingen om tot dit bestemmingsplan te komen is het feit dat het oude bestemmingsplan uit 2008 dusdanig strakke kaders stelt, dat nieuwe woningen niet meer kunnen voldoen aan de eisen en wensen van de huidige woonconsument. Meer flexibiliteit was daarom gewenst. Dit is verwerkt, door in de directe regels voor de woongebieden weinig harde bepalingen op te nemen. De te ontwikkelen woongebieden moeten wel voldoen aan de beleidsregel stedenbouwkundige kwaliteit. Deze beleidsregel stelt kaders voor dichtheden, aantal bouwlagen, oriëntatie, kapvormen, rooilijnen, bijgebouwen, erfafscheidingen etc. Hiermee kan strak worden gestuurd op de gewenste ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit, zonder dat tot op de centimeter onnodig strakke en rigide regels worden gesteld.

•

Beleidsregel 'kwalitatief woningbouwprogramma' De 'experimenteerstatus' vanuit de Crisis- en herstelwet geeft de mogelijkheid om kaders te geven voor invulling van het kwalitatieve programma, bijvoorbeeld een aandeel sociale woningen. In deze beleidsregel wordt aangegeven hoeveel sociale woningen in welke fase gerealiseerd moeten worden en hoeveel bouwkavels voor particulier opdrachtgeverschap gerealiseerd moeten worden. Bouwplannen moeten aantonen dat ze bijdragen aan deze verdeling.

•

Beleidsregel 'kleinschalige andere functies' In paragraaf 3.2.2 van het bestemmingsplan is aangegeven dat het gewenst is om in de toekomst eventueel kleinschalige functies anders dan wonen toe te staan. Voor zover dit gaat om functies die een impact kunnen hebben op de lokale leefomgeving, moet dit wel gebeuren binnen wet- en regelgeving. Tevens is het niet wenselijk om dit type functies overal toe te staan. De beleidsregel stelt de kaders vast, waarmee kleinschalige andere functies mogelijk gemaakt kunnen worden.

•

Beleidsregel 'parkeren'. Op het moment dat een ontwikkeling plaats vindt (woningbouw of anderszins), moet er wel voorzien worden in voldoende parkeerbehoefte. In deze beleidsregel is aangegeven wat de parkeernormen zijn voor verschillende typen woningen en hoe

28

parkeerplaatsen mee tellen in de invulling van de behoefte. Omdat vooralsnog alleen woningen zijn voorzien, is voor andere functies geen parkeernorm opgegeven. De beleidsregel kan hierop worden aangepast als er een concreet initiatief is. •

Beleidsregel 'water' Omdat door de stedelijke ontwikkeling het oppervlak aan verhardingen in het plangebied toeneemt, moet er watercompensatie plaats vinden. Dit is nader uitgewerkt in de Watertoets en waterparagraaf van het bestemmingsplan. De beleidsregel zorgt er voor, dat het waterhuishoudkundig systeem zoals gepland, ook wordt gerealiseerd: bij nieuwbouw van woningen moet worden aangetoond hoe wordt bijgedragen aan de realisatie van het bedachte waterhuishoudkundige systeem.

•

Beleidsregel 'landschap, ecologie en biodiversiteit' Ter bescherming van waardevolle flora, fauna en landschapselementen zijn er in deze beleidsregels uitgangspunten gesteld waar aan voldaan moet worden. Voor de bescherming van ecologische waarden zal gewerkt gaan worden met een Soortenmanagementplan (SMP), waarmee gedurende de ontwikkeling goed gestuurd kan worden op welke maatregelen bij nieuwbouw nodig kunnen zijn ter bescherming van waardevolle soorten. Tevens wordt natuurinclusief bouwen gestimuleerd met deze beleidsregel.

•

Beleidsregel ‘Bedrijfsmilieuhinder’ In de regels van het bestemmingsplan is bepaald dat op gronden met de aanduiding 'Milieuzone', ter garantie van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van bestaande woningen en ter voorkoming van het onevenredig schaden van de belangen van milieubelastende activiteiten, geen omgevingsvergunningen voor de bouw van woningen mogen worden verleend tenzij aangetoond is dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat alsmede een goed ondernemingsklimaat. In de beleidsregel ‘Bedrijfsmilieuhinder’ is aangegeven wanneer er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en wanneer er geen sprake is van een onevenredige verslechtering van het ondernemingsklimaat. Deze beleidsregel maakt het mogelijk om technische maatregelen te nemen waarmee hinder voorkomen kan worden. Voorbeelden van dit soort technische voorzieningen zijn het aanbrengen van een geluidwerende (vlies)gevel aan een woning, het aanbrengen van een geluidscherm/geluidwerende muur, aanbrengen van stoffilters of het aanbrengen van luchtwassers ter voorkomen van geurhinder (in een veehouderij).

29

De eerste drie beleidsregels hebben betrekking op initiatieven voor nieuwbouw, herbouw of functieverandering. Met andere woorden: als er een ontwikkeling plaatsvindt, moet worden voldaan aan deze beleidsregels. De laatste vier beleidsregels zijn gericht op het voldoen aan de gestelde eisen bij nieuwbouw, maar ook op het in stand houden en het handhaven van gestelde normen en kwaliteiten. Zo is het niet zonder meer mogelijk om parkeerplaatsen aan te passen, of landschappelijke elementen te verwijderen – ook al vindt geen ontwikkeling ter plekke plaats. Deze plansystematiek brengt wel met zich mee dat, anders dan in meer traditionele bestemmingsplannen, het bestemmingsplan minder concreet is voor wat betreft de wijze waarop op kavelniveau gebouwd mag worden. Hoofdzaken zoals bijvoorbeeld de maximale bouwhoogte(n) en het maximaal toegestane aantal woningen zijn in de directe regels vastgelegd maar verder zijn regels/voorwaarden daarover neergelegd in bijvoorbeeld de beleidsregel ‘stedenbouwkundige kwaliteit’. Deze beleidsregels vormen het toetsingskader bij op enig moment in te dienen aanvragen omgevingsvergunning. B. In het plan is een fasering opgenomen waarmee wordt bepaald in welke volgorde deelgebieden ontwikkeld moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9940542/1