2021-16 RV Bijlage 6 - Gronden van beroep steller brief 27 januari 2021
Tekst van het document
Bestuursrecht - Beroep - 018-026-152-187, afgedrukt: 28-01-2021 08:07
803-164-263
Ontvangen op:
Rechtbank Oost-Brabant Postbus 90125 5200 MA ‘s-Hertogenbosch
Betreft: SHE 20/3827 WOB V35 Inzake : ! Coll B&W Nuenen
Nuenen, 27-01-2021
Geachte Rechtbank, Inleiding Op de gemeente rust de verplichting om alle op deze kwestie betrekking hebbende stukken in de onderhavige procedure te brengen. Klager zal om die reden niet zelf stukken overleggen en zich beperken tot verwijzingen naar de diverse documenten in het door de gemeente aan te leveren dossier. Voor zover klager zelf wel nadere stukken zou dienen te verstrekken, zal klager (waar mogelijk) dat op eerste schriftelijk verzoek van de rechtbank uiteraard alsnog doen.
Onderwerp van het geschil In de onderhavige kwestie wordt door klager aan de orde gesteld (i) de onjuistheid van diverse door de gemeente goedgekeurde, aangenomen en gepubliceerde jaarrekeningen en meeijarenbegrotingen, eea zoals initieel omschreven door klager in zijn schrijven van 28 april 2020, alsmede (ii) de weigering van de gemeente om de door klager geconstateerde onjuistheden te corrigeren, althans de door klager gestelde onjuistheden behoorlijk en voldoende gemotiveerd te weerleggen, (iii) het besluit van de gemeente om voomoemde bezwaren kennelijk nietontvankelijk te verklaren.
Ten onrechte wordt in het advies van de bezwaarschriftencommissie niet het voorgaande aangehouden als onderwerp van de onderhavige kwestie. Kennelijk is dat geschied op instructie van de gemeente met als achterliggende doelstelling om het debat over de onjuistheid van de jaarrekeningen en meerjarenbegroting in de doofpot te doen belanden. En in plaats daarvan een warrige en nutteloze briefwisseling te doen plaatsvinden, met als vooropgezet gevolg het verdict van “kennelijke niet-ontvankelijk”. Hetgeen uiteraard volstrekt onaanvaardbaar is alsmede geheel op onjuiste gronden geschiedde. Kenmerkend voor de gedragingen van de gemeente, nog meer typerend voor het handelen van de commissie voor bezwaarschriften.
Bestuursrecht - Beroep - 018-026-152-187, afgedrukt: 28-01-2021 08;07
Jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen - Juridisch kader
De jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen van de gemeente dienen (onder meer) te voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hiema “BBV”). Art 44 lid 1 BBV bepaalt het navolgende Artikel 44
1. Voorzieningen worden gevormd wegens:
a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; b. op de balansdatum bestaande hsico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
Reeds op grond van de door klager aangevoerde feiten en onjuistheden is door de rechtbank vast te stellen dat de onderhavige jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen niet aan dit voorschrift voldoen, derhalve onjuist zijn en gecorrigeerd dienen te worden. Jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen - Standpunten klager Klager heeft met zijn schrijven van 28 april 2020 mbt de daarin genoemde jaarrekeningen en meeijarenbegrotingen de navolgende standpunten ingenomen: “...In (Juni) 2018 is tussen de gemeente en Wooninc een overeenkomst tot stand gebracht mbt de tijdelijke huisvesting van acht vergunninghouders aan het Witte Hondpad in Nuenen. Volgens die overeenkomst bedragen de realisatiekosten voor de betreffende tijdelijke woningen € 1.958.639 incl BTW. De gemeente Nuenen is daarbij een financiele verplichting jegens Wooninc aangegaan tot een beloop van € 1.131.792 incl BTW. Eind 2019, begin 2020 is de betreffende overeenkomst nog verder uitgebreid en gewijzigd.
De gemeenteraad heeft het College niet toestemming verleend om voormelde verplichting aan te gaan. Daarnaast zijn reeds ten laste van de gemeente gebracht zeer omvangrijke kosten voor de omgevingsvergunning tbv dit project. Tot die kosten behoren zowel de eigen ambtelijke kosten van de gemeente als de door de gemeente betaalde kosten aan derden (ivm onderzoeken, adviezen, projectbegeleiding etc). Ondanks herhaalde gerichte verzoeken weigert de gemeente categorisch een (gespecificeerde) opgave van die kosten te verstrekken. Voornoemde kosten behoren voor rekening van de aanvrager te komen. In de onderhavige kwestie is dat ten onrechte niet gebeurd. Vragen daaromtrent worden door de gemeente stelselmatig onbeantwoord gelaten. Ook voor deze kosten heeft de gemeenteraad niet toestemming verleend, althans niet tot het totale beloop van de w/erkelijke kosten welke in verband daarmee ten last van de gemeente zijn gebracht.
In de programmabegrotingen 2020 en de meerjarenraming 2021-2023 zijn de hiervoor genoemde kosten en verplichtingen niet opgenomen. Althans, daarvan blijkt niets uit de tekst onder “Inventarisatie van de
2
Bestuursrecht - Beroep - 018-026-152-187, afgedrukt: 28-01-2021 08:07
risico’s” biz 65 .. 67, evenmin uit de tekst onder “Reserves en voorzieningen", biz 125 .. 132. Dergeiijke posten dienen zowel in de jaarrekeningen als in de begrotingen opgenomen te zijn. Ten onrechte ontbreken dergeiijke posten eveneens in de programmabegrotingen van resp 2018 en 2019, inclusief bijbehorende meerjarenramingen ,,,"
Jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen - Standpuntcn gemeente
De gemeente heeft bij brief van 18 augustus 2020 (verzonden 7 September 2020) - geheel in strijd met de BBV - dienaangaande de navolgende standpunten ingenomen (pagina 3): Aan de overeenkomst [met Wooninc]is alieen een ciausuie verbonden dat, mochten de woonunits na afloop van de termijn voor de tijdeiijke regeling van 10 jaar niet herpiaatst kunnen worden de gemeente de woonunits koopt. Alieen onder deze voorwaarde speelt het door u [klager] geschetste scenario zich af. En alieen in dat geval zou inderdaad een financiele verplichting ontstaan.
Vooralsnog staat de koopsom niet op de begroting van de gemeente, en deze hoeft ons inziens op dit moment ook niet op de begroting van de gemeente te staan.
Pas over een aantal jaren, als het scenario zich mocht voordoen, zal er budget op de begroting hiervoor moeten worden gereserveerd. Begrotingstechnisch wordt deze ciausuie namelijk niet gezien als een noodzaak voor een reserve of risicovoorziening. Dit hangt samen met het feit dat bij inwerkingtreding van de ciausuie de gemeente zich weliswaar heeft verplicht om de woonunits te kopen, maar in dat geval wordt de gemeente ook eigenaar van de betrokken woonunits, hetgeen een bepaalde waarde vertegenwoordigd [lees: vertegenwoordigt] ...”
Jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen - Uitspraak op bezwaar Bij uitspraak op bezwaar van 17 november 2020 (verzonden op 19 november 2020) heeft de gemeente en de motivering van het advies van de bezwaarschriften (ongewijzigd) in deze zaak overgenomen. Ten onrechte wordt daarin geheel voorbijgegaan aan zowel de BBV, als de (hiervoor genoemde) standpunten van klager, resp die van de gemeente mbt de jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen.
De rechtbank zal de betreffende standpunten over en weer dienen te beoordelen, daarbij (onder meer) in acht nemend de daarvoor geldende voorschriften, waaronder de BBV. Teneinde (i) het thans aangevallen besluit te vemietigen, (ii) de onjuistheid van de betreffende jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen in rechte vast te stellen, (iii) aan de gemeente te bevelen om de betreffende jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen te herzien zodat deze voldoen aan de daarvoor geldende bepalingen (waaronder de BBV), met inachtneming van de daarin door klager geconstateerde tekortkomingen. Jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen - Feitelijke onderbouwing
Tussen partijen staat vast dat in de betreffende jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen niet is opgenomen de verplichtingen en risico’s welke de gemeente is aangegaan mbt de (voorgenomen) tijdeiijke wooneenheden aan het Witte Hondpad (zie de hiervoor aangehaalde standpunten van partijen).
3
Bestuursrecht - Beroep - 018-026-152-187, afgedrukt: 28-01-2021 08:07
Klager stelt - met recht - dat zulks in strijd is met de regelgeving inzake jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen (waaronder de BBV), tevens in strijd met overige op de gemeente rustende verplichtingen inzake Awb, behoorlijk bestuur, transparantie, openbaarheid van bestuur etc.
De gemeente meent - ten onrechte - dat de betreffende verplichtingen niet in de jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen verwerkt behoeven te worden. In die onjuiste redenering heeft de gemeente ten onrechte niet als maatstaf aangehouden de verplichtingen ogv de BBV en heeft de gemeente kennelijk ook geen boodschap aan de overige hiervoor genoemde regels. De daartoe door de gemeente ontwikkelde gedachtegang geef blijk van onjuiste rechtsopvattingen en falend bestuur. Dat door het onterecht weglaten van de risico’s en verplichtingen mbt de tijdelijke wooneenheden aan het Witte Hondpad de betreffende jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen onjuist zijn, is onmiskenbaar en staat aanstonds vast. Teneinde vast te stellen tegen welke exacte geldbedragen die risico’s en verplichtingen in de jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen opgenomen dienen te worden, is de gemeente gehouden daarvoor verantwoording af te leggen en voldoende inzicht te verstrekken. Zodat eenieder de juistheid van de jaarrekeningen en meerjarenbegroting zal kunnen controleren en verifieren. In dat verband heeft klager dan ook in zijn brief van 28 april 2020 de gemeente verzocht die informatie te verstrekken. Ten onrechte heeft de gemeente zulks geweigerd, althans nagelaten. Jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen - Leo Verhoef
Dat de gemeente Nuenen zich niets aantrekt van kritiek van (deskundige) derden inzake onjuistheden in de jaarrekeningen blijkt ook uit de bij dit beroepschrift gevoegde publicatie van Leo Verhoef op http:' www.Ieoverhoefnl/dossiers'nuencn.html en het aldaar te vinden dossier mbt de gemeente Nuenen.
Geen samenloop met procedure inzake omgevingsvergunning
Anders dan de gemeente stelt en de door commissie voor bezwaarschrift slaafs wordt aangenomen, staat de thans voorliggende kwestie inzake onjuiste jaarrekeningen en onjuiste meerjarenbegroting geheel los van de kwestie mbt de voor dit project verleende omgevingsvergunning. Weliswaar hebben beide zaken betrekking op het zelfde project, juridisch zijn die echter strikt van elkaar te onderscheiden. In de procedure waarvan thans beroep dient de gemeente alle voor deze procedure relevante stukken en gegevens compleet en behoorlijk aan te leveren. Alle verwijzingen van de gemeente naar die andere procedure zijn volstrekt irrelevant. Daaraan dient door de rechtbank strikt voorbijgegaan te worden. Anders gezegd, voor de huidige procedure bestaat de andere niet eens. Althans die is daarvoor op geen enkele wijze van belang. Niet voor zover het de inhoud van die andere procedure betreft, niet voor zover het de stukken uit die andere procedure betreft.
4
Bestuursrecht - Beroep - 018-026-152-187, afgedrukt: 28-01-2021 08:07
Besluit van 2 juni 2020
Voor zover het schrijven van 2 juni 2020 (verzonden op 5 juni 2020) al aan te merken zou zijn als een besluit mbt de inhoud van de brief van klager van 28 april 2020 houdt dat besluit in dat de gemeente de brief van klager van 28 april 2020 weigert behoorlijk en op de voorgeschreven wijze te behandelen. Anders dan in het advies van de commissie voor bezwaren wordt gesteld, kan tegen een dergelijk besluit - uiteraard en wel degelijk - bezwaar in de zin van de Awb gemaakt worden. Met het schrijven van de gemeente van 18 augustus 2020 (verzonden op 7 September 2020) heeft de gemeente alsnog, een eerste inhoudelijk antwoord gegeven op enkele onderwerpen in de brief van klager van 28 april 2020. Dwz na het schrijven van de gemeente van 2 juni 2020 (verzonden op 5 juni 2020), na de brief van klager van 18 juni 2020, na het schrijven van de gemeente van 3 juli 2020 (verzonden op 6 juli 2020) en na de brief van klager van 31 juli 2020. Zowel uit de momenten waarop deze correspondentie heeft plaatsgevonden als ook uit de inhoud van het schrijven van de gemeente van 18 augustus 2020 blijkt met voldoende duidelijkheid dat de gemeente de bezwaren van klager onmiskenbaar heeft verstaan als zijnde gericht tegen de onjuistheid van de jaarrekeningen en meerjarenbegroting, eea zoals omschreven in de brief van klager van 28 april 2020.
Dwz het bezwaar in de meest brede zin, niet uitsluitend gericht tegen “het besluit van 2 juni 2020”.
Onder de hiervoor genoemde omstandigheden heeft het op de weg van de adviescommissie gelegen om te constateren dat op grond van de correspondentie van na 2 juni 2020 vastgesteld dient te worden dat de gemeente kennelijk terug is gekomen van haar mededeling (of “besluit”) van 2 juni 2020 inhoudende de weigering van de gemeente om over te gaan tot inhoudelijke behandeling van de brief van 28 april 2020 van klager met de enkele mededeling: "... Nu deze zaak onder de rechter is, volstaan wij voor een reactie op uw verzoek met een verwijzing naar ons verweer op uw gronden van hoger beroep ...”
Waarmee reeds iedere betekenis aan het schrijven van de gemeente van 2 juni 2020 is komen te ontvallen. Zodat aan dat schrijven geen enkele betekenis meer toe kan komen in het betreffende advies van de bezwarencommissie. Ten onrechte heeft de adviescommissie verzuimd tot die conclusie te komen.
Erger nog, ten onrechte heeft de adviescommissie de “kennelijk niet-ontvankelijkheid” van de bezwaren van reclamant/klager juist enkel en alleen gegrond op de voor deze kwestie volstrekt betekenisloos geworden mededelingen van de gemeente in het schrijven van 2 juni 2020. Bovendien heeft te gelden dat de bezwaarschriftencommissie voor het advies ten onrechte tot uitgangspunt heeft gemaakt dat het bezwaar van klager uitsluitend gericht zou zijn tegen de inhoud van het schrijven van de gemeente van 2 juni 2020. Zonder twijfel is dat gebeurd in samenspanning met de gemeente, enkel en alleen als onbehoorlijk middel om daarmee op eigenlijke wijze het bezwaar van klager “kennelijk niet-ontvankelijk” te gaan verklaren. Hetgeen door klager hiervoor gesteld is, maakt aanstonds duidelijk dat dergelijke manipulaties ontoelaatbaar zijn.
5
Bestuursrecht - Beroep - 018-026-152-187, afgedrukt: 28-01-2021 08:07
In het advies van commissie voor bezwaar (pagina 2, laatste alinea) wordt gesteld: "... De brief van het college van 2 juni 2020 met daarin de mededeling dat het verzoek van reclamant betrekking heeft op de financiele aspecten van de aan Wooninc verleende omgevingsvergunning voor de plaatsing van enkele tijdelijke woonunits aan het Witte-Hondpad is niet op een rechtsgevolg gericht...”
Daarmee brengt de commissie voor bezwaar zelfs een nog verder strekkende onjuiste beperking en nog verder gaande onjuistheid in het advies aan. Immers, de brief van het college van 2 juni 2020 is inhoudelijk evident niet beperkt tot die enkele door de commissie genoemde mededeling. Ten onrechte miskent de adviescommissie en laat verder onbesproken dat de gemeente met die brief effectief weigert om de in brief van 28 april 2020 door reclamant/klager beschreven onjuistheden naar behoren in behandeling te nemen. Al datgene is uiteraard volstrekt ontoelaatbaar.
Door klager aangevallen rechtshandelingen en gedragingen van de gemeente De gemeente heeft de betreffende jaarrekeningen en meerjarenbegroting vastgesteld, goedgekeurd en gepubliceerd. Die handelingen van de gemeente zijn rechtshandelingen, mede in de zin van de Awb. Daarbij wist de gemeente, althans had de gemeente moeten en kunnen weten, dat die jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen onjuist zijn. In ieder geval tav de door klager vastgestelde verplichtingen. Daarop door klager bij diens schrijven van 28 april 2020 aangesproken heeft de gemeente welbewust geweigerd om de betreffende onjuiste jaarrekeningen en onjuiste meerjarenbegrotingen te corrigeren. Die weigeringen hebben te gelden als rechtshandelingen van de gemeente.
Daamaast heeft de gemeente geweigerd, althans nagelaten, om te voldoen aan de verzoeken van klager om - in het kader van de thans voorliggende procedure - alle voor deze kwestie relevantie informatie aan klager ter beschikking te stellen. Ook deze gedragingen hebben te gelden als rechtshandelingen van de gemeente, zowel in de zin van de Awb als in de zin van de Wob. Voorts he eft de gemeente, kennelijk in samenspanning met de adviescommissie, op oneigenlijke alsmede ontoelaatbare wijze getracht om de door klager aan de orde gestelde onrechtmatigheden toe te dekken, en de bezwaren van klager op onjuiste gronden niet-ontvankelijk te doen verklaren.
Informatieverzoek
De gemeente heeft de onhebbelijke gewoonte om bij informatieverzoeken zoals die van klager in deze procedure, zich voor te doen als onwetende onbenullen die van de verzoekers precies te horen moeten krijgen we Ike specifieke stukken (onder op gave van datum, naam, adres, woonplaats, documentnummer, inventarisnummer bij de gemeente etc) de aanvrager wenst te ontvangen, zogenaamd teneinde aan een dergelijk verzoek te kunnen voldoen. Dat gaat de gemeente buitengewoon goed af, en ook in dit geval verstrekt de gemeente de gezochte informatie weer helemaal niet.
6
Bestuursrecht - Beroep - 018-026-152-187, afgedrukt: 28-01-2021 08:07
Vervolgens houdt de gemeente de informatieverstrekking verder tegen door een evenzo nodeloos als onzinnig debat op te zetten mbt de vraag of de informatie verzocht wordt in het kader van de Awb, dan wel in het kader van de Wob, of lets anders. Om verderop in de procedure te stellen dat de informatieaanvraag niet zou zijn een verzoek in het kader van Awb, Wob of lets anders, zodat de gemeente daaraan niet “zou kunnen” voldoen.
Als alle standaard instrumenten ter bestrijding van informatieverzoeken gefaald hebben bedient de gemeente zich van het ultieme middel om informatieverzoeken en gerechtelijke procedures te frustreren: het bedelven van de aanvrager met nutteloze informatie, bij voorkeur incompleet en gemanipuleerd. Stukken en bladzijden weggelaten, tekstdelen zwart gemaakt of weggelakt wel of niet onder het voorwendsel van “privacy”.
Uiteindelijk drapeert de gemeente dan in de procedures nog een onwelmakende slijmlaag over de door de gemeente gefrustreerde informatieverzoeken, stellende dat dat gemeente de aanvraag hulp aangeboden zou hebben bij het specificeren van het informatieverzoek. Terwijl bij verzoeker het bloed onder de nagels is weggehaald en zelfs diegenen die al behoorlijk gehard zijn door ambtelijke terreur niet zelden hun pogingen sidderend van woede opgeven. Dat is dan ook het doel van de gemeente. De adviescommissie, de rechtbank en zelfs de Raad van State verwelkomen dergelijke misdragingen. Hoe minder stukken, hoe liever is het devies aldaar. Dat de belanghebbenden kunnen fluiten naar de door hen gezochte stukken interesseert in de ambtelijke wereld niemand. Zo ook in deze kwestie, in ieder geval tot op heden. Alleen laagbegaafden kunnen in deze zaak niet inzien welke informatie vereist is om te bepalen of in hoeverre de door de gemeente in de jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen op te nemen risico’s en verplichtingen met juistheid zijn bepaald en/of vermeld.
De gemeente, die de betreffende verplichtingen is aangegaan en de betreffende kosten heeft gemaakt en betaaid moet in ieder geval beschikken over de navolgende informatie:
Overeenkomst met Wooninc mbt tijdelijke wooneenheden Witte Hondpad, volledige tekst overeenkomst, bijgewerkt, inclusief alle herzieningen en aanpassingen etc; Alle door gemeente gemaakte kosten tbv tijdelijke wooneenheden Witte Hondpad, daaronder begrepen alle kosten voor onderzoek, voorbereiding, advisering, projectleiding, ambtelijke uren en kosten etc; Alle overige directe en indirecte kosten mbt tijdelijke wooneenheden Witte Hondpad; Alle stukken dienen compleet, in oorspronkelijke vorm en niet gemanipuleerd ter beschikking gesteld te worden. Anders dan de gemeente stelt zijn de hier bedoelde kosten nooit eerder aan klager verstrekt en zijn die ook nooit door de gemeente openbaar gemaakt. Ondanks meervoudig herhaalde duidelijke en expliciete verzoeken van klager.
7
Bestuursrecht - Beroep - 018-026-152-187, afgedrukt: 28-01-2021 08:07
Het laat klager daarbij overigens totaal onverschillig op grond van welke regeling aan de betreffende informatieverzoeken zal worden voldaan, Awb, Wob of welke andere dan ook. Het daarop betrekking hebbende gezeur en gekerm van de gemeente en de commissie van bezwaarschriftencommissie is voor klager volstrekt oninteressant en irrelevant. De gemeente weet maar al te goed welke stukken door klager bedoeld worden. ledere discussie over de aard van het verzoek is volstrekt overbodig. Wat daar verder van zij, uitgesloten is dat er ook maar de geringste rechtvaardiging bestaat voor het feit dat de gemeente in de onderhavige procedure geen enkel van de door klager bedoelde (bewijs)stukken aan klager heeft verstrekt.
Mede om dit deel van de overbodige ellende in deze zaak te vermijden heeft klager er de voorkeur aan gegeven om direct beroep bij de rechtbank in te stellen. De gemeente weigerde dat, waardoor er nu een onjuist en nutteloos advies van bezwaarschriftencommissie ligt en de zaak geheel volgens verwachting - uiteindelijk toch weer bij de rechtbank is beland.
Kennelijk niet-ontvankelijk Van een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaar kan slechts sprake zijn indien uit het bezwaarschrift zelf reeds aanstonds volgt dat het niet-ontvankelijk is, en er redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is over die conclusie. Gelet op het voorstaande kan niet anders worden geoordeeld dan dat het bezwaarschrift niet kennelijk - dat wil zeggen aanstonds blijkend, zonder dat daarvoor nader onderzoek noodzakelijk is - niet-ontvankelijk is. In strijd met die regel is in de uitspraak op bezwaar het onderhavige bezwaarschrift in ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Reeds op die grond kan de betreffende beslissing niet in stand blijven. Bewijsaanbod Klager biedt uitdrukkelijk bewijs aan van zijn stellingen, zulks alle middelen rechtens, derhalve met inbegrip van het horen van getuigen (waaronder maar niet beperkt tot klager, deskundigen, nadere bescheiden e.d. zonder daarmee overigens een niet op haar rustende bewijslast te willen aanvaarden.
Conclusie Mede op grond van het voorgaande verzoekt klager de rechtbank om het thans bestreden besluit te vemietigen en opnieuw rechtdoende, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
A. De gemeente te gebieden alle voor deze kwestie relevante informatie in het geding te brengen, waaronder de in dit beroepschrift omschreven informatie, documenten en andere bescheiden, compleet, in oorspronkelijke vorm en niet gemanipuleerd; B. De gemeente te gebieden de jaarrekeningen en meerjarenbegrotingen te herzien en daarin op de juiste wijze en controleerbaar op te nemen verplichtingen, risico’s welke de gemeente is aangegaan mbt de tijdelijke huisvesting aan het Witte Hondpad;
8
Bestuursrecht - Beroep - 018-026-152-187, afgedrukt: 28-01-2021 08:07
C. De gemeente te veroordelen tot vergoeding van alle kosten van het onderhavige geding, gevallen aan de zijde van klager, waaronder maar niet beperkt tot griffierecht, kosten van adviseurs, nakosten, wettelijke rente, BTW, etc.
Hoogachtend,
9
Bestuursrecht - Beroep - 018-026-152-187, afgedrukt: 28-01-2021 08:07 010-803-165-218 Stuknummer; ■-,27-01-2021 21:08 Ontvangen op:
Bron : http://www.leoverhoef.nl/dossiers/nuenen.html
Nuenen Ook de jaarrekeningen van gemeente Nuenen zijn misleidend. Wat als saldo van opbrengsten en kosten wordt gepresenteerd, is niet het werkelijke saldo, en wat als financiele positie wordt gepresenteerd, is niet de financiele positie. Het gemeentebestuur presenteerde in de jaarrekening 2006 een voordelig saldo van opbrengsten en kosten van € 0,2 miljoen. In werkelijkheid leed de gemeente een verlies van € 1,2 miljoen. Waaraan zijn de niet genoemde uitgaven van € 1,4 miljoen opgegaan? Leo Verhoef waarschuwde de gemeenteraad voor de misleidende jaarrekening met zijn brief van 8 juni 2007. De gemeenteraad reageerde niet. Dus was ook de jaarrekening 2007 weer misleidend. Het gemeentebestuur meldde een voordelig saldo van opbrengsten en kosten van € 3,4 miljoen. In werkelijkheid was het slechts € 0,7 miljoen. Waaraan zijn de niet genoemde uitgaven van € 2,7 miljoen opgegaan? Dus was ook de jaarrekening 2008 weer misleidend. Het gemeentebestuur meldde een nadelig saldo van € 2,4 miljoen. In werkelijkheid was het € 1,2 miljoen. Dus was ook de jaarrekening 2009 weer misleidend. Het gemeentebestuur meldde een voordelig saldo van € 2,5 miljoen. In werkelijkheid was het € 2,4 miljoen. Dus was ook de jaarrekening 2010 weer misleidend. Het gemeentebestuur meldde een voordelig saldo van € 0,3 miljoen.
In werkelijkheid was het voordelig saldo € 3,3 miljoen (waarvan winst van € 2,2 miljoen bij de verkoop van de Endinet(gas)-aandelen). Wat mochten we nu niet weten? Dat de opbrengst van de Onroerendezaakbelasting van € 4,3 miljoen grotendeels onnodig was? Leo Verhoef waarschuwde de gemeenteraad opnieuw voor de misleidende jaarrekening met zijn brief van 17 juni 2011. De gemeenteraad reageerde niet, want "ach, het gaat over zoiets totaal onbelangrijks als het geld van de belastingbetalers". Dus was ook de jaarrekening 2011 weer misleidend. Het gemeentebestuur meldde een dramatisch verlies van € 12,7 miljoen. In werkelijkheid was het nog erger; in werkelijkheid leed de gemeente een verlies van € 16,5 miljoen. Er waren verliezen van ruim € 16 miljoen op (te ambitieuze?, te weinig doordachte?) grond- en bouwprojecten. Weg belastinggeld! Leo Verhoef waarschuwde de gemeenteraad opnieuw voor de misleidende jaarrekeningen met zijn brief van 17 September 2012. Alweer, geen reactie; het interessert "ze" totaal niet. Dus was ook de jaarrekening 2012 weer misleidend. Het gemeentebestuur meldde een verlies van € 0,6 miljoen. In werkelijkheid leed de gemeente een verlies van € 2,6 miljoen. Er waren weer nieuwe verliezen bij (te ambitieuze?, te weinig doordachte?) grond- en bouwprojecten, nu van ruim € 6 miljoen.
Alweer, weg belastinggeld! Meer dan de hele opbrengst van de Onroerendezaakbelasting in 2012 van € 4,7 miljoen. Leo Verhoef waarschuwde de gemeenteraad opnieuw voor de misleidende jaarrekeningen met zijn brief van 8 juli 2013. Alweer, geen reactie. Het interesseert "ze" totaal niet. Dus was ook de begroting 2014 misleidend. Het gemeentebestuur meldde een voordelig saldo van begrote opbrengsten en kosten van € 0,9 miljoen. In werkelijkheid heeft de begroting een nadelig saldo van € 55.000. Waarom moeten de gemeenteraad en andere belangstellenden weer misleid worden? Inmiddels stapelen de verliezen en daarmee de rentelasten zich (on)behoorlijk op! Leo Verhoef waarschuwde de gemeenteraad opnieuw met zijn brief van 19 november 2013. Alweer, geen reactie, want "ach, het gaat over zoiets totaal onbelangrijks als het geld van de belastingbetalers".
Bestuursrecht - Beroep - 018-026-152-187, afgedrukt: 28-01-2021 08:07 <
Dus was ook de jaarrekening 2013 weer misleidend. Het gemeentebestuur meldde een voordelig saldo van € 3,0 miljoen. In werkelijkheid hield de gemeente € 4,6 miljoen over. Dus was ook de jaarrekening 2014 weer misleidend. Het gemeentebestuur meldde een voordelig saldo van € 3,1 miljoen. In werkelijkheid was het € 1,1 miljoen. Onder meer kwamen er opeens verplichtingen tevoorschijn van € 2,4 miljoen die ook al in de jaarrekeningen van de voorgaande jaren hadden moeten zijn opgenomen. En dat allemaal met dezelfde goedkeurende accountantsverklaringen! Dus was ook de jaarrekening 2015 weer misleidend. Het gemeentebestuur meldde een voordelig saldo van opbrengsten en kosten van € 8,2 miljoen. In werkelijkheid hield de gemeente zelfs € 8,6 miljoen over. (De opbrengst van de Onroerendezaakbelasting was in 2015 € 6,2 miljoen. Dat had dus best wat lager kunnen zijn.) Dus was ook de jaanekening 2016 weer misleidend. Het gemeentebestuur meldde een voordelig saldo van opbrengsten en kosten van € 5,1 miljoen. In werkelijkheid hield de gemeente "slechts" € 2,7 miljoen over. (De opbrengst van de Onroerendezaakbelasting was in 2016 € 6,2 miljoen. Dat had dus best wat lager kunnen zijn.) Dus was ook de jaarrekening 2017 weer misleidend. Het gemeentebestuur meldde een voordelig saldo van opbrengsten en kosten van € 9,0 miljoen. In werkelijkheid hield de gemeente "slechts" € 8,8 miljoen over.
(De opbrengst van de Onroerendezaakbelasting was in 2017 € 6,0 miljoen. Die was dus geheel onnodig.) Dus was ook de jaarrekening 2018 weer misleidend. Het gemeentebestuur meldde een voordelig saldo van opbrengsten en kosten van € 3,2 miljoen. In werkelijkheid hield de gemeente zelfs € 3,5 miljoen over. (De opbrengst van de Onroerendezaakbelasting was in 2018 € 5,7 miljoen.) Dus was ook de jaarrekening 2019 weer misleidend. Het gemeentebestuur presenteerde een voordelig saldo van opbrengsten en kosten van € 1,3 miljoen. In werkelijkheid hield de gemeente slechts € 0,4 miljoen over. Wat hoefden we niet te weten?
De gemeente presenteerde over de jaren 2006-2019 een voordelig saldo van € 24 miljoen. In werkelijkheid was er een voordelig saldo van € 15 miljoen. Boekhoudfraude dus van € 9 miljoen. Overzicht van uitkomsten van afgelopen recente jaren
Berekening van de werkelijke saldi van baten en lasten Inhoud dossier: - Brief aan gemeenteraad van Nuenen dd, 19 november 2013 - Brief aan gemeenteraad van Nuenen dd. 8 juli 2013 - Brief aan gemeenteraad van Nuenen dd. 17 September 2012 - Brief aan gemeenteraad van Nuenen dd. 17 juni 2011 - Brief aan gemeenteraad van Nuenen dd. 8 juni 2007
PostNL I Port Betaaid PortPay^ Pays-Bas de de Rechtspraak Recnxsw — Rechtban^Oos^-®-^”"'
\*
■". * ’
»x
,-, \. ■■- ' - .■.>A\iK:-'T^
^•S
HS-SCC »>i9ZO><0>i*OO^uDO>Ji ibosch
A'