CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-16 RV Bijlage 4 - Advies Commissie voor de bezwaarschriften 5 november 2020

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Niet-ontvankelijk verklaren bezwaar tegen jaarrekeningen en begrotingen1.431 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

i:emeeni.e )Juenen c.a. NR.

TNGEK. 10NIJV2020 Ai:D.

Gemeente Nuenen

t{oPtE

De vertegenwoordiger van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen c.a. Ben Achterbergh

Behandeld door

Doorkiesnummer E-mailadres Onderwerp Datum

J. van Bendegom (040) 2631 66í

j.vanbendegom@nuenen.nl Advies v/d Wildenberg

Jan van Schijnveltlaan 2 Postbus 10.000, 5670 cA Nuenen T (0401 263163r

www.nuenen,nl

Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n)

2020.17140

5 november 2020

Geachte vertegenwoordiger van het college, Namens de algemene kamer van de commissie voor de bezwaarschriften zend ik u bijgaand het advies inzake het bezwaar ingediend door de heer Van den Wildenberg Met vriendelijke groet, de voorzitter van de algemene kamer van de commissie voor de

J.M. van Steenoven.

Corsanum m er 2020.17 OOO

Advies van de algemene kamer van de commissie voor de bezwaarschriften betreffende het bezwaarschrift ingediend door de heer Van den Wildenberg.

Onderwerp van geschil Bij brief van 18 juni 2020 heeft de heer Van den Wildenberg (hierna: reclamant) een bezwaarschrift ingediend tegen de brief van 2 juni 2020 waarbij is gereageerd op de verzoeken van reclamant zoals omschreven in de brief van 28 april2020 met betrekking tot diverse programmabegrotingen, meerjarenramingen en jaarrekeningen van de gemeente.

Wettelijke regelingen

. oP grond van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een belanghebbende beroep instellen bij de rechtbank. r artikel 1:2van de Awb geeft een omschrijving van het begrip belanghebbende. . oP grond van artikel 7'.1 van de Awb dient degene die gerechtigd is tot het instellen van beroep op een bestuursrechter eerst bezwaar te maken tegen het bestreden besluit. . oP grond van artikel van de 6:7 Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift 6 weken na het bekend maken van het besluit. o in artikel 7:11 van de Awb is bepaald dat in de bezwaarschriftenfase op grondslag van . .

het bezwaarschrift een volledige herovenrveging dient plaats te vinden van het bestreden besluit. ln artikel 1:3 van de Awb is bepaald dat onder besluit wordt verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Op grond van artikel 7:3 van de Awb kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien indien het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is.

Overwegingen De commissie heeft kennis genomen van de relevante stukken. Gelet op deze stukken ovenrueegt de commissie het volgende. Bij brief van 28 april2O2O heeft reclamant aangegeven dat tussen de gemeente en Wooninc een overeenkomst tot stand is gekomen m.b.t. de tijdelijke huisvesting van acht vergunninghouders aan het Witte Hondpad in Nuenen. De gemeente Nuenen is daarbij een financiële verplichting jegens Wooninc aangegaan. Volgens reclamant heeft de gemeenteraad het college geen toestemming verleend om deze verplichting aan te gaan. Daarnaast zijn reeds zeer omvangrijke kosten voor de omgevingsvergunning t.b.v. dit project gemaakt. Tot die kosten behoren zowel de eigen ambtelijke kosten als betaalde kosten aan derden. Ondanks herhaalde gerichte verzoeken weigert de gemeente categorisch een (gespecificeerde) opgave van die kosten te verstrekken. Voornoemde kosten behoren voor rekening van de aanvrager te komen. ln de onderhavige kwestie is dat ten onrechte niet gebeurd. ln de programmabegrotingen 2020 en de meerjarenraming 2021-2023 zijn de hiervoor genoemde kosten en verplichtingen niet opgenomen.

Op deze brief van reclamant is door het college gereageerd bij brief van 2 juni 2020.ln deze brief is samengevat gesteld dat het verzoek van reclamant betrekking heeft op de financiële aspecten van de aan Wooninc verleende omgevingsvergunning voor de plaatsing van enkele tijdelijke woonunits aan het Witte-Hondpad. Hiertegen heeft reclamant hoger beroep ingesteld bij de Raad van State waarbij reclamant ook de financiële aspecten van dit project aan de orde heeft gesteld. Omdat deze zaak onder de rechter is, wordt voor een reactie op het verzoek van reclamant volstaan met een venrvijzing naar het venryeer van het college op de gronden van het hoger beroep.

pagina 1 van 3 2020.17000

Tegen de brief van het college van 2 juni 2020 heeft reclamant op 18 juni 2020 een bezwaarschrift ingediend. Reclamant stelt samenvattend het volgende. Ondenrverp van de in de brief van 28 april2020 geadresseerde kwestie zijn diverse programmabegrotingen, meerjarenramingen en jaarrekeningen van de gemeente. Ondenruerp van de door reclamant bij de Raad van State aanhangig gemaakte kwestie is een door de gemeente verstrekte omgevingsvergunning. Dit heeft niets te maken met deze procedure. De gemeente is gehouden om de verzoeken van reclamant, genoemd in zijn brief van 28 april2020, behoorlijk te behandelen. Het is volstrekt onacceptabel dat de gemeente denkt te kunnen volstaan met een verwijzing naar het verweer van de gemeente in het hoger beroep m.b.t. de omgevingsvergunning. ln de brief van 6 iuli 2020 is aan reclamant de bezwaarprocedure uitgelegd. Hierop heeft reclamant als volgt schriftelijk gereageerd op 31 jufi 2A20. Uit de inhoud van voornoemd schrijven alsmede uit de houding van de gemeente in deze kwestie volgt dat de gemeente de termijnen van de Awb kennelijk misbruikt met als doel om de door reclamant gestelde vragen onbehandeld te laten. Het vorenstaande is aan te merken als misbruik van recht. Reclamant heeft geen behoefte aan een behandeling van zijn vragen en verzoeken m.b.t. de begroting 2020 (project Witte Hondpad) door de bezwaarschriftencommissie.

Reclamant verzoekt daarom om deze zaak meteen aan de rechter voor te leggen.

Vervolgens is op 18 augustus 2020 een brief aan reclamant gestuurd, waarbij is ingegaan op de door reclamant gestelde vragen en stellingen. Alle voor het hoger beroep relevante stukken zijn reeds aan reclamant ter beschikking gesteld. Aangezien degene die procedeert recht heeft op de voor de zaak relevante stukken op grond van de Awb. Aan reclamant is tevens verzocht aan te geven of hij met zijn brief van 28 april 2020 eigenlijk bedoelde dat u alles in het kader van de lopende beroepsprocedure bij de Raad van State ook geopenbaard wenst te zien conform de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) en/of reclamant met zijn brief wellicht heeft verzocht nog andere documenten te openbaren. Als dat het geval is dan kan reclamant daarom verzoeken binnen twee weken. Bij brief van 6 oktober 2020 is aan reclamant medegedeeld dat het college niet instemt met het verzoek van reclamant tot rechtstreeks beroep bij de rechtbank met betrekking tot het bezv'nar tegen de brief van het college van 2 juni 2020. Ook is medegedeeld dat reclamant niet binnen de gestelde termijn heeft aangegeven of reclamant met zijn brief van 28 april2020 een verzoek als bedoeld in de Wob of de Awb bedoelde in te dienen en, zo ja, welke documenten reclamant dan precies geopenbaard wenste te zien.

De commissie is van mening dat bij de brief van reclamant van 28 april2020 twijfels kunnen rijzen of de gevraagde reactie niet ook een (weliswaar verdekt) verzoek om informatie inhoudt in de zin van de Wob. ln die zin was de reactie van het college bij brief van 2iuni 2020 wellicht voorbarig. Het college heeft zich in het vervolg van de correspondentie echter alsnog actief opgesteld om te achterhalen welke informatie neergelegd in (niet reeds openbare) documenten reclamant wenste te verkrijgen. Ondanks daartoe nadrukkelijk te zijn uitgenodigd heeft reclamant dat niet alsnog aangegeven c.q. gespecificeerd. Daarmee acht de commissie het standpunt van het college, dat geen sprake is van een verzoek om informatie in de zin van de Wob en dus ook niet van een Awb-besluit, gerechtvaardigd. Onder een besluit wordt immers verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een rechtshandeling is een op rechtsgevolg gerichte actie. De brief van het college van 2 juni 2020 met daarin de mededeling dat het verzoek van reclamant betrekking heeft op de financiële aspecten van de aan Wooninc verleende omgevingsvergunning voor de plaatsing van enkele tijdelijke woonunits aan het Witte-Hondpad, is niet op rechtsgevolg gericht. Met deze mededeling is niet beoogd een oordeel te geven over de rechten van reclamant.

pagina 2van3

2020.17000

Aangezien alleen bezwaar gemaakt kan worden tegen een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, is het bezwaarschrift van reclamant kennelijk niet-ontvankelijk. Doordat de commissie het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk acht, is van het horen van reclamant afgezien. Gelet op het voorgaande komt de commissie tot de conclusie dat het bezwaarschrift van reclamant kennelijk niet-ontvankelijk is.

Advies De commissie adviseert het bezwaarschrift van reclamant kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren. Nuenen, 12 oktober 2020 De algemene kamer van de commissie voornoemd, , de secretaris. de voorzitter,

krla

mw. mr. J.H. van Bendegom

L/ P

Steenoven

pagina 3 van 3

2020.17000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9923923/1