CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-11 RV Bijlage 1 - Jeugdbeleid 2021 -2024

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Jeugdbeleid 2021 -202414.663 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Jeugdbeleid 2021 – 2024

30

voorzieningen. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de vroegschoolse educatie in de groepen 1 en 2. In Nuenen is voldoende aanbod voorschoolse educatie voor kinderen die dat nodig hebben. Het college heeft hiervoor de Uitgangspunten voorschoolse educatie 2018-2022 vastgesteld. De gemeente wil dat alle peuters met een risico op een (taal)achterstand en de peuters die opgroeien in een kwetsbaar opvoedkundig klimaat een kwalitatief hoogwaardige voorschoolse voorziening bezoeken. Het bereiken van de doelgroep peuters voorschoolse educatie mag niet ten koste gaan van de beschikbaarheid van peuteropvang voor andere peuters. Dit is een ontwikkelrecht voor alle peuters. Eind 2018 waren er in Nuenen 22 kinderen met een VVE indicatie. In 2019 kregen 15 kinderen een VVE indicatie. ZuidZorg heeft alle kinderen met een indicatie in beeld. Maandelijks worden de VVE groepen bezocht. Dan is er overleg met de pedagogisch medewerkers over de vorderingen in spraak-taal ontwikkeling. Vooral de kinderen uit gezinnen met een niet Nederlandse achtergrond bezoeken de voorschoolse educatie goed. De Sinti hebben vaker aansporing nodig. In 2019 was er één kind dat zelden naar de voorschoolse educatie kwam. Gesprekken met de ouders leverden weinig resultaat op.

Kinderopvang en peuterwerk Veel kinderen in de gemeente maken gebruik van kinderopvang, buitenschoolse opvang en peuterwerk. Onderstaande tabel laat zien hoeveel kinderen uit onze gemeente medio 2020 gebruik maakten van kinderopvang die in Nuenen is gevestigd. Kinderen 1-1-2020 Per 1 juli 2020 Totaal

0 tot 4 jaar

4 tot 13 jaar

0 tot 13 jaar

866

2.160

3.026

Dagopvang

0-4 %

624

72 %

BSO 827

4-13 %

Totaal

0-13%

38,3 %

1.451

48 %

Dagopvang is inclusief peuterwerk Uit bovenstaande blijkt dat ruim 70% van de 0 tot 4-jarigen kinderdagopvang en peuterwerk in Nuenen bezoeken. Bijna 40% bezoekt de buitenschoolse opvang. Van alle inwoners van 0 tot 13 jaar maakt 48% gebruik van Nuenense kinderopvang. Kinderopvangaanbieders stemmen het aanbod af op de vraag. Overheidsmaatregelen zoals de kinderopvangtoeslag of de economie hebben invloed op deze vraag. Nuenen beschikt over voldoende kinderopvang. De kinderopvang is van goede kwaliteit en divers. Naast grotere vestigingen in en bij scholen is er ook een aantal kleinere kinderdagverblijven in het buitengebied. Al vele jaren worden kinderen van de voorschoolse voorzieningen overgedragen aan het onderwijs via een overdrachtsformulier. Sommige kinderdagverblijven zijn gehuisvest in hetzelfde gebouw als een basisschool. Een aantal basisscholen vormen een integraal kindcentrum met de kinderopvang. Zij stemmen de aanpak en de visie op elkaar af.

Jeugdbeleid 2021 – 2024

31

De kinderopvang vindt dat de samenwerking met het CMD en andere instellingen goed verloopt. Er is een toename van kinderen uit verschillende culturen en nationaliteiten. Rol van de gemeente  Omdat de kinderopvang inspeelt op de markt en geen overheidsgeld ontvangt heeft de gemeente geen invloed op het bestaan en de omvang van het aanbod. De gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteit en de registratie van de kinderopvang. De GGD is toezichthouder en de gemeente handhaaft de kwaliteit.  Met gemeentelijke subsidie kunnen alle peuters gebruik maken van peuterwerk.  Nuenen voldoet aan de wettelijke plicht om te voorzien in een dekkend aanbod Voor- en vroegschoolse Educatie.

Jeugdbeleid 2021 – 2024

32

Onderwijs Nuenen telde op 1 oktober 2020 in totaal 3306 leerlingen. Aantal

Nuenense

Scholen

leerlingen

scholen

buiten Nuenen

1889

1719

170

Speciaal basisonderwijs

37

0

37

Speciaal onderwijs

34

0

34

Voortgezet onderwijs

1296

119

1177

50

0

50

3306

1838

1468

Schooltype Basisonderwijs

Voortgezet speciaal onderwijs Totaal

 In de kolom basisonderwijs zijn bijzondere richtingen zoals vrije school inbegrepen. Basisonderwijs Van de 1889 basisschoolleerlingen zit ruim 91% op Nuenense basisscholen. 9% bezoekt een reguliere basisschool buiten Nuenen. Bijna 2% volgt speciaal basisonderwijs en 1,8% gaat naar het speciaal onderwijs. Op 1 oktober 2020 hadden de acht Nuenense basisscholen in totaal 1792 leerlingen. Op de Nuenense basisscholen zaten 73 leerlingen die in andere gemeenten wonen. Op basis van de meest recente leerlingenprognose voor het basisonderwijs verwachten we een toename van het aantal leerlingen basisonderwijs naar 2172 in het jaar 2037. Dit heeft vooral te maken met de uitbreiding in Nuenen-West. Drie basisscholen krijgen naar verwachting elk meer dan 400 leerlingen. Het mooiste blauw, de Dassenburcht en de Rietpluim krijgen volgens de prognose samen 1309 leerlingen in 2037. Voortgezet onderwijs Van de 1346 leerlingen voortgezet onderwijs zit 3,7% op het speciaal onderwijs. De meeste leerlingen gaan naar het Eckartcollege (32%) en het Lorentz Casimir Lyceum (25%). Naar het Nuenens college gaat nog geen 10% van de Nuenense leerlingen. Het Nuenens college had op 1 oktober 2020 in totaal 641 leerlingen, waarvan 118 (ruim 18%) uit Nuenen. Leerlingenvervoer Op dit moment hebben 98 jeugdigen uit Nuenen leerlingenvervoer. Dit was bijna 3% van de leerplichtige leerlingen.

De gemiddelde kosten per leerling waren vorig schooljaar € 2.427.

Jeugdbeleid 2021 – 2024

33

Leerplicht en kwalificatieplicht In het schooljaar 2018-2019 telde Nuenen 3.198 leerplichtige- en kwalificatie plichtige jeugdigen van 5 tot 18 jaar. Op deze jeugdigen is de Leerplichtwet van toepassing. Er waren 20 meldingen van wettelijk verzuim (16 uur ongeoorloofd verzuim in een periode van 4 opeenvolgende lesweken). Vorig schooljaar waren er 17 meldingen. Scholen zijn verplicht dit wettelijk verzuim te melden bij leerplicht. Het totaal aantal verzuimmeldingen (inclusief wettelijk verzuim) was 51 (vorig schooljaar 35). Wanneer preventieve maatregelen niet helpen kan de leerplichtambtenaar handhaven, bijvoorbeeld met een Halt-straf of proces-verbaal. Aan Nuenense leerlingen is in 20182019 2 keer een Haltstraf en 1 proces-verbaal opgelegd. Vorig schooljaar is er geen Haltstraf en geen proces verbaal opgelegd. Voor jeugdigen die wegens medische/psychische redenen niet in staat zijn om onderwijs te volgen kunnen ouders vrijstelling vragen. Een onafhankelijk arts onderzoekt iedere aanvraag. Wanneer deze oordeelt dat onderwijs (voor een bepaalde periode) niet mogelijk is ontstaat het recht op vrijstelling. Deze jeugdigen krijgen ambulante hulp of dagbesteding vanuit de Jeugdwet of de Wet langdurige zorg. Het streven is dat alle kinderen passend onderwijs krijgen. Vrijstelling is ook mogelijk wanneer ouders geen enkele school geschikt vinden of bij onderwijs in het buitenland.

In 2018-2019 hadden in totaal 9 jeugdigen een vrijstelling, waarvan 6 wegens medische/psychische redenen en 3 vanwege onderwijs in het buitenland. In het voorafgaande schooljaar hadden in totaal 11 jeugdigen een vrijstelling, waarvan 5 wegens medische/psychische redenen en 4 vanwege het volgen van onderwijs in het buitenland. Overgang voortgezet onderwijs – middelbaar beroepsonderwijs (mbo) Voor de overgang van leerlingen van het voortgezet onderwijs naar het middelbaar beroepsonderwijs is er een vaste regiegroep voor Zuidoost-Brabant. Aan deze regiegroep neemt het voortgezet onderwijs, het mbo en leerplicht/RMC deel. Deze partijen volgen gezamenlijk (via monitoringsysteem Intergrip) alle overstappers en zetten zo nodig acties uit om de overgang en doorstroom zo goed mogelijk te laten verlopen. Het doel van deze regiegroep is het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. Intergrip is een breder systeem. Het bevat ook het digitaal doorstroomdossier en in informatie over de stand van zaken van aanmelding, intake en inschrijving. Leerlingen waarbij problemen in de overstap (dreigen te) ontstaan worden onder de aandacht van de verschillende partijen gebracht. Regionaal Meld- en coördinatiepunt voortijdig schoolverlaten (RMC) De gemeente Eindhoven voert de RMC-functie uit voor voortijdig schoolverlaters in de gemeente Nuenen.

Jeugdigen tussen 18 en 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten, kunnen door RMC begeleid worden naar school, werk, een combinatie van beide of hulpverlening. Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo of mbo-niveau 2 of hoger. De meeste jeugdigen vallen uit als zij ouder zijn dan 18 en dus niet meer leerplichtig of kwalificatie plichtig. Het gaat dan vooral om jeugdigen in het mbo. Om te voorkomen dat schoolverzuim tot schooluitval leidt, is het belangrijk dat school snel in gesprek

Jeugdbeleid 2021 – 2024

34

gaat met een jongere die verzuimt. Bij aanhoudend verzuim gaat ook de RMCmedewerker in gesprek. Afspraken tussen jongere, school en RMC kunnen uitval voorkomen. In Nuenen waren er in schooljaar 2018-2019 in totaal 10 verzuimmeldingen van 18+ ers. Vorig schooljaar waren dat er 16. 18+jeugdigen die tijdens het huidige schooljaar of in eerdere schooljaren de school hebben verlaten zonder startkwalificatie worden door de leerplichtplusambtenaar uitgenodigd voor een gesprek. Er zijn jeugdigen die niet reageren op de brief van RMC. Bij deze jeugdigen wordt een huisbezoek afgelegd. Hiermee ontstaat zicht op de daadwerkelijke situatie van jongeren. Vorig schooljaar zijn 13 Nuenense jeugdigen bezocht. Deze actieve benadering is drempelverlagend voor vervolgcontacten met jeugdigen en ouders. Passend onderwijs De afbakening tussen de Jeugdwet en de zorgplicht uit de verschillende onderwijswetten is niet altijd helder. Het onderwijs is vanwege de zorgplicht passend onderwijs verantwoordelijk voor de extra ondersteuning die de leerling tijdens onderwijstijd nodig heeft en die gericht is op het leerproces. De samenwerkingsverbanden stellen periodiek een ondersteuningsplan vast over de ondersteuning door het onderwijs. De extra ondersteuning die een school kan bieden, hangt af van de problematiek van de leerling en de mogelijkheden van de school.

Uitgangspunt is dat alle extra ondersteuning en begeleiding die gericht is op het volgen van onderwijs (het leerproces) onder de verantwoordelijkheid van scholen valt. Ondersteuning die niet gericht is op het volgen van onderwijs kán onder Jeugdhulp vallen. De grens is soms lastig doordat veel problemen zowel op school als thuis voordoen. Wanneer jeugdhulp nodig is stemt het CMD of de zorgaanbieder af met ouders en het onderwijs. Dit is van belang voor de jeugdige. Huiswerkbegeleiding, remedial teaching (extra ondersteuning voor leerlingen die dat nodig hebben) en stagebegeleiding zijn de verantwoordelijkheid van onderwijs en ouders. Dit geldt ook voor hulp bij dyslexie. Alleen de diagnose en behandeling van Ernstig Enkelvoudige Dyslexie (EED) is jeugdhulp. De gemeente is ook verantwoordelijk voor NT-2 onderwijs. Er bestaat vanuit het CMD behoefte aan betere afstemming met de scholen voor voortgezet onderwijs. Soms melden scholen pas jeugdigen wanneer sprake is van schooluitval. Eerder contact met het CMD had dit wellicht kunnen voorkomen. Een groep van 20 tot 30 kinderen per jaar worden vaak ziekgemeld. Dit komt niet in beeld bij de leerplichtambtenaar omdat dan sprake is van geoorloofd ziekteverzuim. De rol van de gemeente De gemeente heeft geen invloed op het onderwijs zelf. Er bestaat een gemeentelijke taak op het gebied van onderwijshuisvesting.

De leerplichtambtenaar kan bijdragen aan regelmatig schoolbezoek en ouders helpen bij de schoolkeuze. Regionaal is daarnaast ook aanbod om voortijdig schooluitval te voorkomen en te zorgen dat jeugdigen een startkwalificatie hebben.

Jeugdbeleid 2021 – 2024

35

De Nuenense jeugdigen brengen een groot deel van hun tijd op scholen door. De leerkrachten zien de leerlingen regelmatig en kunnen eventuele problematiek tijdig signaleren. Het is belangrijk dat het goed gaat met een leerling, dat is een voorwaarde om te kunnen leren en ontwikkelen. Wanneer dit belemmerd wordt kan het CMD preventief handelen of eventueel jeugdhulp inzetten. Doordat een vaste medewerker van het CMD en een jeugdverpleegkundige deelnemen aan de zorgteams kunnen problemen tijdig gemeld worden. Bij de basisscholen verloopt deze aansluiting over het algemeen goed. Omdat veel voortgezet onderwijs leerlingen buiten Nuenen op school zitten is de aansluiting daar wat lastiger. Ook de jeugdarts en de POH-jeugd vinden dat een aantal scholen voor voortgezet onderwijs laat is met het melden van signalen. Met de beste bedoelingen houden de scholen zorgen en problematiek lang bij zich voordat ze extern hulp inschakelen. De POH heeft weinig contact met scholen.

Jeugdbeleid 2021 – 2024

36

Welzijn en gezondheid De uitkomsten van de laatste jeugdmonitoren bevestigen het beeld dat het goed gaat met onze jeugd. Meer dan de helft van de ouders is hoog opgeleid (HBO of universiteit). Dat is meer dan in de regio. In Nuenen wonen relatief meer mensen met een Nederlandse achtergrond dan in de regio. Het grootste deel van de kinderen woont bij vader en moeder. De meeste kinderen in de basisschoolleeftijd zitten goed in hun vel, zijn gezond, gaan graag naar school en maken gebruik van lokale voorzieningen, zoals kinderopvang en (sport)verenigingen. Bijna de helft van deze kinderen heeft een eigen smartphone of tablet. Een kwart geeft aan in meer of mindere mate gepest te worden 3 Ook de 12 tot 18-jarigen voelen zich gezond, volgen onderwijs en zijn vaak actief bij een (sport)vereniging. De meeste jeugdigen zijn voldoende weerbaar. Het aantal jeugdigen dat zich psychisch ongezond voelt is toegenomen. Daarnaast lijkt het aantal jeugdigen dat zich eenzaam en somber voelt toegenomen, maar deze toename is niet significant. Van deze leeftijdsgroep is 85% dagelijks actief op sociale media, één op de vijf is dat minimaal 3 uur per dag. De meesten hebben geen gezond eetpatroon (te weinig groente en fruit) en 9% heeft overgewicht. Eén op de zes jeugdigen heeft een echtscheiding meegemaakt.

Aandachtspunten uit de monitor zijn onder andere middelengebruik, eenzaamheid, psychische gezondheid, gehoorschade, stress en acceptatie van homoseksualiteit.4 Uit de jeugdmonitoren van de GGD komt dat de Nuenense jeugd op veel onderdelen vergelijkbaar met of gunstiger scoort dan het regiogemiddelde. Dat het met de Nuenense jeugd relatief goed gaat, hangt waarschijnlijk samen met de gemiddeld betere sociaaleconomische situatie van de ouders. We zien in Nuenen dezelfde trends als in de regio. Er zijn enkele uitzonderingen, zoals het voldoen aan de beweegnorm en drugsgebruik. Het drugsgebruik is stabiel op het gebruik van softdrugs na. In de regio is dit gestegen. Jongerenwerk De jongerenwerkers hebben structureel 225 Nuenense jeugdigen in de leeftijd van 10 tot 23 jaar in beeld. Het jongerenwerk richt zich vooral op de kwetsbare jeugd. Zij houden contact, signaleren problematiek en werken preventief. Het jongerenwerk heeft contact met diverse groepen jeugdigen: • Met ambulant werk is het bereik ongeveer 65 jeugdigen van 12 tot 23 jaar. • Via de sportactiviteit in de Hongerman is er contact met ongeveer 35 jeugdigen van 10 tot 13 jaar. Aan de sportactiviteit in de Jacobushoek nemen 25 jeugdigen van 15

3 Jeugdmonitor GGD 0-11 jaar (2017/2018) 4 Jeugdmonitor GGD 12 tot en met 18 jaar (2015/2016 en 2019/2020)

Jeugdbeleid 2021 – 2024

37

tot 23 jaar deel. In Gerwen is ook een sportactiviteit voor kinderen in de leeftijd van groep 9 tot 12 jaar. • Aan incidentele activiteiten (Techplaygrounds, Fifa toernooi, Fornite toernooi, samenwerking bibliotheek, multimedia, filmplatform enz.) nemen ongeveer 80 jeugdigen tussen 10 en 23 jaar deel. • De Meidengroep heeft ongeveer 20 deelnemers tussen 10 en 13 jaar. De focus ligt op de Nuenense jeugd, maar op straat zien zij ook jeugdigen uit andere gemeenten. Het beeld dat de jongerenwerkers hebben van de Nuenense jeugd komt deels terug in de hoofdstukken veiligheid en participatie. Sporten, bewegen en overgewicht Uit de jeugdmonitor blijkt dat een groot deel van de jeugd lid is van een sportvereniging. De gemeente ondersteunt dit via subsidie, het lokaal sportakkoord en Sjors Sportief. Daarnaast heeft onze gemeente een behoorlijk aanbod op het gebied van buiten bewegen, waar geen lidmaatschap voor nodig is. Op veel plaatsen zijn er speeltuintjes voor jongere kinderen. Er zijn ook veel lege veldjes waar jeugd kan spelen. Via interactieve projecten voor spelen en bewegen bedenkt de gemeente samen met inwoners een aanbod. Een mooi voorbeeld is de Pastoorsmast waar een pannakooi, skatebaan en een bootcampparcours is.

Toch blijkt uit de jeugdmonitor 0-11 jaar dat de norm van tenminste 1 uur per dag bewegen in Nuenen minder vaak behaald wordt dan in de regio en dan in eerdere monitors. Dat lijkt te komen door het minder buiten spelen en niet te liggen aan het sporten bij een vereniging. Voor Nuenen geldt net als in de hele regio dat nog veel jeugdigen, vooral de 12-18jarigen, niet voldoende groente en fruit eten, ook al is dat sinds eerdere monitors wel aanzienlijk verbeterd. Bij preventie is aandacht voor overgewicht en gezonde voeding. Middelengebruik Wat opvalt is dat veel tieners, ondanks dat ze nog geen 18 jaar zijn, (regelmatig) alcohol drinken. Dit gebeurt meestal (bij anderen) thuis. De startleeftijd voor alcoholgebruik is in Nuenen iets, maar niet significant, verschoven. In de regio is de startleeftijd significant verschoven. Een groot deel van de ouders keurt het alcoholgebruik van hun kind goed en kopen het ook. 38% van de jeugd tot 18 jaar heeft een alcoholverbod van de ouders. Van de drinkende jeugdigen tot 18 jaar is dat slechts 10%. Ruim 80% van deze subgroep krijgt wel regels, maar geen verbod van de ouders. Van de Nuenense jeugdigen heeft 14% ooit drugs gebruikt (softdrugs, harddrugs en/of lachgas), dit is vergelijkbaar met de regio (12%). In Nuenen is geen toename van het aandeel jonge drugsgebruikers, dit is in de regio gemiddeld wel het geval.

Het roken nam de afgelopen 8 jaar af (van 7% dagelijkse rokers in 2011 naar 0,7% in 2019). Ook uit gesprekken met de jongerenwerkers, huisartsen en politie komt dit beeld. Deze professionals geven aan dat overmatig alcoholgebruik sport gerelateerd lijkt te zijn. Op het gebied van alcohol valt op dat de ouders vaak geen problemen hebben met het alcoholgebruik. Bovendien laten de meeste ouders zich niet aanspreken op dit onderwerp. Preventie moet zich op jeugdigen zelf, maar zeker ook op ouders en sportclubs richten.

Jeugdbeleid 2021 – 2024

38

De gemeente heeft een handhavende rol. Er wordt regelmatig gecontroleerd op alcoholgebruik door jeugdigen bij verenigingen. Soms wordt mysteryguest ingezet. Dit richt zich vaak op slijterijen en reguliere horeca maar kan ook ingezet worden op verenigingen. Eenzaamheid, overbelasting en stress Ten opzichte van de vorige monitor is het welbevinden van jeugdigen afgenomen. Het aantal jeugdigen met psychische klachten zoals eenzaamheid, somberheid en suïcide gedachten nam toe. Drie op de tien jeugdigen voelen zich emotioneel en sociaal eenzaam. 37% van de jeugdigen ervaart (zeer) vaak stress door diverse factoren. Ook het jongerenwerk ziet een groep jeugdigen die zich om uiteenlopende redenen eenzaam voelt. Ook pestgedrag vooral onder meisjes via de telefoon, vaak al in groep 7/8 van de basisschool, valt op. Autisme Het CMD ziet veel autisme gerelateerde problematiek. Autisme veroorzaakt vaak extra problemen in de pubertijd. De groep kinderen met autisme die het CMD ziet heeft de volgende problematiek: eenzaamheid, geen sociale aansluiting, suïcidale gedachten, automutilatie etc. Dit gedrag is vaak een belasting voor het hele gezin. De preventie wordt vooral gericht op participatie: passende vrijetijdsbesteding. (V)echtscheidingen De professionals van het CMD zien veel problematiek bij jeugdigen als gevolg van een slecht verlopende partnerscheiding.

Veel jeugdigen krijgen in hun leven te maken met de scheiding van hun ouders. Dit heeft altijd gevolgen voor de kinderen. Zij verliezen hun vaste basis. Ouders willen vaak het beste voor hun kinderen, maar helaas lukt dat niet altijd. Bij vechtscheidingen zitten ouders vast in hun gevecht en de kinderen kampen met een loyaliteitsconflict. Echtscheidingen belast ouders en zorgt voor vermindering van de draagkracht. Er is minder energie, geld etc. waardoor ouders minder aankunnen. Kinderen worden betrokken in het gevecht. De groep jeugdigen die het CMD ziet kreeg problemen door deze situatie De meeste problemen bij de kinderen ontstaan door de komst van een nieuwe partner van een ouder, het moeten verhuizen of geldtekort. Bij kinderen uit dit zich in somberheid, agressie, obesitas, regressie, leerproblemen, eenzaamheid etc. Om het kind te kunnen helpen moet het gedrag van de ouders veranderen. Het CMD heeft geen middelen om dit bij ouders af te dwingen. Ook wanneer een kind onder toezicht staat kan een Gecertificeerde instelling (GI) weinig doen. Wanneer ouders weigeren een omgangsregeling uit te voeren is dit niet aan te pakken. De gemeente Nuenen neemt samen met de regio deel aan de pilot Uniform Hulpaanbod bij echtscheidingen.

Dit houdt in dat de rechter met scheidende ouders kan afspreken dat zij een vrijwillig hulptraject gaan volgen, gericht op goede afspraken ten behoeve van de kinderen.

Jeugdbeleid 2021 – 2024

39

Iedereen kan meedoen Er zijn veel voorzieningen in Nuenen waar jeugdigen zich in hun vrije tijd kunnen vermaken. Volgens de jeugdmonitoren is het grootste deel van de jeugd lid van een vereniging. Daarnaast wordt er veel georganiseerd in Nuenen waar ook jeugd aan kan deelnemen. Koningsdag, kermis, carnaval etc. De gemeente stimuleert dit in veel gevallen door subsidie te verstrekken. Niet voor alle jeugdigen is een passend aanbod in onze gemeente aanwezig. Voor kinderen met een verstandelijke en lichamelijke beperking heeft Nuenen geen eigen aanbod. Voor jeugdigen die moeite hebben met het leggen van sociale contacten kan ‘gewoon’ meedoen lastig zijn. Soms kunnen jeugdigen niet meedoen aan het reguliere aanbod omdat dit strijdig is met hun cultuur (bijvoorbeeld Sinti, vergunninghouders). Daarnaast is er een groep jeugdigen die geen lid wil zijn van een (sport)vereniging en die uit verveling overlast veroorzaakt. Jeugdigen jonger dan 18 jaar hebben geen uitgaansgelegenheid in het dorp. Jongerenwerk Het jongerenwerk richt zich op verschillende groepen jeugdigen. Zij spelen in op de actuele behoefte en bedenken samen met jeugdigen zelf passende activiteiten. Ook de locatie waar de activiteiten worden aangeboden kan wisselen.

De jeugdigen hebben een huiskamer in Het Goed, maken gebruik van de locatie van Scouting Panta Rhei en huren ruimte in gymzalen, scholen of gemeenschapshuizen. De jongerenwerkers zijn ook veel op straat te vinden om contacten te leggen. Daarnaast kunnen contacten ook digitaal verlopen. Vorig jaar is een activiteit opgestart gericht op techniek. Dit trok veel jongeren, meer dan in regiogemeenten. In deze groep zaten meerdere kinderen met autisme. Er is vraag naar activiteiten die te maken hebben met techniek. Stichting meedoen Deze stichting richt zich op kwetsbare jeugdigen die ondersteuning nodig hebben bij het deelnemen aan sportieve en vrijetijdsactiviteiten. De stichting richt zich ook op jeugdigen die het lastig vinden om een sociaal netwerk in de eigen leefomgeving op te bouwen en te onderhouden. Zij missen hierdoor de mogelijkheid om vriendschappen op te doen in hun eigen woonplaats. Juist bij hen is de kans op een isolement groot vanwege een gemis aan aansluiting met leeftijdsgenoten. De stichting organiseert diverse activiteiten in Nuenen op het gebied van sport en vrije tijd. Verder werkt de stichting samen met een aantal sportverenigingen aan een aanbod op maat zodat iedereen mee kan doen.

Jeugdbeleid 2021 – 2024

40

Veiligheid We vinden het belangrijk dat onze jeugdigen veilig opgroeien. Onder veiligheid verstaan we dat het risico op lichamelijk letsel beperkt is, dat jeugdigen geen misdrijven plegen of slachtoffer van mishandeling of seksueel ongewenst gedrag zijn. Daarnaast wordt met veiligheid ook de leefomgeving bedoeld: het is belangrijk dat een jeugdige zich veilig voelt thuis op school en bij anderen. De gemeente heeft niet altijd invloed op deze veiligheid. Ouders, het sociaal netwerk en professionals rondom een jeugdige spelen hierin een grote rol. Op grond van de Jeugdwet heeft de gemeente een taak bij het voorkomen van kindermishandeling en bij jeugdbescherming en jeugdreclassering. In Nuenen zijn er korte lijnen tussen de (veiligheid)partners. Hierdoor wordt snel ingegrepen wanneer er iets gebeurt. De jeugd is goed aanspreekbaar. De jongerenwerkers spelen een belangrijke rol. Zij gaan bij overlastmeldingen in gesprek met de melders en de jongeren. Hiervoor heeft de politie zelf weinig tijd. De politie, Halt en het Veiligheidshuis zijn tevreden over de jongerenwerkers. Zij zijn ervaren, laagdrempelig en sluiten goed aan bij de jeugd. Voor het jongerenwerk team is een goede man/vrouw verhouding nodig om bij alle doelgroepen aan te sluiten. De jeugdoverlast verschuift van de fysieke naar de digitale wereld (sexting, sextortion, cyberpesten, hacken, etc).

Het is belangrijk om de jeugd weerbaar te maken. Jeugdigen met een verhoogd veiligheidsrisico Soms ontstaan in de gemeente groepen overlast veroorzakende jongeren. Groepen veranderen steeds van samenstelling en de plaats waar zij rondhangen. Niet alle jeugdigen van een dergelijke groep wonen in onze gemeente. Opvallend is dat Nuenense inwoners de hangjeugd niet zelf aanspreken bij overlast. Zij bellen direct de politie en verwachten dat deze zorgt dat de jeugd verdwijnt. In de zogenaamde volkswijken van Eindhoven spreken de bewoners de jeugd zelf aan. De gemeente, het jongerenwerk en de politie brengen deze groepen in beeld en spreken een aanpak af. Het jongerenwerk vervult hierin een andere rol dan de politie. Het doel is om criminele activiteiten (drugs dealen, vandalisme) terug te dringen en te voorkomen dat anderen dit gedrag overnemen. Nuenen had enkele jaren geen jongerenhuiskamer, waardoor groepen gingen zwerven. Een huiskamer is een vaste plaats om af te spreken en het voorkomt kleinere ‘zwerfgroepen’. In de huiskamer kan de jeugd in een veilige omgeving praten met de jongerenwerkers. Middelengebruik (alcohol, drugs, lachgas) Zoals eerder aangegeven zijn er zorgen over de toename van het middelengebruik. Jeugdigen zijn nieuwsgierig en willen deze middelen proberen. Drugs zijn goedkoper dan alcohol en makkelijk(er) verkrijgbaar.

Onze provincie staat bekend om de productie van kwalitatief goede drugs. Het middelengebruik heeft naast gevolgen voor de gezondheid ook veiligheidsrisico’s: in het verkeer, criminele activiteiten, seksueel ongewenst gedrag etc. De leeftijdscontrole bij alcoholverstrekking wordt door de horeca en detailhandel over het algemeen goed uitgevoerd. De gemeente heeft hierin een handhavende taak. De Nuenense jeugdigen die bij Halt terecht komen mogen vaak alcohol drinken van hun ouders. Zij doen dit heel bewust, omdat zij menen dat onder toezicht

Jeugdbeleid 2021 – 2024

41

experimenteren voorkomt dat hun kinderen stiekem drinken. Zij geven wel regels mee, bijvoorbeeld niet op straat drinken, maar alleen bij iemand thuis. De meeste Nuenense ouders zijn erg betrokken bij hun kind, maar vinden het niet prettig om adviezen in de aanpak van het alcoholgebruik te krijgen. Halt In 2019 werden 15 jeugdigen verwezen naar Halt, 11 jongens en 4 meisjes. In 2018 werden 10 jeugdigen verwezen en in 2017 waren dat er 16. De redenen voor verwijzing waren voornamelijk vuurwerkovertredingen en baldadigheid. In alle gevallen waren de ouders aanwezig bij de gesprekken. Het aantal Halt-doorverwijzingen is relatief laag vergeleken met omliggende gemeenten. Dit kan komen omdat er minder jeugd op straat verblijft en door de preventieve aanpak van onder andere de jongerenwerkers. Het is ook mogelijk dat waarschuwingen door BOA’s, politie en leerplicht voldoende zijn. Ouders kunnen bij een overtreding kiezen voor een boete in plaats van een Halt-doorverwijzing. Bij een misdrijf is de keuze Halt of Justitie. De jeugdigen die voor de Halt-straf kiezen, worden hierin door hun ouders gesteund, zeker nu de nadruk ligt op het leeraspect en minder op het straffen. Halt besteedt veel aandacht aan signalering en zoekt altijd afstemming wanneer er hulpverlening betrokken is.

Een eventuele werkstraf wordt bij voorkeur bij het jongerenwerk uitgevoerd in de vorm van genoegdoening aan de maatschappij of een training. Veilig Thuis Veilig Thuis voert alle wettelijke taken op het gebied van kindermishandeling en huiselijk geweld uit. Er zijn 26 Veilig Thuis organisaties in Nederland. Het beroep dat op Veilig Thuis wordt gedaan stijgt de laatste jaren. Bij Veilig Thuis Zuidoost-Brabant verdubbelde het aantal meldingen bijna in de periode 2016-2019. Het grootste deel van deze meldingen komt via de politie binnen en vervolgens bij het CMD terecht (direct of na de inzet van Veilig Thuis). Het CMD heeft na overdracht de verantwoordelijkheid over de casussen. Sinds 1 januari 2020 is er een nieuw samenwerkingsprotocol met Veilig Thuis. Dit protocol is gesloten met de 21 gemeenten van Zuidoost-Brabant. Het vernieuwde samenwerkingsprotocol met Veilig Thuis betekent in de praktijk meer werk voor ons CMD, maar zorgt ook voor een betere positionering van het CMD. In 2019 bracht Veilig Thuis in Nuenen 142 adviezen uit. Er kwamen 170 meldingen binnen over Nuenense inwoners. Er zijn 7 onderzoeken gestart en er zijn geen tijdelijke huisverboden afgegeven. In 2018 zijn er 42 adviezen uitgebracht. De vernieuwde meldcode zorgde voor meer meldingen.

Deze betreffen vechtscheidingen waarbij kinderen in een loyaliteitsconflict komen, verslavingen en pubers met autisme en ADHD waar ouders geen grip meer op hebben. Landelijk heeft de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld volop de aandacht. De gemeente Nuenen is aangesloten bij het regionale actieprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis, ook niet in Zuidoost-Brabant’. Hierin is met 21 gemeenten een aanpak tegen huiselijk geweld en kindermishandeling geformuleerd. Veilig Thuis is er voor alle inwoners, niet alleen voor jeugd. Sinds 1 januari 2019 geldt de nieuwe Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld Deze geldt voor ons CMD, maar ook de kinderopvang en het onderwijs moeten werken met de nieuwe meldcode en een voor hun sectoren gewijzigd afwegingskader.

Jeugdbeleid 2021 – 2024

42

Veiligheidshuis Brabant-Zuidoost In het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant-Zuidoost werken de overheid (gemeenten, justitie, reclassering, kinderbescherming en (verslavings)zorg samen. Het is een samenwerkingsverband tussen partners uit de strafrecht- en zorgketen en gemeenten. Samen pakken zij complexe problematiek aan en dringen zo overlast, huiselijk geweld en criminaliteit terug. De samenwerkingspartners signaleren zorg- en veiligheidsproblemen, bedenken oplossingen en voeren die samen uit. Probleemgevallen worden aangepakt met een combinatie van preventie, repressie en zorg, om potentieel grote problemen zo klein mogelijk te houden. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door te werken met een ‘persoonsgerichte aanpak’ (PGA). Geprioriteerde personen worden naar een zorg- en/of justitieel traject geleid. Daarbij is aandacht voor de persoon zelf en voor zijn (gezins)systeem. Het bevoegd gezag (openbaar bestuur en/of openbaar ministerie (OM)) voert de regie over de PGA. Signaleringssysteem Zorg voor Jeugd Gemeenten moeten op grond van de Jeugdwet (artikel 7.1.3.1. lid 1) een aansluiting op de Verwijsindex Risicojongeren (VIR) realiseren. In de regio Zuidoost-Brabant hebben wij hiervoor het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd. Veel zorgaanbieders, scholen, kinderopvang etc. zijn aangesloten op Zorg voor Jeugd en kunnen een signaal afgeven.

Een signaal wil zeggen dat er zorg is om een kind. De ‘signaalgever’ bespreekt dit altijd met ouders. Het betreft alleen de informatie dat hij betrokken is (‘dat-informatie’), geen inhoudelijke informatie over de soort ondersteuning (‘wat-informatie’). Bij twee of meer signalen start keten coördinatie door het CMD. De betrokkenen gaan met elkaar in overleg en de zorg wordt afgestemd. Het doel hiervan is dat er niet langs elkaar heen wordt gewerkt (één gezin, één plan, één coördinator). In 2019 werden 169 signalen afgegeven en verzoeken om keten coördinatie gedaan over 139 unieke jeugdigen. In 105 gevallen is geen keten coördinatie opgepakt omdat maar één partij een melding deed. 37 keer is de coördinatie opgepakt door het CMD, de overige keren door de gecertificeerde instellingen. Scholen en organisaties voor kinderopvang en peuterspeelzaalwerk gaven in 2019 geen signalen af. Jeugdbescherming, vrijwillig of gedwongen kader via de beschermtafel Wanneer een casus bij het CMD binnenkomt waarbij sprake is van veiligheidsrisico’s schaalt het CMD op naar de beschermtafel. Dit gebeurt wanneer het CMD denkt dat dwang nodig is bij het accepteren van hulp in een gezin. Aan tafel zitten: een medewerker van het CMD, het gezin, een onafhankelijk voorzitter (gemeente Eindhoven), Veilig Thuis, een Gecertificeerde Instelling en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK).

Aan de beschermtafel wordt besloten of de RvdK een onderzoek gaat doen. In het onderzoek wordt het CMD ook gehoord. De RvdK maakt een advies en de rechter doet uitspraak. Soms wordt aan tafel samen met het gezin een plan gemaakt waaraan zij vrijwillig meewerken. De resultaten worden gevolgd. In andere gevallen wordt gelijktijdig een

Jeugdbeleid 2021 – 2024

43

onderzoek door de RvdK gedaan. Uit dit onderzoek kan een advies aan de rechtbank volgen om een maatregel in het gedwongen kader te treffen. We onderscheiden een ondertoezichtstelling, een uithuisplaatsing of een voogdijmaatregel. Een jeugdbeschermingsmaatregel moet altijd worden uitgevoerd door een Gecertificeerde Instelling (GI). We werken regionaal met vier GI’s: Jeugdbescherming Brabant, Jeugd Veilig Verder, De William Schrikker Groep en het Leger des Heils). Het CMD werkt samen met de GI’s op basis van een regionaal samenwerkingsprotocol. Ook een GI mag indicaties voor jeugdhulp afgeven. In de gemeente Nuenen wonen 15 gezinnen die onder toezicht staan. Daarnaast zijn er 8 kinderen die onder voogdij staan, hiervan hebben de ouders geen gezag meer. Deze kinderen staan ingeschreven in de gemeente Nuenen. Meestal wonen de ouders niet in onze gemeente Bij maatregelen in het gedwongen kader bepaalt de GI de jeugdhulp die wordt ingezet. Waar mogelijk stuurt het CMD op de inzet. Spoed voor jeugd wordt door het CMD ingeschakeld als er sprake is van een crisissituatie na kantoortijd. De huisarts kan opschalen via het CMD, Veilig Thuis of Spoed voor jeugd.

Jeugdbeleid 2021 – 2024

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9802325/1