CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-11 RIB Rapport verfijning en onderzoek - Bijlage 1 Verkeerskundige toets varianten BP A A+ en X definitief

Commissie Ruimte 9 maart 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Schriftelijke vragen en Raadsinformatiebrieven3.354 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkeerskundige toets voorstellen BP, A en A+ 1 Opbouw notitie De afgelopen periode is er een aantal varianten onderzocht voor de verkeersstructuur van Nuenen West. Voorstel BP en A bleken de meest kansrijke voorstellen. Deze zijn vastgesteld door de gemeenteraad voor nadere uitwerking. Een amendement in de raadsvergadering van 10 december heeft het college opgedragen nog een alternatieve structuur te onderzoeken. Deze voorstel is A+ genoemd.

Deze voorstellen zijn doorgerekend met het actuele verkeersmodel van de regio (BBMA). Op een aantal wegvakken zijn de voorstellen getoetst met de Wegenscan. Beide zijn hulpmiddelen om de voorstellen te kunnen beoordelen. Dit onderzoek is dus uitgevoerd op dezelfde basis als het onderzoek voor het eerdere raadsbesluit. Aangezien we nu verder zijn in het proces is aanvullend hierop op een aantal onderdelen dieper ingezoomd. Hierna zijn de doorgerekende voorstellen en het resultaat van de beoordeling beschreven.

2 Beschrijving doorgerekende voorstellen Bestemmingsplan herijking maakt de keuze om de Opwettenseweg autoluw te maken en Laan door de Panakkers door te trekken.

Voorstel A is een voorstel waarbij geen doorgaande verbindingen door Nuenen West aanwezig zijn. Nuenen West wordt opgedeeld in 3 deelgebieden die hun ‘eigen’ ontsluiting hebben op respectievelijk Europalaan en Geldropsedijk.

Voorstel A+ is een voorstel waarbij de Opwettenseweg voor een deel van Nuenen West een ontsluitingsmogelijk biedt. De Laan door de Panakkers sluit aan op de Opwettenseweg met een ‘lus’ en wordt ten noorden van de Opwettenseweg onderbroken.

De berekeningen zijn uitgevoerd met het actuele verkeersmodel (Brabantbrede modelaanpak versie S107)). De voorstellen zijn in het verkeersmodel ingevoerd conform de bovenstaande afbeeldingen. Het toekomstjaar 2030 vormt de basis voor de berekeningen. Hierin zijn ook de autonome groei van het autoverkeer en ontwikkelingen in de omgeving meegenomen.

3 Analyse 3.1 Analyse geheel In deze notitie is er beoordeeld op enkele verkeerskundige aspecten. Bestemmingsplan herijking (voorstel BP) en voorstel A zijn eerder beoordeeld in de toets naar aanleiding van dialoogsessie 2. Voor deze voorstellen is de analyse deels herhaling en deels een verdieping. Voorstel A+ is zoals hiervoor beschreven een nieuw ingebracht voorstel. Het is van belang om het juiste verkeer op de juiste wegen te krijgen: dus regionaal verkeer op regionale wegen, Nuenens verkeer zoveel mogelijk op gebiedsontsluitingswegen en dat sluiproutes door woongebieden zoveel mogelijk voorkomen worden. In het amendement heeft de Gemeenteraad concreet toegevoegd: -

maatregelen die de verkeersintensiteit van niet-bestemmingsverkeer door Nuenen heen ontmoedigen; op verantwoorde wijze sturen met verkeersmaatregelen waardoor het verkeer door Nuenen wordt gespreid waarbij als uitgangspunt geldt dat binnen Nuenen mobiliteit te voet en per fiets leidend is.

Bij de beoordeling/toets is specifiek ingezoomd op een aantal locaties. Deze zijn beschreven in 3.2.

3.2 Analyse effecten en beoordeling voorstellen De beoordeling heeft specifiek plaatsgevonden voor Opwettenseweg, Laan door de Panakkers en Wettenseind (allemaal erftoegangswegen). De Opwettenseweg is immers gevoelig gebleken voor effecten van veel gemotoriseerd verkeer, door de ligging nu en straks en door het belang in het fietsnetwerk. De Laan door de Panakkers kan als maatgevend gezien worden voor verkeersveiligheid in de nieuwe wijk en de schoolomgeving. Wettenseind wordt bekeken in verband met de gevoeligheid gezien bestaande sportvoorzieningen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn aanvullende ook de effecten voor de toegangswegen van Nuenen Zuid zijn in beeld gebracht. Voor de beide gebiedsontsluitingswegen Europalaan en Geldropsedijk zijn er overwegingen om de intensiteiten in de verschillende voorstellen te vergelijken, vooral ivm leefbaarheid. Dit vindt plaats in het kader van de milieuberekeningen. De verkeersveiligheidseffecten worden alleen bij grote afwijkingen nader beschouwd. De Europalaan is getoetst aan het maximum van 25.000 mvt/etm dat gesteld is in het bestemmingsplan van 2008. Voorstel A en A+ overschrijden dit maximum. De overschrijding met 200 á 300 mvt/etm is echter dusdanig beperkt dat dit niet significant te noemen is. De intensiteiten bij aantakkingen op deze gebiedsontsluitingswegen kunnen wel interessant zijn.

Zo is een goede verdeling over de aansluitingen (beide voorrangspleintjes) op de Europalaan een pré. De Geldropsedijk is een gebiedsontsluitingsweg met 2x1 rijstrook. Gebiedsontsluitingswegen met 1 rijstrook per richting kunnen gemiddeld tot circa 18.000mvt/etm verwerken. Dit aantal wordt in geen enkel voorstel overschreden. De maximale intensiteit in de voorstellen is circa 7.000, dit blijft

ruim beneden het maximum. Bovendien zijn de kruispunten passend vormgegeven: op de rotondes zit het langzaam verkeer in de voorrang en kan in twee fases oversteken. De gevoeligheid van de verkeersveiligheid bij schommelingen in de verkeersintensiteiten is daarom geringer. Bij de analyse (en ook in onderstaande afbeelding) is de etmaalwaarde van het autoverkeer inzichtelijk gemaakt.

3.4 Opwettenseweg (tussen Vorsterdijk en Laan door de Panakkers) In alle voorstellen is de Opwettenseweg afgesloten voor doorgaand autoverkeer (richting Eindhoven). In voorstel A zijn er geen woningen van Nuenen West aangesloten op de Opwettenseweg, waardoor de intensiteit op de Opwettenseweg minimaal is (modelmatig 0 mvt/etmaal). De Opwettenseweg krijgt hier ruimschoots de verblijfsfunctie terug. Voor de afwikkeling van fietsverkeer is dat zeer positief en ook de oversteekbaarheid van dit wegvak is zeer goed. Verkeerskundig gezien is dit de meest gunstige van de drie varianten. Bij voorstel BP is nog wel een aansluiting van de Laan door de Panakkers met de Opwettenseweg aanwezig. Hier ontstaat kruisend verkeer in combinatie met veel fietsverkeer. De hoeveelheid kruisend verkeer is beperkt, circa 1.700 mvt/etm. Het kruisen van twee erftoegangswegen is niet bij voorbaat problematisch. In combinatie met een intensief gebruikte (snel)fietsroute levert dit wellicht wel problemen op. In paragraaf ‘fietsnetwerk’ komen we hier uitgebreider op terug. In voorstel A+ verwerkt de Opwettenseweg wel autoverkeer. De Laan door de Panakkers sluit op twee locaties aan op de Opwettenseweg. In voorstel A+ blijft daarom, in tegenstelling tot voorstel BP en A, toch nog veel verkeer gebruik maken van de Opwettenseweg.

Het gedeelte ten noorden van de Laan door de Panakkers verwerkt circa 3.600 mvt/etm. Dit is veel voor een erftoegangsweg die

tevens een snelfietsroute is. Op het wegvak ten noorden daarvan rijden zelfs circa 4.700 mvt/etm. Deze laatste valt strikt genomen buiten de snelfietsroute, maar is wel een druk befietste route. In lijn met de landelijke richtlijnen ten aanzien van een Duurzaam Veilig ingericht wegennet bedraagt de maximale intensiteit op een erftoegangsweg type 1 (30 km/u) binnen de bebouwde kom 6.000 mvt /etm. Een intensiteit van 6.000 mvt/etm is een hoge intensiteit en voelt ook als zodanig aan bij zowel de gebruiker als de woonomgeving. Om deze reden wordt altijd gestreefd naar lagere intensiteiten. De wegenscan is een goed hulpmiddel om niet alleen te beoordelen op de intensiteit maar op de combinatie functie, vormgeving en gebruik van de weg. Voorstel A+

In de linker afbeelding is het resultaat van de wegenscan bij het wegvak met een intensiteit van 3.600 mvt/etm weergegeven. Voor een snelfietsroute is deze intensiteit te hoog. In paragraaf ‘fietsnetwerk’ wordt hier dieper op in gegaan. Bij een intensiteit van 4.700 mvt/etm is (ook zonder snelfietsroute) de oversteek voor langzaam verkeer lastiger (vooral voor voetgangers). Zij moeten langer wachten om de straat over te kunnen steken. Door een oversteek in twee fasen kan de situatie verbeteren.

3. 5 Laan door de Panakkers (ter hoogte van school) Ook de Laan door de Panakkers is beoordeeld. Vooral ter hoogte van de school is het belangrijk om een veilige omgeving te bieden. Het wegvak ter hoogte van de school is daarom gekozen voor de beoordeling. Uitgangspunten bij de beoordeling is het profiel van de Dorpslaan (bron: Masterplan Nuenen West) Voorstel BP

Voor spelen op straat geldt een intensiteit van ca 1.000mvt etm (CROW Publicatie 153 Handboek Ontwerpen voor kinderen). Vanaf ongeveer 1.000 mvt/etm voelt en is het niet meer erg veilig om op straat te spelen. Het is niet zo dat het op alle erftoegangswegen nodig is om op straat te spelen. Ter

hoogte van een school is dit echter wel een signaal dat er extra aandacht moet zijn voor de schoolomgeving. Ter hoogte van de school is de intensiteit in voorstel BP hoger dan 1.000 mvt/etm. De 1.700 mvt/etm in voorstel BP is overigens een prima intensiteit om te kunnen spreken van een prettig verblijfsklimaat. Ter hoogte van de school is de intensiteit zoals gezegd bij voorkeur zo laag mogelijk. De 1.700 mvt/etm kunnen met een goede inrichting waarschijnlijk voldoende veilig worden verwerkt. In voorstel A en voorstel A+ is dit aantal lager dan 1.000 mvt/etm. In voorstel A is de intensiteit modelmatig zelfs 0 mvt/etm. Spelen op straat scoort bij A heel positief, er is een zeer luwe schoolomgeving. Wanneer de verkaveling van Nuenen West uitgewerkt wordt, zal afhankelijk van waar de woningen precies op de Laan door de Panakkers aangesloten worden zeer waarschijnlijk wel een autointensiteit resulteren ter hoogte van de school. Maar deze intensiteit zal dusdanig laag zijn dat een verkeersluwe schoolomgeving resulteert. Conclusie is dat alle drie de varianten binnen de grens blijven van een voldoende veilige schoolomgeving.

3.6 Wettenseind Wettenseind is beoordeeld op het drukste wegvak ter hoogte van de sportvelden. Ook ter hoogte van sportvelden is het namelijk extra belangrijk om een veilige straat te hebben. Er zit hier nog wel een verschil met een schoolomgeving waar dagelijks gedurende de ochtendspits gebruik wordt gemaakt van de wegen in de omgeving. Bij sport is dit niet allemaal gedurende de spitsperiode en veelal ook in het weekend. De gebruikers van een school zijn allemaal in de leeftijdscategorie tot circa 12 jaar. Terwijl sport ook veel gebruikers kent in de leeftijdsgroep daarboven. Maar dit neemt niet weg dat veiligheid een belangrijk item is. Voorstel A

Voorstel A heeft de hoogste intensiteit op Wettenseind, 3.300 mvt/etm. Het profiel van de straat is overal minimaal 5m breed. Het is een intensiteit die op deze straat met dit profiel en in deze omgeving wel kan, maar vanwege de aanwezigheid van het sportcluster is de ontsluiting voor langzaam verkeer op deze locatie nader onderzocht door de structuur van wegen en fietspaden onder de loep te nemen. Uit dit nader onderzoek blijkt dat de meest rechtstreekse aansluiting voor fietsers van en naar de sportvelden via de zuidzijde van de sportvelden verloopt, via de fietsaansluiting Geldropsedijk. Hier liggen ook de fietsenstallingen. De Geldropsedijk heeft een tweezijdig fietspad. Ten zuiden van de rotonde Geldropsedijk - Arnold Pootlaan is aan de westzijde van de Geldropsedijk een tweerichtingen fietspad aanwezig. De rotonde Geldropsedijk - Arnold Pootlaan is een goede oversteeklocatie voor fietsers. De route via Wettenseind kan door fietsers vanuit de Geldropsedijk

en Nuenen Zuid ook worden gebruikt, maar is niet nodig en is minder rechtstreeks. Kortom, het grootste deel van de fietsers rijdt via de zuidzijde naar de sportvelden, dit is een goed alternatief voor Wettenseind en ook de meest rechtstreekse verbinding. Een speciaal aandachtspunt is wel het ontbreken van een doorlopend voetpad. Op het gedeelte ter hoogte van Culenhof is wel een voetpad aanwezig, ten zuiden van Culenhof niet. Een voorziening voor voetgangers is hier aan te bevelen. Dit geldt ook voor voorstel BP. In voorstel BP is de intensiteit op Wettenseind circa 2.500 mvt/etm. Dit is een grenswaarde waarop een voetpad aan te bevelen is. Voorstel BP

Voorstel A+ heeft een lagere intensiteit, 900 mvt/etm en in deze variant is geen aanvullend voetpad nodig.

3.7 Nuenen Zuid De effecten op Nuenen Zuid zijn in beeld gebracht op basis van de intensiteiten op een aantal belangrijke toegangswegen tot de wijk. Alle voorstellen leiden verkeer vanuit Nuenen Zuid, in dezelfde mate richting Smits van Oyenlaan en dus via Klamperlaan. De intensiteit op de Klamperlaan bedraagt in voorstel BP ongeveer 4.700 mvt/etm, in voorstel A ongeveer 4.900 mvt/etm en in voorstel A+ ongeveer 4.800 mvt/etm. De Klamperlaan is een typische ‘inprikker’ van de wijk waarbij de bebouwing geen oriëntatie op de weg heeft en die verkeer uit enkele deelgebieden verzamelt en op een weg van hoger orde brengt. Ook de inrichting van de weg sluit hier op aan: er zijn geen directe erfaansluitingen van woningen (alleen achterzijden van woningen) en ook is dit wegvak niet toegankelijk voor fietsverkeer. Na het eerste kruispunt verdeelt het verkeer zich over de diverse straten en zal op elk van deze straten een lagere intensiteit gelden. De intensiteiten zoals zichtbaar in alle voorstellen zijn om deze redenen verkeerskundig gezien acceptabel op dit wegvak. De Meierijlaan en Arnold Pootlaan hebben in alle voorstellen lagere intensiteiten dan op de Klamperlaan. Ook die intensiteiten zijn verkeerskundig gezien acceptabel.

Fietsnetwerk In het Bereikbaarheidsakkoord en de lokale Beleidsmodule Fiets is de Opwettenseweg aangewezen als (toekomstige) snelfietsroute. Hiermee wordt ook de kwaliteit en veiligheid van de route voor bestaande fietsers verbeterd. Een snelfietsroute vraagt om een autoluwe route in combinatie met een fietsstraat of een goede solitaire voorziening voor de fiets. Wanneer de Opwettenseweg een te hoge intensiteit heeft, vraagt dit om extra aandacht en moet afgewogen worden of er voldoende haalbare mogelijkheden overblijven om de route in te passen. Op het drukste gedeelte van de Opwettenseweg (ten zuiden van de Meierijlaan) rijden in voorstel A+ circa 4.700 mvt/etm, direct ten zuiden van dit wegvak rijden in voorstel A+ circa 3.600 mvt/etm.

Dit is te veel om een kwalitatieve (snel)fietsroute te realiseren, waarbij autoverkeer en fietsverkeer gemengd worden. Tot circa 500 mvt/etm gecombineerd met fietsverkeer is sowieso mogelijk (CROW). Dit is ook het aantal dat vaak als harde grens wordt gebruikt. Boven een intensiteit van 500 mvt/etm kan met een aangepaste vormgeving de bovengeschikte positie van de fiets ook nog worden gerealiseerd. Praktijkvoorbeelden wijzen uit dat op een fietsstraat de auto intensiteiten niet veel meer dan 2.000 mvt/etm mogen zijn. Het aantal hinderlijke ontmoetingen moet beperkt worden en de intensiteitsverhoudingen tussen auto en fiets worden dan belangrijk. Bij hele hoge fietsintensiteiten (hoogstedelijk) zijn soms hogere auto intensiteiten acceptabel, maar in het geval van de Opwettenseweg is dat niet aan de orde. Daarbij komt dat dit de waarden voor fietsstraten in het algemeen zijn en de vraag is of je op een snelfietsroute niet strenger moet zijn. Hier wordt namelijk expliciet de keuze gemaakt voor een snelle veilige en comfortabele verbinding voor de fiets, waarvan veel fietsverkeer op hoger schaalniveau (grotere afstanden) gebruik van maakt. Daarnaast heeft Nuenen West in voorstel A+ twee aansluitingen op de Opwettenseweg. Een volledige aansluiting ter hoogte van de Laan door de Panakkers en een t-aansluiting iets noordelijker.

Op de drukste aansluitende tak rijden circa 1.600 mvt/etm. Dit is vergelijkbaar met de intensiteit in voorstel BP, maar in voorstel BP kruist één drukkere weg (Laan door de Panakkers).Voor een ‘gewone’ erftoegangsweg is dit geen hoge intensiteit maar voor een snelfietsroute is het van belang kritisch te kijken naar zowel het aantal aansluitingen op de route als de intensiteit op deze aansluitingen. Kortom, voorstel A+ heeft zowel een te hoge intensiteit om te kunnen spreken van een kwalitatieve snelfietsroute en heeft meer aansluitingen dan de andere voorstellen. Dit zorgt ervoor dat de kwaliteit en veiligheid van de snelfietsroute niet voldoende gewaarborgd zijn. Er zijn grofweg 2 opties om dit op te lossen: - Verplaatsen van de snelfietsroute - Minder verkeer op de Opwettenseweg In een eerdere exercitie zijn al mogelijkheden van parallelle fietsroutes onderzocht. In een eerdere commissienotitie zijn fietsverbindingen getoetst aan de vijf hoofdeisen: directheid, aantrekkelijkheid, samenhang, veiligheid en comfort. Hieruit bleek dat t.o.v. de Opwettenseweg geen alternatieven voor handen zijn die gunstiger én realistisch realiseerbaar zouden zijn uit het oogpunt van ‘de fiets’. Minder verkeer op de Opwettenseweg (zoals in voorstel BP en A) is daarom ten aanzien van de snelfietsroute de beste keuze.

Bereikbaarheid en routekeuze autoverkeer In voorstel BP en A heeft het verkeer drie mogelijkheden om Nuenen West te bereiken: via de Bakertdreef, de Laan door de Panakkers of via Wettenseind. In voorstel A+ heeft het verkeer meerdere mogelijkheden. De aansluitingen op de Europalaan (Bakertdreef en Laan door de Panakkers) blijven aanwezig en hier is een vergelijkbare intensiteitsverdeling over de aansluitingen aanwezig als in voorstel BP. Voor het zuidelijke gedeelte van Nuenen West vindt de ontsluiting, in plaats van via Wettenseind, zowel via de Meierijlaan, Opwettenseweg als Pinckart plaats. Ook hierop is geen sturing van het verkeer aanwezig. De resultaten van de doorrekening met het verkeersmodel laten ook zien dat deze drie mogelijkheden allemaal gebruikt worden en de druk op het noordelijke gedeelte van Opwettenseweg en Pinckart toeneemt. Een deel van het verkeer gebruikt in plaats van een route via de Geldropsedijk het noordelijke gedeelte van de Opwettenseweg en Pinckart. Opwettenseweg en Pinckart zijn allebei

erftoegangswegen. Daarbij moet opgemerkt worden dat Pinckart een straat op een bedrijventerrein is. Aan de ene kant betekent dit dat op een dergelijke straat een iets grotere verkeersintensiteit wat makkelijker kan worden geaccepteerd. Aan de andere kant betekent dat er meer nietbestemmingsverkeer (en vooral ‘gewoon’ autoverkeer) gemengd wordt met vrachtverkeer. Ook vanuit de oriëntatie en ‘wayfinding’ (de wijze waarop je op een heldere manier een woongebied ontsluit) is ontsluiting via een bedrijventerrein niet gewenst. De ontsluiting van woongebieden en bedrijventerreinen worden bij voorkeur gescheiden gehouden en het bijbehorende verkeer ook. Niet alleen voor de verkeersveiligheid maar ook voor de vindbaarheid en logica van je verkeersstructuur.

Combinatie en verfijning Uit bovenstaande blijkt dat de verschillende voorstellen allemaal hun eigen voor- en nadelen hebben. Voorstel BP heeft van de drie voorstellen de hoogste intensiteit in de schoolomgeving, voorstel A heeft de hoogste intensiteit op Wettenseind en voorstel A+ heeft de hoogste intensiteit op de Opwettenseweg. Om deze reden is aanvullend onderzocht wat een verfijning en combinatie van deze voorstellen kan betekenen, zodat op al deze onderdelen de intensiteit nog beter verdeeld wordt; variant X.

Variant X zorgt voor een lagere intensiteit van het autoverkeer op de Opwettenseweg ten opzichte van variant A+ en op Wettenseind ten opzichte van variant A en een lagere intensiteit in de schoolomgeving ten opzichte van variant BP.

(Fietsroute) Opwettenseweg Voorstel X heeft geen autoaansluiting van Nuenen West op de Opwettenseweg. Waardoor de intensiteit op de Opwettenseweg minimaal is (modelmatig 0 mvt/etmaal). De Opwettenseweg krijgt hier ruimschoots de verblijfsfunctie terug. Voor de afwikkeling van fietsverkeer is dat zeer positief en bij deze intensiteit kan de snelfietsroute met hoge kwaliteit ingepast worden en is een veilige situatie voor de fietsers gewaarborgd. Ook de oversteekbaarheid van dit wegvak voor langzaam verkeer is zeer goed. Laan door de Panakkers (ter hoogte van school) De intensiteit in voorstel X op Laan door de Panakkers ter hoogte van de school is modelmatig 0 mvt/etm. Ook hiervoor geldt dat wanneer de verkaveling van Nuenen West uitgewerkt wordt, zal afhankelijk van waar de woningen precies op de Laan door de Panakkers aangesloten worden zeer waarschijnlijk wel een auto intensiteit resulteren ter hoogte van de school. Maar deze intensiteit zal dusdanig laag zijn dat een verkeersluwe schoolomgeving resulteert. Wettenseind Wettenseind heeft de hoogste intensiteit in voorstel A, 3.300 mvt/etm. In voorstel X kan deze intensiteit verlaagd worden tot 2.800 mvt/etm. Variant X

Het profiel van Wettenseind is geschikt om 2.800 mvt/etm te verwerken. Het gedeelte ter hoogte van Culenhof voorziet in een voetpad. Ten zuiden van Culenhof is geen voetpad aanwezig. Een voorziening voor voetgangers is hier aan te bevelen. We adviseren om te onderzoeken of tussen Culenhof en de nieuwe aansluiting op de Laan door de Panakkers, aan de zijde van het sportveld, een voorziening voor voetgangers gerealiseerd kan worden. Een informeel pad tussen de bomen is wellicht een optie wanneer het hekwerk van het voetbalveld wat verplaatst kan worden. De locatie van de bomen moet ingemeten worden om de mogelijkheid en locatie van het pad in beeld te brengen. Bereikbaarheid en routekeuze autoverkeer In voorstel X heeft het verkeer de mogelijkheid om via de twee aansluitingen op de Europalaan of via Wettenseind-Geldropsedijk het gebied in of uit te rijden. De aansluitingen op de Europalaan blijven aanwezig en hier is een gelijkmatige intensiteitsverdeling over de aansluitingen aanwezig. Vanuit de oriëntatie en ‘wayfinding’ (de wijze waarop je op een heldere manier een woongebied ontsluit) is de ontsluiting van Nuenen West in voorstel X logisch. De ontsluiting van woongebieden en bedrijventerreinen worden gescheiden gehouden en het bijbehorende verkeer ook. Niet alleen voor de verkeersveiligheid maar ook voor de vindbaarheid en logica van je verkeersstructuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9807088/1