14f. Brabants Netwerk Wonen-Zorg-Welzijn - Startdocument Vitale zorgzame gemeenschappen
Tekst van het document
Startdocument: Vitale zorgzame gemeenschappen
Brabants Netwerk Wonen-Zorg-Welzijn Ten behoeve van werkconferentie 18 november 2022
2
Vitale Zorgzame Gemeenschappen; Samen doen, Samen oplossen. Om op een prettige en comfortabele manier oud te kunnen worden is, naast een geschikte woning en woonomgeving, ook een vitale zorgzame gemeenschap van belang. In de toekomst zal, op het moment dat iemand zorg of hulp nodig heeft, een steeds groter beroep worden gedaan op de gemeenschap. Professionele hulp zal niet altijd vanzelfsprekend beschikbaar zijn. Er is een tekort aan zorgpersoneel, waardoor het aantal verpleeghuisplaatsen ook in de toekomst niet meer zal toenemen. Het aantal ouderen neemt daarentegen in grote mate toe. De meeste ouderen blijven in de toekomst dan ook zelfstandig in hun eigen huis of nieuwe (geclusterde) woonvorm wonen. Om hen voldoende zorg en hulp te kunnen bieden zijn vitale zorgzame gemeenschappen nodig. Dit is een gemeenschap waar mensen oog hebben voor elkaar en waar samendoen en samenredzaamheid het uitgangspunt is. Zodat mensen ongeacht leeftijd of zorgbehoefte, comfortabel in hun huis of vertrouwde buurt kunnen blijven wonen en leven. In dit document leest u de belangrijkste factoren die de totstandkoming en het behoud van vitale zorgzame gemeenschappen bevorderen en belemmeren.
Succesfactoren
✓ Vitale zorgzame gemeenschappen ontstaan vanuit een gezamenlijke gevoelde urgentie. Het begint bij bewustwording bij inwoners en/of organisaties dat doorgaan op de ingeslagen weg tot grote problemen gaat leiden. Vitale zorgzame gemeenschappen kunnen een bijdrage leveren aan (een deel van) de oplossing van de vergrijzingsopgave. Met het vertellen van persoonlijke verhalen wordt de problematiek concreet en krijgt het een gezicht. Dit activeert mensen om aan de slag te gaan.
✓ Er zijn goede en enthousiaste initiatiefnemers nodig, die ideeën, initiatieven en acties ontplooien. Dit kunnen inwoners zijn, maar ook professionals vanuit de gemeente, woningcorporatie of welzijnswerk kunnen een belangrijke aanjaagfunctie hebben om partijen bij elkaar te brengen en de urgentie op tafel te leggen. De initiatiefnemers kunnen een eerste stap een eerste actie of activiteit starten en anderen verleiden om mee te doen.
✓ Bouw voort op waar de energie zit. Vitale zorgzame gemeenschappen ontstaan vaak vanuit initiatieven die niet specifiek bedoeld zijn om senioren langer zelfstandig te laten wonen, maar in algemene zin de leefbaarheid in een kleine kern of de wijk willen bevorderen. Denk aan het inrichten van een speeltuintje, een buurt-BBQ of organiseren van een huiskamerproject.
3
Ook ontstaan initiatieven uit duurzaamheidsoverwegingen, zoals het aanleggen van een pluktuin of het realiseren van een ecodorp. Dergelijke initiatieven prikkelen vaak weer nieuwe initiatieven. Door al deze initiatieven samen ontstaat er draagvlak om iets voor de gemeenschap en voor elkaar te betekenen en uiteindelijk ontstaat een vitale zorgzame gemeenschap.
✓ Met de realisatie van geclusterde woonvormen (zie startdocument ‘Wooninitiatieven gericht op gemeenschapsvorming’) ontstaan woongemeenschappen in wijken en dorpen. De bewoners van de woningen die behoren tot een geclusterd wooncomplex vormen immers een woongemeenschap met elkaar. Een geclusterde woonvorm / woongemeenschap kan ontstaan op initiatief van de vitale zorgzame gemeenschap, maar een woongemeenschap kan ook juist de bron vormen voor een vitale zorgzame gemeenschap. Woongemeenschappen en zorgzame gemeenschappen kunnen elkaar versterken. Vitale zorgzame gemeenschappen kunnen bijvoorbeeld hulp en ondersteuning bieden aan de woongemeenschappen in het dorp of de buurt. Andersom kunnen woongemeenschappen activiteiten organiseren voor de wijk of buurt en als voorbeeld dienen hoe inwoners elkaar ondersteuning kunnen bieden. De ervaring leert dat het zien hoe mensen binnen een woongemeenschap oog hebben voor elkaar ook vaak een positief effect heeft op de omgeving, waardoor ook de mensen in de buurt of het dorp geactiveerd worden om naar elkaar om te zien.
✓ Vertrekpunt van een vitale zorgzame gemeenschap is de leefwereld: kleinschalig, dichtbij en redenerend vanuit de inwoner. Het gebied waar projecten en initiatieven zich op richten moet passen bij de schaal waarop gemeenschapsvorming kan plaatsvinden. De buurt of het dorp is de schaal waarop mensen zich verbonden voelen met elkaar, elkaar kennen, aanspreken en vertrouwen. In (stads)wijken is de cohesie en betrokkenheid vaak vooral straat of buurt gerelateerd. De schaal van de wijk is hiervoor veelal te groot. Maar de juiste schaalgrootte is afhankelijk van de lokale dorps-, wijk of buurtcultuur en dus overal verschillend. Er is dus niet een vaste schaalgrootte waarop een vitale zorgzame gemeenschap opereert.
✓ Het vormen van een vitale zorgzame gemeenschap vergt altijd maatwerk! Er is geen blauwdruk of handleiding hoe te komen tot een vitale zorgzame gemeenschap. Er is dus niet één goede aanpak die je overal kunt toepassen. Nieuwe initiatieven kunnen wel gebruik maken van de opgedane inzichten en de werkzame elementen uit eerdere initiatieven meenemen in hun aanpak, maar dit zal altijd maatwerk en aanpassing vragen aan de lokale situatie. Elke gemeenschap moet zijn eigen proces doorlopen, gebruik makend van de lokale kwaliteiten en energie.
✓ Denk groot maar begin klein. Je ambitie mag heel groot zijn maar maak het behapbaar en werkbaar. Hou het simpel, behapbaar en concreet en vier de (kleine) successen met elkaar.
4
✓ In een vitale zorgzame gemeenschap is draagvlak en commitment nodig vanuit alle lagen van de gemeenschap. Belangrijk is om alle partijen die actief zijn in de buurt of wijk en een belang hebben bij een prettige zorgzame leefgemeenschap te betrekken. Als eerste natuurlijk de inwoners (zowel jongeren als senioren), bewonersinitiatieven, verenigingen, lokale ondernemers en actieve sleutelfiguren uit de buurt of het dorp. Maar ook maatschappelijke organisaties, zoals de woningbouwvereniging, huisarts, school, gemeenschapshuis en dergelijke, de gemeente en zorgaanbieders, die ook nadenken over een aanbod van nieuwe woonzorgarrangementen. Vorm met elkaar een werkgroep die kijkt wat nodig is en wat vanuit de gemeenschap kan worden gedaan om ervoor te zorgen dat senioren prettig en comfortabel in de buurt of het dorp kunnen blijven wonen. Alle partijen binnen de gemeenschap nemen vervolgens op hun eigen manier de verantwoordelijkheid om bij te dragen. Hierdoor ontstaat gemeenschappelijk eigenaarschap voor het vormgeven en in stand houden van de vitale zorgzame gemeenschap.
✓ In een vitale zorgzame gemeenschap is sprake van partnerschap en gelijkwaardige samenwerking tussen publieke en private partners (inwoners, ondernemers, organisaties en overheid). De maatschappelijke opgave vormt vanuit urgentie en gedeelde belangen de basis voor samenwerking, waarbij iedere partner vanuit de eigen perspectieven, talenten, mogelijkheden en vaardigheden bijdraagt aan de oplossing. Men denkt en handelt vanuit de coöperatieve gedachte ten dienste van de maatschappelijke opgave. Partners staan als het ware “boven” de partijen en handelen eigen- en organisatiebelang overstijgend. Dit werkt wel het beste als partners met elkaar meedenken hoe de dilemma’s, waar men binnen de eigen organisaties tegenaan lopen, kunnen worden opgelost. Op die manier wordt het algemeen belang gediend, belemmeringen geslecht en tegelijkertijd zoveel mogelijk recht gedaan aan ieders eigen- of organisatiebelang. Transparante communicatie, waarbij ieders rol helder wordt benoemd, wederzijds vertrouwen en (proces)tijd is hierin essentieel.
✓ Bij vitale zorgzame gemeenschappen ligt de regie zoveel mogelijk in handen van de gemeenschap. Dit vraagt om een responsieve of samenwerkende houding en werkwijze van de gemeente en andere partners. Hierbij denken organisaties mee met de ideeën van inwoners zonder initiatieven over te nemen. Ze luisteren naar en gaan het gesprek aan met de inwoners, koesteren en waarderen de inwoners en zien hen als experts. Een responsieve of samenwerkende organisatie ondersteunt de gemeenschap met maatwerk en is bereid buiten de gebaande wegen te gaan, bijvoorbeeld het anders inzetten van WMO-gelden en andere middelen. De Insteek hierbij is: wat kan ik voor de ander betekenen en wat kan de ander voor mij betekenen.
5
✓ Om te kunnen bouwen aan gemeenschapskracht is (onafhankelijke) procesondersteuning nodig. Een wijk met weinig gemeenschapskracht vraagt een hele andere aanpak en veel meer ondersteuning en inzet van professionals, zoals bijvoorbeeld het welzijnswerk, dan een wijk of dorp waar sprake is van een sterke gemeenschapskracht met veel draagkracht. In wijken waar de draaglast (mensen die ondersteuning nodig hebben) groter is dan de draagkracht (mensen die ondersteuning kunnen bieden) moet nog eerst gestart worden met het opbouwen van een netwerk in de wijk en vergroten van de draagkracht in de gemeenschap. Hierin kunnen, naast het lokale welzijnswerk, ook regionale platforms bewonersinitiatieven en provinciale ondersteuningsorganisaties zoals bijvoorbeeld VKKNB, Koepel Zorgcoöperaties Zuid Nederland en ‘t Heft, een belangrijke ondersteunende rol vervullen.
✓ Gemeenten en maatschappelijke organisaties zoals woningcorporaties en het welzijnswerk beschikken vaak over gebiedsfunctionarissen zoals gebiedsmakelaars, wijkconsulenten en opbouwwerkers. Ook zijn er vanuit bewonersinitiatieven een groeiend aantal dorps- en wijkondersteuners actief Deze gebiedswerkers zijn de kwartiermakers die vraaggestuurd kunnen helpen bij het aanpakken van de problematiek in de wijk/buurt of dorp en die ondersteuning kunnen bieden bij het vormgeven van een vitale zorgzame gemeenschap. De ‘werkers in de wijk’ kunnen dienen als vooruitgeschoven post vanuit de organisatie en een ondersteunende rol vervullen voor initiatieven uit de gemeenschap. Zij kunnen initiatieven helpen opstarten, door ontwikkelen, verbinden en zo verder brengen.
✓ Ook als een vitale zorgzame gemeenschap eenmaal op de rit staat blijven (minimaal 2) kartrekkers nodig die het netwerk bij elkaar houden, bijeenkomsten en activiteiten organiseren en projecten en initiatieven op elkaar afstemmen.
✓ Initiatieven die bijdragen aan een zorgzame samenleving worden vaak gezien als incidentele interventies en ontvangen hiervoor subsidie of tijdelijke ondersteuning. Maar een vitale samenleving vraagt om een structurele aanpak in een structurele samenwerking met een programmatische aanpak, waarbij projecten in elkaars samenhang worden bezien, in plaats van allemaal losse projecten. Er is behoefte aan stabiliteit en continuïteit, oftewel aan een niet vrijblijvende structureel verankerde wederkerige publiek-private samenwerking tussen alle partijen die zich inzetten voor de vitale zorgzame gemeenschap. Dit vraagt tevens om structurele ondersteuningskracht. Iemand die de diverse partners bij elkaar brengt, projecten en initiatieven op elkaar afstemt en de programmatische aanpak coördineert.
6
✓ Vitale gemeenschappen vragen om domein overstijgend denken en handelen. Ontmoetingsplekken in de openbare ruimte, een actief verenigingsleven en de aanwezigheid van voorzieningen in wijken en dorpen, zoals wijk- en dorpshuizen en Multifunctionele Accommodaties (MFA’s) zijn belangrijke broedplaatsen voor een vitale zorgzame gemeenschap. Ze stimuleren en ondersteunen (spontane) ontmoetingen en daarmee de gemeenschapsvorming. Om vitale zorgzame gemeenschappen te faciliteren is dus ook aandacht nodig voor de inrichting van de openbare ruimte, het stimuleren van het verenigingsleven en het realiseren en behouden van belangrijke voorzieningen. Maak hierbij ook de verbinding met de ontwikkeling van maatschappelijk vastgoed, zoals bijvoorbeeld Zenzo.
✓ Vitale gemeenschappen werken aan zelfredzaamheid en samenredzaamheid. Leidend hierin zijn de inwoners en hun vragen en behoeften om comfortabel en gelukkig thuis te wonen (leefwereld) en niet het beleid de regels en procedures van de gemeente of organisaties (systeemwereld).
Belemmerende factoren
Het belang en de noodzaak van vitale gemeenschappen en ook de urgentie van het bredere vergrijzingsvraagstuk wordt nog niet door iedereen gevoeld. Niet door inwoners, maar ook niet door veel gemeenten, woningcorporaties, zorgorganisaties en andere partijen. Zij realiseren zich niet dat het twee voor twaalf is voor wat betreft de vergrijzingsopgave en zien nog niet of nauwelijks een rol voor zichzelf weggelegd.
Veel gemeenten en organisaties hebben nog een te afwachtende houding. Er is geen aanjager die gemeenten en organisaties stimuleert hun rol te pakken. Ook beschikken gemeenten en organisaties over onvoldoende kennis over (het belang van) vitale zorgzame gemeenschappen. Hier is wel behoefte aan. Wellicht kan het Brabants netwerk hierin een rol pakken.
Veel inwoners zitten nog in de rol van consument, terwijl zij nodig zijn en een belangrijke rol kunnen vervullen als co-producent. Wederkerigheid dient het uitgangspunt te zijn.
7
Het is lastig om binnen de gemeenschap mensen te activeren of te binden als vrijwilliger en zorgdrager. Soms overheerst de ‘ik cultuur’ en is er een gebrek aan solidariteit. Er is sprake van individualisering. Jongeren en jonge gezinnen hebben het druk en veel senioren permitteren zich de luxe om veel en lang op vakantie te gaan, waardoor ze minder beschikbaar zijn en zich niet willen binden aan vrijwilligerstaken.
Er is een tekort aan capaciteit bij diverse organisaties, met name aan uitvoeringsen trekkracht en procesondersteuning. Ook ontbreekt het vaak aan inhoudelijke kennis en hoe het aan te pakken.
Soms is er juist teveel inzet van professionals, waardoor het eigenaarschap en de regie bij de professionals ligt. Professionals hebben soms de neiging zaken over te nemen, waardoor actieve inwoners het vervolgens overlaten aan de professionals. Hierdoor wordt gemeenschapskracht onvoldoende gestimuleerd en soms zelfs ontmoedigd.
Er wordt nog onvoldoende gebruik gemaakt van de technologische mogelijkheden ter ondersteuning van hulp- en zorgverlening. Redenen daarvoor zijn onder andere onbekendheid met de mogelijkheden, koudwatervrees bij de gebruikers en de (hoge) kosten.
Het is voor overheden en organisaties lastig om de regie los te laten en meer verantwoordelijkheid bij de gemeenschap neer te leggen. Er zijn mooie voorbeelden waar mensen gevraagd wordt wat zij zelf belangrijk vinden en worden uitgenodigd met initiatieven te komen. Valkuil is dat de gemeenteraad wel kaders en afspraken wil vastleggen waarop ze de initiatieven kunnen beoordelen en regie kunnen houden. Dit maakt impactgericht werken lastig. Het recht om als gemeenschap zelf de regie te nemen is vastgelegd in de wet, maar nog slechts weinig gemeenten durven de regie los te laten en het in de Wmo verankerde uitdaagrecht te stimuleren en faciliteren.
Veel organisaties en veel overheden werken nog vanuit een rechtmatige of presterende rol. terwijl vitale zorgzame gemeenschappen vragen om een responsieve of samenwerkende organisatie en overheid. Medewerkers van organisaties zijn opgevoed om aanvragen te toetsen aan de wet- & regelgeving en om te voorkomen dat er fouten worden gemaakt of precedentwerking ontstaat. Ze redeneren en handelen nog teveel vanuit regels, beleid en procedures, oftewel de systeemwereld, in plaats van de leefwereld. Hierdoor is het lastig maatwerk te bieden en dienstbaar te zijn aan de vragen die voorbij komen. Zij verschuilen zich achter procedures, wet en regelgeving of achter hun bestuurder of manager.
8
Zij zitten vaak ‘gevangen’ in de huidige, meer op basis van wantrouwen ingestoken, (zorg) wetten. Een voorbeeld ter illustratie: Vanuit de dorpsgemeenschap (leefwereld) geïnitieerde dorpskamerprojecten, die werken met actieve inwoners en waar ook mensen zonder zorgindicatie welkom zijn, worden afgewezen omdat ze worden getoetst en beoordeeld op basis van de regelgeving voor de ‘formele’ dagbesteding en niet voldoen aan deze strenge eisen. (systeemdenken). De wens is juist om vanuit vertrouwen en vanuit de opgave te ondersteunen (vergelijk noodwetgeving corona). Als je dit wilt laten slagen moet dit in de cultuur van de organisatie verankerd worden en moet je de systeemwereld van organisaties laten aansluiten op de leefwereld van inwoners. Dit geldt niet alleen voor gemeenten, maar ook voor woningcorporaties, welzijnsorganisaties en zorgverzekeraars.
Om als responsieve of samenwerkende overheid te kunnen werken en om flexibel te kunnen inspelen op wat er in de samenleving nodig is, moeten medewerkers van organisaties en ook bestuurders gefaciliteerd worden vanuit hun organisatie en vertrouwen, bevoegdheden en regel- en experimenteerruimte krijgen. Het is daarbij belangrijk dat experimenten ook écht mogen mislukken. Dit vraagt om een mentaliteitsverandering van ons allemaal. Inwoners starten namelijk zelf nu ook procedures tegen de overheid als deze een fout maakt. Hierdoor werken inwoners zelf ook mee aan instandhouding van de systeemwereld en haar regeltjescultuur.
Het ontbreekt aan LEF en DURF om te experimenteren. De (politieke/ bestuurlijke) MOED ontbreekt om de nek te durven uitsteken en buiten de gestelde kaders/ lijntjes te kleuren. Dit geldt overigens niet alleen voor overheden als gemeenten en provincie, maar ook voor allerlei andere (maatschappelijke) organisaties.
Voor elk project moet gezocht worden naar financiering. Subsidies voor bewonersinitiatieven moeten vaak aan zoveel voorwaarden voldoen alsof het grote zorgorganisaties zijn. Dit is voor veel initiatiefnemers een tijdrovende opgave, waardoor initiatieven, projecten en acties moeizaam tot stand komen of nog voordat ze tot uitvoering kunnen overgaan stranden.
Veel initiatieven starten als pilot of project. Het blijft dan vaak bij een start- en/of stimuleringssubsidie. Het gevaar bestaat dat er veel projecten worden gestart zonder vervolg of opvolging. Ook wordt in nieuwe projecten onvoldoende gebruik gemaakt van de leerlessen uit de initiatieven en acties die al hebben plaatsgevonden . Op deze manier ontstaat geen duurzame aanpak.
9
Interessante achtergrondinformatie: Algemeen: Tegenlicht bij VPRO op NPO 2: https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/kijk/afleveringen/2022-2023/samen-grijsworden.html Koepel van zorgcooperaties: https://koepelzorgcooperatieszn.nl/ Nederland zorgt voor elkaar: https://nlzorgtvoorelkaar.nl/default.aspx Platform voor zorgzame gemeenschappen: www.dementievriendelijk.nl Vereniging Kleine Kernen Noord-Brabant : www.vkknoordbrabant.nl Community Builders: https://www.zorgsaamwonen.nl/artikel/zsw-experts-en-partnerscommunity-building-mensenwerk
Voorbeelden van vitale zorgzame gemeenschappen: Visie zorg, welzijn en wonen voor en door de inwoners: http://dorpsraadsteensel.nl/werkgroepen/welzijn-en-zorg/ Zorgcooperatie Hoogeloon: https://zorgcooperatie.nl/ De ZorgSamenBuurt Eindhoven https://www.zorgsaamwonen.nl/artikel/zorgsamenbuurter-voor-elkaar-zijn-als-goede-buur en https://www.kilimanjarowonen.nl/Projecten/Zorgsamenbuurten.html Ontwikkeling maatschappelijk vastgoed: https://www.zenzo-mv.nl/kloosterkwartierveghel/omkijken-naar-elkaar/
Voorbeelden van initiatieven Udenaar de Toekomst Over UndT - Udenaar de Toekomst Goed voor Elkaar helpt inwoners om na te denken over sociaal netwerk: https://www.laarbeekvoorelkaar.nl/ Voorzorgcirkel: https://www.zorgsaamwonen.nl/artikel/de-ontwikkeling-vanvoorzorgcirkels-op-hoofdlijnen Dorpsplan Langeboom: https://www.eigenkweeklangenboom.nl/
10
Interessante rapporten Landelijke vereniging kleine kernen: Goed voor elkaar dorpen Sociale Vraagstukken: Pleidooi voor een zorgzame samenleving Vlaamse overheid: Inspiratienota Zorgzame buurt Geleerde lessen en succesfactoren van dementievriendelijke gemeenschappen: De toekomst van dementievriendelijke gemeenschappen. Monitor Zorgzame Gemeenschappen: https://www.nlzorgtvoorelkaar.nl/monitor+zorgzame+gemeenschappen+def/default.aspx Op grond van welke regels willen mensen voor elkaar zorgen. Onderzoek in de participatiesamenleving Handboek wooncoöperaties: https://www.wooninfo.nl/vraagbaak/wooncooperatie/handboekwooncooperaties/ Starten met een woongemeenschap: https://www.lvgo.nl/lvgo/publicaties-lvgo/
11