CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Stichting EHS - Effecten van EU-GIA regelgeving voor Gemeenten

Gemeenteraad 7 februari 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname18.239 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Raad van de Europese Unie Brussel, 5 december 2023 (OR. en) 16394/23 Interinstitutioneel dossier: 2023/0046(COD) TELECOM 370 COMPET 1231 MI 1089 CODEC 2406 RESULTAAT BESPREKINGEN van: d.d.: aan:

het secretariaat-generaal van de Raad 5 december 2023 de delegaties

nr. vorig doc.: nr. Comdoc.:

15664/23 6845/23

Betreft:

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken met gigabitsnelheden te verlagen en tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU (verordening gigabitinfrastructuur) - Algemene oriëntatie (5 december 2023)

Voor de delegaties gaat hierbij de algemene oriëntatie van de Raad betreffende het in hoofde genoemde voorstel, die de Raad (Vervoer, Telecommunicatie en Energie) tijdens zijn 3991e zitting op 5 december 2023 heeft goedgekeurd. De algemene oriëntatie bevat het voorlopige standpunt van de Raad over dit voorstel en vormt het uitgangspunt voor de voorbereiding van de onderhandelingen met het Europees Parlement. ____________

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

1

NL

Bijlage

2023/0046 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken met gigabitsnelheden te verlagen en tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU (verordening gigabitinfrastructuur) Voor de EER relevante tekst

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité1, Gezien het advies van het Comité van de Regio’s2, Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1)

De digitale economie heeft de interne markt de afgelopen tien jaar ingrijpend veranderd. De visie van de Unie is een digitale economie die duurzame economische en maatschappelijke voordelen oplevert op basis van uitstekende en veilige connectiviteit voor iedereen en overal in Europa. Een hoogwaardige digitale infrastructuur op basis van netwerken met zeer hoge capaciteit (very high capacity networks - VHCN’s) is fundamenteel voor bijna alle sectoren van een moderne en innovatieve economie. Zij is van strategisch belang voor de sociale en territoriale samenhang en in het algemeen voor het concurrentievermogen en het digitale leiderschap van de Unie. Daarom moeten zowel mensen als de private en de publieke sector de kans krijgen deel uit te maken van de digitale economie.

1

PB C van , blz. . PB C van , blz. .

2

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

2

NL

(2)

De snelle ontwikkeling van technologieën, de exponentiële groei van het breedbandverkeer en de stijgende vraag naar geavanceerde connectiviteit met zeer hoge capaciteit die al voor de COVID-19-pandemie waren ingezet, zijn tijdens de pandemie in een stroomversnelling geraakt. Als gevolg daarvan zijn de doelstellingen die in 2010 in de digitale agenda3 werden vastgelegd grotendeels gehaald, maar zijn zij ook achterhaald. Het aandeel huishoudens dat toegang heeft tot internetsnelheden van 30 Mbps is gestegen van 58,1 % in 2013 tot 90 % in 2022. In de toekomst zal 30 Mbps niet meer volstaan en een dergelijke snelheid is niet in overeenstemming met de nieuwe doelstellingen van Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad4, die connectiviteit en brede beschikbaarheid van VHCN’s moeten garanderen. Daarom heeft de EU in Besluit (EU) 2022/2481 van het Europees Parlement en de Raad5 geactualiseerde streefcijfers voor 2030 vastgesteld die beter aansluiten bij de verwachte toekomstige connectiviteitsbehoeften, waarbij alle Europese huishoudens toegang moeten hebben tot een gigabitnetwerk en alle bevolkte gebieden 5Gdekking moeten hebben.

(3)

Om deze streefcijfers te bereiken, is er behoefte aan beleid om de uitrol van vaste en draadloze netwerken met zeer hoge capaciteit in de hele Unie te versnellen en goedkoper te maken, onder meer dankzij een goede planning, coördinatie en de vermindering van de administratieve lasten.

(4)

Geschrapt

(5)

De uitrol van VHCN’s (zoals gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2018/1972) in de hele Unie vergt substantiële investeringen, waarvan een aanzienlijk deel de kosten van civieltechnische werken betreft. Het delen van fysieke infrastructuur zou de behoefte aan dure civieltechnische werken beperken en de uitrol van geavanceerde breedbandnetwerken doeltreffender maken.

(6)

Een groot deel van de kosten van de uitrol van VHCN’s kan worden toegeschreven aan inefficiënties in het uitrolproces die verband houden met: i) het gebruik van bestaande passieve infrastructuur (zoals kabelgoten, leidingen, mangaten, straatkasten, palen, masten, antenne-installaties, torens en andere ondersteunende constructies); ii) knelpunten in verband met de coördinatie van civiele werken; iii) omslachtige administratieve vergunningsprocedures; en iv) knelpunten bij de aanleg van netwerken in gebouwen, die leiden tot grote financiële belemmeringen, met name in plattelandsgebieden.

3

Mededeling COM(2010) 245 definitief van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 19 mei 2010. Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (PB L 321 van 17.12.2018, blz. 36). Besluit (EU) 2022/2481 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot vaststelling van het beleidsprogramma voor het digitale decennium tot 2030 (PB L 323 van 19.12.2022, blz. 4).

4

5

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

3

NL

(7)

Richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad6, die werd vastgesteld om de kosten van de uitrol van breedbandnetwerken te verlagen, omvatte maatregelen inzake het delen van infrastructuur, coördinatie van civiele werken en vermindering van administratieve lasten. Om de uitrol van VHCN’s, waaronder glasvezel- en 5G-netwerken, verder te vergemakkelijken, heeft de Europese Raad in zijn conclusies over het vormgeven van de digitale toekomst van Europa van 9 juni 2020 gepleit voor een pakket aanvullende maatregelen ter ondersteuning van huidige en toekomstige behoeften inzake de uitrol van netwerken, onder meer door herziening van Richtlijn 2014/61/EU.

(8)

De in Richtlijn 2014/61/EU vastgestelde maatregelen hebben ertoe bijgedragen dat de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken met hoge snelheid zijn gedaald. Deze maatregelen moeten echter worden aangescherpt om de kosten verder te verlagen en de uitrol van netwerken te versnellen.

(9)

Maatregelen om het gebruik van bestaande publieke en private infrastructuur efficiënter te maken en de kosten van en belemmeringen bij de uitvoering van nieuwe civieltechnische werken te verminderen, moeten aanzienlijk bijdragen tot een snelle en uitgebreide uitrol van VHCN’s. Deze maatregelen moeten echte concurrentie in stand houden zonder afbreuk te doen aan de veiligheid, beveiliging en goede werking van de bestaande infrastructuur.

(10)

Sommige lidstaten hebben maatregelen genomen om de kosten van de uitrol van breedbandnetwerken te verlagen, onder meer door verder te gaan dan de bepalingen van Richtlijn 2014/61/EU. Deze maatregelen verschillen echter nog steeds sterk van lidstaat tot lidstaat en hebben in de Unie tot uiteenlopende resultaten geleid. Het opschalen van sommige van deze maatregelen in de hele Unie en het nemen van nieuwe, aangescherpte maatregelen zou aanzienlijk kunnen bijdragen tot een betere werking van de digitale eengemaakte markt. Bovendien verhinderen verschillen in regelgeving en een inconsistente uitvoering van de regels van de Unie soms de samenwerking tussen nutsbedrijven. De verschillen kunnen ook toetredingsdrempels opwerpen voor nieuwe ondernemingen die openbare elektronischecommunicatienetwerken of bijbehorende faciliteiten aanbieden of gemachtigd zijn deze aan te bieden, zoals gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2018/1972 (“exploitanten”). Deze verschillen kunnen ook nieuwe zakelijke kansen in de weg staan en de ontwikkeling van een interne markt voor het gebruik en de uitrol van fysieke infrastructuur voor VHCN’s belemmeren.

Bovendien bestrijken de maatregelen in de nationale stappenplannen en uitvoeringsverslagen die de lidstaten op grond van Aanbeveling (EU) 2020/1307 van de Commissie7 hebben vastgesteld niet alle gebieden van Richtlijn 2014/61/EU en bieden zij evenmin een consistente en volledige oplossing voor alle kwesties. Dit ondanks het feit dat het essentieel is om gedurende de hele uitrol in alle sectoren actie te ondernemen om een samenhangend en significant effect te bereiken.

6

Richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronischecommunicatienetwerken met hoge snelheid (PB L 155 van 23.5.2014, blz. 1). Aanbeveling (EU) 2020/1307 van de Commissie van 18 september 2020 betreffende een gemeenschappelijke toolbox van de Unie om de kosten van de uitrol van netwerken met zeer hoge capaciteit te verlagen en een tijdige en investeringsvriendelijke toegang tot 5Gradiospectrum te waarborgen, ter bevordering van de connectiviteit als ondersteuning van het economisch herstel na de COVID-19-crisis in de Unie (PB L 305 van 21.9.2020, blz. 33).

7

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

4

NL

(11)

Met deze verordening wordt beoogd de in de hele Unie geldende rechten en verplichtingen te versterken en te harmoniseren om de uitrol van VHCN’s, waaronder kernnetwerken en netwerken die gereed zijn voor 5G, en de sectoroverschrijdende coördinatie te versnellen. Dit zal ondernemingen die elektronischecommunicatienetwerken aanbieden of die een vergunning hebben om deze aan te bieden, helpen schaalvoordelen te behalen. Een gebrek aan hoogwaardige connectiviteit in de Unie kan een sterk downstreameffect op de grensoverschrijdende handel en dienstverlening hebben, aangezien veel diensten alleen kunnen worden verleend als er in de hele Unie een goed presterend netwerk voorhanden is. Deze verordening zorgt voor een gelijker speelveld, maar is geen beletsel voor strengere of gedetailleerdere nationale regels die in overeenstemming zijn met het Unierecht en die dienen om het gezamenlijke gebruik van bestaande fysieke infrastructuur te bevorderen of een efficiëntere uitrol van nieuwe fysieke infrastructuur mogelijk te maken door een aanvulling te vormen op of verder te gaan dan de in deze verordening vastgestelde rechten en verplichtingen.

De lidstaten zouden bijvoorbeeld verder kunnen gaan dan de bepalingen inzake de coördinatie van civiele werken door die ook op privaat gefinancierde projecten toe te passen, [...] te eisen dat er meer informatie over fysieke infrastructuur of geplande civiele werken in elektronische vorm aan een centraal informatiepunt wordt verstrekt, of kortere termijnen te hanteren, mits een en ander niet in strijd is met het recht van de Unie, met inbegrip van de bepalingen van deze verordening.

(12)

Om de rechtszekerheid te waarborgen, ook met betrekking tot specifieke regelgevingsmaatregelen die zijn opgelegd krachtens Richtlijn (EU) 2018/1972, deel II, titel II, hoofdstukken II tot en met IV, en Richtlijn 2002/77/EG8, moeten de bepalingen van deze richtlijnen voorrang hebben op deze verordening. Deze verordening doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor nationale regelgevende instanties om maatregelen te handhaven of in te voeren die buiten het toepassingsgebied van deze verordening vallen, zoals toegangsverplichtingen voor binnenhuisbedrading, overeenkomstig Richtlijn (EU) 2018/1972.

(13)

Het kan voor exploitanten, met name nieuwkomers, aanzienlijk efficiënter zijn bestaande fysieke infrastructuur, met inbegrip van die van andere nutsbedrijven, te hergebruiken om VHCN’s of bijbehorende faciliteiten uit te rollen. Dit is met name het geval in gebieden waar geen geschikt elektronischecommunicatienetwerk beschikbaar is of waar het economisch niet haalbaar is om nieuwe fysieke infrastructuur aan te leggen. Bovendien kunnen sectoroverschrijdende synergieën ervoor zorgen dat aanzienlijk minder civiele werken in verband met de uitrol van netwerken met zeer hoge capaciteit nodig zijn. Dit hergebruik kan ook de maatschappelijke en milieukosten van deze werken, zoals vervuiling, geluidshinder en verkeerscongestie, verminderen. Daarom moet deze verordening niet alleen van toepassing zijn op exploitanten, maar ook op eigenaren of houders van rechten op het gebruik van uitgebreide en alomtegenwoordige fysieke infrastructuur die geschikt is om er elementen van elektronischecommunicatienetwerken in onder te brengen, zoals fysieke netwerken voor de levering van elektriciteit, gas, water en systemen voor afval- en rioolwater en drainage, verwarming en transportdiensten. In het geval van houders van rechten doet dit niets af aan de eigendomsrechten van derden. In voorkomend geval moet ook met de rechten van huurders rekening worden gehouden.

8

Richtlijn 2002/77/EG van de Commissie van 16 september 2002 betreffende de mededinging op de markten voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (PB L 249 van 17.9.2002, blz. 21).

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

5

NL

(14)

Om de uitrol van VHCN’s op de interne markt te verbeteren, moet deze verordening voorzien in rechten voor ondernemingen die openbare elektronischecommunicatienetwerken of bijbehorende faciliteiten aanbieden (met inbegrip van ondernemingen van openbare aard) om toegang te krijgen tot fysieke infrastructuur, ongeacht de locatie ervan, onder billijke en redelijke voorwaarden die verenigbaar zijn met de normale uitoefening van eigendomsrechten. De verplichting om toegang te verlenen tot de fysieke infrastructuur mag geen afbreuk doen aan de rechten van de eigenaar van de grond waarop of het gebouw waarin de infrastructuur zich bevindt.

(15)

Gezien de snelle ontwikkeling van aanbieders van draadloze fysieke infrastructuur, zoals “mastbedrijven”, en hun steeds belangrijkere rol als aanbieders van toegang tot fysieke infrastructuur die geschikt is voor de installatie van elementen van draadloze elektronischecommunicatienetwerken, zoals 5G-netwerken, moet met name de definitie van “netwerkexploitant” worden uitgebreid van ondernemingen die elektronischecommunicatienetwerken aanbieden of gemachtigd zijn deze aan te bieden en exploitanten van andere soorten netwerken, zoals vervoers-, gas- of elektriciteitsnetwerken, tot ondernemingen die bijbehorende faciliteiten aanbieden, die daardoor aan alle in de verordening vastgestelde verplichtingen en voordelen worden onderworpen, met uitzondering van de bepalingen betreffende fysieke binnenhuisinfrastructuur en toegang tot gebouwen.

(15 a) De lidstaten kunnen de verplichtingen krachtens deze verordening uitbreiden tot organen die niet onder het toepassingsgebied ervan vallen, zoals organisatorische eenheden zonder rechtspersoonlijkheid die wel handelingsbevoegd zijn en volledig kunnen deelnemen aan economische transacties, of ondernemingen die een concessie van overheidsinstanties genieten. (16)

Omdat de fysieke faciliteiten van een netwerk weinig van elkaar verschillen, kunnen er vaak zeer uiteenlopende elementen van elektronischecommunicatienetwerken tegelijkertijd in worden ondergebracht, zonder dat de voornaamste dienst die wordt verleend hierdoor wordt beïnvloed, en met minimale aanpassingskosten. Daaronder vallen ook de elementen die VHCN’s kunnen leveren conform het beginsel van technologieneutraliteit. Daarom kan fysieke infrastructuur die alleen bedoeld is om er andere elementen van een netwerk in onder te brengen zonder dat het zelf een actief element van het netwerk wordt, in beginsel worden gebruikt om er kabels, apparatuur of andere elementen van elektronischecommunicatienetwerken in onder te brengen, ongeacht het huidige gebruik of de huidige eigendom ervan, veiligheidsoverwegingen of toekomstige zakelijke belangen van de eigenaar van de infrastructuur. De fysieke infrastructuur van openbare elektronischecommunicatienetwerken kan in beginsel ook worden gebruikt om er elementen van andere netwerken in onder te brengen. Daarom kunnen exploitanten van openbare elektronischecommunicatienetwerken in passende gevallen toegang verlenen tot hun netwerken zodat andere netwerken kunnen worden uitgerold.

Onverminderd het nastreven van het specifieke algemene belang in verband met het aanbieden van de voornaamste dienst, moeten tegelijkertijd synergieën tussen netwerkexploitanten worden aangemoedigd om bij te dragen tot de verwezenlijking van de in Besluit (EU) 2022/2481 vastgestelde digitale streefcijfers.

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

6

NL

(17)

Behoudens een gerechtvaardigde uitzondering kunnen elementen van fysieke infrastructuur die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van overheidsinstanties, zelfs als zij geen deel uitmaken van een netwerk, ook elementen van elektronischecommunicatienetwerken bevatten, en in dergelijke gevallen moeten zij toegankelijk worden gemaakt om de installatie van elementen van VHCN’s, met name draadloze netwerken, te vergemakkelijken. Voorbeelden van elementen van fysieke infrastructuur zijn gebouwen, met inbegrip van hun daken en delen van hun gevels, toegangen tot gebouwen en alle andere activa, met inbegrip van straatmeubilair, zoals verlichtingspalen, verkeersborden, verkeerslichten, aanplakborden, tolinrichtingen, bus- en tramhaltes en metrostations. Het is aan de lidstaten om specifieke categorieën fysieke infrastructuur aan te wijzen die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van overheidsinstanties op hun grondgebied en waarvoor geen toegangsverplichtingen kunnen gelden, bijvoorbeeld om redenen van architecturale, historische, religieuze of ecologische waarde.

(18)

Deze verordening mag geen afbreuk doen aan specifieke waarborgen die nodig zijn om de nationale veiligheid, de volksgezondheid alsook de beveiliging en integriteit van netwerken en met name van kritieke infrastructuur, als omschreven in de nationale wetgeving, te garanderen en ervoor te zorgen dat niet wordt geraakt aan de voornaamste dienst die door de netwerkexploitant wordt geleverd, in het bijzonder in netwerken die worden gebruikt voor het leveren van voor menselijke consumptie bestemd water. Algemene regels in nationale wetgeving die netwerkexploitanten verbieden om te onderhandelen over toegang tot fysieke infrastructuur van ondernemingen die elektronischecommunicatienetwerken of bijbehorende faciliteiten aanbieden of gemachtigd zijn deze aan te bieden, zouden echter de totstandbrenging van een markt voor toegang tot fysieke infrastructuur kunnen verhinderen. Dergelijke algemene regels moeten derhalve worden afgeschaft. Tegelijkertijd mogen de in deze verordening vastgelegde maatregelen de lidstaten niet beletten nutsbedrijven ertoe aan te zetten toegang te verlenen tot hun infrastructuur door bij de berekening van de eindgebruikerstarieven voor hun voornaamste activiteit(en) geen rekening te houden met inkomsten die voortvloeien uit het verlenen van toegang tot hun fysieke infrastructuur, overeenkomstig het toepasselijk Unierecht.

(19)

Om de rechtszekerheid te waarborgen en onevenredige lasten voor netwerkexploitanten als gevolg van de gelijktijdige toepassing van twee verschillende toegangsregelingen op dezelfde fysieke infrastructuur te voorkomen, mag fysieke infrastructuur die onderworpen is aan toegangsverplichtingen die door nationale regelgevende instanties zijn opgelegd overeenkomstig Richtlijn (EU) 2018/1972 of aan toegangsverplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van staatssteunregels van de Unie, niet worden onderworpen aan de in deze verordening vastgelegde toegangsverplichtingen zolang die toegangsverplichtingen van kracht blijven. Deze verordening moet echter van toepassing zijn indien een nationale reguleringsinstantie uit hoofde van Richtlijn (EU) 2018/1972 een toegangsverplichting heeft opgelegd die het gebruik dat van de betrokken fysieke infrastructuur kan worden gemaakt, beperkt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een exploitant die van plan is basisstations aan te sluiten toegang vraagt tot bestaande fysieke infrastructuur waarvoor toegangsverplichtingen zijn opgelegd op de markt voor toegang tot specifieke capaciteit op wholesaleniveau9.

9

Aanbeveling (EU) 2020/2245 van de Commissie van 18 december 2020 betreffende relevante producten- en dienstenmarkten in de elektronische-communicatiesector die aan

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

7

NL

(20)

Om evenredigheid te waarborgen en investeringsstimulansen te behouden, moet een netwerkexploitant of overheidsinstantie het recht hebben de toegang tot specifieke fysieke infrastructuur om objectieve en gerechtvaardigde redenen te weigeren. Met name zou fysieke infrastructuur waartoe om toegang is verzocht technisch ongeschikt kunnen zijn vanwege specifieke omstandigheden, een gebrek aan beschikbare ruimte of toekomstige behoeften aan ruimte die afdoende zijn aangetoond, bijvoorbeeld in openbaar gemaakte investeringsplannen. Om mogelijke concurrentievervalsing of mogelijk misbruik van de voorwaarden voor weigering van toegang te voorkomen, moet een dergelijke weigering afdoende worden gemotiveerd en objectief onderbouwd. Dergelijke redenen zouden bijvoorbeeld niet als objectief worden beschouwd indien een onderneming die elektronischecommunicatienetwerken aanbiedt of gemachtigd is deze aan te bieden, fysieke infrastructuur heeft aangelegd dankzij de coördinatie van civiele werken met een andere netwerkexploitant dan een exploitant van een elektronischecommunicatienetwerk en weigert toegang te verlenen op grond van een vermeend gebrek aan beschikbare ruimte om de elementen van VHCN’s in onder te brengen als gevolg van beslissingen van de onderneming waarover hij zeggenschap heeft.

In dat geval zou er sprake kunnen zijn van concurrentievervalsing indien er geen ander VHCN is in het gebied waarop het toegangsverzoek betrekking heeft. Evenzo zou in specifieke omstandigheden het delen van infrastructuur gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid, de volksgezondheid alsook de beveiliging en integriteit van netwerken en van kritieke infrastructuur, of de levering van diensten die hoofdzakelijk via dezelfde infrastructuur worden verleend in gevaar kunnen brengen. Indien de netwerkexploitant reeds een haalbaar alternatief voor passieve fysieke wholesaletoegang tot elektronischecommunicatienetwerken biedt dat tegemoetkomt aan de behoeften van de verzoeker om toegang, zoals dark fiber of ontbundelde toegang tot glasvezel, zou toegang tot de onderliggende fysieke infrastructuur bovendien negatieve economische gevolgen kunnen hebben voor zijn bedrijfsmodel, met name dat van exploitanten die uitsluitend op wholesaleniveau actief zijn, en voor stimulansen om te investeren. Deze verordening belet de lidstaten niet om de aanwezigheid een bestaand alternatief aanbod van dark fiber of van ontbundelde glasvezeltoegang als weigeringsgrond voor toegang te beperken, indien dergelijke producten op de betrokken markt geen levensvatbaar alternatief middel voor passieve fysieke wholesaletoegang tot elektronischecommunicatienetwerken zijn.

Dit brengt ook het risico op inefficiënte duplicatie van fysieke infrastructuur met zich mee. Bij de beoordeling van het billijke en redelijke karakter van de voorwaarden voor dergelijke alternatieven voor fysieke wholesaletoegang moet rekening worden gehouden met onder meer het onderliggende bedrijfsmodel van de onderneming die openbare elektronischecommunicatienetwerken aanbiedt of gemachtigd is deze aan te bieden en de noodzaak om een versterking van de – eventuele – aanmerkelijke marktmacht van een van de partijen te voorkomen, en met de vraag of de toegangverlener de toegang koppelt aan of bundelt met diensten die niet absoluut noodzakelijk zijn.

Om investeringsstimulansen te behouden en negatieve en onbedoelde economische gevolgen voor het bedrijfsmodel van de pioniersexploitant bij de uitrol van FttP-netwerken (“Fibre to the Premises”), met name in plattelandsgebieden, te voorkomen, zouden de lidstaten kunnen bepalen dat wanneer een onderneming die elektronischecommunicatienetwerken aanbiedt of een vergunning heeft om deze aan te bieden, toegang tracht te verkrijgen tot het enige glasvezelnetwerk dat in haar beoogde dekkingsgebied voorhanden is, de aanbieder van toegang de toegang tot zijn of haar fysieke infrastructuur kan weigeren indien hij of zij onder billijke en redelijke voorwaarden een levensvatbaar alternatief middel voor actieve wholesaletoegang aanbiedt dat geschikt is voor het aanbieden van VHCN’s.

regelgeving ex ante kunnen worden onderworpen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (18.12.2020, C(2020) 8750, PB L 439 van 29.12.2020, blz. 23). 16394/23

LAS/sp TREE.2.B

8

NL

(21)

Om het hergebruik van bestaande fysieke infrastructuur te vergemakkelijken, moeten netwerkexploitanten en overheidsinstanties die eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over fysieke infrastructuur, wanneer exploitanten in een bepaald gebied toegang vragen, gedeeld gebruik van hun faciliteiten aanbieden onder billijke en redelijke voorwaarden, ook wat betreft de prijs, tenzij de toegang om objectieve en gerechtvaardigde redenen kan worden geweigerd. Overheidsinstanties moeten ook worden verplicht toegang aan te bieden onder niet-discriminerende voorwaarden. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen verschillende factoren van invloed zijn op de voorwaarden waaronder deze toegang wordt verleend.

Deze voorwaarden moeten ervoor zorgen dat de aanbieders van toegang een eerlijke kans op een billijk rendement krijgen en zo hun kosten voor het verlenen van toegang kunnen terugverdienen, en kunnen het volgende omvatten: i) eventuele extra onderhouds- en aanpassingskosten; ii) eventuele preventieve veiligheidsmaatregelen die moeten worden genomen om nadelige gevolgen voor de veiligheid, beveiliging en integriteit van het netwerk te beperken; iii) eventuele specifieke regelingen inzake aansprakelijkheid bij schade; iv) het gebruik van overheidssubsidies voor de aanleg van de infrastructuur, met inbegrip van specifieke voorwaarden die aan de subsidie zijn verbonden of waarin het nationale recht voorziet in overeenstemming met het recht van de Unie; v) het vermogen om infrastructuurcapaciteit te leveren of aan te bieden om aan openbaredienstverplichtingen te voldoen, en vi) eventuele beperkingen die voortvloeien uit nationale bepalingen ter bescherming van het milieu, inclusief het nastreven van een minimale visuele impact van infrastructuur ter wille van het draagvlak en een duurzame uitrol, de volksgezondheid en de openbare veiligheid of ter verwezenlijking van doelstellingen op het gebied van ruimtelijke ordening.

(22)

Investeringen in fysieke infrastructuur van openbare elektronischecommunicatienetwerken of bijbehorende faciliteiten moeten rechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van Besluit (EU) 2022/2481 en opportunistisch gedrag voorkomen. Daarom moet bij het opleggen van een verplichting om toegang te verlenen tot bestaande fysieke infrastructuur of om civiele werken te coördineren ten volle rekening worden gehouden met een aantal factoren zoals i) de economische levensvatbaarheid van die investeringen op basis van hun risicoprofiel, ii) tijdschema’s voor het rendement van investeringen, iii) de eventuele gevolgen van de toegang voor de concurrentie in de downstreammarkten en bijgevolg voor de prijzen en het rendement van investeringen, iv) de afschrijvingen van de netwerkactiva op het tijdstip van het verzoek om toegang, v) de businesscase die ten grondslag liggen aan de investering, met name in de fysieke infrastructuur die voor het leveren van netwerkdiensten met zeer hoge capaciteit wordt gebruikt, en vi) de eventuele mogelijkheid voor een gemeenschappelijke uitrol die de verzoeker om toegang vooraf is geboden.

Bij het vaststellen van prijzen en voorwaarden door netwerkexploitanten en overheidsinstanties die eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over fysieke infrastructuur, kunnen bepaalde bestaande contracten en commerciële voorwaarden die zijn overeengekomen tussen toegangvragende partijen en aanbieders van toegang door de aanbieders van toegang of door instanties voor geschillenbeslechting worden gebruikt als benchmarkingfactor om te bepalen of de prijzen en voorwaarden billijk en redelijk zijn, aangezien die de marktprijzen en -voorwaarden weerspiegelen.

(23)

Overheidsinstanties die eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over fysieke infrastructuur beschikken mogelijk niet over voldoende middelen, ervaring of de nodige technische kennis om met exploitanten over toegang te onderhandelen. Om de toegang tot fysieke infrastructuur van deze overheidsinstanties te vergemakkelijken, zou een instantie kunnen worden aangewezen om de toegangsverzoeken te coördineren, juridisch en technisch advies te verstrekken voor onderhandelingen over de toegangsvoorwaarden, en relevante informatie over deze fysieke infrastructuur beschikbaar te stellen via een centraal informatiepunt. De coördinerende instantie zou ook overheidsinstanties kunnen ondersteunen bij het opstellen van modelcontracten en zou toezicht kunnen houden op het resultaat en de duur van de procedure voor toegangsverzoeken. De instantie zou ook kunnen helpen bij geschillen over de toegang tot fysieke infrastructuur die eigendom is of onder zeggenschap staat van overheidsinstanties.

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

9

NL

(24)

De lidstaten kunnen richtsnoeren verstrekken voor het toepassen van de bepalingen inzake toegang tot fysieke infrastructuur, onder meer, maar niet uitsluitend, over de toepassing van billijke en redelijke voorwaarden. Bij het opstellen van de richtsnoeren moet terdege rekening worden gehouden met de standpunten van de belanghebbenden. Indien de organen die zijn aangewezen om de richtsnoeren uit te vaardigen, verschillen van de nationale instanties voor geschillenbeslechting, moeten de standpunten van laatstgenoemde instanties terdege in aanmerking worden genomen.

(25)

Exploitanten moeten op verzoek toegang hebben tot minimuminformatie over de fysieke infrastructuur en geplande civiele werken in het gebied waar zij hun netwerk willen uitrollen. Dit zal hen in staat stellen de uitrol van VHCN’s doeltreffend te plannen en ervoor te zorgen dat de bestaande fysieke infrastructuur, die geschikt is voor de uitrol van dergelijke netwerken, en de geplande civiele werken zo doeltreffend mogelijk worden benut. Dergelijke minimuminformatie is een eerste vereiste om de mogelijkheden voor het gebruik van bestaande fysieke infrastructuur of voor de coördinatie van geplande civiele werken in een bepaald gebied te beoordelen en om de schade aan bestaande fysieke infrastructuur te beperken. Gezien het aantal betrokken belanghebbenden (met betrekking tot zowel publiek als privaat gefinancierde civiele werken, naargelang het geval, naast bestaande fysieke infrastructuur), moeten de netwerkexploitanten en overheidsinstanties die aan transparantieverplichtingen onderworpen zijn, ter vergemakkelijking van de (sector- en grensoverschrijdende) toegang tot die informatie, dergelijke actuele minimuminformatie snel, binnen de termijn, via een centraal informatiepunt beschikbaar stellen.

Dit zal het beheer van verzoeken om toegang tot dergelijke informatie vereenvoudigen en zal exploitanten in staat stellen kenbaar te maken dat ze belangstelling hebben voor toegang tot fysieke infrastructuur of voor de coördinatie van civiele werken, waarvoor timing cruciaal is. De minimuminformatie over geplande civiele werken moet via een centraal informatiepunt beschikbaar worden gesteld zodra de informatie beschikbaar is voor de betrokken netwerkexploitant en, in ieder geval en indien er vergunningen vereist zijn, uiterlijk drie maanden voordat de vergunningsaanvraag voor het eerst bij de bevoegde instanties wordt ingediend.

(26)

De minimuminformatie moet onmiddellijk via het centrale informatiepunt beschikbaar worden gesteld onder evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden, zodat exploitanten hun verzoeken om informatie kunnen indienen. Het centrale informatiepunt zou kunnen bestaan uit een elektronisch archief waar informatie kan worden opgevraagd of beschikbaar worden gesteld, en verzoeken online kunnen worden ingediend met behulp van digitale instrumenten, zoals webpagina’s, elektronische adressen, digitale applicaties en digitale platforms. De beschikbaar gestelde informatie kan worden beperkt om de veiligheid en integriteit van het netwerk, met name die van kritieke infrastructuur, of de nationale veiligheid te waarborgen of om legitieme handels- en bedrijfsgeheimen te beschermen. De informatie hoeft niet op het centrale informatiepunt te worden gehost, zolang ervoor wordt gezorgd dat er links beschikbaar zijn naar andere digitale instrumenten, zoals webportalen, digitale platforms, databanken of digitale applicaties, waar de informatie is opgeslagen. Voor het centrale informatiepunt komen dus verschillende modellen in aanmerking. Het centrale informatiepunt kan aanvullende functies bieden, zoals toegang tot aanvullende informatie, ondersteuning van verzoeken om toegang tot bestaande fysieke infrastructuur of ondersteuning van de coördinatie van civiele werken.

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

10

NL

(27)

Indien het verzoek redelijk is, met name indien het nodig is om bestaande fysieke infrastructuur te delen of civiele werken te coördineren, moeten exploitanten bovendien de mogelijkheid krijgen om ter plaatse inspecties uit te voeren en informatie over geplande civiele werken op te vragen, onder transparante, evenredige en niet-discriminerende voorwaarden en onverminderd de waarborgen die zijn vastgesteld om de veiligheid en integriteit van het netwerk te vrijwaren, de vertrouwelijkheid te garanderen en handels- en bedrijfsgeheimen te beschermen.

(28)

Verregaande transparantie van geplande civiele werken via centrale informatiepunten moet worden aangemoedigd. Dit is mogelijk door exploitanten naar dergelijke informatie door te verwijzen indien die beschikbaar is. Transparantie zou ook kunnen worden afgedwongen door vergunningsaanvragen afhankelijk te maken van voorafgaande bekendmaking van informatie over geplande civiele werken via een centraal informatiepunt.

(29)

De vrijheid die de lidstaten behouden om de functies van de centrale informatiepunten aan meer dan een bevoegde instantie toe te wijzen, mag geen afbreuk doen aan hun vermogen om die functies doeltreffend te vervullen. Indien er in een lidstaat meer dan één centraal informatiepunt is opgezet, moet een centraal nationaal digitaal toegangspunt met een gemeenschappelijke gebruikersinterface ervoor zorgen dat alle centrale informatiepunten naadloos en elektronisch toegankelijk zijn. Het centrale informatiepunt moet volledig gedigitaliseerd zijn en gemakkelijk toegang bieden tot de relevante digitale instrumenten. Dit zal netwerkexploitanten en overheidsinstanties in staat stellen hun rechten uit te oefenen en de in deze verordening vastgestelde verplichtingen na te komen. Dit omvat snelle toegang tot de minimuminformatie over bestaande fysieke infrastructuur en geplande civiele werken, algemene voorwaarden voor netwerkexploitanten voor toegang tot bestaande infrastructuur, elektronische administratieve procedures voor het verlenen van vergunningen en doorgangsrechten, en de toepasselijke voorwaarden en procedures. Als onderdeel van deze minimuminformatie moet het centrale informatiepunt toegang geven tot informatie met geografische componenten over de locatie van bestaande fysieke infrastructuur en geplande civiele werken.

Om dit te vergemakkelijken, moeten de lidstaten zorgen voor geautomatiseerde digitale instrumenten voor de indiening van de informatie met geografische componenten en voor instrumenten om de informatie om te zetten naar de ondersteunde gegevensformaten. Deze zouden via het centrale informatiepunt ter beschikking kunnen worden gesteld van netwerkexploitanten en overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van deze informatie. Indien er locatiegegevens met geografische componenten beschikbaar zijn via andere digitale instrumenten, zoals het Inspire-geoportaal op grond van Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad10, zou het centrale informatiepunt bovendien gebruiksvriendelijke toegang tot deze informatie kunnen bieden.

10

Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PB L 108 van 25.4.2007, blz. 1).

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

11

NL

(30)

Om de evenredigheid en veiligheid te waarborgen, hoeft de verplichting om informatie over bestaande fysieke infrastructuur via het centrale informatiepunt beschikbaar te stellen niet te gelden om dezelfde redenen als die welke een weigering van een verzoek om toegang rechtvaardigen. Bovendien zou het beschikbaar stellen van informatie over bestaande fysieke infrastructuur via het centrale informatiepunt in zeer specifieke gevallen belastend of onevenredig kunnen zijn voor netwerkexploitanten en overheidsinstanties. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien de relevante activa nog niet in kaart zijn gebracht en het zeer duur zou zijn deze in kaart te brengen, of indien wordt verwacht dat in bepaalde gebieden van een lidstaat of met betrekking tot bepaalde specifieke fysieke infrastructuur zeer weinig verzoeken om toegang zullen worden ingediend. Indien op basis van een kostenbatenanalyse blijkt dat het verstrekken van informatie onevenredig is, mogen netwerkexploitanten en overheidsinstanties niet worden verplicht dergelijke informatie beschikbaar te stellen. De lidstaten moeten een dergelijke kosten-batenanalyse uitvoeren op basis van een raadpleging van belanghebbenden over de vraag naar toegang tot bestaande fysieke infrastructuur, en de analyse moet regelmatig worden bijgewerkt.

De raadpleging en de resultaten daarvan moeten via een centraal informatiepunt openbaar worden gemaakt.

(31)

Om de consistentie te waarborgen, moeten de bevoegde instanties die de functies van het centrale informatiepunt uitoefenen, de nationale regelgevende instanties die hun taken krachtens Richtlijn (EU) 2018/1972 vervullen of andere bevoegde instanties, zoals nationale, regionale of lokale autoriteiten die belast zijn met het kadaster of de uitvoering van Richtlijn 2007/2/EG (Inspire), naargelang het geval, met elkaar overleggen en samenwerken. Deze samenwerking moet tot doel hebben de inspanningen voor de nakoming van de transparantieverplichtingen voor netwerkexploitanten en overheidsinstanties, met inbegrip van ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht (“AMM”), om informatie over hun fysieke infrastructuur beschikbaar te stellen, tot een minimum te beperken. Indien een andere reeks gegevens over de fysieke infrastructuur van de exploitant met aanmerkelijke marktmacht vereist is, moet die samenwerking leiden tot nuttige onderlinge links en synergieën tussen de AMM-gerelateerde databank en het centrale informatiepunt en tot evenredige gemeenschappelijke praktijken op het gebied van gegevensverzameling en verstrekking, om te komen tot resultaten die gemakkelijk te vergelijken zijn. De samenwerking moet ook gericht zijn op het vergemakkelijken van de toegang tot informatie over fysieke infrastructuur, in het licht van de nationale omstandigheden.

Indien wettelijke verplichtingen worden gewijzigd of ingetrokken, moeten de betrokken partijen overeenstemming kunnen bereiken over de beste oplossingen om het verzamelen en verstrekken van gegevens over fysieke infrastructuur aan te passen aan de nieuwe toepasselijke wettelijke vereisten.

(32)

De lidstaten kunnen besluiten dat de transparantieverplichting voor de coördinatie van civiele werken om redenen van nationale veiligheid of in noodsituaties niet op civiele werken van toepassing is. Dit kan het geval zijn voor civiele werken die worden uitgevoerd indien er gevaar voor het publiek bestaat als gevolg van afbraakprocessen op civieltechnische werken en de bijbehorende installaties die zijn veroorzaakt door destructieve natuurlijke of menselijke factoren en nodig zijn om de veiligheid ervan te waarborgen of om ze te slopen. Omwille van de transparantie moeten de lidstaten via een centraal informatiepunt meedelen welke soorten civiele werken onder deze omstandigheden vallen.

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

12

NL

(33)

Om aanzienlijke besparingen te realiseren, en door de uitrol van nieuwe elektronischecommunicatienetwerken veroorzaakte ongemakken tot een minimum te beperken, moeten regelgevingsbeperkingen die in de regel verhinderen dat netwerkexploitanten onderling onderhandelen over overeenkomsten betreffende de coördinatie van civiele werken voor de uitrol van VHCN’s, worden verboden. Indien civiele werken niet met overheidsgeld worden gefinancierd, moet deze verordening de mogelijkheid voor netwerkexploitanten om overeenkomsten betreffende de coördinatie van civiele werken te sluiten overeenkomstig hun eigen investerings- en bedrijfsplannen en het tijdschema van hun keuze, onverlet laten.

(34)

De lidstaten moeten de resultaten van geheel of gedeeltelijk met overheidsgeld gefinancierde civiele werken maximaliseren door de positieve externe effecten van die werken in alle sectoren te benutten en te zorgen voor gelijke kansen om de beschikbare en geplande fysieke infrastructuur te delen voor de uitrol van VHCN’s. Er mogen geen negatieve gevolgen zijn voor het primaire doel van met overheidsgeld gefinancierde civiele werken. De netwerkexploitant die de betrokken civiele werken direct of indirect (bijvoorbeeld via een onderaannemer) uitvoert, dient onder evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden in te gaan op tijdig ingediende redelijke verzoeken om de uitrol van elementen van VHCN’s te coördineren. De verzoekende exploitant moet bijvoorbeeld alle extra kosten dekken, ook die welke het gevolg zijn van vertragingen, en wijzigingen van de oorspronkelijke plannen tot een minimum beperken. Dergelijke bepalingen mogen geen afbreuk doen aan het recht van de lidstaten om capaciteit voor elektronischecommunicatienetwerken te reserveren, zelfs bij gebrek aan specifieke verzoeken.

Dit zal de lidstaten in staat stellen aan de toekomstige vraag naar fysieke infrastructuur te voldoen om de waarde van civiele werken te maximaliseren of om maatregelen te nemen die exploitanten van andere soorten netwerken, zoals vervoers-, gas- of elektriciteitsnetwerken, soortgelijke rechten verlenen om civiele werken te coördineren.

(35)

In sommige gevallen, met name bij een uitrol in landelijke, afgelegen of dunbevolkte gebieden, kan de verplichting tot coördinatie van civiele werken de financiële levensvatbaarheid van een dergelijke uitrol in het gedrang brengen en uiteindelijk investeringen volgens marktvoorwaarden ontmoedigen. Een verzoek tot coördinatie van civiele werken aan een onderneming die openbare elektronischecommunicatienetwerken aanbiedt of gemachtigd is deze aan te bieden, kan derhalve onder bepaalde omstandigheden als onredelijk worden beschouwd. Dit dient met name het geval te zijn als de verzoekende onderneming die elektronischecommunicatienetwerken aanbiedt of gemachtigd is deze aan te bieden niet heeft aangegeven voornemens te zijn in dat gebied VHCN’s uit te rollen (hetzij als een nieuwe uitrol, een modernisering of een uitbreiding van een netwerk) en er een prognose of uitnodiging is geweest om een voornemen tot uitrol van VHCN’s in aangewezen gebieden te verklaren (overeenkomstig artikel 22 van Richtlijn (EU) 2018/1972) of een openbare raadpleging heeft plaatsgevonden overeenkomstig staatssteunregels van de Unie.

Indien meer dan een van deze prognoses, uitnodigingen en/of openbare raadplegingen heeft plaatsgevonden, moet alleen het ontbreken van een blijk van belangstelling bij de meest recente gelegenheid die betrekking heeft op de periode waarin het verzoek tot coördinatie van civiele werken wordt ingediend, in aanmerking worden genomen. Om te waarborgen dat in de toekomst toegang tot de uitgerolde infrastructuur mogelijk is, moet de onderneming die openbare elektronischecommunicatienetwerken aanbiedt of gemachtigd is deze aan te bieden en die de civiele werken uitvoert, garanderen dat zij fysieke infrastructuur met voldoende capaciteit zal uitrollen, rekening houdend met de door de onderneming die om coördinatie van civiele werken verzoekt, geuite capaciteitsvereisten, en, indien van toepassing, door de lidstaten verstrekte richtsnoeren. Dit doet geen afbreuk aan de regels en voorwaarden die verbonden zijn aan de toewijzing van overheidsmiddelen en de toepassing van staatssteunregels.

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

13

NL

(35 b) De lidstaten kunnen besluiten de bepalingen van deze verordening betreffende de coördinatie van civiele werken, met inbegrip van transparantie, niet toe te passen op civiele werken van beperkte omvang, bijvoorbeeld qua waarde, grootte of duur. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om civiele werken die minder dan 48 uur duren, waarbij gebruik wordt gemaakt van microsleuven of van werken in noodgevallen. (36)

De lidstaten kunnen richtsnoeren verstrekken voor de toepassing van de bepalingen betreffende de coördinatie van civiele werken, onder meer, maar niet uitsluitend, wat de verdeling van de kosten betreft. Bij het opstellen van de richtsnoeren moet terdege rekening worden gehouden met de standpunten van de belanghebbenden en de nationale instanties voor geschillenbeslechting.

(37)

Een doeltreffende coördinatie kan helpen om kosten, vertragingen en verstoringen die kunnen worden veroorzaakt door problemen bij de uitrol ter plaatse, te beperken. Een voorbeeld waarbij de coördinatie van civiele werken duidelijke voordelen kan opleveren, zijn sectoroverschrijdende projecten binnen, maar niet uitsluitend daarbinnen, TransEuropese energie- (TEN-E) en Trans-Europese vervoers- (TEN-T) -netwerken, bijvoorbeeld voor de uitrol van 5G-corridors langs vervoerstrajecten, bijvoorbeeld voor wegen, spoorwegen en binnenwateren. Deze projecten vereisen vaak ook ontwerpcoördinatie of mede-ontwerp op basis van samenwerking tussen de projectdeelnemers in een vroege fase. In het kader van het mede-ontwerp kunnen de betrokken partijen vóór de coördinatie van de civiele werken overeenstemming bereiken over de uitrol van de fysieke infrastructuur en de te gebruiken technologie en uitrusting. Daarom moet het verzoek tot coördinatie van civiele werken zo spoedig mogelijk worden ingediend.

(38)

Mogelijk zijn er verschillende vergunningen voor de uitrol van elementen van elektronischecommunicatienetwerken of bijbehorende faciliteiten nodig om de algemene belangen van de lidstaten en de Unie te beschermen. Het kan daarbij gaan om graaf-, bouw-, stedenbouwkundige, milieu- en andere vergunningen alsook doorgangsrechten. Het aantal vergunningen en doorgangsrechten dat vereist is voor de uitrol van verschillende soorten elektronischecommunicatienetwerken of bijbehorende faciliteiten en het lokale karakter van de uitrol kunnen de toepassing van verschillende procedures en voorwaarden met zich meebrengen, wat tot problemen bij de uitrol van het netwerk kan leiden. Om de uitrol te vergemakkelijken, moeten alle regels betreffende de voorwaarden en procedures voor het verlenen van vergunningen en doorgangsrechten derhalve op nationaal niveau worden gestroomlijnd en consistent zijn. Met behoud van het recht van elke bevoegde instantie om te worden betrokken en van haar beslissingsbevoegdheden overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, moet alle informatie over de procedures en algemene voorwaarden voor het verlenen van vergunningen voor civiele werken en doorgangsrechten beschikbaar zijn via centrale informatiepunten.

Dit kan de complexiteit verminderen en de efficiëntie en transparantie vergroten voor alle exploitanten en met name voor nieuwkomers en kleinere exploitanten die niet in dat gebied actief zijn. Bovendien moeten exploitanten het recht hebben om hun aanvragen voor vergunningen en doorgangsrechten elektronisch in te dienen via een centraal informatiepunt. De bevoegde instanties moeten de aanvragers in elektronische vorm op de hoogte houden van de feitelijke status van de vergunningsaanvragen voor welker behandeling zij bevoegd zijn, mede wat betreft de vraag of de vergunning is verleend of geweigerd, en moeten ervoor zorgen dat deze informatie voor de aanvragers toegankelijk is via een centraal informatiepunt.

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

14

NL

(39)

Vergunningsprocedures mogen geen belemmeringen voor investeringen vormen of de interne markt schaden. De lidstaten moeten er derhalve voor zorgen dat een besluit over het al dan niet verlenen van een vergunning voor de uitrol van elementen van VHCN’s of bijbehorende faciliteiten binnen vier maanden na ontvangst van een volledige vergunningsaanvraag beschikbaar is. Unie- of nationaalrechtelijke bepalingen die voorzien in andere specifieke termijnen of verplichtingen voor het goede verloop van de procedure, zoals een verplichte openbare raadpleging in een administratieve procedure voor het verlenen van een milieuvergunning of een beroepsprocedure, die op de vergunningsprocedure van toepassing zijn, moeten voorrang hebben boven de in deze verordening vastgelegde termijn. De bevoegde instanties mogen de uitrol van VHCN’s of bijbehorende faciliteiten niet beperken, belemmeren of economisch minder aantrekkelijk maken. Meer bepaald mogen zij niet verhinderen dat procedures voor het verlenen van vergunningen en doorgangsrechten indien mogelijk parallel lopen, noch eisen, indien daar geen motivatie voor is, dat exploitanten een bepaald type vergunning moeten verkrijgen voordat zij andere soorten vergunningen kunnen aanvragen.

De bevoegde instanties moeten elke weigering om onder hun bevoegdheid vallende vergunningen of doorgangsrechten te verlenen, motiveren op basis van objectieve, transparante, niet-discriminerende en evenredige criteria.

(40)

Om onnodige vertragingen te voorkomen, moeten de bevoegde instanties binnen 20 werkdagen na ontvangst van de vergunningsaanvraag nagaan of deze volledig is. De vergunningsaanvraag moet als volledig worden beschouwd, tenzij de bevoegde instantie de aanvrager verzoekt om binnen die termijn ontbrekende informatie te verstrekken. Indien naast vergunningen ook doorgangsrechten vereist zijn voor de uitrol van elementen van VHCN’s, moeten de bevoegde instanties, in afwijking van artikel 43 van Richtlijn (EU) 2018/1972, deze doorgangsrechten binnen vier maanden na ontvangst van het verzoek verlenen, tenzij er sprake is van onteigening. Andere doorgangsrechten die niet nodig zijn in combinatie met vergunningen voor civiele werken moeten ook in de toekomst binnen zes maanden worden verleend overeenkomstig artikel 43 van Richtlijn (EU) 2018/1972.

(41)

De lidstaten moeten, in overeenstemming met het nationale recht, aangeven voor welke categorieën infrastructuur (zoals masten, antennes, palen en ondergrondse kabelgoten) er geen bouw-, graaf- of andere soorten vergunningen vereist zijn. Dat zou ook het geval kunnen zijn voor technische verbeteringen van bestaande onderhoudswerken of installaties en kleinschalige civiele werken, zoals het graven van sleuven, en verlengingen van vergunningen.

(42)

Om ervoor te zorgen dat de procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen en doorgangsrechten binnen redelijke termijnen worden afgerond, zoals blijkt uit bepaalde moderniseringspraktijken en goede administratieve praktijken op nationaal niveau, moeten beginselen voor administratieve vereenvoudiging worden vastgesteld. Dit zou onder meer kunnen inhouden dat de verplichting van voorafgaande toestemming wordt beperkt tot gevallen waarin die essentieel is.

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

15

NL

(43)

Om de uitrol van elementen van VHCN’s te vergemakkelijken, moet elke vergoeding in verband met een vergunning, met uitzondering van doorgangsrechten, worden beperkt tot de administratieve kosten in verband met de behandeling van de vergunningsaanvraag overeenkomstig de beginselen van artikel 16 van Richtlijn (EU) 2018/1972. Op doorgangsrechten zijn de bepalingen van de artikelen 42 en 43 van Richtlijn (EU) 2018/1972 van toepassing. Dit omvat geen extra kosten die geen verband houden met de verwerking van de vergunningsaanvraag, bijvoorbeeld voor de afschrijving, reparatie of vervanging van openbare infrastructuur als gevolg van de openbare veiligheid tijdens civiele werken of door maatregelen ter waarborging daarvan, waarvoor de kosten door overheidsinstanties aan de exploitant worden aangerekend overeenkomstig het nationale recht.

(44)

Om de in Besluit (EU) 2022/2481 vastgestelde streefcijfers te verwezenlijken, moeten uiterlijk in 2030 alle eindgebruikers op vaste locaties tot aan [...] het netwerkaansluitpunt gebruik kunnen maken van een gigabitnetwerk en moeten alle bevolkte gebieden worden bestreken door draadloze hogesnelheidsnetwerken van de volgende generatie met prestaties die minstens gelijkwaardig zijn aan die van 5G, met inachtneming van het technologieneutraliteitsbeginsel. Het aanbieden van gigabitnetwerken tot bij de eindgebruiker moet worden vergemakkelijkt door middel van een moderne, toekomstbestendige glasvezeltechnologie die met name geschikt is voor een moderne, toekomstbestendige fysieke binnenhuisinfrastructuur, de toegangspunten tot gebouwen en de binnenhuisbekabeling. De kosten voor het aanleggen van miniducts tijdens de bouw van een gebouw zijn slechts marginaal, terwijl het achteraf aanleggen van gigabitinfrastructuur in gebouwen een aanzienlijk deel van de kosten van de uitrol van een gigabitnetwerk kan vertegenwoordigen.

Daarom moeten alle nieuwe gebouwen of gebouwen die een ingrijpende renovatie, met inbegrip van structurele wijzigingen van de hele fysieke binnenhuisinfrastructuur of een aanzienlijk deel daarvan, ondergaan, worden uitgerust met fysieke infrastructuur, een toegangspunt tot de gebouwen dat gemakkelijk toegankelijk is voor een of meer ondernemingen die openbare elektronischecommunicatienetwerken aanbieden of gemachtigd zijn deze aan te bieden, en binnenhuisglasvezelbekabeling, waardoor eindgebruikers op gigabitsnelheden kunnen worden aangesloten. Bovendien moeten projectontwikkelaars ervoor zorgen dat er vanuit elke woning een holle leiding loopt naar het toegangspunt tot het gebouw, dat zich binnen of buiten het meergezinsgebouw bevindt, waardoor aansluitingen mogelijk zijn tot aan de netwerkaansluitpunten of, in de lidstaten waar het netwerkaansluitpunt buiten de specifieke locatie van de eindgebruiker mag worden geplaatst, tot aan het fysieke punt waar de eindgebruiker verbinding maakt met het openbare netwerk.

Ingrijpende renovaties van bestaande gebouwen op de locatie van de eindgebruiker om de energieprestaties te verbeteren (overeenkomstig Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad11) bieden een moderniseringskans om die gebouwen ook uit te rusten met glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur, binnenhuisglasvezelbekabeling en een toegangspunt tot het gebouw.

(44 a) Het toegangspunt van het gebouw moet gemakkelijk, dat wil zeggen zonder buitensporige inspanningen, toegankelijk zijn voor meerdere exploitanten, met name indien het zich in het gebouw bevindt, zonder dat er in het gebouw een monopolie wordt gecreëerd of bevorderd.

11

Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PB L 153 van 18.6.2010, blz. 13).

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

16

NL

(44 b) De bepalingen betreffende glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur, glasvezelklare toegangspunten van gebouwen en bekabeling sluiten de aanwezigheid van andere soorten technologie binnen dezelfde fysieke binnenhuisinfrastructuur niet uit. Deze bepalingen mogen geen afbreuk doen aan het recht van eigenaren van gebouwen om het gebouw uit te rusten met binnenhuisbekabeling naast glasvezel, met een extra fysieke binnenhuisinfrastructuur die naast glasvezelbekabeling of andere elementen van elektronischecommunicatienetwerken ook andere bekabeling kan bevatten. (45)

Het uitrusten van een gebouw met glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur, een glasvezelklaar toegangspunt van het gebouw of binnenhuisglasvezelbekabeling kan in specifieke gevallen als onevenredig duur worden beschouwd, bijvoorbeeld voor sommige nieuwe eengezinswoningen of gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd. Dit kan gebaseerd zijn op objectieve gronden, zoals kostenramingen op maat, economische redenen die verband houden met de locatie, redenen die verband houden met erfgoedbehoud of het milieu (bijvoorbeeld voor specifieke categorieën monumenten).

(46)

Het zou voor potentiële kopers en huurders nuttig zijn om te kunnen vaststellen of gebouwen zijn uitgerust met glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur, een glasvezelklaar toegangspunt van het gebouw en binnenhuisglasvezelbekabeling, die dus aanzienlijke kostenbesparingen kunnen opleveren. Het moet ook worden aangemoedigd om gebouwen glasvezelklaar te maken. De lidstaten kunnen daarom een “glasvezelklaar”-label ontwikkelen voor gebouwen die overeenkomstig deze verordening zijn uitgerust met dergelijke infrastructuur, een glasvezelklaar toegangspunt van het gebouw en binnenhuisglasvezelbekabeling.

(47)

Ondernemingen die openbare elektronischecommunicatienetwerken aanbieden of gemachtigd zijn deze aan te bieden en in een bepaald gebied een gigabitnetwerk uitrollen, zouden aanzienlijke schaalvoordelen kunnen behalen als zij hun netwerk zouden kunnen aansluiten op het toegangspunt van een gebouw door gebruik te maken van bestaande fysieke infrastructuur en eventuele schade te herstellen. Dit moet mogelijk zijn ongeacht of een abonnee op dat moment uitdrukkelijk belangstelling voor de dienst heeft getoond en op voorwaarde dat de gevolgen voor privé-eigendom tot een minimum worden beperkt. Als het netwerk eenmaal op het toegangspunt van een gebouw is aangesloten, kan een nieuwe klant tegen aanzienlijk lagere kosten worden aangesloten, met name via aansluitingen tot aan de netwerkaansluitpunten, of, in lidstaten waar het netwerkaansluitpunt zich buiten de specifieke locatie van de eindgebruiker mag bevinden, tot aan het fysieke punt waar de eindgebruiker verbinding maakt met het openbare netwerk, met name via toegang tot een glasvezelklaar verticaal segment in het gebouw, indien dat reeds bestaat.

Die doelstelling wordt ook bereikt wanneer het gebouw zelf reeds is uitgerust met een gigabitnetwerk waartoe onder transparante, evenredige en niet-discriminerende voorwaarden toegang wordt verleend aan elke aanbieder van een openbaar communicatienetwerk met een actieve abonnee in het gebouw. Dat zou met name het geval kunnen zijn in lidstaten die maatregelen hebben genomen krachtens artikel 44 van Richtlijn (EU) 2018/1972. Ondernemingen die openbare elektronischecommunicatienetwerken aanbieden of die gemachtigd zijn om deze aan te bieden, moeten, na beëindiging van het contract met de abonnee, hun netwerkelementen (zoals verouderde kabels, apparatuur) voor zover mogelijk verwijderen en het betrokken gebied herstellen.

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

17

NL

(48)

Om ertoe bij te dragen dat er gigabitnetwerken beschikbaar komen voor eindgebruikers, moeten nieuwe gebouwen en ingrijpend gerenoveerde gebouwen worden uitgerust met glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur, binnenhuisglasvezelbekabeling en een toegangspunt van het gebouw, tenzij in gevallen waarin dit onevenredig is in verhouding tot de totale kosten van de renovatiewerken. De lidstaten moeten over een zekere mate van flexibiliteit kunnen beschikken om dit te bereiken. Deze verordening strekt derhalve niet tot harmonisering van de regels met betrekking tot de kosten daarvan, met inbegrip van het terugverdienen van de kosten voor het uitrusten van gebouwen met glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur, binnenhuisglasvezelbekabeling en een toegangspunt van het gebouw.

(49)

Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel en om rekening te houden met nationale omstandigheden, moeten de lidstaten de normen of technische specificaties vaststellen die nodig zijn om nieuw gebouwde of ingrijpend gerenoveerde gebouwen uit te rusten met glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling; en nieuwe of ingrijpend gerenoveerde meergezinswoningen met een toegangspunt. Die normen of technische specificaties kunnen ten minste het volgende omvatten: de specificaties van het toegangspunt voor het gebouw; de specificaties van de glasvezelinterface; de kabelspecificaties; de contactdoosspecificaties; de specificaties voor buizen of microducts; de technische specificaties die nodig zijn om interferentie met elektrische bekabeling te voorkomen, en de minimale buigradius. De lidstaten kunnen de afgifte van bouwvergunningen afhankelijk stellen van de voorwaarde dat nieuwe gebouwen of ingrijpende renovatiewerken waarvoor een bouwvergunning vereist is, voldoen aan de normen of technische specificaties op basis van een gecertificeerd testverslag, of zij kunnen een soortgelijke procedure instellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13654717/1