CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

05.c VRBZO - Bijlage 3 Beleidsplan artikel 14 Wvr (update 2023)

Gemeenteraad 21 september 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname6.698 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

Inhoudsopgave 1

Inleiding ........................................................................................................................................................................ 3

2

Wetstekst ..................................................................................................................................................................... 4

3

Uitwerking .................................................................................................................................................................... 5 3.1

Operationele prestaties ............................................................................................................................................. 5

3.2

Landelijke doelstellingen ........................................................................................................................................... 6

3.3

Informatieparagraaf ................................................................................................................................................... 8

3.4

Oefenbeleidsplan ...................................................................................................................................................... 9

3.5

Niet-wettelijke adviesfuncties .................................................................................................................................. 10

3.6

Opkomsttijden - brandweervoorzieningen ............................................................................................................... 11

4

BIJLAGE ..................................................................................................................................................................... 13 4.1

Bijlage: Beschrijving van operationele prestaties .................................................................................................... 13

4.2

Bijlage: Prioritaire risico’s ........................................................................................................................................ 20

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

1

Inleiding

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) is een gewaardeerde netwerkpartner in de regio Zuidoost-Brabant. Als één van de 25 veiligheidsregio’s voert VRBZO in de regio Zuidoost-Brabant een verscheidenheid aan taken uit binnen het veiligheidsdomein. De eerste jaren na oprichting hebben vooral in het teken gestaan van het opbouwen van de samenwerking met andere organisaties, het samenbrengen van de taken brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, bevolkingszorg en crisiszorg binnen één organisatie en het regionaliseren van de brandweer. Inmiddels is er een solide basis gelegd. Voor de komende jaren is het zaak om deze basis te verstevigen en om tegelijkertijd mee te bewegen met alle ontwikkelingen die er zijn. De koers van VRBZO voor de komende jaren is er één van consolideren en anticiperen. Momenteel verkennen en beschrijven het bestuur en de ambtelijke organisatie samen welke ambities zijn hebben, wat VRBZO daarvoor onderneemt en tot welke speerpunten dat leidt voor de komende jaren. Deze visie en ambitie wordt naar verwachting in de eerste helft van 2020 vastgesteld, waarna verdere uitvoering in de komende beleidsperiode wordt opgepakt. Het vigerende beleidsplan 2015-2019 kent een looptijd tot 1 januari 2020.

Gezien het dan nog lopende proces van totstandkoming van een volgend visiedocument en daarvan af te leiden meerjarenbeleidsplan wordt gedurende enkele maanden geen invulling gegeven aan het hebben van een beleidsplan conform artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s. Het bestuur heeft daarom opdracht gegeven om vooruitlopend een beleidsplan op te stellen dat tenminste voldoet aan de wettelijke minimumvereisten. Met het proces om te komen tot een visie geeft het bestuur invulling aan de eigen wens en die van de deelnemende gemeenten, en aan de geest van de wetgeving. Met het vaststellen van de uitwerking van de vereisten op grond van artikel 14 Wvr wordt invulling gegeven aan de letter van de wet.

Update 2023 De Visie VRBZO 2025 is inmiddels vastgesteld en wordt geimplementeerd en uitgevoerd. De visie is opgebouwd aan de hand de thema’s ‘Samen voor veilig’, ‘Een weerbare samenleving’ en ‘Toekomstbestendige organisatie’. De ambities worden per jaar vertaald naar zogeheten uitvoeringsagenda’s. Resultaten worden verwoord en met het bestuur en deelnemende gemeenten gedeeld in bestuurlijke rapportages en in de jaarverantwoording.

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

2

Wetstekst

Wet veiligheidsregio’s artikel 14 1. Het bestuur van de veiligheidsregio stelt tenminste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de taken van de veiligheidsregio. 2. Het beleidsplan omvat in ieder geval: a. een beschrijving van de beoogde operationele prestaties van de diensten en organisaties van de veiligheidsregio, en van de politie, alsmede van de gemeenten in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; b. een uitwerking, met inachtneming van de omstandigheden in de betrokken veiligheidsregio, van door Onze Minister vastgestelde landelijke doelstellingen als bedoeld in artikel 37; c. een informatieparagraaf waarin een beschrijving wordt gegeven van de informatievoorziening binnen en tussen de onder a bedoelde diensten en organisaties; d. een oefenbeleidsplan; e. een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie, bedoeld in artikel 10, onder b; f. de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten alsmede de overige voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen. 2a

Voorafgaand aan de vaststelling van het beleidsplan overlegt de burgemeester van een gemeente in het gebied van de veiligheidsregio met de gemeenteraad over het ontwerpbeleidsplan.

3. Het bestuur stemt het beleidsplan af met de beleidsplannen van de aangrenzende veiligheidsregio’s en van de betrokken waterschappen, en met het beleidsplan, bedoeld in artikel 39 van de Politiewet 2012, van de betrokken regionale eenheid van de politie.

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

3

Uitwerking

Onderstaand worden in dit hoofdstuk de afzonderlijke onderdelen van artikel 14, tweede lid van de Wvr voor de veiligheidsregio Brabant-Zuidoost nader uitgewerkt en toegelicht.

3.1

Operationele prestaties

Hulpdiensten en gemeenten bereiden de continuïteit van rampenbestrijdings- en crisisbeheersingsprocessen voor een periode van 72 uur voor, al dan niet via bijstandsaanvragen. VRBZO hanteert de wettelijke normtijden voor (functionarissen in het) CoPI, ROT, Beleidsteams en actiecentra. Ook hanteert ze de wettelijke prestatie-eisen met betrekking tot alarmering en informatiemanagement. Een en ander is opgenomen in het Besluit veiligheidsregio’s. De robuustheid van het ‘systeem’ crisisbeheersing wordt, naast reguliere oefenmomenten, jaarlijks beproefd door een wettelijk verplichte systeemoefening. In de bijlage is een inventarisatie opgenomen van de beoogde operationele prestaties in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing.

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

Update 2023 De werking en inrichting van de crisisorganisatie wordt, binnen een programma doorontwikkeling crisisorganisatie en mede op basis van de opgedane ervaringen met crises en de vertaling vanuit de evaluatie Wet veiligheidsregio’s naar verbetermogelijkheden, uitgewerkt in een crisisplan 2024. Dit plan komt tot stand in samenwerking met Veiligheidsregio Brabant-Noord en de partnerorganisaties. Herzien van de operationele prestaties zoals zijn opgenomen in bijlage 4.1 maakt geen onderdeel uit van het programma doorontwikkeling crisisorganisatie. Als deze operationele prestaties moeten worden geactualiseerd, zal dit per kolom of discipline worden opgepakt en waar nodig aan het bestuur worden voorgelegd. Invulling geven aan de versterking van operationele prestaties brandweerzorg zoals verwoord in paragraaf 4.1.2. is voortvarend ter hand genomen en krijgt de komende jaren verdere invulling. In aansluiting op het crisisplan 2024 is Bevolkingszorg ook doende met het doorontwikkelen van de crisisorganisatie op het gebied van bevolkingszorg. Dit is inclusief het invulling geven aan crisiscommunicatie. Hierin nemen we de landelijke en regionale ontwikkelingen mee, zodat we ook in de toekomst de gewenste operationele prestaties kunnen blijven leveren.

Door de Covid crisis is duidelijk geworden dat de geneeskundige zorg zich niet enkel op de acute zorg dient te richten maar dat de langdurige zorg (niet acute zorg) een belangrijke rol te spelen heeft in de continuïteit van zorg in de keten. In Brabant is mede op initiatief van de GHOR in het begin van de Covid crisis het RONAZ opgericht. Regionaal overleg Niet acute zorg. Inmiddels is nu 3 jaar later dit overleg opgenomen in de (provinciale) ROAZ-structuur. Voor onze regionale GHOR is en blijft de opdracht om te zorgen voor het waarborgen van de continuïteit van zorg in de gehele keten; van sociaal domein zorg tot langdurige zorg. Hierbij is het belangrijk dat de DPG een verbindende rol heeft naar het openbaar bestuur van de Veiligheidsregio, publieke gezondheid (sociaal domein) en de gehele zorgketen.

3.2

Landelijke doelstellingen

Strategische agenda Veiligheidsberaad Het Veiligheidsberaad heeft in juni 2018 gezamenlijke prioriteiten van de veiligheidsregio’s vastgelegd voor de komende jaren. Deze dynamische agenda bevat vier thema’s: -

Taak- en rolopvatting veiligheidsregio’s in relatie tot evaluatie Wet veiligheidsregio’s

-

Kansen en bedreigingen van de informatie- en data-gestuurde maatschappij

-

Gezamenlijke aanpak bij ongekende crises

-

Vrijwilligheid

De onderwerpen in de strategische agenda hebben raakvlakken met enkele risicotypen uit het regionaal risicoprofiel en met de uitgangspunten van incidentbestrijding brandweer.

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

De Strategische Agenda gaat uit van een afgestemde landelijke aanpak gericht op versterking van risico- en crisisbeheersing. Daar waar van toepassing volgt VRBZO deze landelijke aanpak en vertaalt de uitwerkingen in eigen beleid en uitvoering.

Update 2023 De veiligheidsregio’s zijn in afwachting van een nieuwe landelijke agenda crisisbeheersing. Rijk en veiligheidsregio’s willen goed voorbereid blijven op toekomstige risico’s onder meer door het ontwikkelen van één vernieuwd wettelijk kader voor het crisisstelsel als geheel. Binnen dat ene stelsel gaan de ministeries, veiligheidsregio’s en andere betrokken publieke en partners de gezamenlijke ambities en activiteiten bundelen in een meerjarige landelijke agenda crisisbeheersing inclusief landelijke doelstellingen. Deze agenda is ook bedoeld als instrument voor het bepalen van en sturen op de gezamenlijke richting en focus en voor het stellen van prioriteiten. Het streven is de eerste landelijke agenda eind 2023 aan de Tweede Kamer aan te bieden.

Prioritaire risico’s Op 28 maart 2019 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met het Regionaal Risicoprofiel (RRP). Het RRP biedt inzicht in de risico’s van onze regio. Het geeft gemeenten en (het bestuur van) de veiligheidsregio richting bij het maken van beleidskeuzes. Voorafgaand aan de definitieve vaststelling is het concept RRP voorgelegd aan de 21 gemeenten. De reacties van de gemeenten zijn in maart 2019 met het bestuur gedeeld. Onderdeel van de reacties van de gemeenten zijn wensen t.a.v. de prioritaire risico’s. In de komende beleidsperiode 2020-2021 zijn ‘de gevolgen van extreem weer’ en ‘de gevolgen van aantasting van de cybersecurity op de continuïteit van maatschappelijke processen’ prioritaire risico’s. De overwegingen hiertoe zijn in een bijlage nader toegelicht. In hun reacties hebben alle gemeenten hun steun uitgesproken voor bovengenoemde prioritaire risico’s. Dit betekent dat er voor deze risico’s een beïnvloedingsanalyse wordt uitgevoegd. Bij de tussentijdse vaststelling van het geactualiseerde risicoprofiel in 2021 worden weer andere prioritaire risico’s vastgesteld.

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

Update 2023 Het bestuur heeft ingestemd met het uitstellen van het tweejaarlijks actualiseren van het Regionaal Risicoprofiel (RRP) om zo ruimte te bieden aan de verdere ontwikkeling van dynamische risicomonitoring. Ten aanzien van cyberrisico’s is het nodige gebeurd. Dit was bewust zonder te werken vanuit een beïnvloedingsanalyse maar vooral voortbordurend op allerlei initiatieven. VRBZO is aangesloten op het Oost-Brabant programma Cyber van het Regiobureau. Een belangrijke bouwsteen is ook onze eigen cyberweerbaarheid. We hebben zelf geoefend met een scenario cyberaanval op de Veiligheidsregio en daarvoor een eerste aanzet tot een cyber respons team VRBZO gemaakt. Er zijn ten aanzien van de eigen aanpak gericht op borging van eigen bedrijfscontinuïteit nog wel stappen te maken, maar we bewegen in de goede richting. Hiermee wordt geanticipeerd op het feit veiligheidsregio’s naar verwachting onderdeel worden van de zogeheten vitale infrastructuur. Dat brengt de nodige voorwaarden en uitdagingen met zich mee. Er is een coördinatieplan cyber opgesteld dat nog dit jaar wordt geïmplementeerd binnen de crisisorganisatie. Cyber was ook onderwerp van RBT-oefeningen in 2022 en kon als scenario worden gekozen bij de GBT-oefeningen. Het realiseren van een beïnvloedingsanalyse ‘extreem weer’ is opgenomen in het jaarplan 2023.

Door inzet op diverse crises heeft dit onderwerp vertraging opgelopen. In de contourennota ‘Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg’, dat als input zal dienen voor de evaluatie en herziening van de Wet Veiligheidsregio's, wordt het Zorg Risicoprofiel (ZRP) expliciet genoemd als een van het RRP afgeleid document, specifiek voor de geneeskundige keten. Aanbevolen wordt dat iedere regio naast een RRP tevens een ZRP beschrijft en borgt in het Regionaal Crisisplan. Door deze ontwikkeling kan de voorbereiding van de acute en de niet- acute zorg beter worden afgestemd op regionale rampen en crises die de keten raken, bijvoorbeeld door een grote patiëntenstroom, of doordat de eigen bedrijfsvoering in disbalans is. Maar bovendien ontstaat er meer aandacht voor risicobeheersing bij de ketenpartners. De verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van het zorgrisicoprofiel ligt bij de GHOR. De DPG legt het eindresultaat voor aan het bestuur van de Veiligheidsregio. Dit stelt het bestuur in staat om het gesprek aan te gaan over risico’s binnen de opgeschaalde geneeskundige zorg en hierop, waar nodig, te prioriteren. De DPG draagt samen met de GHOR zorg voor verdere afstemming in het regionale gezondheidszorgdomein.

3.3

Informatieparagraaf

De netcentrische werkwijze van informatiedeling binnen de veiligheidsregio bij rampen en crisissituaties is verder uitgebreid naar een netwerkorganisatie, waarin LCMS-omgevingen van de waterschappen, Rijkswaterstaat en de zorgketen zijn aangesloten. De crisisorganisatie wordt in belangrijke mate gevoed door informatie die wordt opgehaald bij crisispartners in de algemene en de functionele keten. Steeds vaker zal deze informatie proactief worden opgehaald waardoor de

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

crisisorganisatie vroegtijdig en flexibel kan anticiperen op een verhoogd risico. VRBZO ontwikkelt zich hierdoor naar een informatie gestuurde crisisorganisatie, waarin informatiemanagement ook buiten de GRIP structuur wordt toegepast.

Update 2023 Informatiemanagement kent een voortdurende ontwikkeling. Er wordt flink geïnvesteerd in informatie gestuurde veiligheid. Steeds meer partners maken de stap naar een netcentrische informatievoorziening. Ook wordt het Informatie Management-proces verder versterkt in de doorontwikkeling van de crisisorganisatie. In diezelfde crisisorganisatie zijn stappen gezet op monitoren en signaleren en het kiezen van een juiste aanpak in de dreigingsfase. Informatiemanagement is hierbij een belangrijke onderlegger. Ook wordt hierin meegenomen of binnen een gemeente signalen binnenkomen die kunnen duiden op een mogelijke dreiging of crisis en hoe we ervoor kunnen zorgen dat deze informatie beschikbaar komt voor het Monitoring en Signaleringsteam? De Veiligheidsregio’s werken samen met diverse brancheorganisaties en Rijksoverheid aan KCR2, het samenwerkingsplatform dat Veiligheidsregio’s, Rijkspartners en betrokken crisispartners structureel moet ondersteunen en versterken op het vlak van informatiemanagement en coördinatie, in het bijzonder bij incidenten met een bovenregionaal en landelijk karakter. VRBZO draagt hieraan bij en volgt deze ontwikkelingen op de voet. Voor de kolommen betekent dit iets voor zowel tijdens als na een crisis.

Dit gaat leiden vragen hoe de disciplines zijn aangesloten bij KCR2, welke informatie binnen gemeenten en diensten beschikbaar is die van belang kan zijn voor de crisisorganisatie en hoe en binnen welke termijn die kan worden ontsloten, welke informatie we van de partners nodig hebben ten behoeve van de nafase etc.

3.4

Oefenbeleidsplan

VRBZO heeft een nieuw oefenbeleidsplan ontwikkeld voor de jaren 2020-2023. Dit nieuwe multidisciplinaire beleidsplan vakbekwaamheid heeft een sterke relatie met het regionaal risicoprofiel en de uitwerking van de Visie op Crisisbeheersing. Andere belangrijke insteken zijn (het oefenen van) samenwerking met mogelijke crisispartners en wettelijk verplichte planfiguren (zoals rampenbestrijdings- en crisisbeheersplannen). Het oefenbeleidsplan wordt separaat aan het bestuur ter besluitvorming aangeboden.

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

Update 2023 Samen met VRBN wordt dit jaar een nieuw meerjarenbeleidsplan Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen (MOTO) voor de periode 2024- 2027 op de schaal Oost-Brabant opgesteld en bestuurlijk vastgesteld. Jaarlijks wordt op dezelfde schaal het MOTO jaarplan opgesteld, eveneens op Oost-Brabant niveau. Afgeleid van het multidisciplinair oefenbeleidsplan is er ook een oefenbeleidsplan opgesteld voor Bevolkingszorg (samen met Bevolkingszorg Brabant-Noord). Dit plan loopt ten einde, dus is er onlangs een start gemaakt met het opstellen van een nieuw oefenbeleidsplan. De punten uit het huidige plan die vanwege de crises van de afgelopen jaren niet opgepakt zijn worden indien relevant meegenomen in het nieuw op te stellen plan.

3.5

Niet-wettelijke adviesfuncties

Als operationalisering van de Toekomstvisie Brandweerzorg is de werkwijzer ‘Taken Risicobeheersing, een werkwijzer voor gemeenten’ opgesteld. In deze werkwijzer is (onder andere) beschreven welke wettelijke risicobeheersingstaken van de veiligheidsregio en de aan VRBZO opgedragen collectieve taken worden uitgevoerd met de bijbehorende methodiek en procedure van uitvoering. Op grond van een evaluatie van de Toekomstvisie Brandweerzorg is de opdracht aan VRBZO gegeven om het collectieve takenpakket risicobeheersing te handhaven, maar om de inhoud van het takenpakket opnieuw af te stemmen met gemeenten. Afhankelijk van de uitkomsten hiervan worden eventuele nieuwe voorstellen aangeboden aan het Algemeen Bestuur. Het opnieuw afstemmen is van belang omdat gemeenten de behoefte hebben geuit aan meer maatwerk, onder andere op het gebied van niet-technische risico’s. In een aanpassing van het takenpakket kan meegenomen worden dat VRBZO verwacht dat door de invoering van de Omgevingswet een verschuiving in taken plaats gaat vinden. Het aantal omgevingsvergunningen gaat dalen doordat er gebruik wordt gemaakt van algemene regels. Hierdoor verschuift het zwaartepunt van vergunningverlening naar toezicht (en mogelijk handhaving). Daarnaast verwacht VRBZO daardoor een grotere behoefte aan voorlichtende activiteiten.

Omgevingswet Via de invoeringsregeling van de Omgevingswet wordt artikel 14.2 van de Wet veiligheidsregio’s aangepast. Dit beleidsplan van de Veiligheidsregio moet op grond hiervan afspraken bevatten over de wijze waarop de gemeenten en Veiligheidsregio gezamenlijk invulling geven aan de instructieregel uit artikel 5.2 Besluit Kwaliteit Leefomgeving bij het opstellen van Omgevingsplannen. VRBZO adviseert in dit verband op basis van zogenaamde kernwaarden bij het opstellen een ‘Omgevingsvisie’ zodat een gemeente een integrale afweging kan maken tussen veiligheid en de andere beleidsterreinen die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (mede)bepalen.

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

Het Omgevingsplan is de tactische afgeleide van de strategische ‘Omgevingsvisie’. VRBZO adviseert bij het opstellen van een ‘Omgevingsplan’ op dusdanige wijze dat de betreffende gemeente een integraal, samenhangend plan voor het gehele grondgebied kan opstellen en via zogenaamde ‘Planregels’ veiligheid gebiedsgericht kan stimuleren. VRBZO blijft in het kader van Omgevingsvergunning (en handhaving) adviseren conform ‘Taken Risicobeheersing - Een werkwijzer voor gemeenten’ waarbij het wettelijk kader vanaf de invoering van de Omgevingswet 1. de Algemene rijksregels en 2. het bovengenoemde gemeentelijk Omgevingsplan zijn. Dit laatste naar aanleiding van en in overeenstemming met de in maart 2015 door het Algemeen Bestuur vastgestelde Toekomstvisie Brandweerzorg.

Update 2023 Het dagelijks bestuur heeft op 10 maart 2022 ingestemd met de webbased regionale catalogus, onderdeel VRBZO en het bijbehorende “Beleid – Advisering milieu belastende activiteiten” en besloten beiden bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in te laten gaan. Het betreft één digitale regionale catalogus waarin de dienstverlening van VRBZO een onderdeel is naast die van ODZOB een GGD. Eén catalogus draagt bij aan de gezamenlijke opgave waar we regionaal voor staan namelijk samenwerken als één overheid, voorkomt overlap in dienstverlening tussen de GGD, ODZOB en VRBZO en geeft gemeentelijke en provinciale gebruikers in één oogopslag een totaal overzicht. In deze catalogus zijn naaste de wettelijke taken ook de aanvullende (niet wettelijke) adviesfuncties opgenomen. Tot tussentijdse aanpassingen in de catalogus, onderdeel VRBZO, kan door de directeur worden besloten indien sprake is van een beperkte omvang en zonder financiële of capacitaire gevolgen voor gemeenten.

3.6

Opkomsttijden - brandweervoorzieningen

Het Algemeen Bestuur heeft op 28 maart 2018 kennisgenomen van een brandweerzorgplan. In het brandweerzorgplan staat op welke manier VRBZO invulling geeft aan de bestuurlijk gewenste meer integrale beschouwing van brandweerzorg. De opkomsttijden maken hier nog steeds deel van uit. Het in het brandweerzorgplan opgenomen dekkingsplan is bestuurlijk vastgesteld. Ten opzichte van het vorige dekkingsplan zijn de opkomsttijden wel ingebed in het brede pakket van brandweerzorg dat VRBZO in de regio levert. In het brandweerzorgplan is het dekkingsplan dan ook als integraal onderdeel terug te vinden, zonder hier primair de focus op te leggen. Hiernaast omvat het brandweerzorgplan ook: -

Een beeld van de risico’s in de regio op alle taakgebieden van de brandweer;

-

Een duiding wat VRBZO in brede zin doet om bij te dragen aan het verkleinen van de kans op incidenten;

-

Een beschrijving van de ingezette methoden om het effect van incidenten bij voorbaat in te perken (bijvoorbeeld via brandveilig leven, bevorderen zelfredzaamheid via voorlichting, advisering over gebiedsen gebouwinrichting, snelle detectie, automatische blusvoorzieningen etc.)

-

Een bredere duiding wat de incidentbestrijding van VRBZO omvat. Dus er wordt ook ingegaan op de operationele voorbereiding en het vakmanschap van brandweereenheden en -functionarissen.

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

Dit brandweerzorgplan is te zien als eerste stap in de integrale koers op het gebied van brandweerzorg die VRBZO wil bewandelen. Met het bredere risicobeeld (naast brand ook hulpverlening, waterongevallen en gevaarlijke stoffen) zet VRBZO ook stappen in de richting van het meer risicogericht inrichten van de activiteiten van VRBZO.

Update 2023 Het brandweerzorgplan 2019 is de aanzet geweest voor het traject dat in 2022 is gestart om te komen meer samenhang binnen brandweerzorg (voorkomen én bestrijden). Hiervoor wordt medio 2023 een traject gestart met als doel om een Risicoprofiel Brandweerzorg op te stellen en te onderhouden. Dit risicoprofiel wordt door risicobeheersing en incidentbestrijding gezamenlijk gevoed en op basis hiervan kan beter worden afgestemd wie welke risicobeperkende maatregelen neemt dan wel daarover het bevoegd gezag adviseert. Parallel hieraan wordt sinds 2022 in een ander traject uitgewerkt wat er verder nodig is om de beoogde samenhang binnen brandweerzorg te kunnen organiseren. Hiernaast worden in 2023 de systemen ingericht op het werken met de nieuwe landelijke systematiek voor het opstellen van Dekkingsplannen. VRBZO zal in 2024 een nieuw Dekkingsplan conform de nieuwe systematiek opstellen en laten vaststellen.

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

4

BIJLAGE

4.1

Bijlage: Beschrijving van operationele prestaties

4.1.1

Hoofdstructuur crisisbeheersing en rampenbestrijding

VRBZO hanteert de wettelijke normtijden voor (functionarissen in het) CoPI, ROT, Beleidsteams en actiecentra en de wettelijke prestatie-eisen met betrekking tot alarmering en informatiemanagement zoals beschreven in Besluit veiligheidsregio’s en monitort deze. Daarnaast wordt steeds meer de focus gelegd op paraatheid en het behaalde resultaat. Dit is in lijn met de richting die de inspectie in haar huidige toetsingskader hanteert. Alle functionarissen voor de multidisciplinaire teams in de crisisorganisatie zijn aangewezen en 24/7 bereikbaar en beschikbaar. VRBZO heeft de opkomsttijden voor multidisciplinaire teams, stafsecties en de monodisciplinaire inzet geconformeerd aan het bestuurlijk vastgestelde Regionaal Crisisplan en vastgelegd in een GRIP-regeling. In 2020 zal een nieuw crisisplan ter vaststelling aan het bestuur worden aangeboden. Dit plan zal invulling geven aan de bestuurlijke opdracht die naar aanleiding van de bestuurlijke Visie op Crisisbeheersing is gegeven. Operationele prestaties van de gemeenschappelijke meldkamer zijn beschreven in het Besluit veiligheidsregio’s. Verwerkingstijden zijn voor de brandweer decentraal bestuurlijk bepaald en voor politie en ambulancezorg op landelijk niveau.

4.1.2

Brandweer

•

Basisbrandweerzorg: conform het brandweerzorgplan en daarin opgenomen dekkingsplan.

•

Voor waterongevallen is de grijpredding vanuit basisbrandweerzorg ingericht. Daarnaast is oppervlakte redding ingericht met 3 gespecialiseerde teams. Bij incidenten waarbij eigen personeel in nood raakt en/ of waarbij sprake is van een meer dan gemiddelde maatschappelijke impact kan een beroep worden gedaan op de duikteams van Limburg-Noord en Brabant Noord.

•

Acht meetploegen, waarvan er zeven gelijktijdig zijn in te zetten

•

Specialistisch repressieve brandweerzorg in de vorm van een Red team Hoogteverschillen, voor reddingen in hoogbouw of afgesloten ruimten.

•

Voor het grootschalig en bijzonder brandweeroptreden is een capaciteitenanalyse uitgevoerd waarbij de verschillende incidentscenario’s uit het regionaal risicoprofiel zijn vertaald in de benodigde operationele slagkracht voor de brandweer. De grootste operationele slagkracht van de brandweer wordt gevraagd tijdens een luchtvaartincident in verstedelijkt gebied en bij een ongeval met transportleiding. Doordat deze incidenten als zeer onwaarschijnlijk zijn geclassificeerd, ligt het niet voor de hand om deze als maatgevend te kiezen. Het wordt acceptabel geacht om in die gevallen direct een beroep te doen op interregionale bijstand. Het optreden

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

van een natuurbrand is als zeer waarschijnlijk aangeduid en daarom is voor de brandweer dat als maatgevend scenario gekozen. •

Binnen het grootschalig en bijzonder optreden wordt gewerkt met pelotons die allemaal een eigen operationele prestatie kennen. Deze is gevormd n.a.v. de landelijke visie grootschalig brandweeroptreden. Inzet van elk van onderstaande pelotons is mogelijk doch niet altijd gelijktijdig. De pelotons worden gevuld met eenheden en personeel uit de basisbrandweerzorg. In veel gevallen betreft dit de eenheid ‘Tankautospuit’. Deze eenheid kan onderdeel uitmaken van een basispeloton, van een peloton natuurbrand of hulpverleningspeloton. Bij gelijktijdigheid ontstaat piekbelasting en zal eerder een beroep gedaan worden op andere regio’s. Operationele Prestatie

Soort Peloton Basis Peloton

•

200 meter vuurfront

•

Inzetdiepte max. 200 meter/TS

•

Opheffen enkelvoudige

Tijdlijn (inspanningsverplichting) •

inzetbaar •

beknellingen van slachtoffers in max. 4 personenauto’s

1e peloton binnen 30 min 2e peloton binnen 45 min inzetbaar

•

3e en 4e peloton binnen 60 min inzetbaar

•

Inzettijd max. 8 uur (personeel gebonden)

Peloton Grootschalige

•

Watertransport en blussing over

•

2500 meter (max. 5000 meter)

watervoorziening •

Watercapaciteit van 2x 4000

1e peloton binnen 30 min inzetbaar

•

liter/min (praktijk 7000 l/min) over

2e peloton komt uit regionale bijstand

1 km of 2x 2000 liter/min over 2,5

•

Vultijd 18 min/km slanglengte

km

•

45 min na aankomst waterlevering gereed

•

Inzetduur max. 8 uur (personeel gebonden)

Peloton Pedelsysteem

•

Continue leveren 1500 liter/min

•

Max. afstand buffer – afnemende eenhedenring = 400 meter

•

•

Direct na aankomst waterlevering mogelijk

•

Ingezette eenheden bouwen

Inzetduur max. 8 uur (personeel gebonden)

waterweg (max. 400 meter) op met 3 duim slangen Peloton redding en technische

•

hulpverlening

Redden en bevrijden van max. 4

•

Afhankelijk van rijafstand

personen die meer dan gemiddeld

•

Binnen 60 min in eigen regio

zijn bekneld •

Opheffen complexe beknelling met vrachtauto, trein en bus

•

Vliegtuigongevallen

inzetbaar •

Inzetduur max. 8 uur (personeel gebonden)

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

•

Redden en ondersteunen bij instortingen (bijv. balkons)

Peloton Logistiek en

•

Alle brandweervoertuigen voorzien

•

van brandstof en smeermiddelen

ondersteuning •

Verschillende tijden, afhankelijk van logistieke behoefte

Al het ingezet brandweerpersoneel voorzien van voeding en drank

•

Continue voorzien van voldoende ademlucht

•

Voorzien van PBM’s (bluspakken en reserve kleding)

Peloton

•

Aanleggen stoplijn van 300 meter

•

lang en

Natuurbrandbestrijding

5 meter breed •

inzetbaar (eigen regio) •

Stoplijn gedurende onbeperkte tijd in stand te houden

1e peloton binnen 30 min 2e peloton binnen 45 min inzetbaar

•

3e en 4e peloton binnen 60 min inzetbaar

•

Inzetduur max. 4 uur (personeel gebonden)

Peloton Specialistische

•

Afschuimen brandende

•

vloeistofplas

Blussing

700 m

2

•

Binnen 30 min inzetbaar eigen regio (uitgezonderd SB)

•

Afschuimen niet brandende

Maximale inzetduur 90 min (water gebonden)

vloeistofplas 1500 m2 Ondersteunen en aanvullen overige pelotons (BLEVE, koeling, chemische broei) Gespecialiseerd peloton IBGS

•

(gaspakken team)

2x gaspakdrager continue

•

Peloton binnen 40 min inzetbaar

inzetbaar voor

•

Inzetduur max. 2 uur (personeel

1 uur •

Inzettijd per gaspakdrager 20 min

•

Uitvoeren ontsmetting eigen

gebonden)

personeel door 2x chemiepakdrager BOE = Basis Ontsmettingseenheid Peloton GOE (grootschalige

•

Landelijk specialisme

•

Algemene uitruktijd 20 min

ontsmettingseenheid)

•

Het ontsmetten van grote

•

Opkomsttijd 2uur

hoeveelheden personen

•

Bij alarmering wordt ook een 2e peloton gealarmeerd

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

•

Het uitvoeren van ontsmetting in

•

Inzettijd maximaal 8 uur

Turbo-filterpak •

Tot 80 lopende slachtoffers per uur (tot 250 personen i.v.m. kleding pakketten)

•

4.1.3

De minimale operationele prestatie voor bijstandverlening is als volgt: o

één Basispeloton (voor bijstand)

o

één peloton Grootschalige watervoorziening

o

één BOE peloton;

Geneeskundige zorg

De Regionale Ambulance Voorziening, uitgevoerd door de GGD Brabant-Zuidoost, is verantwoordelijk voor het leveren van verantwoorde ambulancezorg in het kader van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Operationele prestaties kunnen zo nodig worden uitgedrukt in de medische behandelcapaciteit van regionale spoedeisende eerste hulp posten (SEH’s), regionale intensive care locaties en aantallen inzetbare ambulances. De medische behandelcapaciteit betreft het aantal slachtoffers dat een ziekenhuis per uur kan verwerken. Omdat e.e.a. afhankelijk is van de op dat moment geldende omstandigheden wordt ten tijde van een grootschalig incident (vanaf GRIP 2) hierover contact opgenomen met het betreffende ziekenhuis of de Sectie GHOR. Op 1 januari 2016 is de landelijke systematiek Grootschalige Geneeskundige Bijstand (GGB) ingevoerd met de norm dat na alarmering binnen twee uren minstens 100 ambulances inzetbaar zijn op elke plek in Nederland uitgezonderd de Waddeneilanden. Op basis van landelijke ervaringsgegevens wordt er verondersteld dat - met gebruikmaking van de GGB-systematiek - circa 250 slachtoffers behandeld kunnen worden. De hierbij verwachte slachtofferindeling ziet er als volgt uit: •

10% T1 slachtoffers (circa 25 slachtoffers)

•

30% T2 slachtoffers (circa 75 slachtoffers)

•

60% T3 slachtoffers (circa 150 slachtoffers)

De focus van de geneeskundige hulpverlening is voornamelijk gericht op snelle behandeling en afvoer van T1- en T2slachtoffers. Indien de behandelcapaciteit van de regionale ziekenhuizen door het grote aantal slachtoffers ontoereikend blijkt te zijn, dan worden slachtoffers naar ziekenhuizen buiten de regio vervoerd. T3-slachtoffers worden verwezen naar de T3-verzorglocatie. Hier zal een secundaire triage plaatsvinden door een ambulanceverpleegkundige ondersteund door een functionaris van het Nederlands Rode Kruis. Deze functionaris draagt onder andere zorg voor de NRKregistratie van de binnenkomende T3-slachtoffers. Afhankelijk van deze secundaire triage zal het slachtoffer als T1, T2 of T3 worden doorverwezen naar T1/T2-verzorging of naar T3-verzorging. T1 en T2 slachtoffers worden daarna vervoerd naar één van de beschikbare ziekenhuizen. T3-slachtoffers worden zoveel als mogelijk lokaal behandeld en aansluitend overgedragen aan Bevolkingszorg. Hier wordt aansluitend zorggedragen voor het regelen van transport voor de groep slachtoffers naar een gemeentelijk opvangcentrum of indien noodzakelijk naar één van de ziekenhuizen voor uitgebreidere geneeskundige behandeling.

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

4.1.4

Bevolkingszorg

De operationele prestaties voor Bevolkingszorg zijn gebaseerd op de prestatie-eisen uit het rapport Bevolkingszorg op orde 2.0. De regionale teams kunnen het proces 24/7 uitvoeren. Hierbij is rekening gehouden met ondersteuning vanuit het Nederlands Rode Kruis, geformaliseerd in een samenwerkingsovereenkomst. Prestatie-eisen Crisiscommunicatie •

De overheid stimuleert vooraf en tijdens crises dat betrokkenen zichzelf en elkaar informeren.

•

Uiterlijk 30 minuten na aanvang van het incident wordt feitelijke informatie beschikbaar gesteld, zodat de betrokkenen zelfredzaam kunnen handelen.

•

Iedere 30 minuten wordt via de (sociale) media en op geëigende momenten via andere middelen, mede op basis van behoeften van betrokkenen, feitelijke informatie beschikbaar gesteld.

•

Waar nodig worden aanvullend concrete instructies verstrekt en/of handelingsperspectieven geboden aan de betrokkenen.

•

Binnen een uur komt de gemeente of burgemeester (‘het gezicht van de overheid’) met een proportionele reactie, die rekening houdt met de lokale impact en de vragen die onder de bevolking leven en afhankelijk van de situatie burgers op roept tot (zelf)redzaamheid.

•

Iedere twee uur daarna duidt de gemeente of burgemeester, afhankelijk van de situatie, opnieuw de crisis.

Prestatie-eisen overige processen Bevolkingszorg •

Zelfredzame betrokkenen worden gestimuleerd of waar nodig gefaciliteerd bij het zelfstandig voorzien in hun opvang en verzorging.

•

Waar mogelijk wordt aangesloten bij de maatregelen die door redzame omstanders zijn geïnitieerd.

•

Passende opvang en verzorging wordt uiterlijk drie uur na aanvang van het incident geleverd. Dit wil zeggen dat ten minste onderdak, drinken en voedsel, sanitaire voorzieningen en toegang tot informatie en indien aan de orde een slaapplaats of EHBO is georganiseerd.

•

Er wordt opvang en verzorging geregeld of georganiseerd die past bij de capaciteit van maximaal 10% van de betrokkenen met een absoluut maximum van 200 personen.

•

Er wordt, indien aan de orde, uiterlijk binnen 48 uur tijdelijke huisvesting geregeld.

•

Waar nodig en mogelijk worden redzame burgers in staat gesteld een bijdrage te leveren bij de opvang en verzorging.

•

Zelfredzame betrokkenen worden gestimuleerd om actief contact te zoeken met (de contactpersoon van) de verwanten.

•

Zelfredzame betrokkenen worden waar nodig gefaciliteerd bij het in contact komen met verwanten.

•

Verwanten worden gestimuleerd en waar nodig gefaciliteerd bij het vinden van een betrokken familielid/kennis.

•

Uiterlijk acht uur na aanvang van de crisis zijn minimaal 500 verwanten die zich bij het frontoffice hebben gemeld, geïnformeerd over (het verloop van) het proces.

•

Verwanten die na acht uur na aanvang van de crisis nog in onzekerheid zijn over het lot van de betrokkene die zij zoeken, worden elke vier uur actief over de status van het proces geïnformeerd.

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

•

Verwanten die na 24 uur na aanvang van de crisis nog in onwetendheid zijn, krijgen een individuele contactpersoon toegewezen die hen regelmatig en naar behoefte informeert over en, indien aan de orde, betrekt bij het identificatieproces.

•

De burgemeester legt als onderdeel van de duiding uit hoe het proces ‘informeren van verwanten’ is georganiseerd en welke problematiek dit met zich meebrengt (waaronder zorgvuldigheid versus snelheid).

Prestatie-eisen Nafase •

Betrokkenen worden gestimuleerd om via de reguliere weg contact te zoeken met de benodigde hulpverlenende instantie(s) voor de nazorg.

•

Betrokkenen die zich (toch) bij de overheid melden voor (een vorm van) nazorg, worden gefaciliteerd bij het in contact komen met de desbetreffende hulpverlenende instantie(s).

•

Betrokkenen kunnen zich, indien daar behoefte aan is, registreren zodat zij op de hoogte worden gehouden van de afhandeling van de crisis. Zij worden daarbij gefaciliteerd door de overheid (zelfregistratie).

•

Voordat de warme fase van de crisis is afgerond (normaliter binnen 24 uur) is een overdrachtsdossier/ 1e plan van aanpak voor de nafase opgesteld met als doel het zorgdragen voor een goede overdracht, waarin aandacht is voor:

•

Interne procesorganisatie en zorg voor de eigen organisatie;

•

De wijze waarop slachtoffers ondersteund worden als het gaat om de schadeafhandeling, verwijzing naar psychosociale hulpverlening, et cetera;

•

Collectieve rouwverwerking;

•

Communicatie, evaluatie en verantwoording over de crisis.

•

De omgevingsanalyse wordt gebruikt om de tevredenheid over de bevolkingszorgprocessen inzichtelijk te maken.

4.1.5

Politiezorg

De reguliere sterkteverdeling van de politie is onderdeel van het Regionaal Veiligheidsplan (2019-2022) van de eenheid Oost-Brabant. Hierin zijn geen afzonderlijke operationele prestaties opgenomen voor de politieprocessen zoals opgenomen in het Regionaal Crisisplan.

4.1.6

Defensie

Defensie kan mensen, middelen en expertise inzetten voor militaire bijstand en steunverlening. Er zijn afspraken gemaakt om bepaalde capaciteiten (gegarandeerd) op afroep binnen een zo kort mogelijk tijdsbestek inzetbaar te hebben. Defensie hanteert hierbij de uitgangspunten zoals deze zijn benoemd in de ‘Catalogus Nationale Operaties 2018/1’. De Militair Adviseur in de regio geeft desgevraagd inzicht welke capaciteiten op de gewenste locatie binnen een gewenst tijdsbestek inzetbaar zijn.

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

4.2

Bijlage: Prioritaire risico’s

4.2.1

Afwegingen

Alle gemeenten hebben hun steun uitgesproken voor het benoemen van ‘De gevolgen van extreem weer’ en ‘de gevolgen van aantasting van de cybersecurity op de continuïteit van maatschappelijke processen’ tot de prioritaire risico’s voor de periode 2020-2021. Daarnaast was er een aantal gemeenten dat aandacht heeft gevraagd voor andere risico’s. Gezien de capaciteit is het niet wenselijk extra prioritaire risico’s te benoemen. Ook is de meerwaarde van beïnvloedingsanalyses voor deze risico’s beperkt. Verzoeken tot het extra benoemen van prioritaire risico’s betroffen: Zoönosen Voor dit risico is er in 2013 een beïnvloedingsanalyse uitgevoerd. Daaruit zijn een drietal verbetermaatregelen gekomen: -

Formaliseer de positie van het Coördinatieorgaan Infectieziekten door afspraken eenduidig vast te leggen.

-

Borg structurele ontmoetingen van de verschillende instellingen in het Coördinatieorgaan;

-

Bevorder de actualiteit en de onderlinge aansluiting van de diverse draaiboeken/ continuïteitsplannen.

Aan deze verbetermaatregelen is invulling gegeven. Het risico is sindsdien niet dermate veranderd dat het zinvol is om opnieuw een beïnvloedingsanalyse uit te voeren. Vervoer gevaarlijke stoffen Ook voor dit thema is eerder (in 2015) een beïnvloedingsanalyse uitgevoerd. Dit thema heeft nog steeds continu bijzondere aandacht, onder andere met de ontwikkeling van de risicocommunicatiestrategie vervoer gevaarlijke stoffen per spoor. Het bestuur heeft de zorg uitgesproken over de aangekondigde Herijking Basisnet Spoor en de daarmee te verwachten toename van risico’s. Het bestuur dringt er bij de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat op aan nadere onderzoeken te laten uitvoeren naar de toename van risico’s, gevolgen voor de capaciteit van hulpverlening en de fysieke maatregelen langs het spoor. Besluitvorming rond deze herijking kan aanleiding geven de prioritering bij te stellen.

4.2.2

Risicoacceptatie

Voor alle risico’s in het RRP is een inschatting gemaakt in hoeverre de hulpdiensten beschikken over voldoende capaciteiten om het risico ‘af te dekken’. Deze zijn met kleurwaarderingen aangegeven in het risicoprofiel. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het kan voorkomen dat capaciteiten als onvoldoende zijn aangemerkt, maar waarbij het in alle redelijkheid niet van de overheid verwacht mag worden dat met een aanvulling van capaciteiten deze tot voldoende gaat leiden. De risico’s die oranje of rood scoren kunnen in een viertal categorieën worden ingedeeld. Per categorie wordt het knelpunt/ de knelpunten nader geduid.

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

Incidenten met gevaarlijke stoffen Afhankelijk van om welke stof het gaat kan de brandweer, of alleen de CBRN-teams van de brandweer optreden in de ‘hot zone’. De hot zone is het gebied dat vervuild is met de gevaarlijke stof(fen), omdat daar het incident heeft plaatsgevonden. Hier is dus direct contact met de gevaarlijke stof(fen) mogelijk. Daarom moeten passende beschermingsmaatregelen worden genomen, voordat de hot zone kan worden betreden. Naast de teams van de brandweer is er een team CBRN/ Explosieve Veiligheid van de politie en CBRN responseenheid van defensie optreden dat kan optreden. Pas wanneer de bron is gestabiliseerd kunnen slachtoffers worden geholpen. Afhankelijk van de betrokken stof moeten de slachtoffers eerst ontsmet worden voordat deze overgedragen kunnen worden aan de medische diensten. Over het algemeen kunnen er bij dit type incidenten (bijvoorbeeld explosie tankwagen of buisleiding) veel slachtoffers vallen en is er naar verwachting een tekort aan beademingsapparatuur. Bij een ongeval met een LPG tankwagen op de snelweg waarbij brand ontstaat, is de grootste zorg het gebrek aan koelend vermogen. Bluswater moet dan vanuit andere locaties komen. Dit kost tijd. Het tijdig koelen van een brandende tankwagen is dan niet meer mogelijk omdat hiermee de veiligheid van het eigen personeel in het geding komt.

Wanneer de tankwagen eenmaal explodeert zullen door de hittestraling in de omgeving secundaire branden ontstaan die veel personele capaciteit vragen. Bij incidenten waar veel slachtoffers brandwonden oplopen ontstaat er ook snel een tekort in de 2e lijn, er is maar een beperkt aantal plaatsen voor slachtoffers met brandwonden in Nederland. Verstoring vitale infra Hieronder vallen de uitval van elektriciteit, gas en de uitval van telecommunicatie en ICT. Capaciteitsgebrek wordt vooral veroorzaakt door het grote aantal cascade-effecten dat kan optreden in combinatie met de aantasting van de eigen systemen van de hulpdiensten. Of een capaciteitsgebrek optreedt, hangt sterk af van de duur van de verstoring en de omvang. Voor alle ‘primaire’ systemen waar de hulpdiensten gebruik van maken zijn back-up systemen beschikbaar (bijvoorbeeld bij uitval van het communicatiesysteem C2000, als dit uitvalt kan men communiceren via mobiele telefonie). Een back-up zal echter altijd minder efficiënt werken dan het primaire systeem. Daarnaast zijn er allerlei ‘secundaire’ systemen waar geen back-up voor is. Deze systemen zijn niet noodzakelijk voor de primaire taken, maar maken het werk wel makkelijker en efficiënter.

Door uitval van vitale infrastructuur kan veel minder efficiënt gewerkt worden waardoor meer capaciteit nodig is om de normale ‘workload’ van de hulpdiensten (en ketenpartners) te verwerken. Daarnaast ontstaat er extra ‘workload’ door extra taken (b.v. het opzetten van verbindingsposten in alle dorpen en het verhelpen van liftopsluitingen). Binnen bevolkingszorg ontstaan bij uitval telefonie problemen met de alarmering van personeel waardoor er capaciteitsgebrek kan ontstaan. Mensen worden gealarmeerd via telefonie. Wanneer deze niet werkt is geen backupsysteem beschikbaar. Luchtvaartincidenten: De capaciteit van brandweer en geneeskundige diensten wordt bij deze worstcasescenario’s overvraagd. Er zal bijstand komen uit andere regio’s (met het proces ‘Grootschalige Geneeskundige Bijstand’ kunnen er circa 250 slachtoffers verwerkt worden) maar ook dat garandeert niet dat de gewenste inzet van brandweer en ambulances in capacitair opzicht tot stand komt. Ook gaat er enige tijd overheen voordat de bijstand uit het land ter plaatse is. De

Beleidsplan Wet Veiligheidsregio's Uitwerking van artikel 14 Wvr – verlenging 2024-2026

waarschijnlijkheid is echter geclassificeerd op ‘(zeer) onwaarschijnlijk’. Meer capaciteiten staan niet in verhouding tot de zeer lage waarschijnlijkheid. Pandemie Bij een eventuele pandemie zit het knelpunt vooral in de combinatie van een verhoogde vraag naar capaciteit van vooral de medische (hulp)diensten als ook de verminderde capaciteit die beschikbaar zal zijn omdat het eigen personeel (of familie daarvan) ook ziek wordt. Ook vanuit andere regio’s kan geen bijstand worden verleend omdat daar hetzelfde probleem speelt. Wel zijn er eerder beïnvloedingsanalyses uitgevoerd en de belangrijkste conclusie daaruit is dat het tekort niet kan worden opgelost maar dat er wel gekeken kan worden hoe er dan zo efficiënt mogelijk gewerkt kan worden. Een belangrijke positie hierin heeft het coördinatieorgaan infectieziekten. Binnen dit coördinatieorgaan zijn alle belangrijke medische partijen vertegenwoordigd (o.a. huisartsen, ziekenhuizen, ambulances, instellingen voor thuiszorg). Binnen het coördinatieorgaan komt alle informatie over vraag en aanbod van zorg samen en worden maatregelen voorbereid om de continuïteit van de (eerstelijns) zorgverlening in de regio te waarborgen. Voor alle categorieën geldt dat al het mogelijke binnen de huidige kaders is gedaan om zo goed mogelijk voorbereid te zijn op dergelijke incidenten.

Het is niet realistisch om van de overheid te verwachten dat er voor iedere denkbaar scenario voldoende capaciteit beschikbaar is. Daarnaast zal er vanuit de maatschappij ook ‘spontane’ hulp komen (b.v. mensen die slachtoffers naar het ziekenhuis rijden), deze capaciteit is op voorhand niet bekend. We accepteren de restrisico’s waarbij we altijd op zoek blijven naar initiatieven waarmee risico’s verder verkleind kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13019152/1