Zilkerbinnenweg 14 eo - Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo vastgesteld
bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting
Zilkerbinnenweg 14 eo vastgesteld
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Nota van beantwoording zienswijzen
7
Bijlage 2
Landschapsadvies
17
Bijlage 3
Ecologische inventarisatie
25
Bijlage 4
Aeriusberekening
29
Bijlage 5
De Watertoets
41
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek
45
Bijlage 7
Onderzoek spuitzones
73
3
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
4
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
Bijlagen bij toelichting
5
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
6
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
Bijlage 1 Nota van beantwoording zienswijzen
7
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Zilkerbinnenweg 14 eo’ d.d. 7-12-2020
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Zilkerbinnenweg 14 eo’ heeft van 26 augustus tot en met 6 oktober 2020 ter inzage gelegen. Zowel in het gemeentehuis als via www.ruimtelijkeplannen.nl bestond de mogelijkheid om het plan te raadplegen. Gedurende de periode van zes weken heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze in te dienen. Gedurende de termijn van zes weken zijn er twee formele zienswijzen ingediend (7109 en 84428). Ook is naar aanleiding van de ingediende zienswijzen een viertal adhesiebetuigingen ingediend. Voor zover deze als zienswijzen moeten worden aangemerkt, is een daarvan binnen de zienswijzetermijn ingediend (73540). De anderen zijn buiten de termijn ingediend (78917, 84429, 84427) en om die reden niet ontvankelijk.
1
2. Zienswijzen In de tabel hieronder worden de ingediende zienswijzen samengevat (kolom 2) en beantwoord (kolom 3). De tabel eindigt met een conclusie. Daarin staat of de zienswijze tot een aanpassing van het plan heeft geleid (kolom 4).
Appellant
Zienswijze
1. 1.1
7109
2 2.1
84428
Indiener stelt dat voorliggend bestemmingsplan de tijdgeest ademt van jaren geleden, toen er nog niet zoveel Greenportwoningen waren en er nog geen verzet was tegen deze woningen.
Niet bouwen in een “actief open maak gebied”
Reactie gemeente
Gevolgen voor het bestemmingsplan
De ambitie van Noordwijk is niet om het buitengebied ongebreideld vol te bouwen met greenportwoningen en daarmee het zicht op de open teeltgronden aan te tasten. Er wordt zorgvuldig beoordeeld op welke locaties woningen kunnen worden toegevoegd. Daarbij wordt er een landschappelijk inpassingsplan opgesteld voor die specifieke locatie waarbij nadrukkelijk wordt gekeken of de woning de openheid van het landschap niet onevenredig aantast. De medewerking aan onderhavig initiatief is gebaseerd op de ruimte die de ISG biedt. Het CHG geeft in zijn zienswijze aan dat het bestemmingsplan de tijdgeest ademt van jaren geleden toen er nog niet zoveel greenportwoningen waren en er nog geen verzet was tegen deze woningen. Daarbij wordt voorbij gegaan aan de afspraak tussen de greenportgemeenten om het aantal greenportwoningen te maximeren. Dat aantal is nog niet bereikt waarmee er conform het vastgestelde beleid ruimte is voor toevoeging. Het vereist een politieke keuze en besluit om het beleid te wijzigen. Dat kan op toekomstige verzoeken van invloed zijn, maar lopende aanvragen dienen te worden getoetst aan het vigerende beleid. De ISG 2009 is in 2016 geëvalueerd en opnieuw vastgesteld. Gelet op de inhoud en de datum waarop het ISG (opnieuw) is vastgesteld kan worden geconcludeerd dat het beleid (voldoende) actueel is.
Geen.
Het plan past binnen de ISG. Het plan is in eerste instantie getoetst aan Geen. de ISG. Daarbij is gekeken of dit een geschikte locatie is. Deze locatie wordt als kansrijk gewaardeerd. Daarbij mogen GOM-woningen in principe overal in het buitengebied worden gerealiseerd, mits uit de beoordeling blijkt dat de locatie hiervoor geschikt is. Uitgangspunt van 2
Appellant
Zienswijze
Reactie gemeente
Gevolgen voor het bestemmingsplan
de ISG is dat greenportwoningen worden gebouwd in grote clusters, aanvullend op kleinere clusters of aanvullend in het lint waar dit landschappelijk en stedenbouwkundig verantwoord is. Er is een landschapsadvies opgesteld voor de locatie. In dit geval is sprake van een verantwoorde aanvulling op het daar aanwezige kleine cluster. In de bijlagen bij de toelichting wordt het Landschapsadvies toegevoegd. De woning wordt gebouwd op een zogenaamde ‘overhoek’. De hoek is geclusterd met het bollenbedrijf, gevestigd aan Zilkerbinnenweg 14. De toekomstige woning is een uitbreiding van het bestaande aanwezige bebouwde cluster. De bouwvorm zorgt bovendien voor ruim doorzicht naar het achterliggende landschap. Landschappelijke erfbeplanting rondom de woning kan voor een natuurlijke overgang zorgen van bebouwing naar het landschap. In de gebruiksregels van het bestemmingsplan is de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing rondom de kavel vastgelegd. Op basis van de analyse en waardering blijkt dat de impact van de bouw op het landschap beperkt is. Er wordt daarom een positief advies gegeven. Tot slot komt een deel van het bouwvlak (voor een schuur), zoals aangeduid op de verbeelding ter plaatse van het naastgelegen perceel aan Zilkerbinnenweg 14, te vervallen.
Hierdoor nemen de bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan significant af en wordt het vrijhouden van het vergezicht ter plaatse gewaarborgd.
2.2
Indieners stellen dat er geen bouwrechten worden ingeleverd v.w.b. de mogelijkheid tot het oprichten van een schuur van 3000 m2. Het bouwvlak voor de schuur hoort bij het vestigingsadres van de familie Oostdam. Omdat het bouwvlak niet bij het vestigingsadres van initiatiefnemer ligt mag hier wettelijk niet worden gebouwd.
Het bestemmingsplan beoordeelt bouwrechten niet kadastraal (eigendomsgerelateerd) maar o.b.v. bestemmingen met de daaraan verbonden maximaal toegekende bouwrechten. Bovendien kan hieraan worden toegevoegd dat een deel van het bouwvlak toebehoort aan de door initiatiefnemer bedrijfsmatig actief bewerkte teeltgronden, en daarmee ten dienste van de agrarische bedrijfsactiviteiten kan worden benut. Wel geldt o.b.v. de specifieke gebruiksregels dat er per bouwvlak slechts één bedrijf is toegestaan. Door het opgeven (wegbestemmen) van het gedeelte van het bouwvlak dat in eigendom is van initiatiefnemer wordt de totale 3
Geen.
Appellant
Zienswijze
Reactie gemeente
Gevolgen voor het bestemmingsplan
bouwmogelijkheid ter plaatse aanzienlijk verkleind. Hierdoor vervalt de mogelijkheid voor initiatiefnemer om (zijn deel) van de bouwmogelijkheden te benutten, wat de openheid ter plaatse waarborgt. 2.3
Gesteld wordt dat het initiatief niet past binnen de ISG en andere ruimtelijke visies.
Niet duidelijk wordt gemaakt op welke ‘andere’ ruimtelijke visies Geen. indieners hier doelen. Het plan is getoetst aan de ISG. Het plan past binnen de uitgangspunten van de ISG. Daarbij is gekeken of dit een geschikte locatie is. Deze locatie wordt als kansrijk gewaardeerd. Daarbij mogen GOM-woningen in principe overal in het buitengebied worden gerealiseerd, mits uit beoordeling blijkt dat de locatie hiervoor geschikt is. Uitgangspunt van de ISG is dat greenportwoningen worden gebouwd in grote clusters, aanvullend op kleinere clusters of aanvullend in het lint waar dit landschappelijk en stedenbouwkundig verantwoord is. Er is een landschapsadvies opgesteld voor de locatie. In onderhavige situatie is er sprake van aanvulling op het daar aanwezige kleine cluster. In de bijlagen bij de toelichting wordt het Landschapsadvies toegevoegd. De woning wordt gebouwd op een zogenaamde ‘overhoek’ die voor de (machinale) teelt niet (efficiënt) kan worden benut. De hoek is geclusterd met het bollenbedrijf, gevestigd aan Zilkerbinnenweg 14. De toekomstige woning is een uitbreiding van het bestaande aanwezige bebouwde cluster. De bouwvorm zorgt bovendien voor ruim doorzicht naar het achterliggende landschap. Landschappelijke erfbeplanting rondom de woning kan voor een natuurlijke overgang zorgen van bebouwing naar het landschap.
In de gebruiksregels van het bestemmingsplan is de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing rondom de kavel vastgelegd. Op basis van de analyse en waardering blijkt dat de impact van de bouw op het landschap beperkt is. Er wordt een positief advies gegeven. Tot slot komt een aanzienlijk deel van het bouwvlak, zoals aangeduid op de verbeelding, ter plaatse van het naastgelegen perceel aan Zilkerbinnenweg 14, te vervallen. Hierdoor nemen de bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan significant af en wordt het vrijhouden van het vergezicht ter plaatse verzekerd. 4
Appellant
Zienswijze
Reactie gemeente
2.4
De woning sluit niet aan bij bestaande bebouwing.
Bij de beoordeling van de stedenbouwkundige inpassing van de architectonische verschijningsvorm van de woning wordt gekeken naar de bebouwing in de omgeving. Dat behelst niet uitsluitend het naastgelegen pand. Er liggen voor het naastgelegen pand overigens nog geen concrete plannen voor sloop en/of herontwikkeling zoals in de zienswijze wordt verondersteld.
Geen.
2.5
Woningbouw op deze locatie zal een precedent scheppen.
Gesteld wordt dat medewerking aan voorliggend initiatief een precedent zal scheppen. Specifiek wordt hierbij verwezen naar een mogelijke (her)ontwikkeling van het naastgelegen perceel Zilkerbinnenweg 14. Zoals vermeld onder punt 4 zijn er bij de gemeente geen concrete plannen bekend voor dit adres. Hierdoor kan er geen vergelijk worden gemaakt. Bij precedentwerking gaat het om de vraag of gevallen zodanig gelijk zijn dat een verschillende behandeling juridisch niet kan worden gemotiveerd. Bij dit principe moet worden meegewogen dat situaties vrijwel nooit gelijk zijn. Een verzoek is altijd specifiek en de omstandigheden zullen per geval verschillen. Dat betekent dat ook per geval zal worden afgewogen of een greenportwoning haalbaar en wenselijk is op de daarvoor beoogde locatie. Medewerking aan dit verzoek betekent niet automatisch medewerking aan greenportwoningen op andere locaties. Iedere locatie wordt op zijn eigen merites beoordeeld.
Geen.
2.6
Discussie over dit initiatief leidt tot andere woningbouwplannen. Zo ligt er al een principeverzoek voor de bouw van twee woningen. Voor de overige initiatieven zijn nog geen principeverzoeken ingediend.
Gesteld wordt dat de discussie over dit bestemmingsplan voor onderhavige aanvraag leidt tot meer initiatieven. Er wordt niet concreet gemaakt welke initiatieven het betreft. Momenteel liggen er geen concrete aanvragen voor m.b.t. woningbouwinitiatieven aan de Zilkerbinnenweg. Het principeverzoek waar eerder in de zienswijze naar is verwezen is nog niet behandeld en derhalve is hier (nog) geen bestuurlijk standpunt over ingenomen.
Geen.
2.7
Er is volgens bezwaarden geen sprake van een onbruikbare overhoek. De grond wordt gebruikt voor opslag- en stallingsdoeleinden. Zodra het perceel bebouwd wordt zal er een nieuwe overhoek ontstaan. Ook zal het toestaan van
Overhoeken ontstaan in de regel ten gevolge van een efficiënte kavelindeling van een perceel. De agrariër haalt zijn inkomen uit de teelt van gewassen. Daarbij is het van belang dat hij zoveel mogelijk teeltbare oppervlakte tot zijn beschikking heeft. Het bewust creëren van overhoeken is daarom niet logisch omdat dit de efficiënte
Geen.
5
Gevolgen voor het bestemmingsplan
Appellant
Zienswijze
Reactie gemeente
Gevolgen voor het bestemmingsplan
dit project leiden tot het volbouwen van andere zogenaamde overhoeken.
bewerking van de teeltgronden in de weg staat.
2.8
Er wordt de indruk gewekt dat de heer Knap sr. destijds als wethouder toestemming heeft gegeven voor dit initiatief. Er is echter alleen toegezegd dat het plan in behandeling zou worden genomen. Toestemming kan alleen worden verleend door de gemeenteraad conform de te volgen procedures.
Dat is juist. Een wethouder kan een dergelijk besluit niet zelfstandig nemen. Dat is ook niet gebeurd. Het college beslist in eerste instantie of de procedure wordt gestart. De gemeenteraad besluit over de vrijgave van het ontwerpbestemmingsplan en vervolgens omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Wel is er destijds richting initiatiefnemers de verwachting gewekt dat het college medewerking zou verlenen aan het initiatief. Dat is gebeurd.
Geen.
2.9
De woning voldoet niet aan de bouweisen voor het buitengebied omdat de gemeente maximum eisen stelt aan goot- en nokhoogte. Het voorgestelde huis met zadeldak voldoet daar niet aan.
Voor woningen in het buitengebied geldt een maximale inhoudsmaat van 750 m3. De goot- en nokhoogte zijn niet beleidsmatig vastgelegd. Als uitgangspunt voor de inpasbaarheid geldt dat in de regel aansluiting wordt gezocht bij de bebouwing in de omgeving.
Geen.
2.10
Door het ontwikkelen van bouwkavels en het legaliseren van wonen in een agrarisch gebied is er een risico dat huizen worden bewoond door mensen die zich onvoldoende realiseren wat het wonen in een agrarisch gebied inhoudt.
Toekomstige bewoners kiezen er bewust voor om in het buitengebied te gaan wonen. Het woonklimaat is geborgd conform de geldende milieu-hygiënische eisen waaraan moet worden voldaan. Gelet op de afstand tussen de woning en omliggende agrarische bedrijfsgebouwen kan worden geconcludeerd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bovendien zijn initiatiefnemers in onderhavige situatie zelf agrarisch ondernemer.
Geen.
2.11
De Zilkerbinnenweg is een smalle landweg. Door een aantal extra woningen zal het aantal verkeersbewegingen en de verkeersproblemen toenemen wat leidt tot extra kosten voor dit gebied.
Het betreft hier de toevoeging van (slechts) één woning. De toename Geen. van het aantal verkeersbewegingen door de bouw van één woning is zeer beperkt en kan prima worden afgewikkeld binnen de bestaande wegencapaciteit. De ontwikkeling heeft geen tot zeer weinig invloed op de verkeersveiligheid. Welke extra kosten de bouw van de woning voor het gebied met zich meebrengt wordt niet onderbouwd.
2.12
Het plangebied ligt in de nabijheid van de ecologische verbindingszone. Extra bebouwing heeft een negatief effect op de natuur.
De mogelijke invloed van de voorgenomen ontwikkeling op de natuur is in het kader van dit bestemmingsplan onderzocht. Hieruit komt naar voren dat er ten gevolge van de bouw van de woning geen nadelige effecten zijn te verwachten. 6
Geen.
Appellant
Zienswijze
3. 3.1
73540 De bouw van een woning op de gekozen locatie wordt ervaren als een ‘aanwinst’ voor de (directe) omgeving. De ‘openheid’ van het (agrarisch) gebied blijft behouden en de landschappelijke beleving wordt op geen enkele wijze aangetast. De woning wordt landschappelijk ingepast. Het initiatief is een verrijking van de Zilkerbinnenweg. Het geeft ook een (extra) accent aan de veiligheid van de omgevingsbeleving op de Zilkerbinnenweg. De bouw van de woning wordt ondersteund.
4. 4.1
84429 Het is belangrijk dat er nieuwbouw komt in De Zilk. De woning wordt bewoond door een bollenkweker en past goed in het straatbeeld van de Zilkerbinnenweg. Het gedeelte van het perceel is altijd ongebruikt geweest en kan daarom prima dienst doen als bouwkavel. In deze tijd is het belangrijk dat mensen blijven ondernemen en investeren. Gevraagd wordt een positieve houding aan te nemen jegens dit initiatief.
5. 5.1
78917 Niet begrepen wordt waarom zoveel ophef ontstaat over dit bouwplan. De groei van De Zilk is nodig voor de leefbaarheid in De Zilk, het verenigingsleven en de basisvoorzieningen. De foto’s van het CHG zijn bij een buurmankweker genomen en hebben geen betrekking op de betreffende kavel en de verandering van het landschap aldaar. Het bollenareaal blijft in stand. Het zou van de gekke zijn dat een rasechte Zilkse bollenkweker niet op een braakliggend niet functioneel stuk grond mag bouwen. De bouw van de woning ter plaatse is een verrijking op de
Reactie gemeente
Gevolgen voor het bestemmingsplan
Adhesiebetuiging voor het bouwen van een woning.
Geen.
Adhesiebetuiging voor het bouwen van een woning.
Geen.
Adhesiebetuiging voor het bouwen van een woning.
Geen.
7
Appellant
Zienswijze
Reactie gemeente
Gevolgen voor het bestemmingsplan
Adhesiebetuiging voor het bouwen van een woning.
Geen.
gekozen plek. 6. 6.1
84427 Belanghebbende en omwonende misgunnen het een hardwerkende kweker om op eigen grond een nieuwe woning te bouwen voor zijn eigen gezin. Alles wordt uit de kast gehaald om de bouw van de woning te voorkomen. De redenen om geen toestemming te verlenen zijn onzinnig. Het zou omwonende bezwaarmakers sieren zich af te vragen wat erop tegen is om een woning te bouwen.
8
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
Bijlage 2 Landschapsadvies
17
Fam. P. van Haaster Zilkerbinnenweg 80 2191 AE De Zilk Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Betreft Behandeld door
19 juni 2018 2400.01-RA.01 .1 Landschappelijk advies t.b.v. Perceel A3490 bouwkavel à 660 m² K. Wezepoel/E. Rodewijk
Geachte heer van Haaster, De heer P. Nederstigt heeft ons gevraagd om een landschappelijk advies op te stellen voor de bouw van een greenpoortwoning van de GOM. Voor deze rapportage hebben wij de volgende onderwerpen behandeld in ons advies: 1. Omschrijving huidige situatie planlocatie. 2. Omschrijving toekomstige situatie, samenvatting planvorming. 3. Analyse landschap en vigerend beleid. 4. Waardering landschap in relatie tot voorgenomen ingrepen. 5. Conclusies en advies. Het advies is door Ingenieursbureau Rodewijk met de grootste zorgvuldigheid opgesteld. Heeft u naar aanleiding hiervan nog vragen? Neemt u dan contact op met de heer E. Rodewijk op telefoonnummer 0252–2244707 of 06-21527222. Wij verwachten hiermee aan uw wens te hebben voldaan. Met vriendelijke groet, Ingenieursbureau RODEWIJK Ed Rodewijk
Bijlage 1 Bijlage 2
Landschappelijk advies Zilkerbinnenweg Schetsontwerp landschappelijke inpassing woning
Blad 2/6 van 2400.01-RA.01.1
Landschappelijk advies Zilkerbinnenweg, bijlage 1, 19 juni 2018
Inleiding De familie van Haaster, nu wonende aan de Zilkerbinnenweg 80 behorend bij Kwekerij OudBreeland, heeft om voor hun moverende redenen besloten voor de bouw van een nieuwe vrijstaande woning. De locatie van deze woning is gevonden naast de woning op de Zilkerbinnenweg 14. De grond, naast deze woning, is al eigendom van de familie van Haaster. Het is de bedoeling om deze nieuwe woning als zogenoemde ‘Greenportwoning’ aan te merken. 1. Omschrijving huidige situatie planlocaties Het perceel heeft is bestemd als bollengrond. Deze grond is bereikbaar vanaf de Zilkerbinnenweg via een kavelpad. Naast dit pad is een strook bollengrond wat grenst aan de erachter liggende grotere kavel. Vanwege de hedendaagse wijze van telen is dit stuk grond inefficiënt gesitueerd en kan worden beschouwd als een ‘overhoek’.
Figuur 3, Plankavel in Zilkerpolder (foto november 2014)
bron: Google-earth
Blad 3/6 van 2400.01-RA.01.1
2. Omschrijving toekomstige situatie, samenvatting planvorming Het is de wens van familie van Haaster om een nieuwe woning te bouwen aan de Zilkerbinnenweg 14. De toegankelijkheid van de achterliggende kavel op deze plek blijft bestaan door het naastgelegen kavelpad. Daarom moet de woning op het perceel direct naast het kavelpad (de overhoek) tegen de sloot worden gebouwd. Er ontstaat dan een ruime woonkavel.
Figuur 3, Situatie toekomstige bedrijfswoning
Figuur 4, plankavel I – (Foto november 2014) grond is reeds verwijderd.
bron: Google-earth
Figuur 5, plankavel II - (Foto november 2014)
Blad 4/6 van 2400.01-RA.01.1
3. Analyse landschap en vigerend beleid De ontwikkelingen vinden plaats in de Zilkerpolder. Het landschapstype betreft ‘De Strandvlakten’. Ter hoogte van de Zilkerbinnenweg heeft een smalle (waarschijnlijk lage) strandwal gelegen en ten oosten en westen van deze strandwal was het land oorspronkelijk in gebruik als weidegrond. Later, pas ver in de 20e eeuw, is het grootste deel van de gronden in gebruik gekomen als bollengrond. Het oorspronkelijke grondgebruik is nog duidelijk af te lezen aan de diverse oude boerderijen die nog aanwezig zijn langs de Zilkerbinnenweg. De afzanding van de strandwal heeft, zoals een groot deel van de Bollenstreek, rond de jaarwisseling van de 18e en 19e eeuw plaats gevonden. Al in de 17e eeuw waren nederzettingen zichtbaar aan beide zijden van deze evenwijdig aan de kust lopende smalle strandwal. De Zilkerbinnenweg ‘meanderde’ indertijd over deze strandwal. Halverwege de 19e eeuw was de term ‘Breeland’ al zichtbaar op oude kaarten. De bollenkwekerij is dus een oorspronkelijke veehouderij in deze strandvlakte. Het ‘meanderen’ van de Zilkerbinnenweg, inclusief de bijbehorende sloten is dus duidelijk historisch te herleiden en heeft dus (hoge) historische waarde. Tevens is op een aantal plekken de verkaveling nog van historische waarde, omdat het vrijwel ongeschonden is.
Tenslotte staan, zoals eerder aangegeven, op een aantal plekken nog oude boerderijen of overblijfselen ervan die refereren met het oorspronkelijke grondgebruik. Rond deze boerderijen is soms nog oude beplanting aanwezig zoals leibomen.
‘Regioprofiel Cultuurhistorie Bollenstreek’
Het regioprofiel cultuurhistorie is in 2010 door de Provincie Zuid-Holland vastgesteld en vormt ook in de Bollenstreek een belangrijke onderlegger als het gaat om de toets voor cultuurhistorische (en landschappelijke) waarden. Op de waardenkaart is de Zilkerbinnenweg getypeerd als een ‘Zandnederzetting’ (1850-1950). In feite komt dit overeen met hierboven beschreven analyse. Het lint en het direct naastliggende landschap heeft de waardering ‘hoog’ gekregen. Van de drie categorieën: zeer hoog, hoog en redelijk hoog, is dat dus een gemiddeld hoge waardering. De waardering betekent dat dit karakteristieke nederzettingsvormen zijn, die elders in de Provincie Zuid-Holland weinig voorkomen. Concreet volgen hieruit voor dit advies de volgende beleidsuitgangspunten op basis waarvan waardering en toetsing plaats vind: 1. Vasthouden aan de ijle tot verspreide bebouwingsstructuur van het lint. 2. In stand houden van de relatie met het landschap door het koesteren van de onbebouwde kavels tussen de bebouwing. 3. Bij nieuwe ontwikkelingen de bestaande kavelopbouw als uitgangspunt nemen: bebouwing voor op de kavel, evenwijdig aan de kavelgrenzen. 4. Doorzetten van de oorspronkelijke maat en schaal van de bebouwing. 5. Continueren van het overwegend agrarische karakter van de bebouwing.
‘Intergemeentelijk structuurvisie Greenport’
Een tweede belangrijk toetsingskader is de Intergemeentelijk structuurvisie Greenport, vastgesteld in 2009. Specifiek voor het thema landschap is een paragraaf ‘Landschapsperspectief’ opgenomen. Het deel van de Zilkerpolder ten oosten van Zilkerbinnenweg heeft de typering ‘openheid actief vergroten’ gekregen. Daarnaast is ‘versterken van de doorkijk vensters’ aangegeven. Concreet is het uitgangspunt hier dat uitbreiding en verdichting plaats vinden, onder de voorwaarde dat de openheid gespaard blijft. Vensters vanuit de linten naar het achterliggende open landschap mogen niet worden verdicht. Daarnaast wordt het ‘versterken van erfbeplanting’ nadrukkelijk genoemd.
Blad 5/6 van 2400.01-RA.01.1
4. Waardering landschap in relatie tot voorgenomen ingrepen De nieuwe woning wordt gesitueerd op een stuk bollenland dat is bestemd als open bollenland. Feitelijk wordt de openheid van het landschap ter plekke beperkt door de bouw van de woning, het netto oppervlak bollengrond neemt af. Er moet echter wel worden vermeld dat het stuk grond als een ‘overhoek’ wordt gebruikt voor de opslag van diverse materialen. Daarnaast is de hoek grond geclusterd met het bollenbedrijf, zoals dat is gevestigd aan de Zilkerbinnenweg nr. 14. De toekomstige woning is dus een uitbreiding van het bestaande aanwezige bebouwde cluster. De twee geciteerde beleidsuitgangspunten zijn kritisch over bebouwing langs de Zilkerbinnenweg. Daardoor kan niet anders worden vastgesteld dat het toevoegen van een woning langs het lint op een stuk grond dat is bestemd als open bollengrond een kritische aangelegenheid is. Toetsing en waardering beleidsuitgangspunten zoals genoemd onder paragraaf 3: 1. De bouw van deze woning is van invloed op het geheel van de bebouwingstructuur langs de Zilkerbinnenweg. Temeer omdat de nieuwe woning geclusterd wordt gebouwd. 2. De relatie met het achterliggende landschap wordt ter plaatse beperkt. Er wordt echter geen onbebouwde kavel dicht gebouwd.
De zichtlijn naar het achterliggende open landschap kan gehandhaafd blijven, zeker als men met de vormgeving van de woning rekening houdt met de breedte van de beschikbare kavel. De zuidwestelijk liggende kavel is en blijft bij deze ontwikkeling volledig onbebouwd. 3. Er wordt hier gebouwd aan de voorzijde van de kavel, binnen de kavelgrenzen. 4. Het gaat hier niet om exorbitante omvang van bebouwing. 5. De nieuwe woning is een particuliere woning en valt onder de constructie van een Greenportwoning van de GOM. Het heeft geen agrarische bestemming.
Figuur 6, open karakter Zilkerpolder
Blad 6/6 van 2400.01-RA.01.1
5. Conclusies en advies Het feit dat hier een ‘overhoek’ wordt bebouwd is meegenomen in de afweging van de advisering. Daarnaast beschouwen wij de bouw van de woning als een uitbreiding van het aanwezige bebouwde cluster. Rekening houdend met een bouwvorm die zorgt voor ruim doorzicht naar het achterliggende landschap. Landschappelijke erfbeplanting rondom de woning kan voor een natuurlijke overgang zorgen van bebouwing naar het landschap. Concreet kan gedacht worden aan een beukenhaag, een houtsingel, enkele groepen bomen en heesters en de toepassing van leibomen. Door deze landschappelijke inpassing wordt tevens de kop van de schuur, aanwezig op Zilkerbinnenweg 14, op een positieve wijze aan het zicht onttrokken. Als bijlage is een situatieschets toegevoegd met een ontwerpadvies met betrekking tot de landschappelijke inpassingen. Op basis van de analyse en waardering blijkt dat de impact van de bouw op het landschap beperkt is, waardoor wij hiervoor een positief advies kunnen afgeven. Daarbij adviseren wij het ja-mitsprincipe (ISG) ten aanzien van de landschappelijke inpassing van de woning mee te nemen in de voorwaarden rondom de definitieve toestemming.
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
Bijlage 3 Ecologische inventarisatie KADER Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen, is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 6 juni 2018 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden waren: onbewolkt, circa 23°C en een zwakke wind. PLANGEBIED Het plangebied betreft het onbebouwde perceel ten zuidwesten van Zilkerbinnenweg 14. Het plangebied betreft een braakliggend perceel (grond recent bewerkt). Aan de wegzijde zijn tevens enkele bomengroepen met zwarte els en wilg aanwezig. De kavel heeft een aparte inrit. Behoudens de randsloten is in het plangebied zelf geen permanent oppervlaktewater aanwezig. Het voornemen betreft de bouw van één woning. De verharding en beplanting zal worden aangepast en afgestemd op de nieuwe situatie. De watergang rond het perceel wordt in stand gehouden. Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: 1. 2. 3.
alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4); dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).
Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE Uit het raadplegen van de Nationale Database Flora en Fauna www.natuurloket.nl (NDFF) via Quickscanhulp.nl ('© NDFF - quickscanhulp.nl 04-06-2018 14:49:12') blijkt dat binnen een straal van een kilometer rond het plangebied verschillende beschermde diersoorten bekend zijn. Het betreft vogels, amfibieën, zoogdieren, reptielen en ongewervelden. Beschermde plantensoorten zijn niet bekend uit de directe omgeving. Indien van toepassing worden relevante soorten in onderstaande tekst betrokken. Op basis van het veldbezoek blijkt dat het plangebied een zeer beperkte natuurwaarde heeft. Op het braakliggende perceel ontbreekt begroeiing vrijwel volledig. Alleen in de randen staan enkele algemene soorten van voedselrijke bewerkte grond, zoals paarse dovenetel, viltige duizendknoop, grote brandnetel en herderstasje. Onder de houtige beplantingen is vrijwel geen ondergroei aanwezig. Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen. Deze zijn ook niet te verwachten gezien de aanwezigheid in de directe omgeving van bebouwing, verharding en het intensieve beheer als tuin en bedrijfsruimte.
Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen van verschillende soorten vogels met jaarrond beschermde nesten bekend zoals huismus, gierzwaluw, en enkele soorten roofvogels en uilen (Quickscanhulp.nl). Het plangebied vormt hooguit een klein onderdeel van het foerageergebied van overige vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats, zoals sperwer of ransuil. In tuin en op het erf zijn enkele algemene vogels waargenomen zoals zwarte roodstaart, kauw en putter. Deze soorten kunnen hier
25
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
ook tot broeden komen. Nesten van deze soorten zijn alleen in het broedseizoen beschermd. Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen van verschillende soorten vleermuizen bekend waaronder gewone dwergvleermuis en laatvlieger (Quickscanhulp.nl). In de aanwezige bomen in het plangebied zijn geen holtes of spleten in bomen aangetroffen die geschikt als verblijfplaats. Het plangebied is door het lage aandeel opgaande beplanting matig geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. De weg met daarlangs slootjes en een min of meer doorgaande lijn van opgaande beplanting is geschikt als foerageergebied en ook als vliegroute voor soorten zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Het voornemen leidt niet tot aantasting van deze vliegroute en foerageermogelijkheid. De wateren zijn te klein en te weinig verbonden om geschikt te zijn voor foerageergebied of vliegroute van water– en meervleermuis. Er zijn 13 soorten beschermde grondgebonden zoogdieren bekend in de omgeving (Quickscanhulp.nl). Tien daarvan zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de verbodsartikelen van de Wnb in de provincie Zuid-Holland. De niet-vrijgestelde soorten betreffen boommarter, damhert en eekhoorn. Er zijn geen sporen (zoals uitwerpselen of prooiresten) van deze diersoorten aangetroffen.
Het plangebied biedt geen geschikt biotoop voor verblijfplaatsen voor deze dieren (onvoldoende houtige beplanting voor eekhoorn en boommarter, onvoldoende rust en beschutting voor damhert). In het plangebied zijn daarnaast enkele algemene, vrijgestelde zoogdiersoorten zoals huisspitsmuis, egel en veldmuis te verwachten. Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen bekend van zes soorten amfibieën (Quickscanhulp.nl). Voor vijf daarvan geldt in de provincie Zuid-Holland bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. De niet-vrijgestelde soort rugstreeppad is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Deze soort geeft voorkeur aan gebieden met de combinatie van dekking (van hout, bebouwing), open grond en kleine geïsoleerde wateren (ondiep, snel opwarmend) voor voorplanting. Grote wateren en sloten die hiermee in verbinding staan (en vissen als predator toelaten) zijn ongeschikt zijn als voortplantingsbiotoop. De aanwezige sloten rond het plangebied zijn niet geschikt als voortplantingsbiotoop, en ondiep poelen zijn niet aangetroffen. Dit maakt dat het gebied ongeschikt is als leefgebied voor de rugstreeppad. In het plangebied worden hooguit incidenteel enkele algemene vrijgestelde amfibiesoorten verwacht, zoals bruine kikker, gewone pad en tijdens het veldbezoek waargenomen bastaardkikker.
Voor beschermde soorten uit overige soortgroepen (reptielen, dagvlinders en libellen) biedt het plangebied door zijn gecultiveerde karakter geen geschikt leefgebied. TOETSING Het plangebied is niet geschikt als nestplaats van huismus of gierzwaluw, en als verblijfplaats van vleermuizen. Het verlies van nest- en verblijfplaatsen van deze soorten is uitgesloten. Negatief effect op andere soorten vogels met jaarrond beschermde nesten en verblijfplaatsen is uitgesloten. Effecten op beschermde soorten uit andere soortengroepen is ook uitgesloten. Het plangebied behoudt zijn huidige waarde als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten, amfibieën en vleermuizen. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van vogels (anders dan de jaarrond beschermde) in de directe omgeving worden vernietigd of verstoord. Dit is bij wet verboden. Vernietiging en verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door
26
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt, de huismus broedt incidenteel tot september. Verder dient vestiging van de rugstreeppad bij graafwerkzaamheden in het kader van de plannen te worden voorkomen. Wanneer rugstreeppadden worden aangetroffen op een bouwlocatie kunnen de werkzaamheden voor langere periode worden stilgelegd. Op plaatsen waar graafwerkzaamheden worden verricht kunnen geschikte voortplantingslocaties (ondiepe plassen) ontstaan. Geadviseerd wordt te voorkomen dat genoemde omstandigheden ontstaan. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen tot slot verblijfplaatsen van enkele algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden vernietigd en verstoord. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten beschermde soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Zuid-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.
Gebiedsbescherming Voor het onderhavige plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wet natuurbescherming en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in het Programma Ruimte (geconsolideerd 2018). De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de Provinciale NNN is uitgewerkt in het Natuurbeheerplan Zuid-Holland (2017) en de Verordening Ruimte Provincie Zuid-Holland (2014, geconsolideerd 2018, provinciaal ruimtelijk natuurbeleid).
BELANGRIJKE WEIDEVOGELLEEFGEBIEDEN Behalve op de bescherming van NNN-gebieden wordt in het Programma Ruimte van de provincie Zuid-Holland (2018) ook ingezet op het in standhouden van belangrijke weidevogelgebieden in Zuid-Holland. INVENTARISATIE Beschermde gebieden in het kader van de Wnb liggen op enige afstand van het plangebied. Het dichtstbijzijnde beschermde gebied is het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid op circa 0,9 km afstand ten westen van het plangebied. Dit gebied is tevens het dichtstbijzijnde beschermde gebied in het kader van het NNN. 'Belangrijk weidevogelgebied' ligt op ruime afstand, 7 kilometer ten zuiden van het plangebied. TOETSING Gezien de terreinomstandigheden, de tussenliggende afstand en de aard van de ontwikkeling, zijn met betrekking tot het voorgenomen plan geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden of het NNN te
27
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
verwachten. Deze inventarisatie geeft daarom geen aanleiding voor een nadere analyse in het kader van de Wnb en is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Conclusie Uit de ecologische inventarisatie is naar voren gekomen ter plaatse van het plangebied van dit bestemmingsplan aanvullend onderzoek in het kader van de Wnb niet nodig is. In verband met de soortbescherming van de Wnb is het verder wel noodzakelijk om bij de planning van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Uit de inventarisatie is daarnaast naar voren gekomen dat wat betreft de gebiedsbescherming geen aanvullend onderzoek in het kader van de Wnb, of een analyse in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Een vergunning op grond van de Wnb voor de beoogde activiteiten is op voorhand niet nodig. Het plan is daarnaast op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Verordening Ruimte Provincie Zuid-Holland. Er kan dan ook op voorhand in redelijkheid worden gesteld dat de natuurwet en -regelgeving de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat. Het is aan het bevoegd gezag, de provincie Zuid-Holland om deze conclusie te bevestigen.
28
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
Bijlage 4 Aeriusberekening
29
Notitie stikstofberekening Opdrachtgever: P. van Haaster
projectnummer: 856.31.50.00.00
Van:
BügelHajema Adviseurs
Onderwerp:
Berekening stikstofdepositie Bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo.
Datum:
14-1-2020
INLEIDING In het kader van het bestemmingsplan t.b.v. de nieuwbouw van één woning in het buitengebied Noordwijkerhout is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik van de woningen op het perceel Zilkerbinnenweg 14 in de gemeente Noordwijk berekend. Het project maakt de bouw van één woning mogelijk op een locatie in het niet-stedelijke woonmilieu. De depositie van stikstof in Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (14 januari 2020). Deze notitie vormt een toelichting op de berekening. INVOERGEGEVENS AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Naast de bronnen van de gebouwen en mobiele werktuigen dienen ook de verkeersbewegingen op en van en naar het terrein in de berekeningen meegenomen te worden. Conform jurisprudentie dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.
De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat het gebouw gasloos wordt uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Ten behoeve van de verkeersgeneratie van de woningen en de werkzaamheden zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeelding 1).
-
Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)
In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op realistische aannames.
Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie Mobiel Vermogen
Belasting
Draaiuren
Emissiefactor
Emissie
Bouwjaar
werktuig
in kW
per jaar
in gr/kWh
kg/jr.
materiaal
Graafmachine
200
60%
8
2,9
2,78
>=2011
Betonstorter
200
50%
4
3,6
1,44
>=2011
Hijskraan
200
50%
8
3,6
2,88
>=2011
Betonpomp
200
50%
8
3,6
2,88
>=2011
Heistelling
200
50%
4
3,6
1,44
>=2011
Totale emissie
-
9,98
Werkverkeer (bron 2)
Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per jaar. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op realistische aannames. -
licht verkeer 100 ritten/jaar;
-
middelzwaar 20 ritten/jaar;
-
zwaar verkeer 4 ritten/jaar.
Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van figuur 6.1 van de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2019’ (zie tabel 2). Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen
- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen
Middelzware motorvoertuigen
- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen
Zware motorvoertuigen
-vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger
De totale emissie van het werkverkeer bedraagt minder dan een kilo NOx/jr. -
Verkeersgeneratie appartementen (bron 3)
In het model is het verkeer van en naar het gebouw opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruik gemaakt van de kencijfers voor vrijstaande koopwoningen (8,2 ritten per woning). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met 8,2 ritten per etmaal. De totale emissie van de verkeersgeneratie van de woning bedraagt ongeveer 0,2 kg NOx/jr. De totale emissie van het project bedraagt ongeveer 10,25 kg NOx/jr.
datum 14-01-2020
projectnummer 856.31.50.00.00
2
Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (14 januari 2020). Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.
Afbeelding 1 - AERIUS model
REKENRESULTATEN EN CONCLUSIE De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit pdf bestand is als bijlage opgenomen.
Afbeelding 2 - Rekenresultaat
ECOLOGISCHE BEOORDELING Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig. datum 14-01-2020
projectnummer 856.31.50.00.00
3
Bijlage 1
datum 14-01-2020
projectnummer 856.31.50.00.00
4
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. ReQTZ9Xwqmbh (20 januari 2020) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
P. van Haaster
Zilkberbinnenweg 14, 2191AC De Zilk
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14
ReQTZ9Xwqmbh
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
20 januari 2020, 21:36
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
10,25 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Aanleg van een woning
Situatie 1
ReQTZ9Xwqmbh (20 januari 2020) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
9,98 kg/j
Werkverkeer woningen Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Verkeersgeneratie woningen Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Aanleg Woningen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Resultaten
Situatie 1
ReQTZ9Xwqmbh (20 januari 2020) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx
Voertuig
Omschrijving
AFW
Brandstof verbruik (l/j)
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
Graafmachine 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
2,78 kg/j
AFW
Betonstorter 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
1,44 kg/j
AFW
Hijskraan 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
2,88 kg/j
AFW
Heistelling 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
1,44 kg/j
AFW
Betonpomp 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx
1,44 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Aanleg Woningen 96744, 478114 9,98 kg/j
Soort
Voertuig
Standaard
Werkverkeer woningen 96662, 478056 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
100,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
20,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
4,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
ReQTZ9Xwqmbh (20 januari 2020) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Situatie 1
Verkeersgeneratie woningen 96660, 478056 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
9,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
ReQTZ9Xwqmbh (20 januari 2020) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200113_49aab7f583 Database versie 49aab7f583 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
ReQTZ9Xwqmbh (20 januari 2020) pagina 6/6
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
Bijlage 5 De Watertoets
41
datum 5-6-2018 dossiercode 20180605-13-18020 Op basis van de gegeven antwoorden concluderen wij dat wij een waterbelang hebben bij uw plannen. Wij verzoeken u om uw plannen in te dienen bij ruimtelijkeplannen@rijnland.net. Mogelijk nemen wij contact met u op. Indien u wenst kunt u zelf ook contact opnemen met de afdeling Plantoetsing & vergunningsverlening van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Wij verzoeken u te controleren of de in onze legger vastgelegde watergangen en waterkeringen overeenkomen met de bestemming in uw verbeelding en deze eventueel aan te passen. De gegevens hiervan zijn te vinden op http://rijnland.esri.nl/legger/ en http://rijnland.esri.nl/keringen. De WaterToets 2017
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
44
bestemmingsplan Zilkerbinnenweg 14 eo
Bijlage 6 Akoestisch onderzoek
45
A k oe s ti sch on d er z o e k Zi l k erb in n en w eg on g . De Zi l k
A k oe s ti sch on d er z o e k Zi l k erb in n en w eg on g . De Zi l k
Inhoud
Rapport met bijlagen
23 juli 2018 Projectnummer 856.31.50.00.00 / 856.32.50.00.00
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Situatie
4
3
Wet geluidhinder
5
3.1
Wegverkeerslawaai
5
3.1.1
Zones
5
3.1.2
Normstelling en ontheffing
6
3.1.3
Binnenwaarde
7
3.1.4
Dove gevels
7
3.1.5
Aftrek artikel 110g
7
3.2
Cumulatie
7
4
Rekenmethode
8
5
Uitgangspunten
9
5.1
Fysieke gegevens
9
5.2
Verkeersgegevens
9
6
7
Berekening en toetsing
10
6.1
Wegverkeerslawaai
10
6.2
Toetsing wegverkeerslawaai
10
6.3
Cumulatie
11
Conclusie en samenvatting
12
Bijlagen
Akoestisch onderzoek Zilkerbinnenweg ong. De Zilk - 23 juli 2018
1
Inleiding In opdracht van de heer P. van Haaster heeft BügelHajema Adviseurs b.v. een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting van de gevels van de te realiseren woning op het perceel Zilkerbinnenweg ong. De Zilk in de gemeente Noordwijkerhout. De Wet geluidhinder beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een woning of een geluidsgevoelig object gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidszone. De nieuw te realiseren woning bevindt zich binnen de geluidszones van de Delfweg en Zilkerbinnenweg. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevel van de woning en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van de woning valt buiten het kader van dit onderzoek. Daarbij is er van uitgegaan dat de woning wordt gerealiseerd in de rooilijn van de reeds bestaande woningen langs de Zilkerbinnenweg. Het akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMG 2012). De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in de voorliggende rapportage.
Akoestisch onderzoek Zilkerbinnenweg ong. De Zilk - 23 juli 2018
3
2
Situatie Het initiatief heeft betrekking op de locatie gelegen aan de Zilkerbinnenweg in De Zilk in de gemeente Noordwijkerhout. Voor deze locatie worden plannen voorbereid waarbij de realisatie van een woning mogelijk wordt gemaakt. De volgende afbeelding geeft de voorgenomen situering van de te realiseren woning.
Figuur 1. Woningbouwlocatie in rood weergegeven
Akoestisch onderzoek Zilkerbinnenweg ong. De Zilk - 23 juli 2018
4
3
Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder dient met betrekking tot de geluidsbelasting van een (spoor)weg de LAeq over alle perioden van 07.00-19.00 uur, van 19.00-23.00 uur en van 23.00-07.00 uur te worden bepaald. De Lden is de logaritmisch gemiddelde waarde van de berekende geluidsbelasting in genoemde dag-, avond- en nachtperiode, waarbij gebruik wordt gemaakt van een ‘energetische’ middeling. Een en ander volgens de formule:
De Wet geluidhinder geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidsbelasting op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. De definitie van een gevel luidt: ‘De bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of onderwijsgebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB’. De berekende geluidsniveaus worden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal zoals aangegeven in artikel 1.3.1 van het RMG 2012.
3.1
Wegverkeerslawaai
3.1.1 Zones De Wet geluidhinder (Wgh) richt zich wat betreft wegverkeerslawaai op de zogenaamde zoneringsplichtige wegen. In principe zijn alle wegen zoneringsplichtig behalve: -
wegen die deel uitmaken van een woonerf (art. 74.2a);
-
wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74. 2b).
Langs zoneringsplichtige wegen is een geluidszone gelegen waarvan de breedte wordt bepaald door het aantal rijstroken alsmede de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied conform artikel 74 van de Wet geluidhinder. Indien wordt gebouwd binnen de geluidszone, verplicht de Wet geluidhinder door middel van akoestisch onderzoek aandacht te besteden aan de geluidssituatie. Het stedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en
Akoestisch onderzoek Zilkerbinnenweg ong. De Zilk - 23 juli 2018
5
verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’
Het buitenstedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’
In onderstaande tabel zijn de zonebreedtes opgenomen. Tabel 1. Zonebreedtes wegverkeer Aard gebied
Aantal rijstroken
Zonebreedte ter weerszijden van de weg
stedelijk
1 of 2
200 m
3 of meer
350 m
1 of 2
250 m
3 of 4
400 m
5 of meer
600 m
buitenstedelijk
De in de nabijheid van het plangebied gelegen Delfweg en Zilkerbinnenweg kennen een maximum snelheid van 60 km/uur, zijn uitgevoerd met twee rijstroken en zijn gelegen in buitenstedelijk gebied. Deze wegen kennen derhalve een zone van 250 m. De te realiseren geluidsgevoelige bebouwing ligt binnen de zone van deze wegen en er dient daarom akoestisch onderzoek plaats te vinden. 3.1.2 Normstelling en ontheffing Behoudens situaties waarbij door Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor geluidsgevoelige objecten binnen een zone een ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB als geluidsbelasting op de gevel. Bij het voorbereiden van een plan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op grond behorende bij een zone, dienen burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek in te stellen. Indien nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden blootgesteld aan een geluidsbelasting hoger dan 48 dB, is het noodzakelijk dat een verzoek tot het mogen toestaan van een hogere waarde wordt ingediend. De maximale ontheffingsgrenswaarde voor nog te realiseren geluidsgevoelige bebouwing gelegen in buitenstedelijk gebied bedraagt 53 dB. In binnenstedelijk gebied bedraagt deze waarde 63 dB. De locatie is buitenstedelijk gelegen. Bij een eventuele ontheffing moeten de mogelijkheden tot het treffen van maatregelen worden onderzocht en afgewogen.
Bij de afweging van de te treffen maatregelen moet rekening worden gehouden met de noodzaak van een veilige verkeersafwikkeling. Ook moet rekening worden gehouden met de inpasbaarheid van de maatregelen in het landschap en de kosten van de maatregelen. Bovendien moeten te plaatsen geluidsbeperkende voorzieningen voldoende doelmatig zijn (art. 110a lid 5 Wgh).
Akoestisch onderzoek Zilkerbinnenweg ong. De Zilk - 23 juli 2018
6
3.1.3 Binnenwaarde Indien geen of onvoldoende maatregelen ter beperking van de gevelbelasting (kunnen) worden getroffen, dient het binnenklimaat te worden beschermd. De geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie dient hierop te zijn afgestemd. Voor geluidsgevoelige bebouwing is dit geregeld in het Bouwbesluit. De karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht moet, ter beperking van geluidhinder in het verblijfsgebied, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die uitwendige scheidingsconstructie en 33 dB. 3.1.4 Dove gevels Gevels die geen te openen delen bevatten, zijn niet geluidsgevoelig en worden dove gevels genoemd. Voor dergelijke gevels hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld. Wel moet bij de bouw de geluidwering van de gevels zodanig zijn dat de wettelijke maximale binnenwaarden worden gerespecteerd. 3.1.5 Aftrek artikel 110g Met het oog op de verwachting dat de geluidproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen door technische ontwikkelingen en aanscherping van typekeuringen, mag een aftrek worden gehanteerd op de berekende geluidsbelastingen alvorens deze aan de wettelijke grenswaarden worden getoetst (art. 110g Wgh). De aftrek bedraagt: -
Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of hoger is geldt een aftrek van:
-
-
4 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 57 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;
-
3 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 56 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;
-
2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting.
Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen lager is dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB.
Bij toetsing van het binnenniveau van geluidsgevoelige bebouwing moet worden gerekend met een gevelbelasting zonder aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder.
3.2
Cumulatie
De beoordeling van de geluidssituatie vindt afzonderlijk plaats voor de onderscheidbare zoneringsplichtige wegen. Cumulatie van meerdere geluidsbronnen mag echter niet leiden tot een onaanvaardbare situatie (art 110f Wgh). Het RMG 2012 geeft in hoofdstuk 2 van bijlage 1 aan dat er alleen sprake kan zijn van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden. Voorgeschreven wordt verder dat moet worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met samenloop bij de te treffen maatregelen. Hiermee wordt rekening gehouden in die zin dat de cumulatie wordt betrokken bij het beoordelen van de gevelwering van de geluidsgevoelige bebouwing.
Akoestisch onderzoek Zilkerbinnenweg ong. De Zilk - 23 juli 2018
7
4
Rekenmethode Akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder dient plaats te vinden overeenkomstig het RMG 2012, de regeling als bedoeld in artikel 110d en e (Wgh). Bijlage III bij dit voorschrift geeft twee rekenmethoden weer: -
Standaard Rekenmethode I, gebaseerd op een vereenvoudiging van de situatie waarbij de weg bij benadering recht is en de invoergegevens zoals de verkeersintensiteiten en de hoogteverschillen in de weg geen belangrijke variaties vertonen.
-
Standaard Rekenmethode II, bedoeld voor de meer complexe situaties die niet voldoen aan de randvoorwaarden voor de Standaard Rekenmethode I.
De onderhavige situatie is te complex om met rekenmethode I te kunnen berekenen. Dit maakt het gebruik van Standaard Rekenmethode II noodzakelijk. Voor het uitvoeren van de methode II berekeningen van het wegverkeer is gebruik gemaakt van het computerprogramma Winhavik versie 8.51. Hiertoe is de situatie gedigitaliseerd. In het invoermodel worden rijlijnen ingebracht, reflecterende bodemgebieden, hoogtelijnen, gebouwen en eventueel schermen. De rijstroken zelf, de zijwegen, waterpartijen en andere verharde oppervlakken zijn beschouwd als reflecterende bodemgebieden, de overige gebieden als absorberend. Bij de berekeningen zijn verder de volgende uitgangspunten en rekenparameters gehanteerd: − aantal reflecties:
maximaal 1 stuks;
− openingshoek:
2 graden;
− bodemfactor:
0 (harde bodem), vervolgens zijn alle bodemoppervlakten in het rekenmodel geïmporteerd en voorzien van een bodemfactor.
De aftrek op grond van artikel 110g Wgh en het Europees bronbeleid op de berekende geluidsbelasting is in het rekenmodel verdisconteerd in de groepsreductie. Op de gevel van de betreffende geluidsgevoelige bebouwing worden zo nodig waarneempunten gelegd op verschillende hoogten afhankelijk van de hoogte van het betreffende gebouw en of het een geluidsgevoelige functie betreft (1,8 en 4,5 meter boven maaiveld. De invoergegevens van het opgestelde Standaard Rekenmethode II rekenmodel, alsmede de grafische weergaven daarvan zijn als bijlagen bij dit onderzoek toegevoegd. De rekenresultaten worden besproken in hoofdstuk 6.
Akoestisch onderzoek Zilkerbinnenweg ong. De Zilk - 23 juli 2018
8
5
Uitgangspunten 5.1
Fysieke gegevens
Ten behoeve van het onderhavige onderzoek is gebruik gemaakt van door de opdrachtgever verstrekte ondergronden. De overige ten behoeve van de modellering benodigde gegevens met betrekking tot terreingesteldheid en gebouwen zijn met behulp van Google Streetview geïnventariseerd dan wel door opdrachtgever aangeleverd.
5.2
Verkeersgegevens
De verkeersgegevens van de Zilkerbinnenweg zijn verkregen van de gemeente Noordwijkerhout en betreffen tellingen uit 2013. Deze verkeersgegevens zijn weergegeven in onderstaande tabel 2 en opgenomen in bijlage 2. Bij de berekeningen is rekening gehouden met een groei van 1,5 % per jaar. De verkeersgegevens van de Delfweg zijn verkregen uit het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Delfweg e.o.”. Hierin is een prognose voor deze weg opgenomen voor 2023. Deze prognose is gecorrigeerd naar 2030. Per wegvak is behalve de etmaalintensiteit van belang hoe het verkeer verdeeld is tussen dag-, avond- en nachturen. Bovendien is de verdeling van de aantallen en snelheden per voertuigcategorie uitgesplitst. De voertuigcategorieën worden hierbij als volgt ingedeeld: -