Welke richtafstand vanaf een Plattelandswoning
Tekst van het document
1. Welke richtafstand vanaf een Plattelandswoning (PLW) tot bollengebied is acceptabel? Antwoord: De VNG publicatie “Bedrijven en Milieuzonering” geeft hiervoor geen specifieke richtafstanden. Vanwege het gebruik van bestrijdingsmiddelen die gebruikt worden in de bollenteelt, wordt in de regel een zone van 50 meter aangehouden tussen een agrarische functie waar bestrijdingsmiddelen worden gebruikt en tussen gevoelige functies, zoals scholen of woningen. Dit is wel afhankelijk van het gegeven of een locatie planologisch gezien in een gemengd of niet gemengd gebied ligt. Bij een richtafstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van de bewoners. Uit onderzoek uitgevoerd door het RIVM is gebleken dat er geen gezondheidsproblemen naar voren zijn gekomen die samenhangen met het wonen in de nabijheid van bollenteelt. Het uitgevoerde onderzoek, dat behoort gedaan te worden bij het opstellen van een bestemmingsplan, geeft aan dat de ontwikkeling van de woonbestemming bij de in het plan genoemde locaties aanvaardbaar wordt geacht. Ondanks deze aanvaardbaarheid wordt toch wel geadviseerd om voor de zekerheid ook mitigerende maatregelen te treffen. 2.
Welke normering dient daarbij te worden aangehouden? Antwoord: In Nederland moeten alle toegestane gewasbeschermingsmiddelen afzonderlijk voldoen aan de normen die zijn gesteld door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Het toezicht op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ligt bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Op basis van Europese regelgeving is op nationaalniveau bepaald welke gewasbeschermingsmiddelen toegestaan zijn. De Toekomstvisie Gewasbeschermingsmiddelen 2030 van het Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit voorziet in een trendbreuk door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zoveel als mogelijk terug te brengen. Daar waar zulke middelen toch nog nodig zijn is het de ambitie dat er in 2030 bijna geen emissie naar de omgeving is en voedselproducten bijna geen residuen bevatten. Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen met tuinen.
Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van teeltgrond wordt bij de besluitvorming inzake ruimtelijke ordening meestal een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 m aan te houden tussen teeltgrond en een gevoelige bestemming of functie. Een verantwoorde afstand hangt onder meer af van het soort teelt ter plaatse en de plaatselijke omstandigheden. Drift afkomstig uit bijvoorbeeld een professionele appelof perenboomgaard is door de aard van de bespuitingen, met name op- en zijwaarts
gericht machinaal (onder hoge druk) spuiten en hoge spuitfrequentie, veel intensiever dan bijvoorbeeld bij bespuitingen in de lage teelt. Verder kan rekening worden gehouden met de vanaf 2018 op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht gestelde drift reducerende spuittechnieken. Daarmee gelden thans strengere normen dan ten tijde van het tot stand komen van de hiervoor genoemde richtafstand. Voor het betrokken bestuursorgaan bestaat zowel bij toepassing als afwijking van deze afstand een onderzoeksplicht. Een kortere afstand is mogelijk, mits voorzien van een deugdelijke motivering. Op dit moment is er geen consensus aanwezig over de mogelijke effecten van bestrijdingsmiddelen op de gezondheid van aanwezige personen. Er is nog geen duidelijkheid welk rekenmodel gehanteerd kan worden en welke richtafstand bij welke teelt voldoende kan worden geacht. Veiligheidshalve, totdat hier meer duidelijkheid over is wordt bij voorkeur een richtafstand van maximaal 50 meter aangehouden of minder bij het nemen van mitigerende maatregelen of dat de locatie ligt in een gemengd gebied. 3.
Is een eventuele normering gebaseerd op (uitvoerings-)wetgeving en/of jurisprudentie? Antwoord: Bij het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de bollenteelt wordt aangesloten bij de jurisprudentie over fruitteelt waar net als bij bollenteelt relatief veel gebruik wordt gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Ook In jurisprudentie bij fruitteelt wordt in nieuwe situaties een spuitvrije zone van 50 meter aangehouden. Een kortere afstand is mogelijk, mits dit voldoende wordt onderbouwd. 4. Wordt bij de normering ook rekening gehouden met spuittechnieken en/of windrichting bij het toepassen van gewasbescherming? Antwoord: Bij de beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing kan afgeweken worden van de richtafstand van 50 meter, mits dit voldoende wordt onderbouwd in het bestemmingsplan en ter plaatse van de nieuwe of gewijzigde woningen sprake is van een voldoende woon- en leefklimaat. Bij deze onderbouwing wordt aandacht besteedt aan de volgende punten: - Aandacht voor de planologische situatie. - Aandacht voor de feitelijke situatie, inclusief de aard van de gevoelige bestemming. - Bespreking van de toepassing zijnde regelgeving. (Wet gewasbeschermingsmiddelen, activiteitenbesluit, waterwet) - Aandacht voor de invloed van de heersende windrichting. - Een bespreking van de mogelijkheden om spuitzonering toe te passen (b.v.
een 50-meter-contour) - Mogelijke drift-reducerende voorzieningen in het overdrachtsgebied, zoals het plaatsen van een groene haag.