Verschillen analyse op de financiële verordening 2019-2021
Tekst van het document
Bijlage 1 Verschillen analyse op de financiële verordening Onderwerp Planning- & Controlcyclus
Financiële verordening 2019
Financiële verordening 2021
Fin Verschillen
2.1 Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college van
2.1 Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college van
Tekstueel: kadernota is vervangen door perspectiefnota.
burgemeester en wethouders de raad ter kennisname een planning
burgemeester en wethouders de raad ter kennisname een planning
aan met daarin de data voor de aanbieding / vaststelling van de
(spoorboekje) aan met daarin de data voor de aanbieding /
kadernota, de begroting met investeringsplan en
vaststelling van de perspectiefnota, de begroting met
meerjarenbegroting, de tussentijdse rapportages en de jaarstukken
investeringsplan en meerjarenbegroting, de tussentijdse
(spoorboekje). Kaders begroting
3.1 Het college van burgemeester en wethouders biedt de
rapportages en de jaarstukken. 3.1 Het college biedt de gemeenteraad in de Perspectiefnota een
gemeenteraad in de Kadernota een voorstel aan over de financiële
voorstel aan over de financiële en de beleidskaders voor de
en de beleidskaders voor de volgende meerjarenbegrotingsperiode.
volgende meerjarenbegrotingsperiode. De gemeenteraad stelt de
De gemeenteraad stelt de kaders vast.
kaders vast.
3.2 De ramingen in de ontwerpbegroting zijn gebaseerd op de
Artikel 3.2 is komen te vervallen omdat dit overbodig is.
bestaande meerjarenbegroting, met daarin opgenomen de begrotingsuitgangspunten voor het komende jaar, geactualiseerde areaalgegevens, nieuwbeleid, en de ontwikkelingen van uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de effecten van de jaarrekening. 3.3 Waar meerjarig onderhoudsplannen door de raad zijn vastgesteld, worden die als basis gehanteerd voor de ramingen van de onderhoudsbudgetten in de ontwerpbegroting. 3.4 In de begroting wordt een post onvoorzien incidenteel van € 130.000,- en een post onvoorzien structureel van € 50.000,opgenomen. Programma indeling
4.1 De raad stelt bij aanvang van de nieuwe raadsperiode de
3.2 Waar meerjarig onderhoudsplannen door de raad zijn vastgesteld, worden die als basis gehanteerd voor de ramingen van de onderhoudsbudgetten in de ontwerpbegroting. 3.3 In de begroting wordt een post onvoorzien incidenteel van € 130.000,- en een post onvoorzien structureel van € 50.000,opgenomen. 4.1 De raad stelt bij aanvang van de nieuwe raadsperiode de
programma-indeling van de begroting en de jaarstukken voor die
programma-indeling van de begroting en de jaarstukken voor die
raadsperiode vast.
raadsperiode vast.
4.2 De raad stelt bij aanvang van de nieuwe raadsperiode van de door
Artikel 4.2 is komen te vervallen. Zo maken we de administratie
het college aan de programma’s toegewezen producten vast. 4.3 De raad stelt per programma de beleidsindicatoren vast. De
flexibeler, zodat er tussentijds producten kunnen worden 4.2 De raad stelt per programma’s de beleidsindicatoren vast. De
programma bevatten ten minste de verplichte beleidsindicatoren,
programma bevatten ten minste de verplichte beleidsindicatoren,
bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting
bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting
toegevoegd en verwijderd om budgetten inzichtelijker te krijgen.
Onderwerp en verantwoording provincies en gemeenten.
en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
4.4 De raad stelt bij aanvang van de nieuwe raadsperiode vast over
4.3 De raad stelt bij aanvang van de nieuwe raadsperiode vast over
welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte
welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte
paragrafen in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil
paragrafen in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil
worden geïnformeerd. De inhoud van de verplichte paragrafen
worden geïnformeerd. De inhoud van de verplichte paragrafen
bevat minimaal de onderdelen zoals genoemd in het Besluit
bevat minimaal de onderdelen zoals genoemd in het BBV.
begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Inrichting begroting en jaarrekening
5.1 Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de
geraamde lasten en baten weergegeven en bij de jaarstukken
worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en
worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en
baten weergegeven.
5.2 Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
een overzicht van nieuw voorgenomen investeringen voor een
een overzicht van nieuw voorgenomen investeringen voor een
periode van vier jaren weergegeven: het investeringsplan.
periode van vier jaren weergegeven: het investeringsplan.
5.3 Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
5.3 Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV
aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV
inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg
inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg
van de begroting, de meerjarenramingen en investeringen en
van de begroting, de meerjarenramingen en investeringen en
5.4 In de jaarrekening wordt inzicht gegeven in de financiële positie van de gemeente op balansdatum einde jaar. 5.5 In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten weergegeven.
grondexploitatie. 5.4 In de jaarrekening wordt inzicht gegeven in de financiële positie van de gemeente op balansdatum einde jaar. 5.5 In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten weergegeven.
6.1 De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale
6.1 De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale
begrotingen, -
lasten en baten per programma en het overzicht van de algemene
lasten en baten per programma en het overzicht van de algemene
wijzigingen en
dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en
dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en
investerings-
onvoorzien.
kredieten
Geen wijzigingen
baten en ten minste de verplichte beleidsindicatoren weergegeven.
5.2 Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
grondexploitatie.
Autorisatie
5.1 Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de
geraamde lasten en baten weergegeven en bij de jaarstukken
onvoorzien.
6.2 Bij de begrotingsbehandeling biedt het college de raad tevens het
6.2 Bij de begrotingsbehandeling biedt het college de raad tevens het
investeringsplan voor de komende vier jaar aan, met het voorstel
investeringsplan voor de komende vier jaar aan, met het voorstel
om met dit plan in te stemmen. Voor elk voornemen wordt op een
om met dit plan in te stemmen. Voor elk voornemen wordt op een
later tijdstip een afzonderlijk voorstel voor autorisatie van het
later tijdstip een afzonderlijk voorstel voor autorisatie van het
investeringskrediet aan de raad aangeboden.
investeringskrediet aan de raad aangeboden.
6.3 Voor de in het investeringsplan opgenomen
6.3 Voor de in het investeringsplan opgenomen
Artikel 6.3 is aangepast. De grens van € 100.000,- voor kleine
Onderwerp investeringsvoornemens van het eerstvolgende begrotingsjaar,
investeringsvoornemens van het eerstvolgende begrotingsjaar
investeringen welke bij de begroting direct worden vastgesteld
kleiner dan € 100.000,- wordt bij vaststelling van de begroting een
wordt bij vaststelling van de begroting een voorstel gedaan om deze
wordt losgelaten. Alle investeringskredieten worden nu gelijktijdig
voorstel gedaan om deze investeringskredieten tegelijk met de
investeringskredieten tegelijk met de vaststelling van de begroting
met de begroting vastgesteld met uitzondering van politiek
vaststelling van de begroting beschikbaar te stellen.
beschikbaar te stellen met uitzondering van politiek gevoelige
gevoelige investeringen.
investeringen. 6.4 Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het
6.4 Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het
college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde
college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde
budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het
budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het
beleid.
beleid. 6.5 Het college is bevoegd om de begrote lasten en begrote baten van
Door de artikelen 6.5 en 6.6 toe te voegen wordt uitvoering gegeven
een programma te overschrijden tot € 50.000,- waarbij de
aan de door de accountant genoemde bevinding.
autorisatie door de raad plaats vindt in de eerstvolgende
In het accountantsverslag is de volgende bevinding door de
tussenrapportage van het begrotingsjaar of via een afzonderlijk
accountant gemaakt:
voorstel aan de raad.
Een belangrijk deel van de geconstateerde kredietoverschrijdingen
6.6 Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht, dat
hebben betrekking op kleine budgetoverschrijdingen. Wij geven u in
geautoriseerde investeringskredieten met meer dan € 75.000,- of
overweging om een drempelbedrag op te nemen, waarvoor het
minimaal 25% - met een ondergrens van € 10.000,- dreigen te
college alleen een informatieplicht aan de raad heeft om
overschrijden. Onder deze grens is het college bevoegd om te
overschrijdingen van reeds toegekende kredieten te meld.
overschrijden. 6.7 Niet in de begroting geraamde aanwendingen van
6.5 Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
Artikel 6.7:
bestemmingsreserves tot € 25.000,- binnen een specifiek doel van
Om er voor te zorgen dat kleine onttrekkingen uit
de bestemmingsreserve, behoeven niet vooraf aan de raad te
bestemmingsreserves niet het gehele bestuurlijke proces moeten
worden gemeld, tenzij bij de instelling van de reserve en / of
volgen is artikel 6.7 toegevoegd. Hierdoor kan sneller worden
begroting anders is afgesproken.
gehandeld en zal de administratieve last afnemen.
6.8 Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf
vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf
aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met
aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met
een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de
een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de
raad voor. Bij investeringen groter dan € 1.000.000,- informeert het
raad voor. Bij investeringen groter dan € 1.000.000,- informeert het
college de raad in het voorstel over het effect van de investering op
college de raad in het voorstel over het effect van de investering op
de schuldpositie van de gemeente.
de schuldpositie van de gemeente.
Onderwerp Tussentijdse
7.1 Op de tijdstippen als bedoeld in de planning in artikel 2 informeert
7.1 Op de tijdstippen als bedoeld in de planning in artikel 2 informeert
rapportage
het college de raad door middel van tussentijdse rapportages
het college de raad door middel van tussentijdse rapportages
(Voorjaarsnota, Najaarsnota en de Decembernota) over de realisatie
(Voorjaarsnota, Najaarsnota) over de realisatie van de begroting in
van de begroting in de voorliggende maanden van het lopende
de voorliggende maanden van het lopende boekjaar.
Artikel 7.1: Decembernota is komen te vervallen. In de nieuwe P&C cyclus is geen Decembernota meer opgenomen.
boekjaar. 7.2 De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering
7.2 De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering
en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde
en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde
raming van:
raming van:
a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar producten;
a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar producten;
b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen inclusief overhead,
b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen inclusief overhead,
vennootschapsbelasting en onvoorzien; c. het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de onderdelen a en b; d. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; en e. het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d, alsmede de realisatie
vennootschapsbelasting en onvoorzien; c. het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de onderdelen a en b; d. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; en e. het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d, alsmede de realisatie
en raming van de uitputting van de investeringskredieten.
en raming van de uitputting van de investeringskredieten.
7.3 In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de
7.3 In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de
oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van elk
oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van elk
programma en van de investeringskredieten toegelicht.
programma en van de investeringskredieten toegelicht.
7.4 Periodieke voortgangsrapportages over grootschalige niet cyclische
7.4 Periodieke voortgangsrapportages over grootschalige niet cyclische
investeringsprojecten met een krediet van meer dan € 5 miljoen
investeringsprojecten met een krediet van meer dan € 5 miljoen
worden eens per kwartaal opgesteld en aan het college
worden eens per kwartaal opgesteld en aan het college
aangeboden.
aangeboden.
7.5 Indien biedt het college in december van elk kalenderjaar de raad
Artikel 7.5: Artikel kan vervallen. In de nieuwe P&C cyclus is geen Decembernota
een nota (genoemd de Decembernota), waarin wordt voorgesteld
meer opgenomen.
om voor de afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van baten en lasten een begrotingswijziging vast te stellen. Informatieplicht
8.1 Het college hanteert een actieve informatieplicht naar de raad toe; met name situaties met politiek bestuurlijke relevantie.
8.1 Het college hanteert een actieve informatieplicht naar de raad toe; met name situaties met politiek bestuurlijke relevantie.
8.2 Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas
8.2 Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas
een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen
een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen
en bedenkingen ter kennis van het college te brengen van:
en bedenkingen ter kennis van het college te brengen van:
Geen wijzigingen
Onderwerp a.
aankoop en verkoop van goederen en diensten;
a.
aankoop en verkoop van goederen en diensten;
b.
nieuwe meerjarige verplichtingen;
b.
nieuwe meerjarige verplichtingen;
c.
niet eerder bij de begroting opgenomen
c.
niet eerder bij de begroting opgenomen
investeringskredieten; d.
strategische aan- en verkopen groter dan het bedrag zoals genoemd
investeringskredieten; d.
in de raad vastgestelde nota Grondbeleid;
Jaarstukken
het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties;
e.
het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties;
f.
het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen.
f.
het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen.
9.1 Het college legt jaarlijks aan de raad verantwoording af door middel
9.1 Het college legt jaarlijks aan de raad verantwoording af door middel
van het jaarverslag en de jaarrekening. In de jaarstukken worden in
van het jaarverslag en de jaarrekening. In de jaarstukken worden in
elk geval verschillen toegelicht die groter zijn dan € 100.000,- ten
elk geval verschillen toegelicht die groter zijn dan € 100.000,- ten
opzichte van de raming.
opzichte van de raming.
accountantsonderzoek de kaders vast voor de uitvoering van de
accountantscontrole.
accountantscontrole.
9.3 Het college actualiseert jaarlijks het normenkader en stelt een
9.3 Het college actualiseert jaarlijks het normenkader en stelt een
overzicht vast van de in het controlejaar geldende wet- en
overzicht vast van de in het controlejaar geldende wet- en
regelgeving. Het normenkader wordt ter informatie aan de raad
regelgeving. Het normenkader wordt ter informatie aan de raad
aangeboden.
aangeboden.
10.1 Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen
10.1 Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen
het collectieve aandeel van de gemeenten in het EMU-tekort,
het collectieve aandeel van de gemeenten in het EMU-tekort,
bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare
bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare
overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college
overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college
de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college
de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college
een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het
een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het
afschrijvingsbeleid
11.1 De raad stelt eens in de 4 jaar de nota investerings- en
Geen wijzigingen
9.2 De raad stelt in het controleprotocol voor het
accountantsonderzoek de kaders vast voor de uitvoering van de
wijzigen van de begroting. Investerings- en
in de raad vastgestelde nota Grondbeleid;
e.
9.2 De raad stelt in het controleprotocol voor het
EMU-saldo
strategische aan- en verkopen groter dan het bedrag zoals genoemd
Geen wijzigingen
wijzigen van de begroting. 11.1 De raad stelt eens in de 4 jaar de nota investerings- en
afschrijvingsbeleid vast. Hierin worden de kaders aangegeven welke
afschrijvingsbeleid vast. Hierin worden de kaders aangegeven welke
investeringen worden geactiveerd en welke niet, en welke
investeringen worden geactiveerd en welke niet, en welke
afschrijvingsmethode wordt gehanteerd.
afschrijvingsmethode wordt gehanteerd.
Geen wijzigingen
Onderwerp Voorzieningen voor
12.1 Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen, rechten en
12.1 Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen, rechten en
oninbare
heffingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter
heffingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter
vorderingen
grootte van het historisch percentage van oninbaarheid, rekening
grootte van het historisch percentage van oninbaarheid, rekening
houdend met eventuele noodzakelijke correcties op grond van
houdend met eventuele noodzakelijke correcties op grond van
inschattingen ten aanzien van de oninbaarheid.
inschattingen ten aanzien van de oninbaarheid.
12.2 Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
12.2 Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op
oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op
oninbaarheid van de openstaande vorderingen, ouder dan 12
oninbaarheid van de openstaande vorderingen, ouder dan 12
maanden. Reserves en voorzieningen
Kostprijsbepaling
maanden.
13.1 Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en
13.1 Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en
voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en
voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en
behandeld in ieder geval de volgende onderdelen:
behandelt in ieder geval de volgende onderdelen:
a. de vorming en besteding van reserves;
a. de vorming en besteding van reserves;
b. de vorming en besteding van voorzieningen;
b. de vorming en besteding van voorzieningen;
c. de rentetoerekening aan de reserves en voorzieningen;
c. de rentetoerekening aan de reserves en voorzieningen;
13.2 Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor
13.2 Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor
een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:
Geen wijzigingen
een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:
a. het specifieke doel van de reserve;
a. het specifieke doel van de reserve;
b. de voeding van de reserve;
b. de voeding van de reserve;
c. de maximale hoogte van de reserve;
c. de maximale hoogte van de reserve;
d. de maximale looptijd van de investering / de reserve.
d. de maximale looptijd van de investering / de reserve.
13.3 Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen
13.3 Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen
binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een
binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een
investering, doet het college een voorstel aan de raad om de
investering, doet het college een voorstel aan de raad om de
bestemmingsreserve vrij te laten vallen en aan de algemene reserve
bestemmingsreserve vrij te laten vallen en aan de algemene reserve
toe te voegen.
toe te voegen.
14.1 Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en
14.1 Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en
heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en
heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en
goederen, werken en diensten die worden geleverd aan
goederen, werken en diensten die worden geleverd aan
overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel
overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel
Geen wijzigingen
Onderwerp van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening
van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening
worden naast directe kosten, de overheadkosten en de rente van de
worden naast directe kosten, de overheadkosten en de rente van de
inzet van vreemd vermogen , reserves en voorzieningen voor de
inzet van vreemd vermogen , reserves en voorzieningen voor de
financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
14.2 Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en
14.2 Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en
onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging
onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging
van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde
van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde
activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele
activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele
belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het
belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het
kwijtscheldingsbeleid.
kwijtscheldingsbeleid.
14.3 Voor de toerekening van de overheadkosten worden de
14.3 Voor de toerekening van de overheadkosten worden de
overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten
overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten
welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke
welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke
uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart
uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart
geadministreerd en in de desbetreffende verantwoording over de
geadministreerd en in de desbetreffende verantwoording over de
besteding toegerekend aan de activiteiten.
besteding toegerekend aan de activiteiten.
14.4 Voor de toerekening van de overheadkosten worden de
14.4 Voor de toerekening van de overheadkosten worden de
overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte
overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte
vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart
vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart
geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van
geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van
de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.
de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.
14.5 Voor de berekening van de tarieven van de heffingen en leges wordt
14.5 Voor de berekening van de tarieven van de heffingen en leges wordt
de overhead als volgt toegerekend aan de verschillende taakvelden:
de overhead als volgt toegerekend aan de verschillende taakvelden:
totale kosten overhead (taakveld 004) / totale omzet begroting
totale kosten overhead (taakveld 004) / totale omzet begroting
exclusief reserves. Dat percentage wordt, eens in de 4 jaar
exclusief reserves. Dat percentage wordt, eens in de 4 jaar
berekend.
berekend.
14.6 In afwijking van het vierde lid wordt voor de toerekening van de overhead aan het grondbedrijf 68% over de toegerekende uren aan
14.6 In afwijking van het vierde lid wordt voor de toerekening van de overhead aan het grondbedrijf 68% over de toegerekende uren aan
Onderwerp de grondexploitaties in rekening gebracht. 14.7 Het percentage van de renteomslag voor de toerekening van de
de grondexploitaties in rekening gebracht. 14.7 Het percentage van de renteomslag voor de toerekening van de
rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld
rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld
in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.
in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.
Hierbij wordt gebruikt gemaakt van het renteschema zoals wordt
Hierbij wordt gebruikt gemaakt van het renteschema zoals wordt
uiteengezet in de notitie rente 2017 van de commissie BBV. De
uiteengezet in de notitie rente 2017 van de commissie BBV.
Artikel 14.7: De uitslag van de renteomslag wordt niet meer afgerond. Deze kan komen te vervallen.
uitkomst van dit percentage van de renteslag wordt op een half procent afgerond. 14.8 Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en
Artikel 14.8
voorzieningen in de renteomslag voor de kostprijsberekening als
Artikel kan vervallen. We rekenen geen rente meer toe aan reserves
bedoeld in het zevende lid, wordt jaarlijks met de begroting
en voorzieningen.
vastgesteld. 14.9 In afwijking van het eerste lid worden bij
Prijzen economische activiteiten
14.8 In afwijking van het eerste lid worden bij
vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties
vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties
alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de
alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de
kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de
kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de
werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt
werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt
uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de
uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de
portefeuille leningen.
portefeuille leningen.
15.1 Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
15.1 Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende
overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende
activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt,
activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt,
wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening
wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening
gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze
gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze
activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin
activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin
het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd.
het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd.
15.2. Bij het verstrekken van leningen of garanties aan
15.2. Bij het verstrekken van leningen of garanties aan
overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde
overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde
integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf
integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf
Geen wijzigingen
Onderwerp een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van
een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van
de lening of garantie wordt gemotiveerd.
de lening of garantie wordt gemotiveerd.
15.3 Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
15.3 Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een
overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een
vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de
vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de
verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een
verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een
voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.
kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.
15.4 Raadsbesluiten met de motivering van het publiekbelang als
15.4 Raadsbesluiten met de motivering van het publiekbelang als
bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van: a.
leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken
bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van: a.
van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor
van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor
zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de
zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de
uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b.
een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet
uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b.
opgedragen publiekrechtelijke taak; c.
leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken
een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend
een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;
c.
bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;
een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;
d.
een bevoordeling van sociale werkplaatsen;
d.
een bevoordeling van sociale werkplaatsen;
e.
een bevoordeling van onderwijsinstellingen;
e.
een bevoordeling van onderwijsinstellingen;
f.
een bevoordeling van publieke media-instellingen; en
f.
een bevoordeling van publieke media-instellingen; en
g.
een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
g.
een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie
staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie
en daarmee verenigbaar is.
en daarmee verenigbaar is.
Vaststelling hoogte
16.1 Het college doet de raad jaarlijks een voorstel ter vaststelling voor
16.1 Het college doet de raad jaarlijks een voorstel ter vaststelling voor
belastingen, rechten
de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen,
de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen,
en heffingen
rioolrechten, afvalstoffenheffing en overige leges.
rioolrechten, afvalstoffenheffing en overige leges.
16.2 De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen c.q. het
16.2 De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen c.q. het
wijzigen van bestaande prijzen worden ter kennisname aan de raad
wijzigen van bestaande prijzen worden ter kennisname aan de raad
aangeboden.
aangeboden.
Geen wijzigingen
Onderwerp Financieringsfunctie
17.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, ter kennisname een
17.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, ter kennisname een
nota Treasury aan. Het college stelt het statuut vast. 17.2 De nota Treasury bevat regels ten aanzien van de wijze waarop de
nota Treasury aan. Het college stelt het statuut vast. 17.2 De nota Treasury bevat regels ten aanzien van de wijze waarop de
financieringsfunctie wordt ingevuld en uitgevoerd. 17.3 Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
financieringsfunctie wordt ingevuld en uitgevoerd. 17.3 Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
voor: a.
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten
voor: a.
van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie
vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren; b.
zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en risico’s ten het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een
aanzien van participaties en garanties; c.
voldoende rendement op uitzettingen; d.
het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten
17.4 Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor: a.
van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad het beheersen van de aan de financieringsfunctie verbonden rente-,
vastgestelde kaders van de begroting te kunnen uitvoeren; b.
koers- en kredietrisico’s; c.
het zoveel mogelijk beperken van de kosten van geldleningen en het
Lokale Heffingen
het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten
c.
het zoveel mogelijk beperken van de kosten van geldleningen en het bereiken van voldoende rendement op uitzettingen;
d.
het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten
bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
18.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota lokale
18.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota lokale
heffingen aan. Weerstandsvermog en en
het beheersen van de aan de financieringsfunctie verbonden rente-, koers- en kredietrisico’s;
bereiken van voldoende rendement op uitzettingen; d.
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad
vastgestelde kaders van de begroting te kunnen uitvoeren; b.
het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor: a.
het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op uitzettingen;
d.
bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 17.4 Het college van burgemeester en wethouders draagt bij de
het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en risico’s ten
aanzien van participaties en garanties; c.
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad
vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren; b.
19.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota
Geen wijzigingen
Geen wijzigingen
heffingen aan ter vaststelling. 19.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota
Geen wijzigingen
Onderwerp Risicobeheersing
risicomanagement aan ter vaststelling. 19.2 Het college van burgemeester en wethouders stelt in de nota
risicomanagement aan ter vaststelling. 19.2 Het college stelt in de nota risicomanagement en
risicomanagement en weerstandsvermogen de kaders vast: de
weerstandsvermogen de kaders vast: de aanpak om de risico’s in
aanpak om de risico’s in beeld te brengen, de mogelijke
beeld te brengen, de mogelijke consequenties te beoordelen en te
consequenties te beoordelen en te bepalen hoe de risico’s worden
bepalen hoe de risico’s worden beheerst. Het weerstandsvermogen
beheerst. Het weerstandsvermogen vormt het vangnet om de
vormt het vangnet om de financiële gevolgen van risico’s op te
financiële gevolgen van risico’s op te kunnen vangen voor zover
kunnen vangen voor zover deze op basis van risicomanagement niet
deze op basis van risicomanagement niet zijn afgedekt.
zijn afgedekt.
19.3 Overeenkomstig de kaders rapporteert het college over de stand
19.3 Overeenkomstig de kaders rapporteert het college over de stand
van het weerstandsvermogen ten opzichte van de vastgestelde
van het weerstandsvermogen ten opzichte van de vastgestelde
norm. Het college doet zo nodig voorstellen tot bijstelling van het
norm. Het college doet zo nodig voorstellen tot bijstelling van het
weerstandsvermogen. Bedrijfsvoering
Onderhoud
weerstandsvermogen.
20.1 In de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting wordt, naast de
20.1 In de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting wordt, naast de
verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit
verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit
begroting en verantwoording provincies en gemeenten, ingegaan
begroting en verantwoording provincies en gemeenten, ingegaan
op de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In
op de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In
de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarstukken wordt
de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarstukken wordt
gerapporteerd over de bij de begroting bepaalde onderwerpen
gerapporteerd over de bij de begroting bepaalde onderwerpen
aangaande de bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen.
aangaande de bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen.
21.1 Het college draagt zorg voor het up-to-date houden van de
21.1 Het college draagt zorg voor het up-to-date houden van de
onderhoudsplannen (riolering, gebouwen, wegen ed.). Een
onderhoudsplannen (riolering, gebouwen, wegen ed.). Een
beheerplan mag maar maximaal 5 jaar oud zijn ten opzichte van het
beheerplan mag maar maximaal 5 jaar oud zijn ten opzichte van het
verslaggevingsjaar (Voor het verslaggevingsjaar 2019 is een
verslaggevingsjaar (Voor het verslaggevingsjaar 2021 is een
beheerplan dus niet ouder dan het jaar 2014. Van deze 5 jaar kan
beheerplan dus niet ouder dan het jaar 2016. Van deze 5 jaar kan
alleen gemotiveerd afgeweken worden).
alleen gemotiveerd afgeweken worden).
kapitaalgoederen
21.2 Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
21.2 Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op
onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op
grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a.
de voortgang van het geplande onderhoud;
grond van artikel 12 van het BBV in ieder geval op: a.
de voortgang van het geplande onderhoud;
b.
de omvang van het achterstallig onderhoud.
Geen wijzigingen
Geen wijzigingen
Onderwerp b. Verbonden Partijen
de omvang van het achterstallig onderhoud.
22.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota verbonden
partijen aan. Deze nota behandelt in ieder geval hoe de raad wordt
geïnformeerd over ontwikkelingen bij verbonden partijen en hoe de
geïnformeerd over ontwikkelingen bij verbonden partijen en hoe de
raad invloed kan uitoefenen.
raad invloed kan uitoefenen.
22.2 Het college stelt de raad bij de begrotingsbehandeling van de
Grondbeleid
22.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota verbonden
partijen aan. Deze nota behandelt in ieder geval hoe de raad wordt
22.2 Het college stelt de raad bij de begrotingsbehandeling van de
verbonden partij in de gelegenheid om haar zienswijze kenbaar te
verbonden partij in de gelegenheid om haar zienswijze kenbaar te
maken ook over ontwikkelingen bij de verbonden partij.
maken ook over ontwikkelingen bij de verbonden partij.
23.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota grondbeleid
23.1 Het college biedt de raad, eens in de 4 jaar, een nota grondbeleid
aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in
aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in
ieder geval:
ieder geval:
a.
De strategische visie van het toekomstige grondbeleid van de
Geen wijzigingen
a.
gemeente;
Geen wijzigingen
De strategische visie van het toekomstige grondbeleid van de gemeente;
c.
De ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
c.
De ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
d.
Het verloop van de grondvoorraad;
d.
Het verloop van de grondvoorraad;
e.
De uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.
e.
De uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.
23.2 In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken
23.2 In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken
neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van
neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van
artikel 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
artikel 16 van het BBV in ieder geval op:
gemeenten in ieder geval op:
Administratie
a.
Het verloop van de grondvoorraad;
b.
De te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.
24.1
De administratie is zodanig van opzet dat zij dienstbaar is
a.
Het verloop van de grondvoorraad;
b.
De te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.
24.1
voor: a:
het sturen en beheersen van activiteiten en processen in de
a:
gemeentelijke organisatie als geheel en in de teams; b:
het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
De administratie is zodanig van opzet dat zij dienstbaar is voor: het sturen en beheersen van activiteiten en processen in de gemeentelijke organisatie als geheel en in de teams;
b:
het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
voorraden, vorderingen, schulden, contracten e.d.;
voorraden, vorderingen, schulden, contracten e.d.;
Geen wijzigingen
Onderwerp c:
het verschaffen van informatie over uitputting van toegekende
c:
budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
kostencalculaties; d:
het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot
kostencalculaties; d:
de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de het afleggen van verantwoording over rechtmatigheid, de
maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e:
het afleggen van verantwoording over rechtmatigheid, de
doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerd bestuur in
doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerd bestuur in
relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
wet- en regelgeving; f:
het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e:
het verschaffen van informatie over uitputting van toegekende
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
wet- en regelgeving; f:
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van
rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van
gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
begroting en relevante wet- en regelgeving.
begroting en relevante wet- en regelgeving.
Financiële
25.1 Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor:
25.1 Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor:
organisatie
a.
a.
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;
b.
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; b.
verantwoordelijkheden; c.
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
investeringskredieten; d.
verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
f.
de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
van de financieringsfunctie; e.
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
investeringskredieten; de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;
c.
verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en d.
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
van de financieringsfunctie; e.
de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en
frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en
uitputting van middelen;
uitputting van middelen;
de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten
f.
de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten
en baten aan de producten van de productenraming en de
en baten aan de producten van de productenraming en de
productenrealisatie;
productenrealisatie;
Geen wijzigingen
Onderwerp g.
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding
g.
van goederen, werken en diensten; h.
het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
van goederen, werken en diensten; h.
toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en i.
het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen,
opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. Interne controle
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en
i.
het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen,
opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
26.1 Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
26.1 Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de
Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de
getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid
getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid
van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
maatregelen tot herstel.
maatregelen tot herstel.
26.2 Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
26.2 Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de
gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de
voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de
voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de
liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en
liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en
de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd.
de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd.
Geen wijzigingen