Veiligheidsregio Holland Midden - Bijlage Voorlopige Jaarstukken VRHM 2024
Tekst van het document
2024
(bedragen x € 1.000) Stand per 1 januari 2024
62.976
Nieuwe leningen Reguliere aflossingen
-3.460
Vervroegde aflossingen
-
stand per 31 december 2024
59.515
Overzicht leningenportefeuille BNG 2024 Leningnummer
Hoofdsom
Loop- Einddatum Rente
Saldo
tijd
Nieuw
Aflossing Rente boekjaar
1-1-2024
Saldo 31-12-2024
BNG 40.102390
2.500.000
20 15-12-2026 4,00%
BNG 40.110863
4.000.000
7
1-12-2023 0,28% -
BNG 40.110864
3.000.000
15
1-12-2031 0,88%
1.600.000 -
200.000
13.971
1.400.000
NWB 10030215
4.000.000
20
1-8-2039 0,57%
3.121.951 -
195.122
17.467
2.926.829
BNG 40.113461
7.000.000
20 19-12-2039 0,45%
5.649.364 -
341.430
24.098
5.307.934
NWB 10030988
6.500.000
40
1-6-2061 0,64%
6.140.595 -
145.377
38.743
5.995.218
BNG 40.115302
5.000.000
20 13-12-2041 0,50%
4.521.953 -
240.802
22.086
4.281.151
BNG 40.115760
7.000.000
20
6.566.973 -
296.023
131.165
6.270.950
BNG 585559
18.000.000 2,5mnd
31-1-2023 1,85% -
-
0
BNG 591309
10.000.000 2weken
14-2-2023 2,35% -
-
0
BNG 592574
2.000.000 1dag
15-2-2023 2,60% -
-
0
NWB 1029850
5.000.000 2mnd
5-6-2023 3,19% -
-
BNG 40.116673
25.000.000
15
6-9-2038 3,40%
25000000 -
1.666.667
817.669
BNG 40.116672
10.000.000
40
6-9-2063 3,35%
10000000 -
250.000
332.906
9.750.000
Totaal
109.000.000
3.460.421
1.412.855
59.515.415
35
375.000 -
7-6-2042 2,02%
125.000
-
62.975.836
-
14.749
250.000
0
0
0
23.333.333
In 2024 zijn er geen nieuwe leningen afgesloten.
3.3.5 Rentemethodiek en renteresultaat Voor de toerekening van de rentelasten maakt de VRHM gebruik van de rente-omslagmethode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen. Door toepassing van de rente-omslag-methode worden de rentelasten aan de hand van de stand van de investeringen toegerekend aan de prestaties. De achterliggende gedachte is hierbij dat de gehanteerde omslagrente een reëel percentage is. Bij de gehanteerde rentesystematiek wordt de betaalde rente omgeslagen over het totaal aan activa. Voor 2024 bedraagt dit 1,02%. Dit percentage wordt de omslagrente genoemd. Omslagrente
2024
(bedragen x € 1.000) Aan taakvelden toe te rekenen rente
589
Waarde vaste activa per 31 december 2024
57.689
Gemiddelde rente
1,02%
Keuze voor de omslagrente
1,02%
Hieronder een overzicht van het renteresultaat:
36
Renteresultaat
2024
(bedragen x € 1.000) De externe rentelasten
1.413
De externe rentebaten
-824
Saldo rentelasten en rentebaten
589
Doorbelaste rente Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-
Rente over het eigen vermogen Rente over voorzieningen Rente over het eigen vermogen en voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente Aan taakvelden toegerekende rente Renteresultaat op het taakveld Treasury
589
0 0 0 589 -1.413 -824
3.3.6 Schatkistbankieren Op grond van de wet Verplicht schatkistbankieren houdt VRHM haar overtollige middelengedurende het jaar aan bij de schatkist. Het gemiddelde saldo van de overtollige middelen van een kwartaal mag het drempelbedrag niet overschrijden. Dat is in 2024 ook niet gebeurd. Het drempelbedrag voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner dan of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal. Waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Berekening drempelbedrag (bedragen x € 1.000)
2024
Begrotingstotaal verslagjaar
73.432
Drempelbedrag VRHM
1.469
37
Berekening (bedragen x € 1.000) 2024
Drempelbedrag
1.469 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
300
307
303
300
1.169
1.162
1.165
1.169
-
-
-
-
Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 2024 (bedragen x € 1.000) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
27.002
27.902
27.914
27.599
Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
300
307
303
300
3.3.7 Overig Complexe financiële producten De VRHM maakt geen gebruik van complexe financiële producten zoals derivaten. Geldstromenbeheer De betalingen van de VRHM vinden zo veel mogelijk via de BNG plaats. Met de BNG is daartoe een kredietfaciliteit van € 6 miljoen overeengekomen.
3.4 Paragraaf verbonden partijen (artikel 15 BBV lid 2 BBV) 3.4.1 Openbaar belang dat behartigd wordt De Veiligheidsregio behartigt, op grond van de vastgestelde gemeenschappelijke regeling, de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: • De brandweerzorg. • Het inrichten en in stand houden van de gemeenschappelijke meldkamer.
38
• • •
De geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. De multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing. De samenwerking bij de gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding.
Gemeente Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas Totaal
Aantal stemmen
Inwonerbijdrage Percentage Percentage 2024 13% 7.753.443 12% 6 4% 2.622.443 4% 2 9% 5.580.002 8% 4 2% 1.491.054 4% 2 3% 2.032.230 4% 2 7% 4.219.721 8% 4 6% 3.786.530 6% 3 20% 12.004.562 12% 6 3% 2.060.869 4% 2 3% 1.650.658 4% 2 3% 1.858.459 4% 2 6% 3.412.525 6% 3 3% 1.696.706 4% 2 4% 2.458.384 4% 2 3% 1.751.981 4% 2 3% 1.947.947 4% 2 1% 673.927 2% 1 5% 3.026.775 6% 3 100% 60.028.216 100% 50
Conform Artikel 51 van de Gewijzigde Gemeenschappelijke regeling VRHM geldend per 1 januari 2014 waarborgen dan wel stellen zich garant voor betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio Artikel 51 Waarborg/Garantstelling 1. 2.
3.
39
De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven in de begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 en 195 Gemeentewet. De aan deze regeling deelnemende gemeenten waarborgen dan wel stellen zich garant voor de Veiligheidsregio voor betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio. Een en ander vindt plaats binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en procedures.
3.5
Paragraaf bedrijfsvoering (artikel 14 BBV)
De beleidsverantwoording is opgenomen onder ‘Programmataak Bedrijfsvoering’ (blz. 38). Dit is conform de indeling van de programmabegroting 2024. 3.5.1 Toelichting Rechtmatigheidsverantwoording 2024 N.B. De rechtmatigheidsverantwoording 2024 is nog aan accountantscontrole onderhevig. Onderstaande toelichting is nog voorlopig. Toelichting algemeen Conform de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024 zijn overschrijdingen op de lasten en investeringskredieten te allen tijde onrechtmatig. In de Financiële paragraaf van de T2- rapportage 2024 (AB 4 november 2024, schriftelijk) is melding gemaakt van een overschrijding van ongeveer € 350.000 op de lasten. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid (‘overschrijdingen op de lasten zijn te allen tijde onrechtmatig’) is deze lastenoverschrijding in een begrotingswijziging 2024 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. T.o.v. van deze wijziging overschrijden de lasten in de voorlopige jaarrekening toch nog met € 0,3 mln. In de T2-rapportage waren wel als onzekerheden genoemd de eventueel benodigde dotaties aan de voorziening Verlofsparen en de voorziening Regeling vervroegd uittreden (RVU). De dotaties aan beide voorzieningen in de jaarrekening bedroeg uiteindelijk totaal € 631.00 (Verlofsparen € 528.000 en RVU € 103.000). Er is daarom sprake van een acceptabele onrechtmatigheid.
Toelichting Begrotingscriterium ➢ Overschrijding lasten programma Fysieke Veiligheid. De lasten in 2024 bedroegen € 78,8 mln. ten opzichte van € 78,5 begroot, totaal € 0,3 mln. meer. Actie(s) ondernomen door het Dagelijks Bestuur om vermelde afwijking(en) (in de toekomst) te voorkomen. Op basis van de T2-2024 rapportage is, op basis van de geprognosticeerde kosten een begrotingswijziging ingediend.
➢ Investeringsbudgetten (kredieten) Met het vaststellen van de programmabegroting autoriseert het Algemeen Bestuur ook de investeringskredieten van het Programma Fysieke Veiligheid op het totaalbedrag van het Meerjaren Investeringsplan (“Beschikbaar te stellen de voorgenomen kredieten voor de investeringen en machtiging te verlenen tot het aantrekken van de benodigde financiering voor gedekte investeringen”). De door het Algemeen Bestuur vastgestelde kredieten in de Programmabegroting 2024 (€ 14,7 mln.) zijn vergeleken met de realisatie (€ 10,1 mln.). De conclusie is dat er geen sprake is van de bestuurlijke aangevraagde kredieten voor investeringen.
40
Toelichting Voorwaardencriterium Europese aanbestedingsregels Door de coördinator inkoop is o.b.v. de totale spendanalyse per 31 december 2024 het overzicht met de spend per crediteur opgesteld. Voor de volgende crediteuren is een toelichting opgesteld: - crediteuren met een spend over de afgelopen 4 jaar die boven de EU-aanbestedingsgrens uitkomt; - crediteuren met een hoge spend in 2024 die in z’n totaliteit richting de EUaanbestedingsgrens gaat. Is nog aan accountantscontrole 2024 onderhevig. Reactie VRHM: N.t.b. Financiering en treasury In 2024 zijn geen leningen aangetrokken. Toelichting M&O criterium Dit criterium is niet van toepassing op de VRHM, daar de organisatie geen subsidies of uitkeringen verstrekt c.q. geen heffingen int.
3.5.2 Duurzaamheidsrapportage Voor het eerst rapporteert de VRHM in de jaarstukken volgens de indeling van de Europees geharmoniseerde Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Daarbij hebben we gebruik gemaakt van de ‘Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden’, die de CSRD vertaald heeft naar decentrale overheden (met name gemeenten, waterschappen en provincies). Centraal in de CSRD staan de European Sustainability Reporting Standards (ESRS’en). De ESRS’en zijn gedetailleerde duurzaamheidsrapportage standaarden, welke voorschrijven hoe gerapporteerd dient te worden. De structuur van de ESRS’en wordt gevolgd. Dit is een eerste aanzet en is zeker nog niet compleet. Zo is er bijvoorbeeld nog geen dubbele materialiteitsanalyse gedaan, wordt er nu alleen gerapporteerd over de eigen organisatie en niet over de dienstverlening. Sommige Standards komen dus nog niet terug in de rapportage. Het is een groeimodel en zal de komende jaren verder doorontwikkelen bij de VRHM.
Algemene vereisten (ESRS 1) en algemene toelichtingen (ESRS 2) Maatstaven, doelen en beleidsdoelstellingen In 2021 heeft de VRHM de volgende ambities vastgesteld: • De VRHM is een klimaat neutrale en circulaire organisatie, waar gebruik wordt gemaakt van duurzaam opgewekte energie, en materialen en grondstoffen oneindig worden hergebruikt; • Verduurzaming vormt een integraal onderdeel van het besluitvormingsproces, de totstandkoming van beleid en professioneel handelen binnen de VRHM; • Duurzaamheid zit diep ingebed in de organisatiecultuur en de werknemers van de VRHM voelen en dragen verantwoordelijkheid voor het klimaat;
41
•
De VRHM zoekt actief de samenwerking met andere Veiligheidsregio’s en relevante partijen om kennis uit te wisselen op het gebied van duurzaamheid.
De VRHM werkt volgens de methodiek van de CO2 prestatieladder en wil steeds hoger op de ladder komen. In 2024 zijn we gecertificeerd over de voetafdruk van 2023 en hebben we het certificaat voor trede 3 van de CO2-prestatieladder (versie 3.1) behouden. Voor de periode 2024– 2026 wordt de CO2 uitstoot van 2022 als basis gebruikt. We gaan dus vanaf nu altijd reduceren ten opzichte van 2022 met de volgende doelstellingen: i. Scope 1: -30% CO2-reductie in 2026 t.o.v. 2022; ii. Scope 2: -20% kWh in 2026 t.o.v. 2022; iii. Scope 3 - dienstreizen: -15% CO2-reductie in 2026 t.o.v. 2022. Environment Klimaatverandering (ESRS E1) In 2024 heeft de VRHM haar voetafdruk in kaart gebracht over 2023. Voor het eerst konden we cijfers van 2023 vergelijken met die van 2022. Het streven is op termijn in het jaarverslag te kunnen rapporteren over het voorgaande jaar. Zo ver zijn we echter nog niet omdat de benodigde informatie nog niet tijdig voorhanden is. Onderstaand figuur geeft de CO2-voetafdruk van de VRHM weer met de ontwikkeling ten opzichte van 2022.
Voortgang op doelstellingen i. Scope 1: -6%; ii. Scope 2: -6%; iii. Scope 3 - dienstreizen: +17% De directe emissies (scope 1) in 2023 was in totaal 1419 ton CO2, de indirecte emissies (scope 2) 0, en de dienstreizen als onderdeel van scope 3 betrof 127 ton.
42
Het gasverbruik is gedaald als gevolg van een zachte winter, het samenvoegen van 3 oude locaties tot één nieuwe (BENG) locatie en de duurzaamheidschallenge. De uitstoot van het wagenpark is gestegen. Deze uitstoot moet nog verder geanalyseerd worden. Overall is het elektriciteitsverbruik gedaald, maar de verschillen per kazerne (stijgingen/dalingen) zijn groot. De stijging in de uitstoot van de dienstreizen is te verklaren doordat we in 2022 nog met de nasleep van corona te maken hadden, en in 2023, meer medewerkers en weer meer fysieke afspraken en opleidingen. Maatregelen die in 2024 zijn uitgevoerd t.b.v. verkleinen CO2 voetafdruk: In 2024 is er een pilot gedaan in de kazerne Leiden Noord met het rijden op HVO100. De DuMaVa- subsidie is aangevraagd, gebaseerd op maatwerkadviezen over de eigendomspanden. De bewustwording over het thema duurzaamheid is vergroot door daar uitgebreid intern over te communiceren en er wordt nu jaarlijks ook intern gecommuniceerd over gas- elektraverbruik per kazerne. Er is een onderzoek gedaan naar de mindset van medewerkers om daar het communicatieplan verder op af te stemmen. Biodiversiteit en ecosystemen (ESRS E4) De VRHM heeft op korte termijn nog geen doelstellingen gedefinieerd om bij te dragen aan biodiversiteit en ecosystemen. In 2024 zijn op dat vlak geen maatregelen genomen. Voor 2025 staat dit op de planning.
Materiaalgebruik en circulaire economie (ESRS E5) De ‘10R’en’ van circulariteit willen we als leidend principe gebruiken en we zijn hier de eerste ervaringen mee aan het opdoen. Bij het opstellen van nieuw beleid over lunches is dit toegepast. De bedoeling is dat de VRHM concreet gaat formuleren hoeveel procent van de inkopen wanneer circulair is. Maar voordat dat kan moet duidelijk worden hoe we dat kunnen meten.
3.5.3 Continuïteit Er zijn geen continuïteitsrisico’s (van materieel belang), zijnde gebeurtenissen of omstandigheden die gerede twijfel kunnen doen ontstaan, over de mogelijkheid van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden om haar continuïteit te handhaven’. Deze continuïteitsveronderstelling is gebaseerd op: ➢ Wet gemeenschappelijke regelingen. Het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam stelt de begroting en de bijdrage van de deelnemende gemeenten vast; ➢ Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. Een bij Wet veiligheidsregio’s verplichte gemeenschappelijke regeling. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een regio treffen een gemeenschappelijke regeling, waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding: veiligheidsregio. Artikel 51 (Waarborg / Garantstelling) van de gemeenschappelijke regeling VRHM bepaalt dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen; ➢ Een structureel en reëel sluitende begroting.
De VRHM heeft een sluitende Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028; ➢ De VRHM heeft voldoende middelen en financiering om de wettelijke taken van het Jaarplan 2025 (‘voorzienbare’ toekomst) in continuïteit te kunnen vervullen; ➢ Het huidige weerstandsvermogen duidt op ‘voldoende’ weerstandsvermogen, conform de
43
➢
normtabel die NARIS hanteert (en is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente); Provincie Zuid-Holland: Financieel Toezicht gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Met het toezicht wordt beoogd een gezonde financiële situatie bij gemeenten en gemeenschappelijke regelingen te bevorderen. De VRHM staat onder repressief toezicht.
3.6 Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (hierna: Woo) wil een transparante en actief openbaar makende overheid. In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Woo wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Hiermee wordt een impuls gegeven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. De VRHM maakt op dit moment de belangrijkste verslagen en verantwoordingsrapportages (waaronder de Programmabegroting en het Jaarverslag) al actief openbaar. Verder is binnen de organisatie het proces van ontvangst, beoordeling en verwerking van een aanvraag tot openbaarmaking uitgewerkt en belegd. De website is aangevuld met een Wooformulier. In 2024 zijn meerdere Woo-verzoeken afgehandeld. De VRHM zal in de komende periode in samenspraak met het Bestuur nagaan of meerdere documenten en/ of rapportages actief openbaar gemaakt zullen worden.
3.7 Klachtenregeling Klachtenregeling De VRHM heeft op haar website www.vrhm.nl de (in 2011) vastgestelde klachtenregeling opgenomen. Het doel van de klachtenregeling is: • het op efficiënte wijze zorgen voor een eenduidige registratie, afhandeling en analyse van klachten, om oorzaken weg te nemen, herhaling te voorkomen en klanttevredenheid te realiseren; • het leren van de klacht en zo nodig wijzigingen aan te brengen in ons functioneren. In 2024 is 1 klacht gemeld en conform klachtenregeling in behandeling genomen.
3.8 Stand van zaken Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Waarborgfonds Procedure totstandkoming Eind 2019 zijn de veiligheidsregio’s een project gestart om de afhandeling van ongevallen van personeel, onder de vlag ‘goed werkgeverschap na dienstongevallen’ te verbeteren. Als gevolg daarvan is het plan opgevat om hier in gezamenlijkheid invulling aan te geven met behulp van een Expertisebureau en een Waarborgfonds. In 2022 en 2023 zijn alle gemeenteraden in Nederland gevraagd om hun wensen en
44
bedenkingen te uiten bij het voorstel om hiertoe twee stichtingen op te richten. Deze stichtingen, het Expertisebureau Risicobeheer en het Waarborgfonds Veiligheidsregio’s zijn met instemming van alle 25 veiligheidsregio’s opgericht in 2022 en 2023. Per 1 januari 2024 zijn de stichtingen operationeel.
Doel stichtingen Het doel van de stichtingen is een bijdrage te leveren aan het ‘goed werkgeverschap’ van de veiligheidsregio’s als hun medewerkers onverhoopt te maken krijgen met een dienstongeval. Hieraan wordt invulling gegeven door te ondersteunen bij de uitvoering en financiering van de Landelijke regeling aanspraken na dienstongevallen (LRD).De LRD is een regeling die in overleg binnen de veiligheidsregio’s en de vakbonden tot stand is gekomen en per 1 januari 2024 in werking is getreden. Governance Het Expertisebureau Risicobeheer beschikt over een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Tevens staat het Expertisebureau onder toezicht van een Raad van Advies, bestaande uit algemeen directeuren/commandanten en directeuren bedrijfsvoering van de veiligheidsregio’s. Het Waarborgfonds is vrijgesteld van toezicht door De Nederlandsche Bank (DNB) onder de voorwaarde dat een Raad van Toezicht wordt geïnstalleerd. De Raad van Toezicht is ingesteld en voorziet in de noodzakelijke specifieke deskundigheid die daarmee in het Waarborgfonds is geborgd. Daarnaast zijn er beperkingen gesteld aan de financiële omvang van het fonds. Financering LRD en de stichtingen De 25 veiligheidsregio’s dragen gezamenlijk zorg voor de financiering van de LRD. Dit geschiedt door deelname aan beide stichtingen.
Het Waarborgfonds geeft dekking voor aanspraken voor zover deze niet verzekerd zijn. Een deel van de aanspraken is nog verzekerd via een collectieve ongevallenpolis. De kosten van het Expertisebureau Risicobeheer en de inleg in het Waarborgfonds worden betaald uit de premies die de veiligheidsregio’s eerder betaalden voor hun ongevallenverzekering. Het Waarborgfonds heeft als doel om binnen 5 jaar een reserve aan te leggen van 5 miljoen euro. Hiermee is er voldoende financiële zekerheid voor de toekomst. In het eerste jaar (2024) heeft het Waarborgfonds een reserve opgebouwd van ruim 3 miljoen euro. Daarnaast is gewerkt aan het inrichten van de schadeafhandeling en bedrijfsvoering van de stichting ERVRS en het Waarborgfonds. Korte terugblik De implementatie van de LRD en de start van het Expertisebureau en het Waarborgfonds zijn positief te noemen. Inmiddels zijn alle 25 veiligheidsregio’s aangesloten bij het Waarborgfonds. Het schadeverloop in het eerste jaar is bovendien gunstiger dan de prognose, zoals in de businesscase is opgenomen. Ook hebben de 25 veiligheidsregio’s een financieel meerjarenperspectief opgesteld waarin de verwachte schades, de financiering van het ERVRS en de vulling van het fonds in beeld zijn gebracht. Dit geeft vertrouwen in de toekomst.
45
J4. Jaarrekening 2024
46
Balans per 31 december 2024 Activa
31-12-2024
31-12-2023
(x € 1.000) Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut
68.871
Totaal Financiële vaste activa - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of
63.397 68.871
8.067
langer Totaal
Totaal vaste activa
63.397
8.417 8.067
8.417
76.937
71.814
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen ´s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Totaal Liquide middelen - Kassaldi - Banksaldi Totaal Overlopende activa - De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel a Europese overheidslichamen b Het Rijk c Overige Nederlandse overheidslichamen - Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal Totaal vlottende activa
Totaal activa
47
74
853
6.098 91
9.275 12 6.263
317
10.140
1 348 317
318
349
179 2.428
432
1.292 750
3.899
7.330
14.388
84.268
86.202
Passiva
31-12-2024
31-12-2023
(x € 1.000) Vaste passiva Eigen vermogen - Reserves a. Algemene reserve b. Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat Totaal Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Voorziening ter egalisatie van kosten Totaal Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van a. Binnenlandse banken en overige financiële instellingen b. Openbare lichamen Totaal
1.125 5.019 3.153
920 4.654 936 9.297
7.771 -
6.511
7.589 7.771
59.515 -
Totaal vaste passiva
7.589
62.976 59.515
62.976
76.584
77.076
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Kasgeldlening - Overige schulden Totaal Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren a. Voorschotten van het Rijk Totaal Totaal vlottende passiva
Totaal passiva
48
6.547
6.567 6.547
894
6.567
1.436
243
1.124 1.137
2.560
7.684
9.126
84.268
86.202
Overzicht van baten en lasten over 2024 Programmabegroting 2024 (bedragen x € 1.000)
Primair
Wijziging
Saldo
Realisatie 2024
Verschil
Saldo
Saldo
LASTEN PROGRAMMAPLAN FYSIEKE VEILIGHEID
69.666
8.850
78.516
78.819
-303
Programmataken
42.396
-
42.396
41.803
593
Meldkamer
1.415
-
1.415
1.283
132
Bevolkingszorg
631
-
631
690
-59
Brandweerzorg
32.973
-
32.973
33.268
-295
Risico- en Crisisbeheersing
7.377
-
7.377
6.562
815
Management & Ondersteuning
13.195
-
13.195
13.393
-198
4.345
-
4.345
2.180
2.165
Directie & Staf Bedrijfsvoering Overhead en Noodopvang vluchtelingen Overhead
8.850
-
8.850
11.213
-2.363
14.075
8.850
22.925
23.623
-698
14.075
350
14.425
15.236
-811
-
8.500
8.500
8.387
113
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
-69.516
-8.850
-78.366
-81.822
3.456
Gemeentelijke bijdrage
-60.028
-
-60.028
-59.727
-301
-1.249
-
-1.249
-1.249
0
Bevolkingszorg
-705
-
-705
-705
-0
Brandweerzorg
-58.074
-
-58.074
-57.773
-301
Noodopvang vluchtelingen
Meldkamer
Risico- en Crisisbeheersing Rijksbijdrage (BDUR)
-
-
-
-
-
-8.488
-
-8.488
-9.499
1.011
-
-
-
-
-
Bevolkingszorg
-66
-
-66
-130
64
Brandweerzorg
-6.678
-
-6.678
-7.688
1.010
Risico- en Crisisbeheersing
Meldkamer
-1.744
-
-1.744
-1.682
-62
Overige bijdragen
-1.000
-8.850
-9.850
-12.596
2.746
Meldkamer
-47
-125
-
-125
-78
Bevolkingszorg
-
-
-
-9
9
Brandweerzorg
-551
-
-551
-1.900
1.349
-
-
-
-76
76 843
Risico- en Crisisbeheersing Directie & Staf
-324
-
-324
-1.167
Bedrijfsvoering
-
-350
-350
-978
628
Noodopvang vluchtelingen
-
-8.500
-8.500
-8.387
-113
150
-
150
-3.003
3.153
Toevoegingen aan reserves
-
-
-
-
-
Onttrekkingen aan reserves
-150
-
-150
-150
-
-
-
-
-3.153
3.153
-
-
-
-
-
-
-3.153
3.153
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
Gerealiseerd resultaat na bestemming VPB Gerealiseerd resultaat van baten en lasten
49
-
Het rekeningresultaat 2024 (vóór bestemming) bedraagt € 3,2 mln. positief. Toelichting verschil in baten De baten in 2024 bedroegen € 81,8 mln. ten opzichte van € 78,4 begroot (na begrotingswijziging). De baten liggen dus totaal € 3,5 mln. hoger dan begroot. Gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdragen, begroot op € 60,0 mln., zijn € 0,3 mln. lager. Oorzaak is dat de in de gemeentelijke bijdrage van Gouda de vordering op Gouda ingevolgde FLO via de balans wordt verwerkt en niet meer via de V&W-rekening. Deze waren in de begroting 2024 nog niet via de balans verwerkt. Rijksbijdrage BDuR (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) De totale Rijksbijdrage BDUR is € 1,0 mln. hoger dan begroot. De beschikking bedraagt uiteindelijk € 0,6 mln. meer dan begroot. De toekenning van de loon- en prijsbijstelling over de BDuR 2024 bedraagt € 0,4 mln. en was niet begroot voor 2024. Overige baten De overige baten bedragen € 2,7 mln. meer dan begroot, met name veroorzaakt door boekwinst op verkoop van activa (tankautospuiten) ad € 1,2 mln., rente uit deposito ad € 0,8 mln. en uitkeringen werknemersverzekeringen door het UWV van 2024 en voorgaande jaren ad € 0,3 mln. Vergoeding coördinatiekosten (COA) VRHM heeft in 2024 asielzoekers opgevangen in het kader van de crisisnoodopvang (CNO). De door de VRHM gemaakte kosten.
zijn in rekening gebracht bij het Centraal orgaan opvang asielzoekers (COA). Conform afspraak met veiligheidsregio’s en COA brengt ook de VRHM coördinatiekosten bij het COA in rekening op basis van het overheadpercentage (voor de VRHM 20,2%) als opgenomen in de Programmabegroting 2024. Voor 2024 bedragen de coördinatiekosten € 0,6 mln. Toelichting verschil in lasten De totale lasten (na begrotingswijziging) bedragen € 78,8 mln. en liggen per saldo in lijn met de programmabegroting 2024. De lasten binnen de programmataak Risico- en Crisisbeheersing liggen € 0,8 mln. lager dan begroot. De voornaamste oorzaak is dat € 0,7 mln. van het totaal aan ontvangen geld uit de extra Brede doeluitkering 2024 niet is besteed. Overheadkosten De totale overheadkosten bedragen € 15,2 mln. en liggen € 0,8 mln. hoger dan begroot. Zie voor de toelichting op de overheadkosten pagina 24. Onvoorziene lasten In 2024 bedroegen de incidentele lasten (exclusief de voorgefinancierde lasten voor de vluchtelingennoodopvang) ca € 0,1 mln.
50
-
Voorziening Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) Ingaande 1 januari 2024 is een tijdelijke Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) overeengekomen. Bij de RVU nemen medewerkers ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de ex-medewerker in staat stelt om te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd. Aangezien de ex-medewerker in die periode geen activiteiten/prestaties voor de gemeente verricht, dient op 31 december een voorziening te worden getroffen voor de financiële verplichting die de organisatie tegenover de ex-medewerker en de fiscus heeft op basis van deze regeling. Dat betekent voor alle jaren tot aan de AOW-datum. In 2024 is op basis van vaststellingsovereenkomsten € 0,1 mln. gedoteerd aan de voorziening personeel.
Tabellen Programmabegroting 2024 NB Bij het opstellen van de jaarrekening 2024 is gebleken dat in tabellen van (een aantal) programmataken in de vastgestelde Programmabegroting 2024 abusievelijk getallen onjuist zijn opgenomen. Op totaalniveau zijn de cijfers juist weergegeven.
51
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 1. 2.
3.
4.
5.
6. 7.
8. 9.
52
De jaarrekening is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, verlofaanspraken en dergelijke. Indien er sprake is van (eenmalige) effecten van grote omvang dient een verplichting opgenomen te worden.
Materiële vaste activa: Investeringen met economisch nut worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De afschrijving start in het jaar dat volgt op het jaar waarin de investering is afgerond/ verworven. De gehanteerde afschrijvingstermijnen (op basis van de lineaire afschrijvingsmethode) bedragen in jaren: Soort activum Jaren Gronden en terreinen Gebouwen 5-40 Vervoermiddelen 5-15 Overige bedrijfsmiddelen 5-20 Voor het bepalen van de afschrijvingstermijnen is het bepaalde in artikel 12 Waardering en afschrijving van vaste activa van de Financiële Verordening 2023 van toepassing. De minimale activeringsgrens is € 25.000 voor aangeschafte (groep) activa vanaf 1 januari 2017. Investeringen in software betreft veelal een SaaS-oplossing en worden daarom niet geactiveerd en afgeschreven. Financiële vaste activa: Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar of van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vorderingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht.
Deze voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen. Eigen vermogen: In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van het Algemeen Bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in
10.
11.
12.
algemene en bestemmingsreserves. Zodra het Algemeen Bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Mutaties in reserves zijn enkel mogelijk op basis van een bestuursbesluit genomen voor het einde van het betreffende begrotingsjaar. De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen worden gevormd indien er sprake is van: – Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. -Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. - Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
- Middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd. Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan. " Vaste schulden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar of één jaar of langer worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals vastgelegd in de Financiële verordening, gemeenschappelijke regeling VRHM, het Controleprotocol en normenkader 2024 VRHM en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: -
53
Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader 2024, zoals op 20 februari 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld. In dit normenkader zijn de interne aanbestedingsregels buiten het normenkader gehouden;
-
-
Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn. Omdat in de hiervoor beschreven kaders nog geen nadere afspraken zijn opgenomen wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn, zijn alle overschrijdingen geclassificeerd als “niet-acceptabel”. Ten aanzien van het M&O criterium zijn instrumenten zoals de integriteitsverklaring leidend. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV en onze eigen Financiële verordening gemeenschappelijke regeling 2023 en het Controleprotocol en normenkader 2024. Dit betekent dat: Een verantwoordingsgrens van 3 % (zijnde € 2.364.570) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
54
Toelichting op de balans per 31 december 2024 Vaste activa Materiële vaste activa De VRHM heeft alleen vaste activa met economisch nut in eigendom. De materiële vaste activa bedragen per 31-12-2024 € 68.871.000 en bestaan voornamelijk uit gebouwen en vervoersmiddelen. De toename in 2024 van € 10,1 mln. bestaat uit de investeringen in vervoermiddelen en overige materiele vaste activa. De investeringen en desinvesteringen worden hieronder weergegeven.
Materiële vaste activa
Saldo
(bedragen x € 1.000)
31-12-2023
Investes teringen
Desinves teringen
Afschrijvingen Afschrijvingen desinvesteringen
Saldo 31-12-2024 -
Gronden en terreinen
1.947
213
Gebouwen
24.774
1.330
Vervoermiddelen
23.956
Overige materiële vaste activa ICT-middelen Totaal
55
-
-
-
2.160
7.472
-12.372
12.182
-1.203
24.901
-1.603
11.778
877
-307
29.635
292
-1.354
942
157
11.286
-
-
-211
63.397
10.050
888
-12.680
12.473
-4.370
68.871
Financiële vaste activa Financiële vaste activa
Saldo
(bedragen x € 1.000)
31-12-2023
Ontvangst
Vordering gemeente Gouda
8.417
-351
Totaal
8.417
Saldo 31-12-2024
8.067 8.067
De financiële vaste activa bedraagt per 31-12-2024 € 8.067.000. De afname in 2024 van € 351.000 wordt veroorzaakt door de jaarlijkse ontvangst van de gemeente Gouda. De VRHM ontvangt jaarlijks een vast bedrag van € 351.000 voor de afkoop van de FLO-rechten van voormalig Goudse medewerkers die bij de regionalisatie in dienst zijn gekomen van de VRHM. Bij de start van de VRHM is met de gemeente Gouda afgesproken dat de gemeente Gouda jaarlijks een vaste vergoeding betaalt voor de FLO-rechten van hun oud-medewerkers. De nominale waarde van deze vordering staat op de balans als langlopende vordering (financieel vast actief) en loopt af in 2047. Tegenover deze langlopende vordering staan de FLOverplichtingen aan de medewerkers. Deze zijn opgenomen in de voorziening FLO-Gouda. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-122024
Saldo 31-122023
Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen ´s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
Totaal
74
853
6.098
9.275
91
12
6.263
10.140
De vlottende activa bedragen per 31 december 2024 € 6,3 mln. en bestaan voornamelijk uit Uitzettingen ’s Rijks schatkist (€ 6,1 mln.). De afname van het totale saldo met € 3,9 mln. komt onder andere door de afname van het saldo vorderingen op Openbare Lichamen van € 779.000 (met name COA € 350.000) en van de uitzettingen in ’s Rijks Schatkist met € 3,2 mln. De uitzettingen in ’s Rijks Schatkist betreffen de liquide middelen die conform de regeling Schatkistbankieren decentrale overheden binnen ’s Rijks Schatkist dienen te worden aangehouden. Hiermee voldoet de VRHM aan de drempelwaarde voor het aanhouden van
56
gelden buiten ’s Rijks Schatkist. Voor het overzicht van de berekening van de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren wordt verwezen naar paragraaf 4.3 Financiering. De afname van de uitzettingen in ’s Rijks Schatkist is het gevolg van de uitgaven ten behoeve van de investeringen die in 2024 zijn gedaan.
Liquide middelen Liquide middelen (bedragen x € 1.000)
Saldo Saldo 31-12-2024 31-12-2023
Kassaldi
-
1
Banksaldi
317
348
Totaal
317
349
De totale liquide middelen bedragen per 31-12-2024 € 317.000 en bestaan voornamelijk uit banksaldi. De banksaldi zijn licht afgenomen ten opzichte van 2023. Het per ultimo 2024 aangehouden saldo aan liquide middelen blijft binnen de normering van de ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’. Overlopende activa Overlopende activa (bedragen x € 1.000)
Saldo Saldo 31-12-2023 31-12-2024
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel a Europese overheidslichamen b Het Rijk
179
-606
c Overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal
2.428
924
1.292 3.899
432 750
De overlopende activa bedragen per 31 december 2024 € 750.000 en zijn met € 3.149.000 afgenomen. Deze afname komt vooral door een terugbetalingsverplichting van de niet uitgegeven gelden van de subsidie voor de Opvang van Oekraïners van € 606.000 en de lagere voorfinanciering van COA.
57
Nog te ontvangen, vooruitbetaald Noodopvang Vluchtelingen (bedragen x € 1.000)
Oekraïne, Ministerie J&V
Saldo 31-12-2023
Toevoeging
Ontvangst
Saldo 31-12-2024
179
-606
Nadere toelichting samenstelling post OEK (afwikkeling SiSa 2022)
79
79
OEK (afwikkeling SiSa 2023)
-671
-671
OEK (afwikkeling SiSa 2024)
770
Totaal
179
Nog te ontvangen, vooruitbetaald Noodopvang Vluchtelingen (bedragen x € 1.000)
5.216
6.001
-15 -606
Saldo 31-12-2023
Saldo 31-12-2024
Vooruitbetaald Vluchtelingen COA
2.428
924
Totaal
2.428
924
Het saldo van de te betalen bedragen bij Het Rijk van € 606.000 betreft de teveel ontvangen subsidie voor de werkzaamheden ten behoeve van de Noodopvang vluchtelingen voor de GOO (Oekraïne). Deze kosten worden middels een SiSa-verantwoording in rekening gebracht bij het Ministerie van Justitie & Veiligheid. Het saldo van de vooruitbetaalde bedragen bij Overige Nederlandse overheidslichamen van € 924.000 betreffen de kosten die zijn gemaakt voor de werkzaamheden ten behoeve van de Noodopvang vluchtelingen voor de CNO. Deze kosten worden middels een declaratie in rekening gebracht bij het Centraal Opvang Asielzoekers (COA).
58
Vooruitbetaald ten laste van volgende begrotingsjaren Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen ten laste van volgende begrotingsjaren komen (bedragen x € 1.000)
Saldo Saldo 31-12-2023 31-12-2024
Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal
661 630 1.291
428 4 432
Het totaal van de ‘nog te ontvangen bedragen’ bedraagt per 31-12-2024 € 428.000. Dit saldo bestaat grotendeels uit de nog te factureren bedragen voor RAV afhijsingen, detacheringskosten, FLO en diverse kleine door te belasten kosten. De vooruitbetaalde bedragen bestaan uit kasvoorschotten aan personeel. Vaste passiva Eigen vermogen Eigen vermogen (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-122024
Saldo 31-122023
Reserves
6.144
5.574
Gerealiseerd resultaat
3.153
936
Totaal
9.297
6.511
Het eigen vermogen (inclusief het gerealiseerd resultaat 2024) bedraagt per 31-12-2024 € 9.297.000 en bestaat voornamelijk uit de reserves. Het gerealiseerd resultaat 2024 bedraagt € 3.153.000.
59
Reserves Reserves (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-122024
Algemene reserve
Saldo 31-122023
Bestemmingsreserves
1.125 5.019
920 4.654
Totaal
6.144
5.574
Het totaalbedrag aan Reserves bedraagt per 31-12-2024 € 6.144.000. Deze worden hieronder verder uitgesplitst.
Algemene reserve (bedragen x € 1.000)
Saldo
Resultaat
Toe-
31-12-2023 bestemming voegingen
Algemene reserve
920
43
162
Totaal
920
43
162
Ont-
Saldo
trekking
31-12-2024 1.125
-
1.125
In 2024 hebben de volgende mutaties in de Algemene Reserve plaatsgevonden: -
Verhoging met € 162 als gevolg van het in de Nota Reserves 2024-2027 genomen besluit tot het opheffen en vrijvallen van de 2 bestemmingsreserves Multiteam/ netcentrisch werken/ LCMS (€ 37) en FLO Overgangsrecht 2018 (€ 125); Verhoging met € 43 conform de resultaatbestemming 2023.
Bestemmingsreserves
Saldo
(bedragen x € 1.000)
Resultaat
Toe-
bestemming voegingen
Ont-
Vermin-
trekking
dering ivm
Saldo
afschrijving 31-12-2023 1) Samenwerken loont
419
2) Flankerend beleid
432
op activa -
31-12-2024
-
-
-
419
-
-
-
432
3) Multiteam/netcentrisch werken/LCMS
37
-
-
(37)
-
-
4) Resterende exploitatielasten MK HM
1.605
-
-
-
(150)
1.455
-
579
5) FLO Gouda
579
6) FLO overgangsrecht 2018
125
-
-
(125)
-
-
7) Ontwikkel en Innovatiebudget
387
-
-
-
-
387
8) Groot Onderhoud
890
-
-
-
890
9) 2e Loopbaanbeleid
180
-
-
-
180
10) Wendbare en weerbare bedrijfsvoering
-
677
4.654
677
Totaal
60
-
-
677 -
(162)
(150)
5.019
Het saldo van de bestemmingsreserves bedraagt per 31-12-2024 € 5.019.000 en is in 2024 per saldo met € 365.000 toegenomen. De mutaties in 2024 worden hieronder verder toegelicht. 1) Samenwerken loont Doel van de reserve: Ter dekking van de incidentele kosten voor multi-beleidsvoornemens.
Mutaties 2024
Begroot
Realisatie
Verschil
Overige mutatie
-
-
-
Toelichting mutaties 2024: In 2024 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.
2) Flankerend beleid Doel van de reserve: Het opvangen van financiële negatieve gevolgen van organisatieontwikkeling voor de medewerkers. Voorbeelden zijn bijscholing, herplaatsingen, outplacement, vervroegde uittredingsmogelijkheden o in uiterste gevallen het treffen van stimuleringsmaatregelen bij vertrek.
Mutaties 2024:
Begroot
Realisatie
Verschil
Overige mutatie
-
-
-
Toelichting mutaties 2024: In 2024 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.
3) Multiteam/netcentrisch werken/LCMS Doel van de reserve: Oorspronkelijk was deze reserve ter dekking van de migratiekosten van het MultiTeam-systeem naar LCMS, nu is de reserve ter dekking van de incidentele (door) ontwikkelkosten van LCMS.
Mutaties 2024:
Begroot
Realisatie
Verschil
Overige mutatie
-
-37
-37
61
Toelichting mutaties 2024: Conform de Nota Reserves 2024-2027 is deze reserve opgeheven en is het saldo vrijgevallen.
4) Resterende exploitatielasten MK HM Doel van de reserve: Gedeeltelijke dekking van de resterende exploitatielasten van de oude GMK Hollands Midden.
Mutaties 2024: Onttrekking
Begroot
Realisatie
-150
-150
Verschil -
Toelichting mutaties 2024: De onttrekking is ter dekking van de kapitaallasten ivm de herbestemming van de Meldkamer.
5) FLO Gouda Doel van de reserve: De reserve dient ter egalisatie van de verschillen inde balansposten Financiële vaste activa FLO Gouda en Voorziening FLO Gouda, in het kader van het FLO-overgangsrecht voor de medewerkers in dienst van de gemeente Gouda ten tijde van het instellen van het FLO-overgangsrecht. De verschillen kunnen onder andere ontstaan door collega’s die uit dienst gaan, veranderende (fiscale) wet- en regelgeving, stelselwijzigingen of wijzigingen in gehanteerde rekenrentes.
Mutaties 2024: Onttrekking
Begroot
Realisatie
Verschil
-
-
-
Toelichting mutaties 2024: In 2024 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.
6) FLO overgangsrecht 2018 Doel van de reserve:
62
Het opvangen van kosten in verband met de Reparatie van het FLO-overgangsrecht 2018 (oudmedewerkers) Alpen aan den Rijn en Leiden. Het gaat hierbij om de baten (voor deelnemende gemeenten) en lasten (voor VRHM) over de jaren heen gelijkmatig te verdelen (egalisatiefunctie). Mutaties 2024: Onttrekking
Begroot
Realisatie
Verschil
-
-125
(125)
Toelichting mutaties 2024: Oorspronkelijk (2019) ingesteld om de jaarlijkse schommelingen op te vangen van het verschil tussen de ontvangsten van gemeenten voor het FLO-overgangsrecht 2018 en de lasten die de VRHM uitbetaalt aan de oud-medewerkers van de gemeente Alphen aan den Rijn en Leiden. Aangezien in de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdragen aan de VRHM de FLO kosten niet meer herleidbaar zijn, er geen verrekening (nacalculatie) van deze kosten meer plaatsvindt, kan deze reserve vrijvallen. 7) Ontwikkel en Innovatiebudget Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met het versnellen en versterken van het ontwikkelproces van de Veiligheidsregio Hollands Midden (bestedingsfunctie).
Mutaties 2024: Onttrekking
Begroot
Realisatie
Verschil
-
-
-
Toelichting mutaties 2024: In 2024 waren er geen kosten die in aanmerking kwamen voor een onttrekking uit deze reserve.
8) Groot Onderhoud Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met de uitvoering van het MJOP (huisvesting).
Mutaties 2024: Onttrekking
Begroot
Realisatie
Verschil
-
-
-
Toelichting mutaties 2024: In 2024 zijn de kosten voor het groot onderhoud aan gebouwen direct in de exploitatie verantwoord.
9) 2e Loopbaanbeleid
63
Doel van de reserve: Het opvangen van kosten in verband met de uitvoering van het 2e loopbaanbeleid binnen de VRHM.
Mutaties 2024: Onttrekking
Begroot
Realisatie
Verschil
-
-
-
Toelichting mutaties 2024: In 2024 zijn de kosten voor het 2e loopbaanbeleid direct in de exploitatie verantwoord.
10) Wendbare en weerbare bedrijfsvoering Doel van de reserve: De uitdagingen rondom het op orde brengen van de bedrijfsvoering, die over een periode van meerdere begrotingsjaren lopen, op te pakken.
Mutaties 2024:
Begroot
Realisatie
Verschil
Dotatie
-
677
677
Onttrekking
-
-
-
Toelichting mutaties 2024: De reserve is gevormd vanuit de resultaatbestemming 2023. De dotatie bedroeg € 677. In 2024 zijn de kosten voor het op orde brengen van de bedrijfsvoering direct in de exploitatie verantwoord.
Voorzieningen Voor verplichtingen, verliezen en risico’s Voorzieningen (bedragen x € 1.000)
Saldo
Toevoegingen
Aanwending
31-12-2024
FLO
6.211
Verlofsparen
1.171
528
207
103
207
7.589
631
207
(Schadeuitkering) personeel Totaal
Saldo
Vrijval
31-12-2023
241
1.699 103 241
Het totaalbedrag van de voorzieningen bedraagt per 31-12-2024 € 7.771.000. Deze bestaat uit de voorziening FLO, voorziening verlofsparen en voorziening voor personeel. Voorziening FLO
64
5.969
7.771
De voorziening FLO is in 2024 met € 241.000 afgenomen. In de berekening van 2024 is de indexering van eventuele CAO-verhogingen niet meegenomen. Dit is volgens de Financiële Verordening van de VRHM. Na afkoop van het FLO-overgangsrecht door de gemeente Gouda, komen de lasten van deze regeling voor rekening van de Veiligheidsregio Hollands Midden. De omvang van de voorziening is bepaald op basis van de toekomstige verplichtingen. Het financieel risico voor het beroepsbrandweerpersoneel afkomstig van de gemeenten Alphen aan den Rijn en Leiden ligt niet bij de VRHM. Voor betreffende gemeenten is geen voorziening noodzakelijk in de jaarrekening van de VRHM. De jaarlijkse verplichtingen en bijdragen hiervan zijn in het overzicht van baten en lasten verantwoord. De voorziening is berekend op basis van het Principeakkoord Reparatie FLO-overgangsrecht brandweerpersoneel. De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op de bepalingen uit hoofdstuk 9a tot en met 9f van de CAR. De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van het bij de berekening bekende Cao-loon. In dit geval is dit de Cao 2023-2024.. In de berekening van de totale voorziening is geen rekening gehouden met de kans op het vervallen van rechten door natuurlijk verloop en het voortijdig uit dienst treden van het beroepsbrandweerpersoneel.
Voorziening Verlofsparen De voorziening voor verlofsparen ad € 1.699.000 heeft betrekking op het totaal aantal uren dat voor alle medewerkers is omgezet in spaarverlof. De berekening is gebaseerd op de actuele uurlonen per 31-12-2024. Met spaarverlof krijg je de mogelijkheid om uren opzij te zetten voor later. Het spaarverlof is onbeperkt geldig. Voorziening personeel In 2024 is € 207.000 onttrokken aan deze voorziening in verband met de beëindiging van een aantal dienstverbanden, waarvan de uitbetalingen in 2024 hebben plaatsvinden. De toevoeging van € 103.000 betreft de vorming van de Voorziening Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) op basis van de vaststellingsovereenkomsten. Ingaande 1 januari 2024 is een tijdelijke Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) overeengekomen. Bij de RVU nemen medewerkers ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de ex-medewerker in staat stelt om te overbruggen tot aan de AOWleeftijd. Aangezien de ex-medewerker in die periode geen activiteiten/prestaties voor de gemeente verricht, dient op 31 december een voorziening te worden getroffen voor de financiële verplichting die de organisatie tegenover de ex-medewerker en de fiscus heeft op basis van deze regeling. Dat betekent voor alle jaren tot aan de AOW-datum.
65
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (bedragen x € 1.000)
Saldo Vermeer- Aflossing dering 31-12-2023
Saldo 31-122024
Leningen bij de Bank Nederlandse Gemeenten
53.713
-
-3.120 50.594
Nederlandse Waterschapsbank
9.263
-
-340 8.922
Totaal
62.976
-
-3.460 59.515
De stand van de onderhandse leningen per 31-12-2024 bedraagt € 59.515.000 en bestaat uit leningen bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). Het saldo is als gevolg van aflossingen in 2024 met € 3.460.000 afgenomen. Voor een specificatie van de onderhandse leningen verwijzen wij naar paragraaf 4.3 Financiering. Rentelast 2024 De rentelast over de langlopende leningen bedraagt € 1,4 mln. in 2024.Vlottende passiva Netto-vlottende schulden Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-122024
Saldo 31-122023
Overige schulden
6.547
6.567
Totaal
6.547
6.567
De netto-vlottende schulden bestaan alleen uit ‘overige schulden’ en bedragen per 31-12-2024 € 6.547.000 en zijn in lijn met 2023. De overige schulden bestaan voornamelijk uit de nog te betalen crediteuren, loonheffing, omzetbelasting, nog te betalen rente, vergoedingen vrijwilligers en salarisuitbetalingen via de 13e run.
66
Overlopende passiva Overlopende passiva (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-122024
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
894
1.436
243
1.124
1.137
2.560
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Totaal
Saldo 31-122023
Het saldo van de overlopende passiva bedraagt € 1.137.000 en is afgenomen met € 1.422.000. Lasten die volgend boekjaar worden betaald De overlopende verplichtingen bedragen € 894.000. Dit zijn nagekomen kosten die in het jaar 2025 betaald worden, maar waarvan de kosten zijn opgenomen in het boekjaar 2024.
Voorschotbedragen van overheidslichamen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Voorschotten van het Rijk (bedragen x € 1.000)
Bijdrage Complete Lijn uitschakeling en inzet van de 25 kV Spanningstester (CLU+) SiSa CTB 2021 RVO (duurzaamheid) Totaal
Saldo 31-12-2023
120 1.004
Saldo Toevoeging
Aanwending
31-12-2024
116
120 1.004
115 128
1.124
243
128 1.124
243
De voorschotten van het Rijk bedragen per 31 december 2024 € 243.000 en zijn in 2024 met € 881.000 afgenomen. Deze afname komt door de afrekening en inzet Corona controletoegangsbewijzen (CTB) 2021 en de afgerekende SiSa-bijdrage (CTB 2021) in 2024. De VRHM heeft de eindverantwoording van de SiSa CTB in jaarrekening 2024 opgenomen. Zie voor de exacte berekening bijlage 3 Verantwoording CTB, GOO en CNO-onderbouwing
67
Niet in de balans opgenomen verplichtingen Huurcontracten van de kazernes De totale huurlasten van de kazernes bedragen in 2024 € 3,0 miljoen. De huurcontracten van de diverse kazernes zijn jaarlijks opzegbaar. Het huurcontract van de loods in Noordwijkerhout is per 1-5-2025 opgezegd. De huurlasten van deze kazerne bedragen € 83.000 per jaar. PTSS Tot op heden gaan veiligheidsregio’s verschillend om met medewerkers met PTSSsymptomen. Voor veiligheidsregio’s wordt op dit moment een landelijke regeling voor PTSS uitgewerkt. Met deze regeling wordt PTSS voor veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen dat ook erkende PTSS-gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen aan de regeling. Verder is de minister gevraagd bij te dragen aan de collectieve kosten voor uitvoering van de regeling. Afhankelijk van de parlementaire besluiten over de voorjaarsnota worden hiervoor gelden toegekend.
Bij het ingaan van deze regeling bestaat een (financieel) risico voor toepassing van de regeling met terugwerkende kracht en de mogelijke negatieve uitkomst over de voorjaarsnota waardoor alle inspanningen en de daaruit voorvloeiende financiële consequenties op dit gebied door de eigen veiligheidsregio moeten worden gedragen.
Autoladders Medio 2020 is het contract ter waarde van ca € 5,5 miljoen voor de levering en onderhoud van 7 nieuwe autoladders getekend. In 2021 is er echter een discussie ontstaan met de leverancier over de al dan niet door te berekenen prijsindexatie. In 2022 is de aanvullende indexering contractueel vastgelegd. De totale contractwaarde bedraagt totaal (inclusief indexering) € 5,7 miljoen. In 2023 is het besluit genomen tot aanschaf van de 8ste autoladder en deze zal in 2025 worden geleverd. De 8ste autoladder kost € 1 miljoen, zodat de totale contractwaarde van de 8 autoladders uitkomt op € 6,6 miljoen. Water Transport Systeem (WTS) 500 Naast de 3 kazernes die al een WTS500 hebben, zijn er nog 7 nieuwe voertuigen besteld. Medio 2023 is de aanvulling op de bestaande overeenkomst uit 2020 overeengekomen. De 7 WTS-voertuigen kosten totaal € 3,3 miljoen. De eerste WTS-500 wordt in 2025 geleverd.
Gebeurtenissen na balansdatum Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) Bij de RVU nemen medewerkers ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de ex-medewerker in staat stelt om financieel de tijd te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd. De regeling geldt binnen de VRHM vanaf 1 januari 2024. Op dit moment zijn er 3 medewerkers die voldoen aan de gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor de RVU en in 2024 een schriftelijk verzoek ingediend. De afspraken rondom de RVU worden opgenomen in een vaststellingsovereenkomst.
68
Truckkartel Vrachtwagenfabrikanten profiteerden jarenlang van verboden prijsafspraken. In 2017 legde de Europese Commissie een boete op van meer dan 3 miljard euro aan de betrokkenen van de zogenoemde truckkartel. TVM verzekeringen heeft haar krachten gebundeld met ondernemersorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN) en advocatenkantoor Hausfeld & Co bij de voorbereiding van een collectieve claim tegen deze vrachtwagenfabrikanten. De VRHM voert de zaak van het truckkartel namens gemeenten. In december 2021 is het vorderingsverzoek ingediend. De vrachtwagenfabrikanten hebben zich niet tegen dit verzoek verzet. Op 16 februari 2022 heeft de rechtbank dit verzoek ingewilligd en besloten de vorderingen op te nemen.
2024: NLtruckkartel en DAF zijn tot een schikking gekomen voor meer dan 1.000 Nederlandse afnemers van DAF trucks. Het nu bereikte onderhandelingsresultaat is uitsluitend met DAF, dat bereid is een redelijke vergoeding te betalen. De trucks van DAF zullen nu uit de procedures worden verwijderd, terwijl de procedures tegen de andere fabrikanten onverminderd doorgaan. NLtruckkartel is bezig met het opzetten van een betalingsportaal.
69
Toelichting op het overzicht van baten en lasten over 2024 Algemeen Binnen de programmabegroting en –verantwoording van de VRHM worden vier programmataken onderscheiden met per programmataak één of meerdere beleidsproducten. Onderstaande tabellen geven per programmataak en onderdeel de begrote en de gerealiseerde cijfers voor 2024 aan, alsmede het verschil tussen begroting en realisatie. Begrotingsrechtmatigheid In een aantal taken is sprake van een overschrijding van de lasten ten opzichte van de begroting. Het totaal van het overzicht van baten en lasten laat een positief saldo zien. Vennootschapsbelasting Naar verwachting heeft de VRHM geen prestaties die in aanmerking komen voor de VPBplicht. In de hiernavolgende overzichten is derhalve geen post vennootschapsbelasting opgenomen.
Programmataak Meldkamer Meldkamer (bedragen x € 1.000)
Programmabegroting 2024 Primair
Wijziging
Saldo
Realisatie 2024
Verschil
Saldo
Saldo
-1.374