Raadsvoorstel toestemming Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Belastingen Bollenstreek
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Toestemming tot vaststelling gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Belastingen Bollenstreek Aan Van Datum Portefeuillehouder: Zaaknummer
: de gemeenteraad : College van B&W : 22 oktober 2024 : R. ter Hark : 595164
Publiekssamenvatting De Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd. De Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Belastingen Bollenstreek is aangepast. De raad heeft besloten geen zienswijze in te dienen ten aanzien van de regeling. De raad wordt nu gevraagd om aan het college toestemming te verlenen om samen met de colleges van Lisse en Teylingen de gewijzigde gemeenschappelijke regeling vast te stellen.
Voorgesteld besluit I)
Aan het college toestemming te verlenen om bij gezamenlijk besluit van de colleges van de gemeenten Noordwijk, Lisse en Teylingen de gewijzigde Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Belastingen Bollenstreek vast te stellen.
Inleiding De Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd. De Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Belastingen Bollenstreek is hierop aangepast en tegelijk is er een aantal andere wijzigingen doorgevoerd. Voor de wijzigingen wordt verwezen naar de aangehechte toelichting. In de raadsvergadering van 5 juni 2024 heeft de raad besloten geen zienswijze in te dienen ten aanzien van de regeling. De raad wordt nu gevraagd om aan het college toestemming te verlenen om samen met de colleges van Lisse en Teylingen de gewijzigde gemeenschappelijke regeling vast te stellen.
Argument(en) per beslispunt Beslispunt I: Aan het college toestemming te verlenen om bij gezamenlijk besluit van de colleges van de gemeenten Noordwijk, Lisse en Teylingen de gewijzigde Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Belastingen Bollenstreek vast te stellen. Argumenten 1.1 Op grond van het bepaalde in artikel 1, leden 4 en 5 van de Wet gemeenschappelijke regelingen gaat het college niet over tot het wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. In het vierde lid van artikel 1 is bepaald dat de toestemming slechts kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
Kanttekeningen 1.1 n.v.t.
Financiën n.v.t.
Bijlage(n) B. C. D.
Raadsbesluit toestemming tot vaststelling gewijzigde Gemeenschappelijk Regeling Gemeentelijke Belastingen Bollenstreek. Ontwerpbesluit gewijzigde Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Belastingen Bollenstreek. Ter informatie: De per 1 januari 2015 in werking getreden Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Belastingen Bollenstreek, die wordt vervangen door de gewijzigde gemeenschappelijke regeling.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Noordwijk
Mw. E.M. Overzier secretaris
Mw. W.J.A. Verkleij burgemeester
TOELICHTING WIJZIGINGEN IN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GEMEENTELIJKE BELASTINGEN BOLLENSTREEK
Pagina 2 van 6
In de inleiding is aangegeven wanneer het samenwerkingsverband is aangegaan en in welke vorm, de redenen van aanpassing van de gemeenschappelijke regeling en dat besloten wordt de samenwerking te continueren. Artikel 1 Definities Uitbreiding van de definities van begrippen die terugkomen in de regeling Artikel 2 Doel en reikwijdte van de regeling 1 e lid: gewijzigd, geen omschrijving meer van de door de belastingsamenwerking uit te voeren taken, maar verwijzing naar artikel 3, derde lid waar de taken zijn vermeld. Artikel 3 Belastingsamenwerking en personeel 3 e lid sub c: toegevoegd ‘het voeren van verweer in (hoger)beroepszaken en beroepen in cassatie, alsmede het instellen van hoger beroep en cassatie’. Tot het voeren van verweer in en het instellen van beroep in cassatie is het college bevoegd, maar dit wordt vanwege de vakspecifieke kennis belegd bij de belastingsamenwerking. gewijzigd: ‘WOZ-waarde’ in ‘WOZ-beschikkingen’, aangezien niet alleen de WOZ-waarde maar bijvoorbeeld ook de belastingplicht of de objectafbakening kan worden bestreden. toegevoegd: ‘dwanginvorderingskosten’. Bezwaar- en (hoger en cassatie)beroepsprocedures kunnen ook hierop betrekking hebben. 3 e lid sub d: toegevoegd ‘behandeling van kwijtscheldingsverzoeken en beroepen’. Dit was ten onrechte niet opgenomen.
3 e lid sub g: verduidelijkt door de toevoeging ‘voor zover de werkzaamheden betrekking hebben op de uitvoering van de taken’. 5 e lid: aangevuld met de tekst dat voor het instellen van cassatieberoep instemming van de betrokken portefeuillehouder noodzakelijk is. Dit omdat er redenen kunnen zijn geen beroep in cassatie in te willen stellen. 7 e lid: CAR/UWO en daarin voorgeschreven verordeningen en andere algemene voorschriften en bepalingen gewijzigd in CAO en personeelshandboek van de centrumgemeente. 8 e lid: vervallen. De afspraken hierover staan namelijk in de artikelen 5, 6 en 8 en worden nader gespecificeerd in de Dienstverleningsovereenkomst. Artikel 4 Beleid en uitvoering 2 e lid: geschrapt ‘’ beleidsvoorbereiding’. Het vaststellen van beleid ligt bij de deelnemers zelf en daarmee ook de beleidsvoorbereiding. 3 e lid: deze bepaling was onduidelijk en is daarom aangepast. De uitvoering van de taken volgt uit het door de deelnemers vastgestelde beleid en de begrotingen van de deelnemers, niet andersom. De
Pagina 3 van 6
deelnemers volgen zelf de ontwikkelingen voor zover die betrekking hebben op het beleid. De belastingsamenwerking informeert de deelnemers over ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitvoering van de taken of de dienstverleningsovereenkomst. Artikel 5 Begroting 1 e lid: toegevoegd is dat de becijfering van het kostenaandeel van de deelnemers is gebaseerd op de in de dienstverleningsovereenkomst overeengekomen verdeelsleutels. 2 e lid: de bepaling dat het begrotingsjaar gelijk is aan het kalenderjaar uit het eerste lid gehaald en opgenomen in lid 2. 3 e lid: De ontwerpbegroting wordt ter goedkeuring voorgelegd in het portefeuillehouders-overleg. De oude bepaling ‘goedkeuring aan de deelnemers’ is onduidelijk. 5 e lid: nieuw, voorafgaand aan de vaststelling van de begroting wordt de ontwerpbegroting uiterlijk 1 juni ter goedkeuring voorgelegd aan de colleges van de deelnemers. 6 e lid: nieuw, bepaalt dat het college van de centrumgemeente de begroting uiterlijk op 1 augustus vaststelt. Artikel 6 Jaarrekening 1 e lid: aangevuld met de tekst dat de ontwerpjaarrekening wordt voorzien van een toelichting en het kostenaandeel van elk van de deelnemers. De uiterlijke datum waarop de belastingsamenwerking de ontwerp-jaarrekening opstelt is opgenomen in het 3 e lid. 2 e lid: nieuw. 3 e lid: aangepast.
De ontwerpjaarrekening wordt niet toegezonden aan de deelnemers maar uiterlijk op 15 maart ter advisering voorgelegd in het portefeuillehouders-overleg. 4 e lid: nieuw. 5 e lid: nieuw. Artikel 7 Betaling financiële bijdragen Geen inhoudelijke wijzigingen. Artikel 8 Overleg, rapportage en evaluatie 1 e lid: aangepast, niet eenmaal maar ten minste tweemaal per jaar vindt er een portefeuillehoudersoverleg plaats. 2 e lid: aangepast, er vindt over de uitvoering van de regeling eenmaal per jaar regie-overleg plaats en geen overleg op managementniveau. De clustermanager belastingen van de centrumgemeente is wel aanwezig bij portefeuillehouders-overleggen. 3 e lid: aangepast, de belastingsamenwerking gewijzigd in het college van de centrumgemeente.
Pagina 4 van 6
4 e lid: aangepast, datum opgenomen en toegevoegd dat de evaluatie in het portefeuillehouderesoverleg wordt besproken. Nieuw ingevoegd, onder vernummering van de daarop volgende artikelen: Artikel 9 Duur van de regeling De bepaling is uit oud artikel 16 gehaald en als apart artikel opgenomen. Artikel 10 Wijziging (oud artikel 9) 1 e lid: opgenomen dat bij wijziging van de regeling het bepaalde in artikel 1 van de wet in acht moet worden genomen. Voor wijziging van de regeling gelden namelijk dezelfde regels als voor het treffen van een regeling. Dat wil zeggen dat een ontwerp van een wijziging van de regeling voor zienswijze en goedkeuring wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. In het 1 e lid stond dat de gemeenteraden van de deelnemers besluiten tot wijziging van de regeling. Dat is onjuist. Tot een regeling of een wijziging daarvan wordt besloten door de colleges. 2 e lid oud is 2 e en 3 e lid geworden en de bepalingen zijn iets anders geredigeerd zonder inhoudelijke wijzigingen. Artikel 11 Toetreding (oud artikel 10) Iets anders geredigeerd zonder inhoudelijke wijziggingen. Opgenomen dat toetreding plaatsvindt met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet. Artikel 12 Uittreding (oud artikel 11) 1 e lid: aangepast.
Niet de gemeenteraad maar het college besluit uiteindelijk tot uittreding met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet, na verkregen toestemming van de raad. 2 e lid: aangepast. Een deelnemer kan uittreden na afloop van een periode van drie jaar na toetreding tot de belastingsamenwerking in plaats van drie jaar na het aangaan van de regeling. Als er een nieuwe gemeente toetreedt tot de belastingsamenwerking wordt er namelijk een nieuwe regeling aangegaan en dat zou tot de ongewenste situatie leiden dat voor de al deelnemende gemeenten de driejaarstermijn opnieuw zou gaan gelden. 3 e lid: aangepast. In plaats van een mededeling aan het college van de centrumgemeente moet het voornemen tot uittreding worden gedaan door middel van een aangetekende brief. 4 e lid: aangepast. In plaats van dat bij uittreding van een deelnemer advies wordt gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige wordt aan een onafhankelijk registeraccountant opdracht gegeven een plan op te stellen dat inzicht geeft in de gevolgen van uittreding voor het vermogen van de belastingsamenwerking en de deelnemers en welke afspraken er worden gemaakt. 5 e , 6 e en 7 e lid nieuw toegevoegd. 8 e lid was oud lid 5. Artikel 13 Opheffing en liquidatie (oud artikel 12)
Pagina 5 van 6
1 e lid: aangepast. Niet de gemeenteraad maar het college besluit uiteindelijk tot opheffing van de regeling met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet, na verkregen toestemming van de raad. 2 e lid: aangepast. Opheffing is mogelijk na drie jaren na de oorspronkelijke datum van het aangaan van de gemeenschappelijke regeling (1 januari 2015) in plaats van drie jaar na inwerkingtreding van de regeling. Anders zou de driejaarstermijn bij een wijziging van een bestaande of het aangaan van een nieuwe regeling steeds opnieuw gaan lopen. 3 e lid: aangepast. Bepaald is op welke wijze en bij wie een verzoek tot opheffing moet plaatsvinden. 4 e lid nieuw. 5 e lid, aangepast. De zin dat in het liquidatieplan kan worden afgeweken van de bepalingen in de regeling verwijderd. Er is geen aanleiding om af te wijken. 8 e lid: nieuw. Artikel 14 Archief (oud artikel 13) Dit artikel is aangepast aan de standaardbepalingen die regionaal bij gemeenschappelijke regelingen worden opgenomen met betrekking tot archief. Artikel 15 Geschillen (oud artikel 14) Geen wijzigingen Artikel 15 oud Toezending Gedeputeerde Staten Dit artikel is niet meer van toepassing en geschrapt.
Artikel 16 Inwerkingtreding van de regeling Aangepast in verband met vervanging van de regeling, overgangsrecht opgenomen en bepaald dat het college van de centrumgemeente zorgdraagt voor de bekendmaking als bedoeld in artikel 26 van de wet. Artikel 17 Citeertitel Citeertitel van de regeling is gewijzigd.
Pagina 6 van 6