Raadsvoorstel Doordecentralisatie maatschappelijke zorg per 2023
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Doordecentralisatie maatschappelijke zorg per 2023 Aan : de gemeenteraad Van : College van B&W Datum : Portefeuillehouder : Programma : Programma 7 Sociaal Domein en Volksgezondheid Zaaknummer : 157954 Voorgesteld besluit:
I. Kennis te nemen van het voornemen van het college van B&W om met ingang van 1 januari 2023 als gemeente zelf alle Wmo-taken op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang, verslavingszorg en/of bemoeizorg (MO/VZ/OGGZ) uit te (laten) voeren die nu gemandateerd zijn aan en uitgevoerd worden door centrumgemeente Leiden. Een aantal taken blijven we regionaal organiseren. II. De volgende financiële middelen op te nemen in de programmabegroting 2023 en conform de beleidskaders en afspraken in te zetten voor inwoners met een behoefte aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang, verslavingszorg en/of bemoeizorg: - middelen voor bestaande cliënten Beschermd Wonen, die hiervoor vanaf 2023 volgens door de colleges vast te stellen verdeling, vanuit centrumgemeente Leiden worden overgedragen (vanuit historisch verdeelmodel) - middelen voor nieuwe cliënten BW die de gemeente rechtstreeks vanuit het Rijk ontvangt (vanuit nieuw objectief verdeelmodel) - middelen voor MO/VZ/OGGZ die hiervoor vanaf 2023 volgens door het college vast te stellen verdeling vanuit centrumgemeente Leiden worden overgedragen. III.
Kennis te nemen van het voornemen van het college van B&W om met de andere gemeenten in Holland Rijnland samenwerkingsafspraken te maken over: - de wijze waarop de rijksmiddelen voor bestaande cliënten beschermd wonen (vanuit historisch budget) over de gemeenten verdeeld worden in de periode totdat alle middelen beschermd wonen rechtstreeks van het Rijk naar de individuele gemeenten komen; - de wijze waarop de decentralisatie-uitkering voor maatschappelijke opvang, verslavingszorg en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) over de gemeenten verdeeld wordt zodat gemeenten deze taken zelf kunnen financieren; - de wijze waarop specialistische voorzieningen gezamenlijk met de gemeenten in de regio Holland Rijnland worden gecontracteerd en gefinancierd; - de wijze waarop om te gaan met compensatie van eventuele (nader in beeld te brengen) frictiekosten die bij gemeente Leiden optreden als gevolg van het beëindigen van de centrumgemeentefunctie; - de wijze waarop de regionale toegang, inkoop, monitoring en overige ambtelijke taken betreffende de regionale specialistische voorzieningen worden geregeld. IV.
Kennis te nemen van het voornemen van het college van B&W om met de andere gemeenten in de Duin- en Bollenstreek samenwerkingsafspraken te maken over: - het gezamenlijk contracteren en financieren van ondersteuning met wonen en opvang in de Duin- en Bollenstreek - en over de wijze waarop de samenwerking, monitoring en sturing geregeld wordt. V. Kennis te nemen van het voornemen van het college van B&W om de juridische verankering voor de uitvoering van de regionale en sub-regionale taken uit te werken en zo nodig dit voor te leggen aan de gemeenteraad.
Kern van het voorstel De gemeenten in Holland Rijnland besluiten om met ingang van 1-1-2023 de ondersteuning en opvang voor inwoners met ernstige psychosociale problemen lokaal te organiseren. We hebben het dan over ‘beschermd wonen’, ‘maatschappelijke opvang’, en taken op het gebied van (preventie) verslavingszorg en bemoeizorg. Sinds 2015 zijn deze taken gemeentelijke taken onder de Wet maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), maar deze worden tot nog toe door de gemeente Leiden voor alle gemeenten in Holland Rijnland uitgevoerd. De gemeente Leiden ontvangt hiervoor tot 2023 middelen van het Rijk. Met ingang van 2023 worden de financiële middelen voor beschermd wonen door het Rijk geleidelijk steeds meer naar de afzonderlijke gemeenten overgedragen. De financiële middelen voor maatschappelijke opvang, verslavingszorg en bemoeizorg worden door het Rijk voorlopig nog aan de gemeente Leiden verstrekt ten behoeve van de hele regio. In onze regio maken we afspraken met elkaar om de middelen die de gemeente Leiden hiervoor ontvangt, ook vanaf 2023 over de afzonderlijke gemeenten te verdelen. Met deze verandering kan elke gemeente ervoor zorgen dat benodigde hulp eerder, dichterbij en meer in samenhang met andere sociale activiteiten en de lokale hulpverlening wordt georganiseerd.
Voor inwoners met specifieke behoeften waarvoor de ondersteuning lokaal niet aanwezig is of georganiseerd kan worden, maken de gemeenten afspraken hoe deze in de regio beschikbaar zijn.
Aanleiding Om alle ondersteuning op lokaal niveau in 2023 goed en tijdig geregeld te hebben is nu een raadsbesluit nodig, zodat begin 2022 de inkoop van beschermd wonen en maatschappelijke zorg kan starten.
Wat willen we bereiken? (Beoogd effect) Met deze middelen wordt een bijdrage geleverd aan het inclusiever maken van de Noordwijkse samenleving. Inwoners die door psychische of psychosociale problemen (tijdelijk) niet in staat zijn zich op eigen kracht te redden in de samenleving ontvangen steun op alle leefgebieden met de volgende effecten: - meer zelfredzaamheid en participatie, - stabilisatie van het psychiatrisch ziektebeeld, - bevorderen van herstel, - het voorkomen van verwaarlozing, maatschappelijke overlast of gevaar voor de inwoner zelf of voor anderen. Deze ondersteuning kan in de eigen woonsituatie gegeven worden, op een specifiek daarvoor bestemde woonlocatie of op een tijdelijke opvangplek. We werken hierin samen met de Duin- en Bollenstreek gemeenten.
Wat gaan we daarvoor doen? (Oplossingsrichtingen/maatregelen/onderbouw per oplossingsrichting met argumenten) II.I
Per 1-1-2023 kopen we voor onze inwoners zorg in.
De gefaseerde doordecentralisatie zoals het Rijk voor ogen heeft bij BW wordt in onze regio niet wenselijk geacht. Regionaal is de wens om voor beschermd wonen per 2023 alle inwoners met een beschermd wonen-voorziening inhoudelijk en financieel onder de verantwoordelijkheid te brengen van de gemeente waar zij nu (beschermd) wonen. Dit houdt in dat ook het historisch budget voor beschermd wonen dat de komende jaren nog naar de centrumgemeente blijft gaan, per 2023 verdeeld wordt over alle gemeenten. Uit deze visie zijn de volgende uitgangspunten voor het beleid te herleiden:
Pagina 2 van 9
1. 2. 3.
ondersteuning voor de doelgroep Maatschappelijke zorg is een breed gedragen lokale verantwoordelijkheid; lokaal zet men in op vroeg signalering en preventie; lokaal organiseert men vraaggerichte ondersteuning: integraal en op maat, waardoor regionaal alleen een vangnet overblijft voor zeer specialistische of acute vormen van opvang; 4. toegang tot ondersteuning is laagdrempelig, met aansluitend duidelijke richtlijnen voor aanmelden bij (sub)regionale ondersteuningsvormen waarin op regionaal niveau wordt samengewerkt; 5. eigen kracht en eigen regie, het zelf regisserend vermogen wordt versterkt om de instroom te beperken en uitstroom uit de opvang te bevorderen; 6. de opvang is kleinschalig en zo lokaal mogelijk georganiseerd; 7. aandacht voor participatie en herstel is een uitgangspunt bij alle vormen van hulp, opvang en ondersteuning; 8. de hulpverlening werkt outreachend en levert bemoeizorg waar dat nodig is; 9. de financiële middelen van het rijk vormen het financiële kader. We blijven voor een aantal inwoners regionaal samenwerken: Sommige inwoners hebben zeer specialistische zorg nodig en of zorg die financieel niet haalbaar is om op subregio te organiseren. Voor die zorg blijven we regionaal samen werken.
II.II De gemeenten in Holland Rijnland hebben een eigen verdeelmodel waarmee de middelen en taken voor maatschappelijke zorg op een verantwoorde manier worden overgedragen vanuit de centrumgemeente. Waar het Rijk onderscheid maakt tussen ‘huidige’ en ‘nieuwe’ cliënten gaan we binnen Holland Rijnland uit van het principe ‘lokaal tenzij’. Lokaal organiseren we de zorg die passend en nodig is, tenzij die zorg zo specifiek is dat het logischerwijs regionaal georganiseerd moet worden. Een gefaseerde doordecentralisatie zou betekenen dat nieuwe cliënten en huidige cliënten op dezelfde locatie verschillende zorg ontvangen omdat er verschillende contracten zijn afgesloten. Dit willen we voorkomen. Het Rijk heeft een splitsing aangebracht in de herverdeling van middelen tussen beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Vanuit het Rijk wordt in 2026 gekeken of de middelen van maatschappelijke opvang naar de regiogemeenten overgeheveld worden. Binnen Holland Rijnland vinden we deze splitsing onwenselijk omdat: - Het gaat bij beschermd wonen en maatschappelijke opvang om inwoners die lokaal bekend zijn en die lokaal laagdrempelig een ondersteuningsaanbod in de vorm van wonen en zorg in samenhang met ondersteuning op andere leefgebieden behoeven.
- Een deel van de cliënten binnen beschermd wonen en maatschappelijke opvang kampt met vergelijkbare problematiek - Bij het gelijktijdig decentraliseren van budgetten is ontschotting tussen het ondersteuningsaanbod beschermd wonen en maatschappelijke opvang mogelijk - Regiogemeenten in staat worden gesteld om verantwoordelijkheid te nemen voor preventie, opvang en herstel van cliënten maatschappelijke opvang - Bij BW jaarlijks geld over is en bij maatschappelijke opvang jaarlijks geld te kort. Door beide geldstromen met elkaar te verbinden bestaat op het geheel nog steeds een overschot. - Er zijn nu geen aparte afspraken nodig om het tekort op MO op te vangen. III Er zijn samenwerkingsafspraken, om vooraf helderheid te geven aan de daadwerkelijke decentralisatie van de maatschappelijke zorg per 2023.
Pagina 3 van 9
Verdeling middelen beschermd wonen Elke gemeente zal per 2023 rechtsreeks middelen ontvangen voor nieuwe cliënten beschermd wonen. Er komt een landelijk objectief verdeelmodel voor de verdeling van deze middelen. De middelen voor de huidige cliënten beschermd wonen worden nog uitgekeerd aan de centrumgemeente op dezelfde wijze als nu het geval is, dit is een historisch verdeelmodel. Omdat Leiden de kosten van de huidige cliënten kent, kunnen de middelen voor deze kosten overgeheveld worden naar de gemeenten waar deze cliënten wonen. De gemeente moet dus in staat zijn deze kosten te dragen. Voor de dekking van de lokale kosten beschermd wonen ontvangt de gemeente dus de middelen vanuit twee geldstromen, één vanuit het Rijk, deze geldstroom neemt jaarlijks toe en één vanuit de regio, deze geldstroom neemt jaarlijks af en zal naar verwachting na 7 tot 10 jaar wegvallen. Verdeling middelen MO/VZ/OGGZ Voor de verdeling van het landelijke budget maatschappelijke opvang over de 44 regio’s bestaat al een objectief verdeelmodel, dit is op basis van bepaalde kenmerken. Omdat deze kenmerken ook per gemeente beschikbaar zijn kan het regiobudget volgens de landelijke verdeelsystematiek verdeeld worden over de gemeenten binnen de regio.
Regionale specialistische voorzieningen Voor de financiering van de regionale specialistische voorzieningen levert elke gemeente naar rato van het eigen budget een bijdrage. Op basis van de vraag en de inkooptarieven zal jaarlijks een begroting opgesteld worden voor de regionale kosten. Afspraken over frictiekosten centrumgemeente Nu bij Leiden de centrumtaken worden afgebouwd kan er sprake zijn van frictiekosten. Deze kosten worden in beeld gebracht en hierover zullen zo nodig afspraken gemaakt worden. Waar sprake is van personeel dat met centrumtaken belast is, kunnen afspraken gemaakt worden over overname van personeel vanuit de gedachte ‘mens volgt werk’. Afspraken over de regionale toegang, monitoring en overige ambtelijke taken Ook na 2023 zullen de gemeenten in Holland Rijnland nauw blijven samenwerken in de maatschappelijke zorg omdat de contractering en het contractmanagement van regionale voorzieningen, het reguleren van de toegang tot deze voorzieningen en het monitoren van het gebruik en kosten moet in regionaal verband gebeuren. Voorstel is hiervoor een regionaal team in te richten met expertise vanuit de centrumgemeente en regiogemeenten; VI Passende ondersteuning bieden met wonen en opvang voor de inwoners die het nodig hebben, door met elkaar samen te werken binnen de vijf gemeenten van de Duin en Bollenstreek.
In het ‘Uitvoeringsprogramma maatschappelijke zorg en beschermd wonen Duin- en Bollenstreek ~ 2018-2020, Omzien naar Elkaar’ is het belang van samenwerken tussen de vijf gemeenten in de Duin en Bollenstreek benoemd. Het aantal inwoners met een ondersteuningsvraag met wonen – opvang is vrij laag per gemeente in de Duin en Bollenstreek. Echter de aard van de ondersteuningsvragen zijn divers. Op dit moment zijn er verschillende organisaties die de verscheidenheid aan ondersteuning met wonen en opvang bieden, verspreid over de Duin en Bollenregio. Het streven is dat er zo lokaal mogelijk ondersteuning geboden wordt. Bij voorkeur wonen mensen met een ondersteuningsvraag zelfstandig en krijgen zij ambulante ondersteuning. Wanneer dat niet mogelijk is blijven mensen op een zo goed mogelijk passende plek en zo kort mogelijk in een ‘intramurale‘ opvang- of beschermde woonvoorziening. IV.II Nadere afspraken tussen de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek zijn nodig om te kunnen sturen op de gewenste transformatie en de bijbehorende financiën. Zo ook tussen de Holland Rijnland gemeenten voor de regionale voorzieningen. Gezien de geringe vraag van inwoners vanuit de Duin en Bollenstreek naar en tegelijkertijd dure specifieke maatschappelijke zorg en opvang maakt dat samenwerken met elkaar heel belangrijk is.
Tegelijkertijd hebben we een transformatieopgave om te komen tot meer ambulante vormen van beschermd wonen en opvang om zo het voorzieningenniveau in de Duin- en Bollenregio op een goed peil te brengen, te houden en zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de vraag. Dit alles vergt een lange adem. In het samenwerkingsverband Duin en Bollenstreek kunnen we door middel van een inkoopproces contracten afsluiten met aanbieders. En gezamenlijk de toegang tot deze voorzieningen organiseren, monitoren en het contractmanagement inrichten. V De uitvoering van de regionale en sub-regionale taken wordt juridisch verankerd. De samenwerking in de taak maatschappelijke zorg en beschermd wonen dient een goede juridische basis te hebben. De vorm voor de samenwerkingsafspraken tussen de Holland Rijnland gemeenten wordt nog nader
Pagina 4 van 9
onderzocht en uitgewerkt de komende periode. Te denken valt aan onderbrenging bij de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland, of bij de nieuwe GR Jeugdhulp, of via een centrumgemeente-constructie of een gewone samenwerkingsovereenkomst.
Wat zijn de risico’s en kanttekeningen Er is onzekerheid over wanneer het definitieve verdeelmodel BW bekend wordt. Vooruitlopend wordt een en ander in de berekeningen zo goed mogelijk benaderd. Bij de inkoop wordt rekening gehouden met eventuele afwijkende uitkomst en wordt ruimte gehouden voor mogelijke bijstelling naar boven of beneden als gevolg van definitieve verdeelmodel. Er zijn factoren van invloed op de hoogte van het definitieve verdeelmodel beschermd wonen - In het voorlopige verdeelmodel kunnen de precieze definities van enkele maatstaven nog veranderen. Dit kan leiden tot een verschuiving in de budgetten van alle gemeenten. Dit is een onzekerheid waar de gemeente geen invloed op heeft. Het is onwaarschijnlijk dat de verschuiving dermate groot is dat het objectieve model in de regio Holland Rijnland lager uitvalt dan het historische model, aangezien het objectieve model BW momenteel bijna 50% hoger uitpakt dan het historische model. - Ook het macrobudget kan hoger of lager uitvallen. Dit is een onzekerheid waar de regio geen invloed op heeft en die ook in andere domeinen speelt. - De Wlz-uitname wordt eind dit jaar definitief bekend. Bij een hogere Wlz-uitname is het overgebleven budget voor alle gemeenten kleiner.
De hoogte van de uitname sluit aan bij de kosten van cliënten die naar de WLz gaan, dus de kosten die gemeenten maken voor beschermd wonen zijn in die situatie ook lager. Op het netto resultaat zal een hogere uitname dus beperkt effect hebben. - Daarnaast zijn herverdeeleffecten niet uit te sluiten; dit heeft te maken met het feit dat er in de regio gemeenten zijn die relatief veel of juist weinig voorzieningen hebben. Om dit te ondervangen wordt subregionaal samengewerkt bij de inkoop en in de op-/afbouwopgave.
Wat mag het kosten? (Financiële paragraaf) Op basis van de huidige gegevens (per juni 2021) is berekend hoe de budgetten voor de regio en de subregio’s zich de komende jaren ontwikkelen. Deze budgetten vormen de financiële kaders voor de inkoop van voorzieningen volgens de al eerder vastgestelde aanbestedingsstrategie. Hierbij is gekeken naar: De hoogte van de uitname van middelen in verband met de overgang van cliënten naar de Wlz. De ontwikkeling van de Rijksmiddelen BW, De hoogte van de Rijksmiddelen MO/VZ/OGGZ, De uitgaven voor MO/VZ/OGGZ over het jaar 2020. Het nieuwe objectieve verdeelmodel voor beschermd wonen Voor de regio Holland Rijnland als geheel nemen vanaf 2027 tot 2032 de totale middelen voor BW met bijna 50% toe, zie volgende figuur:
Pagina 5 van 9
Omdat de regio Holland Rijnland relatief gezien een lager voorzieningenniveau BW heeft dan veel andere regio’s in het land pakt de invoering van het objectieve verdeelmodel voor de regio gunstig uit. In onderstaande tabel is te zien hoeveel middelen de subregio’s de komende jaren kunnen verwachten voor BW en MO. Ook wordt in beeld gebracht hoeveel middelen specialistische voorzieningen en bijbehorende ambtelijke functies (zoals regionale toegang, monitoring, inkoop) kunnen worden geraamd. Hierin is ook af te lezen hoeveel budgettaire ruimte er is voor taken die er nog liggen (wegwerken wachtlijsten, aanpak dakloosheid, etc.). De budgettaire ruimte is het budget wat overblijft na aftrek van de huidige uitgave gemaakt door de centrumgemeenten Leiden voor de taken BW, MO, VZ en OGGZ. Er is geen rekening gehouden met uitgaven die worden gedaan door de Duin- en Bollenstreek vanuit het investeringsfonds.
Pagina 6 van 9
(Sub)regio/ gemeente
Inkomsten BW 2023
Inkomsten BW 2032
Inkomsten MO jaarlijks
Budgettaire ruimte 2023
Budgettaire ruimte 2032
Katwijk Noordwijk Teylingen Lisse Hillegom
€ 1.323.059 € 3.303.932 € 791.577 € 191.771 € 624.073
€ 3.317.645 € 2.084.640 € 1.616.304 € 1.096.626 € 1.170.235
€ 279.187 € 124.272 € 98.784 € 60.511 € 64.812
€ 239.060 € 525.457 € 170.404 € 75.845 € 136.341
€ 2.233.646 € -693.835 € 995.131 € 980.700 € 682.502
Duin- en Bollenstreek Leidse Regio Rijnstreek Regionaal
€ 6.234.413
€ 9.285.450
€ 627.567
€ 1.147.106
€ 4.198.143
€ 10.172.889 € 5.341.624 € 4.703.249
€ 14.414.162 € 7.969.987 € 5.703.249
€ 1.688.346 € 773.233 € 4.741.225
€ 1.185.708 € 766.334 -
€ 5.426.981 € 3.394.697 -
Voor de regio Holland Rijnland als geheel nemen vanaf 2027 tot 2032 de totale middelen voor BW met bijna 50% toe. Voor individuele gemeenten kunnen de cijfers meer of minder gunstig uitvallen. Daarom wordt samengewerkt binnen de subregio’s bij de inkoop van voorzieningen MZ. Voor Noordwijk is dat op korte termijn een aanzienlijke toename (€ 525.000,- plus), op lange termijn een tekort (€ 693.835). Dit tekort is nu al grotendeels opgelost door de sloop-nieuwbouw van de woonvoorziening van GGZ Rivierduinen in Noordwijkhout. Wat in Noordwijkhout aan nieuwbouw blijft is een WLz-gefinancierde voorziening. Op die locatie komen 40 tot 45 plekken terug. Die niet meer bekostigd gaan worden vanuit de gemeente maar vanuit de WLZ. De overige plekken worden gebouwd in Katwijk en Teylingen. De financiële kaders staan in de aanbestedingsstrategie en zijn vastgespeld in het college van 26 april. Die kaders zijn wat er nu beschikbaar en wat er in de toekomst volgens het verdeelmodel naar de Duin- en Bollenstreek komt. De gemeenten van de Duin- en Bollenstreek kopen gezamenlijk in en gaan (raam)overeenkomsten af te sluiten met meerdere aanbieders voor de inrichting en uitvoering van BW en MO. Voor individuele gemeenten kunnen de cijfers meer of minder gunstig uitvallen. Daarom wordt samengewerkt binnen de subregio’s bij de inkoop van voorzieningen MZ.
Gemeenten dragen naar rato van hun budget bij aan de kosten van (sub)regionale voorzieningen. Q1 2022 zullen deze bedragen herijkt worden op basis van de cijfers over het gebruik van de zorg in 2021 zoals die op dat moment bekend zijn, de definitieve uitname Wlz, en laatste checks op woonplaatsgegevens van cliënten.
Pagina 7 van 9
Betrokken partijen/participatie Dit voorstel is tot stand gekomen in nauwe afstemming met alle betrokken regionale portefeuillehouders. De onafhankelijke regionale cliëntenorganisatie Stichting Lumen Holland Rijnland heeft bij de uitwerking van diverse onderdelen aan tafel gezeten dan wel is op onderdelen geraadpleegd. In de uitvoering wordt een belangrijke rol voor deze organisatie weggelegd als ‘kritische vriend’: vindt de uitvoering plaats zoals beoogd en is deze in het belang van de cliënten? Bij de realisatie van lokale initiatieven zijn afgelopen jaren diverse zorgaanbieders alsmede de cliëntenorganisatie Lumen betrokken geweest. Zorgaanbieders worden betrokken bij de komende inkooptrajecten. De adviesraad sociaal domein is in oktober 2020 geïnformeerd. Geactualiseerde informatie sturen we hen toe.
Communicatie nvt
Verdere procedure en planning Voor de uitvoering van dit besluit zullen de volgende acties uitgewerkt worden: -
-
Aanpassen lokale verordening Wmo Intrekken van mandaatbesluit van het college uit 2014 waarin de Gemeente Leiden gemandateerd wordt voor de uitvoering van de Wmo-taken maatschappelijke zorg, nadat de samenwerkingsafspraken gemaakt en verankerd zijn De gemeenteraden geïnformeerd over de voortgang en zo nodig wordt er een besluit voorgelegd.
Bestuurlijk kader Wettelijk kader: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015. Met de wijziging van de Wmo zijn de gemeenten verantwoordelijk geworden voor de zorg van alle inwoners, ook de meest kwetsbare inwoners. De gemeenten waren al verantwoordelijk voor taken op het gebied van maatschappelijke opvang (MO), verslavingszorg en -preventie (VZ) en OGGZ (bemoeizorg), eveneens Wmo-taken. In Holland Rijnland hebben de gemeenten door middel van het verlenen van een mandaat destijds besloten om de taken voor beschermd wonen en voor MO/VZ/OGGZ te beleggen bij centrumgemeente Leiden, mede omdat de gemeente Leiden ook de financiën ontvangt voor deze taken vanuit het Rijk. Hiermee werd Leiden in 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorg voor de meest kwetsbare inwoners, oftewel de maatschappelijke zorg, in de regio Holland Rijnland. Eerder genomen besluiten en raadsbrieven: -
In januari 2017 is het Beleidskader Maatschappelijke zorg Holland Rijnland 2017-2025 in de gemeenteraad vastgesteld. Dit beleidskader is het startpunt geweest voor de decentralisatie van de maatschappelijke zorg naar de regiogemeenten. Juli 2017 raadsbrief over ‘Uitvoeringsprogramma beleidskader maatschappelijke zorg’ Februari 2018 heeft het college van B&W ingestemd met het Uitvoeringsprogramma maatschappelijke zorg en beschermd wonen Duin en Bollestreek 2018 – 2020 ‘Omzien naar elkaar’ Februari 2018 raadsbrief over het ‘Uitvoeringsprogramma maatschappelijke zorg en beschermd wonen 2018 – 2020 ‘Omzien naar elkaar’. November 2018 heeft het college van B&W ingestemd met het Convenant MO Juli 2020 raadsbrief over de decentralisatie BW en MO Oktober 2020 informatieavond voor de gemeenteraden van de Duin- en Bollenstreek Februari 2021 raadsbrief stand van zaken en uitstel decentralisatie maatschappelijke zorg.
Pagina 8 van 9
-
April 2021 heeft het college van B&W ingestemd met het Uitvoeringsprogramma decentralisatie van de maatschappelijke zorg 2021 – 2023 ‘Omzien naar elkaar’
Bijlage(n) 1. 2.
Infographic Verdeelmodel MZ Nadere toelichting verdeling van middelen
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk, Mw. W.J.A. Verkleij
,burgemeester
F.G. Mencke
,secretaris
Pagina 9 van 9