Paraplubestemmingsplan Huisvesting Noordwijk_20220119
Tekst van het document
Paraplubestemmingsplan Gebruik Woningen Noordwijk Gemeente Noordwijk Ontwerp
Paraplubestemmingsplan Gebruik Woningen Noordwijk Gemeente Noordwijk Ontwerp
Rapportnummer:
P03622
IMRO-identificatienummer:
Nl.IMRO.0575.BPPLUGebruikwoning-ON02
Datum:
19 januari 2022
Opdrachtgever:
Gemeente Noordwijk
Projectteam BRO:
JRi, JvdA, JEr
Concept:
mei 2021
Ontwerp:
juni 2021, december 2021, januari 2022
Vaststelling: Bron foto kaft:
BRO
Beknopte inhoud:
--
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Toelichting
Inhoudsopgave
pagina
1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende ruimtelijke plannen 1.4 Leeswijzer
4 4 5 6 6
2.BELEIDSKADER 2.1 Rijksbeleid
7 7
2.1.1 Dienstenrichtlijn 2.1.2 Overig rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid
7 9 9
2.2.1 Omgevingsvisie 2.2.2 Programma Ruimte 2.2.3 Omgevingsverordening 2.3 Regionaal beleid
9 10 11 13
2.3.1 Regionale Structuurvisie 2020 Holland-Rijnland 2.3.2 Regionale Woon Agenda Holland Rijnland 2017 2.4 Gemeentelijk beleid
13 13 14
2.4.1 Omgevingsvisie 1.0: Samen maken we de toekomst voor Noordwijk 2.4.2 Woonvisie 2020-2030 2.4.3 Welstandsnota Noordwijk 2019 2.4.4 Beleidsnotitie Gebruik Woningen
14 15 16 17
3.PLANBESCHRIJVING 3.1 Paraplubestemmingsplan ‘Gebruik Woningen Noordwijk’ 3.2 Planologisch strijdig gebruik en overgangsrecht
20 20 27
4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren
29 29
4.1.1 Toetsingskader 4.1.2 Onderzoek 4.1.3 Conclusie 4.2 Geluid
29 29 30 30
4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Luchtkwaliteit
30 31 31 31
Inhoudsopgave
1
4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Onderzoek 4.4 Bedrijven en milieuzonering
31 32 32 32
4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Geur agrarisch
32 33 33 33
4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Externe veiligheid
33 34 34 34 34
4.7.1 Toetsingskader 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Conclusie 4.8 Ecologie
34 35 35 35
4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.9 Bodem
35 37 37 37
4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie Het aspect bodem zorgt niet voor belemmeringen. 4.10 Water
37 37 38 38 38
4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Onderzoek 4.10.3 Conclusie Het aspect water zorgt niet voor belemmeringen. 4.11 Archeologie
38 38 38 38 38
4.11.1 Toetsingskader 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie 4.12 Cultuurhistorie
38 39 39 39
4.12.1 Toetsingskader 4.12.2 Onderzoek 4.12.3 Conclusie 4.13 Toetsing Besluit m.e.r.
39 39 40 40
5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Verbeelding
41 41 41
Inhoudsopgave
2
5.3 Regels
42
6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
43 43 43
6.2.1 Vooroverleg 6.2.2 Inspraak 6.2.3 Vaststellingsprocedure
43 44 44
BIJLAGEN BIJ TOELICHTING Bijlage 1: Kaart zone recreatiewoning voor eigen gebruik
Inhoudsopgave
3
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding Recreatieve verhuur van woningen met een woonbestemming is de laatste jaren erg in trek. Met name in toeristische gebieden zoals in grote steden en kustplaatsen heeft deze vorm van recreatieve verhuur een grote vlucht genomen. Ook in Noordwijk is deze ontwikkeling merkbaar. Steeds vaker worden woningen recreatief gebruikt of verhuurd. Dit heeft effecten op de woningmarkt. Woningen die recreatief (toeristisch) worden gebruikt worden onttrokken aan de woningvoorraad, zijn niet beschikbaar voor woningzoekenden en beperken de doorstroming. Naast de overlast als gevolg van de toeristische verhuur van woningen worden ook (overlast)situaties in woonwijken gemeld over woningen die worden (onder)verhuurd (via kamerverhuur) dan wel over woningen waarin meerdere huishoudens woonachtig zijn. Er ontstaan gevolgen voor de leefbaarheid, parkeerdruk en sociale cohesie in woonwijken en complexen. De situatie verschilt per kern. Zo speelt de toeristische verhuur vooral in de kernen Noordwijk aan Zee en in Noordwijk Binnen. Bewoning van woningen door meerdere huishoudens doet zich vooral voor in de kernen Noordwijk aan Zee en Noordwijk Binnen.
Mede op basis van jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is shortstay (voor arbeidsmigranten en expats) en kamergewijze bewoning in het overgrote deel van het grondgebied van de gemeente Noordwijk rechtstreeks toegestaan. Er dient volgens deze jurisprudentie namelijk een ruime uitleg te worden gehanteerd van wat onder wonen verstaan wordt bij toetsing van initiatieven. Dat betekent dat ook kamergewijze bewoning en shortstay op dit moment onder de noemer ‘wonen’ vallen. Bovenstaande ontwikkelingen en signalen zijn aanleiding geweest voor het opstellen van beleid voor het gebruik van woningen. Op 16 februari 2021 heeft de raad van de gemeente Noordwijk daarom de beleidsnotitie ‘Gebruik Woningen’ vastgesteld. In de nota is aangeven dat het beleid verder uitgewerkt wordt in een paraplubestemmingsplan en de verordening Beheer Woningvoorraad. Voorliggend paraplubestemmingsplan vormt één van de uitwerkingen van de beleidsnotitie ‘Gebruik Woningen’ en omvat definities en regelingen om te kunnen sturen op het gebruik van woningen en aan wonen gerelateerd passend nevengebruik. Het onderwerp shortstay valt buiten het bereik van deze regeling, aangezien hiervoor separaat beleid wordt opgesteld op basis waarvan nieuwe plannen individueel worden beoordeeld.
Het bestemmingsplan heeft mede tot doel te komen tot heldere regelgeving om zo al het gebruik anders dan waarvoor de woning is bestemd tegen te gaan. Hierbij gaat het niet alleen om structurele toeristische verhuur en gebruik van woningen maar ook om andere (tijdelijk) verblijfsvormen zoals het verblijf van meerdere personen, niet zijnde één huishouden, in een woning. Zo wordt vakantieverhuur van de eigen woning tot 30 dagen per kalenderjaar) toegestaan en wordt een zone aangewezen waar een tweede woning voor eigen gebruik wordt toegestaan. Eenduidige en transparante regelgeving met als doel de negatieve bijverschijnselen te voorkomen en het onrechtmatig gebruik van woningen waar nodig aan te pakken.
Hoofdstuk 1
4
1.2 Plangebied Voorliggend bestemmingsplan betreft een overkoepelend paraplubestemmingsplan voor die delen van het plangebied waar op dit moment een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan van toepassing is. Het plangebied betreft om die reden het gehele grondgebied van de gemeente Noordwijk. In figuur 1 is de begrenzing van het plangebied indicatief weergegeven. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding, welke juridisch bindend is.
Figuur 1: Indicatieve begrenzing plangebied, gevormd door gemeentegrens gemeente Noordwijk (bron: PDOK Viewer/CBS).
Hoofdstuk 1
5
1.3 Vigerende ruimtelijke plannen In het plangebied gelden momenteel diverse ruimtelijke plannen. Deze plannen zijn onderliggend aan onderhavig paraplubestemmingsplan en in beginsel nog steeds van toepassing. Onderhavig paraplubestemmingsplan betreft een partiële herziening van deze plannen op bepaalde onderdelen. In dit geval betreft het de regels rondom het gebruik van woningen. Hierbij worden de diverse ruimtelijke plannen welke gelegen zijn binnen de planbegrenzing van het paraplupbestemmingsplan aangepast of aangevuld met specifieke regels en/of aanduidingen met betrekking tot het thema/de thema’s waarop dit paraplubestemmingsplan ziet. Voor het overige blijven de desbetreffende ruimtelijke plannen van kracht. Alleen die onderdelen van deze plannen waarover expliciet iets over wordt gezegd in de planregels van onderhavig paraplubestemmingsplan worden hierbij dus gewijzigd of aangevuld.
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid wordt beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in diverse milieukundige en planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 en 5 is de (juridische) toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
Hoofdstuk 1
6
2.
BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht. Tevens vindt een toetsing van dit plan aan dit beleid plaats.
2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Dienstenrichtlijn Op 28 december 2006 is de Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt) in werking getreden. Het doel van de Dienstenrichtlijn is om belemmerende regelgeving, administratieve lasten en hoge kosten voor dienstverleners weg te nemen of te verminderen. Als onderdeel daarvan bevat de Dienstenrichtlijn regels die van toepassing zijn op overheden bij het formuleren van eisen en het vormgeven van vergunningsstelsels die van invloed zijn op de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit. Voor ieder algemeen verbindend voorschrift, beleidsregel of vergunningstelsel dient te worden nagegaan of deze betrekking heeft op de toegang tot of de uitoefening van een dienst die onder de Dienstenrichtlijn valt. Dat zal snel het geval zijn, omdat de Dienstenrichtlijn van toepassing is op alle diensten van dienstverrichters (natuurlijke personen of rechtspersonen) die in een lidstaat zijn gevestigd, tenzij deze zijn uitgezonderd van de richtlijn in een limitatieve opsomming. Het begrip ‘dienst’ is breed en omvat elke economische activiteit, anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt. Dat betekent dat de Dienstenrichtlijn een enorm brede reikwijdte heeft.
Zo is al geruime tijd duidelijk dat de regering ervan uitgaat dat eisen in ruimtelijke voorschriften, zoals in bestemmingsplannen, die zien op de toegang tot of uitoefening van dienstverlening, zoals eisen met betrekking tot horeca, terrasvergunningen et cetera, beoordeeld moeten worden in het licht van de Dienstenrichtlijn. Voor in ruimtelijke voorschriften opgenomen beperkingen kunnen onder de Dienstenrichtlijn twee verschillende regimes gelden. Het eerste regime is neergelegd in artikel 14, aanhef en onder 5 Dienstenrichtlijn. Elke eis die een beperking inhoudt en waarmee uitsluitend economische doelen worden nagestreefd, is simpelweg verboden. Gelet op artikel 1.1.2 Bro geldt in het Nederlandse ruimtelijke ordeningsrecht al de voorwaarde dat met ruimtelijke voorschriften geen economische doelen kunnen worden nagestreefd. Er moeten derhalve ruimtelijke motieven aanwezig zijn. Uit de rechtspraak blijkt dat het verbod van artikel 14 Dienstenrichtlijn niet geldt, indien in de onderbouwing en de motivering van de brancheringsregeling wordt gewezen op ruimtelijke belangen die daaraan ten grondslag hebben gelegen of indien wordt toegelicht dat aan de regeling geen economische doelen ten grondslag liggen. Relevanter is het tweede in de Dienstenrichtlijn opgenomen regime, dat is neergelegd in artikel 15, derde lid van deze richtlijn.
Die bepaling luidt als volgt: De lidstaten controleren of de in lid 2 bedoelde eisen aan de volgende voorwaarden voldoen: a) discriminatieverbod: de eisen maken geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel;
Hoofdstuk 2
7
b) noodzakelijkheid: de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang1; c) evenredigheid: de eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken; zij gaan niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken en dat doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt. De eisen waaruit een beperking voortvloeit voor het vestigen of het uitoefenen van een dienstenactiviteit moeten aan een evaluatie worden onderworpen dient te blijken of voldaan wordt aan bovenstaande eisen. Allereerst is er geen sprake van discriminatie, omdat de nadere inkadering van de gebruiksmogelijkheden algemeen geldend – en daarmee niet afhankelijk van de nationaliteit of vestigingsplaats van de dienstverlenende persoon – is. Doorwerking plangebied Onderhavig paraplubestemmingplan kadert bestaande mogelijkheden voor gebruik van woningen nader in. Met dit plan wordt geregeld dat de gemeente regie kan voeren met betrekking tot aan wonen gerelateerd passend nevengebruik en het gebruiken van woningen voor vakantieverhuur, alsmede het binnen een specifieke zone toestaan van het gebruiken van een eigen tweede woning (voor recreatief gebruik). Met betrekking tot het verlenen van diensten worden de mogelijkheden voor het (neven)gebruik van woningen als volgt ingekaderd: 1.
Bed & Breakfast tot maximaal vier personen bij ligging in een kern of acht personen bij ligging in het landelijke gebied/buitengebied; 2. vakantieverhuur tot maximaal 30 dagen; 3. kamergewijze verhuur tot maximaal twee personen; 4. shortstay en bedrijfsmatige kamerverhuur worden aangemerkt als strijdig gebruik; 5. recreatief gebruik van een eigen woning is enkel rechtstreeks toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatiewoning eigen gebruik'. Bovenstaande inkadering is niet strijdig met de Dienstenrichtlijn. Er is allereerst geen sprake van discriminatie, aangezien de regels uit onderhavig plan gelden voor eenieder. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen afkomst of vestigingsplan van natuurlijke of rechtspersonen. Ten tweede sprake van noodzakelijkheid (dwingende redenen van openbaar belang), omdat middels onderhavig plan oneigenlijk gebruik van woningen en onrechtmatige woningonttrekking kan worden tegengegaan. Hiermee worden negatieve effecten op de woningmarkt tegengegaan. Reguleren betekent bovendien dat er afweging en sturing kunnen plaatsvinden, zodat niet zomaar ongewenste situaties ontstaan in situaties waarin woningen op een andere manier gebruikt worden dan voor permanente bewoning door maximaal één huishouden. Dergelijke situaties kunnen ontstaan door bijvoorbeeld verkeerseffecten, parkeerhinder of andersoortige hinder voor omwonenden.
Tot slot is van belang dat er sprake is van evenredigheid. De gesignaleerde negatieve effecten met betrekking tot de woningmarkt en hinder kunnen niet worden bereikt met minder beperkende maatregelen. Door Bed & Breakfast, vakantieverhuur en kamergewijze verhuur tot maximaal twee personen onder voorwaarden rechtsreeks toe te staan, wordt de mate waarin de maatregelen van onderhavig plan beperkend zijn zo klein als redelijkerwijs noodzakelijk is gemaakt.
1
Dwingende redenen van openbaar belang is in artikel 8, onderdeel 8, van de Dienstenrichtlijn als volgt gedifinieerd: redenen die als zodanig zijn erkend in de rechtspraak van het Hof van Justitie; waaronder de volgende gronden: openbare orde, openbare veiligheid, staatsveiligheid, volksgezondheid, handhaving van het financiële evenwicht van het socialezekerheidsstelsel, bescherming van consumenten, afnemers van diensten en werknemers, eerlijkheid van handelstransacties, fraudebestrijding, bescherming van het milieu en het stedelijk milieu, diergezondheid, intellectuele eigendom, behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed en doelstellingen van het sociaal beleid en het cultuurbeleid.
Hoofdstuk 2
8
2.1.2 Overig rijksbeleid Met dit paraplubestemmingsplan wordt het gemeentelijke beleid van Noordwijk omtrent het al dan niet toestaan van diverse woonvormen juridisch-planologisch vertaald. Er worden geen rechtstreekse planologische mogelijkheden tot toevoeging van woningen mogelijk gemaakt. Gezien de aard van het plan zijn er geen rijksbelangen in het geding. Voorts worden geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen met het plan mogelijk gemaakt.
2.2 Provinciaal beleid Provincie Zuid-Holland heeft haar beleid en regelgeving vastgelegd in een omgevingsvisie, een omgevingsverordening en het Programma Ruimte. De omgevingsvisie bevat het strategische beleid voor de fysieke leefomgeving. Het ruimtelijk relevante operationele beleid is opgenomen in het Programma Ruimte. De verplichtingen die gelden voor ruimtelijke plannen van de provincie of lagere overheden zijn opgenomen in een omgevingsverordening. 2.2.1 Omgevingsvisie De omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland, de ‘Omgevingsvisie Zuid-Holland’, is vastgesteld op 20 februari 2019. Deze omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1. Ruimtelijke hoofdstructuur De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden: het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov(hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen; de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht; het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie.
In aanvulling hierop toont de ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond indicatief de ruimtelijke situatie van de ondergrond. 2. Ambities en sturing De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, provinciaal belang en maatwerk. De provincie heeft zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De provincie heeft de volgende ambities: naar een klimaatbestendige delta; naar een nieuwe economie: the next level; naar een levendig meerkernige metropool; energievernieuwing;
Hoofdstuk 2
9
best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
3. Omgevingskwaliteit Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit: een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de Zuid-Hollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken; een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit; een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'. 4. Beleidskeuzes De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes (zie Omgevingsvisie Zuid Holland). Doorwerking plangebied Met dit paraplubestemmingsplan worden in beginsel geen nieuwe woningen (of andere hoofdfuncties) toegestaan. Daarentegen worden bestaande mogelijkheden voor gebruik van woningen nader ingekaderd.
Met dit plan wordt geregeld dat de gemeente regie kan voeren met betrekking tot aan wonen gerelateerd passend nevengebruik en het gebruiken van woningen voor vakantieverhuur, alsmede het binnen een specifieke zone toestaan van het gebruiken van een eigen tweede woning (voor recreatief gebruik). Daarmee voorziet het plan zelf niet in nieuwe ontwikkelingen. Om die reden is er geen sprake van strijdigheid met de Omgevingsvisie Zuid-Holland. 2.2.2 Programma Ruimte In het Programma Ruimte is het strategische beleid uit de Visie Ruimte en Mobiliteit vertaald naar operationeel beleid en is aangegeven welke mix aan instrumenten de provincie voornemens is om in te zetten en aan wil bieden om deze doelen te realiseren. Op 15 februari 2019 is de geconsolideerde versie van het Programma Ruimte in werking getreden. In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De provincie wil bevorderen dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied.
De gemeenten stemmen de geplande opgave met behulp van actuele regionale visies voor in ieder geval wonen en kantoren af met andere gemeenten in de regio. Bij het bepalen van de regionale behoefte voor wonen gelden de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van de actuele Woningbehoefteraming (WBR) en Bevolkingsprognose (BP) per gebied die worden beschreven in het Programma ruimte, alsmede eventuele afspraken over het accommoderen van een bovenregionale behoefte. De behoefteramingen geven een bandbreedte aan en worden driejaar-
Hoofdstuk 2
10
lijks geactualiseerd. Regio’s geven hieraan invulling via regionale woonvisies. Aanvullend kan het Programma Ruimte ook kwalitatieve- en locatiecriteria formuleren als uitgangspunten voor de regionale visies. De provincie heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking ook opgenomen in de Verordening Ruimte (inmiddels Omgevingsverordening Zuid-Holland). De Ladder voor duurzame verstedelijking vormt een belangrijk handvat in de fase van regionale visievorming. Als de visies voor wonen en kantoren voldoen aan de behoefteramingen, de locatiekeuzes en kwalitatieve uitgangspunten, zullen Gedeputeerde Staten de visies formeel aanvaarden en beoordeelt de provincie niet langer individuele bestemmingsplannen die overeenkomen met deze regionale visies. Als het plan qua regionale behoefteraming past in een actuele regionale visie die de instemming heeft van Gedeputeerde Staten, is daarmee voldaan aan de eerste trede van de Ladder. Gedeputeerde Staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. Voor aanpassing en het afronden van de regionale visies voor wonen en kantoren geldt als uiterste termijn 1 juli 2019.
Nieuwe verstedelijking moet passen in regionale visies en de kwaliteitskaart van de Visie Ruimte en Mobiliteit (inmiddels Omgevingsvisie Zuid-Holland) en andere in de visie en verordening aangegeven ruimtelijke kaders. Tevens moet nieuwe verstedelijking passen binnen wettelijke voorschriften. Doorwerking plangebied Met dit paraplubestemmingsplan worden in beginsel geen nieuwe woningen (of andere hoofdfuncties) toegestaan. Daarentegen worden bestaande mogelijkheden voor gebruik van woningen nader ingekaderd. Met dit plan wordt geregeld dat de gemeente regie kan voeren met betrekking tot het gebruiken van woningen, waaronder passend geacht nevengebruik. Daarmee voorziet het plan zelf niet in nieuwe ontwikkelingen. Het plan is hierdoor in overeenstemming met het Programma Ruimte. 2.2.3 Omgevingsverordening De Omgevingsverordening Zuid-Holland is vastgesteld op 20 februari 2019. In deze verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De provinciale omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van het provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de omgevingsvisie. In zekere zin vormt deze verordening een aanvulling op de provinciale omgevingsvisie, aangezien het in deze visie geformuleerde beleid in de verordening wordt gecomplementeerd met toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen.
Ladder voor duurzame verstedelijking Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stadsen dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. De ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat het handelingskader. De provincie heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking ook opgenomen in artikel 6.10 van de verordening, om het provinciale belang bij toepassing van deze ladder te benadrukken. Dit biedt de provincie de mogelijkheid om enkele begrippen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn te verduidelijken voor de specifieke Zuid-Hollandse situatie. In artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen:
Hoofdstuk 2
11
a) de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b) indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.' Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is opgenomen dat een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a) de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b) als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2.
het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid; c) als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Doorwerking plangebied Met dit paraplubestemmingsplan worden in beginsel geen nieuwe woningen (of andere hoofdfuncties) toegestaan. Bestaande mogelijkheden voor gebruik van woningen worden daarentegen nader ingekaderd. Met dit planinitiatief wordt enkel geregeld dat de gemeente meer regie kan voeren met betrekking tot het aspect wonen en de huisvesting van arbeidsmigranten. Daarmee is dit plan consoliderend van aard. Hierdoor is het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk. Dit plan is in overeenstemming met de provinciale omgevingsverordening en voldoet daarmee eveneens aan het provinciaal beleid.
Hoofdstuk 2
12
2.3 Regionaal beleid 2.3.1 Regionale Structuurvisie 2020 Holland-Rijnland Op 24 juni 2009 heeft het Algemeen Bestuur de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland vastgesteld. Op 28 maart 2012 is door het Algemeen Bestuur ingestemd met de eerste partiële herziening. De structuurvisie van de regio Holland-Rijnland is de toekomstvisie op de ruimtelijke kwaliteit en ontwikkeling van de regio tot 2020, met een doorkijk naar 2030. De visie gaat in op het behouden en versterken van haar kwaliteiten, zoals de hoge landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van de regio en de ruimtelijke structuur gebaseerd op een compacte historische centrumstad, een stedelijke kern midden in het Groene Hart, de vele hechte dorpen en de groene omgeving. De structuurvisie kent zeven kernpunten, te weten: 1. Holland-Rijnland als een topwoonregio; 2. Leiden vervult een regionale centrumfunctie; 3. concentratie stedelijke ontwikkeling; 4. groenblauwe kwaliteit staat centraal; 5. het Groene Hart, de Bollenstreek en Duin, Horst en Weide blijven open; 6. twee speerpunten voor economische ontwikkeling: kennis en Greenports; 7. verbetering van de regionale bereikbaarheid. Doorwerking plangebied Met dit paraplubestemmingsplan worden in beginsel geen nieuwe woningen (of andere hoofdfuncties) toegestaan. Bestaande mogelijkheden voor gebruik van woningen worden daarentegen nader ingekaderd.
Met dit plan wordt geregeld dat de gemeente regie kan voeren met betrekking tot aan wonen gerelateerd passend nevengebruik en het gebruiken van woningen voor vakantieverhuur, alsmede het binnen een specifieke zone toestaan van het gebruiken van een eigen tweede woning (voor recreatief gebruik). Daarmee voorziet het plan zelf niet in nieuwe ontwikkelingen. Dit initiatief is derhalve in overeenstemming met de Regionale Structuurvisie 2020 Holland-Rijnland. 2.3.2 Regionale Woon Agenda Holland Rijnland 2017 In de Regionale Woon Agenda 2017 'Kwaliteit voor kwantiteit' voor de regio Holland Rijnland (vastgesteld op 14 maart 2018) is de kwalitatieve koers voor woningmarkt op regionaal, subregionaal en lokaal niveau geschetst. De regionale woonagenda helpt gemeenten bij de afstemming van woningbouw op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio en vormt een onderbouwing voor plannen in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. In de regio Holland Rijnland is snel vraag naar meer woningen die kwalitatief aansluiten bij de veranderende bevolkingssamenstelling. Om aan deze ambitie te kunnen voldoen en tegelijkertijd de woonaantrekkelijkheid van de regio te behouden, in te kunnen blijven spelen op de behoefte en verdringing van kwetsbare groepen op de woningmarkt te voorkomen, heeft de regio Holland Rijnland de volgende keuzes gemaakt: 1.
tempoversnelling noodzakelijk, zeker voor de korte termijn; 2. groei vraagt goede ruimtelijke ordening, balans tussen inbreiding en uitbreiding met prioriteit voor inbreiding; 3. een kwalitatief programma dat borgt dat verdringing beperkt is; 4. bevorderen doorstroming voor een betere werking van de woningmarkt;
Hoofdstuk 2
13
5. een programma dat recht doet aan de behoefte aan verschillende woonmilieus, centrumstedelijk, suburbaan en dorps/landelijk; 6. groeien met aandacht voor duurzaamheid en bodemdaling; 7. langer zelfstandig wonen met zorg faciliteren; 8. bereikbaar bouwen; 9. solidariteit. Doorwerking plangebied Met dit paraplubestemmingsplan worden in beginsel geen nieuwe woningen (of andere hoofdfuncties) toegestaan. Bestaande mogelijkheden voor gebruik van woningen worden daarentegen nader ingekaderd. Met dit plan wordt geregeld dat de gemeente regie kan voeren met betrekking tot aan wonen gerelateerd passend nevengebruik en het gebruiken van woningen voor vakantieverhuur, alsmede het binnen een specifieke zone toestaan van het gebruiken van een eigen tweede woning (voor recreatief gebruik). Daarmee voorziet het plan zelf niet in nieuwe ontwikkelingen. Daarmee is dit plan consoliderend van aard. Om die reden is er geen sprake van strijdigheid met de Regionale Woon Agenda Holland Rijnland 2017. Het tegenovergestelde is het geval: er wordt een bijdrage geleverd aan het bereiken van de doelstellingen uit de hierboven genoemde keuzes 3, 4 en 5.
2.4 Gemeentelijk beleid 2.4.1 Omgevingsvisie 1.0: Samen maken we de toekomst voor Noordwijk In februari 2022 is de nieuwe ‘Omgevingsvisie 1.0: Samen maken we de toekomst voor Noordwijk’ vastgesteld door de gemeenteraad van Noordwijk. Deze nieuwe omgevingsvisie vervangt de Omgevingsvisie Noordwijk 2030. De Omgevingsvisie vormt enerzijds een uitnodiging voor nieuwe ideeën en initiatieven vanuit de samenleving en anderzijds een afwegingskader voor concrete ingediende initiateven. Noordwijk kent diverse typen gebieden met elk hun eigen kenmerken, karakteristieken en waarden. De Omgevingsvisie gaat daarom uit van een gebiedsgerichte aanpak. In de gemeente Noordwijk is het goed wonen, werken en recreëren in de luwte van de Randstad en door de bijzondere waarden van de dorpen en het landschap. Het is belangrijk dat die bijzondere waarden worden behouden. De gemeente zet in de Omgevingsvisie haar koers uit om deze en andere doelstellingen te bereiken aan de hand van vijf thema’s: 1. Een ondernemende gemeente met voldoende welvaart voor iedereen; 2. Prettig wonen met voldoende woningen voor iedereen; 3. Een betrokken gemeenschap, een plek waar we prettig samenleven en gelukkig oud worden; 4. Goede bereikbaarheid en minder (parkeer)overlast op topdagen; 5. Een duurzame gemeente Noordwijk, klimaatneutraal en -bestendig.
Doorwerking plangebied Voor onderhavig plan zijn met namen de onder 2. en 4. genoemde thema’s van belang. Met dit paraplubestemmingsplan worden in beginsel geen nieuwe woningen (of andere hoofdfuncties) toegestaan. De bestaande mogelijkheden voor gebruik van woningen daarentegen nader ingekaderd. Met dit plan wordt geregeld dat de gemeente regie kan voeren met betrekking tot aan wonen gerelateerd passend
Hoofdstuk 2
14
nevengebruik en het gebruiken van woningen voor vakantieverhuur, alsmede het binnen een specifieke zone toestaan van het gebruiken van een eigen tweede woning (voor recreatief gebruik). Daarmee voorziet het plan zelf niet in nieuwe ontwikkelingen. Met de beoogde regiemogelijkheden kan een aantrekkelijke woonomgeving waar nodig beter worden bewaakt en kunnen overlastsituaties worden voorkomen. Er wordt met het plan een bijdrage geleverd aan het behouden c.q. versterken van een aantrekkelijke onderscheidende leefomgeving binnen de gemeentegrenzen, waarbij de bestaande bijzondere waarden per gebied kunnen worden behouden. 2.4.2 Woonvisie 2020-2030 De gemeenteraad van de gemeente Noordwijk heeft op 26 januari 2021 de ‘Woonvisie 2020-2030: Alle zeilen bij voor voldoende en juiste woningen’ vastgesteld. Bij nieuwe bouwaanvragen voor realisatie van 3 woningen of meer worden woningbouwplannen aan de hand hiervan getoetst. De druk op de nationale woningmarkt is hoog als gevolg van een onbalans in de vraag naar en het aanbod van woonruimte. De gemeentelijke woningmarkt vormt hierop geen uitzondering. Het aantal sociale huurwoningen is beperkt. De koopwoningen in de gemeente zijn relatief duur, waardoor doorstroming van huur naar koop lastig is. Gevolg is dat mensen niet altijd passend kunnen wonen gemeten naar het inkomen of levensfase.
Mede hierdoor is het voor starters lastig hun plek te vinden op de woningmarkt. Voor de leefbaarheid is het belangrijk dat verschillende generaties kunnen wonen in de kernen, waarbij mensen met een zorgvraag langer zelfstandig kunnen wonen, bij voorkeur in een beschutte omgeving. Daarnaast vragen klimaatverandering en energievraagstukken aandacht voor het verduurzamen van de woningvoorraad. Deze opgaven staan centraal in de woonvisie. Daarin gaat het om een passend woonaanbod en om een aantrekkelijke woonomgeving: groen, met voorzieningen, ruimte voor recreatie, werkgelegenheid en goed bereikbaar. Dit vraagt een afweging rond benutting van schaarse ruimte. De gemeente Noordwijk zet vol in op het ontwikkelen van nieuwbouw. Er wordt gezocht naar meer bouwmogelijkheden om de drukte op de woningmarkt te verlichten. Hierbij worden kansrijke woningbouwlocaties geïnventariseerd en krijgen inbreidingslocaties voorrang voor een optimale benutting van de ruimte. Daarnaast streeft de gemeente Noordwijk naar het toevoegen van de juiste woningen en stuurt hierbij op een meer passend woningaanbod voor lage- en middeninkomens. In het bijzonder wordt er hierbij ingezet op woningen voor jongeren en jonge gezinnen.
De gemeente verleent medewerking aan nieuwbouwprojecten mits er voldoende sociale huur, middeldure huur, goedkope en betaalbare koopwoningen zijn opgenomen in het woningbouwprogramma. Daarnaast zet de gemeente Noordwijk in op mogelijkheden voor prettig thuis wonen. Er is een groeiende zorg voor een leefbare, veilige en betaalbare woon- en leefomgeving. Dit verdient extra zorg en aandacht omdat ouderen en andere mensen met een ondersteuningsbehoefte of zorgvraag hun plek zoeken in de samenleving. Dit vraagt passende huisvesting, afgestemd op voorzieningen bij de woning en in de kern. De gemeente zet zich in voor leefbare buurten en een sluitende woonzorginfrastructuur in de kernen, waardoor mensen langer thuis kunnen wonen. De gemeente Noordwijk streeft er naar om in 2050 volledig klimaatneutraal te zijn. Hieraan levert een energiezuinige woningvoorraad een belangrijke bijdrage. Daarom bevorderd de gemeente de energetische verbeteringen van bestaande huur- en koopwoningen. Ook worden maatregelen doorgevoerd voor een klimaatbestendige woonomgeving. Zo worden bij nieuwbouw afspraken gemaakt over aanvullende eisen ten aanzien van duurzaam bouwen. Daarnaast wordt ingezet op een groene klimaatadaptieve openbare (buiten)ruimte waardoor hittestress of waterlast beperkt worden.
Hoofdstuk 2
15
Doorwerking plangebied Met dit paraplubestemmingsplan worden in beginsel geen nieuwe woningen (of andere hoofdfuncties) toegestaan. Bestaande mogelijkheden voor gebruik van woningen worden daarentegen nader ingekaderd. Met dit plan wordt geregeld dat de gemeente regie kan voeren met betrekking tot aan wonen gerelateerd passend nevengebruik en het gebruiken van woningen voor vakantieverhuur, alsmede het binnen een specifieke zone toestaan van het gebruiken van een eigen tweede woning (voor recreatief gebruik). Op die manier kan onder andere worden gewerkt aan het beschikbaar houden van woningen die dienen als hoofdverblijf, terwijl vormen van wonen anders dan wonen in een hoofdverblijf (op gereguleerde wijze) kunnen worden toegestaan. Daarmee voorziet het plan zelf niet in nieuwe ontwikkelingen. Dit plan is in overeenstemming met de Woonvisie 2020-2030, mede omdat het plan mogelijk maakt dat de gemeente kan zorgen voor een evenwichtige ontwikkeling van het wonen met hierbij sturingsmogelijkheid om te zorgen dat zorgvuldig omgegaan wordt met de schaarse ruimte en dat met het paraplubestemmingsplan de druk op de woningmarkt indirect kan worden gereduceerd.
2.4.3 Welstandsnota Noordwijk 2019 In de Welstandsnota van de gemeente Noordwijk (vastgesteld op 13 juni 2019) zijn de gemeentelijke welstandscriteria gegeven waaraan ontwikkelingen moeten voldoen ten aanzien van het straatbeeld. Doordat de gemeenten Noordwijk en Noordwijkerhout op 1 januari 2019 gefuseerd zijn, heeft er een harmonisatie van beide nota’s plaatsgevonden. De welstandsnota die gevolg is uit deze harmonisatie heeft betrekking op het gehele grondgebied van de gemeente Noordwijk. Binnen de gemeente Noordwijk komen er verschillende welstandsniveaus voor: Beschermend: gericht op het beschermen van de waardevolle cultuurhistorische karakteristieken in het betreffende gebied; bijzonder: extra inspanningen gewenst ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. De welstandsbeoordeling is gericht op het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit; normaal: Welstandsbeoordeling is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit; eenvoudig: Eenvoudigere beoordeling van bouwplannen door beperkte invloed op het straatbeeld. In de gemeente Noordwijk zijn geen welstandsvrije gebieden gelegen. De gemeente wenst in alle gebieden tenminste een basiskwaliteit te handhaven. Naast de welstandsniveaus per gebied zijn er ook welstandscriteria opgesteld voor gebouwen: Monumenten: Door het Rijk, de provincie of gemeente aangewezen.
De welstand is gericht op het handhaven van het hoge kwaliteitsniveau, herstellen en versterken van de historische karakteristieken van de gevel en de samenhang met de omgeving Bijzonder niveau: Extra inspanning ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit gewenst. Welstandstoezicht gericht op het voorkomen van aantasting van de karakteristieken en het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. Normaal niveau: Basiskwaliteiten dienen te worden gehandhaafd. Welstandstoezicht gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van de bouwwerken. Daarnaast zijn er criteria gesteld voor de beoordeling van de bouwplannen: Ligging (bestemmingsplan is leidend); Massa en vorm (bestemmingsplan is leidend); Gevelkarakteristiek; Materiaal- en kleurgebruik.
Hoofdstuk 2
16
Doorwerking plangebied Met dit paraplubestemmingsplan worden in beginsel geen nieuwe woningen (of andere hoofdfuncties) toegestaan. Bestaande mogelijkheden voor gebruik van woningen worden daarentegen nader ingekaderd. Daarmee voorziet het plan zelf niet in nieuwe ontwikkelingen. Met dit plan wordt ook niet voorzien in een wijziging van het gemeentelijke welstandsbeleid. Bij nieuwe ruimtelijke initiatieven dient om die reden rekening te worden gehouden met het huidige welstandsbeleid. 2.4.4 Beleidsnotitie Gebruik Woningen Het college van de gemeente Noordwijk heeft op 8 december 2020 ingestemd met de ‘Beleidsnotitie Gebruik Woningen’. De gemeenteraad van Noordwijk heeft deze notitie vastgesteld op 16 februari 2021. In de ‘Beleidsnotitie Gebruik Woningen’ zijn de beleidsuitgangspunten en het juridisch instrumentarium voor het gebruik van woningen vastgelegd. Het doel hiervan is om oneigenlijk gebruik van woningen en onrechtmatige woningonttrekking tegen te gaan. De aanleiding voor het opstellen van de beleidsnotitie is de ontwikkeling dat in toenemende mate woningen worden onttrokken aan de woningvoorraad doordat ze toeristisch worden verhuurd in plaats van bewoond. Recreatieve verhuur van woningen met een woonbestemming is de laatste jaren erg in trek.
Met name in toeristische gebieden zoals in grote steden en kustplaatsen heeft deze vorm van recreatieve verhuur een grote vlucht genomen. Ook in Noordwijk is deze ontwikkeling merkbaar. Steeds vaker worden woningen recreatief gebruikt of verhuurd. Dit heeft effect op de woningmarkt. Woningen die recreatief (toeristisch) worden gebruikt worden onttrokken aan de woningvoorraad, zijn niet beschikbaar voor woningzoekenden en beperken de doorstroming. Naast de overlast als gevolg van de toeristische verhuur van woningen worden ook (overlast)situaties in woonwijken gemeld ten aanzien van woningen die worden (onder)verhuurd (via kamerverhuur) dan wel met betrekking tot woningen waarin meerdere huishoudens woonachtig zijn. De situatie verschilt per kern. Zo speelt de toeristische verhuur vooral in de kernen Noordwijk aan Zee en in Noordwijk Binnen. Bewoning van woningen door meerdere huishoudens doet zich vooral voor in de kernen Noordwijkerhout, Noordwijk aan Zee en Noordwijk Binnen. Er is dus sprake van een bredere problematiek waarbij niet enkel sprake is van een illegale woonsituatie maar ook van ander, strijdig gebruik.
De uitgangspunten in de ‘Beleidsnotitie Gebruik Woningen’ zijn als volgt: Hoofdverblijf (woning wordt permanent bewoond en bewoner staat ingeschreven in BRP): Permanente bewoning van een woning door maximaal één huishouden; Bed & Breakfast tot vier personen in alle kernen en tot acht personen in het agrarisch/landelijk gebied, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden; kamerverhuur (inwoning) aan maximaal twee personen, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden; vakantieverhuur uitsluitend tot maximaal dertig dagen per kalenderjaar, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden. Geen hoofdverblijf (woning wordt niet permanent bewoond, er is geen inschrijving in BRP, dan wel de ingeschrevene verblijft niet in de woning): Tweede woning voor eigen gebruik binnen een hiertoe aangewezen zone in Noordwijk aan Zee. Aanvullend geldt dat vakantieverhuur in deze zone, tot maximaal dertig dagen per kalenderjaar en indien wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden, mogelijk wordt gemaakt;
Hoofdstuk 2
17
shortstay is uitsluitend toegestaan als aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Voor short stay is indien tot medewerking wordt besloten zowel een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan als onttrekkingsvergunning nodig.
De beoogde beleidsrichtingen ten aanzien van woonvormen en nevenfuncties en de beoogde effecten van dit beleid kunnen in hoofdlijnen worden gevat in de volgende uitgangspunten: wonen waar gewoond moet worden; toeristische verhuur van een woning niet toegestaan; Bed & Breakfast tot een max. aantal personen en max. gebruiksoppervlak vakantieverhuur van eigen woning (hoofdverblijf) max. 30 dagen per kalenderjaar; recreatief gebruik van een woning alleen voor eigen gebruik in een hiertoe aangewezen zone; kamerverhuur (inwoning) tot max. 2 personen; consequent uitvoeren van het handhavingsbeleid. Op basis van bovenstaande uitgangspunten moeten – onder de gestelde voorwaarden – de volgende woonvormen en functies mogelijk in reguliere woningen, dus niet zijnde bedrijfswoningen, zomerhuisjes, bijgebouwen bij woningen, pensions en hotels, mogelijk zijn: Hoofdverblijf in de woning 1. Permanente bewoning van een woning door maximaal één huishouden; 2. Bed & Breakfast tot maximaal vier (bebouwde kom)/acht (buitengebied) personen; 3. vakantieverhuur tot maximaal 30 dagen; 4. kamergewijze verhuur tot maximaal twee personen (inwoning); Geen hoofdverblijf in de woning 1. Tweede woning voor eigen gebruik binnen aangewezen zone; 2. shortstay onder voorwaarden. In de beleidsnotitie wordt een aanzet gegeven voor een begrippenkader dat is verfijnd in dit plan.
Het gaat hierbij om het definiëren van de termen Bed & Breakfast, huishouden, inwoning, kamerverhuur, onzelfstandige woonruimte, shortstay, toeristische verhuur en vakantieverhuur. Voor de uiteindelijke definitie is het plan – en niet de beleidsnotitie – leidend. De ‘Beleidsnotitie Gebruik Woningen gaat over het gebruik van ‘gewone’ burgerwoningen in Noordwijk. Bedrijfswoningen, zomerhuisjes, bijgebouwen bij woningen, pensions en hotels worden hierin buiten beschouwing gelaten. Ook woningen gelegen op de recreatieparken met de bestemming ‘recreatie’ worden hierbij niet meegenomen. Het beleid is op een integrale wijze tot stand gekomen en in samenspraak met de disciplines Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Toerisme, Bestuurszaken, Brandweer en Belastingen opgesteld. Naar aanleiding van de debatraad over de beleidsnotitie, die plaatsvond op 26 mei 2020, is besloten om ten aanzien van shortstay separate beleidsregels op te stellen. Hiervan zal een vergunningsplicht voor het toestaan van shortstay onderdeel gaan uitmaken. In de planregels van dit plan is wel opgenomen dat shortstay wordt aangemerkt als strijdig gebruik van een woning.
Hoofdstuk 2
18
In de beleidsnotitie is verder een en ander opgenomen over overgangsrecht met betrekking tot toeristische verhuur in woningen en eventuele gevallen waarin illegaal gebruik middels een oud bestemmingsplan onder overgangsrecht is toegestaan. Voor een nadere toelichting omtrent overgangsrecht wordt verwezen naar paragraaf 3.2. Doorwerking plangebied De in de beleidsnotitie opgenomen concrete en ruimtelijk relevante uitgangspunten zijn in de planregels van dit paraplubestemmingsplan vertaald. Dit wordt in hoofdstuk 3 en 5 nader toegelicht.
Hoofdstuk 2
19
3.
Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt allereerst een beschrijving gegeven van het planologische kader als gegeven in dit paraplubestemmingsplan. Daarna zal worden ingegaan op de betekenis van dit plan in relatie tot overgangsrechtelijke situaties.
3.1 Paraplubestemmingsplan ‘Gebruik Woningen Noordwijk’ Dit paraplubestemmingsplan is opgesteld met als doel om een actueel, werkbaar planologisch kader te scheppen voor gevallen waarin verschillende vormen van gebruik van woningen al dan niet kunnen worden toegestaan. De met een aantal vigerende bestemmingsplannen geldende (onbedoelde) ruime directe mogelijkheden worden hiermee beter gereguleerd, zodat sturing kan plaatsvinden en enkele ongewenste effecten kunnen worden voorkomen. Anderzijds blijft het wenselijk om onder de juiste voorwaarden flexibele gebruiksmogelijkheden voor woningen te bieden en te kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen en specifieke behoeften. Met voorliggend paraplubestemmingsplan is op basis van de beleidsnotitie ‘Gebruik Woningen’ (d.d. 16 februari 2021) getracht om een juiste balans te creëren tussen het bieden van voldoende flexibele gebruiksmogelijkheden enerzijds en het voorkomen van ongewenste omgevingseffecten anderzijds. Gelet op het bepaalde in artikel 3.39 van de Wet ruimtelijke ordening is het noodzakelijk om voor de vigerende bestemmingsplannen een herziening op te nemen. Onderdeel hiervan is het opnemen van de door de gemeenteraad gemaakte keuzes omtrent het gebruik van woningen, welke hieronder nader worden beschreven.
Voor het thema ‘Gebruik Woningen’ is door de gemeente een verdeling gemaakt tussen ‘hoofdverblijf in de woning’ en ‘geen hoofdverblijf in de woning’. De volgende concrete beslissingen zijn in het raadsbesluit genomen: Hoofdverblijf in de woning 1. Permanente bewoning van een woning door maximaal één huishouden; 2. Bed & Breakfast tot maximaal vier personen bij ligging in een kern of acht personen bij ligging in het landelijke gebied/buitengebied; 3. vakantieverhuur tot maximaal 30 dagen; 4. kamergewijze verhuur tot maximaal twee personen. Geen hoofdverblijf in de woning 5. Tweede woning voor eigen gebruik binnen aangewezen zone. De gemeente Noordwijk heeft ervoor gekozen concrete voorwaarden op te nemen ten aanzien van het al dan niet toestaan van de in dit plan genoemde vormen van woninggebruik. Hiermee wordt getracht willekeur en rechtsonzekerheid zoveel mogelijk weg te nemen en op voorhand duidelijk te maken welke initiatieven in beginsel worden gezien als (on)wenselijk. Indien ten aanzien van een specifiek initiatief niet voldaan wordt aan de hiervoor op grond van dit plan geldende voorwaarden, bestaat de mogelijkheid om middels een omgevingsvergunning buitenplanse afwijking het niet rechtstreeks toegestane gebruik toch toe te staan. In dat geval zal maatwerk geboden moeten worden.
Dat betekent dat de gemeente per geval zal moeten beoordelen of een initiatief, zijnde een bepaalde vorm van woninggebruik, doorgang kan vinden.
Hoofdstuk 3
20
In onderstaande afbeelding zijn de verschillende vormen van gebruik en nevenfuncties weergegeven.
Figuur 2: Gebruik en nevenfuncties woningen (bron: ‘Beleidsnotitie Gebruik Woningen’, gemeente Noordwijk).
Onderstaand is per type gebruik ingegaan op de achter deze keuzes ten grondslag liggende argumenten en op de wijze waarop deze in het paraplubestemmingsplan doorwerken. Als gezegd zal ten aanzien van shortstay een separate regeling worden opgesteld. In de planregels wordt shortstay enkel aangemerkt als strijdig gebruik. 1. Permanente bewoning van een woning door maximaal één huishouden De eigenaar of huurder heeft hier het permanente hoofdverblijf en staat op dit adres ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie personen (BRP) van de gemeente Noordwijk. Onder bepaalde voorwaarden worden, naast permanente bewoning door de hoofdbewoner, bepaalde nevenfuncties toegestaan. Het gaat daarbij om Bed & Breakfast, vakantieverhuur en kamergewijze verhuur. In een woning wordt door maximaal één huishouden gewoond, al dan niet in combinatie met de in de planregels genoemde nevenfuncties (Bed & Breakfast, vakantieverhuur en kamergewijze verhuur). In het paraplubestemmingsplan zijn de begrippen ‘Huishouden’ en ‘Wonen’ opgenomen. In de ‘Beleidsnotitie Gebruik Woningen’ wordt een toelichting gegeven op het begrip ‘Huishouden’ 2. Deze toelichting op het begrip is echter niet bindend. De definitie uit het paraplubestemmingsplan is dat daarentegen wel.
Dit paraplubestemmingsplan biedt begripsbepalingen voor ‘huishouden’, ‘woning’, ‘wonen’ en ‘permanente bewoning’, begrippen die van toepassing worden verklaard op alle onderliggende bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. In onderstaande zijn deze definities
2
Zie ‘Beleidsnotitie Gebruik Woningen’, p. 24.
Hoofdstuk 3
21
1.11 Huishouden Persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van een op duurzaamheid gerichte onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 1.15 Permanente bewoning Duurzaam hoofdverblijf van één of meerdere personen in een woning. 1.20 Wonen Permanente bewoning van een woning door maximaal één huishouden, al dan niet in combinatie met de volgende nevenfuncties: a. Bed & Breakfast; b. vakantieverhuur; c. kamergewijze verhuur. 1.21 Woning Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor wonen. 2. Bed & Breakfast tot maximaal vier (in kernen)/acht (in agrarisch/landelijk gebied) personen Bed & Breakfast In artikel 1.6 van dit paraplubestemmingsplan wordt het begrip ‘Bed & Breakfast’ als volgt gedefinieerd “Een overnachtingsaccommodatie gericht op het tegen betaling bieden van de mogelijkheid tot een veelal kortdurend toeristisch verblijf met het serveren van een ontbijt”. In de ‘Beleidsnotitie Gebruik Woningen’ wordt een toelichting gegeven op het begrip ‘Bed & Breakfast’. Hierin wordt gesteld dat een Bed & Breakfast gevestigd is in een woonhuis of een bestaand bijhuis en wordt gerund door de hoofdgebruikers van de betreffende woning 3. Deze toelichting op het begrip is echter niet bindend. De definitie uit het paraplubestemmingsplan is dat daarentegen wel.
Bed & Breakfast tot maximaal vier personen is in alle kernen van Noordwijk toegestaan. In het landelijk gebied / buitengebied is Bed & Breakfast toegestaan tot maximaal acht personen en maximaal vier kamers. Daarbij gelden de volgende voorwaarden: de hoofdbewoner woont permanent in de woning en staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Noordwijk; een B&B is gevestigd in een woonhuis of een bijhuis en wordt gerund door de hoofdgebruikers van het betreffende huis; voor de woonkernen geldt dat er aan maximaal vier personen B&B wordt verzorgd; in het landelijk gebied/buitengebied geldt een maximum van acht personen en vier kamers; een ondergeschikt deel van de woning (maximaal 1/3e deel van het totale oppervlak van de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken), wordt gebruikt ten behoeve van de bedrijfs-/ beroepsactiviteiten, met een maximum van 50 m²; B&B wordt gemeld en er wordt toeristenbelasting geheven; B&B in combinatie met kamerverhuur is niet toegestaan.
3
Zie ‘Beleidsnotitie Gebruik Woningen’, p. 24.
Hoofdstuk 3
22
Bovenstaande voorwaarden zullen na inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte aangevuld worden met een registratieplicht. Ten aanzien van Bed & Breakfast is reeds een regeling opgenomen in de bestemmingsplannen ‘Noordwijk aan Zee’ en ‘Noordwijk Binnen’. Voor de andere kernen en buitengebieden Noordwijkerhout en De Zilk wordt Bed & Breakfast meegenomen in het paraplubestemmingsplan. Bed & Breakfast is een variatie op het hotelaanbod, passend bij een toeristische badplaats. Een Bed & Breakfast is kleinschalig (tot maximaal 4 personen in de kernen en maximaal 8 personen in het landelijke gebied/buitengebied). Om van een Bed & Breakfast te kunnen spreken is het noodzakelijk dat de hoofbewoner ook verblijft in de woning en hier ingeschreven staat en hier permanent woont. Op deze manier wordt het toezicht (en aanspreekpunt) geborgd en kan overlast beter voorkomen worden. B&B wordt gemeld en er wordt toeristenbelasting geheven. Reguleren betekent dat er afweging en sturing kunnen plaatsvinden, zodat niet zomaar ongewenste situaties ontstaan. Dergelijke situaties kunnen ontstaan door bijvoorbeeld verkeerseffecten, parkeerhinder of andersoortige hinder voor omwonenden. Anderzijds kan het wenselijk zijn om Bed & Breakfast onder voorwaarden toe te staan als nevenfunctie. Aan regulering kleven met name praktische nadelen.
De nadelen die kleven aan het niet reguleren wegen echter zwaarder. Daarom wordt regulering toch wenselijk geacht. De druk op de omgeving is namelijk groter naarmate er meer bewoners in een pand gehuisvest worden. Bij het (neven)gebruik van een woning als Bed & Breakfast zal in de regel sprake zijn van verblijf van meer personen in een pand dan wanneer een woning geen (neven)gebruik als Bed & Breakfast kent. Verder kan participatie door regulering veel beter worden vormgegeven, waarmee mogelijke conflictsituaties vaak kunnen worden voorkomen. Gelet op vorengaande wordt het door de gemeente Noordwijk wenselijk gevonden om (neven)gebruik als Bed & Breakfast alleen toe te staan wanneer aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt. Het gaat hierbij onder andere om regels ten aanzien van het aantal personen dat verzorgd mag worden binnen een Bed & Breakfast. Indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden uit dit paraplubestemmingsplan die gelden voor het rechtstreeks toestaan van een Bed & Breakfast, dan blijft de mogelijkheid tot afwijking van onderhavig plan middels een omgevingsvergunning buitenplanse afwijking voor situaties waarin niet aan betreffende voorwaarden voldaan wordt mogelijk. 3.
Vakantieverhuur tot maximaal 30 dagen Op grond van artikel 1.19 van dit paraplubestemmingsplan wordt het begrip ‘vakantieverhuur’ als volgt gedefinieerd: “Incidentele toeristische verhuur van een woning door de hoofdbewoner/eigenaar”. Voor vakantieverhuur (als nevenfunctie bij permanente bewoning) zal in Noordwijk een registratieplicht en een meldingsplicht worden geïntroduceerd. Vakantieverhuur zal na registratie en melding mogelijk zijn binnen de volgende voorwaarden: De verhuurder is de eigenaar én hoofdbewoner van de woning en staat permanent ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (BRP) van de gemeente Noordwijk; de woning wordt uitsluitend voor maximaal 30 dagen per kalenderjaar onttrokken aan de woningvoorraad t.b.v. verhuur aan toeristen; de woning wordt aan maximaal één huishouden of maximaal vier personen verhuurd; de woning moet voldoen aan de eisen van brandveiligheid als bedoeld in het Bouwbesluit;
Hoofdstuk 3
23
vakantieverhuur wordt gemeld en er wordt toeristenbelasting geheven; de woning wordt verder conform de bestemming als bedoeld in het ter plaatse geldende bestemmingsplan gebruikt.
Bovenstaande voorwaarden zijn niet allemaal opgenomen in dit paraplubestemmingsplan. Wel worden ze opgenomen in de ‘Verordening beheer woningvoorraad’ van de gemeente Noordwijk. Overgangsrecht voor langdurige toeristische verhuur zal nader worden uitgewerkt, waarbij dit mogelijk wordt vormgegeven door het verlenen van een vakantieverhuurvergunning. Het hoofdgebruik van een woning dient bij vakantieverhuur wonen te blijven, waarbij tevens sprake moet zijn van een permanent hoofdverblijf. Mede om die reden gaat het bij vakantieverhuur om incidentele verhuur die wordt gemaximeerd op 30 dagen per kalenderjaar. Vakantieverhuur past bij een toeristische badplaats en kan de piek voor de hotelsector tijdens het toeristische seizoen opvangen. Tevens zorgt het voor variatie in de mogelijkheden tot verblijf van toeristen. 4. Kamergewijze verhuur tot maximaal twee personen Op grond van artikel 1.13 van dit paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur als volgt gedefinieerd: “De verhuur van onzelfstandige woonruimte door de hoofdgebruiker(s) waarbij afzonderlijke huishoudens afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte”. De huidige bestemmingsplannen in de gemeente Noordwijk sluiten in veel gevallen kamergewijze verhuur niet uit en maken dit zonder nader toetsingsmoment mogelijk.
Hoewel op deze manier de procedurelast laag is en er gemakkelijk kan worden ingespeeld op vraag vanuit de markt en concrete behoeften, zijn er een aantal zwaarwegende redenen die het wenselijk maken om de mogelijkheden tot kamergewijze verhuur enigszins in te perken. Het introduceren van regulering betekent dat er mogelijkheden ontstaan voor het plaatsvinden van een afweging en van sturing, zodat niet zomaar ongewenste situaties ontstaan. Dergelijke situaties kunnen ontstaan door met name verkeerseffecten en parkeerhinder voor omwonenden. Regulering maakt het mogelijk om op plekken of in gebouwen waar kamergewijze verhuur minder wenselijk is vanwege één of meerdere van deze redenen (ongebreidelde) kamergewijze verhuur te voorkomen. Een ander voordeel van regulering is dat beter kan worden gestuurd op behoud van voldoende kwaliteit en aanbod van woningen. Tot slot kan participatie beter worden vormgegeven, waardoor mogelijke conflictsituaties in veel gevallen kunnen worden voorkomen. Onder bepaalde voorwaarden blijft kamergewijze verhuur namelijk mogelijk. Eén van de daarbij geldende voorwaarden is dat kamerverhuur een nevenfunctie dient te zijn. Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt op grond van de planregels van dit plan in elk geval beoordeeld als strijdig gebruik.