OUD Nota investerings- en afschrijvingsbeleid 2025-2028
Tekst van het document
Nota investerings- en afschrijvingsbeleid
20252028
Voorwoord Voor u ligt de geactualiseerde Nota Investerings- en Afschrijvingsbeleid 2025 – 2028. De vorige versie van deze nota dateert uit 2014. Het is van groot belang dat het investerings- en afschrijvingsbeleid periodiek wordt geactualiseerd om aan te sluiten bij de veranderende financiële kaders en de actuele ontwikkelingen binnen de gemeente. Deze nota biedt invulling aan hetgeen is vastgelegd in artikel 15 van de Financiële Verordening 2023 – Investeringen en afschrijvingen. Het doel van deze nota is het vastleggen van het beleid ten aanzien van investeringen en afschrijvingen. Met deze nota stelt de raad de kaders vast voor de wijze waarop de gemeente haar investeringsbeleid vormgeeft en hoe zij omgaat met de afschrijvingen op haar activa. Deze nota is een kaderstellend instrument voor de raad. Het biedt niet alleen een leidraad voor de besluitvorming rond toekomstige investeringen, maar het stelt ook richtlijnen voor de afschrijvingsmethodieken en -termijnen. Op deze manier draagt de nota bij aan een transparante en verantwoorde omgang met de gemeentelijke middelen, wat essentieel is voor een stabiele en duurzame financiële positie. In deze nota wordt onder andere ingegaan op de uitgangspunten voor investeringen, de vaststelling van afschrijvingspercentages, en de verantwoording van kapitaallasten.
Er wordt gebruikgemaakt van vaste criteria om te waarborgen dat investeringen doelmatig en toekomstbestendig zijn. Ook is er aandacht voor de afschrijvingstermijnen, die gebaseerd zijn op de verwachte economische levensduur van de activa. Deze nieuwe, geactualiseerde nota sluit aan bij de geldende voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies (BBV), en is afgestemd op de actuele inzichten en verwachtingen. Noordwijk, 19 december 2024
2020
Inhoudsopgave Nota investerings- en afschrijvingsbeleid 2025-2028 Samenvatting ................................................................................................................................5 1. Inleiding ....................................................................................................................................7 2. Waardering activa ....................................................................................................................8 2.1. Inleiding............................................................................................................................8 2.2. Activeren investeringen....................................................................................................8 2.3. Waarderingsgrondslagen .................................................................................................8 2.4. BTW .................................................................................................................................9 2.5. Afwaarderen activa ..........................................................................................................9 2.6. Desinvesteren activa........................................................................................................9 2.7.
Ondergrens ......................................................................................................................9 2.8. Rente .............................................................................................................................10 2.9 Componentenbenadering ...............................................................................................10 3. Investeringen ..........................................................................................................................11 3.1. Definitie ..........................................................................................................................11 3.2. Investeringsplanning ......................................................................................................11 3.3. Soorten investeringen ....................................................................................................12 4. Afschrijvingen ........................................................................................................................15 4.1. Inleiding..........................................................................................................................15 4.2. Wettelijk kader ...............................................................................................................15 4.3.
Levensduur ....................................................................................................................16 4.4. Methode van afschrijving ...............................................................................................16 4.5. Restwaarde en inruilwaarde ..........................................................................................17 4.6. Afschrijven op gronden ..................................................................................................17 4.7. Afsluiten kredieten .........................................................................................................17 4.8. Ingangsmoment van de afschrijvingen ..........................................................................18 5. Kapitaallasten in begroting en rekening ..............................................................................19 5.1. Inleiding..........................................................................................................................19 5.2. Kapitaallasten in begroting.............................................................................................19 5.3. Kapitaallasten in rekening ..............................................................................................19 5.4.
Kapitaallastenniveau ......................................................................................................19 5.5. Dekking en Financiering ................................................................................................19 A. Begrippenlijst .........................................................................................................................21 B. Wettelijk kader .......................................................................................................................24 C. Richtlijnen commissie BBV ..................................................................................................27 D. Afschrijvingstabel .................................................................................................................29
Samenvatting Hieronder staan een aantal belangrijke richtlijnen uit deze nota met betrekking tot activeren, waarderen en afschrijven geformuleerd: • Activering van investeringen: Alle investeringen, zowel met economisch als maatschappelijk nut, worden geactiveerd, met uitzondering van kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde. Dit is in overeenstemming met artikel 59 van het BBV. • Activeren van materiële vaste activa: Investeringen in materiële vaste activa, zoals gebouwen, infrastructuur en installaties, worden geactiveerd en afgeschreven over de economische levensduur. • Bijdragen van derden: Bijdragen van derden worden bij investeringen met zowel economisch als maatschappelijk nut in mindering gebracht op de aanschaf- of vervaardigingsprijs, zoals bepaald in artikel 62 van het BBV. • Ondergrens voor activatie: Investeringen met een investeringswaarde van € 10.000,- en lager worden ineens ten laste gebracht van de exploitatie.. • Componentenbenadering: De gemeente Noordwijk past de componentenbenadering selectief toe bij investeringen met economisch nut. Hierbij worden verschillende onderdelen van een actief afzonderlijk gewaardeerd en afgeschreven, conform de aanbevelingen van de BBV. • Afschrijvingstermijnen: De lineaire afschrijvingsmethode wordt standaard gebruikt, waarbij de afschrijving wordt berekend op basis van een vast percentage van de investering.
De afschrijvingslasten zijn jaarlijks gelijk, en er wordt geen rekening gehouden met restwaarde. • Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en woningbouwcorporaties worden geactiveerd onder de post financiële vaste activa. Ook leningen en andere langlopende uitzettingen worden hier opgenomen. • Waardering van activa: Activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Niet-compensabele BTW wordt opgeteld bij de aanschafprijs van activa. • Afschrijving op gronden: Er wordt niet afgeschreven op gronden, in overeenstemming met de BBV-regelgeving. • Afschrijvingstermijnen: De afschrijvingstermijnen van kosten verbonden aan geldleningen en het saldo van agio en disagio zijn gelijk aan de looptijd van de lening. Voor kosten van onderzoek en ontwikkeling is de afschrijvingstermijn maximaal vijf jaar. • Ingangsmoment afschrijvingen: De gemeente Noordwijk start de afschrijvingslasten op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het actief gereed komt c.q. verworven wordt. • Investeringen met economisch nut: Investeringen met economisch nut, zoals gebouwen, worden geactiveerd. Kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde worden echter niet geactiveerd • Investeringen met maatschappelijk nut: Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut worden geactiveerd.
Voorbeelden zijn wegen en bruggen. De netto activeringsmethode wordt toegepast, wat betekent dat bijdragen van derden in mindering worden gebracht op de investering • Desinvesteringen: Bij desinvesteringen wordt de boekwinst of het boekverlies ten gunste of ten laste van het resultaat van het betreffende jaar gebracht. De boekwinst wordt niet in mindering gebracht op de waarde van nieuwe investeringen. • Voorbereidingskredieten: Bij complexe projecten kunnen voorbereidingskredieten worden aangevraagd. Deze kredieten dekken de kosten voor technische voorbereiding en worden gezien als voorschot op het uitvoeringskrediet.
Pagina 5 van 32
•
•
Dekking en financiering: Investeringen worden gefinancierd met vaste financieringsmiddelen, meestal leningen of eigen middelen. Kapitaallasten zoals afschrijving en rente worden ten laste van de exploitatie gebracht, en het is essentieel dat structurele middelen beschikbaar zijn voor deze lasten. Restwaarde: Activa worden doorgaans gewaardeerd met een verwachte restwaarde van nihil, tenzij anders besloten door de gemeenteraad.
Pagina 6 van 32
1. Inleiding Voor u ligt de nota investerings- en afschrijvingsbeleid voor de gemeente Noordwijk, opgesteld in overeenstemming met de “financiële verordening 2023”. Deze verordening schrijft in artikel 15.1 voor dat de kaders met betrekking tot het activeren van investeringen en de gehanteerde afschrijvingsmethoden in een nota worden vastgelegd. Deze nota biedt het formele kader voor de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie om met investeringen en afschrijvingen om te gaan. Het document vervult tevens een belangrijke rol bij het opstellen van de jaarrekening en meerjarenbegroting, en ondersteunt de kaderstellende rol van de raad. Doelstelling van deze nota is het geformuleerd beleid actualiseren en te voorzien van formele regels voor: • Waardering van de activa • Investeringen • Afschrijvingen • Kapitaallasten De taak van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten is om een eenduidige toepassing van de BBV te bevorderen. Deze commissie heeft de afgelopen jaren vanuit de praktijk veelvuldig vragen over het onderwerp kapitaalgoederen gehad. Aan de hand van die vragen heeft de commissie besloten een notitie over kapitaalgoederen op te stellen om de zaken te verduidelijken. Deze notitie is gebruikt voor het opstellen van deze nota investerings- en afschrijvingsbeleid.
In bijlage C zijn de richtlijnen van de commissie opgenomen die met ingang van het jaar 2020 integraal van toepassing zijn met betrekking tot ‘verkrijgings/vervaardinging en onderhoud van kapitaalgoederen’.
Pagina 7 van 32
2. Waardering activa 2.1. Inleiding De waardering van activa vormt een essentiële stap in het beheer van de gemeentelijke financiën. Hierbij spelen de volgende elementen een cruciale rol: 1. Activeren investeringen 2. Waarderingsgrondslagen 3. BTW 4. Afwaarderen activa 5. Desinvesteren activa 6. Ondergrens 7. Rente 8. Componentenbenadering Deze elementen vormen de basis voor een consistent waarderingsbeleid van de gemeente Noordwijk. Ze bieden een kader voor het administratieve proces en de financiële verantwoording, en bepalen de regels voor het toevoegen van nieuwe activa.
2.2. Activeren investeringen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat alle vaste activa geactiveerd moeten worden voor het bedrag van de investering (artikel 62 lid 1). Daarnaast is expliciet bepaald welke investeringen wel en niet geactiveerd moeten worden (artikel 59): 1. Alle investeringen worden geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd. Tevens biedt het BBV de mogelijkheid om in sommige gevallen te kiezen om vaste activa wel of niet te activeren. Het gaat hierbij om activa met de kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en bijdragen aan activa in eigendom van derden. Beleid Gemeente Noordwijk Het beleid van Noordwijk is dat alle investeringen worden geactiveerd, op kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde na.
2.3. Waarderingsgrondslagen Bij de waarderingsgrondslagen gaat het om de waardebepaling van activa en de regels die daarvoor gelden. Het gaat hierbij om de waardering van balansposten (bezittingen), teneinde een reëel beeld te krijgen van de vermogenspositie van de gemeente. Het BBV geeft strikte regels voor de waardering van activa. Hiermee wordt voorkomen dat financiële resultaten kunnen worden beïnvloed en anderzijds wordt bereikt dat financiële gegevens in de loop der tijd vergelijkbaar blijven. De hoofdregel voor waardering van activa is opgenomen in artikel 63 van de BBV: activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.
Pagina 8 van 32
Beleid Gemeente Noordwijk Het beleid van de gemeente Noordwijk is dat de waarderingsgrondslag voor vaste activa wordt bepaald door de aanschaffings- of vervaardigingprijs (artikel 63 BBV).
2.4. BTW Met de invoering van het BTW-compensatiefonds wordt geen BTW geactiveerd voor zover deze compensabel of verrekenbaar is. Compensabele BTW wordt niet als last beschouwd. Niet compensabele BTW verhoogt de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en daarmee ook de waardering van het actief. Beleid Gemeente Noordwijk Het beleid van de gemeente Noordwijk is dat niet compensabele of verrekenbare BTW wordt opgeteld bij de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van het actief en geactiveerd.
2.5. Afwaarderen activa In de loop der tijd kan de waarde van een actief zijn veranderd ten opzichte van de boekwaarde ervan op de balans. Herwaardering van activa (naar een hogere waarde) is niet toegestaan, omdat winst pas bij realisatie mag worden genomen. Afwaardering van activa wordt in de meeste gevallen eveneens niet toegestaan, waardering geschiedt immers tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Onder bepaalde voorwaarden zijn bijzondere waardeverminderingen wel toegestaan. Het betreft hier bijvoorbeeld waardeverminderingen als gevolg van wijzigingen in de levensduur als gevolg van schade of milieuvervuiling, wijziging van de bestemming en functie van het vastgoed. Een duurzame waardevermindering moet wel worden verwerkt in de balans middels een extra afschrijving. De afwaardering vindt plaats onafhankelijk van het resultaat. Daarnaast is bepaald dat een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde. Bij vervanging van een niet afgeschreven investering, wordt de restant boekwaarde afgeboekt op het moment van vervanging. Beleid Gemeente Noordwijk Het beleid van Noordwijk in deze is conform bovenstaande wet- en regelgeving voor wat betreft afwaarderen activa.
2.6. Desinvesteren activa Op het moment dat een desinvestering plaatsvindt, wordt de waarde van de activa afgeboekt. De hieruit resulterende boekwinst of het boekverlies wordt in het resultaat van het betreffende jaar verwerkt en niet verrekend met de verkrijgingsprijs van een nieuw actief. Het verrekenen is niet toegestaan op grond van het BBV. Beleid Gemeenten Noordwijk Bij de gemeente Noordwijk wordt bij desinvesteringen de boekwinst/het verlies ten gunste/laste van het resultaat van het betreffende jaar gebracht.
2.7. Ondergrens Uit oogpunt van efficiency is het raadzaam om een ondergrens voor het activeren van vaste activa te hebben. Deze ondergrens geldt tevens voor die vaste activa waarbij de gemeente vrij is om te kiezen tussen wel of niet activeren. Investeringen met een waarde beneden de vast te stellen ondergrens worden niet geactiveerd. Zij worden in het jaar van investering geheel ten laste van de exploitatie gebracht.
Pagina 9 van 32
Beleid Gemeente Noordwijk Bij de gemeente Noordwijk worden activa met een verkrijgingsprijs van € 10.000,- niet geactiveerd. Dit betekent dat investeringen met een investeringswaarde van € 10.000,- en lager ineens ten laste worden gebracht van de exploitatie.
2.8. Rente In Noordwijk wordt al jaren het systeem van een jaarlijks vast te stellen renteomslagpercentage toegepast. Bij toepassing van het renteomslagstelsel wordt jaarlijks berekend wat de geraamde rentekosten voor de gemeente zijn en wat de boekwaarde van de hiermee te financieren activa is. Jaarlijks wordt dit percentage vastgesteld in de uitgangspunten voor de begroting voor elk jaar. Het percentage van de renteomslag voor de toerekening van de rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van het renteschema zoals wordt uiteengezet in de notitie rente 2023 van de commissie BBV. Toerekenen over boekwaarde begin dienstjaar Bij investeringen die over meerdere jaren worden uitgevoerd, moet rekening worden gehouden met "rente tijdens de bouw." Dit houdt in dat de rente op het uitvoeringskrediet wordt geactiveerd zolang het project een boekwaarde heeft per 1 januari. De geactiveerde rente wordt toegevoegd aan de vervaardigingsprijs van het actief en moet worden vermeld in de toelichting op de balans, zoals voorgeschreven in artikel 63, lid 3 van het BBV.
2.9 Componentenbenadering De componentenbenadering houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, afzonderlijk worden gewaardeerd en afgeschreven op basis van het waarde verloop van die individuele delen. Per samenstellend deel kan de economische gebruiksduur namelijk verschillen. Bij toepassen van deze benadering, worden afzonderlijke vervangingen opnieuw geactiveerd. De componentenregeling wordt vanaf 2018 toegepast bij nieuwe investeringen in gebouwen. De kosten voor de te onderscheiden samenstellende delen worden op basis van bovenstaande opdeling afzonderlijk geactiveerd en afgeschreven. Betreffende benadering houdt in dat bijvoorbeeld een investering in een gebouw niet meer als één bedrag wordt geactiveerd en afgeschreven in 40 jaar maar dat het gebouw in componenten wordt geactiveerd. Bijvoorbeeld de grond (niet afschrijven), casco gebouw (40 jaar), verwarmingsinstallatie (15 jaar), liftinstallatie (15 jaar) en sanitair (20 jaar). Hiermee wordt bewerkstelligd dat activa die naar aard en gebruik gelijksoortig zijn, op dezelfde grondslag worden gewaardeerd en behandeld. De categorieën die hiermee ontstaan maken het eenvoudig om bijvoorbeeld herwaarderingsslagen uit te voeren. De commissie BBV doet overigens de aanbeveling om de componentenregeling alleen toe te passen voor investeringen met een economisch nut.
Hierbij moet met name gedacht worden aan gebouwen en rioleringen. Beleid Gemeente Noordwijk De gemeente Noordwijk hanteert de componentenbenadering in sommige gevallen. De Gemeente Noordwijk is terughoudend met het toepassen van de componentenbenadering bij investeringen met maatschappelijk nut.
Pagina 10 van 32
3. Investeringen 3.1. Definitie Onder investeren wordt verstaan het vastleggen van vermogen in objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Dit geldt voor materiële, immateriële en financiële vaste activa. In bedrijfseconomische termen wordt onder investeren verstaan het beleggen van geld of het aanschaffen van duurzame productiemiddelen met het oogmerk het verwerven van extra inkomsten of rendement. De gemeente Noordwijk doet uitgaven voor duurzame zaken zoals de aanleg van wegen, riolering en gebouwen, waarbij het nut zich uitstrekt over een langere periode dan één jaar. Op basis van het wettelijk kader, met name het BBV, kan een investering voor de gemeente Noordwijk als volgt worden gedefinieerd: “Investeren is het verwerven c.q. produceren van vermogensobjecten. Productie van vermogensobjecten geschiedt d.m.v. vervaardiging, of d.m.v. toevoegingen, wijzigingen of verbeteringen die meerjarig aangewend kunnen worden als productiefactor en leiden tot een belangrijke waardetoename van het object”. Niet alle uitgaven die op de balans tot uitdrukking worden gebracht, zijn te beschouwen als echte investeringen. Zo wordt bijvoorbeeld het verstrekken van een geldlening niet als investering gezien, hoewel dit door boeking op de balans verantwoord en daardoor behandeld wordt als een investering.
Er is sprake van een investering indien er wordt voldaan aan de volgende algemene voorwaarden: • het betreft materiële, immateriële of financiële vaste activa (zie paragraaf 5.3 voor meer over soorten investeringen); • de levensduur of het nut van de aan te schaffen activa dient langer dan één jaar te zijn. • De investering moet in principe van enige omvang zijn, met een minimum van € 10.000. Investeringen zijn van belang voor het bestuur en de besturing vanwege de effecten op: • de (mogelijke) invloed op het voorzieningenniveau voor de gemeenten; • de vaak substantiële bedragen die ermee gemoeid zijn; • de lange termijn (de gevolgen voor de (meerjaren-)begroting); • de gevolgen voor het (kostendekkend) niveau van heffingen.
3.2. Investeringsplanning Bij de investeringsplanning gaat het primair om inzicht te verkrijgen in de noodzakelijke investeringen op middellange (tot vier jaar) en lange termijn (tot tien jaar), mede ter bepaling van de liquiditeits- en vermogensbehoefte. Gaandeweg wordt de informatie omtrent de investeringen concreter en leidt e.e.a. tot een meerjarenraming investeringsplan met een planningshorizon van vier jaar wat jaarlijks tegelijk met de aanbieding van de begroting ter goedkeuring aan de Raad dient te worden aangeboden. Momenteel beschikt de gemeente Noordwijk over een meerjarenraming voor investeringen over een periode van vier jaar, die noodzakelijk is voor inzicht in het verwachte investeringsvolume en de hiervoor benodigde middelen op middellange termijn. Daarnaast bestaat er de ambitie om in de toekomst een lange termijn investeringsplan op te stellen, waarmee de investeringen over een periode van tien jaar inzichtelijk worden gemaakt. Dit is echter nog in de verkennende fase en zal mogelijk op een later moment verder worden uitgewerkt.
Pagina 11 van 32
3.3. Soorten investeringen Investeringen worden verantwoord op de balans onder de post vaste activa. De artikelen 33 tot en met 36 en 59 tot en met 65 van het BBV gaan nader in op de vaste activa. Onder de vaste activa worden conform het BBV de volgende vaste activa onderscheiden: • immateriële vaste activa; • materiële vaste activa; • financiële vaste activa. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Immateriële vaste activa Immateriële vaste activa zijn die vaste activa waar geen fysieke bezittingen tegenover staan. De immateriële vaste activa bestaan volgens artikel 34 van het BBV uit: • kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; • kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; • bijdragen aan activa in eigendom van derden. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio In de praktijk komt dit slechts in uitzonderlijke gevallen voor. Het uitgangspunt van de gemeente Noordwijk is dat deze kosten niet worden geactiveerd.
De kosten van onderzoek en ontwikkeling De kosten van onderzoek en ontwikkeling kunnen worden geactiveerd indien (art 60 BBV): • het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; • de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vast staat; • het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en; • de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen kunnen betrouwbaar worden vastgesteld. Indien hieraan wordt voldaan mag de afschrijvingstermijn maximaal vijf jaar bedragen. Bijdrage in activa in eigendom van derden Een voorbeeld van een ‘bijdrage in activa in eigendom van derden’ is een bijdrage aan een gebouw in eigendom van derden. Bepalend is dat het economisch eigendom niet bij de gemeente berust. Bijdragen in activa in eigendom van derden mogen volgens artikel 61 van het BBV worden geactiveerd indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: • er is sprake van een investering door een derde; • de investering bijdraagt aan de publieke taak van de gemeente; • deze derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; • de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Voorbereidingskrediet In geval van meer complexe investeringsvraagstukken kan het noodzakelijk zijn om een voorbereidingskrediet te vragen aan de raad. Een voorbereidingskrediet moet gezien worden als voorschot op het uitvoeringskrediet. Onder een voorbereidingskrediet mogen alleen die kosten vallen, die nodig zijn om de (technische) voorbereiding te kunnen uitvoeren, zoals het maken van een bestek, tekeningen, grondverwerving, subsidieaanvraag en kostenraming.
Pagina 12 van 32
Deze zaken zijn nodig om het uiteindelijke uitvoeringskrediet (inclusief de gemaakte voorbereidingskosten) te kunnen bepalen. Het is van belang dat de kosten rechtstreeks verband houden met de investering. Dit betekent dat kosten voor (algemeen verkennend) onderzoek geen onderdeel mogen uitmaken van een voorbereidingskrediet. Dit zijn immers kosten die gezien moeten worden als immateriële activa, die in een periode van maximaal vijf jaar moeten worden afgeschreven. In de dagelijkse praktijk wordt bij de aanvraag van het voorbereidingskrediet de financiële dekking geregeld. Bij aanvraag van het uitvoeringskrediet worden de gemaakte voorbereidingskosten integraal meegenomen in de totale kredietaanvraag. In het raadsvoorstel wordt in ieder geval duidelijk gemaakt wat de financiële consequenties inclusief een voorstel van dekking zijn. Materiële vaste activa Met als uitgangspunt het BBV worden voor provincies en gemeenten twee soorten materiële vaste activa onderscheiden (artikel 35, lid 1), te weten: • investeringen met een economisch nut; • investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; • investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijke nut. In het kader van de uniformiteit, transparantie en vergelijkbaarheid tussen gemeenten is het zogenaamde netto activeren verplicht gesteld.
Dit houdt in dat eventuele bijdragen van derden in aftrek moeten worden gebracht van de investering. Het verrekenen van bijdragen uit de reserves is met ingang van het begrotingsjaar 2017 niet meer toegestaan. Investeringen met een economisch nut (art. 59, lid 1) Investeringen met een economisch nut zijn alle investeringen die kunnen bijdragen aan het genereren van middelen en/of die verhandelbaar zijn, zoals gebouwen. Beleid Gemeente Noordwijk Investeringen met economische nut worden geactiveerd met uitzondering van kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde. De gemeente Noordwijk past de netto activeringsmethode toe. Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Dit zijn investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of verhandelbaar zijn, waarvoor ook heffingen kunnen worden opgelegd, zoals investeringen in afvalstoffenheffing en riolering. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut (art. 59, lid 4) Dit betreft investeringen in de openbare ruimte, zoals wegen, bruggen en openbaar groen. Deze investeringen genereren geen middelen en er is geen markt voor. Het vernieuwde BBV bepaalt in artikel 59 lid 1 dat er geen keuze meer is om deze investeringen wel of niet te activeren.
Beleid Gemeente Noordwijk In de gemeente Noordwijk worden ook investeringen met een maatschappelijk nut geactiveerd.
Pagina 13 van 32
Financiële vaste activa Financiële vaste activa zijn activa die een financiële waarde vertegenwoordigen of een bezit. Te denken valt hierbij aan beleggingen, zoals kapitaalverstrekkingen, leningen en uitzettingen, en deelnemingen, namelijk bijdragen aan activa in eigendom van derden, in de vorm van aandelen. Financiële vaste activa moeten altijd worden geactiveerd.
Pagina 14 van 32
4. Afschrijvingen 4.1. Inleiding In het vorige hoofdstuk is aangegeven welke investeringen (kunnen) worden geactiveerd en welke niet. De lasten van de investeringen die geactiveerd worden bestaan uit afschrijving en rente. In dit hoofdstuk behandelen we de afschrijving. Een kenmerk voor vaste activa is dat ze hun nut over meerdere jaren afstaan. De levensduur van vaste activa is echter niet oneindig. Door technische slijtage of economische veroudering neemt de gebruikswaarde af en daarmee de waarde in het economisch verkeer. Het zichtbaar maken van deze waardevermindering van activa wordt afschrijven genoemd. Bij het bepalen van de afschrijving dient een aantal aspecten in ogenschouw genomen te worden, te weten de levensduur en de wijze van afschrijving. Afschrijving is dan ook een boekhoudkundige weergave van de waardevermindering van een kapitaalgoed wegens technische slijtage en economische veroudering. De gebruiks- of levensduur bepaalt de afschrijvingstermijn.
4.2. Wettelijk kader Het BBV kent geen regels voor een sluitend systeem waaraan afschrijvingen moeten voldoen, wel zijn kaders gesteld. De belangrijkste zijn: • De methoden volgens welke de afschrijvingen zijn berekend worden in de toelichting op de balans uiteengezet. • Afschrijvingen vinden plaats onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar • (artikel 64 lid 1); • Slechts om gegronde redenen mag de afschrijvingswijze gewijzigd worden. De reden en de financiële consequenties van de verandering worden in de toelichting op de balans uiteengezet (artikel 64, lid 2); • Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (artikel 64, lid 3); • De afschrijvingstermijn voor kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio is gelijk aan de looptijd van de lening (artikel 64 lid 4); • De afschrijvingstermijn van kosten van onderzoek en ontwikkeling is ten hoogste vijf jaar (artikel 64 lid 5); • Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt (artikel 64, lid 6 BBV); • Indien er sprake is van duurzame waardevermindering of indien het actief eerder buiten gebruik gesteld wordt, is het mogelijk om resultaatafhankelijk extra af te
schrijven (artikel 65 lid 1 en lid 3).
Pagina 15 van 32
4.3. Levensduur De afschrijvingstermijn van een actief is afhankelijk van de verwachte nuttigheids- oftewel gebruiksduur. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur moet volgens het BBV worden afgeschreven. Het BBV schrijft niet voor welke termijnen gelden voor welke activa. Het BBV zegt wel dat de afschrijvingstermijn overeen moet komen met de verwachte economische en/of technische levensduur. De technische levensduur is de periode waarin het technisch mogelijk is de investering te gebruiken. De economische levensduur is de periode waarin het actief naar schatting economisch gezien gebruikt kan worden. Omdat de economische levensduur gebaseerd is op een schatting zullen hiervoor richtlijnen moeten worden opgesteld voor de diverse activa. Hierbij moet rekening worden gehouden met de wettelijk voorgeschreven termijn voor een aantal vaste activa. Dit zijn: • de afschrijvingstermijn voor kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio is gelijk aan de looptijd van de lening; • De afschrijvingstermijn van kosten van onderzoek en ontwikkeling is ten hoogste vijf jaar. Om te komen tot een uniform afschrijvingsbeleid is in bijlage D een overzicht opgenomen waarin per activasoort de levensduur wordt weergeven waarover wordt afgeschreven.
Beleid Gemeente Noordwijk De gemeente Noordwijk hanteert de economische afschrijvingstermijnen zoals beschreven in bijlage D waarbij de raad bij afzonderlijk besluit een andere afschrijvingstermijn kan hanteren.
4.4. Methode van afschrijving Er zijn verschillende methoden om op basis van de afschrijvingsduur te komen tot de afschrijving per periode waarvan de lasten worden toegerekend. De belangrijkste methoden zijn: • vast percentage van de aanschafwaarde (lineaire afschrijvingsmethode); • jaarlijks gelijkblijvende rente- en afschrijvingslasten (annuïtaire afschrijvingsmethode). Lineaire afschrijvingsmethode De lineaire afschrijvingsmethode houdt in dat afgeschreven wordt op basis van een vast percentage van de investering (minus eventuele restwaarde) gedurende de levensduur van de investering. Daarbij is het bedrag van de investering gelijk aan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De afschrijvingslasten zijn jaarlijks gelijk, terwijl de rente jaarlijks afneemt (is gerelateerd aan de boekwaarde per 1 januari). Dit laatste betekent dat ook de kapitaallasten (afschrijving + rente) jaarlijks een dalend verloop laten zien. Annuïtaire afschrijvingsmethode De annuïtaire afschrijvingsmethode is erop gericht dat de kapitaallasten (afschrijving + rente) jaarlijks gelijk zijn. Bij de annuïteitenmethode blijft het bedrag van de annuïteit, bestaande uit de componenten afschrijving en rente, gedurende de looptijd gelijk. Doordat de rentelast afneemt, stijgt de afschrijvingslast. Feitelijk wordt de afschrijving enigszins naar de toekomst verschoven.
Het nadeel van deze methode is dat er geen financiële middelen vrij komen voor het dekken van de meestal stijgende onderhoudskosten. Dit kan worden opgevangen door een onderhoudsvoorziening te creëren.
Pagina 16 van 32
Beleid Gemeente Noordwijk In de praktijk van de gemeente Noordwijk wordt in de regel de lineaire methode gebruikt. Alleen indien er voldoende argumenten zijn om hier van af te wijken, wordt in het kredietvoorstel - als onderdeel van de besluitvorming -aangegeven waarom er niet lineair wordt afgeschreven. Daarbij wordt het op dat moment geldende renteomslagpercentage gehanteerd. Dit percentage blijft ongewijzigd voor de gehele looptijd van de investering. Ook hiervan kan worden afgeweken, mits dit bij de besluitvorming met redenen wordt onderbouwd.
4.5. Restwaarde en inruilwaarde Restwaarde Dit is de waarde van het actief aan het einde van de gebruiksduur. Het betreft de verwachte opbrengst die dan nog kan worden gerealiseerd, verminderd met eventueel te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief. De restwaarde van een actief aan het eind van de gebruiksperiode is van tevoren vaak lastig in te schatten. Op grond van het voorzichtigheidsprincipe wordt er vanuit gegaan dat de restwaarde nihil is. Wel zal worden onderzocht of er mogelijkheden zijn rondom het toepassen van restwaarden. De Raad bepaalt of er een restwaarde wordt gehanteerd in specifieke situaties. Inruilwaarde De restwaarde moet los gezien worden van de inruilwaarde. Indien een actief nog een inruilwaarde heeft als deze wordt vervangen, bijvoorbeeld bij vervoersmiddelen, dan zal de restant boekwaarde extra worden afgeschreven ten laste van de exploitatie (als lasten). De inruilwaarde die daar tegenover staat wordt als incidentele bate verantwoord. Beleid Gemeente Noordwijk Op dit moment wordt door de gemeente Noordwijk bij afschrijvingen op investeringen geen restwaarde meegenomen.
4.6. Afschrijven op gronden Een uitzondering geldt voor grond. Op grond kan niet worden afgeschreven, omdat grond geen slijtend actief is en daarom een eeuwigdurende gebruiksduur heeft. Dit geldt ook voor grond die in gebruik wordt genomen als begraafplaats. Grond die in erfpacht is uitgegeven wordt in dit kader niet anders behandeld. Er is namelijk geen sprake van een slijtend actief en/of een beperkte gebruiksduur. In het geval van grond met daarop een openbare weg is de toekomstige waarde van de grond nihil. De weg is onlosmakelijk verbonden met de grond en rekening houdend met de onderliggende infrastructuur in de vorm van riolering en bekabeling is het onwaarschijnlijk dat deze grond ooit zelfstandig weer beschikbaar komt. De investering die gepaard gaat met de aanleg van de weg wordt, inclusief de aankoopkosten van de grond, over de levensduur van de weg afgeschreven. Beleid Gemeente Noordwijk De gemeente Noordwijk schrijft niet af op grond.
4.7. Afsluiten kredieten Het toekennen van een maximale geldigheidsduur voorkomt een stuwmeer aan kredieten voor lopende dan wel niet opgestarte investeringswerken.
Pagina 17 van 32
Beschikbaar gestelde kredieten worden zo snel mogelijk afgesloten. Indien een beschikbaar gesteld krediet na maximaal 2 jaar niet (volledig) is benut, valt het restantkrediet vrij. Een krediet kan alleen langer open blijven indien de noodzaak daartoe voldoende en tijdig in een advies aan het college wordt aangetoond. Screening van investeringen bij de jaarrekening Het screenen van de kredieten vindt plaats bij het opmaken van de jaarrekening. Kredieten ouder dan 2 jaar worden aan de vakafdelingen voorgelegd, met het verzoek de noodzaak aan te tonen, indien deze kredieten open moeten blijven staan. Deze lijst wordt afzonderlijk bij het bij het aanbieden van de jaarrekening aan het college voorgelegd. Bij instemming van het college wordt het krediet meegenomen naar het volgende jaar.
4.8. Ingangsmoment van de afschrijvingen De commissie BBV doet de aanbeveling om vast te leggen vanaf welk moment wordt begonnen met afschrijven. Hierbij zijn diverse alternatieven denkbaar, zoals: • • • •
starten in het jaar waarin het actief gereed komt c.q. verworven wordt; of starten medio het begrotingsjaar waarin het actief gereed komt c.q. verworven wordt; of starten in het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het actief gereed komt c.q. verworven wordt.
Beleid Gemeente Noordwijk De gemeente Noordwijk start de afschrijvingslasten op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het actief gereed komt c.q. verworven wordt.
Pagina 18 van 32
5. Kapitaallasten in begroting en rekening 5.1. Inleiding In de uitgangspunten voor het opstellen van de gemeentelijke financiële producten (begroting, tussentijdse rapportages en jaarrekening) komt het beheer van activa in administratief opzicht ook naar voren. Deze uitgangspunten zijn voor deze nota van belang. De basis van deze uitgangspunten is opgenomen in het BBV. Deze zijn: “De begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie geven volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten.” (artikel 3 BBV).
5.2. Kapitaallasten in begroting Op begrotingsbasis wordt een raming gemaakt van de verwachte kapitaallasten (rente en afschrijving) in het begrotingsjaar. Deze raming bestaat uit een deel waarover zekerheid bestaat (activa die reeds in bezit zijn) en een deel waarvan dit nog niet bekend is (lopende en nieuwe investeringen). Beleid Gemeente Noordwijk Conform de richtlijnen van de Provincie wordt in de begroting de volledige rentecomponent opgenomen in het jaar dat volgt op het jaar van de investering. De afschrijvingscomponent wordt tevens voor het gehele bedrag opgenomen.
5.3. Kapitaallasten in rekening Op realisatiebasis wordt op de volgende wijze met kapitaallasten om gegaan. Voor bestaande investeringen wordt conform begroting de gehele afschrijving en rente toegerekend. Voor investeringen die in het boekjaar hebben plaatsgevonden zal de rente worden bepaald op basis van de stand per 1 januari. De afschrijving start in het jaar na afronding van de investering.
5.4. Kapitaallastenniveau De gemeente Noordwijk maakt gebruik van een vastgesteld kapitaallastenniveau. Het doel van het kapitaallastenniveau, circa € 4,4 miljoen, is om de jaarlijkse begrotingen niet onevenredig te belasten met grote schommelingen en om de terugloop van de kapitaallasten op de lopende investeringen te gebruiken als dekking voor nieuwe investeringen.
5.5. Dekking en Financiering Ofschoon door elkaar gebruikt, moet een stringent onderscheid worden gemaakt tussen de begrippen dekken en financieren. Dekken is er voor zorgen dat de uitgaven van de begroting worden ‘goedgemaakt’ door ‘echte’ inkomsten van de gemeenten. Financieren is ‘slechts’ voorzien in de behoefte aan betaalmiddelen om ‘de nota’s te kunnen voldoen’. Bij de baten en lasten (= exploitatie) vallen dekken en financieren samen. De lopende lasten van de exploitatie worden gedekt en gefinancierd met de hier tegenover staande lopende baten. De meest voorkomende manier van dekking van investeringen is dat deze in de loop van een aantal jaren – samenvallend met de levensduur van het desbetreffende object – door middel van afschrijvingen geleidelijk ten laste van de exploitatie worden gebracht. Dekking van de lasten uit lopende middelen vindt dus als het ware achteraf plaats en gespreid over een zeker tijdvak.
Pagina 19 van 32
Financiering vindt doorgaans plaats met vaste financieringsmiddelen, zoals eigen vermogen of geleend geld. Dit brengt rentekosten met zich mee, die samen met de afschrijvingen ten laste van de exploitatie komen. Het is essentieel dat er structurele middelen beschikbaar zijn om zowel de afschrijvingen als de rentekosten te dekken, zodat de gemeente haar financiële verplichtingen kan nakomen zonder problemen in de kasstromen.
Pagina 20 van 32
A. Begrippenlijst Hieronder wordt een aantal kernbegrippen nader omschreven: Aanschaf- of verkrijgingsprijs De prijs waartegen een actief wordt gewaardeerd, inclusief de inkoopprijs en bijkomende kosten zoals transport, installatie en voorbereidingskosten. Ontvangen bijdragen van derden worden in mindering gebracht op de aanschafprijs. Activa Bezittingen van de gemeente, onderverdeeld in vaste activa (bezittingen die langer dan een jaar meegaan) en vlottende activa (bezittingen die snel kunnen worden omgezet in geld). Afschrijving De boekhoudkundige berekening van de waardevermindering van vaste activa over de economische levensduur. De waarde van het actief wordt jaarlijks, volgens een vast schema, afgeschreven. Agio/Disagio Agio is het verschil tussen de nominale waarde van een lening en het bedrag dat werkelijk aan de geldnemer wordt uitgekeerd. Disagio is het tegenovergestelde: de lening wordt verstrekt tegen een lager bedrag dan de nominale waarde. Annuïtaire afschrijving Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks gelijk blijven gedurende de levensduur van het actief. Aan het begin is de rentecomponent groot en de afschrijving klein, terwijl dit aan het einde van de looptijd omgekeerd is. Boekwaarde De aanschafprijs van een actief, verminderd met de reeds afgeschreven bedragen. Dit is de waarde die het actief op de balans vertegenwoordigt.
Boekwinst De winst die ontstaat wanneer een actief wordt verkocht tegen een prijs hoger dan de resterende boekwaarde op het moment van verkoop. Civiele kunstwerken Bouwkundige of infrastructurele werken in de openbare ruimte die zijn bedoeld om de doorstroming van verkeer, waterbeheer, en andere infrastructurele functies te waarborgen. Dit omvat onder andere bruggen, viaducten, tunnels, keermuren, sluizen, stuwen en dammen. Civiele kunstwerken maken onderdeel uit van de gemeentelijke vaste activa en worden beschouwd als langdurige investeringen met een afschrijvingstermijn, conform het BBV. Componentenbenadering Een benadering waarbij verschillende samenstellende delen van een actief afzonderlijk worden afgeschreven op basis van hun specifieke gebruiksduur. Deze methode wordt toegepast bij complexe activa, zoals gebouwen met verschillende technische systemen. Desinvestering De verkoop of het definitief buiten gebruik stellen van een materieel vast actief, waarbij de waarde van het actief uit de balans wordt verwijderd. Economische levensduur De periode waarin een actief economisch rendabel is. Dit is de tijd waarin het actief zijn
Pagina 21 van 32
waarde terugverdient door gebruik of inkomsten, meestal korter dan de technische levensduur. Economisch nut (investeringen met) Investeringen in activa die verhandelbaar zijn of die kunnen bijdragen aan het genereren van inkomsten, zoals bijvoorbeeld door het heffen van rechten, leges of tarieven. Financiële vaste activa Langdurige investeringen in verbonden ondernemingen of leningen met een looptijd langer dan één jaar. Deze activa omvatten bijvoorbeeld aandelen in verbonden ondernemingen of verstrekte leningen. Immateriële vaste activa Niet-tastbare bezittingen, zoals software, octrooien of licenties, die economisch nut opleveren maar fysiek niet zichtbaar zijn. Ingebruikname Het moment waarop een investering operationeel is en voor het beoogde doel wordt gebruikt. Investering Uitgaven voor de aanschaf of verbetering van activa die voor langere tijd economisch nut opleveren en dus op de balans worden geactiveerd. Kapitaallasten De jaarlijkse lasten die voortkomen uit de afschrijvingen en de rentekosten op investeringen in vaste activa, zoals gebouwen, infrastructuur en apparatuur. Lineaire afschrijving Een afschrijvingsmethode waarbij elk jaar een vast bedrag van de waarde van het actief wordt afgeschreven. De rentecomponent neemt in de loop der jaren af, waardoor de totale kapitaallasten jaarlijks dalen.
Maatschappelijk nut (investeringen met) Investeringen in activa die niet direct bijdragen aan het genereren van inkomsten, maar wel essentieel zijn voor het publieke belang, zoals wegen, parken en riolering. Materiële vaste activa Tastbare bezittingen zoals grond, gebouwen, machines en voertuigen, die voor langere tijd worden gebruikt in de bedrijfsvoering van de gemeente. Rente De vergoeding voor het gebruik van financieringsmiddelen (vreemd vermogen) die worden aangetrokken om investeringen te financieren. Dit kan rente zijn op leningen of andere vormen van schuld. Renteomslag De methode om rente toe te rekenen aan activa op de balans. De renteomslag is een gewogen gemiddelde van: • De feitelijke rente op langlopende leningen die eerder zijn afgesloten. • De verwachte marktrente op nieuwe leningen die binnen het komende jaar worden afgesloten. • De rente die wordt toegerekend aan reserves en voorzieningen die worden ingezet als financieringsmiddelen.
Pagina 22 van 32
Deze renteomslag wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de uitgangspunten van de begroting en wordt toegerekend aan de kapitaallasten die betrekking hebben op de gemeentelijke activa. Restwaarde De geschatte opbrengst van een actief op het moment dat het buiten gebruik wordt gesteld, verminderd met de kosten voor het verwijderen of vernietigen van het actief. Onderhoud, klein Kleine, preventieve onderhoudswerkzaamheden die regelmatig moeten worden uitgevoerd om activa operationeel en veilig te houden. Onderhoud, groot Ingrijpende onderhoudswerkzaamheden die worden uitgevoerd om een actief naar de oorspronkelijke staat te herstellen of om de levensduur te verlengen.
Pagina 23 van 32
B. Wettelijk kader Het wettelijke kader is opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), die geldend is vanaf 2019. De volgende artikelen zijn van belang: Paragraaf 4.5.3 Vaste activa Artikel 33 Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa. Artikel 34 In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; c. bijdragen aan activa in eigendom van derden. Artikel 35 1. In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. investeringen met een economisch nut; b. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; c. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. 2. Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven. Artikel 36 In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kapitaalverstrekkingen aan: 1. deelnemingen; 2. gemeenschappelijke regelingen; 3. overige verbonden partijen; b. leningen aan: 1. openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; 2. woningbouwcorporaties; 3. deelnemingen; 4.
overige verbonden partijen; c. overige langlopende leningen; d. uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; e. uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; f. overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven Artikel 59 1. Alle investeringen worden geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd. Artikel 60 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien: a. het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; b. de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
Pagina 24 van 32
c. het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en; d. de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Artikel 61 Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Artikel 62 1. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht. 3. In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. Artikel 63 1. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 2. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 3.
De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. 4. Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. 5. Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen. 6. In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer. 7. Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. 8. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend. Artikel 64 1. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. 2.
Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar. 3. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. 4. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.
Pagina 25 van 32
5. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar. 6. Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. Artikel 65 1. Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. 2. Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 3. Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde. Hoofdstuk VI. Uitvoeringsinformatie Artikel 66 1. De door gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders vast te stellen uitvoeringsinformatie bestaat: a. uit een totaaloverzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld, ten tijde van de begroting; b. uit een totaaloverzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld, ten tijde van de jaarstukken; c. het verdelingsprincipe waarmee de taakvelden over de programma’s zijn verdeeld. 2.
De raming onderscheidenlijk realisatie van het totaaloverzicht van de baten en lasten per taakveld is integraal en omvat dezelfde totaalbedragen als de begroting onderscheidenlijk de jaarstukken. 3. Voor het overzicht met de gerealiseerde baten en lasten worden hetzelfde verdelingsprincipe en dezelfde indeling gebruikt als voor het overzicht met de ramingen. 4. De voor de uitvoeringsinformatie te gebruiken taakvelden worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
Pagina 26 van 32
C. Richtlijnen commissie BBV De commissie Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten heeft in de afgelopen jaren vanuit de praktijk veelvuldig vragen over het onderwerp kapitaalgoederen gehad. Aan de hand van die vragen heeft de commissie besloten een Notitie Materiële vaste activa 2020, waarin ook wordt gesproken over afschrijvingen immateriële vaste activa, op te stellen om de zaken te verduidelijken. Samenvattend zijn hieronder de richtlijnen van de commissie opgenomen die integraal van toepassing zijn met betrekking tot ‘Het activeren, waarderen, onderhouden en afschrijven van investeringen/kapitaalgoederen’. De richtlijnen van de commissie worden onderscheiden naar: I. II.
Stellige uitspraken; Aanbevelingen.
I. Stellige uitspraken • Software als afzonderlijk actief valt onder de materiële vaste activa, als bedoeld in artikel 35 lid 1a BBV (investeringen met een economisch nut). Zie hoofdstuk 3.4. • Licenties op software voor onbepaalde duur, die in één keer in rekening worden gebracht vallen onder de materiële vaste activa als bedoeld in artikel 35, lid 1a BBV (investeringen met een economisch nut). Zie hoofdstuk 3.4. • Voor vastgoed met een economische functie is – ingeval van een duurzame waardevermindering - afwaardering verplicht en wordt de toets met behulp van de directe opbrengstwaarde voorgeschreven. Zie hoofdstuk 5.3. • Een wijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduur c.q. gebruiksintensiteit is een schattingswijziging. De bestaande (rest)boekwaarde wordt niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven. Zie hoofdstuk 6.3. • Een wijziging van de ‘vrij te kiezen’ waarderingsgrondslagen is een stelselwijziging. Bij een stelselwijziging worden bestaande (rest)boekwaarden niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte gebruiksduur afgeschreven. Zie hoofdstuk 6.3.
• Uit hoofde van rechtmatigheid kunnen besluiten tot een stelsel- of schattingswijziging met betrekking tot materiële vaste activa uiterlijk tot het eind (31 december) van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen door de raad. Zie hoofdstuk 6.3. • Klein- en groot-onderhoud houdt of brengt een object in goede, oorspronkelijke staat en is dus niet van invloed op de bepaalde gebruiksduur (afschrijvingstermijn) van het object en mag daarom niet worden geactiveerd. Zie hoofdstuk 7.4. • Voorzieningen die vooraf worden gevormd om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen over meerdere begrotingsjaren, kunnen alleen met instemming van de raad ingesteld en gevoed worden op basis van een recent beheerplan. Zie hoofdstuk 7.5. • Onder recent beheerplan wordt een beheerplan verstaan van maximaal vijf jaar oud ten opzichte van het verslagleggingsjaar. Deze vijf jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’ van de begroting en de jaarstukken. Zie hoofdstuk 7.5.2. • Tussentijdse bijstelling van het beheerplan binnen de vijf jaar is verplicht, indien een belangrijke afwijking is opgetreden in de staat van het onderhoud. Zie hoofdstuk 7.5.2.
• In geval van achterstallig onderhoud, waarbij sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties, wordt er op basis van artikel 44 lid 1a BBV een voorziening gevormd. Zie hoofdstuk 7.6. II. Aanbevelingen
Pagina 27 van 32
•
De commissie BBV beveelt aan om de wijze waarop met investeringen en afschrijvingen wordt omgegaan vast te leggen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen, een nota investeringen of de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet. In aanvulling hierop kan een investeringsplan voor het huidige en de komende jaren een bijlage vormen die jaarlijks geactualiseerd wordt.
Pagina 28 van 32
D. Afschrijvingstabel Het is noodzakelijk voor dezelfde soort activa binnen de gemeente dezelfde afschrijvingstermijn te hanteren. Een hulpmiddel hiervoor is de opstelling van een uniforme afschrijvingstabel. In deze bijlage is een inventarisatie opgenomen van binnen de gemeente voorkomende activa met de daarbij vermelde afschrijvingstermijnen. Bij het bepalen van de uniforme afschrijvingstermijnen zijn mede bepalend de wettelijke voorschriften. Voor activa die hieronder in de tabel niet genoemd zijn en waarover twijfel kan ontstaan, stelt het college de afschrijvingstermijn vast, gebaseerd op een realistische schatting van de levensduur (dit geldt ook voor software). In voorkomende gevallen wordt de raad hierover vooraf schriftelijk geïnformeerd.