CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

OUD Discussiememo handhaving bestemming buitengebied Noordwijk

Commissie Ruimte 10 april 2025, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Discussiememo Moratorium en legalisering oude gevallen handhaving bestemming buitengebied Noordwijk met toelichting en vragen (002)843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Handhaving van bollengrond in het Noordwijkse buitengebied: tempo dringend gewenst Karel van Herwaarden, D66; Al vijf jaar verkeren gebruikers van Noordwijkse ‘paardenweitjes’ in onzekerheid over de handhaving op het gebruik van bollengrondpercelen. De zorgen namen toe sinds Noordwijk de handhaving eind 2023 heeft hervat. Zet die hervatting op pauze en maak tempo met legaliseringsbeleid voor de schrijnende gevallen: gronden die niet meer doelmatig kunnen worden beteeld, en alle dossiers van vóór 2005.

Moratorium logisch nu rol GOM onzeker is In 2019 heeft de gemeente Noordwijk samen met andere ISG gemeenten besloten tot actieve handhaving van reeds lang strijdig gebruikte (en feitelijk gedoogde) bollengrondpercelen. Na een onderbreking vanwege Covid is de handhaving eind 2023 hervat, en ook recent (2024/25) zijn er concrete handhavingsinitiatieven genomen. Nu de toekomstige rol van de GOM en het daaruit voortvloeiende handhavingsbelang niet meer glashelder zijn, valt het inhoudelijk niet meer te verdedigen om handhavingsacties op onbruikbare grond of oude gevallen voort te zetten. Deze dienen daarom, in afwachting van een nieuw te verschijnen Programma Landelijk Gebied (‘ISG Herijking’), onmiddellijk te worden gepauzeerd. De voorgestane pauzering kan worden bewerkstelligd met een collegebesluit. Tijdens het handhavingsmoratorium is het logisch om na te denken over een vernieuwde set concrete handhavingsprincipes waarmee een grote groep betrokkenen snel duidelijkheid kan krijgen. Pact en Offensief Teylingen niet ter discussie Het doel van het bollengrondbeleid, en de handhaving daarop, is te verzekeren dat er voldoende bollengrond beschikbaar blijft voor de teelt in de Bollenstreek. Dit uitgangspunt staat niet ter discussie. In 2004 is een te behouden minimumareaal van 2625 ha 1e klas bollengrond vastgelegd (Offensief van Teylingen).

Gehandhaafd wordt het gebruik volgens de bestemming in het omgevingsplan. Het momenteel feitelijk als bollengrond gebruikte areaal is niet precies bekend, maar de GOM, de terzake best geïnformeerde instantie, schat dit op ca 2800 ha. Van een acuut tekort ten opzichte van de areaaldoelstelling lijkt dus geen sprake. Dit schept ruimte voor een legalisatie van afwijkend gebruik in twee soorten gevallen, die elkaar deels overlappen. Legalisering onbruikbare gronden Ten eerste is niet alle als zodanig bestemde bollengrond nog feitelijk doelmatig bruikbaar, omdat de percelen (of delen daarvan) te klein zijn voor bewerking met moderne plant- en rooimachines: de zogenaamde overhoeken. Voor zover dit fenomeen (vanwege natuurlijke grenzen zoals wegen en watergangen) niet via een herverkaveling oplosbaar is, zijn dergelijke percelen met de techniek van vandaag feitelijk ten onrechte

als bollengrond bestemd. Handhaven op de bollenbestemming is dan onredelijk. Zulke percelen moeten in aanmerking komen voor legaal afwijkend, al dan niet hobbymatig, agrarisch gebruik, via een omgevingsvergunning. Een mogelijke concrete lakmoesproef op de feitelijke bruikbaarheid is een oppervlakte van minimaal 15001 m2 die aaneensluitend met een gangbare plant- of rooimachine kan worden bewerkt. Of het redelijk is om voor zulk afwijkend gebruik bollengrondcompensatie te verlangen is de vraag, omdat het feitelijk niet doelmatig bruikbare grond betreft. Legalisering oude gevallen Ten tweede worden veel bollengrondpercelen al sinds 2004 (toen de areaaldoelstelling werd geïntroduceerd) of eerder niet meer feitelijk voor de bollenteelt gebruikt. Voor afwijkend gebruik van bestemmingen geldt juridisch gezien geen verjaringstermijn. Maar dat laat onverlet dat de gemeente kan besluiten om afwijkend gebruik van zulke percelen vanaf 2004 of eerder toch te legaliseren. Dat is billijk, enerzijds omdat zowel belanghebbenden als de gemeente tijd genoeg hebben gehad om handhavingsacties te starten, en anderzijds omdat deze percelen kennelijk niet ten laste gaan van de areaaldoelstelling die twintig jaar geleden werd geformuleerd (want er is momenteel meer dan 2625 ha feitelijk in gebruik).

Om schoon schip te maken in het handhavingsdossier is het logisch om dergelijke percelen een afwijkende gebruiksvergunning voor al dan niet hobbymatig agrarisch gebruik te verlenen, voor onbepaalde tijd, en zonder bollengrondcompensatie. Bewijsvoering kan plaatsvinden op basis van satellietbeelden, die door de gemeente ter beschikking worden gesteld. Illegale opstallen die sinds 2004 (of eerder) op satellietbeelden voorkomen, kunnen eveneens worden gelegaliseerd. Oplossing is urgent Bovenstaand zijn de gevallen beschreven, die voor afwijkend gebruik in aanmerking komen, en waarover op relatief korte termijn duidelijkheid kan worden gegeven. Aan tempo en zicht op een aanvaardbare oplossing is zeer grote behoefte. Te veel mensen in ons dorp leiden aan stress omdat een voor hen belangrijke en a priori maatschappelijk gewaardeerde hobby dreigt te worden beëindigd door een beleid dat zich van begin af aan door tweeslachtigheid heeft gekenmerkt. Voor strijdig gebruik dat niet in bovenstaande twee categorieën valt, alsmede oneigenlijk gebruik van opstallen, kan in een later stadium een aanvullende regeling worden opgesteld, als blijkt dat dat verdedigbaar zou zijn. Dat moet dan wel degelijk worden onderbouwd, want anders wordt de feitelijke handhaving van het bollenareaal een wassen neus, en worden wetsovertreders al te gemakkelijk beloond.

Aan de legalisering kunnen aanvullende voorwaarden worden verbonden, die te maken hebben met beperkingen in toegestane agrarische activiteiten, welstand, overlast en behoud van zichtlijnen. Uiteraard moet e.e.a. verder technisch worden uitgewerkt, en zullen er juridische tegenwerpingen zijn. Maar dat hoeft een spoedig moratorium niet in de weg te staan. Dat is in alle gevallen stap één. 1

Deze grenswaarde is gebaseerd op de LTO inbreng op het Clevinrapport maar staat open voor discussie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=0de20d66-531d-4f5c-87fb-1bd59b60cd44