Oud amendement D66 - Realistisch Begroten
Tekst van het document
AMENDEMENT lid Van Herwaarden (D66) e.a. inzake Realistisch Begroten De gemeenteraad van Noordwijk; in vergadering bijeen op 21 november 2023, wijzigt de Raadsagenda Noordwijk 21 november 2023;
Bij wijziging van het besluit: Voorgesteld besluit: I. De Perspectiefnota 2025-2028 vast te stellen. Gewijzigd besluit: I. De Perspectiefnota 2025-2028 vast te stellen, behoudens de maatregelen Prioriteit 2 (€ 1,706 mln in 2025, etc. zie tabel p. 12 Perspectiefnota en Bijlage 3 Perspectiefnota, de maatregelen met een 2 erachter) en II. Deze maatregelen (of een eventueel ander, vergelijkbaar pakket indien dat zo door de raad bij amendement is/wordt gewijzigd) aan te houden tot de eerste raadsvergadering na het zomerreces en III. Het college te verzoeken om inzicht te verschaffen in de aard en oorzaken van de omvangrijke jaarverschotten die de gemeente sinds de fusie heeft gerealiseerd, per medio september 2025, zulks mede ter beoordeling van de noodzaak tot het maatregelenpakket Prioriteit 2 of een vergelijkbaar pakket eind september. IV. Het college te verzoeken de begrotingstechnische leerpunten van onderdeel III ook toe te passen in de begroting 2025 – 2028, ten einde – waar mogelijk – een realistischer begroting op te stellen, zowel in de baten en lasten als in het overzicht van de financiële positie (de balans).
K.L. van Herwaarden (D66)
Toelichting Sinds de fusie worden we bij de perspectiefnota gewaarschuwd voor te verwachten krapte, en sinds vorig jaar structurele tekorten, en elk jaar eindigt met een onverwacht groot overschot. Zie de volgende reeks: Begrotingsresultaten Noordwijk 2019-2023 (€ x 1000) Jaar
Primaire begroting
Voorjaarsnota
Najaarsnota Jaarrekening Totaal
2019
242
-34
175
7999
8382
2020
435
-393
4416
1491
5949
2021
329
-423
3796
4248
7950
2022
1107
-1233
2706
11671
14251
2023
121
-195
3840
3516
7282
Eerder werd al diverse malen vastgesteld dat de Noordwijkse investeringsbegrotingen een groot planningsoptimisme (meer investeringen in de jaarplanning dan uitvoerbaar) laten zien, met als gevolg structureel sterk achterblijvende materiële activa en langlopende schulden ten opzichte van de begrotingen en meerjarenramingen. Dit wordt ook al enige tijd door het college erkend. Maar dat fenomeen kan de grote begrotingsoverschotten van de jaren sinds de fusie, en het opvallend vaste patroon daarin, niet verklaren. Ook andere vormen van planningsoptimisme (het begroten van activiteiten die wegens capaciteitsgebrek niet worden uitgevoerd), of begrotingspessimisme (het stelselmatig onzichtbaar inbakken van meevallers), moeten hier een rol spelen. (Uiteraard naast een rijksoverheid die het de gemeenten lastig maakt om adequaat te plannen, door last minute meevallers in specifieke uitkeringen en gemeentefonds.)
Wij roepen in verband daarmee het college op: - Tijdens en direct na het zomerreces een analyse uit te voeren van deze jaarresultaten, met een extra focus op de (on)voorzienbaarheid van deze overschotten - Op basis van de bevindingen de omvang van de eventueel te nemen maatregelen Prioriteit 2 of lager nogmaals te bezien
-
-
verbeteringen in de begrotingssystematiek voor te stellen die tot een realistischer begroting leiden, in aanvulling op de eerste aanzetten daartoe in de perspectiefnota 2025. Daarbij valt primair te denken aan een transparantere manier van budgetoverheveling naar volgende jaren van ongebruikte budgetten, en transparante verwoording van achtergebleven resultaten in het jaarverslag de gemeenteraad daarover aan het einde van het zomerreces te informeren en tot die tijd terughoudendheid te betrachten bij het voorbereiden van bezuinigingen die tot een merkbare verschraling van de gemeentelijke dienstverlening leiden (alles Prioriteit 2 en lager) of van voelbare lastenverzwaringen
Wij merken hierbij op dat bovengenoemde analyse wat ons betreft niet de opmaat is tot het loslaten van strakke begrotingsdiscipline. In tegendeel. Wij pleiten ook voor een voortzetting, met duidelijk meer tempo dan tot dusverre, van de zero based analyse van onze programma's, met daarbij een sterke focus op de effectiviteit van beleid. Deze oproep doen wij in de eerste plaats omdat de geloofwaardigheid van onze planning & control niet ter discussie moet komen te staan. Dat vereist periodiek een stap terugdoen, trends over een wat langere periode te beschouwen, en daar lering uit te trekken.