Nota van beantwoording zienswijzen - AVG
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp omgevingsvergunning ‘Leidsevaart 228A’
Datum: 4 november 2020
1
Inhoud 1. 2.
Inleiding Beantwoording zienswijzen
3 4
2
1. Inleiding De ontwerp omgevingsvergunning met betrekking tot de bouwplannen aan de Leidsevaart 228A te Noordwijk heeft van met ingang van 15 juli 2020 tot en met 25 augustus 2020 voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen deze termijn van zes weken kon een ieder zijn/haar/diens zienswijze schriftelijk of mondeling kenbaar maken. Gedurende bovengenoemde termijn zijn er 3 zienswijzen ingediend. In hoofdstuk 2 zijn de binnengekomen zienswijzen samengevat en beantwoord met daarbij de eventuele gevolgen voor de omgevingsvergunning.
3
2. Beantwoording zienswijzen De ingediende reacties zijn per indiener samengevat (kolom 1) en voorzien van een beantwoording (kolom 2). Elke beantwoording van een zienswijze eindigt met een conclusie (kolom 3) waarin inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre hetgeen naar voren is gebracht aanleiding geeft tot aanpassing van het ontwerp omgevingsvergunning cq. bouwplan. Appellant 1 Samenvatting zienswijze
Beantwoording gemeente
Gevolgen voor de omgevingsvergunning Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning
1.
De verkeersveiligheid is in het geding en er wordt gevreesd dat de al bestaande verkeersonveilige situatie verder zal verslechteren
De kruising Leidsevaart / N444 komt met een nieuwe aansluiting van de noordelijke randweg Voorhout op de N444 te vervallen. De aansluiting van de randweg Voorhout wordt door een rotonde vorm gegeven. Fietsers kunnen met een aan te leggen fietstunnel de N444 kruisen. Een ontwikkeling die de verkeersveiligheid ten goede komt.
2.
Er ontbreken snelheidsbeperkende voorzieningen op dit deel van de Leidsevaart
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning
3.
Er worden vraagtekens gezet bij het aantal verkeersbewegingen
De Leidsevaart is een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom waar de snelheid conform landelijke richtlijnen 60 km/uur is. De weg heeft een inrichting die hoort bij dit type weg. De snelheidsgegevens bevestigen niet dat er structureel te hard wordt gereden op dit wegvak. In de huidige situatie is op deze locatie een transportbedrijf gevestigd. Met de nieuwe functie blijft het gebruik van de Leidsevaart vrijwel gelijk ten opzichte van de bestaande situatie. Een onderbouwing van de veronderstelling ontbreekt en er is evenmin een contra-expertise overgelegd.
Beantwoording gemeente
Gevolgen voor de omgevingsvergunning Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning
Appellant 2 Samenvatting zienswijze 1.
De verkeersveiligheid is in het geding en er wordt gevreesd dat de al bestaande verkeersonveilige situatie verder zal verslechteren
In de huidige situatie is op deze locatie een transportbedrijf gevestigd. De verkeersgeneratie voor dit plan wijzigt nauwelijks ten opzichte van de huidige functie van het perceel. De reeds
4
bestaande verkeerssituatie op de Leidsevaart blijft vrijwel gelijk aan de bestaande situatie. De kruising Leidsevaart / N444 komt met een nieuwe aansluiting van de noordelijke randweg Voorhout op de N444 te vervallen. De aansluiting van de randweg Voorhout wordt door een rotonde vorm gegeven. Fietsers kunnen met een aan te leggen fietstunnel de N444 kruisen. Een ontwikkeling die de verkeersveiligheid ten goede komt. Verder zal ten aanzien van de bestaande verkeerssituatie op de Leidsevaart in de toekomst de ontsluiting van het perceel worden aangesloten op de zogenaamde bypass voor de Leidsevaart. Deze loopt achter het tuincentrum richting Leeweg. Daar sluit de Leeweg straks aan op een nog aan te leggen rotonde. 2.
Het gebouw wordt veel te groot
Naar aanleiding van de ingebrachte zienswijze is nog eens goed gekeken naar de ruimtebehoefte. Daaruit is onder meer gebleken, dat het gebouw niet de gevraagde hoogte behoeft te hebben en dat er kan worden volstaan met een gebouw met een hoogte van circa 11 meter. Dit is in feite passend binnen de 10%-regeling zoals die in het bestemmingsplan is opgenomen. Het vloeroppervlak blijft evenwel ongewijzigd. Vanwege de geringere hoogte zal het gebouw visueel minder groot lijken.
Deze zienswijze heeft in die zin gevolgen voor de omgevingsvergunning, dat het heeft geleid tot een herbezinning over de ruimtebehoefte met als uitkomst dat de hoogte wordt teruggebracht tot circa 11 meter. De tekeningen worden hierop aangepast.
3.
Er is vrees voor geluidsoverlast
Er heeft een beoordeling plaatsgevonden of de nieuwe activiteit milieuhygiënisch inpasbaar is. Hierbij is het aspect geluid inbegrepen. Gekeken is of de milieucategorie waar het bedrijf toe behoort op voldoende afstand van de woonbestemming staat. Het bedrijf behoort tot milieucategorie 3.2. Wanneer het bedrijf is gelegen in een omgevingstype dat is te typeren als ‘gemengd gebied’ mag een richtafstand van 50 meter tot een woning worden aangehouden.
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning
5
E.e.a. is gebaseerd op de (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering 2009’, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten. De afstand tot woning Leidsevaart 226 is plm. 80 meter. Gelet op het verschil met de richtafstand van 50 meter mag verwacht worden dat geen geluidhinder te verwachten valt. Op 12 december 2019 is een melding Activiteitenbesluit ontvangen voor Leidsevaart 228A. Deze is momenteel in beoordeling (???vragen naar uitkomst, relatie met voorgaande) 4.
Er is geen dringende reden om in strijd met de bestemming medewerking te verlenen aan de vestiging in een agrarisch gebied
Het instrument bestemmingsplan is gericht op toelatingsplanologie. De gedachte hierachter is dat eenieder zelf mag bepalen (voor zover dat is toegestaan binnen de planologische mogelijkheden) wat hij realiseert op zijn grondeigendom. Vanuit deze gedachte is er juist geen dringende reden om de vestiging van het bedrijf tegen te gaan, te meer daar het betreffende perceel geen agrarische bestemming heeft, maar een agrarisch aanverwante bestemming. In de Ruimtelijke onderbouwing is de redengeving om medewerking te verlenen in voldoende mate onderbouwd.
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning
Beantwoording gemeente
Gevolgen voor de omgevingsvergunning Vóór de vergunningverlening worden de tekeningen en de ruimtelijke onderbouwing aan de gewijzigde hoogte aangepast en aangevuld.
Appellant 3 Samenvatting zienswijze 1.
De omvang van de gebouwen en het beoogde bedrijf is te groot; ten onrecht wordt gesuggereerd dat er op het terrein grote bedrijven aanwezig zijn.
Zie voor een deel de reactie op zienswijze 2.2. In het vigerende bestemmingsplan is er binnen het bouwblok de mogelijkheid om een bedrijfsgebouw van maximaal 10 meter hoogte te realiseren. Om tegemoet te komen aan de
6
opmerking qua hoogte van het bouwwerk wordt het plan aangepast naar een bouwhoogte van c.a. 12 meter. Dat betekend dat het pand c.a. 2 meter lager wordt dan de ingediende versie. Vóór de vergunningverlening zullen de tekeningen en de ruimtelijke onderbouwing op dit punt worden aangepast en aangevuld. 2.
De bedrijven op het terrein zijn al weg en de huur daarvan is opgezegd.
In relatie tot de plannen is er gesproken om de huren op te zeggen. Aangezien de procedures langer lopen, en dus de eerste bouwplanning is komen te vervallen, zijn er enkele huurders die langer kunnen en blijven huren.
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
3.
Er is geen enkele noodzaak en geen enkel belang om het waspeencentrum op deze locatie te vestigen.
Zie reactie bij zienswijze 2.4.
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
4.
In het open landschap ontstaat een enorm gebouw met een bedrijfsuitstraling; verwezen wordt naar het negatief advies van de Welstandscommissie.
Zie reactie bij zienswijzen 2.2. en 3.1
5.
Er is onvoldoende aandacht voor het vergroten van het bebouwd oppervlak en het volume van het gebouw.
In de Ruimtelijke onderbouwing van maart 2020 staat op bladzijde 5 en 6 benoemd wat de strijdigheden zijn met het geldende bestemmingsplan. Daar is ook genoemd wat de toename aan m2 en m3 zijn ten opzichte van de bestaande situatie. Daar zijn de feitelijke cijfers benoemd. Er is in de Ruimtelijke onderbouwing niet genoemd dat het ten aanzien van de m2 om een verdrievoudiging gaat en bij de m3 om een verzesvoudiging, maar de toenamen zijn expliciet genoemd en weergegeven. Overigens neemt het aantal m3 minder toe vanwege een verlaging van het gebouw.
Deze zienswijze heeft in die zin gevolgen voor de omgevingsvergunning, dat het heeft geleid tot een herbezinning over de ruimtebehoefte met als uitkomst dat de hoogte wordt teruggebracht tot circa 12 meter. De tekeningen worden hierop aangepast. Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
6.
Er ligt een negatief welstandsadvies met daarin een verwijzing naar de “Trekvaart Belevingsroute”.
Voor wat betreft de verwijzing naar de “Trekvaart Belevingsroute” wordt in de toelichting op bladzijde 51 van de ISG2016 opgemerkt, dat het de bedoeling is om de beleving van deze watergang als erfgoedlijn te versterken door middel van het realiseren van
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
7
aanlegplaatsen en informatievoorziening langs de oevers met informatie over cultuurhistorische elementen die vroeger langs de trekvaart hebben gelegen dan wel nog liggen. 7.
Het waspeencentrum hoort thuis op een bedrijventerrein en in dit gebied wordt een open landschap nagestreefd.
Eén van de uitgangspunten van de ISG 2016 is de economische herstructurering van de Greenport in combinatie met landschapsverbetering. Het bestaande bollenareaal van 1e klas bollengrond moet behouden blijven. Primaire Greenportfuncties, zoals de bollencluster, vaste planten, bloemencluster en toerisme (inclusief Greenport gerelateerde handel en dienstverlening) krijgen bij conflicterende ruimteclaims prioriteit boen niet Greenportfuncties, zoals overige landbouw en veeteelt. De verbetering van het landschap vindt plaats aan de hand van het Landschapsperspectief, dat functioneert als raamwerk voor sanering, intensivering en uitbreiding van Greenportbedrijven. Het waspeencentrum wordt aangemerkt als een Greenport gerelateerd bedrijf. Het bedrijf vervult een belangrijke rol bij de in de bollenteelt gebruikelijke wisselteelt. Immers, het telen van bollen kan niet voortdurend plaatsvinden vanwege de seizoensinvloeden, maar ook om te voorkomen dat de milieubelasting te hoog wordt en met het oog op de bodemkundige gesteldheid van de teeltgronden. Dat ook waspeen wordt geteeld buiten het Greenportgebied maakt dat niet anders. Het betrokken bedrijf is qua functie dan ook niet gelijk te stellen met reguliere bedrijven, waarvoor in de ISG2016 is aangegeven dat de vestiging daarvan op specifiek daarvoor aangewezen bedrijventerreinen moet plaatsvinden.
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
De vraag is dan vervolgens of dit Greenport gerelateerde bedrijf zich kan vestigen in het Greenportgebied. In de eerste plaats wordt
8
opgemerkt, dat het beoogde perceel niet bestemd is voor de primaire bollenteelt. De bestemming ter plaats luidt: ‘Bedrijf – Agrarisch aanverwant’, ofwel aan het bollencomplex verwante niet-agrarische bedrijven. Volgens de begripsomschrijving van dergelijke bedrijven zijn dit bedrijven welke uitsluitend of overwegend gericht zijn op het leveren van diensten aan agrarische bedrijven en groene en recreatieve functies in het buitengebied, zo nodig met behulp van werktuigen of op het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud of reparatie van werktuigen en apparatuur. Het betrokken bedrijf past qua functie niet geheel binnen deze bestemming, maar het is wel een bedrijfssoort waarbij weliswaar geen bollenteeltactiviteiten plaatsvinden, maar waarbij wel bollenteeltgronden worden gebruikt voor de teelt van andere agrarische producten, de bij de bollenteelt essentiële wisselteelt. Dit maakt dat de vestiging van dit bedrijf qua bedrijfsfunctie, meer passend is in de doelstellingen van de Greenport dan de huidige toegelaten agrarisch aanverwante bedrijfsfunctie waarbij geen sprake is van wisselteeltactiviteiten. In de ISG is op bladzijde 28 overigens ook nog aangegeven, dat op het Bulb Trade Park aan de Delfweg in Noordwijkerhout ruimte is voor handels- en exportbedrijven e agrarische toeleveranciers.
Het Bulb Trade Park zou dus ook een mogelijkheid geweest kunnen zijn voor het onderhavige waspeencentrum, maar op het genoemde agrarisch gerelateerde bedrijventerrein is geen uitgiftegrond meer beschikbaar. 8.
De waspeen komt niet uit de eigen Bollenstreek en zelfs uit het buitenland
Voor zover hier niet sprake was van een situatie van (zeer) tijdelijke aard, zie ook de beantwoording van zienswijze 7.
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
9
Ten onrechte wordt aangenomen, dat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is, aangezien hier sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Er wordt onderkent, dat deze zienswijze terecht is. Ten onrechte is verondersteld, dat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing zou zijn. De ruimtelijke onderbouwing is op dit punt aangepast. De conclusie is weliswaar dat, dat de Ladder voor duurzame verstedelijking wel van toepassing is, maar dat deze de ontwikkeling niet in de weg staat.
Met een aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing heeft deze zienswijze geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
10. Er is geen enkele reden om te verhuizen naar Noordwijk en naar het landelijke open gebied daarvan.
Dit is een (vrije) keuze van de initiatiefnemer en ter beoordeling ligt alleen voor of het planologisch verantwoord is hieraan al dan niet medewerking te verlenen.
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
11. In de ruimtelijke onderbouwing wordt verwezen naar de verordening van de provincie Noord-Holland, terwijl de provinciale Omgevingsverordening 2019 van Zuid-Holland van toepassing is.
In de ruimtelijke onderbouwing wordt verwezen naar de verordening van de provincie NoordHolland, terwijl de provinciale Omgevingsverordening 2019 van Zuid-Holland van toepassing is. In een eerdere versie van de ruimtelijke onderbouwing wordt inderdaad ten onrechte verwezen naar de verordening van de provincie Noord Holland. In de ter inzage gelegde versie is deze omissie hersteld.
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
12. Het plan is in strijd met artikel 6.17 van de Omgevingsverordening 2019
Artikel 6.17 van de Omgevingsverordening Zuid Holland handelt over de bollenteeltgebieden in de Greenport Duin- en Bollenstreek. Ten aanzien van dit gebied streeft de provincie naar herstructurering van het bollencomplex, landschapsverbetering en handhaving van het teeltareaal bollengrond. Het bollenteeltgebied is aangeduid op kaart 11 van de verordening. Het betreffende perceel ligt ontegenzeggelijk in het door de provincie aangewezen bollenteeltgebied dat primair is bedoeld voor bollenteeltbedrijven. De provincie onderkent evenwel, dat binnen de begrenzingen van het bollenteeltgebied ook bestaande andere functies voor (niet zijnde bollenteelt) voorkomen. Het
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
9.
10
kan dan zowel gaan om een geïsoleerde afwijkende functie als geclusterde afwijkende functies, zoals een bebouwingslint met een menging van bedrijven, woningen en andere functies. Aan deze bestaande rechtmatig aanwezige afwijkende functies kan medewerking worden verleend. Beperkte uitbreiding is ook mogelijk, evenals wijziging naar een andere afwijkende functie. Voorwaarde is wel dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het bollenteeltgebied, waarbij overigens ook moet worden gekeken naar de toekomstige situatie van het teeltgebied, dus ook naar de herstructereringsmogelijkheden. Het perceel ligt weliswaar in het bollenteeltgebied, maar heeft al een afwijkende bestemming, te weten ‘Bedrijf – Agrarisch aanverwant’. Het te vestigen bedrijf past vanwege de teeltactiviteiten en de verwerking van de teeltproducten binnen deze bestemming. Het bebouwd oppervlak neemt toe, maar zeker niet ten koste van de omvang en de bruikbaarheid van het bollenteeltgebied. Het is een schoolvoorbeeld van een bedrijf met een ligging in een bebouwingslint met een menging van bedrijven, woningen en andere functies. Mede gelet op de ligging naast een voormalige vuilstortplaats ligt een bestemmingswijziging in het kader van herstructurering naar teeltgebied niet in de rede.
Toetsend aan de Omgevingsverordening 2019 van de provincie Zuid Holland is de conclusie, dat het voorliggende plan daarmee niet in strijd is. 13. Het plan is in strijd met de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016
Het klopt, dat het beoogde perceel zich bevindt in het gebied met een oranje kleur. In de beantwoording op zienswijze 7 is hierop al nader ingegaan.
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
11
De aanduiding met een groen gestreepte pijl met als doel ‘het voltooien en versterken van de ecologische verbindingen’ heeft betrekking op het gebied aan de overzijde van de aangrenzende Haarlemmertrekvaart op het grondgebied van de gemeente Teylingen. De ecologische (natte) verbindingszone is opgenomen in de gebiedsontwikkeling van het woningbouwgebied Nieuw Boekhorst. Voor wat betreft de blauw geblokte lijn ‘Haarlemmertrekvaart Leiden – Haarlem wordt in de toelichting op bladzijde 51 van de ISG2016 opgemerkt, dat het de bedoeling is om de beleving van deze watergang als erfgoedlijn te versterken door middel van het realiseren van aanlegplaatsen en informatievoorziening langs de oevers met informatie over cultuurhistorische elementen die vroeger langs de trekvaart hebben gelegen dan wel nog liggen. Dit staat een herontwikkeling van het betreffende perceel niet in de weg. De op de kaart op bladzijde 48 van de ISG2016 aangegeven lichtgroene lijn ‘Fietsroutenetwerk’ heeft eveneens betrekking op het gebied aan de overzijde van de Haarlemmertrekvaart. Het geplande fietspad komt te liggen langs de in dat gebied aan te leggen rondweg langs Nieuw Boekhorst. Bij de beantwoording van zienswijze 7 is al aangegeven om welke redenen het waspeenbedrijf functioneel past in de visie voor het Greenportgebied volgens de ISG2016 en in het gebied nabij de Leidsevaart.
In de Ruimtelijke Onderbouwing is afdoende aangegeven dat de geplande bebouwing inpasbaar is in het bestaande omringende landschap waar overigens al sprake is van grootschalige gebouwen van het nabijgelegen tuincentrum.
12
14. De landschappelijke inpassing is slecht en er ontbreekt een duidelijk landschappelijk plan.
Op de kaart van de ISG2016 is op bladzijde 24 voor het gebied nabij de Leidsevaart als gebiedsvisie aangegeven ‘herstructurering naar vitale Greenport met landschapsverbetering en integrale wateropgaven, sanering, schaalvergroting en intensivering van het bollencomplex’. Kortom, deze gebiedsvisie sluit niet uit, dat de schaal van bestaande bedrijven kan worden vergroot, gecombineerd met de intensivering van het bollencomplex. Een nadere afweging van individuele verzoeken vindt plaats aan de hand van het Landschapsperspectief op bladzijde 38 e.v. Op de kaart, behorende bij het Landschapsperspectief, is het gebied van de Leidsevaart aangeduid met ‘uitbreiding in beginsel op locatie mogelijk onder voorwaarden van behoud openheid en behoud zichtlijnen’. Op dezelfde kaart zijn de relevante zichtlijnen aangegeven, maar deze hebben geen betrekking op het gebied waarvan het beoogde vestigingsperceel deel uitmaakt. Uiteraard wordt ieder verzoek om aanvullende bebouwing, in afwijking van de mogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan ook beoordeeld op het aspect ‘openheid’, waaraan in de Ruimtelijke Onderbouwing in voldoende mate aandacht is besteed.
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
15. Het bladverlies van het groen is nadelig en schadelijk voor de naastgelegen bollenvelden.
In de huidige situatie bevindt zich rond het betreffende perceel een groensingel. Met de vestiging van het waspeencentrum en de daarbij gewenste landschappelijke inpassing veranderd deze situatie niet.
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
16. De bronbemaling c.q. wateronttrekking hebben een negatief effect op de omliggende bollenvelden; de watertoets is niet duidelijk.
De vergunning voor een bronbemaling is nog niet aangevraagd en is ook geen onderdeel van het voorliggende verzoek. In het voorkomende geval zal er zonder meer aandacht zijn voor de gevolgen voor de omgeving. Voor wat betreft de wateronttrekking voor het productieproces geldt hetzelfde. Ook de
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
13
vergunning daarvoor is nog niet aangevraagd en valt buiten de beoordeling van het voorliggende verzoek. Mocht in het voorkomende geval blijken, dat er bij de wateronttrekking voor het productieproces negatieve effecten zouden optreden voor de omliggende percelen, dan wordt de vereiste onttrekkingsvergunning mogelijk niet verleend en bollenvelden. Zo dit het geval is, dan zal er aangesloten moeten worden op het reguliere waternetwerk. 17. Er is geen onderzoek gedaan naar de eventuele negatieve gevolgen van de lozing van afvalwater voor de omringende bollengronden.
Afvalwater wordt via een stelsel van reinigingstechnieken geloosd op de riolering, zodat er geen negatieve gevolgen zijn voor de omringende bollengronden.
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
18. Het aantal vervoersbewegingen wordt sterk in twijfel getrokken.
Zie de reactie op zienswijze 1.3
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
19. Door de extra aan- en afvoerbewegingen is de verkeersveiligheid op de Leidsevaart in het gedrang.
Zie de reactie op zienswijze 1.3
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
20. De bij de aanvraag overgelegde stikstofberekening is niet juist en geeft een te positief beeld.
Een onderbouwing voor deze veronderstelling ontbreekt en er is evenmin een contra-expertise overgelegd.
Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor de omgevingsvergunning.
14
15