CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

Gemeenteraadsvergadering 16 maart 2021, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Nota Lokale Heffingen6.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTA LOKALE HEFFINGEN NOORDWIJK 2021

Inhoudsopgave 1. Inleiding .....................................................................................................4

NOORDWIJK 150 JAAR BADPLAATS

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021 1.1 Aanleiding ...............................................................................................................4 1.2 Doelstelling .............................................................................................................4

2. Wet- en regelgeving lokale belastingen ..........................................................................4 2.1 Introductie ...............................................................................................................4 2.2 Wettelijke basis lokale belastingen ...........................................................................5 2.3 Bevoegdheden en uitvoering ....................................................................................6 3. Benchmark ...................................................................................................................7 4.

Gemeentelijke belastingen in Noordwijk .........................................................................8 4.1 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) .........................................................................8 4.2 Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (RZB) ..........................................9 4.3 Afvalstoffenheffing .................................................................................................10 4.4 Rioolheffing ...........................................................................................................11 4.5 Hondenbelasting ....................................................................................................12 4.6 Toeristenbelasting .................................................................................................13 4.7 Forensenbelasting .................................................................................................14 4.8 Parkeerbelasting....................................................................................................15 4.9 Bedrijven Investeringszone (BIZ) ............................................................................16 4.10 Leges ..................................................................................................................17 4.11 Precariobelasting

.................................................................................................18 4.12 Marktgelden.........................................................................................................19 4.13 Lijkbezorgingsrechten ..........................................................................................19 4.14 Rioolaansluitrecht ................................................................................................20 5. Invorderingsbeleid ......................................................................................................21 5.1 Wettelijke basis .....................................................................................................21 5.2 Aanslagbiljet betalen..............................................................................................21 5.3 Incassoreglement ..................................................................................................21 5.4 Niet betalen ...........................................................................................................21 5.5 Uitstel van betaling ................................................................................................22 6.

Kwijtscheldingsbeleid ..................................................................................................22 6.1 Wettelijke basis .....................................................................................................22 6.2 Geen, beperkte en volledige kwijtschelding .............................................................22 6.3 Stichting inlichtingenbureau ...................................................................................22 6.4 Betalingscapaciteit.................................................................................................22

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op grond van artikel 212 van de Gemeentewet heeft de gemeenteraad de Financiële verordening van de gemeente Noordwijk vastgesteld. In artikel 18 van deze verordening is bepaald dat het college periodiek, tenminste éénmaal in de vier jaar, een Nota Lokale Heffingen aan de raad aanbiedt. Bij het opstellen van de Nota is rekening gehouden met de uitgangspunten financieel beleid zoals die zijn vastgelegd in het collegeprogramma en de financiële kaders, zoals genoemd in de meerjarenbegroting en het coalitieakkoord 2019-2022.

Pagina 2 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

In het coalitieakkoord is uitgesproken dat belastingen jaarlijks ten hoogste stijgen met de inflatiecorrectie. Jaarlijks wordt er in de begroting een integrale afweging van de voorgestelde uitgaven en de ontwikkeling van de lasten gemaakt. Indexering van belastingen, heffingen en leges is geen automatisme. Heffingen en leges zijn als uitgangspunt kostendekkend, daarnaast zijn andere criteria mogelijk zoals benchmarks. Uiteraard is er voor de lokale lasten ook aandacht van buiten de gemeente. Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden van de Rijksuniversiteit Groningen (COELO), de Vereniging Eigen huis, de Kamer van Koophandel en de regionale pers besteden hier geregeld aandacht aan. 1.2 Doelstelling Doel van de Nota Lokale Heffingen is conform artikel 18 van de Financiële verordening, naast het verstrekken van een overzicht en stand van zaken van het totaal aan gemeentelijke heffingen, het formaliseren van de gemeentelijke beleidslijn. Het vormt de basis voor de gemeentelijke belastingheffing voor de komende periode. Deze Nota behandelt in ieder geval: a. de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen; b. de kostendekkendheid van de heffingen; c. de druk van de lokale belastingen en heffingen; d. het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid; e.

de Nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met de bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen zijn vastgelegd. Waar in deze nota wordt gesproken over ‘belastingen’ worden bedoeld de gemeentelijke belastingen inclusief heffingen en rechten.

2. Wet- en regelgeving lokale belastingen 2.1 Introductie Het Europees Handvest voor de lokale autonomie geeft decentrale overheden expliciet de mogelijkheid om eigen inkomsten te genereren. Het gemeentelijke belastinggebied is wel begrensd. In de Grondwet is opgenomen dat ‘de wet’ bepaalt welke belastingen door een gemeente kunnen worden geheven. Met ‘de wet’ wordt met name bedoeld de Gemeentewet. Hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat over de gemeentelijke belastingen. In hoofdstuk XV zijn opgenomen:  algemene en bijzondere bepalingen omtrent de onroerende-zaakbelastingen,  bijzondere bepalingen omtrent andere belastingen dan de onroerende-zaakbelastingen en  bepalingen omtrent de heffing en invordering. Er zijn drie belangrijke voorwaarden verbonden aan het heffen van belastingen door gemeenten:  gemeenten heffen alleen belastingen die in de Gemeentewet of in andere wetten specifiek zijn benoemd;  gemeentelijke belastingen mogen niet naar winst, vermogen of inkomen worden geheven;  voorafgaand aan het heffen van de belasting, dient een verordening vastgesteld te worden. Gemeenten zijn vrij belastingen wel of niet te heffen. Zo heffen niet alle gemeenten een

Pagina 3 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

hondenbelasting, toeristenbelasting of forensenbelasting. Alleen de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en rioolheffing worden door vrijwel iedere gemeente geheven. Naast wet- en regelgeving zijn ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van belang bij de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen. 2.2 Wettelijke basis lokale belastingen Op grond van de Gemeentewet kan een gemeente de volgende belastingen en rechten heffen:  onroerende-zaakbelastingen (artikel 220);  belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (artikel 221);  baatbelasting (artikel 222);  forensenbelasting (artikel 223);  toeristenbelasting (artikel 224);  parkeerbelasting (artikel 225);  hondenbelasting (artikel 226);  reclamebelasting (artikel 227);  precariobelasting (artikel 228);  rioolheffing(artikel 228a);  reinigingsrechten, brandweerrechten, marktgelden, lijkbezorgingsrechten, rioolaansluitrecht en leges. Daarnaast kan een gemeente op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer een afvalstoffenheffing heffen, ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan het ophalen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen. Verder kan een gemeente op grond van de Wet op de bedrijveninvesteringszones (BIZ) een BIZ-bijdrage heffen.

Dit is een heffing in een afgebakend gebied, waarbinnen ondernemers gezamenlijk investeren in een aantrekkelijkere en veiligere bedrijfsomgeving. De gemeente int de BIZ-heffing en keert deze in de vorm van een subsidie uit aan de stichting of vereniging die de activiteiten namens de ondernemers uitvoert. De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) is nauw verbonden met de heffing van diverse gemeentelijke belastingen. Het college van burgemeester en wethouders is op grond van artikel 1, tweede lid, belast met de uitvoering van deze wet. De werkzaamheden worden verricht binnen het Team Belastingen en WOZ. Jaarlijks vindt op grond van de Wet WOZ de waardering plaats van alle binnen de gemeente gelegen onroerende zaken. 2.3 Bevoegdheden en uitvoering

Gemeenteraad

Op grond van artikel 216 van de Gemeentewet is de gemeenteraad bevoegd om besluiten te nemen tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. In de verordeningen worden tenminste, conform artikel 217 Gemeentewet, het belastbare feit, de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, de heffingsmaatstaf, het tarief en het tijdstip van ingang van de heffing geregeld.

Pagina 4 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

De verordeningen worden in de gemeente Noordwijk jaarlijks voor het begin van het nieuwe belastingjaar geactualiseerd en door de raad vastgesteld. De gemeenteraad vervult dus een cruciale rol bij de omvang en inrichting van het belastinggebied in de gemeente. Belastingheffing is één van de pijlers van onze democratische rechtsstaat, want:  een gemeentelijk belastinggebied biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om de verdeling tussen inkomsten en uitgaven af te stemmen op plaatselijke voorkeuren;  een eigen belastinggebied geeft de gemeenteraad de mogelijkheid verantwoording af te leggen over financiële keuzes en een financiële buffer op te bouwen;  daarnaast zal de verplichting om financieel bij te dragen aan de activiteiten van de gemeente de betrokkenheid van burgers bij die gemeente vergroten.

Pagina 5 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

Uitvoering heffing en invordering

De Gemeentewet schrijft voor dat voor de heffing, respectievelijk invordering, ambtenaren worden aangewezen, die bevoegd en verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de betreffende werkzaamheden. Het college neemt besluiten waarin de heffingsambtenaar en de invorderingsambtenaar worden aangewezen als bedoeld in respectievelijk artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet en artikel 231, tweede lid, onderdeel c van de Gemeentewet. De attributie naar de heffings- en invorderingsambtenaar brengt met zich mee dat bij de belastingheffing slechts beperkte 'speelruimte' is voor persoonlijke invloed. Sterk 'politiek gekleurde' besluitvorming bij de uitvoering is niet wenselijk binnen de kaders van wet en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Niet wat het college in het individuele geval zou willen, maar een goede wetstoepassing moet aan de besluitvorming ten grondslag liggen.

3. Benchmark

Het Rijk heeft met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken dat er vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Met deze benchmark worden de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing vergeleken. In de benchmark wordt een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie gegeven, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Middels deze (grafische) vergelijking worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijker gemaakt. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie de tariefswijzigingen per gemeente en het cumulatieve bedrag van de drie heffingen per gemeente. De invoering van een benchmark past goed binnen de autonome beleidsbevoegdheid van gemeenten ten aanzien van de lokale heffingen. De benchmark bevordert ook het lokale debat over de ontwikkeling van de autonome keuzes over de heffingen. Op lokaal niveau vraagt dit van gemeenten nog beter uitvoering te geven aan de al bestaande verplichting om een deugdelijke onderbouwing te geven van de lastenontwikkelingen in de gemeentelijke begroting. Het COELO stelt de benchmark samen en neemt deze op in de Atlas van de lokale heffingen.

Pagina 6 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

4. Gemeentelijke belastingen in Noordwijk

In dit hoofdstuk zijn de belastingen vermeld die in de gemeente Noordwijk worden geheven. Er wordt nader ingegaan op de belastingplicht en, indien van toepassing, op het beleid rondom de tariefstelling en de kostendekkendheid. 4.1 Onroerende-zaakbelastingen (OZB)

Wettelijke basis

Op grond van artikel 220 van de Gemeentewet worden er OZB geheven. De OZB bestaan uit een eigenarenbelasting voor alle onroerende zaken en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De OZB zijn belastingen waar geen tegenprestatie tegenover staat van de gemeente. De opbrengst komt ten goede aan de algemene middelen.

Belastingplichtigen

De OZB zijn tijdstipbelastingen. Dit betekent dat degene die op 1 januari van het kalenderjaar eigenaar en/of gebruiker is van een onroerende zaak, belastingplichtig is. Wijzigingen in de loop van een belastingjaar hebben geen invloed op hoogte van de heffing.

Vrijstellingen

Er geldt een aantal wettelijke vrijstellingen, zoals voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, kerken, natuurterreinen gebieden en openbare land- en waterwegen. Daarnaast kent de verordening OZB van Noordwijk nog een aantal facultatieve vrijstellingen, zoals voor onroerende zaken die gebruikt worden voor de publieke dienst van de gemeente (met uitzondering van onderwijs), straatmeubilair, plantsoenen en parken.

Tariefstelling

De tariefstelling is afhankelijk van de hoogte van de totale WOZ-waarde en de geraamde opbrengst OZB. De WOZ-waarden van de onroerende zaken worden jaarlijks opnieuw bepaald. De geraamde opbrengst van de OZB wordt jaarlijks bij het vaststellen van de begroting bepaald. In het collegeprogramma 2019-2022 is opgenomen dat de OZB met niet meer dan het inflatiepercentage stijgt. De geraamde opbrengst wordt berekend door de indexatie van de opbrengst van vorig jaar, plus de meeropbrengst die gegenereerd wordt door de uitbreiding van het aantal woningen en niet-woningen (bedrijfspanden, bouwgrond), de zogenaamde areaaluitbreiding. Op het moment dat belangrijke gegevens bekend zijn, zoals:  de te realiseren opbrengst;  de totale WOZ-waarde van de woningen;  de totale WOZ-waarde van de niet-woningen;  de waarde van de vrijstellingen;  en de leegstand van de niet-woningen; kunnen de tarieven worden berekend. Bij de tariefberekening wordt ook rekening gehouden met een percentage voor het toekennen van bezwaren (verlaging WOZwaarde) en de verwachte proceskosten als gevolg van door No Cure No Pay bureaus ingediende bezwaar- en beroepschriften.

Pagina 7 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

De tarieven bestaan uit een bepaald percentage van de WOZ-waarde. Het percentage verschilt tussen woningen en niet-woningen en binnen de categorie nietwoningen tussen eigenaar en gebruiker. De tarieven worden uiteindelijk vastgelegd in de verordening OZB die jaarlijks door de raad wordt vastgesteld.

Samenhang met Algemene Uitkering

Voor alle waarden waarover de gemeente volgens de Gemeentewet OZB kan heffen wordt een korting toegepast op de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds. Deze korting heet de ‘belastingcapaciteit’. 4.2 Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (RZB)

Wettelijke basis

RZB worden geheven op grond van artikel 221 van de Gemeentewet. Het is rechtvaardig om, net als onroerende zaken, ook roerende zaken te betrekken in een algemene belasting. De eigenaren en gebruikers van die roerende zaken profiteren immers ook van voorzieningen die door de gemeente worden gefinancierd.

Belastingplichtigen

Belastingplichtig zijn de eigenaren van roerende zaken en de gebruikers voor zover die roerende zaken niet-woningen zijn. Voor de RZB gelden dezelfde tarieven als voor de OZB en de grondslag is de waarde in het economisch verkeer van de roerende zaak. Ook de RZB bestaan uit een eigenarenbelasting voor alle roerende zaken en een gebruikersbelasting voor niet-woningen.

Vrijstellingen

Voor de RZB gelden dezelfde vrijstellingen als voor de OZB (voor zover die geen betrekking hebben op grond).

Tariefstelling.

Wettelijk is bepaald dat de tarieven gelijk zijn aan die van de OZB. De tarieven worden vastgelegd in de verordening RZB die jaarlijks door de raad wordt vastgesteld. 4.3 Afvalstoffenheffing

Wettelijke basis

De afvalstoffenheffing is een bestemmingsbelasting. Elke gemeente is verplicht huishoudelijk afval in te zamelen. Op grond van artikel 15:33 van de Wet Milieubeheer wordt er een afvalstoffenheffing geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval.

Belastingplichten

Afvalstoffenheffing wordt geheven van de gebruikers van woningen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan en waar de gemeente een inzamelverplichting heeft en die ook nakomt. Of de gebruiker van de woning het huishoudelijk afval daadwerkelijk aanbiedt aan de inzameldienst, is niet van belang.

Tariefstelling

In de Wet milieubeheer is geen voorschrift opgenomen met betrekking tot het vaststellen van de tarieven voor de afvalstoffenheffing. De heffing is ter bestrijding van de kosten van het inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval. Niet meer dan 100% van die kosten mag via de afvalstoffenheffing worden verhaald.

Pagina 8 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

Mede op basis van jurisprudentie kunnen gemeenten een keuze maken qua tariefsoort. In de gemeente Noordwijk is gekozen voor een vast bedrag per perceel waarbij er een tariefdifferentiatie van toepassing is tussen een éénpersoonshuishouden en een meerpersoonshuishouden. De tarieven worden vastgelegd in de bij de verordening afvalstoffenheffing behorende tarieventabel die jaarlijks door de raad wordt vastgesteld.

Kostendekkendheid

Uitgangspunt voor het product afvalinzameling is 100% kostendekkendheid. Dat houdt in dat de begrote opbrengst van de afvalstoffenheffing niet hoger mag zijn dan de begrote kosten. De gemeente Noordwijk streeft naar kostendekkende tarieven. In de paragraaf lokale heffingen van de begroting is de kostentoerekening met het geraamde percentage kostendekkendheid opgenomen. Om het verschil tussen het begrote en werkelijke resultaat op het product afvalstoffenheffing op te vangen bestaat er een voorziening afvalstoffenheffing. 4.4 Rioolheffing

Wettelijke basis

Het heffen van rioolheffing vindt plaats op basis van artikel 228a van de Gemeentewet. De heffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing waarmee kosten kunnen worden verhaald om collectieve maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen met betrekking tot hemelwater en grondwater.

Belastingplichtigen

De gemeente kan de rioolheffing heffen van de eigenaar en/of de gebruiker van een perceel dat direct of indirect op de gemeentelijke riolering is aangesloten voor de afvoer van water. In de gemeente Noordwijk wordt de belasting geheven van de eigenaar van elk perceel, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering voor de afvoer van water. De belasting wordt alleen geheven van de gebruiker van een perceel, voor zover die gebruiker meer dan 300 m³ afvalwater op de gemeentelijke riolering afvoert.

Tariefstelling

Van de eigenaar wordt een vast tarief per perceel geheven. Als het perceel op de gemeentelijke riolering is aangesloten voor de afvoer van huishoudelijk of bedrijfsafvalwater, wordt er een hoger tarief geheven dan voor een perceel dat alleen is aangesloten voor de afvoer van hemel- of grondwater. Van de gebruiker wordt een bedrag per m³ afgevoerd huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater geheven, voor zover dit meer is dan 300 m³. Aan het bedrag is een maximum verbonden. Uitgangspunt is dat wie meer dan bovenmatig gebruik maakt van de riolering, ook meer betaalt. De tarieven worden vastgelegd in de verordening rioolheffing die jaarlijks door de raad wordt vastgesteld.

Pagina 9 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

Kostendekkendheid

Met verschillende gemeenten heeft de gemeente Noordwijk een Integraal AfvalwaterKetenplan (iAWKp) vastgesteld. De looptijd van dit plan is 5 jaar (20172021), waarna nieuwe vaststelling plaats dient te vinden. In het iAWKp is vastgelegd welke kostencomponenten worden meegenomen bij de bepaling van het tarief rioolheffing. Voor het product riolering worden alle kosten doorberekend in de heffing. Wettelijk gezien mogen de baten de kosten niet overstijgen, dus is 100% kostendekkendheid het wettelijk maximum. De gemeente Noordwijk streeft naar kostendekkende tarieven. In de paragraaf lokale heffingen van de begroting is de kostentoerekening met het geraamde percentage kostendekkendheid opgenomen. Om het verschil tussen het begrote en werkelijke resultaat op het product van de rioolheffing op te vangen, bestaat er een voorziening riolering.

4.5 Hondenbelasting

Wettelijke basis

Het heffen van hondenbelasting vindt plaats op basis van artikel 226 van de Gemeentewet. De hondenbelasting is een directe belasting waarvan de opbrengst ten goede komt aan de algemene middelen.

Belastingplichtigen

De belastingplichtige is de houder van één of meer honden binnen de gemeente. Aan- en afmelding van een hond gebeurt door middel van een aangifteformulier, waarbij bewijsstukken moeten worden meegestuurd bij afmelding van een hond. In de Gemeentewet zijn geen vrijstellingsbepalingen opgenomen. In de verordening hondenbelasting is een aantal vrijstellingen opgenomen. De belangrijkste zijn:  Blindengeleidehonden  Assistentiehonden die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en als zodanig door (gehandicapt) persoon worden gehouden  Honden die verblijven in een hondenasiel  Politiehonden  Honden jonger dan drie maanden

Tariefstelling

Het aantal honden is bepalend voor de hoogte van de belasting. De gemeente Noordwijk kent een progressieve tariefstelling. Voor de eerste hond geldt een tarief. Voor de tweede hond een hoger tarief en voor elke volgende hond een nog hoger tarief. Daarnaast bestaat er een afzonderlijk tarief voor kennels, het zogenaamde kenneltarief.

Pagina 10 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

De tarieven worden vastgelegd in de verordening hondenbelasting die jaarlijks door de raad wordt vastgesteld.

Beleid

De hondenbelasting is een algemene belasting waarvan de opbrengst ten goede komt aan de algemene middelen. Oorspronkelijk is de hondenbelasting ingevoerd om het aantal honden te beperken en verspreiding van ziekten tegen te gaan. Veel gemeenten kiezen voor afschaffing. Vooralsnog is er in de gemeente Noordwijk nog geen sprake van afschaffing. De gemeente Noordwijk maakt kosten voor bijvoorbeeld hondenpoepbakken en –zakjes, en handhaving. 4.6 Toeristenbelasting

Wettelijke basis

Het heffen van toeristenbelasting vindt plaats op basis van artikel 224 van de Gemeentewet. De toeristenbelasting is een directe belasting, die wordt geheven voor het houden van verblijf binnen de gemeente door personen, die niet als ingezetene in de Basisregistratie personen van de gemeente zijn ingeschreven. De opbrengst van de toeristenbelasting komt ten goede aan de algemene middelen. De gemeente Noordwijk heeft ervoor gekozen de kring van belastingplichtigen te beperken door alleen toeristenbelasting te heffen bij verblijf met overnachting.

Belastingplichtigen

Degene die gelegenheid biedt tot verblijf met overnachting (dit is veelal de exploitant van de voorziening) is belastingplichtig en is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt. Als er geen verblijfbieder is aan te wijzen, is degene die verblijf houdt belastingplichtig. Personen die in een zorginstelling verblijven en asielzoekers betalen niet. Als men forensenbelasting verschuldigd is, wordt er over diezelfde periode geen toeristenbelasting in rekening gebracht.

Tariefstelling

Het tarief van de toeristenbelasting is een bedrag per persoon per overnachting. Voor overnachting op een toeristische plaats geldt een laag tarief. Toeristische plaatsen zijn plaatsen die beschikbaar worden gesteld voor het plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens. Voor een lager tarief is gekozen omdat de verblijfhouder in dit geval zijn eigen kampeermiddel meeneemt en het een eenvoudige verblijfvorm betreft. Voor alle andere vormen van verblijf geldt een hoger tarief. Het uitgangspunt bij de toeristenbelasting is een bedrag per persoon per overnachting. Bij vaste jaarplaatsen, seizoenplaatsen en arrangementen op toeristische plaatsen heeft de verblijfbieder echter geen zicht op het aantal overnachtingen en overnachtende personen. In die gevallen kan de verblijfbieder kiezen voor een heffing op basis van een forfaitaire heffingsgrondslag. Dit is een heffingsgrondslag waarbij op basis van onderzoek en ervaringscijfers per soort plaats wordt uitgegaan van een gemiddelde bezetting (aantal overnachtingen en aantal overnachtende personen). De tarieven worden vastgelegd in de verordening toeristenbelasting die jaarlijks door de raad wordt vastgesteld.

Beleid en toekomst

Pagina 11 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

Verblijfbieders zijn verplicht het aantal overnachtingen en overnachtende personen te registreren. Bij verhuur via bijvoorbeeld AirBnB zijn de verblijfbieder en het adres waar de overnachtingen plaatsvinden vaak niet bekend. Aan de VNG is gevraagd om namens de gemeenten met de directie van AirBnB in overleg te gaan over gegevenslevering van AirBnB aan de gemeenten. De VNG heeft inmiddels contact met de directie van AirBnB en hoopt met een oplossing te komen via het verhalen van toeristenbelasting aan de hand van een opgave die verstrekt wordt door AirBnB. 4.7 Forensenbelasting

Wettelijke basis

Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet wordt er forensenbelasting geheven. Forensenbelasting wordt geheven van personen die niet in de gemeente Noordwijk woonachtig zijn, maar wel in de gemeente Noordwijk een woning voor meer dan 90 dagen in het belastingjaar ter beschikking hebben. De forensenbelasting wordt geheven om deze mensen mee te laten betalen aan het voorzieningenniveau. De opbrengst van de forensenbelasting komt ten goede aan de algemene middelen.

Belastingplichtigen

De forensenbelasting wordt geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Voor de periode waarvoor men forensenbelasting betaalt, is er geen toeristenbelasting verschuldigd. Als men naast de meer dan 90 dagen zelfgebruik ook verhuurt aan toeristen, is men voor de verhuurperiode wel toeristenbelasting verschuldigd.

Tariefstelling

De tarieven zijn bedragen per gestaffelde waarde (tariefklassen) die voor de belastingobjecten zijn vastgesteld voor de OZB of de RZB. De tarieven worden vastgelegd in de verordening forensenbelasting die jaarlijks door de raad wordt vastgesteld.

Beleid en toekomst

In de programmabegroting 2021-2024 is voor 2021 uitgegaan van een tariefstijging van 5%, voor 2022 van een tariefstijging van 3% en voor de daaropvolgende jaren van een inflatievolgende stijging. 4.8 Parkeerbelasting

Wettelijke basis

Op grond van artikel 225 Gemeentewet wordt er in de kernen Noordwijk Binnen en Noordwijk aan Zee parkeerbelasting geheven voor: a. het parkeren op daarvoor aangewezen plaatsen (straat parkeren); b. een vergunning om te parkeren op daarvoor aangewezen plaatsen (vergunningparkeren). In de kernen Noordwijkerhout en De Zilk wordt op dit moment geen parkeerbelasting geheven. Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk heeft de

Pagina 12 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

plaatsen en tijdstippen aangewezen waar betaald parkeren of parkeren met een vergunning geldt.

Belastingplichtigen

Voor de belasting onder a. is belastingplichtig degene die het voertuig heeft geparkeerd. Dat is degene die de belasting betaalt. Zolang de belasting niet is betaald, is de kentekenhouder van het voertuig belastingplichtig en bij een huurauto met een huurovereenkomst voor maximaal 3 maanden, de huurder van het voertuig. Voor de belasting onder b. is degene die de vergunning heeft aangevraagd belastingplichtig.

Tariefstelling en kostendekkendheid

De belasting onder a. betaalt men voor de tijd dat men parkeert. Over het algemeen geldt voor de eerste twee uur een laag tarief en vanaf het derde uur een hoger tarief per uur. Alleen in het bewonersgebied in Noordwijk aan Zee geldt het hoge tarief vanaf het moment van parkeren. Dit om te bewerkstelligen dat mensen die een dagje naar Noordwijk komen, zoveel mogelijk buiten het bewonersgebied parkeren. Voor het parkeren op bepaalde terreinen/weggedeelten kan men een dagkaart kopen. Wanneer men parkeert zonder parkeerbelasting te betalen, wordt er een naheffingsaanslag opgelegd. Het bedrag hiervan is maximaal kostendekkend en is in elk geval niet hoger dan het maximumbedrag zoals vastgelegd in het Besluit gemeentelijke parkeerbelasting. De gemeente maakt geen gebruik van wielklemmen tot zekerheid van betaling van de parkeerbelasting en de kosten. Dit omdat er voldoende andere mogelijkheden zijn om deze bedragen te innen. De gemeente Noordwijk kent diverse parkeervergunningen waarvoor de belasting onder b. wordt geheven. Een voorbeeld hiervan is de bewonersvergunning. Voor een tweede en een derde bewonersvergunning betaalt men meer dan voor de eerste bewonersvergunning. De tarieven worden vastgelegd in de verordening parkeerbelasting die jaarlijks door de raad wordt vastgesteld. 4.9 Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Wettelijke basis

Op basis van de Wet op de Bedrijven Investeringszones heft de gemeente Noordwijk BIZ-bijdragen. De BIZ-bijdrage is een belasting die strekt ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BI-zone. Een BIZ wordt ingevoerd op initiatief van een aantal ondernemers en na een draagvlakmeting onder alle ondernemers binnen de beoogde BI-zone. De gemeente int de BIZ-bijdragen en de opbrengst wordt in de vorm van een subsidie uitgekeerd aan de stichting of vereniging die door de ondernemers is opgericht. De gemeente Noordwijk kent 3 BI-zones, te weten Gravendam Noordwijkerhout (per 2017), Winkelgebied Noordwijk aan Zee (per 2020) en Winkelgebied Noordwijk

Pagina 13 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

Binnen (per 2020). Hiertoe zijn verordeningen vastgesteld die elk voor maximaal vijf jaar gelden. De BIZ kan telkens met vijf jaar worden verlengd, maar hiertoe dient steeds opnieuw een draagvlakmeting plaats te vinden. In de Wet BIZ zijn veel bepalingen van de WOZ en de OZB van overeenkomstige toepassing verklaard. Dit gaat onder andere om de heffingsgrondslag, het belastingobject en de vrijstellingen.

Belastingplichtigen

Belastingplichtig kunnen zijn de eigenaar of de gebruiker van de niet-woning of beide. De BIZ-bijdrage Gravendam wordt alleen geheven van de gebruikers. Bij leegstand wordt er geen BIZ-bijdrage geheven. In de BI-zones Winkelgebied Noordwijk aan Zee en Winkelgebied Noordwijk Binnen wordt de BIZ-bijdrage geheven van zowel de eigenaar als de gebruiker van de niet-woning. Bij leegstand van een niet-woning wordt de BIZ-bijdrage gebruikersdeel van de eigenaar geheven.

Tariefstelling

De WOZ-waarde vormt de heffingsgrondslag voor de BIZ-bijdrage. De BIZ-bijdrage is een bedrag per WOZ-waardeklasse. In de BIZ-verordeningen Winkelgebied Noordwijk aan Zee en Winkelgebied Noordwijk Binnen zijn de bijdragen die van de gebruiker worden geheven hoger dan die van de eigenaren worden geheven, omdat het belang van de gebruiker bij het hebben van een BIZ groter wordt geacht. De tarieven zijn vastgelegd in verschillende verordeningen per BI-zone die door de raad zijn vastgesteld. 4.10 Leges

Wettelijke basis

Op grond van artikel 229 Gemeentewet kan de gemeente in de vorm van rechten leges heffen voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Voorbeelden hiervan zijn het afgeven van paspoorten en rijbewijzen en het verlenen van vergunningen.

Belastingplichtigen

De leges worden geheven van de aanvrager van de dienst.

Tariefstelling en kostendekkendheid

Voor de leges geldt een opbrengstnorm van maximaal 100%. Dat houdt in dat de opbrengsten van de leges de kosten niet mogen overstijgen. De toets vindt plaats op de totale legesverordening. De tarieventabel van legesverordening bestaat uit drie Titels:  Titel 1: Algemene dienstverlening;  Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning;  Titel 3: Diensten vallend onder Europese Dienstenrichtlijn. In verband met de fusie tussen Noordwijk en Noordwijkerhout en de daarbij behorende harmonisatie is voor de Legesverordening Noordwijk 2021 gebruik gemaakt van een extern bedrijf die alle kosten inzichtelijk heeft gemaakt en heeft toegerekend aan de diverse producten en diensten. In de paragraaf Lokale

Pagina 14 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

Heffingen van de begroting is een overzicht van de kostendekkendheid van de leges opgenomen.. De invoering van de Omgevingswet heeft grote gevolgen voor de leges en de toerekening van de kostendekkendheid. Om deze reden zal het externe bedrijf dat voor 2021 het onderzoek heeft gedaan naar de kostendekkendheid de gemeente op dit onderdeel ook voor 2022 begeleiden. De tarieven worden vastgelegd in de verordening leges die jaarlijks door de raad wordt vastgesteld. 4.11 Precariobelasting

Wettelijke basis

Op grond van artikel 228 van de Gemeentewet kan er een precariobelasting worden geheven. Dit is een belasting voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond (hierna gemeentegrond).

Belastingplichtigen

Belastingplichtig is degene die de voorwerpen op, onder of boven de gemeentegrond heeft (meestal is dat ook degene die de vergunning voor de voorwerpen heeft aangevraagd), dan wel van degene ten behoeve van wie de voorwerpen aanwezig zijn.

Tariefstelling

De gemeente Noordwijk heft alleen precariobelasting met betrekking tot bepaalde voorwerpen die zich op of onder de gemeentegrond bevinden. In verband met de gevolgen van door de overheid getroffen maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, heeft de gemeenteraad besloten voor 2021 geen precariobelasting te heffing voor terrassen, uitstallingen en standplaatsen. Deze voorwerpen zijn daarom niet opgenomen in de tarieventabel bij de Verordening precariobelasting Noordwijk 2021. De tarieven worden vastgelegd in de verordening precariobelasting die jaarlijks door de raad wordt vastgesteld.

Beleid en toekomst

Per 1 juli 2017 is bij wet de precariobelasting over netwerken van nutsbedrijven afgeschaft. Op basis van een overgangsregeling kunnen gemeenten nog tot uiterlijk 1 januari 2022 precariobelasting op de netwerken heffen tegen het tarief dat op 10 februari 2016 gold. In Noordwijk is dat tarief € 4,56 per strekkende meter. 2021 is dus het laatste jaar dat de precariobelasting geheven kan worden. Door bovengenoemde maatregel treedt vanaf 2022 een verschuiving op van de lasten die inwoners betalen aan de nutsbedrijven naar die van de gemeentelijke woonlasten. Voor de gemeente betekent dit dat de daling van de opbrengsten uit de precariobelasting van circa € 4,5 miljoen voor een bedrag van circa € 2,3 miljoen gecompenseerd wordt door hogere OZB-opbrengsten in 2022. De overige € 2,2 miljoen is in het verleden gecompenseerd door een hogere algemene uitkering en deze is meegenomen in de meerjarenbegroting 2021-2024.

Pagina 15 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

4.12 Marktgelden

Wettelijke basis

Op grond van artikel 229 kunnen in de vorm van rechten marktgelden worden geheven voor het innemen, dan wel het toegewezen hebben gekregen, van een standplaats tijdens de markt op het marktterrein.

Belastingplicht

Belastingplichtig is degene die een standplaats heeft ingenomen, dan wel degene aan wie een standplaats is toegewezen.

Tariefstelling en kostendekkendheid

Via de marktgelden mag 100% van de kosten die met de markt samenhangen worden verhaald. Als gevolg van de fusie tussen Noordwijk en Noordwijkerhout, zijn de verordeningen marktgelden geharmoniseerd en geldt er per 1 januari 2021 één verordening voor de gemeente Noordwijk. Voor vaste standplaatsen wordt er een tarief per m² per kwartaal geheven en voor dagplaatsen en standwerkersplaatsen een tarief per m² per dag. De tarieven worden vastgelegd in de verordening marktgelden die jaarlijks door de raad wordt vastgesteld. 4.13 Lijkbezorgingsrechten

Wettelijke basis

Op grond van artikel 229 heft de gemeente Noordwijk lijkbezorgingsrechten voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met die begraafplaats.

Belastingplichtigen

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag of ten behoeve van wie een dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Tariefstelling en kostendekkendheid

Er geldt een opbrengstnorm van maximaal 100%. Dat houdt in dat de begrote opbrengst van de lijkbezorgingsrechten niet hoger mag zijn dan de begrote kosten. In de paragraaf lokale heffingen van de begroting is de kostentoerekening met het geraamde percentage kostendekkendheid opgenomen. Voor de diverse diensten worden verschillende tarieven geheven die zijn opgenomen in de bij de verordening lijkbezorgingsrechten vastgestelde tarieventabel die jaarlijks door de raad wordt vastgesteld. 4.14 Rioolaansluitrecht

Wettelijke basis

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet heft de gemeente Noordwijk een rioolaansluitrecht. Dit is een eenmalig recht dat wordt geheven voor het door of in opdracht van de gemeente aansluiten van een eigendom op de gemeentelijke riolering.

Pagina 16 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

Belastingplichtigen

Het recht wordt geheven van de aanvrager van de rioolaansluiting dan wel van degene voor wie de aansluiting op de riolering wordt gemaakt.

Tariefstelling en kostendekkendheid

Er geldt een opbrengstnorm van maximaal 100%. Dat houdt in dat de begrote opbrengst van het rioolaansluitrecht niet hoger mag zijn dan de begrote kosten. Er geldt een vast tarief per aansluiting verhoogd met een tarief per strekkende meter lengte van de aansluiting (buis). Bij een lengte van meer dan 25 strekkende meter is het recht gelijk aan de begrote kosten die, voordat de aanvraag in behandeling wordt genomen, aan de aanvrager worden meegedeeld. De aanvrager kan er dan alsnog voor kiezen zijn aanvraag binnen vijf werkdagen in te trekken.

5. Invorderingsbeleid 5.1 Wettelijke basis Op de invordering van gemeentelijke belastingen zijn de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 van toepassing. 5.2 Aanslagbiljet betalen De termijnen van betaling van een belasting zijn vastgelegd in de diverse verordeningen. Voor de belastingen die worden geheven door middel van het verzamelbiljet (OZB, RZB, afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting) zijn de betaaltermijnen in de verordeningen gelijk. Er zijn twee mogelijkheden om het belastingbedrag te betalen:  binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet;  via een machtiging voor automatische incasso in 7 maandelijkse termijnen. 5.3 Reglement automatische incasso In het reglement automatische incasso zijn de regels opgenomen om voor betaling via automatische incasso in aanmerking te komen. Een belangrijke regel die in dit reglement is opgenomen is dat de automatische incasso wordt beëindigd als de incasso gedurende twee opeenvolgende maanden niet is geslaagd. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente moet wachten tot de 7 termijnen voor de automatische incasso zijn verstreken alvorens actie te kunnen ondernemen als de termijnen niet worden voldaan. 5.4 Niet betalen Als een aanslagbedrag niet of niet volledig wordt voldaan, kan met behulp van de Invorderingswet 1990 betaling worden afgedwongen.

De gemeente Noordwijk hanteert daarvoor het volgende beleid:  De belastingschuldige krijgt eerst een herinnering zonder kosten.  Als er na deze herinnering niet wordt betaald, wordt er een aanmaning verzonden en worden er wettelijke kosten in rekening gebracht.  Als ook na de aanmaning geen betaling plaatsvindt, wordt de invordering overgedragen aan de deurwaarder.

Pagina 17 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

Belastingen vallen onder het recht van parate executie. Dit houdt in dat er geen tussenkomst van de rechter nodig is om de hoogte van de vordering vast te stellen. De deurwaarder kan direct invorderingsmaatregelen treffen zoals beslag, loonvordering en dergelijke om de vordering betaald te krijgen. De gemeente Noordwijk maakt voor het betekenen van de dwangbevelen en de dwanginvordering gebruikt van een extern bedrijf. 5.5 Uitstel van betaling Het komt voor dat iemand zijn belastingaanslag niet binnen de termijnen kan voldoen. Er wordt altijd eerst op de mogelijkheid van automatische incasso gewezen, zodat er gespreid betaald kan worden. In specifieke gevallen is het mogelijk om uitstel van betaling te verlenen en een betalingsregeling te treffen.

6. Kwijtscheldingsbeleid 6.1 Wettelijke basis Op grond van artikel 26 van de Invorderingswet 1990 is het mogelijk om gehele of gedeeltelijke kwijtschelding te verlenen aan de belastingschuldige die niet in staat is, anders dan met buitengewoonbezwaar, een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen. 6.2 Geen, beperkte en volledige kwijtschelding Niet voor alle heffingen is kwijtschelding mogelijk en voor sommige heffingen is beperkt kwijtschelding mogelijk. Voor de leges, marktgelden, forensenbelasting, toeristenbelasting, lijkbezorgingsrechten, BIZ-bijdrage, precariobelasting en het rioolaansluitrecht is geen kwijtschelding mogelijk. Beperkte kwijtschelding geldt voor de afvalstoffenheffing (niet voor de heffing voor inzameling grof huisvuil), rioolheffing (niet voor het meerverbruik) en de hondenbelasting (niet voor de belasting voor meer dan één hond). Voor de andere heffingen is volledige kwijtschelding mogelijk. Kwijtschelding dient volgens de wet te worden verleend op verzoek. 6.3 Stichting inlichtingenbureau Om de administratieve lastendruk te verlagen is er een contract afgesloten bij de Stichting Inlichtingenbureau. Dit is een centraal punt, ingesteld door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voor gemeenten.

Aan dit bureau worden de gegevens aangeleverd van belastingschuldigen die het voorgaande jaar kwijtschelding hebben gekregen en toestemming hebben gegeven hun gegevens aan het bureau te verstrekken. Het inlichtingenbureau voert op basis van de wettelijke normen een controle uit op de inkomsten. Vervolgens wordt het bestand terug geleverd. Na het controleren van de gegevens zijn de belastingschuldigen in beeld die voor automatische kwijtschelding in aanmerking komen. 6.4 Betalingscapaciteit Voor kwijtschelding is van belang wat de betalingscapaciteit van de belastingschuldige is op het moment van het indienen van het verzoek. Voor het

Pagina 18 van 19

Nota Lokale Heffingen Noordwijk 2021

bepalen van de betalingscapaciteit worden de regels gevolgd, zoals die zijn vastgelegd in de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen Bollenstreek. In de gemeente Noordwijk worden de kosten van bestaan gesteld op 100% van de bijstandsnorm en bij AOW-gerechtigden op 100% van de toepasselijke AOWbedragen. Verder worden de kosten voor kinderopvang bij de berekening meegenomen als uitgaven en kunnen personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen voor kwijtschelding in aanmerking komen van de gemeentelijke belastingen die geen verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep.

Pagina 19 van 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=efc3bd69-2604-4c0d-b8bd-f18c7a60fbd6