Nota investerings- en afschrijvingsbeleid vragen en antwoorden D66
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen commissieleden nota investerings- en afschrijvingsbeleid 2025 - 2028 Vragen Fractie: D66 Blz. 1.9
2.10
3.10
4.11
5.12
Vraag We lazen laatst dat geplante bomen als investeringen worden beschouwd. Of dat nou heel zinvol is wagen we te betwijfelen. De uitgave is niet zodanig groot dat direct afschrijven een onneembare last oplevert, en je kunt je afvragen of we als gemeente op enigerlei manier moeten sparen voor vervanging. En tenslotte krimpen bomen niet, maar worden ze juist groot. (helaas vaak een beetje te snel, waardoor ze later alsnog moeten worden gekapt). Dus waarom is daarvoor dan gekozen? 'In sommige gevallen', kan dat niet wat specifieker? Al was het maar wat er boven staat: Voor gebouwen en voor riolering in beginsel altijd componentenbenadering, uitzonderingen toelichten.
De componentenbenadering heeft onder meer als voordelen dat de boekwaarde van activa beter aansluit bij de economische realiteit en dat er minder gewerkt hoeft te worden met inherent vaak lastig te doorgronden onderhoudsreserves of -voorzieningen. Dus waarom zouden we er überhaupt terughoudend mee zijn? De opmerking dat de lange termijn investeringsagenda nog in de verkennende fase is en later wordt uitgewerkt is in strijd met concrete aankondigingen daarover tijdens de begrotingsbehandeling. Wij gaan ervan uit dat we voor de zomer van 2025 een meerjarenplan hebben. Kosten van geldleningen activeren doen we alleen als er substantiële (bijvoorbeeld juridische) kosten zijn om iets op te tuigen, wat vervolgens gedurende langere tijd
Antwoord Het betreft hier een bedrag van circa € 200.000,- per jaar. Het gaat niet om de individuele boom, maar om de vervanging van de bomen in zijn geheel.
We hebben er "in sommige gevallen" geschreven om de optie te behouden om per specifiek geval een keuze te maken. Een voorbeeld van de componentenbenadering is de investering in de Schelft geweest, daarbij is gekozen om een investeringskrediet op te nemen voor het gebouw en een investeringskrediet op te nemen voor installaties. Dit sluit aan met wat de Commissie BBV adviseert, zoals we ook in de nota investerings- en afschrijvingsbeleid benoemd hebben: De commissie BBV doet overigens de aanbeveling om de componentenregeling alleen toe te passen voor investeringen met een economisch nut. We zitten in de verkennende fase en het wordt uitgewerkt. Dit zal plaats vinden voor de zomer van 2025 zoals aangekondigd tijdens de begrotingsbehandeling. In de BBV is aangegeven dat kosten die betrekking hebben op geldleningen afgeschreven worden voor de duur van de afgesloten lening. In de praktijk komt dit slechts in uitzonderlijke gevallen voor.
6.13
7.13
8.14
gebruikt wordt? Naar ons idee is zo n nota als deze er juist voor om voor dit soort gevallen - voor ze zich concreet voordoen - enige houvast te bieden over de toepassingsprincipes. Het aftrekken van bijdragen van derden heeft als nadeel dat de jaarlijkse afschrijvingen onrealistisch laag worden. Zodoende wordt tzt bij vervanging de sprong naar de nieuwe afschrijvingslasten nog groter. Hoe vangen we dat op?
Het zal velen - waaronder ons - niet duidelijk zijn waarom dit een specifiek nadeel is van de annuïtaire methode. Ook bij lineair afschrijven, zelfs als de componentenmethode wordt toegepast, kan er enige behoefte zijn om de verwachte onderhoudskosten (nodig om de gepleegde investeringen werkend te houden) over de loop der jaren te egaliseren. Zonder toepassing van de componentenmethode is dat nog meer het geval. Om eea in het grotere verband te zien, zou in deze nota ook een beschouwing over onderhoudsvoorzieningen of -reserves moeten worden ondergebracht. Wat betekent het vrijvallen praktisch gesproken? dat er een compleet nieuw investeringsvoorstel moet worden gedaan om de investering wer te doen herleven? Hoeveel investeringskredieten zijn er (waarde) waarbij de 2 jaarstermijn wordt overschreden?
Het uitgangspunt van de gemeente Noordwijk is dat deze kosten worden geactiveerd conform de BBV artikel 64 lid 4, ook genoemd in paragraaf 4.2. Als er al een bijdrage van derden plaatsvindt, dan is dit om specifiek iets “extra” toe te voegen aan de investering. Bij de vervanging moet dan bekeken worden of dit “extra” weer wordt toegevoegd. Indien de bijdrage van derden dan niet van toepassing is, dan zal het investeringsbedrag ook lager zijn. Daarnaast hanteren we voor investeringen waartegenover een kapitaallasten reserve staat een ingroeimodel, waarbij we dit jaarlijks ophogen tot het kapitaallasten niveau waarmee de vervangingsinvestering gedekt kan worden. Zodoende zorgen we ervoor dat ook deze investeringen vervangen kunnen worden. Bij de lineaire methode nemen de totale kapitaallasten over de looptijd af en dit geeft ruimte voor nieuwe investeringen. Bij de annuïtaire methode blijven de kapitaalasten over de gehele looptijd gelijk en nemen de afschrijvingslasten juist toe. Reservering van onderhoud is geen onderdeel van deze nota.
Het klopt dat bij het vrijvallen er opnieuw een investeringsvoorstel moeten worden gedaan. Zoals we ook al zeggen: Een krediet kan alleen langer open blijven indien de noodzaak daartoe voldoende en tijdig in een advies aan het college wordt aangetoond. Ten tijde van de jaarrekening 2024 zal het college weer meegenomen worden in de investeringen die langer dan twee jaar lopend zijn met daarop een analyse van de vakafdeling of deze wel of niet afgesloten moeten worden.
9.18 10. 19
11. 16
12. 16
Het lijkt logisch dat de raad daar ook een overzicht van krijgt. Tot dusverre hebben we dat bij ons weten nog niet gehad. Waarop is dat kapitaallastenniveau gebaseerd? Het is jaren al jaren hetzelfde, € 4,5 mln. En recent merkte het college nog op dat we dat niveau niet zouden halen, dat er minder nodig is. En dat vond de raad goed. Vanwege gebrek aan uitvoeringscapaciteit. Dus hoe zit het nu? Het kapitaallastenniveau moet kortom worden toegelicht. In deze (tweede) alinea van deze paragraaf wordt helemaal geen aandacht besteed aan het fenomeen kapitaallasten reserves. Ten onrechte. Dat vergt enige uitleg. In de basis dwingt de plicht tot jaarlijks afschrijven een gemeente tot het doen van besparingen om activa te zijnertijd stuk voor stuk te kunnen vervangen. Afschrijvingen tellen volledig mee als last in de begroting, en dus in het begrotingsresultaat (dat op lange termijn 0+ moet zijn). Maar ze leiden niet tot betalingen. Daardoor doen ze effectief het gemeentelijke banksaldo oplopen. (Effect van asten die geen uitgaven zijn.) Klinkt raar, maar is wel waar. Moet ook, want anders kunnen de te vervangen activa te zijnertijd niet worden gekocht. (Lenen behandelen we straks.) Maar afschrijvingen nemen dus wél een stuk ruimte op de begroting in. Je moet er dus, anders gezegd, een andere last voor laten, daar is geen ruimte voor. En dat is soms lastig.
Enter kapitaallastenreserves. Kapitaallastenreserves zijn bestemmingsreserves die ooit, zoals alle bestemmingsreserves, ontstaan zijn uit gemeentelijke financiële resultaten. Op een gegeven moment is besloten, door de raad, er (deels) kapitaallastenreserves van te maken. Ter bekostiging van afschrijvingen waarvoor anders elders in de begroting ruimte gevonden zou moeten worden (door lastenbesparingen). Met kapitaallastenreserves kun je
Indien de raad zo'n overzicht wenst, kan dit ook aan de raad verstrekt worden. Het kapitaallasten niveau is op basis van historische gegevens. In de afgelopen jaren is gebleken dat een lager kapitaallastenniveau meer aansluit bij de capaciteit van de organisatie. Bij de begroting 2025 is om die reden een verlaging van € 450.000,- (10% van het oorspronkelijke kapitaallastenniveau) opgenomen. De wijze van afschrijven staat los van de manier waarop deze last gedekt wordt. Voor beschrijving van kapitaallasten reserves, verwijzen we u door naar de komende nota reserves en voorzieningen 2025-2028 die in februari 2025 in de raad komt.
Hiervoor verwijzen we naar de nota reserves en voorzieningen 2025-2028 die gepland staat voor de raad in februari 2025.
13. 20
de afschrijvingslasten van de daaraanverbonden activa dus geheel of gedeeltelijk dekken, zonder navenante besparingen elders. De betrokken kapitaalastenreserve wordt gedebiteerd (neemt af) ter grootte van de jaarlijkse afschrijvingslast. Zoals gezegd, dit doe je als je een investering wilt doen, zoals een zwembad, waarvan de toekomstige structurele netto lasten zo hoog zijn dat je anders had moeten besparen op andere lasten. Alleen mogelijk bij voldoende eigen vemogen, en voldoende eigen financieringsmiddelen (liquide middelen) om de investering te betalen. Zijn die liquide middelen niet voldoende aanwezig, dan moet er voor de investering worden geleend, al dan niet deels. Dan kan het spel met de kapitaallastenreserves niet meer voluit worden gespeeld, want er moeten dan na de realisatie van de investering middelen worden gegenereerd om de lening terug te kunnen betalen. In de praktijk moet een gemeente die geleend geld inzet voor investeringen daarvoor dan dus elders op de begroting besparen. Noordwijk heeft dat tot dusverre al vele jaren kunnen vermijden. Enerzijds door (1) bijzondere geluksfactoren, zoals onze bovengemiddelde parkeerinkomsten, en onze overall relatief lage sociale lasten, anderzijds (2) - tot voor kort althans, zie Duineveld - door riante winsten uit het grondbedrijf. En sinds de fusie ook vanwege (3) jaarlijkse, niet-voorziene begrotingsresultaten.
Al die factoren stuwen ons eigen vermogen op, en daarmee onze capaciteit om investeringen al dan niet deels met kapitaallastenreserves te dekken. Dit is een belangrijk aspect van het Noordwijkse balansmanagement, dat raadsleden goed moeten snappen. Als er een grote investering wordt overwogen, moeten ze begrijpen in hoeverre die impact heeft op andere lasten. Er zijn ook gemeentes, vooral de grotere, die weinig eigen
Is een opmerking geen vraag
14. 16 15.
16. 17.
vermogen hebben en toch veel investeren. Die doen dat met veel meer geleend geld dan wij (althans tot voor kort) gewend zijn. Dat maakt hun solvabiliteit minder gunstig dan de onze, maar gezien de inherente stabiliteit van de gemeentelijke taken en bekostiging durven ze dat risico ook aan. Ze zoeken meer de grens op, en hanteren daarbij andere kompassen. Zolang ze maar in het gereel van het structurele begrotingsevenwicht blijven. Het moge duidelijk zijn dat wij graag zien dat deze materie in de nota een plaats krijgt Over de vraag wat de structurele investerings- en dus ook leencapaciteit is, heeft een medewerker van de VNG in het kader van een nog iets bredere vraag - wat zijn houdbare gemeentefinancien? - een interessant en provocerend boek geschreven, zie: https://vng.nl/sites/default/files/2021-11/2019-houdbaregemeentefinancien-het-bewaken-van-de-financieleconditie-in-nederland.pdf Zeer de moeite waard bij het nadenken over welke investeringen Noordwijk in de toekomst verantwoord wel en niet op zich kan nemen. Het verdient aanbeveling om de inzichten uit dit boek in een afzonderlijke notitie samen te vatten.
Dit wordt verwerkt in de nota reserves en voorzieningen 2025-2028 die in februari in de raad komt. Is een opmerking geen vraag