Nota bantwoording zienswijzen Herenweg perceel B5040 (naast nr 230B)
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Herenweg perceel B5040 (naast nr. 230B). 1. Inleiding Het ontwerp van het bestemmingsplan Herenweg perceel B5040 (naast nr. 230B) NL.IMRO.0575.BPBGHerenwegB5040-ON01, heeft conform het gestelde in de Algemene wet bestuursrecht ter inzage gelegen. Gedurende deze periode van zes weken heeft eenieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze in te dienen. Van deze mogelijkheid is door één belanghebbende gebruik gemaakt. 2. Zienswijzen In de tabel hieronder worden de ingediende zienswijzen en reacties weergegeven in (kolom 2) en beantwoord (kolom 3). De tabel eindigt met een conclusie. Daarin staat of de zienswijzen leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan (kolom 4).
1
Zienswijze
Gemeentelijke reactie
Aanpassing
Indiener geeft aan dat de afstand van de nieuw te
De richtafstand die gegeven is in het kader
Geen aanpassing
bouwen Ruimte-voor-Ruimte woning niet aan de
van “bedrijven en milieuzonering”, is
wettelijke normen zal voldoen. Dit is volgens
geen harde norm, zoals door indiener
indiener 50 meter, wettelijk bepaald in 2009 en
wordt gesteld. Afhankelijk van de locatie
dit besluit is bijgewerkt in 2023.
en situatie kan bij een beoordeling hiervan worden afgeweken (maatwerk). Beoordeling van dit plan heeft in het kader van de bedrijven en milieuzonering plaatsgevonden. In hoofdstuk 4 van de toelichting behorend bij dit plan wordt dit nader toegelicht. In paragraaf 4.8 wordt benoemd dat aan de noord- en zuidzijde kassen aanwezig zijn. Bij de beoordeling komt uit dat er minimaal een richtafstand van 10 meter moet worden aangehouden.
2
Indiener verwacht overlast vanwege lichtverlies in
Bij het bepalen van de richtafstand is
de kas.
rekening gehouden dat met de realisatie van de Ruimte-voor-Ruimte woning op het geprognotiseerde bestemmingsvlak voor het
aanliggende
onevenredige
bedrijf
geen
milieuoverlast
zal
veroorzaken. De bestaande kassen staan op dit moment zelfs nog veel verder dan 10 meter van de erfgrens c.q. grens van het bestemmingsvlak “Wonen”, het deel waar niet op gebouwd mag worden.
Geen aanpassing
3
Indiener geeft aan dat overlast van bladeren en takken wordt verwacht.
Overlast van bladeren en takken zijn geen zaken
die
planologisch
in
Geen aanpassing
dit
bestemmingsplan geregeld worden. Voor deze vorm van (te verwachten) overlast wordt als voorzien in Boek 5 Artikel 42 lid 5 t/m 42 van het Burgerlijk Wetboek. Hierin
is
het
volgende
bepaald:
Beplanting nabij grenslijn 1.
2.
3.
4.
4
Indiener
geeft
aan
dat
het
hier
om
Het is niet geoorloofd binnen de in lid 2 bepaalde afstand van de grenslijn van eens anders erf bomen, heesters of heggen te hebben, tenzij de eigenaar daartoe toestemming heeft gegeven of dat erf een openbare weg of een openbaar water is. De in lid 1 bedoelde afstand bedraagt voor bomen twee meter te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom en voor de heesters en heggen een halve meter, tenzij ingevolge een verordening of een plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegelaten. De nabuur kan zich niet verzetten tegen de aanwezigheid van bomen, heesters of heggen die niet hoger reiken dan de scheidsmuur tussen de erven. Ter zake van een volgens dit artikel ongeoorloofde toestand is slechts vergoeding verschuldigd van de schade, ontstaan na het tijdstip waartegen tot opheffing van die toestand is aangemaand.
een
Primair moeten de compensatiewoningen
burgerwoning gaat en geen plattelandswoning en
die uit de Ruimte-voor-Ruimte regeling
er zelfs nog zwaardere regels gelden voor
ontstaan, gebouwd worden op de locatie
aanliggende bedrijven.
waar ook de bedrijfsbebouwing van een initiatiefnemer gesaneerd wordt. Een compensatiewoning
moet
dan
ook
inderdaad aangemerkt worden als zijnde een burgerwoning. Deze bestemming zal dan ook volledige bescherming genieten, maar
wel
zodanig
geregeld
dat
de
bedrijfsvoering van omliggende bedrijven niet onevenredig geschaad wordt. Bij de inpassing
van
de
onderhavige
compensatiewoning is, zoals ook blijkt uit het milieuadvies, rekening gehouden.
Geen aanpassing
5
Indiener geeft aan dat er verder in de planning 2
Zowel links als rechts van het nieuwe
stukjes grond buiten het plan worden gehouden
bestemmingsvlak “Wonen” en “Tuin”
die als tuinbouwgrond aangehouden moeten
ontstaan
worden. Dit gaat onherroepelijk verpauperen (zie
teeltgrond) die de bestemming A-BOT-B1
wat
hebben gekregen. Deze twee stukjes
er
heden
gebeurt)
wat
naast
visuele
twee
worden
perceeltjes
niet
(open
problemen ook ongedierte (ratten, boktorren)
grond
buiten
het
geeft, of dit wordt een paardewei of groentetuin.
bestemmingsplan gehouden, maar krijgen juist een nieuwe bestemming (open teeltgrond). Dit heeft alles te maken met de normstelling die geldt voor een woning in het buitengebied. Uitgegaan wordt in het bestemmingsplan Buitengebied 2015 van een bestemmingsvlak van 1.000m2 per (compensatie)woning. Van het totale bouwblok dat wordt ingeleverd door initiatiefnemer
wordt
dus
1.000
m2
gebruikt voor de compensatiewoning en de
tuin.
De
overige
grond
wordt
teruggegeven aan het bollenareaal. Dit is dus teeltgrond die conform de hiervoor gestelde gebruiksbepalingen behorend bij het bestemmingsplan Buitengebied 2015 gebruikt mag worden.
Geen aanpassing