Noordwijk aan Zee - Prins Hendrikweg 17 e.o._ontwerp_OUDE VERSIE
Tekst van het document
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL‐monitoringstool 2017 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Ter plaatse van de dichtstbijzijnde rekenpunten (Oude Zeeweg) wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden. Omdat ter plaatse van de rekenpunten wordt voldaan aan de grenswaarden, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van een weg ligt. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse is sprake van een acceptabel woon‐ en leefklimaat.
4.8
Externe veiligheid
Normstelling en beleid Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
32
Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10‐6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet‐ en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water.
Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10‐5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10‐6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10‐6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10‐6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 meter binnen de transportroute. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden.
Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek Volgens de professionele risicokaart (https://nederlandprof.risicokaart.nl) zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen gelegen. Ook vindt er in de directe omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, het spoor, het water of door buisleidingen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
33
4.9
Kabels en leidingen
Normstelling en beleid Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Conclusie Het aspect (planologisch relevante) kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.10
Bedrijven en milieuzonering
Normstelling en beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon‐ en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG‐publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie‐indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Onderzoek De ontwikkeling is gelegen in een woongebied dat redelijkerwijs is aan te merken als een 'gemengd gebied' omdat naast wonen, ook andere functies in de nabije omgeving voorkomen, waaronder agrarisch gebruik, een hotelfunctie en een begraafplaats.
Voor een begraafplaats moet volgende de VNG‐Brochure 'Bedrijven en milieuzonering (2009) een richtafstand van 10 meter worden aangehouden ten opzichte van rustig woongebied. Voor gemengd gebied mag echter een 'stapje terug' worden gedaan en geldt een aan te houden richtafstand van 0 meter. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan, omdat tussen de woningen en de ligging en uitbreiding van de begraafplaats een groenstrook komt te liggen van 10 meter. De begraafplaats vormt dus geen belemmering voor de ontwikkeling. Anderzijds vormen de woningen ook geen beperking voor het functioneren van de begraafplaats. De woningen vormen ook geen geluidsveroorzakende functie waarbij sprake is van een verstoring van rust, respect en stilte op de begraafplaats. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Ten westen van het plangebied is een hotel aanwezig. Ook voor een hotelfunctie moet 10 meter worden aangehouden ten opzichte van rustig woongebied. Aangezien het gebied valt aan te merken als gemengd gebied, mag een stapje terug worden gedaan en geldt een aan te houden richtafstand van 0 meter. Bovendien gaat het hier om een hotel van beperkte omvang en dus redelijkerwijs ook een lager in te schatten omvang van de hinder naar de directe omgeving (geluidsoverlast, verkeersaantrekkende werking).
Deze hotelfunctie kan dus redelijkerwijs bestaan naast de bestaande woningen, maar ook de nieuw te realiseren woningen. De ligging van het hotel vormt geen belemmering voor dit plan. Evenmin
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
34
wordt het hotel in haar bedrijfsvoering beperkt als gevolg van dit plan. Er is sprake van goede ruimtelijke ordening. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat en dat er in de omgeving geen bedrijven aanwezig zijn die door de ontwikkeling in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg en nader onderzoek is niet noodzakelijk.
4.11
Ecologie
Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet Natuurbescherming en het natuurbeleid van de provincie de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Normstelling en beleid Provinciale Verordening Het rijksbeleid ten aanzien van de bescherming van soorten (flora en fauna) en de bescherming van de leefgebieden van soorten (habitats) is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De uitwerking van dit nationale belang ligt bij de provincies. De bescherming van gebieden die deel uitmaken van de Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), alsmede de bescherming van beschermde landschapselementen en belangrijke weidevogelgebieden, is geregeld via de provinciale Verordening ruimte. Wanneer er ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden plaatsvinden die onderdeel zijn van de NNN of van beschermde landschapselementen en in belangrijke weidevogelgebieden, geldt het nee, tenzij‐principe. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet compensatie plaatsvinden, wanneer er effecten optreden. Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier‐ en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europees rechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura‐2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura‐2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudings‐ doelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudings‐ doelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000‐gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000‐netwerk bewaard blijft.
De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
35
plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.
Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. De Nbw is voor dit bestemmingsplan van belang, omdat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid‐Holland In de provincie Zuid‐Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen.
In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur‐ of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van de NNN. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000‐gebied (Coepelduynen) bedraagt circa 250 meter.
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
36
Het plangebied ligt buiten de Natura 2000. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de geringe ontwikkeling, kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Gezien de ligging nabij Natura 2000‐gebied is een stikstofonderzoek noodzakelijk. Op basis van stikstofberekeningen van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase heeft IDDS een notitie opgesteld (bijlage 5). De conclusie van deze notitie luidt dat er geen stikstofdepositie op Natura 2000‐gebied zal plaatsvinden als gevolg van het planvoornemen. De verschillende berekeningen komen uit op een rekenresultaat van 0,00 mol/ha/j (zie bijlage 6, 7 en 8). Soortenbescherming In 2018 is een ecologische quickscan in het plangebied uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 9. Bij dit onderzoek is geconstateerd dat uitvoering van dit plan niet zal leiden tot aantasting van vaste rust‐ en verblijfplaatsen of belangrijk leefgebied van strikt beschermde soorten. Met inachtneming van de algemene zorgplicht `(artikel 11 Wet natuurbescherming) en het broedseizoen van vogels staat de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg. Ten aanzien van de algemene zorgplicht dient rekening gehouden te worden met het volgende: 1. Werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen van vogels worden uitgevoerd.
Het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet rekening gehouden worden met de periode tussen half februari en half augustus. 2. Grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, moeten de gelegenheid krijgen om te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen. De volgende aanbevelingen worden daarnaast gegeven op de ecologische structuren in het plangebied en de omgeving te versterken: 1. Een kleine poel biedt voordelen voor vogels, amfibieën als gewone pad en mogelijk rugstreeppad, zandhagedis en kleine zoogdieren. 2. Voor vleermuizen zouden open stootvoegen aangebracht kunnen worden in muren, of vleermuiskasten kunnen worden geplaatst in de spouw of tegen de muur op >2,5 meter hoogte in nieuw te bouwen woningen. Eveneens kunnen vleermuisstenen worden ingemetseld. 3. Het gebruik van vleermuisvriendelijke terrein‐ of tuinverlichting wordt aanbevolen. Vleermuizen zijn ongevoelig voor oranje/rode verlichting. 4. Het planten van bomen en struwelen voor vogels en vleermuizen verdient aanbeveling. Het beste zijn, ecologisch gezien, inheemse bes‐ en bloemdragende struiken en planten. 5. Er kunnen nestpannen of neststenen worden aangebracht ten behoeve van huismussen en gierzwaluwen.
Deze beschermde soorten verliezen steeds meer nestmogelijkheden. 6. Voor huismussen blijken uit onderzoek zogenaamde mussenvides uitstekend te functioneren als nestplaats. In de nabijheid het plangebied zijn foerageer‐ en schuilmogelijkheden genoeg, waardoor met de aanleg van mussenvides het plangebied interessant voor huismussen kan worden. In de verdere uitwerking van de planvorming wordt gekeken of en hoe invulling gegeven wordt aan de bovenstaande aanbevelingen. Conclusie Zowel de Wet natuurbescherming als het provinciaal natuurbeleid vormen geen belemmeringen voor de uitvoering van dit plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
37
4.12
Water
Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Hoogheemraadschap van Rijnland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits‐ en waterkwaliteitsbeheer. De initiatiefnemer heeft het waterschap geïnformeerd door gebruik te maken van de Digitale Watertoets. Naar aanleiding hiervan wordt nader overleg gevoerd met het waterschap. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal: Provinciaal Waterplan Provinciale Verordening Ruimte Provinciale Structuurvisie Waterschapsbeleid Het algemeen bestuur van Rijnland heeft op 9 maart 2016 het nieuwe Waterbeheerplan 'Waardevol Water' (WBP5) vastgesteld.
In het WBP5 wordt richting gegeven aan het waterbeheer in de periode 2016 ‐2021. Daarmee realiseert Rijnland de ambities uit het coalitieakkoord, zodat het gebied nu en in de toekomst goed beschermd wordt tegen overstromingen en wateroverlast, er een goede waterkwaliteit ontstaat, het afvalwater op duurzame wijze wordt gezuiverd en de grondstoffen worden hergebruikt. In het WBP5 staat samen werken met de omgeving aan water centraal. Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Keur en uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is Rijnland als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Sinds 1 juli 2015 heeft Rijnland een nieuwe Keur. Er gelden minder regels voor burgers, bedrijven en Rijnland. Het aantal vergunningen en meldingen is ongeveer gehalveerd. Zo geeft Rijnland verantwoordelijkheid, flexibiliteit en vertrouwen waar dat kan, maar stellen we regels waar dat moet. Bij de Keur horen de Uitvoeringsregels. Hierin staan voorwaarden voor allerlei werkzaamheden die bewoners en bedrijven willen uitvoeren bij water en dijken. De Uitvoeringsregels kan een zorgplicht, een Algemene regel en een Beleidsregel bevatten. De zorgplicht geldt voor eenvoudige werkzaamheden met weinig risico.
In de Algemene regel staan voorwaarden voor activiteiten met een beperkt risico. In de Beleidsregel staan voorwaarden voor activiteiten met een groter risico. Dan verlenen wij een watervergunning.
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
38
De Keur en uitvoeringsregels zijn te vinden op: https://www.rijnland.net/regels/keur‐en‐uitvoeringsregels Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afvalwater en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto's wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat.
Gemeentelijk rioleringsplan 2013‐2017 Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is een belangrijk hulpmiddel voor het maken van de juiste afwegingen op het terrein van bodembescherming, waterkwaliteit en rioleringszorg. Conform de Wet milieubeheer geeft de gemeente in het GRP aan op welke wijze zij haar wettelijke taak voor een doelmatige inzameling en transport van afvalwater wil uitvoeren. Het plan is gericht op de instandhouding van een goede riolering. Het GRP 2013‐2017 is in de raadsvergadering van 20 december 2012 vastgesteld. Jaarlijks wordt op basis van het GRP een Operationeel Plan opgesteld, waarin de voor dat jaar uit te voeren beheer‐ en onderhoudswerkzaamheden en –investeringen zijn opgenomen. Huidige situatie Algemeen Het plangebied ligt in het stedelijk gebied van Noordwijk. De ondergrond bestaat uit zandig materiaal met over het algemeen een zeer goede doorlatendheid. Er is in het plangebied geen sprake van (grond) wateroverlast. Waterkwantiteit In het plangebied en aangrenzend aan het plangebied zijn geen oppervlakte water aanwezig. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen de kern‐ en beschermingszone van de regionale/primaire waterkering. Het voor de waterveiligheid relevante deel van het duingebied ligt op ruime afstand van het plangebied.
Afvalwaterketen en riolering Ter plaatse van het plangebied is gemeentelijke riolering aanwezig, waarop kan worden aangesloten. Het gaat hier om een gescheiden stelsel. Toekomstige situatie Algemeen De beoogde ontwikkeling betreft de herbouw van één woning, de realisatie van één extra woning en de uitbreiding van de begraafplaats. De extra woning wordt gerealiseerd op een voornamelijk onverhard terrein.
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
39
Waterkwantiteit Toename in verharding dient gecompenseerd te worden. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer moet 15% van de extra verharding gecompenseerd worden. In dit plan gaat het om het herbouwen van één woning en het toevoegen van één woning. Het bestaande verharde terrein is 435 m2. De toekomstige verharding bedraagt circa 516 m2 (woningen, erfbebouwing en verhardingen). Naar verwachting wordt ook nog een deel van de achtertuin verhard. Afgerond zal de verharding in de toekomstige situatie maximaal 600 m2. bedragen. De grenswaarde van 500 m2 extra verharding wordt echter niet overschreden, compensatie van water is daarmee niet aan de orde.
Figuur 4.1: Verhardingen in toekomstige situatie Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in‐) filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Voor dit plan wordt ingezet op plaatselijke infiltratie van hemelwater. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet‐uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw‐ als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving.
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
40
Riolering en afkoppelen Overeenkomstig het rijksbeleid (de voorkeursvolgorde uit Wm art 29 a en de doelmatigheidsdoelstelling uit het bestuursakkoord waterketen 2007) geeft Rijnland de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater, mits het doelmatig is. De voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater houdt in dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat: 1. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; 2. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; 3. afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; 4. huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt, worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren getransporteerd; 5. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d: a. zo nodig na zuivering bij de bron, wordt hergebruikt; b. lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht; De gemeente kan gebruikmaken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Deze voorkeursvolgorde is echter geen dogma. De uiteindelijke afweging zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan.
Ter plaatse zal voor wat betreft de afvoer van huishoudelijk afvalwater (DWA) worden aangesloten op de bestaande riolering. Hemelwater wordt niet afgevoerd via de riolering maar ter plaatse geïnfiltreerd. Watervergunningsplicht Omwille van een toename van de verhardingen groter dan 500 m2 geldt in beginsel een watervergunningsplicht wanneer hemelwater wordt afgevoerd. Indien het plan voorziet in hemelwaterinfiltratie in het plangebied zelf (dit is gezien de ondergrond toepasbaar), dan is geen watervergunning noodzakelijk. Conclusie De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen hebben geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Een vergunning is tevens niet noodzakelijk.
4.13
Archeologie en cultuurhistorie
Normstelling en beleid Erfgoedwet Sinds 1 juli 2016 is de Wet op de archeologische monumentenzorg vervangen door de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het 'Verdrag van Malta' blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
41
Besluit ruimtelijke ordening Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van elk bestemmingsplan een beschrijving te worden gegeven van de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden van het plangebied. Integrale Erfgoednota Noordwijk ‘Erfgoed op de kaart’ In juni 2011 is de Integrale Erfgoednota Noordwijk ‘Erfgoed op de kaart’ vastgesteld met de Erfgoedverordening Gemeente Noordwijk 2011. Deze erfgoednota is opgesteld in samenhang met ‘In de bodem van Noordwijk’: de archeologische waarde verwachtings‐ en beleidsadvieskaart en de bouwhistorische verwachtingenkaart. De Erfgoednota biedt een goede basis voor de uitvoering van de wettelijke eisen ten aanzien van gebouwde (rijks)monumenten, het van rijkswege beschermd dorpsgezicht en archeologie. De Erfgoednota biedt tevens een visie en structuur voor de omgang met het erfgoed, de formatie voor uitvoering van het beleid en de wettelijke taken voor het erfgoed en een verbinding van de planologische kaders van ruimtelijk beleid. Ter plaatse van het plangebied is in het bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie ‐2' opgenomen.
Daarin is geregeld dat de aanvrager van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) een KNA‐conform archeologisch onderzoeksrapport voorlegt waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. Onderzoek Om te achterhalen of binnen het plangebied sprake is van archeologische resten, is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is geconstateerd dat het plangebied is gelegen in een onverstoord deel van de Jonge Duinen. In de boringen zijn geen oude oppervlaktes aangetroffen waarop resten vanaf de Late Middeleeuwen worden verwacht. Oudere resten worden pas verwacht op 0 meter +NAP. De kans dat de graafwerkzaamheden archeologische resten verstoren is daarom zeer klein en er wordt geen nader onderzoek geadviseerd. Door de gemeente Noordwijk wordt daarbij het voorbehoud gemaakt dat dit advies alleen geld voor ingrepen die niet dieper reiken dan 9,4 meter +NAP. Om te borgen dat niet dieper gegraven wordt, is in de regels bij de bepalingen over kelders opgenomen dat deze niet dieper mogen zijn dan het hiervoor genoemde niveau. Op basis van deze bevinding is een vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Het volledige archeologische onderzoek is opgenomen in bijlage 10. Het archeologisch onderzoek is beoordeeld en akkoord bevonden door Erfgoed Leiden.
Op basis van de cultuurhistorische kaart Zuid‐Holland en de Visie Ruimte en Mobiliteit blijken er geen cultuurhistorisch waardevolle elementen in het plangebied aanwezig te zijn. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
42
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
43
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Voor de opbouw van een bestemmingsplan is een standaard ontwikkeld, de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). In dit bestemmingsplan wordt van deze standaarden gebruik gemaakt. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. De hoofdstukindeling bestaat uit: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs‐ en slotregels.
5.2
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten Het onderhavige artikel geeft aan hoe hoogte‐ en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.
5.3
Bestemmingsregels
Aan de oostzijde van het plangebied is de bestemming Groen opgenomen. Deze gronden (11 meter breed) behoren tot de beoogde nieuwe woning maar erfbebouwing is hier niet gewenst om de doorzicht te behouden. Wel is het mogelijk om een erfafscheiding (andere bouwwerken) te bouwen tot 2 meter. De tuinen die onbebouwd dienen te blijven hebben de bestemming 'Tuin' gekregen. Langs een groot deel van de Prins Hendrikweg is reliëf in de vorm van een steilrand aanwezig. De woningen langs deze weg en steilrand zijn hoger gelegen en ter plaatse van de steilrand zijn schuin aflopende tuinen aanwezig. Deze tuinen zijn onbebouwd. De steilrand heeft daardoor een duinachtige uitstraling. Het heeft de voorkeur om deze duinachtige uitstraling zoveel mogelijk te behouden. In‐ en uitritten zijn toegestaan in de bestemming ‘Tuin’.
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
44
In de bestemming 'Wonen' dient het hoofdgebouw in het bouwvlak te worden gebouwd. Tevens dient de nokrichting haaks op de weg te staan. Bijbehorende bouwwerken mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd. De maximum goothoogte en de maximum bouwhoogte van het hoofdgebouw zijn op de verbeelding aangegeven. En tevens het maximale aantal woningen. In de woningen mag onder voorwaarden een aan‐huis‐verbonden beroep of bedrijf worden uitgeoefend. De voorwaarden staan onder de 'specifieke gebruiksregels'. Ook de begripsomschrijvingen zijn bepalend voor wat is toegestaan. De begraafplaats is bestemd als 'Maatschappelijk' met de specifieke functieaanduiding 'begraafplaats'. Er zijn hier geen gebouwen toegestaan. Ook zijn er geen geluidgevoelige maatschappelijke functies toegestaan. Tussen de uitbreiding van de begraafplaats en de bestemming 'Wonen' zit een 10 meter brede groenstrook zodat zicht op de begraafplaats voorkomen wordt.
5.4
Algemene regels
De algemene regels bevatten regels die in beginsel op meerdere bestemmingen van toepassing zijn. Naast de wettelijk verplichte anti‐dubbeltelregel die onder de algemene regels moet worden geplaatst, zijn in dit bestemmingsplan algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en overige regels opgenomen. De overige regels bevatten een parkeerregeling op basis waarvan de aanleg en instandhouding van parkeerplaatsen op eigen terrein kan worden vereist. Bij de algemene afwijkingsregels is sprake van een bevoegdheid en dus geen plicht van het college om daar aan mee te werken.
5.5
Overgangs‐ en slotregels
De overgangsbepalingen zijn conform het Besluit ruimtelijke ordening.
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
45
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1.1 Inspraak en overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het voorontwerpbestemmingsplan 'Prins Hendrikweg 17 e.o.' heeft van met ingang van 3 oktober tot en met 13 november 2018 voor een ieder ter inzage gelegen. Tevens heeft op 22 oktober 2018 een, door de gemeente en initiatiefnemer georganiseerde, inloopavond plaatsgevonden op locatie Goohorstlaan 10 te Noordwijk. Er zijn twee vooroverlegreacties en 11 inspraakreacties ingediend. De vooroverlegreacties hebben geen consequenties voor het plan. Naar aanleiding van de inspraakreacties is het plan voor wat betreft de situering van de bouwvlakken en bestemmingsvlakken aangepast. De nota van beantwoording van de overleg‐ en inspraakreacties en de ambtshalve wijzigingen is als bijlage 11 bij deze toelichting opgenomen. 6.1.2 Zienswijzen Overeenkomstig de wettelijke vereisten wordt het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken 6 weken ter inzage gelegd in het gemeentehuis van Noordwijk. Tevens is het plan online te raadplegen via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze termijn is eenieder de mogelijkheid geboden zienswijzen over dit ontwerpbestemmingsplan in te dienen bij de gemeenteraad.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Bij nieuwe ontwikkelingen moet onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) tegelijk met het bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. De gemeente heeft hierbij de onderzoeksverplichting om de financieel‐economische uitvoerbaarheid van het plan te toetsen. De gemeente zal een anterieure overeenkomst sluiten met de betreffende partij waarin het kostenverhaal wordt geregeld. Hierdoor is een exploitatieplan niet noodzakelijk. De kosten voor de uitvoering van het bouwplan liggen volledig bij de ontwikkelende partij. Geconcludeerd wordt dat er voldoende middelen zijn om de ontwikkeling tot uitvoering te brengen. Het plan is daarmee financieel uitvoerbaar.
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
46
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
bijlagen bij de Toelichting
Bijlage 1 Vergelijking doorzichten
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
Bijlage 5: vergelijking oude en nieuwe uitzicht per aangrenzende kavel
bestaand doorzicht vanuit Dobbelmannduin (Neyenstede)
nieuw doorzicht vanuit Dobbelmannduin (Neyenstede)
bestaand doorzicht vanuit Dobbelmannduin (‘t Duinhuis)
nieuw doorzicht vanuit Dobbelmannduin (‘t Duinhuis
bestaand doorzicht vanuit PHweg 32
nieuw doorzicht vanuit PHweg 32
1 Elberfeld. bureau voor landschap en stedenbouw (juli 2019)
bestaand doorzicht vanuit PHweg 34
nieuw doorzicht vanuit PHweg 34
bestaand doorzicht vanuit PHweg 36
nieuw doorzicht vanuit PHweg 36
2 Elberfeld. bureau voor landschap en stedenbouw (juli 2019)
Bijlage 2 Vergelijking huidige en toekomstige functies en maatvoering
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
Bijlage 2. Vergelijking huidige en toekomstige functies en maatvoering Tabel: Toegestane huidige en toekomstige maatvoering plangebied Aspect Vigerend Nieuw bestemmingsplan bestemmingsplan Pr. Hendrikweg 17 Pr. Hendrikweg 17 e.o Bestemming Wonen Tuin Verkeer Groen Maatschappelijk
824 m2 424 m2 161 m2 2095 m2 0 m2
655 + 861 m2 1182 m2 0 m2 631 m2 177 m2
Maatvoering max. bouwhoogte woning max. goothoogte woning max. oppervlak woning max. inhoud woning max. oppervlak bijgebouw max. bouwhoogte bijgebouw max. goothoogte bijgebouw
9m 6m 200 m2 1.500 m3 60 m2 4,5 m 3m
11 m 7m 200 m2 1.300 m3 max. 150 m2 4,5 m 3m
Tabel: Toegestane maatvoering aangrenzende woningen Woningen Pr. Hendrikweg vigerend bestemmingsplan Nr.
17 9 32 34 36 38 40
Max bouwhoogte (m) 9 11 11 10 10 10 10
Max goothoogte (m) 6 7 7 7 7 7 7
max inhoud (m3) 1500 1500 1500 1000 1000 1000 1500
Aanduiding Wonen Wonen 1 / sba 1 Wonen 1 / sba 1 Wonen 1 / sba 1 Wonen 1 / sba 1 Wonen 1 / sba 1 Wonen 1 / sba 1
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte
401251.20161057
Akoestisch onderzoek wegverkeer Prins Hendrikweg te Noordwijk
Opdrachtgever:
Rhodan Development De heer N. Oostdam Jan van Gent 2 2201 XT Noordwijk
Projectnummer:
1505H298
Versienummer:
1.1
Plaats, datum:
Noordwijk, 28 november 2017
Contactpersoon:
De heer D.D.C.A. Bijl
Controleur:
De heer C. Brouwer bba
Paraaf:
pagina 2 van 8
Inhoudsopgave
pagina Inleiding .............................................................................................................................................3 1.1 Gegevens .................................................................................................................................. 3 2 Uitgangspunten .................................................................................................................................4 2.1 Situatie ...................................................................................................................................... 4 2.2 Wegverkeer ............................................................................................................................... 4 3 Normstelling ......................................................................................................................................6 3.1 Geluidnormen Wet geluidhinder ............................................................................................... 6 3.2 Aftrek artikel 110 Wgh ...............................................................................................................
6 4 Rekenresultaten ................................................................................................................................7 5 Conclusies .........................................................................................................................................8 1
Bijlagen 1 2 3
Invoergegevens Rekenresultaten Figuren
Prins Hendrikweg te Noordwijk Akoestisch onderzoek wegverkeer | 1505H298 | 28 november 2017
pagina 3 van 8
1
Inleiding
Algemeen In opdracht van Rhodan Development is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de realisatie van villa’s aan de Prins Hendrikweg te Noordwijk. De werkzaamheden zijn in samenwerking met BK uitgevoerd. De projectcoördinatie is door IDDS verricht. Aanleiding De aanleiding van het onderzoek is een procedure in het kader van de Wabo. Doel In het kader van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting ten gevolge van zoneringsplichtige bronnen ter plaatse van het project inzichtelijk te worden gemaakt. Het plangebied is niet gelegen binnen de zone van geluidgezoneerde industrieterreinen, luchthaven of spoorlijn. Het akoestisch onderzoek heeft daarom alleen betrekking op wegverkeer. Dit rapport is van toepassing op de situatie zoals beschreven in de volgende hoofdstukken. Wijzigingen in het plan, de omgeving en/of de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn, kunnen van invloed zijn op de beschreven resultaten en conclusie.
1.1
Gegevens
Ten behoeve van het voorliggend onderzoek is gebruikgemaakt van de volgende gegevens: 1. Reken- en Meetvoorschrift geluid juni 2012; 2. Kadaster online voor de benodigde gegevens; 3. Verkeersgegevens conform opgave van Gemeente Noordwijk; 4. Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder, Omgevingsdienst West-Holland.
Prins Hendrikweg te Noordwijk Akoestisch onderzoek wegverkeer | 1505H298 | 28 november 2017
pagina 4 van 8
2
Uitgangspunten
2.1
Situatie
In afbeelding 1 is het plangebied weergegeven van de te realiseren villa’s op de locatie Prins Hendrikweg te Noordwijk. afbeelding 1: situatie
2.2
Wegverkeer
Op grond van de Wet geluidhinder heeft iedere weg een zone aan weerszijden, tenzij: de weg is gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; de maximumsnelheid van de weg 30 km/uur bedraagt. De breedte van de zone is afhankelijk van de inrichting van die weg (artikel 74 Wgh). Indien een geluidgevoelige bestemming wordt gerealiseerd binnen de zone dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Het bouwplan is gelegen binnen de zone van de Oude Zeeweg. Op grond van de Wet geluidhinder is het stelsel van zonering van wegen erop gebaseerd dat de geluidbelasting van de gevel van een geluidgevoelig object dat is gelegen binnen de zone van meerdere wegen per weg wordt bepaald. Voor het aanbrengen van geluidwerende gevelvoorzieningen dient echter uitgegaan te worden van het cumulatieve effect, dus de gezamenlijke geluidbelasting van de wegen, zonder aftrek op grond van artikel 110g Wgh.
Prins Hendrikweg te Noordwijk Akoestisch onderzoek wegverkeer | 1505H298 | 28 november 2017
pagina 5 van 8
Voor het akoestisch onderzoek is de Standaard-rekenmethode II (RMG,2012) toegepast. De rekenvoorschriften zijn verwerkt in een computerprogramma van DGMR, Geomilieu 4.30. Gelet op de Wet geluidhinder dient voor het berekenen van de geluidbelasting van een weg uitgegaan te worden van een maatgevende verkeersintensiteit, dat wil zeggen een etmaalintensiteit zoals die binnen tien jaar wordt verwacht. De uitgangspunten van de verkeersgegevens zijn ontleend aan een opgave van Gemeente Noordwijk. Voor de Oude Zeeweg is uitgegaan van 8.511 mvt/etmaal, 50 km/uur en asfalt. Van de Prins Hendrikweg en de Dobbelmanduin zijn geen verkeersgegevens bekend. Volgens opgave van Gemeente Noordwijk bedraagt de etmaalintensiteit minder dan 600 mvt/etmaal en de maximum snelheid 30 km/uur. Het wegdek bestaat uit klinkerbestrating.
Prins Hendrikweg te Noordwijk Akoestisch onderzoek wegverkeer | 1505H298 | 28 november 2017
pagina 6 van 8
3
Normstelling
3.1
Geluidnormen Wet geluidhinder
Bij de beoordeling van een (toekomstige) akoestische situatie worden normen gehanteerd, zoals vermeld in de Wgh. In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat de voorkeursgrenswaarde niet mag worden overschreden. Indien de voorkeursgrenswaarde wel, maar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, kan door de gemeente, mits voldaan wordt aan bepaalde criteria, ontheffing worden verleend tot een maximumwaarde. De geluidbelasting wordt uitgedrukt in een gemiddeld geluidniveau (Lden). De voorkeursgrenswaarden en de maximale ontheffingswaarden in het geval van wegverkeer in stedelijk en in buitenstedelijk gebied staan in tabel 1 weergegeven. De tabel heeft betrekking op een bestaande weg en nieuw te projecteren geluidgevoelige bestemmingen. tabel 1: voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde wegverkeerslawaai Situatie
Geluidgevoelige bestemmingen
Binnenstedelijk gebied
Woningen, onderwijsgebouwen en ziekenhuizen/ verpleeghuizen Andere gezondheidszorggebouwen
Buitenstedelijk gebied
Voorkeursgrenswaarde
Maximale ontheffingswaarde
48 dB
63 dB
48 dB
53 dB
Woonwagenstandplaatsen
48 dB
53 dB
Andere geluidgevoelige terreinen
48 dB*
58 dB
Vervangende nieuwbouw (woningen)
48 dB
68 dB
48 dB
53 dB
Woningen, onderwijsgebouwen en ziekenhuizen/ verpleeghuizen Andere gezondheidszorggebouwen
48 dB
53 dB
Woonwagenstandplaatsen
48 dB
53 dB
Andere geluidgevoelige terreinen
48 dB*
58 dB
Vervangende nieuwbouw (woningen)
48 dB
58 dB
*Met uitzondering voor terreinen bij andere gezondheidszorggebouwen (voorkeursgrenswaarde 53 dB)
3.2
Aftrek artikel 110 Wgh
Op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder mogen de berekende geluidbelastingen gecorrigeerd worden door de verwachting dat het verkeer in de toekomst stiller wordt. De artikelen 3.4 en 3.5 zijn van toepassing. De aftrek voor het toekomstig stiller worden van het wegverkeer (artikel 3.4) bedraagt 2 dB voor de wegen waar de snelheid hoger is dan 70 km/uur en met 5 dB voor de overige wegen (<70 km/uur). Deze correctie houdt verband met de verwachting dat het verkeer in de toekomst stiller zal worden door technische ontwikkelingen en aanscherping van het type keuringseisen. De aftrek voor het toekomstig stiller worden van banden (artikel 3.5) is alleen bij snelheden van 70 km/uur en hoger toegestaan. Het te verwachten effect van de stille band is 1 of 2 dB(A), afhankelijk van het type wegdek. De grootte van de aftrek bedraagt 2 dB(A) voor de ‘gladdere’ wegdekken zoals steenmastiekasfalt (SMA), de dunne geluidreducerende deklagen (DGD’s), het dubbellaags zeer open asfaltbeton met een fijne toplaag (TLZOAB-fijn) en dicht asfaltbeton (DAB). Een aftrek van 1 dB(A) is van toepassing voor de ‘ruwere’ wegdekken zoals enkellaags en dubbellaags zeer open asfaltbeton (ZOAB, TLZOAB), uitgewassenbeton en elementenverharding.
Artikel 3.4 wordt zodanig gewijzigd dat voor wegen waar de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, de aftrek op basis van artikel 110g Wgh (art. 3.4, lid 1) als volgt bedraagt: 4 dB voor situaties waarin de geluidbelasting zonder aftrek ex artikel 110g Wgh 57 dB is; 3 dB voor situaties waarin de geluidbelasting zonder aftrek ex artikel 110g Wgh 56 dB is; 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. Deze wijziging geldt vanaf 21 mei 2014 tot 1 juli 2018. Bij wegen met een andere representatieve snelheid (lager dan 70 km/uur) blijft de aftrek ongewijzigd.
Prins Hendrikweg te Noordwijk Akoestisch onderzoek wegverkeer | 1505H298 | 28 november 2017
pagina 7 van 8
4
Rekenresultaten
In het Geomilieu rekenmodel zijn immissiepunten ingevoerd ter plaatse van het bouwplan. Ter plaatse van de immissiepunten is de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer over de wegen berekend op de relevante hoogten boven het maaiveld. In tabel 2 zijn de hoogst berekende geluidniveaus opgenomen. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 2. tabel 2: rekenresultaten Lden (dB) incl. aftrek ex artikel 110g Wgh (afgerond naar hele getallen) Hoogte (m)
Dag
Avond
Nacht
Lden
Lden*
Woning 1
4,50
45
43
34
45
40
Woning 2
1,50
45
43
35
45
40
Woning 1
4,50
50
52
42
53
Woning 2
4,50
49
51
41
52
Woning 1
4,50
41
43
33
44
Woning 2
4,50
41
43
33
44
Weg Oude Zeeweg
Prins Hendrikweg
Dobbelmanduin
* inclusief aftrek ex artikel 110 Wgh
De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Oude Zeeweg bedraagt ten hoogste 40 dB Lden (inclusief aftrek). De geluidbelasting voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. De Prins Hendrikweg en de Dobbelmanduin zijn 30 km/uur wegen. Deze wegen zijn niet gezoneerd. In het kader van goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting ten gevolge van deze wegen bepaald. De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Prins Hendrikweg bedraagt ten hoogste 53 dB Lden (exclusief aftrek). De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Dobbelmanduin bedraagt ten hoogste 44 dB Lden (exclusief aftrek). De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt maximaal 53 dB Lden (exclusief aftrek).
Prins Hendrikweg te Noordwijk Akoestisch onderzoek wegverkeer | 1505H298 | 28 november 2017
pagina 8 van 8
5 Conclusies De berekende geluidbelasting voldoet aan de eisen zoals gesteld in de Wet geluidhinder. De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Oude Zeeweg voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Prins Hendrikweg en Dobbelmanduin is in het kader van goede ruimtelijke ordening toelaatbaar. Het aanvragen van een hogere waarde is niet noodzakelijk.
Prins Hendrikweg te Noordwijk Akoestisch onderzoek wegverkeer | 1505H298 | 28 november 2017
Bijlage
1
Invoergegevens
173842 Prins Hendrikweg te Noordwijk Model: Groep:
Naam W101 W102 W103
Bijlage 1 Invoergegevens
eerste model Wegverkeerslawaai - Prins Hendrikweg, Norodwijk (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Prins Hendrikweg Dobbelmanduin Oude Zeeweg
Geomilieu V4.30
ISO_H 0,00 0,00 0,00
ISO M. 0,00 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief Relatief
Type Verdeling Verdeling Verdeling
Cpl False False False
Cpl_W 1,5 1,5 1,5
Helling 0 0 0
Wegdek W9a W9a W0
V(MR(D)) 30 30 50
V(MR(A)) 30 30 50
V(MR(N)) 30 30 50
V(MR(P4)) ----
V(LV(D)) 30 30 50
V(LV(A)) 30 30 50
V(LV(N)) 30 30 50
V(LV(P4)) ----
27-11-2017 13:26:53
173842 Prins Hendrikweg te Noordwijk Model: Groep:
Naam W101 W102 W103
Bijlage 1 Invoergegevens
eerste model Wegverkeerslawaai - Prins Hendrikweg, Norodwijk (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(MV(D)) 30 30 50
V(MV(A)) 30 30 50
Geomilieu V4.30
V(MV(N)) 30 30 50
V(MV(P4)) ----
V(ZV(D)) 30 30 50
V(ZV(A)) 30 30 50
V(ZV(N)) 30 30 50
V(ZV(P4)) ----
Totaal aantal 600,00 600,00 8511,00
%Int(D) 6,48 6,48 6,55
%Int(A) 9,72 9,72 4,15
%Int(N) 0,92 0,92 0,61
%Int(P4) ----
%MR(D) ----
%MR(A) ----
%MR(N) ----
%MR(P4) ----
27-11-2017 13:26:53
173842 Prins Hendrikweg te Noordwijk Model: Groep:
Naam W101 W102 W103
Bijlage 1 Invoergegevens
eerste model Wegverkeerslawaai - Prins Hendrikweg, Norodwijk (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %LV(D) 99,00 99,00 93,30
%LV(A) 99,00 99,00 93,30
Geomilieu V4.30
%LV(N) 99,00 99,00 93,30
%LV(P4) ----
%MV(D) 1,00 1,00 5,30
%MV(A) 1,00 1,00 5,30
%MV(N) 1,00 1,00 5,30
%MV(P4) ----
%ZV(D) --1,30
%ZV(A) --1,30
%ZV(N) --1,30
%ZV(P4) ----
MR(D) ----
MR(A) ----
MR(N) ----
MR(P4) ----
LV(D) 38,49 38,49 520,12
LV(A) 57,74 57,74 329,54
LV(N) 5,46 5,46 48,44
LV(P4) ----
27-11-2017 13:26:53
173842 Prins Hendrikweg te Noordwijk Model: Groep:
Naam W101 W102 W103
Bijlage 1 Invoergegevens
eerste model Wegverkeerslawaai - Prins Hendrikweg, Norodwijk (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 MV(D) 0,39 0,39 29,55
Geomilieu V4.30
MV(A) 0,58 0,58 18,72
MV(N) 0,06 0,06 2,75
MV(P4) ----
ZV(D) --7,25
ZV(A) --4,59
ZV(N) --0,67
ZV(P4) ----
LE (D) 63 76,84 76,84 82,80
LE (D) 125 80,60 80,60 90,15
LE (D) 250 86,57 86,57 96,92
LE (D) 500 89,37 89,37 101,48
LE (D) 1k 93,00 93,00 107,62
LE (D) 2k 86,13 86,13 104,26
LE (D) 4k 80,92 80,92 97,52
LE (D) 8k 73,04 73,04 88,27
27-11-2017 13:26:53
173842 Prins Hendrikweg te Noordwijk Model: Groep:
Naam W101 W102 W103
Bijlage 1 Invoergegevens
eerste model Wegverkeerslawaai - Prins Hendrikweg, Norodwijk (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (A) 63 78,60 78,60 80,81
LE (A) 125 82,36 82,36 88,17
Geomilieu V4.30
LE (A) 250 88,33 88,33 94,94
LE (A) 500 91,13 91,13 99,50
LE (A) 1k 94,77 94,77 105,63
LE (A) 2k 87,89 87,89 102,28
LE (A) 4k 82,68 82,68 95,53
LE (A) 8k 74,80 74,80 86,28
LE (N) 63 68,36 68,36 72,49
LE (N) 125 72,12 72,12 79,84
LE (N) 250 78,09 78,09 86,61
LE (N) 500 80,89 80,89 91,17
LE (N) 1k 84,53 84,53 97,31
LE (N) 2k 77,65 77,65 93,95
LE (N) 4k 72,44 72,44 87,21
27-11-2017 13:26:53
173842 Prins Hendrikweg te Noordwijk Model: Groep:
Naam W101 W102 W103
Bijlage 1 Invoergegevens
eerste model Wegverkeerslawaai - Prins Hendrikweg, Norodwijk (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (N) 8k 64,56 64,56 77,96
LE (P4) 63 ----
Geomilieu V4.30
LE (P4) 125 ----
LE (P4) 250 ----
LE (P4) 500 ----
LE (P4) 1k ----
LE (P4) 2k ----
LE (P4) 4k ----
LE (P4) 8k ----
27-11-2017 13:26:53
173842 Prins Hendrikweg te Noordwijk Model: Groep:
Bijlage 1 Invoergegevens
eerste model Wegverkeerslawaai - Prins Hendrikweg, Norodwijk (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam T101 T102 T103 T104 T105
Omschr. Kavel 1 Kavel 1 Kavel 1 Kavel 1 Kavel 2
Maaiveld -3,00 -3,00 -3,00 -3,00 -3,00
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
Hoogte C ------
Hoogte D ------
Hoogte E ------
Hoogte F ------
Gevel Ja Ja Ja Ja Ja
T106 T107 T108
Kavel 2 Kavel 2 Kavel 2
-3,00 -3,00 -3,00
Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50
----
----
----
----
Ja Ja Ja
Geomilieu V4.30
27-11-2017 13:26:53
173842 Prins Hendrikweg te Noordwijk Model: Groep:
Naam B101
Bijlage 1 Invoergegevens
eerste model Wegverkeerslawaai - Prins Hendrikweg, Norodwijk (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. wegen
Bf 0,00
Geomilieu V4.30
27-11-2017 13:26:53
173842 Prins Hendrikweg te Noordwijk Model: Groep:
Bijlage 1 Invoergegevens
eerste model Wegverkeerslawaai - Prins Hendrikweg, Norodwijk (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam G001 G100 G101 G102 G103
Omschr. 5 apartementen bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing
Hoogte 15,00 8,00 8,00 8,00 8,00
Maaiveld -3,00 -3,00 -3,00 -3,00 -1,98
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
G104 G105 G106 G107 G108
bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing
8,00 8,00 8,00 8,00 8,00
-0,12 -0,51 -1,97 -1,23 -3,00
G109 G110 G111 G112 G113
bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing
8,00 8,00 8,00 8,00 8,00
G114 G115 G116 G117 G118
bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing
G119 G120 G121 G122 G123
Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
Zwevend False False False False False
Refl. 63 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 125 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 250 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 500 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 1k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 2k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 4k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 8k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
False False False False False
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
-0,85 -1,13 -0,78 -1,11 -0,01
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
False False False False False
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
8,00 8,00 8,00 8,00 8,00
-0,13 0,00 0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
False False False False False
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing
8,00 8,00 8,00 8,00 8,00
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
False False False False False
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
G124 G125 G126 G127 G128
bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing
8,00 8,00 8,00 8,00 8,00
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
False False False False False
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
G129 G130 G131 G132 G133
bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing bestaande bebouwing
8,00 8,00 8,00 8,00 8,00
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
False False False False False
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
G134 G135
bestaande bebouwing bestaande bebouwing
8,00 8,00
0,00 1,50
Relatief Relatief
0 dB 0 dB
False False
0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80
Geomilieu V4.30
Gebruiksfunctie
27-11-2017 13:26:53
173842 Prins Hendrikweg te Noordwijk Model: Groep: