NIEUW - 260604 _Amendement verordening jeugdhulp- gemeentelijke sturing op duur en intensiteit
Tekst van het document
Amendement Lid Meiland (HELDER) Gemeentelijke sturing op duur en intensiteit bij externe verwijzing De gemeenteraad van Noordwijk; In vergadering bijeen op donderdag 4 juni 2026; Wijzigt Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026 alsvolgt: Oorspronkelijk tekst •
Artikel 11 lid 6:”De verwijzer dient zich bij de toeleiding naar het aanbod Zorg in Natura (gecontracteerd en ongecontracteerd) en pgb te houden aan de kaders voor duur, intensiteit en kwaliteit van jeugdhulp omschrijven in de Dienstomschrijvingen Jeugdhulp Holland Rijnland.”
Wordt gewijzigd naar Artikel 11 lid 6: "De gemeentelijke kaders voor kwaliteit, doelmatigheid en rechtmatigheid doen geen afbreuk aan de zelfstandige professionele beoordeling van een huisarts, jeugdarts of medisch specialist omtrent de noodzaak van jeugdhulp." Toelichting Externe verwijzers dienen onafhankelijk medische of inhoudelijke afwegingen te maken. Gemeentelijke sturing op duur, intensiteit en inhoud van hulp schuurt met de systematiek van de Jeugdwet. De Jeugdwet kent huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten een zelfstandige verwijzingsbevoegdheid toe. Deze verwijzers zijn op grond van hun professionele deskundigheid verantwoordelijk voor het beoordelen welke jeugdhulp noodzakelijk is voor een jeugdige. De wetgever heeft deze bevoegdheid bewust buiten de directe inhoudelijke invloedssfeer van gemeenten geplaatst. De huidige bepaling verplicht verwijzers zich te houden aan gemeentelijke kaders voor duur, intensiteit en kwaliteit van jeugdhulp zoals vastgelegd in de Dienstomschrijvingen Jeugdhulp Holland Rijnland. Hierdoor ontstaat het risico dat professionele medische en inhoudelijke afwegingen ondergeschikt raken aan gemeentelijke beleidskaders en inkoopafspraken.
Dat is problematisch, omdat de behoefte van een individuele jeugdige niet altijd aansluit bij vooraf vastgestelde arrangementen, standaardtrajecten of gemiddelde behandelduur. De noodzakelijke duur, intensiteit en aard van de ondersteuning dienen primair te worden bepaald door de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en het professionele oordeel van de verwijzer. Daarnaast kan deze bepaling de indruk wekken dat een verwijzer zich vooraf moet conformeren aan gemeentelijke beperkingen voordat een verwijzing wordt afgegeven. Daarmee ontstaat spanning met de onafhankelijke positie die de Jeugdwet aan huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten toekent. Ook vanuit juridisch perspectief is deze bepaling kwetsbaar. De Jeugdwet biedt gemeenten ruimte om afspraken te maken over inkoop, uitvoering en bekostiging van jeugdhulp, maar niet om de inhoudelijke professionele afweging van een onafhankelijke verwijzer te vervangen of te begrenzen. Recente jurisprudentie, waaronder ECLI:NL:RBOVE:2025:3382, bevestigt dat gemeenten terughoudend moeten zijn met inhoudelijke sturing nadat een bevoegde verwijzer heeft vastgesteld dat jeugdhulp noodzakelijk is. Bovendien kan de huidige bepaling leiden tot onduidelijkheid voor inwoners.
Ouders en jeugdigen mogen verwachten dat een verwijzing gebaseerd is op hun ondersteuningsbehoefte en niet op vooraf vastgestelde gemeentelijke kaders rondom duur of omvang van hulp. Wanneer gemeentelijke beleidskaders een rol gaan spelen in de verwijzing, wordt minder transparant welke afweging daadwerkelijk doorslaggevend is geweest. Het schrappen van dit lid: • versterkt de onafhankelijke positie van externe verwijzers • sluit beter aan bij de systematiek van de Jeugdwet • voorkomt spanning tussen professionele afwegingen en gemeentelijke beleidskaders • vergroot de rechtszekerheid voor inwoners • en vermindert het risico op juridische discussies over de bevoegdheidsverdeling tussen verwijzers en gemeente. Daarmee wordt beter geborgd dat de aard, duur en intensiteit van de hulp worden bepaald door wat de jeugdige nodig heeft, en niet door vooraf vastgestelde gemeentelijke kaders of regionale dienstomschrijvingen.
Charlotte Meiland HELDER Noordwijk