Motie leden Van Dokkum (PvdA) en Meiland (NZLokaal over evaluatie wijzigingsregels Bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening
Tekst van het document
Actuele motie Leden Van Dokkum (PvdA) en Meiland (NZLokaal) over evaluatie wijzigingsregels in het Bestemmingsplan Buitengebied Noordwijkerhout, 2e herziening De gemeenteraad van Noordwijk; in vergadering bijeen op 7 maart 2023; Constaterende: Dat de bestemmingswijzigingen in het hedenavond voorliggende Bestemmingsplan Noordwijkerhout Buitengebied, 2 e herziening grotendeels gebaseerd zijn op de algemene wijzigingsregels van art 39.4 van dat bestemmingsplan, in het bijzonder bij bedrijfsbeëindiging. Dat de bedoeling van de veelal complexe wijzigingsregels in het bestemmingsplan niet wordt toegelicht. Dat er bij de voorbereidende beraadslaging over de bestemmingswijzigingen van de 2 e herziening diverse overwegingen zijn genoemd die een evaluatie van de huidige wijzigingsregels rechtvaardigen, waaronder: • •
•
Het gegeven dat de ISG momenteel wordt geëvalueerd, mede vanwege ongemak over de verdere toename van GOM-woningen De achterliggende gedachte van de bedrijfsbeëindigingsregeling in het bestemmingsplan (het losknippen van bestaande bedrijfswoningen biedt een passende en noodzakelijke oplossing in een sector met sterke schaalvergroting) is inmiddels deels achterhaald, omdat startende kwekers, op zoek naar kleine, betaalbare bedrijven erdoor mogelijk benadeeld worden. Het ruimtelijk losknippen van bedrijfswoningen leidt er, ondanks de voorzieningen ten behoeve van de oorspronkelijke bestemming van de wet
•
•
•
plattelandswoningen, op termijn toe dat de bollensector zijn eigen weerstand van aanwonenden creëert. De legalisering van de bewoning van bedrijfswoningen door mensen zonder band met het bijbehorende bedrijf kan in beginsel ook langs andere weg worden opgelost, met beschikkingen om van de bestemming afwijkend gebruik (persoonsgebonden) langdurig te gedogen. De vaak aanzienlijke waardesprong die initiatiefnemers bij de omzetting naar burger- of plattelandswoning realiseren zou mogelijk deels in aanmerking kunnen komen voor afroming t.b.v. sanering van de streek, voor zover daar in de toekomst nog behoefte aan bestaat. Het is niet in alle gevallen duidelijk hoe saneringsverplichtingen dienen te worden beoordeeld.
Overwegende: Dat het niet wenselijk is met de voorliggende "veegoperatie" wél de bestemming van een groot aantal bedrijfswoningen te wijzigen, maar niet de achterliggende wijzigingsregels (in het bijzonder inzake bedrijfsbeëindiging) en de toepassing daarvan voor toekomstige gevallen kritisch onder de loep te nemen, met in achtneming van (onder meer) bovengenoemde overwegingen. Roept het college op: 1. De algemene wijzigingsregels (o.m. inzake bedrijfsbeëindigingsregeling) van art 39.4 uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied Noordwijkerhout, 2015’, in lijn met de nog te verwachten uitkomsten van de ISG-evaluatie, te evalueren en waar nodig, gezien de evaluatie-uitkomsten, te herzien (uitmondend in een nieuwe herziening van het bestemmingsplan). Bij deze evaluatie dient tevens de mogelijkheid om de wijzigingsregels transparanter te presenteren aan de orde te komen. 2. Tot de inwerkingtreding van de eventueel herziene algemene wijzigingsregels, zoals benoemd hiervoor, nieuwe omzettingsaanvragen naar burger- of plattelandswoning en besluitvorming daarop afzonderlijk aan de raad voor te leggen met een navolgbare onderbouwing.
Rommie van Dokkum
Karin Meiland
PvdA
NZLokaal
Toelichting: Met de voorliggend motie wordt gevraagd om de wijzigingsregels, die ten grondslag hebben gelegen aan de meeste bestemmingswijzigingen uit het “veegplan”, kritisch tegen het licht te houden voor toekomstige toepassing. Enerzijds om te bezien of de uitwerking van de wijzigingsregels in voldoende mate tot gewenste effecten leidt. Anderzijds om te bezien hoe ruimtelijke onderbouwingen van gewenste omzettingen beter aan de raad kunnen worden gepresenteerd.