CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Leerlingenvervoer - inwoner- AVG

Commissie Welzijn 6 oktober 2021, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Inventarisatie insprekers4.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

LEERLINGENVERVOER, EEN VLOEK OF EEN ZEGE?

Leerlingenvervoer kan duiden op verschillende vormen van vervoer van leerlingen, maar in de meeste gevallen betreft het : 

Het vervoer van scholieren van en naar school onder Art 4 Wet op het primair onderwijs of Art 4 Wet op het voortgezet onderwijs (te regelen door de gemeente) of Art 4 Wet op de expertisecentra (ook bekend als de Interimwet Speciaal onderwijs). Bijna alle desbetreffende leerlingen zijn kinderen met een handicap (ziekte en/of gedragsproblemen. Gemeentes stellen de regels voor het vervoer vast binnen de kaders van de wet; het ministerie van Onderwijs (OCW) is eindverantwoordelijk.

Het leerlingenvervoer werd in 1987 gedecentraliseerd. Iedere gemeente heeft sindsdien een eigen verantwoordelijkheid in het toewijzen van het leerlingenvervoer aan een leerling. Een afgegeven beschikking dient ieder schooljaar opnieuw te worden heroverwogen. De gemeente hanteert de volgende voorwaarden voor een aanvraag vervoersvoorziening:  

als het kind naar speciaal onderwijs moet. En de school verder dan 6 kilometer van het woonadres ligt of; als het kind zodanig gehandicapt is dat het niet zelf naar school kan reizen.

Zodra de gemeente de aanvraag vervoersvoorzieningleerlingenvervoer behandelt, maakt zij een afweging op basis van zwaarte:   

is het kind in staat om te profiteren van een VEP, Voor Elkaar Pas voor het openbaar vervoer? past een vastgestelde vergoeding aan de ouder indien deze het kind zelfstandig naar en van school vervoert? Is het kind aangewezen op (aangepast) vervoer met een taxibus?

Beleidsregels leerlingenvervoer 

a. Verordening leerlingenvervoer is de basis In de onderwijswetgeving is bepaald dat elke gemeente een regeling moeten hebben voor het leerlingenvervoer. Het leerlingenvervoer betreft het vervoer van en naar school van een kind. Gemeente Noordwijk heeft hiervoor de Verordening leerlingenvervoer gemeente Noordwijk 2019 vastgesteld (hierna: Verordening). Deze Verordening is de basis voor de toekenning van een vervoersvoorziening leerlingenvervoer.

b. Nadere uitwerking In voorliggende beleidsnotitie wordt nader uitgewerkt op welke wijze gemeente Noordwijk uitvoering geeft aan de Verordening. Met deze beleidsregels beschikt de gemeente over een instrument om op een -zo mogelijk- eenduidige wijze het vervoer voor leerlingen toe te kennen. De regels komen voort uit praktijksituaties en zijn in samenspraak met de gemeenten Katwijk, Hillegom, Lisse en Teylingen opgesteld. De beleidsregels van deze gemeenten zijn overigens niet helemaal gelijk. Dit komt doordat de vervoersovereenkomsten verschillen en ook de historie van het leerlingenvervoer in de betrokken gemeenten divers is.

c. Zelfstandigheid Bij de toekenning van een voorziening op grond van de Verordening wordt gekeken naar de specifieke mogelijkheden en onmogelijkheden van het kind en zijn ouders. Zelfstandigheid van het (kwetsbare) kind en het streven naar de meest optimale vorm van zelfstandigheid is het uitgangspunt. De kern van de Verordening leerlingenvervoer is dan ook gericht op reizen per openbaar vervoer of fiets, desnoods met (tijdelijke) begeleiding. In bepaalde gevallen is het kind blijvend aangewezen op een specifieke vorm van vervoer. In andere gevallen kan met behulp van een training en/of tijdelijke begeleiding het kind leren zelfstandig naar school te gaan. Dit maakt dat het toekennen van leerlingenvervoer maatwerk is, waarbij iedere aanvraag individueel wordt beoordeeld.

d. Adviesrol De gemeente heeft een actieve rol door het verstrekken van vervoersadviezen aan de ouders.

Het team leerlingenvervoer bij de gemeente toetst de aanvragen, regelt zo nodig het aangepast vervoer met de vervoerder van het leerlingenvervoer en communiceert met de ouders/verzorgers over de uitvoering van het vervoer. Beleidsregel 1, afstand bepalen tussen de woning en de school

Voor het bepalen van de afstand tussen het woonadres en het schooladres maakt het college gebruik van de website Google Maps, route met de auto of de fiets, optie kortste route. Het door deze routeplanner aantal uitgerekende kilometers is voor het college te allen tijde uitgangspunt bij de beoordeling van de aanvraag en voor de toekenning van bekostiging van leerlingenvervoer. Beleidsregel 2: tijdelijk verblijf in andere gemeente

Indien de leerling in een andere gemeente verblijft gedurende een kortere periode dan zes weken en zijn eigen school blijft bezoeken, dan zal de gemeente van herkomst het leerlingenvervoer voor de duur van maximaal zes weken (blijven) regelen en bekostigen op

basis van de eigen verordening. Dit doet zich bijvoorbeeld voor in geval van crisisopvang. Als het verblijf een langere periode in beslag neemt, wordt geen vergoeding meer verstrekt. Men dient dan een nieuwe aanvraag voor leerlingenvervoer in te dienen bij de “nieuwe” gemeente waar het kind gedurende die periode feitelijk woont. Deze regeling geldt niet als het een leerling betreft die vanwege een vakantie van de ouders/verzorgers tijdelijk elders verblijft. Als er sprake is van een co-ouderschap en de leerling op verschillende woonadressen in de gemeente verblijft, worden er aan het begin van het schooljaar afspraken gemaakt over het vervoer die gelden voor het hele schooljaar. De dichtstbijzijnde toegankelijke school Artikel 3, Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school In de Verordening is expliciet bepaald dat leerlingenvervoer alleen geldt voor vervoer van het woonadres van de leerling naar de school in de zin van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het Voortgezet onderwijs die de leerling bezoekt. Beleidsregel 3, onderwijs op of nabij een zorginstelling

Volgt een kind ook onderwijs op of nabij een zorginstelling, medisch kinderdagverblijf of dergelijke, dan kan het zijn dat de ouders een (gedeeltelijke) tegemoetkoming bij de gemeente kunnen krijgen. Het moet dan gaan om onderwijs in de zin van onderwijswetgeving, dus moet de instelling die het onderwijs verzorgt een “school” zijn. Hierbij geldt dat, op grond van de Verordening leerlingenvervoer, de gemeente vervoert in aansluiting op het begin en einde van de schooldag, volgens het schoolplan. Krijgen kinderen voor, tijdens of na schooltijd zorg/behandelingen, dan zijn toch de schooltijden leidend voor het leerlingenververvoer. Beleidsregel 4, taalproblematiek

Primair onderwijs Als blijkt dat de dichtstbijzijnde school voor primair onderwijs niet toegankelijk is door taalproblematiek, kan de locatie van een internationale schakelklas voor basisonderwijs als de dichtstbijzijnde toegankelijke school worden aangemerkt. De criteria voor het toekennen van een vervoersvoorziening zijn hetzelfde als voor het basisonderwijs, met dien verstande dat: 

- een dergelijke beschikking voor een beperkte periode wordt afgegeven. Zodra de leerlingen voldoende taalvaardig zijn, kunnen zij een reguliere basisschool bezoeken en is vervoer c.q. bekostiging van vervoer niet meer aan de orde. - in afwijking van de Verordening artikel 10, lid 1, de afstand van de woning naar de schakelklas meer dan drie kilometer bedraagt.

Voortgezet onderwijs Als het gaat om een schakelklas in het voortgezet onderwijs, dan komt men alleen in aanmerking voor bekostiging van een vervoersvoorziening als de leerling vanwege een

lichamelijke, verstandelijk, zintuigelijke of psychische handicap niet zelfstandig naar school toe kan reizen. Beleidsregel 5, stage

Wanneer stage een onderdeel uitmaakt van het onderwijsprogramma, dan bestaat aanspraak op leerlingenvervoer naar het stageadres. De toekenningscriteria zijn daarbij gelijk aan die van het onderwijs. Het stagevervoer vindt in principe plaats in aansluiting op het begin en einde van de schooldag, zoals aangegeven in de schoolgids. Daarnaast dient het stageadres op de route van het bestaande leerlingenvervoer te liggen, ten einde de bekostiging van deze specifieke ritten beperkt te houden. Beleidsregel 6, buitenschoolse opvang

Vervoer van buitenschoolse opvang naar school en van school naar buitenschoolse opvang wordt alleen verzorgd als:   

- het gaat om vervoer van of naar één vast adres; - dit adres in de plaats komt van het woonadres; - hier voor de gemeente geen extra kosten mee gemoeid zijn.

Beleidsregel 7, hoogbegaafde leerlingen

Aanvragen voor leerlingenvervoer die betrekking hebben op het bezoek aan een (deeltijd)klas voor hoogbegaafde leerlingen worden niet gehonoreerd. Dit is conform de daarvoor geldende jurisprudentie. Tot nog toe oordeelde de rechter in deze zaken dat niet voldoende is aangetoond dat hoogbegaafde leerlingen geen onderwijs op maat kunnen krijgen op een dichter bijgelegen school.

Aanvraagprocedure Artikel 5, lid 2 Aanvraagprocedure, aanvullende gegevens en lid 3 behandeltermijn Beleidsregel 8, gehandicapte leerling

In de verordening is bepaald dat gehandicapte leerlingen, die op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, op een passende wijze dienen te worden vervoerd. De noodzaak voor begeleiding en/of aangepast vervoer dient in die gevallen aangetoond te worden door middel van een nader (medisch) advies. Indien dit aangeleverde advies geen duidelijkheid schept over de noodzaak tot een vervoersvoorziening leerlingenvervoer, kan de gemeente een onafhankelijke instantie (bijvoorbeeld de GGD HM) om dit advies vragen. Dit laatste advies inzake de medische en/of sociale situatie is leidend bij de toekenning van een vervoersvoorziening. Bij dit advies draait het om de volgende kernvragen: 

- Is het kind in staat zelfstandig te reizen?

 

- Is het kind in staat te reizen met het openbaar vervoer of per fiets onder begeleiding? (ongeacht of de ouders in staat zijn om te begeleiden) - Is er sprake van een structurele handicap?

Indien de gemeente overgaat tot het inwinnen van dergelijk advies wordt de aanvrager geacht hier volledige medewerking aan te verlenen; de gemeente zal de betreffende advieskosten betalen. Pas als dit aanvullende advies is ontvangen, is de aanvraag compleet en gaat de behandeltermijn van acht weken in. De handicap dient ook van langdurige aard te zijn. Een tijdelijke handicap tot drie maanden geeft geen recht op leerlingenvervoer. Beleidsregel 9, eigen bijdrage/ drempelbedrag

Om te kunnen bepalen of het drempelbedrag als bedoeld in artikel 14 van de verordening moet worden geheven, is het noodzakelijk dat door de aanvrager bij de aanvraag inkomensgegevens worden overlegd. Indien deze gegevens ontbreken of niet (volledig) kunnen worden beoordeeld, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om binnen 2 weken alsnog deze gegevens aan te leveren. Als na afloop van deze termijn de gegevens nog niet ontvangen zijn, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen (Awb art. 4:15) De eigen bijdrage/ drempelbedrag wordt alleen toegepast in het geval er gekozen wordt voor een verder gelegen school in verband met de schooldenominatie en er een voorziening in het aangepast vervoer wordt toegekend. Vervoersvoorzieningen voor leerlingen in het speciaal basisonderwijs (SBO) worden op gelijke wijze verstrekt, als voor leerlingen in het speciaal onderwijs (SO).

Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer Artikel 12, Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer (PO) Artikel 18, Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer (VO) Beleidsregel 10: reistijd/wachttijd

Het vervoer vindt plaats in aansluiting op het begin en einde van de schooldag, zoals aangegeven in de schoolgids. Uitsluitend als een leerplichtige leerling ten gevolge van een structurele handicap of ziekte slechts een deel van het onderwijsprogramma kan volgen, kan in voorkomend geval wel tijdens de schooltijd vervoerd worden. Als er sprake is van kortere schooltijden in verband met een ‘wenperiode’ (bijvoorbeeld vanwege de jonge leeftijd van het kind) zijn de ouders zelf verantwoordelijk voor het vervoer buiten de schooltijden. Uitgangspunt is het streven naar een zo kort mogelijke reistijd en wachttijd. De gemeente heeft echter ook rekening te houden met een efficiënte uitvoering van het leerlingenvervoer door bijvoorbeeld het combineren van vervoer. De aflever- en ophaaltijd aan school moet

liggen binnen een marge van 15 minuten voor de aanvangstijd respectievelijk na de eindtijd van de school. Afwijkingen hierop zijn alleen toegestaan in overleg met en na goedkeuring van de gemeente. De individuele verblijfstijd per kind in het voertuig mag niet meer bedragen dan 60 minuten bij een rit binnen gemeente Noordwijk. De individuele verblijfstijd per kind in het voertuig mag niet meer bedragen dan 90 minuten bij een rit buiten gemeente Noordwijk, de woonplaats van de leerling. Afwijking van die maximale reistijd is alleen mogelijk indien het door de afstand en het dagelijks verkeer niet mogelijk is binnen de maximale tijdsduur te blijven. Combinatie van leerlingen mag niet leiden tot overschrijding van deze individuele reistijdcriteria. Het ophalen of wegbrengen van leerlingen op en naar adressen waarvoor de gemeente geen uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven is niet toegestaan. Beleidsregel 11: overlast in het vervoer

Ouders zijn te allen tijde verantwoordelijk voor het gedrag van hun kind in de (taxi)bus. Zij moeten hun kinderen instrueren zich zo te gedragen, dat tijdens het vervoer geen ongeregeldheden ontstaan. Bij aanvang van het vervoer ontvangen de ouders een handboekje van de vervoerder, waarin staat wat er van de leerling die vervoerd wordt, wordt verwacht. Protocol in geval van overlast.    

- In geval er sprake is van overlast maken ouders/verzorgers hun klacht kenbaar bij de vervoerder en proberen in overleg met de vervoerder tot een oplossing te komen. - Ook de vervoerder kan een klacht hebben over het gedrag van een leerling en naar aanleiding daarvan in contact treden met de ouders/verzorgers. - Wanneer het overleg met de vervoerder niet tot een oplossing leidt, zal de gemeente in contact treden met beide partijen om het probleem helder te krijgen. - De ouders/verzorgers van de leerling die overlast veroorzaakt, worden uitgenodigd voor een gesprek. De uitkomsten van dit gesprek worden vastgelegd in een brief, daarin wordt tevens een vervolgstap vermeld. - Als ouders/verzorgers hun kind niet kunnen corrigeren in hun gedrag tijdens het vervoer, kan een oplossing zijn dat één van hen als begeleider mee reist in het vervoer. De gemeente stelt dan een zitplaats ter beschikking tijdens het vervoer van de leerling. Voor de terugreis van de begeleider, dient deze zelf zorg te dragen. ’s Middags na schooltijd geldt hetzelfde in omgekeerde volgorde.

- Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzeggen indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van bus en inzittenden in gevaar brengt. Als het zover komt, zal de gemeente hiervan mondeling of telefonisch mededeling doen, deze beslissing wordt schriftelijk bevestigd.

Beleidsregel 12: begeleiding / aangepast vervoer

Indien het begeleiden van een leerling (die naar het oordeel van het college is aangewezen op openbaar vervoer of fiets onder begeleiding) door de ouders of anderen onmogelijk is, dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zou leiden en een andere oplossing onmogelijk is, verstrekt het college aan de ouders van de leerling bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer. Om te kunnen beoordelen of begeleiding onmogelijk is of dat een gezin ernstig wordt benadeeld als het moet zorgen voor de begeleiding van een kind naar (speciale scholen voor) basisonderwijs of het speciaal onderwijs, zijn de onderstaande criteria opgesteld. 

1. De reistijd per openbaar vervoer gaat voor de begeleider een maximale reisduur te boven. Er wordt uitgegaan van de mogelijkheid dat het kind overblijft en de begeleider na het wegbrengen ook weer terug naar huis moet, en 's middags naar de school moet reizen om het kind weer op te halen. Indien de reistijd voor de begeleider langer is dan de maximale reisduur en er is geen aantoonbare andere mogelijkheid om vervoer te combineren met kinderen uit de buurt, dan kan het kind in aanmerking komen voor aangepast vervoer. De reisduur wordt bepaald met behulp van Google Maps. Wanneer de leerling tussen de middag naar huis gaat, telt deze reistijd niet mee bij de berekening van de reistijd per dag. o • De reisduur inzake de begeleiding van een kind naar school wordt gesteld op maximaal anderhalf uur per dag. Dit betekent dus een reisduur van maximaal 22 minuten volgens Google Maps OV reisinformatie per enkele reisafstand. 2. Als een ouder een ander kind/andere kinderen in het gezin tegelijkertijd naar een andere school moet brengen en aannemelijk maakt dat hij/zij hierdoor niet in staat is de leerling naar school te begeleiden, kan de leerling in aanmerking komen voor aangepast vervoer. Er moet dan wel sprake zijn van een eenoudergezin en door de ouder moet aannemelijk worden gemaakt dat een andere oplossing (bijvoorbeeld het inschakelen van buren of familie) niet mogelijk is.

3. Als er sprake is van een eenoudergezin en deze ouder aangeeft op medische gronden de leerling niet te kunnen begeleiden, dient dit altijd vergezeld te gaan van een (goed onderbouwde) medische verklaring. Onder een eenoudergezin wordt verstaan: een huishouden bestaande uit één volwassene met een of meer thuiswonende kinderen. Huishoudens van (on)gehuwde paren met kind(eren) worden gerekend tot de gezinnen met twee ouders. 4. Als de leerling in een woonvoorziening/instelling woont en aannemelijk is gemaakt dat begeleiders en ouders niet in staat zijn de leerling naar school te begeleiden.

Het hebben van (betaalde) werkzaamheden van één of beide ouder(s) is geen reden om tot bekostiging van aangepast vervoer over te gaan. Ter onderbouwing bij de hierboven vermelde punten 2, 3 en 4 wordt de ouders/verzorgers gevraagd dit aannemelijk te maken door het indienen van een verklaring waaruit blijkt wat de ouders/verzorgers hebben ondernomen om de begeleiding van hun kind te organiseren en waarom dit niet lukt. De intern begeleider op school, het jeugd- en gezinsteam of een andere specialist kan hierbij ondersteuning bieden.

Ook wordt gekeken naar begeleidingsmogelijkheden van mensen uit het sociale netwerk van de ouders. Voor immigranten kan gelden dat zij hun netwerk nog moeten opbouwen, waardoor zij geen mensen kennen die hen kunnen helpen met het naar school begeleiden van hun kind. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer Artikel 13, Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer (PO) Artikel 19, Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer (VO) Artikel 14, Drempelbedrag Artikel 15, Financiële draagkracht Beleidsregel 13: de hoogte van de vergoeding voor vervoer

Het college verstrekt een vergoeding aan de ouders/verzorgers van een leerling die aanspraak maken op een vervoervoorziening leerlingenvervoer en gebruik maken van openbaar vervoer of vervoer per fiets, auto of brommer. Openbaar vervoer Reist de leerling (al dan niet onder begeleiding) met de trein, dan kunnen de ouders een jaarabonnement afsluiten voor het te reizen traject. De gemeente vergoedt ook het abonnement voor de eventuele begeleider. Uitgangspunt is de goedkoopst mogelijke wijze van vervoer. Op dit moment is de “Voor Elkaar Pas” (VEP) van Arriva beschikbaar. Dit is de goedkoopste optie voor busvervoer. Bij toekenning van een VEP wordt de eigen bijdrage niet in rekening gebracht. Eigen vervoer Brengt een ouder een leerling met de auto naar school of gaat hij/zij (al dan niet onder begeleiding) met de fiets of brommer, dan berekent de gemeente op grond van de reisafstand van huis naar school op welke vergoeding een ouder recht heeft. De hoogte van deze vergoedingen worden afgeleid van de Reisregeling binnenland. Afwijken van bepalingen Artikel 23, Afwijken van bepalingen Beleidsregel 14: hardheidsclausule

De Verordening leerlingenvervoer gemeente Noordwijk 2019 kent een hardheidsclausule. In deze hardheidsclausule is bepaald dat het college in bijzondere gevallen voor het vervoer naar en van school ten gunste van de ouders kan afwijken van bepalingen in de verordening. Toepassing van de hardheidsclausule is bedoeld voor echt uitzonderlijke situaties, omdat het overgrote deel van de voorkomende situaties in de verordening is geregeld. Er kan alleen

sprake zijn van een bijzondere omstandigheid als die omstandigheid het gezin onderscheidt van andere gezinnen. Ook voor de kwetsbare leerlingen, die in een woonvoorziening/instelling wonen kan in bijzondere omstandigheden de hardheidsclausule van toepassing zijn. van het vervoer en verstrekt alleen vervoersvoorziening als er geen andere passende oplossing voor handen is. Slotbepalingen

Intrekking oude regelingen De “Beleidsregels leerlingenvoer gemeente Noordwijk 2019” worden ingetrokken per 1 november 2019. Inwerkingtreding en citeertitel  

1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 november 2019. 2. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als: Herziene beleidsregels leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer gemeente Noordwijk 2019.

VNG, Vereniging Nederlandse Gemeenten, heeft een handreiking opgesteld. Deze heeft geen wettelijke grondslag, maar is voortgekomen uit de ontwikkelingen die in het sociaal domein en specifiek in het passend onderwijs spelen. Vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap worden maatregelen geformuleerd om zorg en onderwijs beter met elkaar verbonden te krijgen. Regelgeving dient in de nabije toekomst aangepast te worden en er dient een wettelijke basis te worden overwogen zodat de Jeugdwet en de Wet op Passend Onderwijs beter op elkaar aan zullen sluiten. De vraag is of een vervoersvraag onder de Jeugdwet valt of dat het leerlingenvervoer voorliggend is? Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeenten en samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs? Welke strategische beleidskeuzes maken zij? Ik voeg hierbij de link naar de handreiking en stappenplan ‘Verrassend Passend Leerlingenvervoer’ toe: https://vng.nl/sites/default/files/2021-05/handreiking-verrassend-passendleerlingenvervoer.pdf Het kennisplatform Verkeer en Vervoer heeft een handboek geschreven om gemeenten te ondersteunen in het vormgeven van kwalitatief en veilig leerlingenvervoer.

De gemeente gaat over de uitvoering van de regeling leerlingenvervoer, die het mogelijk maakt dat leerlingen een voor hen toegankelijke school kunnen bereiken door het aanbieden van aangepast vervoer of een financiële vergoeding. Vaak betreft dit vervoer per taxi – en daar ligt ook het accent in dit handboek – voor een speciale doelgroep. Dat vervoer dient goed geregeld te zijn. Zo moeten leerlingen op tijd gehaald en gebracht worden, moet de chauffeur kundig en vriendelijk zijn en moet het vervoer voldoen aan alle wettelijke eisen. Voor de leerling zijn een vaste chauffeur en regelmaat de belangrijkste kwaliteitsaspecten van goed leerlingenvervoer. Hoe voorkomt de gemeente dat leerlingen kwaliteitsproblemen ervaren? En hoe kan de kwaliteit van het leerlingenvervoer voor alle partijen verbeteren? U leest het in het handboek: https://www.sociaalweb.nl/cms/files/2015-09/handboek_leerlingenvervoer_2013.pdf U vindt ook allerlei nuttige informatie op de bijbehorende site www.naarbetercontractvervoer.nl

Tenslotte vindt u hierna:  

een voorbeeld van een beschikking leerlingenvervoer, afgegeven door de gemeente Noordwijk, verbonden aan schooljaar 2021-2022. het uitgegeven handboekje van de vervoersorganisatie met de volgende kanttekeningen:

pagina 2: 'Met dit handboekje brengen we alle leerlingen, ouders/verzorgers, scholen en chauffeurs op de hoogte van de spelregels en voorwaarden van het vervoer'. Dit boekje wordt zeker noch aan de school noch aan de chauffeur en noch aan de gemeente overhandigd? Verschillende chauffeurs zijn niet of onvoldoende geïnformeerd over de spelregels en dit geeft zeer veel ruimte voor ruime interpretatie van de spelregels, waarbij Noot zelf de meeste creativiteit lijkt te bezitten. pagina 3: Ouders weten niet hoe het vervoer is vastgelegd met de gemeente. Ze kunnen slechts aannemen dat het vervoersbedrijf het afgesproken contract volgt. Noot pretendeert dat ze ouders en school informeren bij calamiteiten. Zij heeft echter totaal geen overzicht en heeft het afgelopen jaar laten zien dat ze niet in staat is om hand in eigen boezem te steken. Zo heeft zij zelf pas na 2 dagen contact gezocht met ouders ivm een positieve coronabesmetting. Ze wist ook niet welke kinderen met elkaar in de taxi hadden gezeten, terwijl zij belast is met de planning. Noot probeert structureel de 'oplossing' in de schoot van de ouders te duwen en heeft altijd een excuus waarom zij te laat is, geen duidelijkheid geeft over vervanging, een rammelende planning hanteert met onhaalbare routes in onmogelijke tijdspaden, vaak leerlingen te laat bij school afzet enzovoorts.

Noot neemt GEEN contact op met ouders als een kind achterblijft op de afgesproken plek. In verschillende gevallen heeft de chauffeur het kind aangemeld als aanwezig om zijn systeem opgestart te krijgen, waardoor er pas na een half uur of langer duidelijk wordt dat het kind niet in de taxi zit. Dit wordt dan door de ouder en/of de school opgemerkt. Noot neemt hierin onvoldoende verantwoordelijkheid. pagina 4: maximaal 3 minuten wacht op uw kind. Bijzonder dat kwetsbare kinderen met vaak motorische ontwikkelingsproblemen, overzichtsproblemen of een matige emotieregulatie bij stress worden geacht om zich binnen maximaal 3 minuten te melden bij de chauffeur. In de ochtenden kun je hier de ouder/verzorger op aanspreken, maar in ons geval moeten de kinderen het zelf regelen en zijn volledig afhankelijk van de schoolbel, drukte op de gang, de plaats van de taxi en de hoeveelheid prikkels die reeds in hun systeem werden opgenomen. Noot hanteert zelf een dermate strakke planning dat de geboden maximale 3 minuten voor het instappen niet zijn ingecalculeerd in haar planning en de route makkelijk uitloopt met het gevolg dat leerlingen te laat komen of dat chauffeurs harden moeten rijden dan toegestaan. Dit is echt een vorm van voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten en de leerlingen tekort doen.

De planning lijkt weinig zicht te hebben op de feitelijke duur van routes of gebruikt een routeplanner die wij als ouders niet kunnen vinden. Zij scheelt namelijk vaak in meerdere minuten ten opzichte van de realiteit. De kinderen hebben dan feitelijk min 3 minuten om in te stappen, want de chauffeur start te laat met rijden. Ouders kennen de wettelijke voorschriften niet en kunnen dus ook niet toetsen of Noot zich hieraan houdt. 'De kinderen maximaal 10 minuten voor aanvang van de school afzet, tenzij andere afspraken zijn gemaakt', deze is helemaal mooi. De planning richt zich niet eens op een aankomsttijd die de kinderen in de gelegenheid stelt om het pand te betreden, jas op te hangen en het

lokaal op te zoeken. Als je ze niet als planning onder druk zet, komen de kinderen om 08.30 uur aan. Noot heeft het zelfs nodig om hen te overtuigen dat 08.30 uur aankomsttijd te laat is als je als leerling om 08.30 uur moet starten met je les. Dat zegt genoeg. pagina 6: 'u zorgt voor opvang wanneer hij/zij wordt afgezet', misschien ook handig op te noemen hoe je als ouder kunt regelen als je kind zelfstandig het huis mag binnengaan. Dus zonder een warme overdracht chauffeur-ouder. Wel wat discutabel als je zonder problemen kinderen in Haarlem Noord ‘achterlaat’, omdat je planning te strak staat of het kind bent vergeten, maar dergelijke opmerkingen naar de ouders van dezelfde kinderen maakt over wel/niet zelfstandig de woning betreden. pagina 7: In het geval van Daaf Geluk geeft de school geen informatie aan de vervoerder door over schooltijden, studiedagen, vakantieperioden en eventuele afwijkingen hierop. De Daaf Geluk heeft geen (herkenbare) taxistandplaats en er is geen verkeers coördinator. De ouders vliegen hierin solo. Dit maakt het voor de ouders extra stressvol om de planning steeds te informeren en te toetsen op een juiste aangepast rooster. pagina 8: Het is inderdaad belangrijk dat de chauffeur op de hoogte is van de bijzonderheden in de gezondheid van de leerlingen. Deze informatie wordt echter nergens uitgewisseld en is zeer gevoelig binnen de AVG.

Ook zijn de meeste chauffeurs niet in staat om de informatie te gebruiken in hun aansluiting op de kinderen. Ze worden niet gescreend op dit onderdeel en kunnen vaak vooral praktisch vervoeren. Noot investeert niet in het scholen van zijn personeel op dit onderdeel. Zij kan daarom noch de matching chauffeur-leerling niet goed uitvoeren noch die van leerling-leerling. Het draait bij Noot vooral om de fte's, het dichtkrijgen van de planning. Hierbij staat de veiligheid en de kwaliteit allerminst voorop. pagina 9: incidentele wijzigingen waarbij het kind niet mee zal rijden kunnen makkelijk gerealiseerd worden. Een incidentele wijziging waarbij er sprake is van bv uitval niet. In veel gevallen is het een gedoe om het kind in de taxi te krijgen die op het juiste moment met andere leerlingen op dezelfde route rijdt.  

spelregelkaart leerlingenvervoer checklist kennismaking met de volgende kanttekeningen:

Op de checklist worden belangrijke zaken gevraagd. Omdat de kennismaking in zeer veel gevallen uitblijft, komen deze belangrijke gegevens dus niet in het systeem van de vervoerder. De chauffeur kan hierin niet anticiperen op bijzonderheden. Bijzonderheden kunnen worden weergegeven in de boordcomputer van een chauffeur, bv als het kind wagenziek is of de nabijheid van een chauffeur nodig heeft. Er vinden geen overdrachten plaats als een chauffeur van route moet wisselen. En er vinden veel wisselingen plaats. Sterker nog er is geen enkele afstemming mogelijk onder de chauffeurs. Deze mogelijkheid wordt niet geboden vanuit de vervoerder. Het kan daarom zijn dat een risicovol gedrag van een kind zonder waarschuwing bij een andere chauffeur volledig onbekend is. Het is van belang dat hier verandering in komt. Het is alsof een kind overgaat naar een volgende klas, maar je krijgt geen enkele informatie. Je moet echter wel direct aan de bak en hebt de verantwoordelijkheid over meerdere kinderen tegelijk. Chauffeurs beschikken in principe niet over de contactgegevens van de ouders/begeleiders. Zij zijn echter wel diegene die het eerst en het snelst moeten schakelen in de begeleiding van de kinderen. Er is vast binnen de AVG wel een clausule die hierin voorziet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=dcc945c5-e5a0-4e25-8cf3-39f5aa66c0ec