Inspreker 3 inspreektekst
Tekst van het document
Inspraak commissievergadering Noordwijk d.d. 10 februari 2026.
Goedenavond voorzitter, commissieleden en aanwezigen.
Vanavond spreek ik weer tot u; nu vanwege de beantwoording van onze zienswijze op de omgevingsvisie 1.2 door het College. En vanavond staat de behandeling van, ik zeg daarbij nadrukkelijk, UW omgevingsvisie 1.2, op de agenda. Zoals u heeft kunnen lezen in de beantwoording, zijn alle door ons ingediende argumenten in onze zienswijze van tafel geveegd en herhaalt het College het beleid rond de nota ‘Niet meer doelmatig te gebruiken bollengrond’. Daarvan hebben wij al meerdere malen gezegd dat dit geen oplossing is voor de bestaande situaties. In de beantwoording op onze zienswijze staat o.a.; Om biodiversiteit te stimuleren is het belangrijk dat er gebieden worden aangewezen die een ecologische connectie vormen met bestaande groengebieden en tegelijkertijd genoeg dichtheid van planten en soorten bieden om een significante bijdrage te leveren aan het ecosysteem. Binnen deze gebieden is het mogelijk om delen aan te wijzen voor bijvoorbeeld moestuinen en recreatie. Desondanks kunnen moes- en volkstuinen niet de enige invulling zijn van een ecologische zone. Deze alinea is op basis van de motie van CDA en PVDI die in de vorige raadsvergadering is aangenomen. Wij hebben toen uitdrukkelijk gezegd dat dit niet als uitruil voor bestaande situaties mag zijn.
Dit is ook door de indieners bevestigd! Letterlijk heb ik toen gezegd; Deze motie moet los gezien worden van de bestaande moestuintjes en dierenweitjes; Het mag niet zo zijn dat deze motie een vrijbrief is om de moestuinders en dierenhouders verplicht te verplaatsen naar de ecologische zones! In ‘De Noordwijker’ van 13 januari jl. staat een artikel over de zienswijze die de gemeente Noordwijk bij de provincie heeft ingediend. Ik citeer; “Daarnaast moet bollengrond die niet meer doelmatig te gebruiken is, een andere functie kunnen krijgen, zoals een moestuintje of een paardenweitje.” Dit lijkt genereus, maar na inzien van de Raadsbrief herziening provinciaal omgevingsbeleid, blijkt dat dit een uitvloeisel is van de nota’ niet meer doelmatig te gebruiken bollengrond’. Het College heeft niets met onze argumenten gedaan. U als raadsleden bent onze vertegenwoordigers, en verantwoordelijk voor het beleid, daarom vragen wij u dringend om dit gezamenlijk op te lossen. Een aantal van u heeft niet voor niets op de strobalen gestaan tijdens onze demonstratie en daar beloftes uitgesproken.
Zoals al zo vaak door ons bepleit, benoemen we het hierbij toch nog een keer; Zorg aub dat het kleinschalig alternatief hobbymatig agrarisch gebruik van bollengrond in de vorm van moestuinen, paarden- en dierenweitjes, voedsel- en hakhoutbosjes etc. in de omgevingsvisie opgenomen wordt. Dit ter bevordering van biodiversiteit, recreatie, welzijn, gemeenschapszin en een divers landschap. En zorg gelijktijdig voor een moratorium op de handhaving, totdat de nieuwe kaders op basis van de omgevingsvisie zijn vastgesteld Door dit specifieke gebruik in de nieuwe omgevingsvisie en wellicht in het PLGDG op te nemen, biedt het een mogelijkheid om voor de bestaande situaties een oplossing te vinden. Die oplossing hebben wij u ook al meermaals benoemd: in het kort, legalisering met behoud van de functietoedeling bollengrond maar met aanvulling van een 2e functie. De honderden gedupeerden die wij vertegenwoordigen zullen u dankbaar zijn.
Ik dank u voor uw aandacht.