H. 6 Bijlage toelichting Milieuhygiënisch vooronderzoek (actualisatie)
Tekst van het document
Bronsgeest Noordwijk Milieuhygiënisch vooronderzoek
Kenmerk Datum
: 2009P102/SWI/rap1 : 19-03-2021
Opdrachtgever : Gemeente Noordwijk Dhr. D. van Leeuwen Postbus 298 2200 AG Noordwijk
Goedkeuring
Functie
Datum
Mevrouw S. Wielemaker (Adviseur milieu)
Opsteller, auteur
19 maart 2021
De heer C. Brouwer (Teamleider)
2e lezerschap en vrijgave
19 maart 2021
Handtekening
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ..................................................................................................................................... 3
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ..................................................................................... 5 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK............................................................................................. 5
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED ...................................................................................... 6
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ..................................................... 7
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST ............................................................................................... 9
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................................................... 10
2.6
BEINVLOEDING ...................................................................................................................... 12
2.7
BODEMVERONTREINIGING ................................................................................................... 13
2.8
TERREINVERKENNING .......................................................................................................... 15
2.9
BEOORDELING ....................................................................................................................... 16
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ............................................................................... 17 2.11 AANBEVELINGEN................................................................................................................... 18 3.
BETROUWBAARHEID................................................................................................................. 19
Bijlagen 1 1.1 1.2
kaarten en tekeningen topografische kaart situatietekening
2 2.1 2.2 2.3
informatie vooronderzoek oud kaartmateriaal overzicht voormalige sloten en paden rapport 2018, kenmerk: 1808L746/BNO/rap1, d.d. 29-11-2018
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 2 van 19
1.
INLEIDING
In opdracht van Gemeente Noordwijk is een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Bronsgeest en is gelegen ten noordwesten van de Van Berckelweg te Noordwijk.
Afbeelding 1: Onderzoekslocatie
Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot het uitvoeren van het milieuhygiënisch vooronderzoek is de voorgenomen realisatie van een woonwijk. In 2018 is door IDDS een vooronderzoek voor deze locatie uitgevoerd. De Omgevingsdienst West-Holland heeft echter de wens uitgesproken om nog aanvullende informatie te verkrijgen over de voormalig aanwezige sloten en mogelijke puinpaden. Hier zal in dit actualiserend vooronderzoek extra aandacht aan worden besteed. Met deze aanvullende informatie zal worden bepaald of eveneens aanvullende veldwerkzaamheden en analyses benodigd zijn om een volledig beeld te verkrijgen van de bodemkwaliteit van de locatie. Het doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd.
De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodem-bedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 3 van 19
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoeksaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 3 is de betrouwbaarheid van het onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 4 van 19
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 5 van 19
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
Adres
Van Berckelweg, ten noordoosten van Bronsgeesterweg, ten noordwesten van
Plaats
Noordwijk
Gemeente
Noordwijk
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving
globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
91683
Y
472608
Hoogte maaiveld
Z
Circa 0,5 m NAP
Kadastraal
Gemeente
Noordwijk
Gemeentecode
NWK02
Secties
M
Nummers
841, 4007, 843, 844, 846 (gedeeltelijk), 3289, 2763 (gedeeltelijk), 3611, 3159, 3160, 3161, 3162
Totaal
9,1 hectare
Bebouwd
0 m2
Oppervlaktes (m²)
Verharding
0 m2
Belendingen
Alle richtingen
Ten noordoosten ligt een sportcomplex. Ten westen staan enkele huizen aan de Gooweg. Ten zuiden loopt de Van Berckelweg met ten zuiden daarvan een woonwijk. Ten oosten loopt de Nieuwe Vaart.
Afbakening VO
25 meter buiten kadastrale grenzen
#1
#2
#3 / #4
#2
#1
-
Conclusie Afbakening voldoende #1: OpenTopo / PDOK-viewer / Google Maps #2: IDDS Projectenkaart #3: AHN Viewer / Perceelloep
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 6 van 19
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik
Bronnen Het gebied heeft, gezien vanaf 1850 tot heden, een agrarisch gebruik gekend. Op oude kaarten is waar te nemen dat de terreinindeling / verkaveling in de loop der tijd veranderd (zie bijlage 2). Op een foto uit 1943 is te zien dat tussen de kavels diverse sloten liepen. Tussen 1950 en 1984 is hier een groot deel van gedempt. Onbekend is met welk materiaal deze sloten zijn gedempt. Op basis van de boorstaten van het verkennend bodemonderzoek welke IDDS in 2018 op de locatie heeft uitgevoerd wordt vermoed dat dit waarschijnlijk met gebiedseigen grond is gebeurd. Dit valt echter niet volledig uit te sluiten.
#1 / #2 /
#3
Afbeelding 2: Onderzoekslocatie in 1943 (bron: DotKa Originals) Er waren in het gebied diverse paden aanwezig. Waarschijnlijk waren de meeste paden onverhard. Op basis van de beschikbare informatie valt niet uit te sluiten of enkele van deze paden waren voorzien van een halfverharding. Op basis van kaartmateriaal (zie bijlage 2) is wel te zien dat een tweetal van deze paden heden ten dage nog bestaan. Tijdens de terreinverkenning in 2009 zijn hier puinpaden aangetroffen. Uit de terreinverkenning in 2018 is echter gebleken dat hier geen puinpaden meer aanwezig waren, maar zandpaden. Mogelijk zijn de puinpaden in de loop van de tijd vervangen door een zandpad. Langs de Van Berkelweg (percelen 3159, 3160 en 3162) zijn in de jaren ’70-’90 enkele kassen aanwezig geweest. Verder is geen noemenswaardige bebouwing aanwezig geweest. In de loop der tijd hebben verspreid over het gebied enkele kleine gebouwen (schuurtjes) gestaan. Gezien de toplaag vanwege het agrarisch Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 7 van 19
gebruik wordt bewerkt (gefreesd) wordt niet verwacht dat iets van de voormalige paden, bebouwing etcetera terug te vinden is. Potentiële bronnen
De slootdempingen. Onbekend is met welk materiaal deze zijn gedempt. Bij de teelt gewassen kunnen in het verleden organochloorbestrijdingsmiddelen zijn toegepast. Daarnaast kan in het verleden bij de teelt van bloembollen een kwikhoudend bloembollenontsmettingsmiddel zijn gebruikt.
Huidig gebruik
De locatie kent momenteel een agrarisch gebruik. Op een deel van het gebied is sprake van bloembollenteelt.
Potentiële bronnen
In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Toekomstig gebruik
Woonwijk
#4
#5
Conclusie De potentiële bronnen van bodemverontreiniging betreffen de slootdempingen en het gebruik van organochloorbestrijdingsmiddelen en kwikhoudend bloemenontstmettingsmiddel bij de bloembollenkwekerij (OCB’s). Kritische parameters: OCB’s, zware metalen en PAK. #1: KadViewer / OpenTopo / PDOK-viewer / Atlas Leefomgeving #2: Topo Tijdreis / Informatie bouwarchief gemeente Noordwijk #3: Verkennend bodemonderzoek; IDDS, kenmerk: 1808L746/BNO/rap1, d.d. 29-11-2018 #4: Google Earth / terreinverkenning 24-02-2021 #5: Opdrachtgever
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 8 van 19
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen In 2009 zijn in de bovengrond onder het puinpad aan de noordkant van locatie, tussen de brede watergang en het sportcomplex, en in de bovengrond van perceel 3162 in de zuidoostelijke hoek van de onderzoekslocatie resten puin aangetroffen. Ten tijde van het actualiserend onderzoek welke in 2018 is uitgevoerd waren de puinpaden echter niet meer aanwezig en is ook geen puin aangetroffen in de bodem. De gehele onderzoekslocatie wordt derhalve aangemerkt als niet asbestverdacht.
#1 / #2
Opgemerkt wordt echter dat niet alle locaties van de mogelijk voormalige puinpaden specifiek zijn onderzocht, op de paden van perceel 3611 na. Indien hier puin in de bodem wordt aangetroffen dienen deze locaties alsnog aangemerkt te worden als asbestverdacht. Bodemkwaliteit
Bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv) Ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv)
Maximaal licht verontreinigd Maximaal licht verontreinigd
#1 / #2
Bodemfunctieklasse
Wonen
#3
Conclusie In 2018 zijn geen asbestverdachte materialen op of in de bodem aangetroffen ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie. De bodem wordt derhalve aangemerkt als niet asbestverdacht. Opgemerkt wordt echter dat niet alle locaties van de mogelijk voormalige puinpaden specifiek zijn onderzocht, op de paden van perceel 3611 na. Indien hier puin in de bodem wordt aangetroffen dienen deze locaties alsnog aangemerkt te worden als asbestverdacht. Er worden voor zowel de grond als voor het grondwater geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht / maximaal licht verhoogde gehaltes/concentraties. #1: Milieukundig bodemonderzoek; IDDS, kenmerk: 0809A338/BNO/rap1, d.d. 28-02-2009 #2: Verkennend bodemonderzoek; IDDS, kenmerk: 1808L746/BNO/rap1, d.d. 29-11-2018 #3: Bodemfunctieklassenkaart gemeente Noordwijk (d.d. 20-10-2015), website ODWH
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 9 van 19
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking Bodemopbouw (lokaal)
Grondwater (lokaal)
Bronnen 0,0 – 0,5 m-mv
Zand
0,5 - 3,0 m-mv
Zand, met plaatselijk veen en/of (veenhoudende) kleilagen
Grondwaterstand freatisch
Circa 0,7 m-mv
#1
Vanwege het landgebruik, zijnde de teelt van bloembollen, wordt de grondwaterstand kunstmatig op het voor de teelt benodigde niveau gehouden. Binnen het gebied zijn enkele watergangen aanwezig met enkele (inlaat)duikers en stuwen. Er zijn geen gegevens beschikbaar omtrent de plaatselijke stromingsrichting van het freatische grondwater.
Geohydrologie 0.25 m-NAP - 1.25 m-NAP
Lithostratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Lithologie: Zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal kleiig, schelphoudend, kalkrijk; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus
1.25 m-NAP - 8.25 m-NAP
Lithostratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort Lithologie: Zand, matig fijn tot zeer grof, schelphoudend, kalkrijk
8.25 m-NAP - 17.25 m-NAP
#2
#3
Lithostratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer Lithologie: Zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal kleiig, schelphoudend, kalkrijk; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 10 van 19
17.25 m-NAP - >25 m-NAP
Lithostratigrafie: Formatie van Kreftenheye en Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen Lithologie: Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, lokaal zandig; klei, lokaal siltig tot zandig, lokaal humeus Naam peilgebied: Boezem Rijnland (deel ZH) Identificatie: PBS_RIJNLANDSBOEZEM (ZH) Datum vaststelling: 2004-09-15 Zomerpeil: -0,61 meter Winterpeil: -0,64 meter
#2
Polderpeil
Bodemvreemde lagen
De eerder genoemde slootdempingen.
Conclusie Ter plaatse van een groot gedeelte van de onderzoekslocatie kan sprake zijn van bodemvreemde lagen ten gevolge van de diverse slootdempingen. #1: Eerder uitgevoerd bodemonderzoek; IDDS, kenmerk 1808L746/BNO/rap1, d.d. 29-11-2018 #2: Hoogheemraadschap van Rijnland #3: DINO loket
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 11 van 19
2.6
BEINVLOEDING
TABEL 2.6.1: beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Er is geen informatie bekend over eventuele activiteiten of verontreinigingen in de omgeving die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater binnen het plangebied.
#1
Conclusie Op basis van de beschikbare informatie wordt geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht. #1: Bodemloket / Omgevingsrapportage West-Holland / locatie-inspectie
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 12 van 19
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1: bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking Onderzoeken
Bronnen Ter plaatse van het plangebied en de omliggende terreinen hebben in het verleden diverse bodemonderzoeken plaatsgevonden. Hieruit blijkt kort samengevat het volgende:
#1 / #2
<2009: Tijdens de onderzoeken die voor 2009 zijn uitgevoerd ter plaatse van delen van het huidige plangebied, zijn in de bovengrond licht verhoogde waarden aan kwik gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde waarden voor arseen, chroom en enkele VOCl aangetoond. Ter plaatse van één van de puinpaden zijn in 1994 licht verhoogde waarden aan zink en PAK gemeten welke destijds zijn gerelateerd aan de puinfracties. 2009: In dit jaar is door IDDS een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd dat het gehele huidige plangebied omvat, kenmerk rapportage 0809A338/BNO/rap1. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat plaatselijk op het maaiveld asbestverdachte materialen zijn waargenomen. Deze zijn waargenomen ter hoogte van de parkeerplaats, de schuur aan de Bronsgeesterweg en de volkstuintjes nabij de ijsbaan. Opgemerkt wordt dat deze locaties niet tot de huidige onderzoekslocatie behoren en de schuur niet meer aanwezig is. In de grond zijn plaatselijk bodemvreemde bijmengingen waargenomen. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. De bovengrond is met name licht verontreinigd met kwik en plaatselijk licht verontreinigd met enkele zware metalen, PAK en minerale olie. De ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, kwik, molybdeen en nikkel.
De gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk werd geacht. 2016: In dit jaar is door IDDS een actualiserend historisch onderzoek uitgevoerd, kenmerk rapportage 1608J612/JHA/rap1. Uit de verzamelde historische gegevens kan worden afgeleid dat, op en in de nabijheid van het onderzoeksterrein met het oog op het vaststellen van een bestemmingsplan, in de periode 2009-2016 geen aandachtspunten zijn ontstaan met betrekking tot risico’s in relatie tot de huidige chemische bodemkwaliteit dan wel in relatie tot mogelijk aanwezige bodemverontreiniging. Het gebruik is ongewijzigd gebleken en derhalve wordt geconcludeerd dat verslechtering van bodemkwaliteit na het onderzoek uit 2009 niet waarschijnlijk is. 2018: In dit jaar is door IDDS een actualiserend vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, kenmerk rapportage 1808L746/BNO/rap1. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond zeer plaatselijk zwakke bijmengingen met baksteen zijn aangetroffen welke niet asbestverdacht zijn. Op het maaiveld ter plaatse van de boorpunten en in de opgeboorde grond is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In 1 mengmonster van de bovengrond werd een matig verhoogd gehalte aan minerale olie en PAK gemeten. Bij herbemonstering is dit niet gereproduceerd. Mogelijk is de verhoging te relateren aan een kooldeeltje.
In de overige bovengrond zijn maximaal licht verhoogde gehaltes aangetoond aan kwik, koper, zink, PAK, PCB en OCB. De ondergrond was hooguit licht verontreinigd met PCB, OCB, kwik, lood en PAK. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehaltes aan barium, naftaleen een molybdeen gemeten.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 13 van 19
Conclusie Het gebied is in 2009 en 2018 in haar geheel onderzocht. Sindsdien hebben er voor zover bekend geen bijzonderheden voorgedaan die mogelijk een verontreiniging van de bodem veroorzaakt hebben. Op basis van de onderzoeksresultaten uit 2009 en 2018 worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. Er worden hooguit licht verhoogde gehaltes (grond) en concentraties (grondwater) verwacht. #1: Bodemloket, Omgevingsrapportage Omgevingsdienst West-Holland #2: Archief IDDS
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 14 van 19
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. Op 24 februari 2021 is een terreinverkenning uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning bleek het navolgende: -
Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die van invloed kunnen zijn op het uit te voeren bodemonderzoek. Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen waargenomen dan wel halfverhardingspaden. Naar aanleiding van de terreinverkenning hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens uit het vooronderzoek.
De navolgende afbeeldingen geven een beeld van de onderzoekslocatie.
Afbeelding 2: onderzoekslocatie
Afbeelding 3: onderzoekslocatie
Afbeelding 4: onderzoekslocatie
Afbeelding 5: onderzoekslocatie
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 15 van 19
2.9
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving
Reden afwijking
Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid /
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Conclusie Er is onvoldoende informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de gedempte sloten en voormalige puinpaden. Verwacht wordt dat de sloten met gebiedseigen grond zijn gedempt en van de puinpaden niks meer aanwezig is. Dit kan echter op basis van het vooronderzoek niet uitgesloten worden.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 16 van 19
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1 conclusie en hypothese Conclusie en Hypothese Locatie
Algemeen
Er is voldoende informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie, met uitzondering van de slootdempingen en de puinpaden. Op basis van de resultaten van het in 2018 uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is bekend dat de grond hooguit licht verontreinigd is met zware metalen, PAK, OCB en PCB. Er zijn zeer plaatselijk zwakke bijmengingen met puin aangetroffen. Het betrof echter baksteen, welke niet asbestverdacht is.
Slootdempingen en puinpaden
Op de locatie is sprake van slootdempingen en er zijn diverse paden aanwezig geweest waarvan in ieder geval een deel met puin verhard is geweest. De exacte ligging van de sloten is onbekend. Onbekend is waarmee de sloten in het verleden zijn gedempt en wat de milieuhygiënische kwaliteit van het dempingsmateriaal is geweest. Als kritische parameters zijn zware metalen en PAK aan te merken. Indien de sloten met gebiedseigen grond zijn gedempt, wat aannemelijk is gezien de boorstaten uit het onderzoek van 2018, zijn tevens lichte verontreinigingen met OCB en PCB te verwachten. Nog niet op alle locaties waar (vermoedelijke) puinpaden hebben gelegen is de bodemkwaliteit onderzocht. Mogelijk zijn hier in de bodem nog puinresten aanwezig. Ingeval sprake blijkt te zijn van een (asbestverdachte) puinbijmenging, hetgeen op basis van het in 2018 uitgevoerde onderzoek niet waarschijnlijk wordt geacht, dient de locatie ongeacht de gradatie formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt. Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning zal het uitvoeren van aanvullende inspanningen ten behoeve van het in 2018 uitgevoerde verkennend milieukundig bodemonderzoek noodzakelijk zijn.
Hypothese
Verdacht Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, PAK, OCB en PCB
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 17 van 19
2.11
AANBEVELINGEN
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek worden de navolgende aanbevelingen gedaan: De algemene bodemkwaliteit is afdoende bekend. Er dient echter nog aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden ter plaatse van de voormalige slootdempingen en mogelijke puinpaden. Slootdempingen Aanbevolen wordt om ter plaatse van de voormalige sloten enkele raaien boringen te plaatsen om te kijken of de gedempte sloten nog terug te vinden zijn. Aanwijzingen hiervoor zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van slib en/of rietresten. Indien de slootdempingen zijn aangetroffen dient de grond erboven geanalyseerd te worden om zo te kunnen bepalen of de grond waarmee de sloten gedempt zijn is verontreinigd. Tevens dient een peilbuis te worden geplaatst om het grondwater ter plaatse te kunnen analyseren. Puinpaden Op oud kaartmateriaal is te zien dat er in het verleden diverse paden over de onderzoekslocatie hebben gelegen die mogelijk verhard zijn geweest met puin. Aanbevolen wordt om ter plaatse van deze voormalige (puin)paden enkele boringen uit te voeren om te bepalen of er nog puinresten in de grond aanwezig zijn. Indien dit het geval is dient formeel een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd te worden.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 18 van 19
3.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een milieuhygiënisch vooronderzoek is gebaseerd op de op het moment van uitvoering beschikbare gegevens. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden. In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen.
Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Locatie: Bronsgeest Noordwijk Kenmerk rapportage: 2009P102/SWI/rap1 Pagina 19 van 19
BIJLAGE 1 1.1 TOPOGRAFISCHE KAART 1.2 SITUATIETEKENING
1.1 Topografische kaart
Schaal 1:25.000
Legenda Locatie-aanduiding
Legenda Onderzoekslocatie
Opdrachtgever Gemeente Noordwijk Projectnummer 2009P102 Locatie Bronsgeest Noordwijk Getekend: Formaat: Schaal: Schaal situatie: Datum:
SWI A3
18-3-2021
Omschrijving Vooronderzoek Bijlagenummer 1.2
BIJLAGE 2 2.1 OUD KAARTMATERIAAL 2.2 OVERZICHT VOORMALIGE SLOTEN EN PADEN 2.3 RAPPORT 2018, KENMERK: 1808L746/BNO/rap1, d.d. 29-11-2018
1943 (bron: TopoTijdReis)
1951 (bron: TopoTijdReis)
1962 (bron: TopoTijdReis)
1988 (bron: TopoTijdReis)
Legenda Onderzoekslocatie Voormalige paden (deels mogelijk puinpad) Voormalige watergangen
Opdrachtgever Gemeente Noordwijk Projectnummer 2009P102 Locatie Bronsgeest Noordwijk Getekend: Formaat: Schaal: Schaal situatie: Datum:
SWI A3
18-3-2021
Omschrijving Voormalige watergangen Bijlagenummer 2.2
puinpaden
en
Bronsgeest te Noordwijk Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend bodemonderzoek
Kenmerk Datum
: 1808L746/BNO/rap1 : 29 november 2018
Opdrachtgever
: Gemeente Noordwijk De heer W.J. Crama Postbus 298 2200 AG Noordwijk
Auteur
: ing. B.B. Noyons
Controle en vrijgave : J. Wijnands 29 november 2018
BRL SIKB 2000 VKB-protocol 2001, 2002
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING ...................................................................................................................................... 4
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ................................................................................... 6 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................ 6
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED ......................................................................................... 6
2.3
POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ....................................................... 7
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST ................................................................................................... 8
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .................................................................................... 9
2.6
BEINVLOEDING ........................................................................................................................... 10
2.7
BODEMVERONTREINIGING ....................................................................................................... 11
2.8
TERREINVERKENNING .............................................................................................................. 12
2.9
BEOORDELING............................................................................................................................ 13
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ................................................................................... 13 3.
4.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ........................................................................................ 14 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ........................................................................................................ 14
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK............................................................................................... 14
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ........................................................................... 16
3.4
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................. 17
3.5
INTERPRETATIE.......................................................................................................................... 21
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................ 22
3.7
CONCLUSIES .............................................................................................................................. 23
3.8
AANBEVELINGEN........................................................................................................................ 23 BETROUWBAARHEID ................................................................................................................ 24
1808L746/BNO/rap1 Pagina 2 van 24
Bijlagen Milieuhygiënisch vooronderzoek 1 1.1 1.2 1.3
kaarten en tekeningen topografische kaart kaart exploitatiegebied Bronsgeest kaart eigendomssituatie Bronsgeest
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
informatie vooronderzoek documenten bouwarchief omgevingsrapport Omgevingsdienst West-Holland diverse informatie oudere onderzoeksrapporten (<2009) tekstueel deel en tekening verkennend onderzoek (2009) tekstueel deel actualiserend historisch onderzoek (2016) fotoreportage
Verkennend bodemonderzoek 3 3.1
situatietekeningen situatietekening veldonderzoek
4. 4.1
formulieren formulieren veldonderzoek
5. 5.1
boorstaten boorstaten en legenda
6. 6.1 6.2
analysecertificaten analysecertificaten grond analysecertificaten grondwater
7 7.1 7.2 7.3
toetsingstabellen toetsingstabellen grond (Wbb) toetsingstabellen grond (Bbk_indicatief) toetsingstabellen grondwater (Wbb)
1808L746/BNO/rap1 Pagina 3 van 24
1.
INLEIDING
In opdracht van Gemeente Noordwijk is een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Bronsgeest en is gelegen ten noordwesten van de Van Berckelweg te Noordwijk.
Afbeelding 1: situering onderzoekslocatie (Bron: gemeente Noordwijk)
Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de voorgenomen realisatie van een woonwijk. Momenteel heeft het gebied voornamelijk een agrarische functie ten behoeve van de teelt van gewassen, met name bloembollen. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft.
1808L746/BNO/rap1 Pagina 4 van 24
Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoeksaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken.
Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
1808L746/BNO/rap1 Pagina 5 van 24
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding / zijn de volgende aanleidingen vastgesteld: A.
opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.
De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, de uitwerking en het antwoord op de onderzoeksvraag opgenomen. 2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
Vraag: Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? De globale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op overzichtskaart 1.1 die in bijlage 1 is opgenomen. In tabel 2.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.1a: afbakening onderzoeksgebied Uitwerking en antwoord
Bronnen
Adres
Van Berckelweg, ten noordwesten van Bronsgeesterweg, ten noordoosten van
Plaats
Noordwijk
Gemeente
Noordwijk
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving: T-splitsing Van Berckelweg - Bronsgeesterweg X: 91770.995
Kadastraal
Hoogte maaiveld
#1
#1
Y: 472020.970
Kadastrale gemeentecode
: NWK02
Gemeente
: Noordwijk
Sectie
:M
Nummers
: 841, 843, 844, 846, 1731, 2760, 2761 2762, 2763, 2765, 3159, 3160 3161, 3162, 3289, 3610, 3611 4007, 4168
#1
#2
1808L746/BNO/rap1 Pagina 6 van 24
TABEL 2.1b: afbakening onderzoeksgebied Uitwerking en antwoord Oppervlaktes
Belendingen
Afbakening VO
Bronnen
totaal
260.080 m2 / 26 ha
#3
bebouwd
0 m2
#1
verhard (asfalt/beton/tegels)
0 m2
Noordoost
Agrarisch gebied (bollenteelt)
Zuidoost
Bronsgeesterweg, agrarisch gebied (bollenteelt)
Zuidwest
Van Berckelweg, woonwijk
Noordwest
Vrijstaande woningen, parkeerterrein, Gooweg
#1
25 meter buiten kadastrale grenzen
Afbakening voldoende Ja #1: KadViewer / OpenTopo / PDOK-viewer / Atlas Leefomgeving #2: Actueel Hoogtebestand (AHN2; 0,5 m geïnterpoleerd) #3: tekening onderzoeksgebied Gemeente Noordwijk (zie afbeelding 1, blz. 3)
2.3
POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
Vraag: Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? In tabel 2.2 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.2: potentiële bronnen van bodemverontreiniging Uitwerking en antwoord Vanaf circa 1850 tot heden
Bronnen
Het gebied heeft, gezien vanaf 1850 tot heden, een agrarisch gebruik gekend. Op oude kaarten is waar te nemen dat de terreinindeling / verkaveling in de loop der tijd veranderd.
#1 t/m #3
Er waren in het gebied waren diverse paden aanwezig. Waarschijnlijk waren de meeste paden onverhard, mogelijk waren enkele voorzien van een halfverharding. Ook zullen diverse sloten en/of greppels aanwezig zijn geweest. Indien er dempingen hebben plaatsgevonden zal dit waarschijnlijk met gebiedseigen grond zijn gebeurd. Langs de Van Berkelweg (percelen 3159, 3160 en 3162) zijn in de jaren ’70-’90 enkele kassen aanwezig geweest. Verder is geen noemenswaardige bebouwing aanwezig geweest. In de loop der tijd zijn verspreid over het gebied enkele kleine gebouwen (schuurtjes) aanwezig geweest. Gezien de toplaag vanwege het agrarisch gebruik wordt bewerkt (gefreesd) wordt niet verwacht dat iets van de voormalige paden, bebouwing et cetera terug te vinden is. Potentiële bronnen
Bij de teelt gewassen kunnen in het verleden organochloorbestrijdingsmiddelen zijn toegepast. Daarnaast kan in het verleden bij de teelt van bloembollen een kwikhoudend bloembollenontsmettingsmiddel zijn gebruikt.
Kritische parameters
Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB), kwik (Hg)
#1 KadViewer / OpenTopo / PDOK-viewer / Atlas Leefomgeving #2 topo tijdreis #3 informatie bouwarchief gemeente Noordwijk
1808L746/BNO/rap1 Pagina 7 van 24
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
Vraag: Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? In tabel 2.3 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.3: bodemkwaliteit en asbest Uitwerking en antwoord
Bronnen
Asbest
Tijdens voorgaand onderzoek is in de bodem geen asbestverdacht materiaal waargenomen.
#1
Bodemkwaliteit
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv)
Maximaal licht verontreinigd
#1
Ondergrond (0,5- 2,0 m-mv)
Maximaal licht verontreinigd
Bodemfunctieklasse
Wonen
Conclusie bodemkwaliteit en asbest
#2
Er worden voor zowel de grond als voor het grondwater geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht / maximaal licht verhoogde gehaltes/concentraties. Er wordt vooralsnog geen asbest verwacht. Opmerking: indien tijdens de uitvoering van het veldonderzoek (plaatselijk) puinbijmengingen worden aangetroffen, hetgeen nooit is uit te sluiten, dient de bodem ter plaatse, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, als asbestverdacht te worden aangemerkt.
#1: milieukundig bodemonderzoek; IDDS, kenmerk rapport 0809A338/BNO/rap1 d.d. 28 februari 2009 #2: kaart bodemfunctieklassen Noordwijk (d.d. 20-10-2015), website ODWH
1808L746/BNO/rap1 Pagina 8 van 24
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Vraag: Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? In tabel 2.4 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.4: Bodemopbouw en geohydrologie Uitwerking en antwoord
Bronnen
Bodemopbouw
0,0 - 1,0 m-mv
zand
(lokaal)
1,0 - 4,0 m-mv
Zand met plaatselijk veen en/of (veenhoudende) kleilagen
Grondwater (lokaal)
grondwaterstand freatisch
ca. 0,6 à 0,7 m-mv
Geohydrologie
#1
Vanwege het landgebruik, zijnde de teelt van bloembollen, wordt de grondwaterstand kunstmatig op het voor de teelt benodigde niveau gehouden. Binnen het gebied zijn enkele watergangen aanwezig met enkele (inlaat)duikers en stuwen. Er zijn geen gegevens beschikbaar omtrent de plaatselijke stromingsrichting van het freatische grondwater.
#3
0.25 m-NAP - 1.25 m-NAP
Lithostratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Lithologie: Zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal kleiig, schelphoudend, kalkrijk; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus
#2
1.25 m-NAP - 8.25 m-NAP
Lithostratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort Lithologie: Zand, matig fijn tot zeer grof, schelphoudend, kalkrijk
8.25 m-NAP - 17.25 m-NAP
Lithostratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer Lithologie: Zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal kleiig, schelphoudend, kalkrijk; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus
17.25 m-NAP - >25 m-NAP
Lithostratigrafie: Formatie van Kreftenheye en Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen Lithologie: Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, lokaal zandig; klei, lokaal siltig tot zandig, lokaal humeus
1808L746/BNO/rap1 Pagina 9 van 24
polderpeil
Bodemvreemde lagen
Naam peilgebied: Boezem Rijnland (deel ZH) Identificatie: PBS_RIJNLANDSBOEZEM (ZH) Datum vaststelling: 2004-09-15 Zomerpeil: -0,61 meter Winterpeil: -0,64 meter
#3
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de aanwezigheid van bodemvreemde lagen. Op basis van de beschikbare informatie worden geen bodemvreemde (ophoog)lagen verwacht.
Conclusie ten aanzien Op basis van de bodemopbouw en geohydrologie worden binnen het onderzoeksgebied geen noemenswaardige verschillende fysische kwaliteiten van vigerende bodemonderzoek en/of bodemvreemde lagen verwacht. #1: eerder uitgevoerd bodemonderzoek; IDDS, kenmerk 0809A338/BNO/rap1 d.d. 28 februari 2009 #2: Dino Loket #3: Hoogheemraadschap van Rijnland #4: Grondwaterkaart van Nederland, kaartbladen 24, 25 west, 25 oost (Zandvoort-Amsterdam)
2.6
BEINVLOEDING
Vraag: Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? In tabel 2.5 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.5: beïnvloeding Uitwerking en antwoord Beïnvloeding
Bronnen Er is geen informatie bekend over eventuele activiteiten of verontreinigingen in de omgeving die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater binnen het plangebied.
#1
Conclusie
Op basis van de beschikbare informatie wordt geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht. #1 bodemrapportage Omgevingsdienst west-Holland, bodemloket, locatie-inspectie
1808L746/BNO/rap1 Pagina 10 van 24
2.7
BODEMVERONTREINIGING
Vraag: Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? In bijlage 2.2 is het bodemrapport met de historische bodeminformatie van de Omgevingsdienst WestHolland opgenomen. In de bijlagen 2.3 en 2.4 zijn ter informatie delen van enkele oude onderzoeksrapportages opgenomen. In 2016 is door IDDS een actualiserend historisch onderzoek uitgevoerd, kenmerk rapportage 1608J612/JHA/rap1 d.d. 2 november 2016. Dit onderzoek is als bijlage 2.5 opgenomen Ter plaatse van het plangebied en de omliggende terreinen hebben in het verleden diverse bodemonderzoeken plaatsgevonden. Hieruit blijkt kort samengavat het volgende: <2009: Tijdens de onderzoeken die voor 2009 zijn uitgevoerd ter plaatse van delen van het huidige plangebied, zijn in de bovengrond licht verhoogde waarden aan kwik gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde waarden voor arseen, chroom en enkele VOCl aangetoond. Ter plaatse van één van de puinpaden zijn in 1994 licht verhoogde waarden aan zink en PAK gemeten welke destijds zijn gerelateerd aan de puinfracties. Ter plaatse van de locatie van de voormalige schuur aan de Bronsgeesterweg (ter hoogte van de Van Berckelweg) is in 1993 in de toplaag een lichte tot matige verontreiniging met kwik gemeten. De licht verhoogde waarde aan EOX, welke in 1990 is gemeten, is in1993 niet meer aangetoond.
Ter plaatse van voornoemde schuur was aan de achterzijde een beerput aanwezig. Nabij deze beerput is in 1990 een verhoogde waarde aan tetrachloorethaan gemeten. In 1993 is deze verontreiniging niet meer aangetoond. 2009: In dit jaar is door IDDS een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd dat het gehele huidige plangebied omvat, kenmerk rapportage 0809A338/BNO/rap1 d.d. 28 februari 2009. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat plaatselijk op het maaiveld asbestverdachte materialen zijn waargenomen. Deze zijn waargenomen ter hoogte van de parkeerplaats, de schuur aan de Bronsgeesterweg en de volkstuintjes nabij de ijsbaan. Opgemerkt wordt dat de parkeerplaats niet tot de huidige onderzoekslocatie behoord en de schuur niet meer aanwezig is. In de grond zijn plaatselijk bodemvreemde bijmengingen waargenomen. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. De bovengrond is met name licht verontreinigd met kwik en plaatselijk licht verontreinigd met enkele zware metalen, PAK en minerale olie. De ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, kwik molybdeen en nikkel. De gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk werd geacht. 2016: In dit jaar is door IDDS een actualiserend historisch onderzoek uitgevoerd, kenmerk rapportage 1608J612/JHA/rap1 d.d. 2 november 2016.
Uit de verzamelde historische gegevens kan worden afgeleid dat, op en in de nabijheid van het onderzoeksterrein met het oog op het vaststellen van een bestemmingsplan, in de periode 2009-2016 geen aandachtspunten zijn ontstaan met betrekking tot risico’s in relatie tot de huidige chemische bodemkwaliteit dan wel in relatie tot mogelijk aanwezige bodemverontreiniging. Het gebruik is ongewijzigd gebleken en derhalve wordt geconcludeerd dat verslechtering van bodemkwaliteit na het onderzoek uit 2009 niet waarschijnlijk is. Voor nadere informatie wordt verwezen naar de rapportage van het in 2016 uitgevoerde historisch bodemonderzoek en naar de rapportages zoals deze genoemd zijn in het bodemrapport met de historische bodeminformatie van de Omgevingsdienst West-Holland. Conclusie Het gebied is in 2009 reeds in haar geheel onderzocht. Sindsdien hebben er voor zover bekend geen bijzonderheden voorgedaan die mogelijk een verontreiniging van de bodem veroorzaakt kunnen hebben. Op basis van de onderzoeksresultaten uit 2009 en 2016 worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. Er worden hooguit licht verhoogde gehaltes (grond) en concentraties (grondwater) verwacht. Er is geen vermoeden dat er sprake is van een (geval van ernstige) bodemverontreiniging.
1808L746/BNO/rap1 Pagina 11 van 24
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 25 september 2018 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt het navolgende: -
Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die van invloed kunnen zijn op het uit te voeren bodemonderzoek. Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen waargenomen dan wel halfverhardingspaden. Naar aanleiding van de terreinverkenning hebben zich geen wijzigingen of wel wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens uit het vooronderzoek.
De navolgende afbeeldingen geven een beeld van de onderzoekslocatie. Een fotoreportage is opgenomen in bijlage 2.6.
Afbeelding 1: opname onderzoekslocatie
Afbeelding 3: opname onderzoekslocatie
Afbeelding 2: opname onderzoekslocatie
Afbeelding 4: opname onderzoekslocatie
1808L746/BNO/rap1 Pagina 12 van 24
2.9
BEOORDELING
Vraag: Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.7 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.7: beoordeling Uitwerking en antwoord Zijn er afwijkingen opgetreden ten opzichte van de NEN 5725;2017 Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid /
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Onvoldoende
2.10
De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is vanuit voorgaand bodemonderzoek, in relatie tot het huidige en voormalig gebruik van de locatie, bekend. Het onderzoek van de gehele locatie is echter verouderd. De bodemkwaliteit dient geactualiseerd te worden.
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Vraag: Welke hypothese is van toepassing? Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij het vervolgonderzoek, zie hoofdstuk 3, dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.8: conclusie en hypothese Uitwerking en antwoord Locatie
Gehele locatie
Oppervlakte m2
26 ha
Conclusie
Grond
onverdacht
Grondwater
onverdacht
NEN 5740
Grootschalig onverdacht
Hypothese
1808L746/BNO/rap1 Pagina 13 van 24
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1. TABEL 3.1: onderzoeksstrategie Locatie
Onderzoeksstrategie
Gehele onderzoeksgebied NEN 5740+A1;2016: ONV-GR ONV-GR: Onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte locatie
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op de situatietekeningen die in bijlage 3 zijn opgenomen. TABEL 3.2: samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode
september – november 2019
Uitvoerende partij
VeldXpert
BRL SIKB / VKB protocol*
BRL SIKB 2000 VKB protocol 2001, 2002
Onderzoeksaspect
Gehele onderzoekslocatie
Meetpunten Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring
0,5 1,5 2,0 / 2,5 3,0
117 6 31 16
Codering
Bijzonderheden
Zie boorstaten bijlage 5
31 boringen zijn afgewerkt met een peilbuis
Uitvoeringswijze In verband met de toegankelijk van de diverse percelen, ten gevolge van de aanwezigheid van gewassen, is het veldonderzoek gefaseerd uitgevoerd. Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 4. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 5. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
De bovengrond, vanaf het maaiveld tot een diepte van circa 0,5 m-mv, bestaat uit zand. De ondergrond, vanaf 0,5 m-mv tot de geboorde dieptes (maximaal 3,0 m-mv) bestaat hoofdzakelijk uit zand. Plaatselijk kan een laagje veen en/of klei aanwezig zijn.
1808L746/BNO/rap1 Pagina 14 van 24
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 5. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
In de opgeboorde grond zijn geen noemenswaardige bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Zeer plaatselijk zijn zwakke bijmengingen met baksteen aangetroffen. Plaatselijk zijn in de ondergrond resten slib aangetroffen.
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 5. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
Op het maaiveld ter plaatse van de boorpunten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de opgeboorde grond is geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.
Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In tabel 3.3 zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.3a: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
Filterstelling
Monstername
Grondwaterstand [m-mv]
pH
EC
Troebelheid
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden
[m-mv]
d.d.
6
1,70 - 2,70
03-10-2018
1,23
6,1
694
7,98
-
11
1,30 - 2,30
03-10-2018
0,83
6,0
1151
7,65
-
13
1,30 - 2,30
03-10-2018
1,19
6,1
1545
6,87
-
17
1,30 - 2,30
03-10-2018
0,85
6,0
1483
8,65
-
24
1,30 - 2,30
03-10-2018
0,89
6,3
1248
7,53
-
26
1,30 - 2,30
03-10-2018
0,97
6,0
697
6,98
-
28
1,30 - 2,30
03-10-2018
1,03
6,1
940
6,65
-
30
1,30 - 2,30
03-10-2018
0,91
6,1
892
6,97
-
34
1,30 - 2,30
03-10-2018
1,08
6,1
875
7,43
-
39
1,70 - 2,70
03-10-2018
0,67
5,5
793
6,98
-
42
1,70 - 2,70
03-10-2018
0,64
5,7
1153
5,85
-
47
1,30 - 2,30
04-10-2018
0,91
6,0
761
7,32
-
50
1,20 - 2,20
04-10-2018
0,70
6,0
837
7,43
-
59
1,30 - 2,30
04-10-2018
0,79
6,0
1220
5,87
-
60
1,30 - 2,30
04-10-2018
0,80
6,1
1187
8,24
-
65
1,30 - 2,30
04-10-2018
0,77
5,9
1273
6,98
-
74
1,40 - 2,40
23-10-2018
0,83
6,3
711
6,35
-
[S/cm]
[NTU]
1808L746/BNO/rap1 Pagina 15 van 24
TABEL 3.3b: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
Filterstelling
Monstername
Grondwaterstand [m-mv]
pH
EC
Troebelheid
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden
[m-mv]
d.d.
83
1,40 - 2,40
23-10-2018
0,69
6,1
760
7,34
-
98
1,50 - 2,50
23-10-2018
0,73
6,1
741
6,98
-
101
1,30 - 2,30
23-10-2018
0,76
5,5
757
8,65
-
107
1,50 - 2,50
23-10-2018
0,69
5,8
1050
8,12
-
115
1,40 - 2,40
23-10-2018
0,83
5,9
1003
6,54
-
118
1,50 - 2,50
23-10-2018
1,30
7,5
1140
43,3
-
121
1,50 - 2,50
23-10-2018
1,20
7,1
1330
25,4
-
128
1,40 - 2,40
23-10-2018
1,30
7,1
1110
28,9
-
134
1,40 - 2,40
23-10-2018
1,40
7,0
730
10
-
136
1,50 - 2,50
23-10-2018
1,20
7,2
890
14,7
-
05a
1,30 - 2,30
22-11-2018
0,89
7,0
1062
38
-
07a
1,30 - 2,30
22-11-2018
0,92
7,0
583
28
-
16a
1,30 - 2,30