H. 5 Bijlage toelichting Milieuhyg vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Bronsgeest te Noordwijk Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend bodemonderzoek
Kenmerk Datum
: 1808L746/BNO/rap1 : 29 november 2018
Opdrachtgever
: Gemeente Noordwijk De heer W.J. Crama Postbus 298 2200 AG Noordwijk
Auteur
: ing. B.B. Noyons
Controle en vrijgave : J. Wijnands 29 november 2018
BRL SIKB 2000 VKB-protocol 2001, 2002
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING ...................................................................................................................................... 4
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ................................................................................... 6 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................ 6
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED ......................................................................................... 6
2.3
POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ....................................................... 7
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST ................................................................................................... 8
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .................................................................................... 9
2.6
BEINVLOEDING ........................................................................................................................... 10
2.7
BODEMVERONTREINIGING ....................................................................................................... 11
2.8
TERREINVERKENNING .............................................................................................................. 12
2.9
BEOORDELING............................................................................................................................ 13
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ................................................................................... 13 3.
4.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ........................................................................................ 14 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ........................................................................................................ 14
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK............................................................................................... 14
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ........................................................................... 16
3.4
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................. 17
3.5
INTERPRETATIE.......................................................................................................................... 21
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................ 22
3.7
CONCLUSIES .............................................................................................................................. 23
3.8
AANBEVELINGEN........................................................................................................................ 23 BETROUWBAARHEID ................................................................................................................ 24
1808L746/BNO/rap1 Pagina 2 van 24
Bijlagen Milieuhygiënisch vooronderzoek 1 1.1 1.2 1.3
kaarten en tekeningen topografische kaart kaart exploitatiegebied Bronsgeest kaart eigendomssituatie Bronsgeest
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
informatie vooronderzoek documenten bouwarchief omgevingsrapport Omgevingsdienst West-Holland diverse informatie oudere onderzoeksrapporten (<2009) tekstueel deel en tekening verkennend onderzoek (2009) tekstueel deel actualiserend historisch onderzoek (2016) fotoreportage
Verkennend bodemonderzoek 3 3.1
situatietekeningen situatietekening veldonderzoek
4. 4.1
formulieren formulieren veldonderzoek
5. 5.1
boorstaten boorstaten en legenda
6. 6.1 6.2
analysecertificaten analysecertificaten grond analysecertificaten grondwater
7 7.1 7.2 7.3
toetsingstabellen toetsingstabellen grond (Wbb) toetsingstabellen grond (Bbk_indicatief) toetsingstabellen grondwater (Wbb)
1808L746/BNO/rap1 Pagina 3 van 24
1.
INLEIDING
In opdracht van Gemeente Noordwijk is een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Bronsgeest en is gelegen ten noordwesten van de Van Berckelweg te Noordwijk.
Afbeelding 1: situering onderzoekslocatie (Bron: gemeente Noordwijk)
Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de voorgenomen realisatie van een woonwijk. Momenteel heeft het gebied voornamelijk een agrarische functie ten behoeve van de teelt van gewassen, met name bloembollen. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft.
1808L746/BNO/rap1 Pagina 4 van 24
Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoeksaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken.
Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
1808L746/BNO/rap1 Pagina 5 van 24
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding / zijn de volgende aanleidingen vastgesteld: A.
opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.
De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, de uitwerking en het antwoord op de onderzoeksvraag opgenomen. 2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
Vraag: Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? De globale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op overzichtskaart 1.1 die in bijlage 1 is opgenomen. In tabel 2.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.1a: afbakening onderzoeksgebied Uitwerking en antwoord
Bronnen
Adres
Van Berckelweg, ten noordwesten van Bronsgeesterweg, ten noordoosten van
Plaats
Noordwijk
Gemeente
Noordwijk
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving: T-splitsing Van Berckelweg - Bronsgeesterweg X: 91770.995
Kadastraal
Hoogte maaiveld
#1
#1
Y: 472020.970
Kadastrale gemeentecode
: NWK02
Gemeente
: Noordwijk
Sectie
:M
Nummers
: 841, 843, 844, 846, 1731, 2760, 2761 2762, 2763, 2765, 3159, 3160 3161, 3162, 3289, 3610, 3611 4007, 4168
#1
#2
1808L746/BNO/rap1 Pagina 6 van 24
TABEL 2.1b: afbakening onderzoeksgebied Uitwerking en antwoord Oppervlaktes
Belendingen
Afbakening VO
Bronnen
totaal
260.080 m2 / 26 ha
#3
bebouwd
0 m2
#1
verhard (asfalt/beton/tegels)
0 m2
Noordoost
Agrarisch gebied (bollenteelt)
Zuidoost
Bronsgeesterweg, agrarisch gebied (bollenteelt)
Zuidwest
Van Berckelweg, woonwijk
Noordwest
Vrijstaande woningen, parkeerterrein, Gooweg
#1
25 meter buiten kadastrale grenzen
Afbakening voldoende Ja #1: KadViewer / OpenTopo / PDOK-viewer / Atlas Leefomgeving #2: Actueel Hoogtebestand (AHN2; 0,5 m geïnterpoleerd) #3: tekening onderzoeksgebied Gemeente Noordwijk (zie afbeelding 1, blz. 3)
2.3
POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
Vraag: Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? In tabel 2.2 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.2: potentiële bronnen van bodemverontreiniging Uitwerking en antwoord Vanaf circa 1850 tot heden
Bronnen
Het gebied heeft, gezien vanaf 1850 tot heden, een agrarisch gebruik gekend. Op oude kaarten is waar te nemen dat de terreinindeling / verkaveling in de loop der tijd veranderd.
#1 t/m #3
Er waren in het gebied waren diverse paden aanwezig. Waarschijnlijk waren de meeste paden onverhard, mogelijk waren enkele voorzien van een halfverharding. Ook zullen diverse sloten en/of greppels aanwezig zijn geweest. Indien er dempingen hebben plaatsgevonden zal dit waarschijnlijk met gebiedseigen grond zijn gebeurd. Langs de Van Berkelweg (percelen 3159, 3160 en 3162) zijn in de jaren ’70-’90 enkele kassen aanwezig geweest. Verder is geen noemenswaardige bebouwing aanwezig geweest. In de loop der tijd zijn verspreid over het gebied enkele kleine gebouwen (schuurtjes) aanwezig geweest. Gezien de toplaag vanwege het agrarisch gebruik wordt bewerkt (gefreesd) wordt niet verwacht dat iets van de voormalige paden, bebouwing et cetera terug te vinden is. Potentiële bronnen
Bij de teelt gewassen kunnen in het verleden organochloorbestrijdingsmiddelen zijn toegepast. Daarnaast kan in het verleden bij de teelt van bloembollen een kwikhoudend bloembollenontsmettingsmiddel zijn gebruikt.
Kritische parameters
Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB), kwik (Hg)
#1 KadViewer / OpenTopo / PDOK-viewer / Atlas Leefomgeving #2 topo tijdreis #3 informatie bouwarchief gemeente Noordwijk
1808L746/BNO/rap1 Pagina 7 van 24
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
Vraag: Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? In tabel 2.3 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.3: bodemkwaliteit en asbest Uitwerking en antwoord
Bronnen
Asbest
Tijdens voorgaand onderzoek is in de bodem geen asbestverdacht materiaal waargenomen.
#1
Bodemkwaliteit
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv)
Maximaal licht verontreinigd
#1
Ondergrond (0,5- 2,0 m-mv)
Maximaal licht verontreinigd
Bodemfunctieklasse
Wonen
Conclusie bodemkwaliteit en asbest
#2
Er worden voor zowel de grond als voor het grondwater geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht / maximaal licht verhoogde gehaltes/concentraties. Er wordt vooralsnog geen asbest verwacht. Opmerking: indien tijdens de uitvoering van het veldonderzoek (plaatselijk) puinbijmengingen worden aangetroffen, hetgeen nooit is uit te sluiten, dient de bodem ter plaatse, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, als asbestverdacht te worden aangemerkt.
#1: milieukundig bodemonderzoek; IDDS, kenmerk rapport 0809A338/BNO/rap1 d.d. 28 februari 2009 #2: kaart bodemfunctieklassen Noordwijk (d.d. 20-10-2015), website ODWH
1808L746/BNO/rap1 Pagina 8 van 24
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Vraag: Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? In tabel 2.4 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.4: Bodemopbouw en geohydrologie Uitwerking en antwoord
Bronnen
Bodemopbouw
0,0 - 1,0 m-mv
zand
(lokaal)
1,0 - 4,0 m-mv
Zand met plaatselijk veen en/of (veenhoudende) kleilagen
Grondwater (lokaal)
grondwaterstand freatisch
ca. 0,6 à 0,7 m-mv
Geohydrologie
#1
Vanwege het landgebruik, zijnde de teelt van bloembollen, wordt de grondwaterstand kunstmatig op het voor de teelt benodigde niveau gehouden. Binnen het gebied zijn enkele watergangen aanwezig met enkele (inlaat)duikers en stuwen. Er zijn geen gegevens beschikbaar omtrent de plaatselijke stromingsrichting van het freatische grondwater.
#3
0.25 m-NAP - 1.25 m-NAP
Lithostratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Lithologie: Zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal kleiig, schelphoudend, kalkrijk; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus
#2
1.25 m-NAP - 8.25 m-NAP
Lithostratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort Lithologie: Zand, matig fijn tot zeer grof, schelphoudend, kalkrijk
8.25 m-NAP - 17.25 m-NAP
Lithostratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer Lithologie: Zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal kleiig, schelphoudend, kalkrijk; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus
17.25 m-NAP - >25 m-NAP
Lithostratigrafie: Formatie van Kreftenheye en Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen Lithologie: Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, lokaal zandig; klei, lokaal siltig tot zandig, lokaal humeus
1808L746/BNO/rap1 Pagina 9 van 24
polderpeil
Bodemvreemde lagen
Naam peilgebied: Boezem Rijnland (deel ZH) Identificatie: PBS_RIJNLANDSBOEZEM (ZH) Datum vaststelling: 2004-09-15 Zomerpeil: -0,61 meter Winterpeil: -0,64 meter
#3
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de aanwezigheid van bodemvreemde lagen. Op basis van de beschikbare informatie worden geen bodemvreemde (ophoog)lagen verwacht.
Conclusie ten aanzien Op basis van de bodemopbouw en geohydrologie worden binnen het onderzoeksgebied geen noemenswaardige verschillende fysische kwaliteiten van vigerende bodemonderzoek en/of bodemvreemde lagen verwacht. #1: eerder uitgevoerd bodemonderzoek; IDDS, kenmerk 0809A338/BNO/rap1 d.d. 28 februari 2009 #2: Dino Loket #3: Hoogheemraadschap van Rijnland #4: Grondwaterkaart van Nederland, kaartbladen 24, 25 west, 25 oost (Zandvoort-Amsterdam)
2.6
BEINVLOEDING
Vraag: Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? In tabel 2.5 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.5: beïnvloeding Uitwerking en antwoord Beïnvloeding
Bronnen Er is geen informatie bekend over eventuele activiteiten of verontreinigingen in de omgeving die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater binnen het plangebied.
#1
Conclusie
Op basis van de beschikbare informatie wordt geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht. #1 bodemrapportage Omgevingsdienst west-Holland, bodemloket, locatie-inspectie
1808L746/BNO/rap1 Pagina 10 van 24
2.7
BODEMVERONTREINIGING
Vraag: Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? In bijlage 2.2 is het bodemrapport met de historische bodeminformatie van de Omgevingsdienst WestHolland opgenomen. In de bijlagen 2.3 en 2.4 zijn ter informatie delen van enkele oude onderzoeksrapportages opgenomen. In 2016 is door IDDS een actualiserend historisch onderzoek uitgevoerd, kenmerk rapportage 1608J612/JHA/rap1 d.d. 2 november 2016. Dit onderzoek is als bijlage 2.5 opgenomen Ter plaatse van het plangebied en de omliggende terreinen hebben in het verleden diverse bodemonderzoeken plaatsgevonden. Hieruit blijkt kort samengavat het volgende: <2009: Tijdens de onderzoeken die voor 2009 zijn uitgevoerd ter plaatse van delen van het huidige plangebied, zijn in de bovengrond licht verhoogde waarden aan kwik gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde waarden voor arseen, chroom en enkele VOCl aangetoond. Ter plaatse van één van de puinpaden zijn in 1994 licht verhoogde waarden aan zink en PAK gemeten welke destijds zijn gerelateerd aan de puinfracties. Ter plaatse van de locatie van de voormalige schuur aan de Bronsgeesterweg (ter hoogte van de Van Berckelweg) is in 1993 in de toplaag een lichte tot matige verontreiniging met kwik gemeten. De licht verhoogde waarde aan EOX, welke in 1990 is gemeten, is in1993 niet meer aangetoond.
Ter plaatse van voornoemde schuur was aan de achterzijde een beerput aanwezig. Nabij deze beerput is in 1990 een verhoogde waarde aan tetrachloorethaan gemeten. In 1993 is deze verontreiniging niet meer aangetoond. 2009: In dit jaar is door IDDS een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd dat het gehele huidige plangebied omvat, kenmerk rapportage 0809A338/BNO/rap1 d.d. 28 februari 2009. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat plaatselijk op het maaiveld asbestverdachte materialen zijn waargenomen. Deze zijn waargenomen ter hoogte van de parkeerplaats, de schuur aan de Bronsgeesterweg en de volkstuintjes nabij de ijsbaan. Opgemerkt wordt dat de parkeerplaats niet tot de huidige onderzoekslocatie behoord en de schuur niet meer aanwezig is. In de grond zijn plaatselijk bodemvreemde bijmengingen waargenomen. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. De bovengrond is met name licht verontreinigd met kwik en plaatselijk licht verontreinigd met enkele zware metalen, PAK en minerale olie. De ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, kwik molybdeen en nikkel. De gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk werd geacht. 2016: In dit jaar is door IDDS een actualiserend historisch onderzoek uitgevoerd, kenmerk rapportage 1608J612/JHA/rap1 d.d. 2 november 2016.
Uit de verzamelde historische gegevens kan worden afgeleid dat, op en in de nabijheid van het onderzoeksterrein met het oog op het vaststellen van een bestemmingsplan, in de periode 2009-2016 geen aandachtspunten zijn ontstaan met betrekking tot risico’s in relatie tot de huidige chemische bodemkwaliteit dan wel in relatie tot mogelijk aanwezige bodemverontreiniging. Het gebruik is ongewijzigd gebleken en derhalve wordt geconcludeerd dat verslechtering van bodemkwaliteit na het onderzoek uit 2009 niet waarschijnlijk is. Voor nadere informatie wordt verwezen naar de rapportage van het in 2016 uitgevoerde historisch bodemonderzoek en naar de rapportages zoals deze genoemd zijn in het bodemrapport met de historische bodeminformatie van de Omgevingsdienst West-Holland. Conclusie Het gebied is in 2009 reeds in haar geheel onderzocht. Sindsdien hebben er voor zover bekend geen bijzonderheden voorgedaan die mogelijk een verontreiniging van de bodem veroorzaakt kunnen hebben. Op basis van de onderzoeksresultaten uit 2009 en 2016 worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. Er worden hooguit licht verhoogde gehaltes (grond) en concentraties (grondwater) verwacht. Er is geen vermoeden dat er sprake is van een (geval van ernstige) bodemverontreiniging.
1808L746/BNO/rap1 Pagina 11 van 24
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 25 september 2018 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt het navolgende: -
Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die van invloed kunnen zijn op het uit te voeren bodemonderzoek. Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen waargenomen dan wel halfverhardingspaden. Naar aanleiding van de terreinverkenning hebben zich geen wijzigingen of wel wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens uit het vooronderzoek.
De navolgende afbeeldingen geven een beeld van de onderzoekslocatie. Een fotoreportage is opgenomen in bijlage 2.6.
Afbeelding 1: opname onderzoekslocatie
Afbeelding 3: opname onderzoekslocatie
Afbeelding 2: opname onderzoekslocatie
Afbeelding 4: opname onderzoekslocatie
1808L746/BNO/rap1 Pagina 12 van 24
2.9
BEOORDELING
Vraag: Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.7 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.7: beoordeling Uitwerking en antwoord Zijn er afwijkingen opgetreden ten opzichte van de NEN 5725;2017 Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid /
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Onvoldoende
2.10
De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is vanuit voorgaand bodemonderzoek, in relatie tot het huidige en voormalig gebruik van de locatie, bekend. Het onderzoek van de gehele locatie is echter verouderd. De bodemkwaliteit dient geactualiseerd te worden.
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Vraag: Welke hypothese is van toepassing? Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij het vervolgonderzoek, zie hoofdstuk 3, dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.8: conclusie en hypothese Uitwerking en antwoord Locatie
Gehele locatie
Oppervlakte m2
26 ha
Conclusie
Grond
onverdacht
Grondwater
onverdacht
NEN 5740
Grootschalig onverdacht
Hypothese
1808L746/BNO/rap1 Pagina 13 van 24
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1. TABEL 3.1: onderzoeksstrategie Locatie
Onderzoeksstrategie
Gehele onderzoeksgebied NEN 5740+A1;2016: ONV-GR ONV-GR: Onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte locatie
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op de situatietekeningen die in bijlage 3 zijn opgenomen. TABEL 3.2: samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode
september – november 2019
Uitvoerende partij
VeldXpert
BRL SIKB / VKB protocol*
BRL SIKB 2000 VKB protocol 2001, 2002
Onderzoeksaspect
Gehele onderzoekslocatie
Meetpunten Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring
0,5 1,5 2,0 / 2,5 3,0
117 6 31 16
Codering
Bijzonderheden
Zie boorstaten bijlage 5
31 boringen zijn afgewerkt met een peilbuis
Uitvoeringswijze In verband met de toegankelijk van de diverse percelen, ten gevolge van de aanwezigheid van gewassen, is het veldonderzoek gefaseerd uitgevoerd. Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 4. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 5. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
De bovengrond, vanaf het maaiveld tot een diepte van circa 0,5 m-mv, bestaat uit zand. De ondergrond, vanaf 0,5 m-mv tot de geboorde dieptes (maximaal 3,0 m-mv) bestaat hoofdzakelijk uit zand. Plaatselijk kan een laagje veen en/of klei aanwezig zijn.
1808L746/BNO/rap1 Pagina 14 van 24
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 5. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
In de opgeboorde grond zijn geen noemenswaardige bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Zeer plaatselijk zijn zwakke bijmengingen met baksteen aangetroffen. Plaatselijk zijn in de ondergrond resten slib aangetroffen.
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 5. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
Op het maaiveld ter plaatse van de boorpunten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de opgeboorde grond is geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.
Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In tabel 3.3 zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.3a: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
Filterstelling
Monstername
Grondwaterstand [m-mv]
pH
EC
Troebelheid
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden
[m-mv]
d.d.
6
1,70 - 2,70
03-10-2018
1,23
6,1
694
7,98
-
11
1,30 - 2,30
03-10-2018
0,83
6,0
1151
7,65
-
13
1,30 - 2,30
03-10-2018
1,19
6,1
1545
6,87
-
17
1,30 - 2,30
03-10-2018
0,85
6,0
1483
8,65
-
24
1,30 - 2,30
03-10-2018
0,89
6,3
1248
7,53
-
26
1,30 - 2,30
03-10-2018
0,97
6,0
697
6,98
-
28
1,30 - 2,30
03-10-2018
1,03
6,1
940
6,65
-
30
1,30 - 2,30
03-10-2018
0,91
6,1
892
6,97
-
34
1,30 - 2,30
03-10-2018
1,08
6,1
875
7,43
-
39
1,70 - 2,70
03-10-2018
0,67
5,5
793
6,98
-
42
1,70 - 2,70
03-10-2018
0,64
5,7
1153
5,85
-
47
1,30 - 2,30
04-10-2018
0,91
6,0
761
7,32
-
50
1,20 - 2,20
04-10-2018
0,70
6,0
837
7,43
-
59
1,30 - 2,30
04-10-2018
0,79
6,0
1220
5,87
-
60
1,30 - 2,30
04-10-2018
0,80
6,1
1187
8,24
-
65
1,30 - 2,30
04-10-2018
0,77
5,9
1273
6,98
-
74
1,40 - 2,40
23-10-2018
0,83
6,3
711
6,35
-
[S/cm]
[NTU]
1808L746/BNO/rap1 Pagina 15 van 24
TABEL 3.3b: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
Filterstelling
Monstername
Grondwaterstand [m-mv]
pH
EC
Troebelheid
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden
[m-mv]
d.d.
83
1,40 - 2,40
23-10-2018
0,69
6,1
760
7,34
-
98
1,50 - 2,50
23-10-2018
0,73
6,1
741
6,98
-
101
1,30 - 2,30
23-10-2018
0,76
5,5
757
8,65
-
107
1,50 - 2,50
23-10-2018
0,69
5,8
1050
8,12
-
115
1,40 - 2,40
23-10-2018
0,83
5,9
1003
6,54
-
118
1,50 - 2,50
23-10-2018
1,30
7,5
1140
43,3
-
121
1,50 - 2,50
23-10-2018
1,20
7,1
1330
25,4
-
128
1,40 - 2,40
23-10-2018
1,30
7,1
1110
28,9
-
134
1,40 - 2,40
23-10-2018
1,40
7,0
730
10
-
136
1,50 - 2,50
23-10-2018
1,20
7,2
890
14,7
-
05a
1,30 - 2,30
22-11-2018
0,89
7,0
1062
38
-
07a
1,30 - 2,30
22-11-2018
0,92
7,0
583
28
-
16a
1,30 - 2,30
22-11-2018
1,00
7,0
1928
31
-
18a 1,30 - 2,30 -: geen bijzonderheden
22-11-2018
0,90
7,1
2084
39
-
[S/cm]
[NTU]
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
3.3
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 6 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Samenstelling analysepakketten In het standaard pakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. In het standaard pakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie. 1808L746/BNO/rap1 Pagina 16 van 24
3.4
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 6 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 7. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Handhavingsuitvoeringsmethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk. In tabel 3.4.
zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S >AW / >S >T >I
niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.
Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de toetsingswaarden van het Besluit bodemkwaliteit. Hiermee wordt een indicatie verkregen omtrent de mogelijke hergebruiksmogelijkheden van eventueel tijdens de projectrealisatie vrijkomende grond.
1808L746/BNO/rap1 Pagina 17 van 24
TABEL 3.4a: bovengrond; overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes
deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten Wbb
Bbk
> AW (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
indicatief
MM01
01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 10 (0-50) 12 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM02
07 (0-50) 08 (0-50) 09 (0-50) 11 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) 16 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik PCB (7) OCB
--
-
Wonen
MM03
18 (0-50) 19 (0-50) 20 (0-50) 21 (0-50) 22 (0-50) 47 (0-50) 52 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik OCB
-
-
Altijd toepasbaar
MM04
24 (0-50) 25 (0-50) 26 (0-50) 28 (0-50) 29 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
OCB
-
-
Wonen
MM05
30 (0-50) 31 (0-50) 32 (0-50) 33 (0-50) 34 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik OCB
-
-
Wonen
MM06
36 (0-50) 37 (0-50) 40 (0-50) 41 (0-50) 42 (0-50) 43 (0-50) 44 (0-50) 46 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik PCB (7) OCB
-
-
Industrie
MM07
49 (0-50) 50 (0-50) 51 (0-50) 53 (0-50) 54 (0-50) 55 (0-50) 56 (0-50) 57 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM08
59 (0-50) 60 (0-50) 61 (0-50) 64 (0-50) 65 (0-50) 66 (0-50) 67 (0-50) 68 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik PCB (7) OCB
Minerale olie*
PAK (10)
Niet toepasbaar
59.1
59 (0-50)
Zand - uitsplitsing MM08
Minerale olie, PAK (10)
-
-
-
60.1
60 (0-50)
Zand - uitsplitsing MM08
Minerale olie, PAK (10)
-
-
-
61.1
61 (0-50)
Zand - uitsplitsing MM08
Minerale olie, PAK (10)
-
-
-
64.1
64 (0-50)
Zand - uitsplitsing MM08
Minerale olie, PAK (10)
-
-
-
65.1
65 (0-50)
Zand - uitsplitsing MM08
Minerale olie, PAK (10)
-
-
-
66.1
66 (0-50)
Zand - uitsplitsing MM08
Minerale olie, PAK (10)
-
-
-
67.1
67 (0-50)
Zand - uitsplitsing MM08
Minerale olie, PAK (10)
Minerale olie PAK (10)
-
-
MM09
69 (0-50) 70 (0-50) 71 (0-50) 72 (0-50) 73 (0-50)
Zand
Minerale olie, PAK (10)
Minerale olie PAK (10) OCB
-
-
Industrie
MM10
13 (0-50) 17 (0-50)
Zand, zwak baksteen
Standaard pakket, OCB
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM11
23 (0-50)
Zand, zwak baksteen
Standaard pakket, OCB
Kwik Zink OCB
-
-
Industrie
MM12
58 (0-50) 62 (0-50) 63 (0-50)
Zand, zwak baksteen
Standaard pakket, OCB
Kwik Lood OCB
-
-
Niet toepasbaar
* het in het chromatogram voorkomende patroon is kenmerkend voor een verontreiniging met Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK).
1808L746/BNO/rap1 Pagina 18 van 24
TABEL 3.4b: bovengrond; overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes
deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten Wbb
Bbk
> AW (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
indicatief
MM13
126 (0-50) 127 (0-50) 129 (0-50) 130 (0-50) 131 (0-50) 132 (0-50) 134 (0-50) 136 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik OCB
-
-
Wonen
MM14
109 (0-50) 110 (0-50) 112 (0-50) 113 (0-50) 115 (0-50) 116 (0-50) 117 (0-50) 121 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Koper Kwik Zink PCB
-
-
Wonen
MM15
104 (0-50) 106 (0-50) 107 (0-50) 118 (0-50) 119 (0-50) 122 (0-50) 124 (0-50) 92 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik OCB
-
-
Wonen
MM16
75 (0-50) 77 (0-50) 79 (0-50) 82 (0-50) 84 (0-50) 85 (0-50)
zand
Standaard pakket, OCB
Kwik PAK PCB OCB
MM17
100 (0-50) 102 (0-50) 141 (0-50) 142 (0-50) 86 (0-50) 87 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik PCB
-
-
Wonen
MM18
103 (0-50) 139 (0-50) 88 (0-50) 89 (0-50) 95 (0-50) 96 (0-50) 99 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik PCB
-
-
Wonen
MM19
137 (0-50) 138 (0-50) 90 (0-50) 91 (0-50) 93 (0-50) 94 (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik OCB
-
-
Wonen
MM20
01a (0-50) 02a (0-50) 03a (0-50) 04a (0-50) 05a (0-50) 06a (0-50) 07a (0-50) 08a (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik OCB
-
-
Industrie
MM21
09a (0-50) 10a (0-50) 11a (0-50) 12a (0-50) 13a (0-50) 14a (0-50) 15a (0-50) 16a (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik PCB
-
-
Industrie
MM22
18a (0-50) 19a (0-50) 20a (0-50) 22a (0-50) 23a (0-50) 24a (0-50) 25a (0-50) 26a (0-50)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik OCB
-
-
Industrie
wonen
1808L746/BNO/rap1 Pagina 19 van 24
TABEL 3.5: ondergrond; overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes
deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten Wbb
Bbk
> AW / > S (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
indicatief
MM31
05 (50-100) 06 (50-100) 11 (50-100)
Zand
Standaard pakket, OCB
PCB (7)
-
-
Industrie
MM32
23 (100-150) 26 (100-150) 28 (70-120)
Zand
Standaard pakket, OCB
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM33
30 (50-100) 34 (50-100) 39 (50-100) 42 (50-100)
Zand
Standaard pakket, OCB
OCB
-
-
Industrie
MM34
17 (50-100) 47 (50-100) 50 (70-120) 52 (50-100)
Zand
Standaard pakket, OCB
OCB
-
-
Altijd toepasbaar
MM35
59 (50-100) 60 (50-100) 64 (50-90) 66 (50-100)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik Lood OCB
-
-
Industrie
MM36
69 (50-100) 72 (50-100)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik PAK (10) OCB
-
-
Industrie
MM37
59 (100-150) 64 (90-120) 65 (80-100) 69 (120-150)
Klei
Standaard pakket, OCB
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM38
59 (150-200) 60 (100-150) 64 (120-170) 65 (100-150) 66 (100-150) 69 (150-200)
Veen
Standaard pakket, OCB
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM39
13 (170-200) 17 (100-140) 30 (100-120) 47 (100-150)
Veen
Standaard pakket, OCB
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM40
13 (100-150)
Zand, slibresten
Standaard pakket, OCB
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM41
24 (100-150)
Zand, slibresten
Standaard pakket, OCB
OCB
-
-
Wonen
MM42
118 (50-100) 121 (50-100) 128 (50-100) 134 (50-100) 136 (50-100)
Zand
Standaard pakket, OCB
kwik
-
-
Altijd toepasbaar
MM43
107 (50-100) 109 (50-100) 115 (50-100) 92 (50-100)
Zand
Standaard pakket, OCB
Kwik
-
-
Wonen
MM44
112 (100-150)
Zand, slibresten
Standaard pakket, OCB
-
-
-
MM45
101 (50-100) 74 (50-100) 98 (50-100)
Zand
Standaard pakket, OCB
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM46
102 (50-100) 94 (50-100)
Zand
Standaard pakket, OCB
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM47
01a (50-100) 03a (100-150) 05a (50-100) 07a (50-100) 14a (50-100) 16a (100-130)
Zand
Standaard pakket
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM48
18a (50-100) 18a (100-150) 20a (50-100) 20a (100-150) 26a (50-100) 28a (100-150)
Zand
Standaard pakket
Kwik
-
-
Altijd toepasbaar
Altijd toepasbaar
1808L746/BNO/rap1 Pagina 20 van 24
TABEL 3.6: grondwater; overzicht monsters en toetsingsresultaten Monstercodes
006 011 013 017 024 026 028 030 034 039 042 047 050 059 060 065 074 083 098 101 107 115 118 121 128 134 136 05A 07A 16A 18A
3.5
Filterstelling (in m-mv)
1,7 - 2,7 1,3 - 2,3 1,3 - 2,3 1,3 - 2,3 1,3 - 2,3 1,3 - 2,3 1,3 - 2,3 1,3 - 2,3 1,3 - 2,3 1,7 - 2,7 1,7 - 2,7 1,3 - 2,3 1,2 - 2,2 1,3 - 2,3 1,3 - 2,3 1,3 - 2,3 1,4 – 2,4 1,4 – 2,4 1,4 – 2,4 1,3 – 2,3 1,5 – 2,5 1,4 – 2,4 1,5 – 2,5 1,5 – 2,5 1,4 – 2,4 1,4 – 2,4 1,5 – 2,5 1,2 - 2,2 1,3 - 2,3 1,3 - 2,3 1,3 - 2,3
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten
Grondwater
Standaard pakket
Wbb >S (licht verhoogd) -
>T (matig verhoogd) -
>I (sterk verhoogd) -
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
Naftaleen
-
-
Grondwater
Standaard pakket
Naftaleen
-
-
Grondwater
Standaard pakket
Barium
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
Grondwater
Standaard pakket
Barium Naftaleen -
-
-
Grondwater
Standaard pakket
Barium
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
Barium
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
Barium
-
-
Grondwater
Standaard pakket
Barium
-
-
Grondwater
Standaard pakket
Barium
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
molybdeen
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
barium
-
-
Grondwater
Standaard pakket
barium
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
Grondwater
Standaard pakket
-
-
-
INTERPRETATIE
Bovengrond Veldonderzoek: De bovengrond ter plaatse van de onderzoekslocatie is opgebouwd uit zand. In de opgeboorde grond zijn geen noemenswaardige bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Zeer plaatselijk is sprake van zwakke bijmengingen met baksteen. Op het maaiveld ter plaatse van de boorpunten en in de opgeboorde grond is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Wbb: In de bovengrond is in mengmonster MM08 sprake van aan matig verhoogd gehalte minerale olie en een sterk verhoogd gehalte PAK. Het in het olie-chromatogram voorkomende patroon is kenmerkend voor een verontreiniging met PAK. Dit duidt erop dat het matig verhoogde gehalte minerale olie is gerelateerd aan het sterk verhoogd gemeten gehalte PAK. Zintuiglijk zijn aan de grond geen afwijkingen waargenomen waaraan deze verhoogde gehaltes mogelijk zijn te relateren. Gezien de gemeten stoffen in het mengmonster zijn de verhoogd gemeten waarden in het mengmonster mogelijk te relateren aan een kooldeeltje. De gehaltes minerale olie en PAK gaven aanleiding tot aanvullend onderzoek naar betreffende parameters op boorpuntniveau, teneinde na te gaan of er ter plaatse van de deelmonsters sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde. Op basis hiervan blijkt dat er ter plaatse van de deelmonsters geen sprake is van verhoogde gehaltes minerale olie en/of PAK.
De verhoogd gemeten gehaltes in het mengmonster kunnen iet worden gereproduceerd. De analyseresultaten van de deelmonsters worden als representatief beschouwd. Ter plaatse van alle overige terreindelen zijn in de bovengrond maximaal licht verhoogde gehaltes aangetoond. Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond ons inziens in afdoende mate vastgelegd. De bovengrond is maximaal licht verontreinigd. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot vervolgonderzoek. 1808L746/BNO/rap1 Pagina 21 van 24
Bbk_indicatief: Om een indicatie te verkrijgen in de mogelijke hergebruiksmogelijkheden zijn de analyseresultaten getoetst aan de samenstellingswaarden uit het Besluit bodemkwaliteit. Op basis hiervan blijkt dat er geen sprake is van een eenduidige classificatie, zie tabel 3.4. Ondergrond Veldonderzoek: De ondergrond, vanaf 0,5 m-mv tot de geboorde dieptes (maximaal 3,0 m-mv) bestaat hoofdzakelijk uit zand. Plaatselijk kan een laagje veen en/of klei aanwezig zijn. Plaatselijk kan in de ondergrond sprake zijn van resten slib. In de opgeboorde grond is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Wbb: In de ondergrond zijn maximaal licht verhoogde gehaltes aangetoond. Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond ons inziens in afdoende mate vastgelegd. De ondergrond is maximaal licht verontreinigd. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot vervolgonderzoek. BBk_indicatief: Om een indicatie te verkrijgen in de mogelijke hergebruiksmogelijkheden zijn de analyseresultaten getoetst aan de samenstellingswaarden uit het Besluit bodemkwaliteit. Op basis hiervan blijkt dat er geen sprake is van een eenduidige classificatie, zie tabel 3.5. Grondwater Veldonderzoek: Tijdens het veldonderzoek zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen aan het bemonsterde grondwater. Wbb: In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehaltes aangetoond.
Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater ons inziens in afdoende mate vastgelegd. Het grondwater is maximaal licht verontreinigd. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot vervolgonderzoek. 3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.7: hypothese en onderzoeksstrategie Hypothese
Onverdacht
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese verworpen. Reden: in de boven- en/of ondergrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehaltes koper, kwik, lood, zink, minerale olie, PAK, PCB en/of OCB aangetoond. In het grondwater is plaatselijk sprake van licht verhoogde concentraties barium, naftaleen en/of molybdeen. De invloed op representativiteit in relatie met de gevolgde (achteraf onjuiste) onderzoeksstrategie wordt marginaal geacht aangezien het maximaal licht verhoogde gehaltes/concentraties betreft.
1808L746/BNO/rap1 Pagina 22 van 24
3.7
CONCLUSIES
Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische bodemkwaliteit ons inziens in afdoende mate vastgelegd. Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt de bodem (grond en het grondwater) maximaal licht te zijn verontreinigd. De milieuhygiënische bodemkwaliteit is, zoals gesteld in het in 2016 uitgevoerde actualiserend historisch onderzoek1, in de periode na het in 2009 uitgevoerde milieukundige bodemonderzoek 2 niet verslechterd. De licht verhoogd gemeten gehaltes / concentraties geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek en/of tot het nemen van sanerende maatregelen en vormt ons inziens geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Om een indicatie te verkrijgen in de mogelijke hergebruiksmogelijkheden van eventueel vrijkomende grond zijn de analyseresultaten getoetst aan de samenstellingswaarden uit het Besluit bodemkwaliteit. Op basis hiervan blijkt dat er geen sprake is van een eenduidige classificatie 3.8
AANBEVELINGEN
Indien tijdens de werkzaamheden grond vrijkomt dat van de locatie wordt afgevoerd wordt aanbevolen dit te keuren, afhankelijk van de bestemming indicatief of conform het AP04-protocol. Het verdiend aanbeveling om, indien binnen de planlocatie vrijkomende grond wordt herschikt, dit indicatief te keuren aangezien plaatselijk mogelijk sprake is van grond met een classificatie industrie. Het onderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Aanbevolen wordt om tijdens de uitvoering van grondwerkzaamheden alert te blijven op de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen, asbestverdacht materiaal en/of overige afwijkingen welke kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. Indien hiervan sprake is wordt aanbevolen contact op te nemen met ons bureau.
1 2
IDDS, kenmerk rapportage 1608J612/JHA/rap1 d.d. 2 november 2016 IDDS, kenmerk rapportage 0809A338/BNO/rap1 d.d. 28 februari 2009 1808L746/BNO/rap1 Pagina 23 van 24
4.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.
In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
1808L746/BNO/rap1 Pagina 24 van 24
1 1.1 1.2 1.3
kaarten en tekeningen topografische kaart kaart exploitatiegebied Bronsgeest kaart eigendomssituatie Bronsgeest
N
0
250
500
750
1000m
Omschrijving
Ligging onderzoekslocatie
locatie aanduiding
Bijlage nr. integrale expertise bij ruimtelijke ontwikkeling IDDS 's-Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.NL
Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl T 071 - 402 85 86
1.1 Formaat: Schaal:
A4 1:25000
lv ia
h
86
2
BTD
3
50-6
BTD
84
h
4
WGD
h
WGD
h
WGD
h
at
78
WGD
BTD
34-4 h
Ve
BTD
b
BTD
de ph Jose
OTD
2
h
3
b
BTD
h
15
WGD
BTD
WGD
us iu sw eg
7
WGD
ve ld BTD
WGD
h
13 56-1 -7
0 2
h
3854
BTD
el d nn ev b
20
WGD
BTD
b OBT
WGD
6
b
OTD
WGD h
WGD OWG OTD
3
WTD
27
WGD
BTD
WGD
b
BTD
18
BTD WGD b
WGD
OWT
WGD
2
rst laan
h
b
h
WTD WGD WGD
OWG
81-22 4
OWT
WTD
BTD
WTD WTD OWT OWT
WGD
BTD
h
BTD
OWG
BTD
h
OWT
b
16
WGD
1
WGD
BTD
b h
BTD
GBIP1
2J -3 6
BTD
WGD
h
WGD
WGD
BTD
b
WGD WGD
h
BTD
WGD
OBT
BTD
BTD
WGD WGD b
b
WTD
OBWUP
WGD
WGD
OWT
OBWUP h
OWG
BTD
51
OWT
h
10
OWG BTD
WTD
h WGD
WGD
WGD
5B 5A
st
WGD WGD
WGD
h
3A
WGD
OWG
h
OWG
WGD
3
WGD WGD
h
1B h
BTD
WGD
WTD
BTD
OWG
h WGD
BTD OBW
WGD OBT
OWT
WTD WGD
h
1
OBT
WGD BTD
h
b
WGD
h
WGD
WGD
b WGD
BTD
WGD
10
WGD
WGD
1A
b
b
an la
WGD
WGD
3B
or
h
b
OWT
h
WGD
WGD WGD
5 b
BTD
BTD
WGD
OWG
h
b
oh
h
b
b
Go
h
b
h
h b
BTD OWT
OWG
5C h
14
12
h
8
6 4
OWG
BTD
BTD BTD
h
OWG
WGD
OWT
BTD
BTD
218
WGD WGD
WGD
12
WTD
BTD
WGD
WGD
WGD
OWG
WGD
OWT
h
WGD
Gooho
WGD
OBWUP
OBWUP OWG
4
h
h WGD
BTD WGD
OBT b
h b
b
25
WGD
BTD h
OWG
BTD
h
WGD
WGD b
BTD
b
h
23
WGD
24 5-3 88
Mort elst raat
BTD OWT WTD OTD BTD
BTD
BTD h
de
OWT WTD OWT
OWT WTD
h
h
WGD
OWG
b
h
21 WGD
WGD
6 0 40 9--5 124
van
BTD WGD
OWG
5
b
h
19 WGD
BTD
OBWUP
22
WGD
BTD
BTD WGD
h
WGD
h
BTD
h
17 72-2 -8
WGD
b
h
h
OBT
17 WGD
2
WGD
OTD
7 b
b
h
8
1 b
1-15
WGD
b
h h
10
h
3
WTD OWT
WGD
h
b
12
WGD
5 b
BTD
BTD
OWT
OWT
WGD
24
WGD
WGD
h
b
h
-7
BTD BTD BTD
BTD
BTD
WGD
OWG
WGD
7 b
b
15 38J
Cl
WGD WGD BTD
WGD
WGD
4 8
WGD
OWG
h
h
BTD
h
OTD
OWG
WGD
b
14
h
b
h
h
17-2
WGD BTD
h
21 84-2 -9
BTD
9 b
b
OWT
BTD h
WGD
WGD
h
b
b
h
13
WTD
OBT h
11
h
h
WGD
WTD
BTD
OWG
16
h
45
h
43
h
h
h
OBT
BTD
OWT
BTD
WTD
WGD
WGD
BTD
10 25 0-2 11 74
h
ho ek
13
h
b
h
OBT
7
WGD
WGD
WGD
WGD
h
h
b
OBT
h
BTD h
29-4
2-16
WGD
BTD OWT
BTD
WGD WGD
BTD
BTD
WGD
WGD
GBIP1
WGD
b b
WGD OBW
WGD b
BTD
WGD
WGD OBT
OBW WGD
OBT
t
OWG
WGD
41
h
h
WGD
WGD
9A h
WGD
b
39
egWGD er
h
h
WGD
h
1-15
9
1Xh
OTD
b
BTD
St
h
ls loo
OTD
h
OWG
b
WGD
h
ge
OWG
OTD
h
h
h
h
BTD
WGD
h
26
WGD
BTD
h
h
b
Vo
BTD
BTD OBWUP
h
b
b b WGD
BTD
11 1Wh
WGD
h
WGD
h
1Vh
OWTD
WGD
b
h
35
37
19
h
h
h
49-6
BTD
h
1A
WGD WGD
h
17 15 M1 5L 15 K 15 15 J 15 I 15 H G 15 F15 1 15 E D 15 3 C15 15 B 5 A 7 Ry ne st 9 ey 11 n b
74
BTD
18-3
BTD
BTD
1Uh
b
b h
b
76 h
OTD
b
1
1Th
28
b
33
h WGD
h
31 OBT
21
b
OBWUP
h
WGD
8
WGD
WGD
WGD h
17-3
h
b
h
ra
7
erst
33-4
2-16
h
WGD
26 b
b
OTD
13
b
h
h
b
b
80
BTD
WGD
h
b
b
h
23
WGD
h
h
b
1Sh
h
h
h
WGD
17 15
b
h
b
29
25
b
h
b
OBT
82
OWG
OWG
WTD
WGD
b
1Rh
24
h
h
b
b
WGD
WGD
h
WGD
22 b
27
h
h
WGD
20 h
h
WGD
WGD
19
b
h
OBT
h
h
49-6
OWT OWG
g we er st ee sg on Br
WGD
BTD OWG
b
b
2
h
b
b
ho ek
h
18 b
b WGD
WGD
WTD OWT
OWT OTD
WGD
h
h
b
GBIP1
WGD
WGD OBT b b
h
h
WGD
BTD
WGD
6
eg er
r de
WGD
18-3
h
h
OWT h
h
b
OBT
h
h
h
h
b
38B
BTD
WGD
h
h
h
88
OBT
h b
OBT
4
h
WGD
BTD
WGD
h
23 -23 A 21
b
8
h
16
h
BTD
BTD
BTD
WGD
h
b OBT
BTD
1
h
h
h
b b
h
h
17 17 88 17 O P 88 A 17 N 88 B 17 M 88 C 17 L 88 D 17 K E J 17 17 17 H I G 17 17 F 17 17 E 17 C D 17 B A WGD
BTD WGD
WGD
25
WGD
48 50 52 h
h
h
h
b
17 Q
b WGD WGD
h
h
b
12 10
h
h
b
h
h
h
BTD
38
40 42 44 46
h
14 WGD
BTD
14
WGD
b h
BTD
WGD
WGD
8 WGD
h
1N 1O 1P 1Q
OBT
b
WGD
3 h
h
h
34-4
b h
tr aa t
h
90
h
5
b
h
12
b
WGD
18
16
h
1J 1K 1L 1M h
es zs
h
b b
b OBT
1
OBT
h
b
h
Me
BTD
WGD
7
b
OBT
mo n
WGD
10
h WGD
BTD
Zege
OBT
8
h
h
WGD
BTD
h
h
92
h
ho f
WGD
11 9
b
b
Sy
WGD
6
n
916
OBT
BTD
at
WTD OWT
OBT
b
h
h
b
laa
ra
WGD
OWT
st
sori st
WTD
b
or
4
b
b OBT
h
WGD
4 b
27
h
OWT
h
2
b
h
St
Mo orst raat
h
2
13
b h
h
b
h b b
h
94
57 -64
BTD
h
WGD
OBT
Go ow eg
50-6
BTD
6 4 2
b OBT
h
96
WGD
WGD
b
h
98
h
OTD
WGD WGD
h
15 h
h
10 0
WGD
49 -56 Sa
BTD
OBT h
h
b
OBT
10 2
WGD WGD
h
h
WGD
4
h
h
b b
h
b
h
WGD BTD
41 -48
17 -24
BTD
es
35
h
32 34 36 38
WGD
b
b
8
h
So
WGD
25 -32 h
Mont
29
b b
h
WGD
h
b
h
h
h
1
h
oh
10 4
BTD BTD
BTD
BTD
WGD
h
33
h
h
12 10
h
h
1H 1I
Go
BTD
h
h
14
oe ne
Sa lv ia ho f
WGD WGD WGD
OBT
WGD
h
h
1F 1G
WGD
33 -40
WGD
WGD
h
3
h
31
h
24 26 28 30
16
h
h
h
h
BTD
7 5
b
h
WGD
BTD
h
9 OBT
b
h
WGD
OBT
WGD
WGD
b b
b b
1B 1C 1D 1E
Gr
d pa ne ue Gr
WGD
b
h
WGD
WGD
WGD
b
10 6
OBT WGD BTD
h
WGD
OBW WGD
BTD
b
h
18
WGD
WGD WGD h
Le eweg
10 8
WGD
OBT
2
BTD
WTD
OWT KWD
BTD OWG
WGD
BTD
BTD
WTD
Ma
OWT OWG
an
da
e gs
ri te Wa
ng
WTD
WGD
WGD
OWT BTD
sweg Sint Jeroen
WGD
WGD WGD
WGD b OBDP1 WGDP1
WGD
BTD BTD BTD
WGD
BTD WGD
h
52
BTD
b
4
WGD
h
9
b
h
h
16
OWG
WGD
OWT
OWG
WTD OWG
OWT
g
OWT
OWT
OWT
WTD
WGD
31
OWT
OWG BTD
OWG
WGD
g
WGD
BTD
42
BTD
PNDK
OTD
WGD
WGD WGD
WGD h OBT
WGD
OWT
PNDK OTD
WTD
WGD
OWG OWG WGD
h
OWG
OWG WGD WGD
WTD
BTD
h
WGD
WGD
WGD
3 h
WGD
h
1
OBT BTD ns ge re BTD en ud Go
aa tr
t
31
BTD
WGD
OTD
OWG
OWT
OWT WGD
40
WGD
WGD
OWG
WGD BTD
OTD
WGD
WGD
WGD
WTD
WGD
BTD
38
h
BTD
WGD
BTD
BTD
h
WGD BTD
BTD
WTD
WGD
WGD
OBT OBT
GBIP1
44
BTD
h
OWT
OWT
WGD
WGD
WGD OWG
BTD
WGD
BTD
5
b
OWG
WGD h
37
WGD WGD BTD BTD
OTD
BTD b
WGD
h
48 46
h
WGD
h
WGD
WGD
WGD
BTD BTD
BTD
19
OTD OWT OWT
BTD
h
h
b
b
WTD
BTD
WGD WGD
BTD
h
20 17 b
b
BTD
BTD
OWG OWG
BTD
h
h
OBT
BTD OWT WTD OWT
WGD
WGD OWG
WGD
b
18 15
OBT
BTD WGD WGD BTD OBT
WGD BTD
BTD
b b
h
h
b b
b WGD
BTD
WGD
41 OWG
15
b
h
14
OWT
BTD
43
b
BTD
h
b
12
owe
13 OBWUP
WGD h WGD
WGD
13
b b
h
Go
b b
WGD
35
h b
10 at
BTD WTD
WGD
h
b h
OBT
ra
BTD
h
BTD
OBT
8 st
h
WGD
h
11
b b
6 oo rn
WGD
11
OWD
Le eweg
h
Me id
WGD
h
158766 m²
WTD
BTD OWT
b
WGD
t aa tr ls
b
2
OBT
WGD
rte Mo
7
OWT
de
BTD
h
BTD
OBT
9
OWTD OWT
BTD
OWT OWTWTD WGD
WGD
5
OBT b
WGD
n va
h b
WGD
BTD
WGD
BTD
b
b
WGD
BTD
t
3
OWG
BTD
raa
h
we
WGD
4
WGD
st ijn
1
er
sm Ja h
WGD b b
WGD
WGD
OWT
b OBT
b b b
b
WGD
OWG WGD
b
46
h
44
h
OWG
50
h
48
h
OBT
42
Br on sg ee st
h
WGD WGD
h
40
h
38
OWG
OWG
WGD
WGD
h OWT
BTD
BTD
WGD
h
33
BTD
WGD
OWG
OWG
34
OWD WTD
BTD
BTD BTD
OWG
h
BTD
30
BTD OWT
WGD
OWT WGD
va BTD
Be
OBW WGD OBW
WGD
rc
BTD
OWT
ke lw
BTD
BTD WGD
OWT
OWT
BTD
OWG
WGD WGD
WTD OWT
n
BTD eg OWT
BTD
101314 m²
BTD WGD
OWG
BTD
WGD
OWG
BTD WTD
WGD
WGD
ark
BTD
OTD WTD
BTD
OWT WTD OWT WGD
BTD
BTD
WGD
WTD
WGD
h
OWT WGD
wij np
BTD
BTD
BTD
13 BTD WGD
eg
Go ow eg
WTD
OBT
OWT WTD
OWG
Leew
OWG
Wa teri ng
h
h
32
OWT WTDOWT
WGD BTD
Ev er
WGD
Ma anda gse
36 BTD
OWG
WGD
WGD
BTD
OWT
WGD
BTD BTD
BTD b OWT WTD OWT OWT WTD OWT WTD
WGD WGD
WGD
WGD
115
14
b BTD
h
OWD
BTD
OWG
WGD
WTD
12
OWD
h BTD
BTD
17 -3 1
BTD
h
OTD
WGD
GBIP1
BTD
OWD
GBIP1
15
h
WGD
OBW
OWG
WGD
GBIP1
h
WTD
OWG
WTD
OBDP1
OWT
OWT
WTD
WGDP1
WGD WTD GBIP1
OWT
WGD
BTD
OWT
OWG
WGD
BTD
WGD
OWT
11
WGD
b WGD WGD BTD
OWT
WGD
OWG
WGD
OTD
BTD WGD
9
OBWUP
BTD
BTD
OWT
h
WGD
BTD
BTD
BTD
WGD
WGD h
OBW
GBIP1
OWG
BTD
WTD
WGD
BTD
WTD OBW
WTD OWT
OWT
OWG
BTD
Bron
BTD
b
OWG h
OWG
OWG
OWT
WGD
WGD
49 -6 5
BTD
4
OWG
h
WGD
WGD
WGD
OWG
WGD
OWG
GBIP1
WTD
OWG
OWG
WGD
6
BTD
WGD
h
8
WGD OWG WGD
KWD BTD
BTD
BTD
OWG
WGD
h WGD
OWT
BTD
BTD h
8
3
h
OWT
WGD
BTD WGD
10
OBWUP
OWTOWT WTD OWT
WGD
WGD
OWG
WGD
1
BTD
WGD
OTD
BTD
WGD OWG
OWG
WGD WGD
WGD
h
WTD OWT
BTD
WGD
h
WGD h
10
OWT OWT
WGD
2
h
WGD
sgee
h BTD
OTD WGD
weg
33 -4 7
BTD
OWG
ster
OBWUP
BTD
OWG
BTD OWT
WTD
h
OWT
WTD
WGD
h
12
5
WGD
st
b
ba Am
b h BTD
cht
h
41 h
b
GBIP1
h
49
h h OBWUP b
GBIP1 b
25
OBWUP
18
OTD h OBWUP
h h
b
58
h
55
62
b
31
h
57
BTD
h
h
h
GBIP1
OWG OTD
WGD
62
4 -2 22 WGD
-2 26
WTD WGD
b
WGD
OTD
WGD
WGD
OTD OTD
70
13 7
OTD OTD
De
OTD
ie Sch
WGD
h
OTD
BTD
WGD
OTD OTD
BTD
BTD
b
WGD
h
WGD GBIP1
55 5
BTD
h
b
WGD
3
GBIP1
WGD WGD
26 b
tr es hi Sc
39
OTD OTD
60
an
tj
WGD
e
b
OTD OTD
h
18
OTD OWT
37
b
OTD OTD
35
h
t aa
WGD
b
33
h
OTD
16
WGD
OTD OTD b
OWT
h
10
h
b
8 10 - 31 014
BTD h
WGD BTD
h
OTD
h
WGD
BTD
2
OTD
29
OTD h
WGD
h
OWT b b
h
h
53
h
h
OTD OTD
Pe
WGD
OWT WGD
te
WGD
OTD
h
rh WGD of
127
18
b
OTD
b
h b b
h
WTD
WGD WGD
OWT
54
OWT
WTD BTD BTD
h
52
WGDP1
OWT OBDP1
WGD
31 29
b
h
h b
27 25
h
h
h
h
Pe terh of
23 21 19 17
13
h h b
OWT
WGD
11
h
b
BTD
b
b
2
WGD
50
b
BTD
22
OWT WGD
WGD
17
BTD
19
h
24
OTD WGD
WGD
WGD
BTD BTD
21
BTD h
WGD
OTD BTD
WGD
WGD
BTD OWT OBW BTD
WGD
WGD
WGD
OWT b
BTD
b
OWG WTD
OWG WGD
WTD
OWG
OTD
OTD
20
WGD WGD
h
WGD
BTD
7
BTD
OWT
WGD
WGD
GBIP1
WGD
WGD
WGD
OTD
WGD
WGD OWT
BTD
WGD
OBDP1 OWT
b
BTD h
WGDP1
WGD
h
BTD
BTD
b
h
OWG
BTD GBIP1
WGD
WGD BTD
h
BTD
1 18 -8A3 2
WGD
42
WGD WTD
WGD
b
5
BTD
WGD
b
h OWT BTD
BTD
h
3
BTD
h
WGD
BTD BTD
31
BTD
OWG WGD
h
WGD
BTD
33
b h
WGD BTD
BTD WGD OTD
40
b
BTD
b
BTD
WGD
OWG
OWG
44
BTD
35 h
b
OWT OWT
BTD
WGD b h
BTD
h
b
1
WGD
BTD
OWT BTD
37
b
h
BTD
BTD
WGD
39 h
BTD
20
OTD
BTD
WTD
WTD
OBDP1
h
b b
b
OTD BTD
h
WGD WGD
OWT
ge n
WTD
BTD
b
h
OBW BTD
9
h OTD
11
OWT
BTD
h
WGD
BTD
41
h
b b
OWT
OWG
BTD
OBW WGD WGD
38
WGDP1
BTD
43
b b
h
h
h
WGD
OWT
WGD b
h
Ha
13 15
18
h
WTD
De
OTD
BTD BTD
b WGD
46
BTD
b b
h
11
BTD
WGD
WGD
ge n BTD
h
h
9
WGD WGD
14
h
16
OTD
OWT BTD WGD
1 h b
b
Ha
WGD BTD
7
h
12 h
WGD BTD
3
b
GBIP1
BTD
h
5
10
WGD
BTD
WGD
WGD
h
b
De
BTD
3
h b
OWT
BTD h
BTD
36
WGD
1
WGD WGD
WGD
b
h
WGD WGD BTD
BTD
8
WGD
5
h
b h
48
OBDP1 OWT BTD
WGD
6
h
h
BTD
WGD
b b
h
WGDP1
BTD
BTDWGD h
BTD
WGD WGD
WTD
b
b
4 WGD
OTD
7
h
b
h
BTD WGD OWT
OTD
b
BTD
OWT
BTD
WGD
9
h b
OWT
b
OWT
15
h
OWT
WGD BTD
h
h
b OWT
WGD
WGD WGD
h
b WGD
33
h
BTD OWT
OWT
BTD
BTD
35
b
h
GBIP1
BTD
BTD
BTD
WGD
37
h
b OBDP1 WGDP1
OTD
WGD
41 39
b
GBIP1
h
BTD
BTD
43 h
WGD
WGD
BTD
18
WGD BTD
WGD
h
h
33 -6 3
WGD
WGD
BTD BTD
h
OWG
h BTD
OWT
BTD OWT
WGDP1 OBDP1
BTD BTD
45
b
56
GBIP1
OWT
WTD
WGD
OTD
WGD
WGD
47
b
OWT
GBIP1
OWT
WTD
WGDP1 OBDP1
WGD BTD
WGD
49
h b OWT
BTD
WTD
OTD
BTD WGD
WGD
GBIP1
WGD
OWT WGD
OWT
WGD
BTD
BTD
BTD
BTD
WGD
OTD
WGD
OWT
b
b
OTD
BTD
WGD
WGD h
BTD
BTD
WGD
WGD
BTD
WTD
OTD WGD
WGD
OBW
WGD
BTD
h
WGD
OWT
BTD
WGD
h WGD
WGD
WGD
WTD
BTD
OWG
A64 22BTD
WGD BTD
OTD
WGD
GBIP1
OTD OWT
GBIP1
WGD OBW
h
49A
WGD
OTD
WGD
OWG
71
WGD
h
22 3A b
BTD
OBD
55
WGD
51
OWT
WTD
BTD
WGD BTD
OWT
69
h
eg
BTD WGD
WGDP1 OBDP1
57
h
WGD
BTD
OTD OTD
OWT
WGD BTD
BTD
61
59
OTD
OWT
WGD
67
63
h
h b
BTD
BTD
h
OWT BTD
65
b
WGD
14B
WTD
WGD WGD WGD
77 75
73
WGD
OTD
WGD OTD OTD
OTD OTD
WGD
WGD
h b
OWT WGD
79 h
OTD
BTD
OTD OTD OTD OTD
h
h
BTD GBIP1
OTD
31 h
4 OTD
WGD
WTD BTD OWT WTD WGD BTD
OTD
OTD
WTD OWT
WGD
h
b
OTD
h
33
h
6 OTD OTD
rgw
b
b
h
OTD
WGD
Be
35
b
8
OTD
WGD
GBIP1
37
66A28 66-1
b
b
OTD
OTD OTD
OTD
h
OTD
BTD
h
h
OBDP1 WGDP1
h
41 39 h
h
b
OTD WGD
b
62 -7 6
GBIP1 WGD
BTD OWT
2
4
OWT
43
b
b
WGD GBIP1
b WGD
b
OTD
BTD
WGD
OWT
OWT
OWT
OTD
OTD OTD
OWG
OBD OTD OTD OTD
WGD
WGD
47 45
OBWUP BTD
h
GBIP1
GBIP1
51 h
49
b
BTD
b
81
OWT
h
53 h
b
h
OTD OTD OTD
b
h
WGDP1 OBDP1 h
h
WGD
b
b
b
BTD WGD
b
b
b b
h
12
OWT
GBIP1
b
b b
b
14 h A
OTD
WGD
OWT
h
h
h
b
b
14
WGD
OTD
ho f
h
h
GBIP1
OTD
BTD BTD
OTD OTD
WGD
b
111
OTD
WGD
20
WGDP1
OTD
h
BTD
h
b
h
OTD WTD
h b
OWT
WGD
OWT
WGD BTD
OBDP1
GBIP1
h
h
WGD
WGD BTD
OWT
OTD
h
or st
14
BTD
WGD
WGD
WGD
WGD
OWT
b
b
b
b
WGD
WTD
WTD
WGD
OTD OTD
55
70 -8 0
ech
OWT
WGD OTD
OTD OTD
OTD
WGDP1 OBDP1
BTD
h
OTD OTD
WTD
OTD
81 OTD
OTD OTD
WGD
OTD
h
OWT OWT
OTD
OTD
59 57
b
WGD
Bo
WGD BTD
OWT
OTD
69
h
61 h
OWT
BTD
OTD
OTD OTD OTD
h
63 b
b
WGD
WGD
OWT OTD
h
67
b
OWT WTD
OTD
OTD OTD
h
65
b
b
b
h
h
b
b
h
BTD h
b
20
OTD
b b b
b
h
b
h
h
h
h
h
WGD
22
b
h
21
h
b
22
h
b OWT WTD
h
79 h
77 h
75 73
h
h
71
b
h
23
h b
h
b
A
WGD
WGD
19 20 OTD
24 b
24
OTD
WGD
18
WGD
OTD
25
h
b
26
WGD OWT
h
OWT
17
BTD b
h
h
h
16
OTD
b
b
14 15
WTD
b
BTD
BTD
OTD OTD
OTD
85 83
h
b b
b b
BTD
BTD
12 13
OTD
BTD OTD
OTD
h WGDP1 OBDP1