G. Stikstofberekening in het kader van de Wet natuurbescherming AVG
Tekst van het document
Susanna
van
Ettenstraat 2 te Noordwijk Stikstofberekening
in het kader van de Wet natuurbescherming
4 7
0 32 02
-
E A
s
i ev da G & G
-
Van der Goes
en
Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Susanna
Ettenstraat
van
2
Noordwijk
te Stikstofberekening
in het kader
van
de Wet
natuurbescherming
(geanonimiseerd)(geanonimise rd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimise rd()geanonimise rd) (geanonimiseerd)
2024
Opdrachtgever Planvorming
DNS
WE
Van
B.V.
der Goes
ecologisch onderzoeksG&G-advies
AE2023-074
en en
Groot
adviesbureau
24 november
2023
26
Vv2 Gecontroleerd door:
november
2024
20 december
V2.1
2024
V.2.2
1(geanonimise rd) GN (geanonimiseerd)
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Bovendijk
35-G
Hazenkoog
2295
Kwintsheul
1822
RV
www.vandergoesengroot.nl
BS
35-A
Alkmaar
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
3
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1. 1
2
4
Werkwijze en werkzaamheden
...............................................................................
Methode 2. 1
3
4 4
6
Berekening en uitgangspunten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Aanlegfase
7
3. 1
Inzet mobiele werktuigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
3. 2
Verkeersaantrekking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
3. 3
Berekening Aanlegfase . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Gebruiksfase
10
4. 1
Verkeersaantrekking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
4. 2
Berekening Gebruiksfase . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
5
Soort- en overige gebiedsbeschermende natuurwetgeving
12
6
Conclusie effectbeoordeling stikstof
13
7
Literatuur
14
8
Bijlagen
16
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
4
Inleiding
1
Er bestaan plannen aan de Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk een terrein te herontwikkelen. Het huidige bedrijfspand van KPN op deze locatie wordt hiervoor gesloopt. Het is nodig een berekening uit te voeren om de gegenereerde stikstofuitstoot en depositie van dit project te bepalen. De te realiseren bebouwing wordt zonder gasaansluiting aangelegd , maar er is wel sprake van extra verkeer en de inzet van mobiele werktuigen door de herinrichting. Alle verbrandingsprocessen waarbij fossiele brandstoffen en hitte zijn betrokken , leveren door oxidatie van vrije stikstof uit de lucht de gebonden stikstofoxiden nitriet (NO)2 en/of nitraat (NO).3 Tevens komt soms ammoniak (NH)3 vrij. De gebonden stikstofmoleculen worden na verbranding luchtzijdig verspreid en slaan na verloop van tijd neer. De gebonden moleculen werken na het neerslaan vervolgens bodemverrijkend en/of verzurend. Nederland heeft zich door ondertekening van de Europese Habitatrichtlijn verplicht bepaalde vegetaties te beschermen binnen het gebiedennetwerk van de Natura 2000-gebieden. Deze vegetaties zijn in een aantal gevallen gevoelig voor bodemverrijking en/of verzuring en de neerslag van de gebonden stikstofmoleculen kunnen een bedreiging zijn voor het voortbestaan van deze vegetaties , zeker als de kritische (=maximale) depositiewaarde (KDW) op deze vegetaties reeds is bereikt.
1. 1
Werkwijze
en
werkzaamheden
In het plangebied zullen 24 appartementen worden gerealiseerd. Het complex wordt maximaal 4 verdiepingen hoog.
Voorafgaand aan bouw zal de huidige bebouwing worden gesloopt , het puin worden afgevoerd en het bouwterrein verder bouwrijp worden gemaakt door deze te ontdoen van vegetatie , te vlakken en het benodigde graafwerk uit te voeren voor kabels , leidingen en
fundamenten. Tijdens het werk zullen prefab betondelen , wanden en kozijnen worden ingehesen , en betonvloeren worden gestort en zullen heipalen worden geslagen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
5
Situatieschets van het plangebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
6
2
Methode Om depositie van het project te berekenen wordt de meest recente versie van de rekentool ‘Aerius’ (AERIUS 2024.0.12024) gebruikt. , Vanwege een uitspraak van de Raad van State d. d. 29 mei 2019 kan niet meer gebruik gemaakt worden van automatische vergunningverlening op grond van de voorheen geldende drempelwaardes. Aangetoond moet worden dat geen significant negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden. In de berekening wordt de projectbijdrage door Aerius Calculator op concrete rekenpunten exact berekend , waarbij ook habitattypen , vegetaties of Natura 2000-gebieden op meer dan 3 km afstand betrokken worden. De depositie op de meest nabijgelegen ‘stikstofgevoelige habitattypen’ (zoals gedefinieerd in Aerius) wordt doorgerekend om te onderzoeken of deze hoger is dan 000. , Als de projectbijdrage hoger is dan een berekende 000 , mol/ha/jaar zijn mogelijk gevolgen te verwachten. Het rekenresultaat van 000 , mol/ha/jaar betekent een maximale stikstofdepositie op het meest dichtbij gelegen stikstofgevoelige habitattype in Natura 2000gebieden die lager is dan 0005 , mol/ha/jaar. Dit komt omdat Aerius 0005 mol/ha/jaar de depositie naar boven afrondt tot een vanaf , projectbijdrage van 001 , mol/ha/jaar.
2. 1
Berekening
en
uitgangspunten
Bij de berekening van stikstofemissie zijn twee fases te onderscheiden , de aanlegfase (sloop en bouw) en de gebruiksfase (gebruik ontwikkelde gebied na afloop van de aanlegfase , inclusief verkeersaantrekking). Aanleg en gebruik komen niet naast elkaar voor. In deze rapportage worden zowel de aanlegfase als de gebruiksfase berekend. De hoogste emissie is bepalend voor de te verwachten gevolgen op Natura 2000-gebieden. Voor de berekening zijn de effecten ingeschat op de meest dichtbij zijnde stikstofgevoelige habitattypen. Het betreft diverse aangewezen habitattypen in Natura 2000-gebied Coepelduynen en Kennemerland-Zuid. Voor een situering van het plangebied ten opzichte van Natura 2000gebieden , zie ook Bijlage 2.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
3
7
Aanlegfase De stikstofemissies tijdens de aanlegfase (sloop en bouw) zijn toe te wijzen aan twee bronnen. Het betreft gebruik van mobiele werktuigen op de bouwplaats en de verkeersaantrekkende werking tijdens de werkzaamheden. De aanlegfase zal ongeveer één jaar in beslag nemen. Omdat de precieze uitvoer van de plannen niet bekend is , is gedeeltelijk gerekend met zogenaamde ‘worst-case’ aannames. De verwachting is dat het grootste deel van de aanleg in 2025 plaats zal vinden. Daarom is 2025 als rekenjaar voor de aanlegfase gekozen.
3. 1
Inzet mobiele werktuigen De belangrijkste werkzaamheden waarbij stikstof vrijkomt betreffen sloopwerk en afvoer van puin , vlakken van de vrijgekomen grond , graven van sleuven voor ondergrondse infrastructuur , productie en/of aanvoer van beton op locatie ten behoeve van vloeren en fundering , heiwerkzaamheden en hijswerk van prefab constructiedelen. Voor het gebruik van mobiele werktuigen zijn de machines en draaiuren genomen die zijn vermeld in Tabel 1. Er wordt uitgegaan van de inzet van materieel van stageklasse IV of hoger. De materiële inzet is zo accuraat mogelijk ingeschat , waarbij gedeeltelijk elektrisch gewerkt zal worden. Alle overige benodigde werktuigen dienen elektrisch te worden aangedreven , waarbij geen gebruik wordt gemaakt van dieselgeneratoren , en de werktuigen op afstand , of middels bouwstroom dienen te worden opgeladen. De mobiele emissiebronnen zijn in Aerius apart ingevoerd. Niet te kiezen bronnen zijn binnen Aerius ingegeven als ‘anders’ met factoren zoals aangegeven in Tabel 1. De totale bijdrage van de mobiele werktuigen tijdens de aanlegfase is hierdoor 82, kg NOx/jaar en 03, kg NH3/jaar.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
8
Geschatte materiaalinzet en geproduceerde stikstof in de aanlegfase op basis van directe invoer van bouwjaar in Aerius of met stageklasse (HULSKOTTE &VERBEEK 2009). s
r aa je ga t
S
Rupskraan 25 ton Heistelling Betonstorter Mobiele kraan Dumper (af- en aanvoer) Verreiker Totaal
3. 2
es s a
lk e ga t S
Elektrisch 2015 IV 2015 IV Elektrisch Elektrisch Elektrisch
)w ( kn e
go
mr e
V
i ur e A i er o ge ) ta
w cs ( k n e go mr e
le % gn its lae b. m e
G
)u /( l k iu r br e lev s ie
D
V
240 200
75-560 75-560
38 38
2533 212 ,
,
s ie
D
/% (e
l u ))l Bd ( A ki ur
br e V 006 006 ,
,
)( l le s ie
Dl a ta o
T
n er u la t n a a la a to t
j diit
sr e
it
le lBu d A
3 H N
O N
61 25
02432 01018
56 26
034
82
x
a ar
D 1013 424
40 20
,
,
,
,
,
,
Verkeersaantrekking De verkeersaantrekkende werking van de aanlegfase bestaat uit transport van materialen en personen (bouwvakkers). Het verkeer is gemodelleerd tot de eerste aansluiting op de doorgaande weg. Er is rekening gehouden met éénrichtingsverkeer , daarom is een aparte route voor aankomend verkeer en vertrekkend verkeer gemodelleerd. Beide routes sluiten aan op de Van de Mortelstraat. De Van de Mortelstraat is één van de hoofdtoegangswegen van Noordwijk en daarmee een drukke verkeersader. Volgens verkeerscijfers (https://www. wegenwiki. nl/N444_(Nederland) is de dagintensiteit ter hoogte van de Lageweg 20. 700 voertuigen. Wanneer aangenomen wordt dat het verkeer zich gelijk verdeelt over de Van Berckelweg , Gooweg en de Van de Mortelstraat rijden er ongeveer 7. 000 voertuigen per dag op de Van de Mortelstraat. De intensiteit van dit project zal in de aanlegfase neerkomen op 10 voertuigen per etmaal. Met een grens van 5% om op te gaan in het heersende verkeersbeeld , ligt dit ruim onder de geschatte 7. 000 voertuigen die hier per dag rijden en is het projectgebonden verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld. De verkeersaantrekkende werking is zo accuraat mogelijk ingeschat. Bij de berekening wordt rekening gehouden met een (generiek) filepercentage van 8%.
Dit resulteert in: Transport personeel: 4 ritten met licht verkeer per werkdag , gedurende een jaar wordt gemodelleerd als 800 ritten per route per jaar.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
9
Aanvoer bouwmaterieel en bouwmaterialen: 1 rit met zwaar verkeer per werkdag , wordt gemodelleerd als 200 ritten per route per jaar. Koude start Op basis van 4 ritten werkverkeer van personeel wordt uitgegaan van 2 koude starts per dag. In totaal betekent dit 800 koude starts per jaar (BIJ12 , 2024). Het zware verkeer zal voornamelijk op het bouwterrein laden en lossen , en binnen twee uur weer vertrekken. In dit geval hoeven de koude starts niet apart berekend te worden. In totaal zorgen 800 koude starts voor 02, kg NO/jaar en 004 , kg x
NH/jaar. 3 Stationair wegverkeer Het zwaar verkeer tijdens de aanlegfase zal voornamelijk materialen laden en lossen. Er wordt uitgegaan van gemiddeld 10 minuten laden en/of lossen per voertuig gedurende het project. De emissies zijn in het rekenmodel ingevoerd als een vlakbron met een uitstoothoogte van 03 , m , een spreiding van 01 , m , een warmte-inhoud van 0 MW en met de etmaalvariatie ‘Zwaar verkeer’. Dit resulteert in (200 * 10 min = 2000 min =) 333, uur stationair draaien gedurende het project. Met een stationaire emissie van 629844 , gram per uur NO x en 09036 , zorgt het stationair draaiend gram per uur NH 3 (BIJ122024) , zwaar verkeer voor 15, kg NOx/j en 003 kg NH3/j. , De totale bijdrage van het verkeer tijdens de aanlegfase is hierdoor 40, kg NO/jaar en 0079 , kg NH/jaar. x 3
3. 3
Berekening Aanlegfase De totale bijdrage van de aanlegfase (inzet mobiele werktuigen en en 04 kg NH/jaar. verkeersaantrekking) komt uit op 122, kg NO/jaar x , 3 Alle bovenstaande informatie is integraal verwerkt in Aeriusberekening met kenmerk RPMoU5i3mD8A. De uitkomst van de berekeningen (rekenscherm) is opgenomen in Bijlage 1. Separaat worden pdf-bestanden opgeleverd als onderlegging van de berekening. Uit de berekeningen blijkt dat de projectbijdrage van de aanlegfase van het initiatief op Natura 2000-gebieden 000 , mol/ha/jaar is. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
10
Gebruiksfase
4
De stikstofemissie tijdens de gebruiksfase is toe te wijzen aan één bron , namelijk de verkeersaantrekkende werking. Omdat de precieze uitvoer van de plannen niet bekend is , is gedeeltelijk gerekend met zogenaamde ‘worst-case’ aannames. De verwachting is dat de bebouwing in 2026 volledig in gebruik is. Daarom is 2026 als rekenjaar voor de gebruiksfase gekozen. Er wordt bij de berekening met betrekking tot gebruik uitgegaan van 24 appartementen. De bebouwing wordt gasloos en zonder andere stookinstallaties aangelegd , zodat hier van emissie geen sprake is. Bij de gebruiksfase wordt alleen de bijdrage van de verkeersaantrekkende werking berekend.
4. 1
Verkeersaantrekking Bij de bepaling van het aantal verkeersbewegingen per woning per dag is op basis van de huidige plannen uitgegaan de volgende gegevens
(CROW2018): ,
7 x ‘huur , appartement , sociale huur’ 10 x ‘huur , appartement , midden’ 7 x huur , appartement , vrije sector’ Allen met ligging ‘matig stedelijkheid’ , ‘rest bebouwde kom’ en ‘maximale verkeersgeneratie’. Bij de berekening wordt tevens rekening gehouden met een (generiek) filepercentage van 8% en 002 , verkeersbewegingen zwaar verkeer per woning per jaar. Bovenstaande gegevens resulteren in: 53, * 7 = 371, vervoersbewegingen per dag , wordt gemodelleerd als 13. 542 per jaar (CROW2018). Het betreft zowel heen- als , terugreizend verkeer in de ‘lichte verkeerscategorie’ 53, * 10 = 53 vervoersbewegingen per dag , wordt gemodelleerd als 19. 345 per jaar (CROW2018). , Het betreft zowel heen- als terugreizend verkeer in de ‘lichte verkeerscategorie’ 60, * 7 =42 vervoersbewegingen per dag , wordt gemodelleerd als 15. 330 per jaar (CROW2018). Het betreft zowel heen- als , terugreizend verkeer in de ‘lichte verkeerscategorie’ 24 * 002 , = 048 , vervoersbewegingen per werkdag , wordt gemodelleerd tot 1248, vervoersbewegingen per jaar , welke in de ‘zware verkeerscategorie’ worden gemodelleerd. Het verkeer is gemodelleerd tot de eerste aansluiting op de doorgaande weg. Er is rekening gehouden met éénrichtingsverkeer , daarom is een aparte route voor aankomend verkeer en vertrekkend verkeer gemodelleerd. Beide routes sluiten aan op de Van de Mortelstraat.
De Van de Mortelstraat is één van de
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
11
hoofdtoegangswegen van Noordwijk en daarmee een drukke verkeersader. Volgens verkeerscijfers (https://www. wegenwiki. nl/N444_(Nederland) is de dagintensiteit ter hoogte van de Lageweg 20. 700 voertuigen. Wanneer
wordt dat het verkeer zich gelijk verdeelt over de Van Berckelweg , Gooweg en de Van de Mortelstraat rijden er ongeveer 7. 000 voertuigen per dag op de Van de Mortelstraat. De intensiteit van dit project zal in de gebruikfase neerkomen op 13258 voertuigen , per etmaal. Met een grens van 5% om op te gaan in het heersende verkeersbeeld , ligt dit ruim onder de geschatte 7. 000 voertuigen die hier per dag rijden en is het projectgebonden verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld. aangenomen
Koude start Tevens wordt rekening gehouden met het aantal koude starts voor licht en zwaar verkeer. Op basis van de parkeercijfers van CROW (2018) wordt uitgegaan van gemiddeld 2 koude starts per woning per dag (18, voor de woningen sociale huur en midden , 22, voor de woningen vrije sector). In totaal betekent dit 17. 520 koude starts per jaar (BIJ12 , 2024). Het zware verkeer zal voornamelijk in de wijk komen om te laden en lossen en binnen twee uur vertrekken en wordt niet meegenomen in de berekening. In totaal zorgen 17. 520 koude starts voor 47, kg NO/jaar en 08, kg x
NH/jaar. 3 De totale bijdrage van het verkeer tijdens de gebruiksfase is hierdoor kg NH/jaar. 79, kg NO/jaar en 09 , 3 x
4. 2
Berekening Gebruiksfase De totale bijdrage van de gebruiksfase (verkeersaantrekking) betreft kg NH/jaar. 79, kg NO/jaar en 09 , 3 x De uitkomst van de berekeningen is opgenomen in Bijlage 2. Separaat worden pdf-bestanden opgeleverd als onderlegging van de berekening. Uit de berekeningen blijkt dat op alle natuurgebieden de projectbijdrage van het initiatief 000 , mol/ha/jaar is. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
12
5
Soort- en overige gebiedsbeschermende natuurwetgeving In de voorgaande hoofdstukken is beschreven in hoeverre er sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De Wet natuurbescherming kent tevens soort- en gebiedsbeschermende weten regelgeving. In de bepalingen die staan uitgewerkt in de Ow kunnen gebieden ook beschermd zijn als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur , EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ ,
‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. In een separate rapportage zijn de soortbescherming ter plaatse (WYTEMA2022) , , en de overige onderdelen van de gebiedsbescherming binnen de Wet Natuurbescherming beoordeeld Zie deze rapportage voor de conclusies (ZIMMERMAN2021). , aangaande gebiedsbescherming.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
6
13
Conclusie effectbeoordeling stikstof De maximale projectbijdrage van de aanleg en gebruik van de planlocatie is 000 , mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie die bij realisatie van de plannen veroorzaakt zal worden , vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarden van de voorkomende stikstofgevoelige habitattypen dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden. Er is dus geen sprake van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Gezien de geplande werkzaamheden betreft de hoogste bijdrage van het project de tijdelijke inzet van mobiele werktuigen. Bij de berekening van de aanlegfase is expliciet toegewerkt naar een haalbare inzet van mobiele werktuigen in de aanlegfase , ook door middel van de inzet van elektrische werktuigen. Indien hiervan af wordt geweken zijn de mogelijke effecten op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden niet in te schatten. De Aerius-berekening ten tijde van het toetsingsmoment is bepalend. Het toetsingsmoment in Aerius voor een bedrijfswijziging is het moment van realisatie van de bedrijfswijziging. Effecten van een latere wijziging in Aerius hebben hier geen effect op. Voor opdrachtgevers is het van belang om de Aeriusberekening te bewaren.
Conclusies omtrent soortbescherming of overige gebiedsbeschermende natuurwetgeving zijn omschreven in een eerder uitgevoerde inventarisatie en quickscan (zie WYTEMA2022 ,
enZIMMERMAN2021). ,
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
14
7
Literatuur AERIUS CALCULATOR 2024.0.1 ,
2024https://calculator. aerius. nl/calculator/ AERIUS , 2018. Emissiewaarden_aerius_def_versie_5_juli_2018. https://www. aerius. nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannenemissiefactoren/05-07-2018 BIJ122022. , Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021 , Versie 3. https://www. bij12. nl/wp-content/uploads/2022/01/ Instructie-gegevensinvoer-voor-AERIUS-Calculator-2021. pdf BIJ122022.Handboek: , Werken met Aerius Calculator 2022. https://www. aerius. nl/files/media/publicaties/documenten/han dboek_aerius_calculator_2022. pdf BIJ122021.Handreiking , Voortoets Stikstof. https://www. bij12. nl/wp-content/uploads/2021/03/BIJ12-
Handreiking-Voortoets-Stikstof-%E2%80%93-Februari-2021.pdf , COMPENDIUM VOOR DE LEEFOMGEVING. Vermestende depositie , 19902016. https://www. clo. nl/indicatoren/nl018916-vermestendedepositie Toekomstigbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers CROW2018. , naar parkeernormen .CROW , Ede KADASTER2022.Basisregistratie , adressen & gebouwen. kadaster. nl https://bagviewer. LIGTERINKN.E. ET AL2021. , , TNO-rapport 2021 R12305. AUB (AdBlue verbruik , Uren , en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen. TNO , Den Haag RAAD VAN STATE2021.Zaaknummer , 201907146/1/R2. Intern salderen niet vergunnningplichtig. https://uitspraken. rechtspraak. nl/inziendocument?id=ECLI:NL: RVS:2021:71 RIJKSOVERHEID2019.Beleidsregels , stikstofaanpak 10 december 2019: https://www. rijksoverheid. nl/actueel/nieuws/2019/12/04 RIJKSOVERHEID2021.Wet , van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en
natuurverbetering). https://zoek. officielebekendmakingen. nl/stb-2021-140. html SIPMAJ.M.D.A.RIETBEEK2016.Ontwikkeling energiekengetallen , , , utiliteitsgebouwen. ECN-E--15-068 , ECN , Putten. EN A. VAN HINSBERG2012. VAN DOBBENH.F.R.BOBBINKD.BAL , , , , Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof , toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Alterra rapport 2397 , Alterra , Wageningen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
15
WYTEMAS.C.2022.Susanna , , van Ettenstraat 2 te Noordwijk. Inventarisatie beschermde soortenin het kader van de natuurwetgeving. G&G-rapport 2022-140 , Alkmaar. ZIMMERMANR.2021. , , Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk. Toetsing in het kader van de natuurwetgeving. G&G-rapport QS2021-281. Van der Goes en Groot , Alkmaar.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
16
8
Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Berekening aanlegfase Berekening gebruiksfase Huidige natuurwetgeving
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
Bijlage 1
Berekening aanlegfase
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
Bijlage 2
Berekening gebruiksfase
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
Bijlage 3
Huidige natuurwetgeving
Bijlage 3. 1
Omgevingswet (Ow) De Omgevingswet (Ow) is het nationale wettelijke kader waarin on der andere de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen. In de Wnb waren reeds de eerdere Flora- en faunawet , Natuurbeschermingswet en de Boswet opgenomen. De overgang van de Wnb naar de Ow verloopt beleidsneutraal. Ten opzichte van de Wnb verandert er daarom weinig voor de soortbescherming. De Ow bundelt alle wetten die gaan over regels met betrekking tot activiteiten in de fysieke leefomgeving , zoals bouw , infrastructuur , natuur , milieu , lucht , water , bodem en cultureel erfgoed. In de Ow is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming , die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De basisregels zoals de doelen van de wet , de algemene zorgplicht , regels van zogenaamde kerninstrumenten , vergunningplicht , verantwoordelijkheden en taken van bevoegde gezagen , bevoegdheidsverdeling en overige instructieregels , staan allemaal in de Ow. De doelstellingen van de Ow baseren zich op de erkenning van de intrinsieke waarde van de natuur. Vanwege deze intrinsieke waarde is de wet gericht op het in stand houden en bereiken van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en een hoge omgevingskwaliteit.
Een andere doelstelling van de Ow is het doelmatig beheren , gebruiken en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. De provincies zijn , op enkele uitzonderingen na , het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de vergunningsverlening en handhaving. Het stelsel Ow bestaat uit een algemene wettekst (de Ow zelf) dat per procesonderdeel nader is uitgewerkt in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) , zogenaamde uitvoeringswetten , en de Omgevingsregeling. Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) In het stelsel Ow staat de regelgeving uitgewerkt in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s). Deze zijn: Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); hierin staan de algemene regels voor Natura 2000- en flora- en fauna-activiteiten waaronder de vergunningplicht (voor overheden en initiatiefnemers) en de regels voor de aanwijzing van vergunningsvrije gevallen en mogelijkheden voor maatwerk.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); hierin staat de uitwerking van algemene regels voor bouwwerken die rechtstreeks werken , eveneens voor initiatiefnemers en overheden. Het Bbl is de vervanger van het Bouwbesluit. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat de uitwerking van normen en instructieregels voor bestuursorganen , waaronder de kaders voor vergunningverlening , zoals beoordelingsregels. Omgevingsbesluit (Ob); hierin staan regels voor initiatiefnemers en bestuursorganen , onder meer met betrekking tot bevoegdheden , totstandkomingsprocedures en handhavingsbepalingen. De Omgevingsregeling (Or) bestaat naast de AMvB’s voor de uitwerking van de administratieve en technische regels. Het invoeringsbesluit regelt het overgangsrecht , wijzigingen in bestaande besluiten en aanpassingen van de AMvB’s. Bijlage 3. 1. 1
Zorgplicht Algemene zorgplicht De algemene zorgplicht in de Ow is een brede zorgplicht en geldt voor de gehele fysieke leefomgeving (afdeling 1. 3 Ow & art. 1. 6 en 1. 7). ‘Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit of het nalaten ervan nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving , is verplicht om deze gevolgen te voorkomen , te beperken of ongedaan te maken dan wel de activiteit achterwege te laten. ’ De algemene zorgplicht is in principe altijd van toepassing , tenzij een specifieke zorgplicht (art. 1. 8 Ow en art. 11. 6 Bal) is opgenomen voor een bepaalde activiteit in de Ow.
Specifieke zorgplicht flora en fauna De specifieke zorgplicht staat uitgewerkt in het Bal (art. 11. 6) en onder diverse artikelen in het Bbl. De specifieke zorgplicht kent een andere reikwijdte dan de algemene zorgplicht. Alle activiteiten die door het verrichten , of juist nalaten hiervan , negatieve gevolgen kunnen hebben op de fysieke leefomgeving zijn verboden volgens de Ow (art. 1.7a , zie ook art. 11. 27 Bal). De activiteiten waar het hier over gaat zijn nader begrensd , ook ter uitvoering van de richtlijn milieustrafrecht (art. 1. 3 Ob). Hierin staat onder andere het verbod op het in lucht , bodem of water brengen van trillingen , geluid , stoffen of warmte die gevolgen voor natuur of landschappen kunnen hebben. Ook staat hierin het verbod om beschermde natuur of landschappen te verwaarlozen met aanzienlijke gevolgen. De specifieke zorgplicht is van toepassing wanneer er aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van specifieke soorten , welke van nature in Nederland voorkomen , die kwetsbaar of bedreigd zijn en vallen onder de Vogelrichtlijn , Habitatrichtlijn , nationaal beschermde soorten en soorten die opgenomen zijn op de (nationale) Rode lijsten. Ook natuurlijke habitats of belangrijke leefgebieden van deze soorten vallen onder de specifieke zorgplicht.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
Als deze aanwijzingen er zijn , moet worden vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor deze soorten , hun nesten , hun foerageerplaatsen , hun voortplantingsplaatsen , hun rust- of groeiplaatsen en hun eieren. Zijn nadelige gevolgen niet uit te sluiten , dan wordt gevraagd om na te gaan welke nadelige gevolgen kunnen optreden en passende preventieve maatregelen te nemen , de activiteit te staken , of , als dat niet kan , passende herstelmaatregelen te nemen. Mochten de zorgplichtbepalingen niet helder genoeg zijn , dan staat het aan bevoegd gezag vrij om middels maatwerkregels (art. 11. 29 Bal) of maatwerkvoorschriften (art. 11. 31 Bal) deze te verduidelijken. Bijvoorbeeld door het opnemen van regels in een provinciale Omgevingsverordening of het stellen van een maatwerkvoorschrift of
vergunningsvoorschrift.
Bijlage 3. 2
Soortbescherming Onder de Ow geldt een algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (§ 5. 1. 1 Ow) , waaronder een flora- en fauna-activiteit , tenzij anders geregeld in een omgevingsplan , waterschapsverordening , omgevingsverordening of ministeriële regeling.
Bijlage 3. 2. 1
Categorieën soortbescherming Onder de Ow worden bepaalde planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die Europees zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (Hrl) en soorten genoemd in de Vogelrichtlijn (Vrl). Naast deze Europees beschermde soorten is een extra categorie soorten toegevoegd , de ‘andere soorten’. Deze soorten zijn op nationaal niveau beschermd. Per provincie geldt daarnaast een vierde categorie , de ‘vrijgestelde soorten’ (art. 3. 11). Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van vergunningsplicht bij schadelijke handelingen (zie Bijlage 3.2.2) , bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
Bijlage 3. 2. 2
Schadelijke handelingen De Ow bepaalt dat de volgende zaken verboden zijn (zie art. 3.1 , 3. 5 en 3. 10): Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren genoemd in de Habitatrichtlijn , vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen. ¹ Het is verboden dieren genoemd in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren.
Het is verboden opzettelijk nesten , rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV , Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen , af te snijden , te ontwortelen of te vernielen. Omgevingsvergunning Daarnaast geldt er een algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (§ 5. 1. 1 Ow) , waaronder een flora- en fauna-activiteit of een Natura 2000-activiteit (zie Bijlage 3.3.1) , tenzij anders geregeld in een omgevingsplan , waterschapsverordening , omgevingsverordening of ministeriële regeling. Indien geen vrijstelling geldt van de vergunningplicht , dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Onderscheid wordt gemaakt in een enkelvoudige vergunningsaanvraag (voor één activiteit) en meervoudige aanvraag (voor meer dan één activiteit) , in verband met een verschil in procedure.
Een meervoudige aanvraag is van toepassing als sprake is van bijvoorbeeld een flora- en faunaactiviteit én een Natura 2000-activiteit. De initiatiefnemer kan zelf kiezen tussen los of gelijktijdig aanvragen (art. 5. 7 Ow). Er is geen eis met betrekking tot een gelijktijdige aanvraag van onlosmakelijke activiteiten. Het bevoegd gezag heeft evenwel de verplichting om de aanvrager te informeren over andere
¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn soorten genoemd in bijlage IV bij de ,
Habitatrichtlijn bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten genoemd in bijlage onderdeel A bij de wet. ,
,
Van der Goes en Groot
,
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
,
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
vergunningplichtige activiteiten , voor zover in te schatten door het bevoegd gezag. Bijlage 3. 2. 3
Vergunningsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals realisatie , sloop of renovatie van bebouwing , kappen van bomen , dempen van wateren of schonen van sloten , kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan vergunning voor de Ow verkregen worden. Als beschermde soorten (zie Bijlage 3. 2. 1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én sprake is van mogelijke schadelijke handelingen (zie Bijlage 3.2.2) , dan is een omgevingsvergunning vereist , of moet , indien mogelijk , conform artikel 3. 31 gewerkt worden met een door het Ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode. De vraag of vergunning kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt , of de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan.
Bijlage 3. 2. 4
Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een vergunning belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen vergunning. Als schade niet te voorkomen is , dan dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. In het belang van de volksgezondheid , openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn In het belang van de volksgezondheid , openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Ter bescherming van flora en fauna. Andere soorten In het belang van de volksgezondheid , openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. In het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan. Ter voorkoming van schade of overlast , met inbegrip van schade aan sportvelden , schietterreinen , industrieterreinen , kazernes , of
begraafplaatsen. Ter bescherming van flora en fauna. Bijlage 3. 2. 5
Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van LNV goedgekeurde gedragscode , hoeft bij werkzaamheden in het kader van natuurbeheer , van bestendig beheer of onderhoud , van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogelsoorten (art. 3.1) , Habitatrichtlijnsoorten (art. 3. 5) en andere soorten (art. 3. 10) geen vergunning te worden aangevraagd , mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (art. 3. 31). De bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. De relevante soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld.
Bijlage 3. 2. 6
Flora- en fauna-activiteit Een ‘flora- en fauna-activiteit’ is een ‘activiteit met mogelijke nadelige gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’ (art 1. 1 Ow). Er is sprake van een ‘flora- en fauna-activiteit’ wanneer sprake is van mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levend dieren of planten , ongeacht of deze soorten beschermd zijn krachtens de Ow. Deze regel geldt dus niet voor soorten die buiten het natuurlijk verspreidingsgebied voorkomen of exoten , tenzij specifiek vermeld. Wanneer sprake is van een flora- en fauna-activiteit , dient rekening te worden gehouden met de specifieke zorgplicht (zie Bijlage 3. 1. 1). Daarnaast zijn Huismuis , Bosmuis , Veldmuis , Bruine rat , Huisspitsmuis en Mol buiten beschermde gebieden in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden (art. 3. 10).
Bijlage 3. 3
Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming in de Ow bestaat uit een beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden , regels voor de aanwijzing en bescherming van het Natuurnetwerk Nederland en bijzondere natuurgebieden en landschappen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Susanna van Ettenstraat 2 te Noordwijk
Onder de Ow geldt een algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (§ 5. 1. 1 Ow) , waaronder een Natura 2000-activiteit , tenzij anders geregeld in een omgevingsplan , waterschapsverordening , omgevingsverordening of ministeriële regeling. Een Natura 2000-activiteit is een activiteit waarbij kans is op een significant gevolg voor een Natura 2000-gebied en is daarmee vergunningplichtig. Bijlage 3. 3. 1
Natura 2000 Nederland en andere EU-lidstaten hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen , de zogenaamde Natura 2000-gebieden. Een overzicht van Natura 2000gebieden is te vinden op:
https://www. natura2000. nl/ Voortoets Wanneer plannen bestaan een project in of rond een Natura 2000gebied uit te voeren , neemt de initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt. Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten , dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze Voortoets blijkt dat een plan (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft , vindt de vergunningaanvraag plaats via een ‘passende beoordeling’. Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen. Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen significante gevolgen zullen optreden , of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn , wordt vergunning verleend. Als uit de ‘Voortoets’ blijkt dat een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn , beoordeelt het bevoegd gezag of deze negatieve gevolgen in het licht van de instandhoudings-doelstellingen aanvaardbaar zijn (zie Bijlage 1. 6). Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000-gebieden is de ‘externe werking’. Dit betekent dat ook projecten buiten het Natura 2000- netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk , getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of gebieden.
Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 2000-gebieden en daar voor schade kan zorgen. Aangetoond moet worden dat geen negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2023-074
Van der Goes
en
Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Hazenkoog 35A 1822 BS Alkmaar
Bovendijk 35-G 2295 RV Kwintsheul
www. vandergoesengroot. nl