F. Was-wordt tabel Gemeenschappelijke Regeling ISD Bollenstreek 2024
Tekst van het document
Was-wordt tabel Memorie van Toelichting Gemeenschappelijke Regeling ISD Bollenstreek 2024 Na indiening van de zienswijze Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Toelichting
4.1 Het algemeen bestuur
4.1 Het algemeen bestuur
Betreft vernummering.
De Wet gemeenschappelijke regelingen geeft een aantal kaders voor de samenstelling van het algemeen bestuur, voor het overige moet dit in de GR zelf worden geregeld (art. 10 lid 3 Wgr). De samenstelling is afhankelijk van de deelnemers aan de GR. In dit geval zijn dat de colleges van de deelnemende gemeenten. De GR is daarmee een zogenoemde collegeregeling.
De Wet gemeenschappelijke regelingen geeft een aantal kaders voor de samenstelling van het algemeen bestuur, voor het overige moet dit in de GR zelf worden geregeld (art. 10 lid 3 Wgr). De samenstelling is afhankelijk van de deelnemers aan de GR. In dit geval zijn dat de colleges van de deelnemende gemeenten. De GR is daarmee een zogenoemde collegeregeling.
In het algemeen bestuur heeft iedere deelnemer twee leden. Deze leden worden aangewezen door de deelnemende colleges. De colleges kunnen daarbij kiezen uit de leden van het
In het algemeen bestuur heeft iedere deelnemer twee leden. Deze leden worden aangewezen door de deelnemende colleges. De colleges kunnen daarbij kiezen uit de leden van het
college (dus zowel de burgemeester als de wethouders). Gemeenteraadsleden kunnen niet worden aangewezen. Dit volgt uit artikel 13 lid 6 Wgr en is overgenomen in artikel 11 lid 1 van de GR. Wanneer men ophoudt lid van het college te zijn waaruit men is aangewezen, dan houdt men tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur van het gemeenschappelijk openbaar lichaam (art. 13 lid 6 en lid 2 Wgr). Een lid van het algemeen bestuur kan daarnaast door zijn eigen college worden ontslagen wegens gebrek aan vertrouwen (art. 18 jo. art. 16 lid 4 Wgr; art. 12 GR). Dit geldt tevens voor een plaatsvervangend lid. Tegen dit besluit kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. Hiervoor hoeft geen bezwaarschriftprocedure te worden gevolgd. De rechter zal hierbij toetsen aan de wettelijke ontslagprocedure en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Een inhoudelijke toetsing zou afbreuk doen aan het politieke karakter van het ontslagrecht.
college (dus zowel de burgemeester als de wethouders). Gemeenteraadsleden kunnen niet worden aangewezen. Dit volgt uit artikel 13 lid 6 Wgr en is overgenomen in artikel 11 lid 1 van de GR. Wanneer men ophoudt lid van het college te zijn waaruit men is aangewezen, dan houdt men tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur van het gemeenschappelijk openbaar lichaam (art. 13 lid 6 en lid 2 Wgr). Een lid van het algemeen bestuur kan daarnaast door zijn eigen college worden ontslagen wegens gebrek aan vertrouwen (art. 18 jo. art. 16 lid 4 Wgr; art. 12 GR). Dit geldt tevens voor een plaatsvervangend lid. Tegen dit besluit kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. Hiervoor hoeft geen bezwaarschriftprocedure te worden gevolgd. De rechter zal hierbij toetsen aan de wettelijke ontslagprocedure en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Een inhoudelijke toetsing zou afbreuk doen aan het politieke karakter van het ontslagrecht.
Het algemeen bestuur moet minimaal tweemaal per jaar vergaderen (art. 22 lid 1 Wgr en art. 14 lid 4 GR). Voorts is bepaald dat de voorzitter, het dagelijks bestuur en tenminste twee leden van het algemeen bestuur kunnen bepalen dat het algemeen bestuur bijeen moet komen (art. 14 GR). De vergaderingen van het algemeen bestuur
Het algemeen bestuur moet minimaal tweemaal per jaar vergaderen (art. 22 lid 2 Wgr en art. 14 lid 4 GR). Voorts is bepaald dat de voorzitter, het dagelijks bestuur en tenminste twee leden van het algemeen bestuur kunnen bepalen dat het algemeen bestuur bijeen moet komen (art. 14 GR). De vergaderingen van het algemeen bestuur
Pagina 2 van 11
zijn openbaar, tenzij tenminste twee van de aanwezige leden verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt de deuren te sluiten. Het algemeen bestuur besluit vervolgens of de deuren daadwerkelijk gesloten worden. Bij de overige ordebepalingen is aansluiting gezocht bij de Gemeentewet nu artikel 22 Wgr dit voorschrijft.
zijn openbaar, tenzij tenminste twee van de aanwezige leden verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt de deuren te sluiten. Het algemeen bestuur besluit vervolgens of de deuren daadwerkelijk gesloten worden. Bij de overige ordebepalingen is aansluiting gezocht bij de Gemeentewet nu artikel 22 Wgr dit voorschrijft.
4.5 Stemverhoudingen
4.5 Stemverhoudingen
Binnen het algemeen bestuur heeft iedere deelnemer twee leden. Leden van het algemeen bestuur die niet tevens lid van het dagelijks bestuur zijn hebben twee stemmen. Leden van het algemeen bestuur die tevens lid van het dagelijks bestuur zijn hebben één stem (art. 14 lid 3 GR en art. 20 lid 2 GR). Besloten wordt bij volstrekte meerderheid (art. 14 lid 2 en art. 20 lid 1 GR), waarmee de gelijkwaardigheid van de deelnemers tot uitdrukking is gebracht. Ook het dagelijks bestuur neemt besluiten met volstrekte meerderheid (art. 31 lid 3 GR).
Binnen het algemeen bestuur heeft iedere deelnemer twee leden. Leden van het algemeen bestuur die niet tevens lid van het dagelijks bestuur zijn hebben twee stemmen. Leden van het algemeen bestuur die tevens lid van het dagelijks bestuur zijn hebben één stem (art. 14 lid 3 GR en art. 20 lid 2 GR). Besloten wordt bij volstrekte meerderheid (art. 14 lid 2 en art. 20 lid 1 GR), waarmee de gelijkwaardigheid van de deelnemers tot uitdrukking is gebracht. Ook het dagelijks bestuur neemt besluiten met volstrekte meerderheid (art. 31 lid 3 GR).
Voor enkele besluiten wordt in de regeling een gekwalificeerde meerderheid gevraagd:
Voor enkele besluiten wordt in de regeling een gekwalificeerde meerderheid gevraagd:
-
art. 52: toetreding is besluit van de deelnemers met drievierde meerderheid van de deelnemende colleges;
Pagina 3 van 11
-
art. 54: toetreding is besluit van de deelnemers met drievierde meerderheid van de deelnemende colleges;
Betreft vernummering.
-
-
-
art. 53: uittreding is besluit van de uittredende partij; onder de voorwaarden die daaraan worden verbonden door het algemeen bestuur; art. 54: wijziging van de regeling met drievierde meerderheid van de deelnemende colleges; art. 55: opheffing van de regeling met drievierde meerderheid van de deelnemende colleges.
-
-
-
art. 55: uittreding is besluit van de uittredende partij; onder de voorwaarden die daaraan worden verbonden door het algemeen bestuur; art. 56: wijziging van de regeling met drievierde meerderheid van de deelnemende colleges; art. 57: opheffing van de regeling met drievierde meerderheid van de deelnemende colleges.
6.2 Begroting
6.2 Begroting
De Wet gemeenschappelijke regelingen geeft een aantal kaders voor de vaststelling van de begroting. Deze zijn overgenomen in de GR. Zo moet het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting vóór 30 april, voordat deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, aan de gemeenteraden zenden (art. 34b Wgr en art. 35 lid 1 Wgr en art. 45 lid 2 GR). De gemeenten moeten de ontwerpbegroting voor een ieder ter inzage leggen en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar stellen (art. 35 lid 2 Wgr; art. 45 lid 3 GR). Hiervan moet openbare kennisgeving geschieden (art. 35 lid 6 Wgr jo art. 190 lid 2 Gemeentewet). De raden kunnen bij het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband hun zienswijzen bekend maken. Het dagelijks bestuur van het
De Wet gemeenschappelijke regelingen geeft een aantal kaders voor de vaststelling van de begroting. Deze zijn overgenomen in de GR. Zo moet het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting vóór 30 april, voordat deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, aan de gemeenteraden zenden (art. 34b Wgr en art. 35 lid 1 Wgr en art. 45 lid 2 GR). De gemeenten moeten de ontwerpbegroting voor een ieder ter inzage leggen en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar stellen (art. 35 lid 2 Wgr; art. 45 lid 3 GR). Hiervan moet openbare kennisgeving geschieden (art. 35 lid 6 Wgr jo art. 190 lid 2 Gemeentewet). De raden kunnen bij het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband hun zienswijzen bekend maken. Het dagelijks bestuur van het
Pagina 4 van 11
Betreft vernummering.
samenwerkingsverband voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals die wordt aangeboden aan het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband (art. 35 lid 3 Wgr en art. 45 lid 4 GR). Deze zogenoemde voorhangprocedure geldt eveneens voor begrotingswijzigingen, behoudens voor die wijzigingen die geen verandering brengen in de bijdragen van de deelnemers (art. 35 lid 5 Wgr; 45 lid 9 GR).
samenwerkingsverband voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals die wordt aangeboden aan het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband (art. 35 lid 3 Wgr en art. 45 lid 4 GR). Deze zogenoemde voorhangprocedure geldt eveneens voor begrotingswijzigingen, behoudens voor die wijzigingen die geen verandering brengen in de bijdragen van de deelnemers (art. 35 lid 6 Wgr; 45 lid 10 GR).
Het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband stelt de begroting vast (art. 34 lid 1 Wgr en art. 45 lid 6 GR). Er is voor gekozen hierbij een volstrekte meerderheid te hanteren (helft + 1). Het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling aan Gedeputeerde Staten (art. 34 lid 2 Wgr en art. 45 lid 8 GR). Het algemeen bestuur zendt de begroting aan de raden van de deelnemers, die bij Gedeputeerde Staten hun zienswijzen bekend kunnen maken (art. 35 lid 4 Wgr; art. 45 lid 7 GR.
Het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband stelt de begroting vast (art. 34 lid 1 Wgr en art. 45 lid 6 GR). Er is voor gekozen hierbij een volstrekte meerderheid te hanteren (helft + 1). Het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling aan Gedeputeerde Staten (art. 34 lid 2 Wgr en art. 45 lid 9 GR). Het algemeen bestuur zendt de begroting aan de raden van de deelnemers, die bij Gedeputeerde Staten hun zienswijzen bekend kunnen maken (art. 35 lid 5 Wgr; art. 45 lid 8 GR.
De deelnemers van het samenwerkingsverband dienen elk afzonderlijk jaarlijks bij te dragen in de kosten van de bedrijfsvoering van het samenwerkingsverband. Om enig misverstand te voorkomen: daar waar in de regeling wordt gesproken over „bijdrage‟ betreft het dus een
De deelnemers van het samenwerkingsverband dienen elk afzonderlijk jaarlijks bij te dragen in de kosten van de bedrijfsvoering van het samenwerkingsverband. Om enig misverstand te voorkomen: daar waar in de regeling wordt gesproken over „bijdrage‟ betreft het dus een
Pagina 5 van 11
financiële bijdrage. De bijdrage wordt vastgesteld door het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband. Dit vindt als regel plaats bij de vaststelling van de begroting en de jaarrekening.
financiële bijdrage. De bijdrage wordt vastgesteld door het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband. Dit vindt als regel plaats bij de vaststelling van de begroting en de jaarrekening.
De twee volgende kengetallen bepalen de wijze waarop de verdeelsleutel tot stand is gekomen. Voor 50% worden de kosten aan de individuele gemeenten toegerekend op basis van het inwoneraantal van de individuele gemeenten op peildatum 1 januari van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar (dus t-1).
De twee volgende kengetallen bepalen de wijze waarop de verdeelsleutel tot stand is gekomen. Voor 50% worden de kosten aan de individuele gemeenten toegerekend op basis van het inwoneraantal van de individuele gemeenten op peildatum 1 januari van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar (dus t-1).
Voor 50% worden de kosten toegerekend op basis van het aantal lage inkomens binnen de individuele gemeenten. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de verdelingsystematiek van het Gemeentefonds door het Ministerie van Binnenlandse zaken.
Voor 50% worden de kosten toegerekend op basis van het aantal lage inkomens binnen de individuele gemeenten. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de verdelingsystematiek van het Gemeentefonds door het Ministerie van Binnenlandse zaken.
6.3 Jaarrekening
6.3 Jaarrekening
Het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband stelt de jaarrekening vast (art. 34 lid 3 Wgr en art. 50 lid 2 GR). Het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling aan Gedeputeerde Staten (art. 34 lid 4 Wgr en art. 50
Het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband stelt de jaarrekening vast (art. 34 lid 3 Wgr en art. 50 lid 2 GR). Het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling aan Gedeputeerde Staten (art. 34 lid 4 Wgr en art. 50
Pagina 6 van 11
Betreft vernummering.
lid 4 GR). Na onderzoek en vaststelling door het algemeen bestuur, stuurt deze de vastgestelde jaarrekening ter kennisname toe aan de gemeenteraden, ook voor 15 juli van het betreffende jaar.
lid 5 GR). Na onderzoek en vaststelling door het algemeen bestuur, stuurt deze de vastgestelde jaarrekening ter kennisname toe aan de gemeenteraden, ook voor 15 juli van het betreffende jaar.
Uiteraard worden de (financieel) ambtenaren van de gemeenten in zo’n vroeg mogelijk stadium van de cijfers over de jaarrekening op de hoogte gebracht, zodat zij deze informatie in hun eigen begroting en jaarrekening kunnen verwerken. Dit geldt ook voor de informatie in de twee managementrapportages over de eerste vier respectievelijk acht maanden van het lopende jaar.
Uiteraard worden de (financieel) ambtenaren van de gemeenten in zo’n vroeg mogelijk stadium van de cijfers over de jaarrekening op de hoogte gebracht, zodat zij deze informatie in hun eigen begroting en jaarrekening kunnen verwerken. Dit geldt ook voor de informatie in de twee managementrapportages over de eerste vier respectievelijk acht maanden van het lopende jaar.
7. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
7. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Volgens het bepaalde in artikel 1 lid 3 Wgr wordt onder het treffen van een regeling mede verstaan toetreden tot, uittreden uit en wijzigen van een regeling. Dit betekent dat evenals voor het aangaan van de regeling ook voor toetreding, uittreding en wijziging van de regeling de medewerking van de deelnemers en de toestemming daarvoor van hun raden respectievelijk algemeen bestuur is vereist. Waarbij als het gaat om wijziging van de regeling, ook een zienswijzeprocedure geldt waarin de gemeenteraden van de deelnemers
Volgens het bepaalde in artikel 1 lid 3 Wgr wordt onder het treffen van een regeling mede verstaan toetreden tot, uittreden uit en wijzigen van een regeling. Dit betekent dat evenals voor het aangaan van de regeling ook voor toetreding, uittreding en wijziging van de regeling de medewerking van de deelnemers en de toestemming daarvoor van hun raden respectievelijk algemeen bestuur is vereist. Waarbij als het gaat om wijziging van de regeling, ook een zienswijzeprocedure geldt waarin de gemeenteraden van de deelnemers
Pagina 7 van 11
Betreft vernummering.
hun zienswijze op het ontwerpbesluit kunnen uitbrengen aan het bestuur.
hun zienswijze op het ontwerpbesluit kunnen uitbrengen aan het bestuur.
De toetreding, uittreding, wijziging en opheffing zijn uitvoerig geregeld in Hoofdstuk 12 van de GR.
De toetreding, uittreding, wijziging en opheffing zijn uitvoerig geregeld in Hoofdstuk 14 van de GR.
Naast het besluit van een nieuwe deelnemer om aan de regeling deel te willen nemen moeten ook de al bestaande deelnemers aan de regeling daartoe besluiten. Zowel de besluiten tot toetreding van een nieuwe deelnemer, als die tot instemming met een toetreding door de bestaande deelnemers behoeven de toestemming van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers.
Naast het besluit van een nieuwe deelnemer om aan de regeling deel te willen nemen moeten ook de al bestaande deelnemers aan de regeling daartoe besluiten. Zowel de besluiten tot toetreding van een nieuwe deelnemer, als die tot instemming met een toetreding door de bestaande deelnemers behoeven de toestemming van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers.
Voor toetreding van een nieuwe deelnemer is instemming vereist van drievierde van de bestaande deelnemers aan de regeling. De toetreding gaat in beginsel in op de eerste dag van het jaar volgende op dat waarin de toestemming tot toetreding is verleend. De tussenliggende periode is opgenomen om de organisatie van het samenwerkingsverband in de gelegenheid te stellen om de toetreding van een nieuwe deelnemer goed voor te bereiden.
Voor toetreding van een nieuwe deelnemer is instemming vereist van drievierde van de bestaande deelnemers aan de regeling. De toetreding gaat in beginsel in op de eerste dag van het jaar volgende op dat waarin de toestemming tot toetreding is verleend. De tussenliggende periode is opgenomen om de organisatie van het samenwerkingsverband in de gelegenheid te stellen om de toetreding van een nieuwe deelnemer goed voor te bereiden.
Het algemeen bestuur kan voor toetreding algemene regels stellen waaraan voldaan moet
Het algemeen bestuur kan voor toetreding algemene regels stellen waaraan voldaan moet
Pagina 8 van 11
worden door de nieuwe deelnemer. Indien het noodzakelijk is, kan het algemeen bestuur ook specifieke regels stellen voor één deelnemer. Na toetreding moeten (mogelijk) de artikelen omtrent de taken, en de zeggenschapsverhouding in het algemeen bestuur worden gewijzigd. Deze wijziging van de regeling geschiedt bij drievierde meerderheid van de deelnemende colleges.
worden door de nieuwe deelnemer. Indien het noodzakelijk is, kan het algemeen bestuur ook specifieke regels stellen voor één deelnemer. Na toetreding moeten (mogelijk) de artikelen omtrent de taken, en de zeggenschapsverhouding in het algemeen bestuur worden gewijzigd. Deze wijziging van de regeling geschiedt bij drievierde meerderheid van de deelnemende colleges.
Uitgangspunt bij de regeling van de uittreding is dat een deelnemer uit de regeling moet kunnen treden, maar dat de uittreding gepaard moet gaan met een regeling van de financiële gevolgen die recht doet aan de financiële belangen van de achterblijvende deelnemers. Uittreding door een deelnemer uit de regeling kan voor de regeling en de overige deelnemers namelijk ingrijpende gevolgen hebben. Om de gevolgen van uittreding goed te regelen, zijn in artikelen 55 en 55a GR een aantal bepalingen daarvoor opgenomen.
Uitgangspunt bij de regeling van de uittreding is dat een deelnemer uit de regeling moet kunnen treden, maar dat de uittreding gepaard moet gaan met een regeling van de financiële gevolgen die recht doet aan de financiële belangen van de achterblijvende deelnemers. Uittreding door een deelnemer uit de regeling kan voor de regeling en de overige deelnemers namelijk ingrijpende gevolgen hebben. Om de gevolgen van uittreding goed te regelen, zijn in artikelen 55 en 55a GR een aantal bepalingen daarvoor opgenomen.
Voor het bepalen van de financiële gevolgen voor de uittredende partij wordt een onafhankelijk advies gevraagd. Dit advies is bindend voor de GR en de uittredende partij.
Voor het bepalen van de financiële gevolgen voor de uittredende partij wordt een onafhankelijk advies gevraagd. Dit advies is bindend voor de GR en de uittredende partij.
Pagina 9 van 11
Gedurende de eerste drie jaren na toetreding is het niet mogelijk om weer uit de regeling te treden.
Gedurende de eerste drie jaren na toetreding is het niet mogelijk om weer uit de regeling te treden.
Op het wijzigen van de GR en de opheffing van de GR is dezelfde procedure van toepassing. Belangrijk element hierin is, dat een dergelijk besluit genomen moet worden met een meerderheid van ten minste drievierde van het aantal deelnemende colleges aan de regeling.
Op het wijzigen van de GR en de opheffing van de GR is dezelfde procedure van toepassing. Belangrijk element hierin is, dat een dergelijk besluit genomen moet worden met een meerderheid van ten minste drievierde van het aantal deelnemende colleges aan de regeling.
Na het besluit tot opheffing vindt de liquidatie van het openbaar lichaam plaats. Hiermee is het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam belast. De liquidatie vindt plaats op basis van een door het algemeen bestuur, de colleges van de deelnemers gehoord, vastgesteld liquidatieplan
Na het besluit tot opheffing vindt de liquidatie van het openbaar lichaam plaats. Hiermee is het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam belast. De liquidatie vindt plaats op basis van een door het algemeen bestuur, de colleges van de deelnemers gehoord, vastgesteld liquidatieplan
8. Inwerkingtreding van de GR
8. Inwerkingtreding van de GR
Op grond van Hoofdstuk 15 van de GR treedt de gewijzigde regeling in werking op 1 juli 2024. Voorwaarde is wel dat de regeling door één van de deelnemende gemeentebesturen tijdig in alle gemeenten bekend wordt gemaakt door kennisgeving van de inhoud van de regeling in de Staatscourant. In deze regeling is het college van Lisse (zijnde het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging van de regeling)
Op grond van Hoofdstuk 15 van de GR treedt de gewijzigde regeling in werking op 1 juli 2024. Voorwaarde is wel dat de regeling door één van de deelnemende gemeentebesturen tijdig in alle gemeenten bekend wordt gemaakt door kennisgeving van de inhoud van de regeling in het gemeenteblad. In deze regeling is het college van Lisse (zijnde het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging van de
Pagina 10 van 11
Betreft wijziging publicatie forum.
aangewezen als het bestuur dat het besluit bekendmaakt. Deze bekendmaking geschiedt op de wijze zoals ook normale besluiten bekend worden gemaakt (art. 26 Wgr).
Pagina 11 van 11
regeling) aangewezen als het bestuur dat het besluit bekendmaakt. Deze bekendmaking geschiedt op de wijze zoals ook normale besluiten bekend worden gemaakt (art. 26 Wgr).