E. Rapport - Bouwhistorische verkenning met waardenstelling
Tekst van het document
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling
De Zilk, Heilig Hartkerk Bouwhistorische verkenning met waardenstelling Status: definitief
P a g i n a 1 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling
Colofon Projectnummer 2405.01 In opdracht van Gemeente Noordwijk Auteur, veldwerk en historisch onderzoek: M.C. van Dam Versie: 2.0 Status: definitief
© Michel van Dam | Bouwhistorisch onderzoek Voorschoten, juli 2023 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.
P a g i n a 2 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling
Inhoud 1 2 3 4 4.1 4.2 4.3 5 6
Voorwoord Historische inleiding, typologie en bouwhistorische synthese Beschrijving van de huidige situatie Waardering en waardenstellingen Algemeen Methodiek Waardering Waardenstellingen Bronnen
5 7 20 24 24 24 25 27 29
P a g i n a 3 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling
Afb. 1: Uitsnede uit de meest recente kadastrale kaart. Het kerkgebouw is met een blauwe stip gemarkeerd, de begraafplaats met een gele stip. De pastorie, huisnummer 14, viel buiten de scope van het onderzoek. (Bron: Perceelloep.nl)
P a g i n a 4 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling
1 Voorwoord In opdracht van de Gemeente Noordwijk werd op 24 mei 2023 door Michel van Dam | Bouwhistorisch Onderzoek te Voorschoten een bouwhistorische verkenning uitgevoerd naar de Heilig Hartkerk, aan de Beeklaan 13 te De Zilk (kadastrale aanduiding: NWK04, sectie A 1718). Restauratieplannen voor de toren waren de reden waarom dit onderzoek door de gemeente werd verlangd. Het onderzoek nam een dagdeel in beslag en kende een non-destructief karakter. De pastorie en overige bijgebouwen werden niet onderzocht. De torenzolder boven de zolder waar zich het uurwerk en de klokken zich bevinden werd niet bezocht vanwege de slechte bouwtechnische staat van de vloer en de trap die toegang geeft tot deze zolder. Langs deze weg wil ik mijn dank uitspreken aan het kerkbestuur voor de hartelijke ontvangst en het beschikbaar stellen van het jubileumboek dat over deze kerk is verschenen Voorschoten, 14 juli 2023
Michel van Dam, bouwhistoricus BNB
P a g i n a 5 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling
P a g i n a 6 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling
2 Historische inleiding, typologie en bouwhistorische synthese De Zilk en haar kerk De Zilk was een nederzetting van een dusdanig geringe omvang dat de inwoners niet over een eigen godshuis beschikten. In de periode na de Reformatie, toen het beoefenen van het Katholieke geloof niet meer was toegestaan, werden de diensten in schuilkerken gehouden. Deze schuilkerken werden ingericht in schuren, woonhuizen en waren van buitenaf niet als kerkruimte herkenbaar. Op de grens van De Zilk en Hillegom werd een schuilkerk ingericht in een woonhuis nabij de Kalkovenbrug. In 1648 werd de statie Vogelenzang ingericht, en deze werd gevormd door de dorpen Vogelenzang, Heemstede, Hillegom, Bennebroek, De Zilk, Aerdenhout en een deel van Bentveld. In Vogelenzang verrees in 1739 een nieuwe kerk waarvan de bouw mogelijk was gemaakt door diverse schenkingen, de schuilkerk bleef evengoed nog in gebruik door de inwoners van De Zilk en Hillegom. Na de sloop van de achttiende-eeuwse kerk in Vogelenzang en de nieuwbouw van de Onze-Lieve-Vrouw ten Hemelopneming in 1860 ondernamen veel Zilkers op zondag tocht naar Vogelenzang. Dit tot groeiende irritatie van bollenkweker Joannes Ruigrok die liever zou zien dat in zijn woonplaats gekerkt kon worden.
Afb.2: De schuilkerk nabij de Kalkovenbrug. (Bron: Van der Voorn-Nedersticht 2022)
P a g i n a 7 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling Ruigrok liet zijn oog vallen op een stuk land aan de Beeklaan, en kocht dit met eigen middelen. In 1916 stelde hij het stuk land beschikbaar om een kerk te bouwen en doneerde ook het aanzienlijke bedrag van fl. 6000,- als aandeel voor de bouwkosten. Hierop tastten ook andere bollenkwekers enthousiast in de buidel. Ruigrok gaf wel aan dat binnen tien jaar de bouw gereed moest zijn. Er werd contact opgenomen met de bisschop van Haarlem, die zijn zegen gaf voor de bouw van een kerk ‘[…] tussen de parochiën van Onze-Lieve-Vrouw ten Hemelopneming te Vogelenzang en van den H. Martinus en van den H. Joseph te Hillegom, en van den H. Agahta te Lisse en van den H. Joseph te Noordwijkerhout […] in de buurtschap ‘Zilk’ […].’ Na een periode van aanbesteding werd in 1918 gekozen het ontwerp van de Rotterdamse architect Jos Margry (1888-1982). Zijn ontwerp voor een driebeukige kruiskerk kon niet in één bouwcampagne worden uitgevoerd, maar daar was met het opstellen van het bestek al rekening mee gehouden. In het artikel 19 ‘Bijzondere bepalingen’ was bepaald dat de aannemer twee inschrijvingen moeten leveren. Eén waarin de toren, de eerste travee, de doop- en devotiekapel, de traptoren en het zijportaal, en een tweede die een kleine variatie had op de eerste.
De bouw, waarmee werd gestart met de eerste steenlegging door Margry op 27 augustus 1919, lag in handen van Hillegomse aannemer Van den Bosch.
Afb.3: Het leggen van de eerste steen. De man in het pak, die de handeling uitvoert is architect Margry. (Bron: Van der Voorn-Nedersticht 2022)
P a g i n a 8 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling In een tijdsbestek van één jaar kwam het kerkgebouw gereed waarna op maandag 30 augustus 1920 de feestelijke inwijding plaatsvond. Opvallend is dat men bij de bouw van de kerk afweek van de oriëntatie die gebruikelijk is bij katholieke kerken. Namelijk de hoofdentree en het schip in het westen, en het koor in het oosten, daar waar de zon opkomt en van waaruit Christus zou terugkeren om te oordelen over de levenden en de doden. Want, ‘zoals de bliksem vanuit het oosten komt en tot in het westen zichtbaar is, zo zal het zijn met de komst van de Mensenzoon’.1 Vermoedelijk werd hiervoor gekozen vanuit praktisch oogpunt, en om voldoende ruimte te bieden aan de begraafplaats ten noorden van de kerk.
Afb. 4: Opname tijdens de bouw. (Bron: Van der Voorn-Nedersticht 2022)
1 Matteüs 24, 17.
P a g i n a 9 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling Het dorp maakt in die jaren twintig een forse groeispurt door waardoor de kerk al zes jaar na de bouw uit zijn jasje groeit. Er wordt besloten het resterende deel van het bouwplan uit te voeren. Magry tekent het ontwerp, dat feitelijk een actualisering is van zijn eerste ontwerp, aannemersfirma Thunnissen en Van Sambeek uit ## voeren de bouwwerkzaamheden uit. De aanbesteding werd op 16 april 1926 aan hen gegund, op 22 februari was de voltooiing van de kerk een feit. Met de aanvulling bood de kerk ruimte voor 700 personen, 200 meer dan de eerste bouwfase. Laten we pastoor Hafkenscheidt aan het woord, die nauw bij de totstandkoming van de kerk betrokken was: ‘En hiermede was het hele werk in de parochie Zilk voltooid en was voorzien in alle mogelijke voorzieningen van de Parochianen’. De totstandkoming van de kerk gold als een hoogtepunt in zijn loopbaan.
Afb. 5: Uitsnede uit de bouwtekening van de vergroting. (Archief BWT)
P a g i n a 10 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling De architect Architect Jos Margry werd op 7 februari 1888 in Rotterdam geboren als zoon van de architect Albertus Arnoldus Joannes Margry (1857-1911) en diens vrouw Lucia Johanna Francisca Minderop.2 Na de lagere school doorliep hij de HBS en vervolgde zijn opleiding op de Technische Hogeschoool van Delft waar hij het diploma ‘candidaat bouwkundig ingenieur’ haalde. Vlak voor het afronden van zijn studie overleed zijn vader, die een architectenbureau dreef met zijn broer Everardus Margry en J.M. Snickers: ‘Gebrs. Margry en Snickers’. De gebroeders Margry genoten bekendheid als bouwers van Neogotische kerken. Het moment van overlijden viel samen met drie grote projecten die kort daarvoor gegund waren: St. Franciscuskerk in Rotterdam, de St. Antoniuskerk in Tilburg en het St. Joseph Ziekenhuis te Vlissingen. Jos Margry nam de taak op zich om het bureau van zijn vader voort te zetten, en deed dit voortvarend. Niet alleen de orderportefeuille, maar ook de Neogotische ontwerptrant zette Jos voort. Tot het bureau van Gebrs. Margry en Snickers behoorde ook een atelier voor kerkelijke kunst. Dit werd door Jos Margry voortgezet tot 1918. Het atelier leverde altaren, preekstoelen, banken en dergelijke. In 1914 toen het atelier haar veertigjarig bestaan vierde, werd de titel 'leverancier van Z.H.
de Paus' verleend, met de vergunning om het pauselijk wapen te mogen voeren. Margry overleed op 20 maart 1982 en liet een oeuvre na dat voor een groot deel bestond uit katholieke complexen: scholen, internaten, verenigingsgebouwen, kloosters en uiteraard kerken en pastorieën. Veel van zijn werken verrezen in zijn woonplaats Rotterdam, maar tot ver buiten de havenstad reikte zijn werkveld. In Arnhem, Sneek en Vlissingen – om een paar steden te noemen – werden gebouwen naar zijn ontwerp opgetrokken. Na het einde van de Duitse bezetting in 1945 was hij betrokken bij de wederopbouw van Rotterdam en legde hij zich meer toe op de bouw van ziekenhuizen.
Afb. 6: Architect Jos Margry. (Bron: Hoffman 1982)
2 Hoffmann 1982, 171-174.
P a g i n a 11 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling Architectuur en constructie Zoals veel nieuwe kerken die in het eerste kwart van de twintigste eeuw in Nederland verrezen, werd ook de Zilker kerk gebouw naar een Neogotisch ontwerp. Deze architectuurstroming ontstond in het Engeland van de late achttiende eeuw en was een lofzang op de rijke vormentaal van de Middeleeuwse Gotiek. Dit als reactie op het strakke en strenge karakter van het classicisme, dat in de achttiende eeuw de architectuur bepaald had. In Nederland kwam de Neogotiek later in zwang. Als reden hiervoor kan opgegeven worden dat de Gotiek en Neogotiek bij uitstek een katholieke bouwtrant waren, en er in Nederland na de Reformatie geen nieuwe katholieke kerken mochten worden gebouwd. Het was de periode van de onopvallende schuilkerken die slechts gedoogd werden. Rond het midden van de negentiende eeuw komt de Neogotiek schoorvoetend op in ons land. Met name in de detaillering van de exterieurs van fabrieksgebouw zoals gemalen, gasfabrieken en slachthuizen. Vanaf de jaren ’50 van de negentiende eeuw komt de Neogotiek tot bloei. De architecten Pierre Cuypers, Carl (of Karel) Weber en Theo Molkenboer omarmen de bouwstijl met enthousiasme, en beperken zich niet alleen tot de architectuur.
Ook de constructies en interieurafwerkingen worden uitgevoerd naar de voorbeelden van de Middeleeuwse Gotiek. Wanneer in 1853 de Bisschoppelijke hiërarchie was hersteld volgt een periode waarin in Nederland zeer veel nieuwe katholieke kerken werden gebouwd. De Neogotiek maakt een bloeiperiode door die tot ongeveer 1914 duurt, maar daarna niet geheel uitdooft.
Afb. 7: De bouwtekening uit 1919, die in iets gewijzigde vorm werd uitgevoerd. (Bron: archief BWT)
P a g i n a 12 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling De Heilig Hartkerk in De Zilk is een goed voorbeeld van een Neogotische dorpskerk. Ondanks de relatief kleine gemeenschap en het weinig aanzienlijke formaat van de kerk, is de architectuur rijk en gedetailleerd maar niet overdadig. Het heeft daarmee een menselijke maat en vormt een vriendelijk ogend landmark in de omgeving die bepaald wordt door de uitgestrekte bollenvelden aan noord-, oost-, en zuidzijde en het duingebied ten westen ervan. Het exterieur is in schoonmetselwerk uitgevoerd en voorzien van eenvoudig siermetselwerk onder de goten, en een spaarzame toepassing van natuursteen. De muren werden op staal gefundeerd, met een getrapte funderingsvoet. Het beeld wordt verder bepaald door de verschillende uitgebouwde bouwdelen, zoals het entreeportaal, de traptoren en de kappellen en de verschillende dakbedekkingen: leisteen voor de daken van de klokkentoren, de traptoren en de entree, en de Romaanse dakpannen in de kleuren rood, grijs. Imposant is de koorsluiting met de glooiende steunberen.
Afb. 8: Zicht op het koor vanaf de begraafplaats.
P a g i n a 13 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling Inpandig wordt het beeld en de structuur bepaald door de neogotisch constructie van gemetselde kolommen met natuurstenen kapitelen – gekoppeld worden door ranke scheibogen – en het de opgaande stergewelven met bakstenen ribben. Ook voor wat betreft de aankleding past men materialen en kleurstellingen toe die bij veel, eerdere, neogotische (dorps)kerken waren toegepast. Zoals het vloerveld van zwarte en rode keramische tegels op de vloer van stampbeton, ##hout voor deuren en kozijnen, en de bonte wand- en gewelfschilderingen, met name in de kapellen.
Afb. 9: Een blik in de kerkruimte in de richting van noordwesten.
Afb. 10: Het netgewelf dat het koor afsluit.
P a g i n a 14 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling Boven de gewelven bevindt zich de kapconstructie van machinaal gezaagde delen. Ondanks de maatvastheid van het gebruikte materiaal werden door de timmerman toch nog telmerken toegepast. Van een logische opeenvolgende nummerreeks is echter geen sprake. Omdat de kap vrijwel alleen voor onderhoudswerkzaamheden aan het dak werd bezocht, werd er geen eigen ontsluiting gemaakt. De kap bleef bereikbaar via de eerste torenzolder, die op zijn beurt via de orgelzolder bereikbaar was. Een luik in de muur en de bouwtrap uit 1927 leidde naar een smalle plank over de spanten. In de toren werden de zoldervloer geconstrueerd uit een samenstel van stalen liggers – die zonder ondersteuning koud in het muurwerk werden opgelegd – en daaroverheen houten balken waarop de vloerplanken werden gespijkerd.
Afb. 11: Opname van de dakconstructie boven de gewelven, in de richting van het koor.
Afb. 12: Telmerk VI.
P a g i n a 15 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling De indeling van de kerk De indeling van de kerk volgt de lijn van de Middeleeuwse kerken, hoewel men zoals gezegd een andere oriëntatie toepaste. Met de hoofdentree aan de torenzijde en direct zicht op het koor. De opzet van het bankenplan in de kerk is symmetrisch en wordt bepaald door drie paden over de lengte van het gebouw. Eén pad volgt de middenas; de twee paden aan weerszijden lopen langs de scheiding van het schip en de zijbeuken. De banken en overige aankleding van het gebouw was vermoedelijk afkomstig uit het atelier van Margry. Het entreeportaal wordt geflankeerd door het devotiek en de doopkapel, de biechtstoelen zijn buiten de hoofdcontour van het gebouw geplaatst.
Afb. 13: Het grondplan van de kerk op een uitsnede van de bouwtekening van 1919. (archief BWT)
Afb. 14: Opname van de kerkbanken.
P a g i n a 16 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling Ontwikkelingen na de bouwtijd Nadat de kerk haar definitieve vorm had gekregen vonden er, buiten de reguliere herstelwerkzaamheden, met enige regelmaat aanpassingen plaats die met name vanuit klimatologisch oogpunt noodzakelijk of wenselijk waren. Alleen de meest noemenswaardige aanpassingen worden hieronder behandeld.3 Het interieur werd in de periode 1928-1939 verrijkt met een kruiswegstatie door de kunstschilder Kees Dunselman (1877-1937). Een nieuw orgel wordt in 1933 aangekocht bij de firma Bernard Koch uit Apeldoorn. Het doet dienst tot 1962 en maakt dan plaats voor het huidige orgel, gebouwd door de firma Vermeulen uit Alkmaar. Gedurende de periode 1948-1950 werden de gebrandschilderde ramen geplaatst. Het dessin van het hoge raam in de zuidgevel verwijst naar de bollenstreek, en is voorzien van gestileerde weergaven van onder meer hyacinten, tulpen en narcissen.
Afb. 15: Opname van het grote venster in de zuidgevel, gezien vanaf de orgelzolder.
3 Zie Van der Voorn-Nedersticht 2022 voor een uitvoerige opsomming en beschrijving van de aanpassingen.
P a g i n a 17 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling In 1947 werden de armenbanken vervangen door nieuwe exemplaren en het kerkbestuur koos ervoor deze qua opzet en detaillering aan te laten sluiten op de banken die in 1920 werden geplaatst. De oude banken voldeden nog wel, en werden hierom elders in de kerk herplaatst. In 1947 is de preekstoel, die destijds provisorisch werd gebouwd aan vervanging toe. Een nieuwe preekstoel wordt vervaardigd door de Amsterdamse firma Van Draanen en Meiland. Een noemenswaardige klimatologische aanpassing was de aanpassingen van de entree in 1957. De dubbele deuren die vanuit het portaal toegang gaven tot de kerkruimte werden in het genoemde jaar vervangen door een zorgvuldig ontworpen houten draaideur met glasvulling en staalbeslag. De smetplaten, waarop de aansporing ‘duwen’ werd gestanst waren aan de bovenzijde voorzien van een kruisvorm. Firma Boon uit Amsterdam ontwierp en leverde de deur, die thans nog in gebruik is. Onder invloed van het tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) vinden er in 1962 aanpassingen plaats. Het concilie was van mening dat het christelijk leven van de leden in de kerkgemeentes gestimuleerd zou worden wanneer men de liturgie zou vernieuwen.
De gelovigen zouden zich actief aan de gemeenschapsviering moeten deelnemen in plaats van de mis op afstandelijke wijze “uit te zitten”, zoals tot dan toe gebruikelijk was. De werkzaamheden in 1962 behelzen het verwijderen van de communiebanken en het verplaatsen van het hoofdaltaar zodat de priester met zijn gezicht naar de parochianen stond tijdens het voeren van de Heilige mis. Ook werd de vloer van het hoogkoor in de richting van het schip verlengd met houten elementen. Het interieur kreeg een soberder aanzien door het witschilderen van de wanden. Alleen de schildering in de Maria van Fatimakapel, in 1928 aangebracht door Hugo Leonardus Willibrordus Brouwer (1882-1962) bleef behouden. De kosten worden betaald uit de verkoop van boerderij ‘Wassenaar’ en de weilanden die daar bij horen. Het pannendak werd tijdens de bouwcampagne geheel vernieuwd, de reeks kleine dakkapellen werd niet teruggebracht.
Afb. 16: Het koor dat in 1962 werd aangepast.
P a g i n a 18 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling Het jaar 1983 bracht een restauratie van de toren. Door de onbeschutte ligging aan de kust was door inwerking van de zoute lucht en zand het metselwerk sterk aangetast. Het voegwerk werd vernieuwd, waarna het muurwerk werd geïmpregneerd. Ook de stalen liggers hadden te leiden gehad van de weersinvloeden waardoor de vloeren, op pragmatische wijze, versterkt werden.
Afb. 17: Opname van de onderzijde van de tweede torenzolder.
Afb. 18: De sterk aangetaste vloerconstructie van de derde torenzolder.
P a g i n a 19 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling
3 Beschrijving van de huidige situatie 3.1 Samenvattende, algemene beschrijving 3.1.1 Het exterieur De gevels van het kerkgebouw en de toren zijn met machinale baksteen in kruisverband opgetrokken. Karakteristiek voor de neogotische vormtaal zijn de spitsbogig gesloten gevelopeningen, de wijze waarop het entreeportaal is vormgegeven en de meerzijdig gesloten kapellen en traptoren. Bepalend voor het beeld is het hoogopgaande spitsboogvenster met de ranke bakstenen traceringen en roset boven het entreeportaal.
Afb. 19: Opname van het entreeportaal.
Afb. 20: De oostgevel, met onder andere de meerzijdige traptoren.
P a g i n a 20 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling 3.1.2 Het interieur Het interieur dateert in opzet nog grotendeels uit de bouwtijd en oogt alsof het in één fase tot stand is gekomen. Alleen aan vloer is, met enige moeite, te zien dat er een knip heeft gezeten in de bouw. Bij de opgang naar de zolder is het restant van de oorspronkelijke zuidgevel nog zichtbaar. De banken in de kerkruimte dateren uit de bouwtijd, de preekstoel werd in 1947 aangebracht. Noemenswaardig zijn verder de fraaie wand- en gewelfschildering in de Maria van Fatimakapel en het smeedijzeren hek dat de doopkapel afsluit.
Afb. 21: De fraai beschilderde Maria van Fatimakapel en rechts de doopkapel.
P a g i n a 21 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling 3.1.3 De gewelf- en kapconstructie De kerk werd uitgevoerd met gemetselde gewelven waarvan de kruinen op de zolder van de kerk, zichtbaar zijn. De gewelven zijn voorzien van een vertinlaag en worden doorbroken door openingen ten behoeve van lichtarmaturen. Bij het vernieuwen van de verlichting is men op pragmatische wijze te werk gegaan en gebruik gemaakt van lege bussen bollengif.
Afb. 22: Een zicht op de bovenzijde van de gewelven en de pragmatische oplossing ten behoeve van de belichting in de kerk.
P a g i n a 22 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling De kapconstructie bestaat uit een reeks spanten met kreupele stijlen en een afgeschoorde nokstijl. Ieder spant is verder voorzien van dubbel uitgevoerde onderbroken schoren die de constructie verder verstijven. Met bouten en draadnagels zijn de verschillende onderdelen gezekerd.
Afb. 23: Op de bouwtekening uit 1919 is de opzet van de kapconstructie goed zichtbaar.
Afb. 24: Detailopname van de constructie.
P a g i n a 23 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling
4 Waardering en waardestellingen 4.1 Algemeen De hieronder opgestelde waardering van de Heilig Hartkerk te De Zilk is gebaseerd op de gegevens uit het veldwerk en het historisch onderzoek. De bouwtechnische staat, gebruikers-, ontwerpbelangen of financiële aspecten zijn niet van invloed op deze waardering. Naarmate de waarden hoger zijn zal het aantasten van waardevolle elementen sterkerk beargumenteerd moet worden 4.2 Methodiek De waardering is opgesteld op basis van de criteria zoals beschreven in de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek (2009) en omvat de toetsing van de algemene historische waarde, de stedenbouwkundige waarde, de waarde vanuit de architectuurgeschiedenis, de bouwhistorische waarde en waardering van de gebruiksgeschiedenis. De verschillende onderdelen van het object worden getoetst op de mate van gaafheid en authenticiteit, en de mate van zeldzaamheid. * Hoge monumentale waarde wordt toegekend aan onderdelen die van fundamenteel belang zijn voor de betekenis van het object. Vanuit bouw- en cultuurhistorisch oogpunt zal gestreefd moeten worden naar volledig behoud van deze onderdelen. Aanpassingen kunnen alleen doorgevoerd worden wanneer de waarde niet wordt aangetast of wanneer deze door de aanpassing worden versterkt. Ingrepen in hoog gewaardeerde elementen moeten met zorg uitgevoerd worden, waarbij de architectuur van het object leidend en maatgevend is.
* Positieve waarde kan gezien worden als een ‘basiswaarde’ en wordt toegekend aan onderdelen die van belang zijn voor het object. Vanuit bouw- en cultuurhistorisch oogpunt zal gestreefd moeten worden naar zoveel mogelijk behoud van deze objecten. Aanpassing kunnen doorgevoerd worden wanneer de monumentale waarde van het geheel niet wordt aangetast. * Indifferente waarde wordt toegekend aan onderdelen die van weinig tot geen belang zijn voor het object. Elementen die indifferent gewaardeerd worden kunnen zonder voorbehoud gewijzigd of zelfs gesloopt worden. De verschillende monumentale waarden zijn in kleur weergegeven op de meest recente plattegronden. Omwille van de leesbaarheid van dit kaartmateriaal is voor een beperkte diepgang in detaillering gekozen. Het kaartmateriaal en de geschreven waardestelling vormen een eenheid en kunnen niet los van elkaar gelezen of geïnterpreteerd worden. * NB Het is mogelijk dat bepaalde elementen een dubbele markering hebben. Bijvoorbeeld een stookplaats waarvan de locatie en het rookkanaal oorspronkelijk zijn en een hoge waarde hebben, en gemarkeerd worden met een blauwe stervorm, terwijl de recente schouwmantel geen monumentale waarde heeft, en met een gele stervorm wordt gemarkeerd.
Eenzelfde situatie kan zich voordoen bij de afwerking van het interieur als bijvoorbeeld alleen het plafond nog authentiek is, en het overige van de zichtbare afwerkingen van recente datum is. In dat geval zullen er twee markeringen staan.
P a g i n a 24 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling 4.3 Waardering 4.3.1 Algemene historische waarden In de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek volgt de bepaling van de algemene historische waarden op de toetsing van het object aan de hand van de onderstaande criteria: - Als uitdrukking van (een) culturele, sociaal-economische en/of geestelijke ontwikkeling(en); - als uitdrukking van (een) geografische, landschappelijke en/of bestuurlijke ontwikkeling(en); - als uitdrukking van (een) technische en/of typologische ontwikkeling(en); - vanwege de innovatieve waarde of pionierskarakter. De Heilig Hartkerk in De Zilk heeft een waarde in algemeen historische zin. De kerk werd gebouwd in een periode waarin het dorp aanzienlijk groeide en de behoefte ontstond aan een eigen godshuis. Enige lokale trots zal hier zeker bij hebben meegespeeld. Interessant en waardevol hierin is het gegeven dat het initiatief voor de bouw door een lokale bollenboer werd genomen. In het verlengde daarvan is ook de totstandkoming van bepalende onderdelen van het interieur en het genereren van fondsen voor de voltooiing van de kerk en de torenrestauratie, door initiatieven van inwoners van het dorp, een waardevol gegeven. Het maakt duidelijk dat de kerk als een zeer belangrijk, en gekoesterd onderdeel van het dorp werd (en wordt) gezien.
4.3.2 Ensemble- en stedenbouwkundige waarden In de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek volgt de bepaling van de ensemble- en stedenbouwkundige waarden op de toetsing van het object aan de hand van de onderstaande criteria: - Als essentieel onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig van (inter)nationale betekenis is; - vanwege de situering, verbonden met de ontwikkeling/uitbreiding van een streek, stad of wijk; - vanwege de wijze van verkaveling/inrichting/voorzieningen; - vanwege het aanzien van een streek, stad, dorp of wijk; - vanwege de hoge kwaliteit van de bebouwing en de historisch- ruimtelijke relatie met groenvoorzieningen, wegen, wateren en/of de bodemgesteldheid. De ensemble- en stedenbouwkundige waarden van het kerkgebouw zijn hoog te noemen. Het is een sterk beeldbepalend element in het vlakke land van de bollenvelden, op de overgang naar de duinen. Met de evenwichtige, sterk historiserende architectuur, voegt het gebouw zich in de lijn van de dorpskerken in de regio, die vrijwel alle een middeleeuwse oorsprong hebben. En is het geval van nieuwbouw, een middeleeuwse voorganger hebben gehad. De historiserende architectuur past ook in het archaïsche karakter van de bollenstreek die vanuit cultuurhistorisch oogpunt van internationaal belang is.
Tevens kan gesteld worden dat de noodzaak deze kerk te bouwen te relateren is in de economische voorspoed in de bollenstreek rond het eerste kwart van de twintigste eeuw. 4.3.3 Architectuurhistorische waarden In de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek volgt de bepaling van de architectuurhistorische waarden op de toetsing van het object aan de hand van de onderstaande criteria: - het object is van belang voor de geschiedenis van de architectuur; - het object is van belang binnen het oeuvre van een bouwmeester of architect; - het object is van belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp; - het object is van belang vanwege de ornamentiek; - het object is van belang vanwege de interieurafwerking, in samenhang met het exterieur. De architectuurhistorische waarde is hoog. De kerk is een goed voorbeeld van een Neogotische dorpskerk uit het eerste kwart van de twintigste eeuw (voltooid in het tweede kwart van de twintigste eeuw) en is sinds de bouwtijd slechts weinig aangetast. Hierdoor is nog steeds sprake van
P a g i n a 25 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling een evenwichtige samenhang tussen het exterieur en het interieur, dat beide naar een hoogwaardig ontwerp van J. Margry tot stand kwam. Als onderdeel van het oeuvre van J. Margry, dat voor een zeer groot deel wordt gevormd door forse katholieke, neogotische gebouwen en complexen heeft de Zilker dorpskerk eveneens een hoge waarde. Het maakt duidelijk dat voor Margry een ontwerpvraag voor een kleiner object geen enkel beletsel vormde om tot een evenwichtig geheel te komen. 4.3.4 Bouwhistorische waarden In de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek volgt de bepaling van de bouwhistorische waarden op de toetsing van het object aan de hand van de onderstaande criteria: - vanwege het voor de geschiedenis van de bouwtechniek; - vanwege de afleesbaarheid van de bouwgeschiedenis (historische gelaagdheid); - vanwege het materiaalgebruik. De bouwhistorische waarde is gering. De gebruikte materialen en de toepassingen ervan zijn algemeen in de periode waarin de kerk werd gebruikt. Van een interessante historische gelaagdheid is geen sprake.
4.3.5 Waarden met betrekking tot de gebruikshistorie In de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek volgt de bepaling van de gebruikshistorische waarden op de toetsing van het object aan de hand van de onderstaande criteria: - het object is van belang vanwege een (historische) functie, gebruik of productie in het object/complex; - het object is van belang als herinnering aan een historische gebeurtenis of prominente bewoner/ gebruiker/ opdrachtgever. Sinds het gereedkomen van de bouw heeft de kerk als zodanig gefunctioneerd en maakt nog steeds een belangrijk onderdeel uit van de Zilker dorpsgemeenschap.
P a g i n a 26 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling
5 Waardestellingen 5.1 Hoge monumentale waarden - Het exterieur en het interieur (opzet, indelingen en afwerking) vertegenwoordigen een hoge monumentale waarde. Dit vanwege de hoge mate van gaafheid en omdat de opzet en detaillering representatief is het gedachtengoed van de neogotische architectuur. 5.2 Positieve monumentale waarden - De kapconstructie boven het kerkgebouw wordt positief gewaardeerd. De constructie is kenmerkend voor de bouwtijd en gaaf, maar kent een geringe mate van zeldzaamheid en uniciteit. 5.3 Indifferente monumentale waarden - De vloerconstructies van de torenzolders worden indifferent gewaardeerd. Dit vanwege het zeer pragmatische karakter van de constructie en de geringe mate van uniciteit.
P a g i n a 27 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling 5.4 Waardestellingsplattegronden
Afb. 25: De monumentale waarden in kleur geprojecteerd op de plattegrond. Boven: begane grond, onder: torenzolders. Van links naar rechts: eerste zolder, tweede zolder, derde zolder, spits. (archief BWT, bewerking auteur)
P a g i n a 28 | 29
2405.02 De Zilk, Heilig Hartkerk | Bouwhistorische verkenning met waardenstelling
6 Bronnen Literatuur Diverse auteurs, 1932: Moderne bouwkunst in Nederland, nummer 15. Kerken, Rotterdam. Hoffman, L.J., 1983: ‘J.C.F. Margry, 1882 - 1982’, in: Rotterdams Jaarboekje, 9e reeks, jaargang 1, Rotterdam (171-174) Melchers, M.J., 2011: Nederlandse kerkarchitectuur in de twintigste eeuw. Functie en betekenis van het kerkgebouw in een veranderende samenleving, Leiden. (Proefschrift) Stenvert, R., en R. Blijdenstijn, 2004: Bouwstijlen in Nederland 1040-1940, Amsterdam. tenvert, R., 2013: Kerkkappen in Nederland, 1800-1970, Zwolle. Zanten, M., 2008: Religieus erfgoed, geïllustreerd lexicon, Zutphen Van der Voort-Nederstigt, E., et al., 2020: Honderd jaar Heilig Hartkerk De Zilk. 1920-2020, De Zilk. Afbeeldingen Alle afbeeldingen zijn gemaakt door M.C. van Dam tenzij anders vermeld. ELO: Erfgoed Leiden en Omstreken RCE: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Over de onderzoeker en auteur Michel van Dam (1974) volgde in 2003 de deelstudie ‘Inleiding in de Bouwhistorie’ aan de universiteit Leiden. Van 2005 tot 2016 werkte hij als bouwhistoricus bij bureau BAAC te ’s-Hertogenbosch waar hij diverse bouw- en cultuurhistorische onderzoeken verrichtte. In 2015 werd Van Dam ingeschreven in het register van de Bond van Nederlandse Bouwhistorici. Tussen 2016 en 2022 werkte hij als bouwhistoricus bij de afdeling archeologie van IDDS Ruimte en Ontwikkeling te Noordwijk. Sinds september 2022 is hij als bouwhistoricus werkzaam bij de afdeling Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam. Hij is (mede) auteur van diverse publicaties over de historie van Noordwijk (ZH).
P a g i n a 29 | 29