D66 - tekst Algemene beschouwing Perspectiefnota 2025 D66
Tekst van het document
Achter op schema
9.7.24
Vanavond beslissen we over de contouren van de komende begroting 2025 - 2028. We kijken dus vooruit. Daarbij stellen we eerdere verwachtingen bij, te beginnen met het zgn. Autonoom beleid. Terwijl heel Nederland moppert over het ravijnjaar 2026, is het effect daarvan bij ons kleiner dan eerder verwacht. Als er een verrassing is in het autonome beleid, dan is dat in onze streek de hoge indexatie van onze gemeenschappelijke regelingen. Een inhaaleffect van voorgaande jaren, dat ons enkele miljoenen euro’s kost, maar naar wij aannemen éénmalig is. Na het autonoom beleid houden het college rekening met nieuw beleid. Dat lijstje is, na alle waarschuwingen over het ravijnjaar, relatief kort deze keer, per saldo ongeveer 3 ton per jaar. Onderaan de streep resulteert een flink tekort, en stelt het college een bezuinigingspakket voor van ongeveer € 3 mln per jaar, grotendeels opgebouwd uit relatief kleine bedragen. Op het eerste gezicht lijkt dat pakket volkomen logisch: als je geld tekortkomt, dan moet je bezuinigen. Ook als dat pijn doet. Wij zijn immers nuchtere Hollanders, nietwaar? Maar er is daarbij wel sprake van een ongerijmdheid. Want we houden al jaren bij de jaarrekening, na afloop dus, telkens onverwacht veel geld over. In 2019 € 8 mln, € 6 mln in 2020, € 8 mln in 2021, € 14 mln in 2022 en € 7 mln in 2023.
Voor D66 voelt het als ongerijmd dat we ons bij de begroting, in feite al vanaf de fusie, telkens schrap zetten voor allerlei toekomstig onheil, om vervolgens verrast te worden met grote overschotten. Daarom vragen wij het college bij amendement om, vóór de pijnlijke onderdelen van het ombuigingenpakket definitief worden gemaakt, een analyse te maken van de oorzaken van de genoemde overschotten. Ongetwijfeld zal blijken dat deze overschotten deels werden veroorzaakt door een rijksoverheid die laat in het jaar nog geld uitdeelt. Wij delen op voorhand het vermoeden dat dit de komende jaren anders zal worden. Verder zal wel blijken dat we meevallers uit het grondbedrijf hebben gehad, en ook daarvan weten we dat dat een opdrogende melkkoe is. Maar er moet meer zijn. Het redelijke vermoeden is dat dit ‘meer’ veelal onuitgevoerd beleid is, zoals in het economische domein, en dat het niet tijdig uitvoeren van beleid toch wél voorspelbaar zou moeten zijn. Vermoedens of geen vermoedens, de Noordwijkse burger zal de voor 2025 voorgenomen lastenverzwaringen en bezuinigen gaan voelen, en dan past het zonder meer om vooraf grondig te analyseren of dat écht nodig is gezien de grote en onverwachte overschotten uit het verleden. Ons amendement ‘Realistisch begroten’, dat wij met anderen indienen, houdt er rekening mee dat het zgn. prioriteit 2 pakket kan worden gewijzigd.
Amendement en motie over de nieuwe raadszaal, die wij van plan zijn te steunen, blijven erbuiten, daarover kan wat ons betreft vanavond definitief worden besloten. Tot de maatregelen van prioriteit 2 waarmee wij moeite hebben, behoren in elk geval het opheffen van de Suswacht, de maatregelen die het amendement over het groenbeheer dat wij mede indienen beoogt te wijzigen, de straatreiniging, het gymnastiekonderwijs voor 3 ton en de Thuisbus.
Met de maatregelen van prioriteit 1, kunnen wij grotendeels wél leven, enkele uitzonderingen daargelaten – zoals Stichting Music boulevard, waar enige twijfel is over de juistheid van de bedragen. Een korte, fundamentele discussie over de hoogte van onze OZB niet woning tarieven in vergelijking met omliggende plaatsen zou trouwens ook geen overbodige luxe zijn. Wij vinden het jammer dat de discussie bij de perspectiefnota in hoge mate neerkomt op praten over ad hoc bezuinigingslijstjes. Zoals al meerdere keren betoogd, code woord ‘zero based review’, vindt D66 dat we alle programma s stelselmatig op effectiviteit versus kosten moeten beoordelen. Daar zijn we in 2022 weliswaar mee begonnen, maar het tempo ligt tot dusverre zo laag dat de toen verzamelde vergelijkingscijfers voor de nu geplande verdiepingsslag al weer te oud zijn. Dát is in ieder geval niet effectief. We moeten daar meer energie in steken. Dan weten we tenminste eindelijk ook eens echt wat nou ons kerntaken zijn en wat niet. En op welk niveau we die uitvoeren. Wij popelen om ermee verder te gaan. Karel van Herwaarden – D66