D. Was-wordt tabel Wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 gemeente Noordwijk
Tekst van het document
Was-wordt tabel Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Noordwijk 2024 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Toelichting
Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Noordwijk 2020
Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Noordwijk 2024
De huidige verordening wordt ingetrokken. De titel van de nieuwe verordening is: Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Noordwijk 2024
Artikel 1. Begripsbepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
Aanpassingen artikel 1:
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
•
a.
Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of maatregelen;
a.
De definities voor “opvang” en “wonen met ondersteuning” zijn aangepast en uitgebreid om meer duidelijkheid te geven aan de uitvoering van de transformatieopgave maatschappelijke zorg. Deze aanpassingen zijn in samenspraak met de HLT-gemeenten tot stand gekomen.
•
Algemene voorziening en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen:
b.
De begrippen zijn in alfabetische volgorde gezet.
b.
Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of maatregelen; Algemene voorziening en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen:
aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; c.
Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
d.
Bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet;
e.
Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek Hillegom, Lisse, Teylingen, Noordwijk, zoals samengesteld conform de Gemeenschappelijke Regeling ISD Bollenstreek
f.
Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet
g.
Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
Pagina 2 van 15
aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; c.
Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet.
d.
Bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de Wet;
e.
Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek Hillegom, Lisse, Teylingen, Noordwijk, zoals samengesteld conform de Gemeenschappelijke Regeling ISD Bollenstreek
f.
Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wet
g.
Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wet;
h.
Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de wet.
h.
Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet.
i.
Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voorzover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening
i.
Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de Wet te verlenen voorziening, voorzover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening
j.
Melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet
j.
Melding: melding aan het Dagelijks Bestuur als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wet.
k.
Opvang: bieden van onderdak voor slachtoffers van huiselijk geweld en dak- en thuislozen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015
k.
l.
Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet;
Opvang: Onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
l.
Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet;
m. Voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze wet waarop de persoon of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen; n.
Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name,
Pagina 3 van 15
m. Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, als gevolg van problemen die iemand op grond van zijn
een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, als gevolg van problemen die iemand op grond van zijn psyche ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving; o.
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
p.
Wonen met ondersteuning: woonvorm voor mensen die niet meer zelfstandig kunnen wonen vanwege psychiatrische, bijkomende psychosociale en/of LVB-problematiek die een veilige en beschermde woonomgeving biedt met begeleiding in de nabijheid.
Pagina 4 van 15
psyche ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving; n.
Voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze Wet waarop de persoon of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen;
o.
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
p.
Wonen met ondersteuning: 1. Beschermd wonen in de zin van artikel 1.1.1 van de Wet, of 2. Intensieve ambulante begeleiding: o begeleiding en 24/7-oproepbaarheid en inzetbaarheid, zonder in een accommodatie van de instelling te wonen waarvoor de huisvestingskosten worden vergoed, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen
o
Artikel 2. Procedureregels aanvraag maatschappelijke ondersteuning 1.
Het Dagelijks Bestuur merkt een aanvraag vergezeld van een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek, welke naar oordeel van het Dagelijks Bestuur gedateerde informatie bevat, aan als een melding
Artikel 3. Aanvraag 1.
Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de
Pagina 5 van 15
met psychische of psychosociale problemen, die zonder deze begeleiding en oproepbaarheid en inzetbaarheid niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving of. begeleiding, zonder in een accommodatie van de instelling te wonen waarvoor de huisvestingskosten worden vergoed, voor dak- of thuisloze inwoners die niet in het eigen netwerk of op een alternatieve verblijfplek kunnen verblijven.
Artikel 2. Melding, onderzoek en aanvraag Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de Wet bij nadere regeling op welke wijze in samenspraak met de cliënt wordt vastgesteld of de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, wonen met ondersteuning of opvang in aanmerking komt.
Aanpassingen artikelen 2 en 3: De oude artikelen 2 en 3 zijn samengevoegd in één artikel en in de nieuwe tekst wordt aangegeven dat het college de route “melding, onderzoek en aanvraag” volgt die in de Wet is beschreven. Er is voor gekozen om een nadere uitwerking van deze stappen niet langer in de verordening op te nemen. Verdere invulling vindt plaats in nadere regels.
wet bij nadere regeling op welke wijze in samenspraak met de cliënt wordt vastgesteld of de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, wonen met ondersteuning of opvang in aanmerking komt. 2.
De aanvraag om een maatwerkvoorziening kan worden ingediend op een door het Dagelijks Bestuur beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
3.
Het Dagelijks Bestuur kan een ondertekend verslag van het gesprek (artikel 2.3.2 achtste lid Wet) aanmerken als aanvraag als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven.
4.
Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de beslistermijn als bedoeld in artikel 2.3.5. tweede lid van de wet op te schorten indien dit voor de beoordeling van aanspraak op, dan wel welke maatwerkvoorzieningen een passende bijdrage kan leveren een deskundigenadvies nodig is. Artikel 3. Cliëntondersteuning 1.
Pagina 6 van 15
Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze
Aanpassingen artikel 3: Hoewel het recht op cliëntondersteuning ook reeds uit de Wet volgt, wordt met het nieuw opnemen van een tekst hierover in de verordening nog eens benadrukt
cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. 2.
Het Dagelijks Bestuur wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, derde lid, van de Wet, op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.
Artikel 8. Algemene voorzieningen en Maatwerkvoorziening
Artikel 8. Algemene voorzieningen en Maatwerkvoorziening
1.
Een cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een algemene voorziening.
1.
Een cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een algemene voorziening.
2.
Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
2.
Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
3.
In afwijking van het tweede lid kan het Dagelijks Bestuur bij nadere regels vaststellen voor welke maatwerkvoorziening geen eigen bijdrage verschuldigd is.
3.
In afwijking van het tweede lid kan het Dagelijks Bestuur bij nadere regels vaststellen voor welke maatwerkvoorziening geen eigen bijdrage verschuldigd is.
4.
De eigen bijdrage wordt berekend conform hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo
4.
De eigen bijdrage wordt berekend conform hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo
Pagina 7 van 15
dat een inwoner recht heeft op cliënt ondersteuning.
Aanpassingen artikel 8: •
De nieuwe tarieven van de Regiotaxi zijn conform het prijspeil 2024.
2015 en bedraagt maximaal de kostprijs van de maatwerkvoorziening. 5.
De kostprijs van een: a.
b.
c.
6.
2015 en bedraagt maximaal de kostprijs van de maatwerkvoorziening. 5.
Een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. Een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening. Een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
Voor de kosten voor het gebruik van het collectief vervoer is de cliënt een bijdrage verschuldigd ter hoogte van: a. De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen jonger dan 65 jaar bedraagt € 0,30 per kilometer + een opstaptarief van 4 kilometer. b. De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen ouder dan 65 jaar bedraagt € 0,21 per kilometer + een opstaptarief van 4 kilometer.
Pagina 8 van 15
De kostprijs van een: a.
b.
c.
6.
Een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. Een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening. Een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
Voor de kosten voor het gebruik van het collectief vervoer is de cliënt een bijdrage verschuldigd ter hoogte van: a. De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen jonger dan 65 jaar bedraagt € 0,34 per kilometer + een opstaptarief van 4 kilometer. b. De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen ouder dan 65 jaar bedraagt € 0,24 per kilometer + een opstaptarief van 4 kilometer.
7.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, eerste lid, van de wet, kunnen de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de betreffende instelling vastgesteld en geïnd.
7.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, eerste lid, van de Wet, kunnen de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de betreffende instelling vastgesteld en geïnd.
8.
De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt
8.
De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt
9.
De in het zesde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2023 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen van de daarvoor geldende index.
9.
De in het zesde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2024 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen van de daarvoor geldende index.
10. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het Dagelijks bestuur zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaatst gestelde bedragen.
10. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het Dagelijks bestuur zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaatst gestelde bedragen. Artikel 12 Meldingsregeling calamiteiten en geweld
Pagina 9 van 15
Het huidige artikel 12 is vernummerd naar artikel 13. Het nieuwe artikel 12 over de
1.
2.
Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de Wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.
Artikel 12. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen
Artikel 13. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen
1.
1.
De tegemoetkoming voor: a. de kosten van het gebruik van een eigen auto, een bruikleenauto of vervoer door derden geldt een maximumbedrag van € 870,00 per jaar. Uitbetaling van de financiële tegemoetkoming vindt plaats na declaratie van de gemaakte kosten.
Pagina 10 van 15
De tegemoetkoming voor: a. de kosten van het gebruik van een eigen auto, een bruikleenauto of vervoer door derden geldt een maximumbedrag van € 897,00 per jaar. Uitbetaling van de financiële tegemoetkoming vindt plaats na declaratie van de gemaakte kosten.
Meldingsregeling calamiteiten volgt uit artikel 3.4 van de Wet. Voor Noordwijk is deze regeling neergelegd bij Hecht. In het jaarverslag 2022 heeft Hecht aangegeven dat het aantal meldingen van calamiteiten en geweldsincidenten achterblijft ten opzichte van andere regio’s en dat aanbieders mogelijk onvoldoende bekend zijn met de meldingsplicht bij calamiteiten. Met het opnemen van dit artikel wordt nog eens extra de aandacht gevestigd op de regeling.
Aanpassingen artikel 12: •
Het huidige artikel 12 is vernummerd naar artikel 13.
•
De tarieven zijn aangepast naar prijspeil 2024.
De declaratie moet binnen 1 maand na afloop van elk kwartaal zijn ingediend. b. de kosten van het gebruik van een taxi geldt een maximumbedrag van € 4.930,00 per jaar. c. de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een maximumbedrag van € 7.435,00 per jaar. d. de kosten van een aanpassing aan een eigen auto, is gelijk aan de voor vergoeding in aanmerking komende kosten, zijnde de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het Dagelijks Bestuur geaccepteerde offerte. e. bezoekbaar maken van de woning bedraagt maximaal: € 2.835,00. f. logeerbaar maken van de woning bedraagt maximaal: € 6.640,00. g. verhuis- en inrichtingskosten bedraagt maximaal: i. € 3.535,00 als de persoon met beperkingen verhuist naar de meest adequate en/of aangepaste woning; ii. € 7.080,00 als een adequate c.q. aangepaste woning op verzoek van de ISD Bollenstreek door de huurder wordt vrijgemaakt.
Pagina 11 van 15
De declaratie moet binnen 1 maand na afloop van elk kwartaal zijn ingediend. b. de kosten van het gebruik van een taxi geldt een maximumbedrag van € 5.080,00 per jaar. c. de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een maximumbedrag van € 7.660,00 per jaar. d. de kosten van een aanpassing aan een eigen auto, is gelijk aan de voor vergoeding in aanmerking komende kosten, zijnde de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het Dagelijks Bestuur geaccepteerde offerte. e. bezoekbaar maken van de woning bedraagt maximaal: € 2.925,00. f. logeerbaar maken van de woning bedraagt maximaal: € 6.840,00. g. verhuis- en inrichtingskosten bedraagt maximaal: i. € 3.645,00 als de persoon met beperkingen verhuist naar de meest adequate en/of aangepaste woning; ii. € 7.295,00 als een adequate c.q. aangepaste woning op verzoek van de ISD Bollenstreek door de huurder wordt vrijgemaakt.
h.
tijdelijke huisvesting gedurende een periode van maximaal 6 maanden bedraagt: i. de werkelijke kosten met een maximum van € 638,00 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte; ii. de werkelijke kosten met een maximum van € 319,00 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte. iii. de kosten van huurderving is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte, maar bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 638,00 per maand. i. in de kosten van onderhoud en keuring van een op grond van de Verordening verstrekte woonvoorziening zal het bedrag als bedoeld in bijlage 3 van dit Uitvoeringsbesluit niet te boven gaan. j. de reparatiekosten is gelijk aan de voor vergoeding in aanmerking komende kosten.
Pagina 12 van 15
h.
tijdelijke huisvesting gedurende een periode van maximaal 6 maanden bedraagt: i. de werkelijke kosten met een maximum van € 658,00 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte; ii. de werkelijke kosten met een maximum van € 329,00 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte. iii. de kosten van huurderving is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte, maar bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 658,00 per maand. i. in de kosten van onderhoud en keuring van een op grond van de Verordening verstrekte woonvoorziening zal het bedrag als bedoeld in bijlage 3 van dit Uitvoeringsbesluit niet te boven gaan. j. de reparatiekosten is gelijk aan de voor vergoeding in aanmerking komende kosten.
k.
huisvesting- en voedingskosten tijdens logeerverblijf geboden door een hulp uit het sociaal netwerk met een maximum van € 37,00 per dag. De uitbetaling vindt plaats na declaratie van de gemaakte kosten.
k.
huisvesting- en voedingskosten tijdens logeerverblijf geboden door een hulp uit het sociaal netwerk met een maximum van € 39,00 per dag. De uitbetaling vindt plaats na declaratie van de gemaakte kosten.
2.
De in het eerste lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2023 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkeling van cpi. De berekende bedragen worden afgerond op een veelvoud van: a. bedragen < € 1.000,00: afronding op hele euro’s (behoudens de uurtarieven voor hulp bij het huishouden). b. bedragen > € 1.000,00 : afronding op € 5,00.
2.
De in het eerste lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2024 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkeling van cpi. De berekende bedragen worden afgerond op een veelvoud van: a. bedragen < € 1.000,00: afronding op hele euro’s (behoudens de uurtarieven voor hulp bij het huishouden). b. bedragen > € 1.000,00 : afronding op € 5,00.
3.
Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het Dagelijks Bestuur zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.
3.
Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het Dagelijks Bestuur zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.
Artikel 13. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
Pagina 13 van 15
Artikel 16. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
Aanpassingen artikel 13: •
Het huidige artikel 13 is vernummerd naar artikel 16.
Artikel 16. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Artikel 17. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Aanpassingen artikel 16:
Artikel 17. Besluitvorming, nadere regels en nadere voorwaarden
Artikel 18. Besluitvorming, nadere regels en nadere voorwaarden
Aanpassingen artikel 17:
Artikel 18. Hardheidsclausule
Artikel 19. Hardheidsclausule
Aanpassingen artikel 18:
•
•
•
Artikel 19. Indexering
Artikel 20. Indexering
Artikel 21. Evaluatie
Artikel 22. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
1.
De Verordening maatschappelijke ondersteuning 2019 wordt ingetrokken.
1.
De Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 wordt ingetrokken.
2.
Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de
2.
Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de
Pagina 14 van 15
Het huidige artikel 18 is vernummerd naar artikel 19.
Het huidige artikel 19 is vernummerd naar artikel 20.
Aanpassingen artikel 20: •
Artikel 21. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Het huidige artikel 17 is vernummerd naar artikel 18.
Aanpassingen artikel 19: •
Artikel 20. Evaluatie
Het huidige artikel 16 is vernummerd naar artikel 17.
Het huidige artikel 20 is vernummerd naar artikel 21.
Aanpassingen artikel 21: •
Het huidige artikel 21 is vernummerd naar artikel 22. Omdat de wijzigingen
•
Jaartallen zijn aangepast.
Verordening maatschappelijke ondersteuning 2019, totdat het Dagelijks Bestuur een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3.
Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke 2019 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.
Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020, totdat het Dagelijks Bestuur een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3.
Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke 2020 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.
Artikel 22. Inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel
Aanpassingen artikel 22:
1.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2020.
1.
•
Het huidige artikel 22 is vernummerd naar artikel 23.
2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Noordwijk 2020.
•
Jaartallen en datum inwerkingtreding is aangepast.
Pagina 15 van 15
2.
Deze verordening treedt in werking een dag na publicatie en werkt terug tot 1 januari 2024. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Noordwijk 2024.